Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2022, nr. 2022-0000261694, houdende regels met betrekking tot de besteding van gelden uit het Fonds voor een rechtvaardige transitie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad (Subsidieregeling JTF 2021–2027)
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl). Meer specifiek moet een project bijdragen aan het Spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in Spoor 1 en Spoor 2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).
Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.
De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2.11.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. langdurig werkzoekende: een persoon die valt onder de Participatiewet met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt, die niet in staat is op eigen kracht aan de arbeidsmarkt deel te nemen, niet zijnde leerlingen van scholen en opleidingen;
- –. loonwaarde: de waarde, uitgedrukt in euro's, van de arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Voor de berekening van de loonwaarde wordt bepaald wat de actuele inzetbaarheid van de werknemer is ten opzichte van de normfunctie;
- –. professional: een persoon met hbo werk- of denkniveau die binnen het project is aangesteld om een langdurig werkzoekende te begeleiden;
- –. RIS3 transities: de transities, zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;
- –. RIS3 2021–2027: Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;
- –. SOB: sociaal ontwikkelbedrijf, een bedrijf dat langdurig werkzoekenden aan het werk helpt;
- –. sociaaleconomisch traject: SOB's stellen in samenspraak met een of meerdere bedrijven een traject op om langdurig werkzoekenden in staat te stellen om op termijn deel te nemen aan de arbeidsmarkt;
- –. TJTP: Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
- –. werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 2.11.2. Doel subsidie
Het doel van de openstelling op grond van deze titel is om sociaaleconomische trajecten uit te voeren die passen binnen de RIS3 transities.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP voor het toekomstbestendig maken van de beroepsbevolking en het versterken van menselijk kapitaal en maatschappelijk perspectief.
Trajecten waar langdurig werkzoekenden op worden ingezet moeten bijdragen aan minimaal één van de vier transities die zijn opgenomen in de RIS3 2021–2027.
Projecten hebben als doel dat de deelnemende langdurig werkzoekende gedurende een traject van maximaal achttien maanden een duurzame aansluiting kan vinden op de arbeidsmarkt ten einde:
- a. de positie van de langdurig werkzoekenden te versterken op de arbeidsmarkt, zodat het risico dat zij definitief de aansluiting met de arbeidsmarkt verliezen wordt voorkomen of beperkt; en
- b. het ondersteunen en ontzorgen van werkgevers voor de invulling dan wel toekomstige invulling van vacatures door langdurig werkzoekenden uit het onbenut arbeidspotentieel in de vorm van het aanbieden van passende werkgelegenheid, aansluitend op de RIS3-transities.
Artikel 2.11.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. een SOB;
- b. een samenwerkingsverband van SOB’s; of
- c. een gemeente.
Artikel 2.11.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:
- a. het aanbieden van passende werkgelegenheid door publieke- en private partijen, die bijdraagt aan de arbeidsmarktpositie van langdurig werkzoekenden;
- b. het stimuleren en aanbieden van begeleiding en scholing en ontwikkeling van vaardigheden voor langdurig werkzoekenden, met daarbij in begrepen de kosten voor randvoorwaardelijke activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn;
- c. het begeleiden van langdurig werkzoekenden om te integreren in de bedrijfsomgeving indien zij een baan hebben gevonden;
- d. het begeleiden van de langdurig werkzoekende waardoor de arbeidsvaardigheden toenemen en de positie van de langdurig werkzoekenden op de door transitie veranderende arbeidsmarkt wordt versterkt; of
- e. loonwaardemeting uitgevoerd door een professional, als (eind)onderdeel van het traject passende werkgelegenheid binnen dit project.
Artikel 2.11.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 15.000.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Aanvragen worden beoordeeld door de deskundigencommissie overeenkomstig artikel 1.21.
Artikel 2.11.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 1 november 2024 09.00 uur tot en met 30 april 2025 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.11.7. Hoogte subsidie
De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste:
- a. 50 procent van de in aanmerking komende subsidiabele kosten voor in dienst genomen langdurig werkzoekenden, bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel b; of
- b. 100 procent voor de loonkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden, bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel a, en overige kosten als bedoeld in artikel 2.11.8, onderdeel c.
Artikel 2.11.8. Subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
- a. loonkosten inclusief overheadkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden;
- b. loonkosten van in dienst genomen langdurig werkzoekenden tegen maximaal het minimumloon voor een maximale termijn van 18 maanden; of
- c. overige kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor medewerkers die op basis van het minimumloon werken in afwijking van artikel 1.12, eerste lid, onderdeel a respectievelijk b:
- a. het vaste uurtarief vastgesteld op € 20,90;
- b. het vaste percentage voor een voltijd dienstverband berekend over een maandtarief van € 2.892 per werknemer, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project werkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
Artikel 1.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.11.9. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen bedoeld in het eerste of tweede lid verlengen.
Artikel 2.11.10. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied, tenzij de resultaten overwegend en aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied tijdens of na de te subsidiëren activiteiten;
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 2.000.000 per project;
- c. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is; of
- d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 31 december 2028 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
Artikel 2.11.11. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, d, e en f van het eerste lid van dat artikel.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het maximaal aantal punten per onderdeel van het eerste lid:
- a. voor criterium a maximaal 40 punten;
- b. voor criterium d maximaal 30 punten;
- c. voor criterium e maximaal 15 punten; en
- d. voor criterium f maximaal 15 punten.
Artikel 2.11.12. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30 van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
Artikel 2.11.13. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 2.11.14. Verplichtingen subsidieontvanger
Onverminderd artikel 1.26 is de subsidieontvanger verplicht:
- a. de resultaten van de samenwerking met bedrijven in Noord-Nederland in overwegende mate ten goede te laten komen aan het werkingsgebied;
- b. een deelnemersadministratie te voeren op een door de Minister van SZW voorgeschreven wijze; en
- c. op basis van in de verleningsbeschikking aangewezen indicatoren te rapporteren.
Artikel 2.11.15. Staatssteun
De subsidie, bedoeld in artikel 2.11.3, bevat geen staatssteun.
Artikel 2.11.16. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Titel 2.12. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering digitalisering en robotisering
Artikel 3.2.14a. Wijzigingsverzoeken
Onverminderd artikel 1.26, vierde lid, kan de Minister van SZW op verzoek van de subsidieaanvrager of subsidieontvanger een wijzigingsverzoek in behandeling nemen voor een reeds ingediende aanvraag, toestemming verlenen voor de wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, of toestemming verlenen voor afwijking van de subsidieverleningsbeschikking, indien de wijziging of afwijking verband houdt met een wijziging in deze subsidietitel die plaatsvond na indiening van de subsidieaanvraag.
Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
Titel 3.3. Scholingsvouchers
Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond
Titel 4.3. Scholingsvouchers
Titel 4.4. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 4.6. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.1. Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies
Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s
Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen
Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant
Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering
Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50% van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.
Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.
Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.
Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.
Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80% van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.
De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Titel 2.14. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het midden- en kleinbedrijf
Artikel 2.14.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
- –. Operationeel programma JTF Groningen-Emmen: prioriteit 1, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.
Artikel 2.14.2. Doel subsidie
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is om het TJTP en het Operationeel programma JTF Groningen-Emmen uit te voeren ten aanzien van een subsidie-instrument dat nodig is voor bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, leiden tot extra investeringen in onderzoek en ontwikkeling door het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Artikel 2.14.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.
Artikel 2.14.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.
Artikel 2.14.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 6.000.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.14.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 6 januari 2025 09.00 uur tot en met 31 maart 2025 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
Artikel 2.14.7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 6.000.000 per project.
Artikel 2.14.8. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
De uitvoering van het project is uiterlijk 1 juli 2029 voltooid.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, verlengen.
Artikel 2.14.9. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a;
- b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 3.000.000;
- c. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of
- d. niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 juli 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.
Artikel 2.14.10. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, tweede lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, c, e en f van artikel 1.20, eerste lid.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het maximale aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
- a. voor criterium a maximaal 55 punten;
- b. voor criterium c maximaal 15 punten;
- c. voor criterium e maximaal 15 punten;
- d. voor criterium f maximaal 15 punten.
Artikel 2.14.11. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31, bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 2.14.12. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 2.14.13. Staatssteun
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 18 en 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.14.14. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond
Titel 4.3. Scholingsvouchers
Titel 4.4. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 4.6. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 5.3. Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 5.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
Titel 6.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies
Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering
Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s
Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen
Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant
Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen
Hoofdstuk 9a. Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.
Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.
Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50% van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl). Meer specifiek moet een project bijdragen aan het Spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in Spoor 1 en Spoor 2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.
De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50% van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100% behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80% van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl). Meer specifiek moet een project bijdragen aan het Spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in Spoor 1 en Spoor 2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).
Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.
De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 9a.1. Verruiming bevoorschotting in titel 2.6
In artikel 2.6.12, eerste lid, zoals deze luidde van 23 februari 2023 tot en met 2 augustus 2023, wordt voor ‘20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000’ gelezen ‘40 procent van de verleende subsidie’.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50% van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’
Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50% van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100% behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a
JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:
Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a
Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:
Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;
Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.
De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.
De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.
De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.
Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Titel 2.15. Pilotprogramma Praktisch Perspectief
Artikel 2.15.1. Begripsbepalingen
In deze titel wordt verstaan onder:
- –. economische activiteit: economische activiteiten zijn alle activiteiten die gericht zijn op het aanbieden van goederen of diensten op een markt. Ze worden uitgevoerd door ondernemingen, organisaties of individuen met als doel winst te genereren. Voorbeelden van economische activiteiten zijn handel, productie, dienstverlening en commerciële exploitatie;
- –. initieel onderwijs: initieel onderwijs is de eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan van personen in het voltijdonderwijs voordat zij de arbeidsmarkt betreden;
- –. niet economische activiteit: niet-economische activiteiten zijn activiteiten die geen marktgericht karakter hebben en waarbij geen winstoogmerk is. Ze worden doorgaans uitgevoerd door overheden, non-profitorganisaties of onderwijsinstellingen en zijn gericht op het algemeen belang, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale ondersteuning, en culturele of sportieve initiatieven;
- –. post-initieel onderwijs: onderwijs dat iemand volgt na zijn eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan in het voltijdonderwijs gegeven door met publieke middelen gefinancierde onderwijsinstellingen;
- –. primaire werkingsgebied: de provincie Groningen en de gemeente Emmen;
- –. programmatische aanpak: een tijdelijke manier van samenwerken aan een complexe opgave bestaande uit verschillende, maar samenhangende te verwezenlijken doelen, die een organisatie of een samenwerkingsverband in staat stelt bepaalde baten (effecten van veranderingen) tot stand te brengen. Daarbij staan de activiteiten niet bij voorbaat vast voor de gehele looptijd, deze kunnen wijzigen naargelang het bereiken van het doel dat verlangt;
- –. regionaal bedrijfsleven: ondernemingen die gevestigd zijn in het primaire werkingsgebied;
- –. RIS3 2021–2027: regionale innovatiestrategie 2021–2027 voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;
- –. roc: regionaal opleidingscentrum, een samenwerkingsverband van onderwijsinstituten in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie in Nederland;
- –. start van de werkzaamheden: start van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, onder 23, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- –. studenten: natuurlijke personen die initieel onderwijs genieten aan een roc;
- –. TJTP: Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, bedoeld in de bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027.
Artikel 2.15.2. Doel subsidie
Het doel van de openstelling op grond van deze titel is om roc's middels een programmatische aanpak in een samenwerkingsverband aan innovatieve en toekomstbestendige manieren te laten werken om te voorzien in de vraag naar praktisch geschoolden door het regionaal bedrijfsleven op basis van het TJTP alsook de RIS3-transities. Daarbij ligt het zwaartepunt op het geheel van instroom, opleiding en uitstroom van studenten in het primaire werkingsgebied voor de technische sectoren en sectoren gelieerd aan de RIS3-transities waarbij omgang met techniek onderdeel is of mogelijkerwijs moet vormen van het opleidingscurriculum.
Plannen waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 3 van het TJTP met een focus op het bijdragen aan het leveren van ondersteuning van werkgelegenheid bij jongeren en de sociaaleconomische integratie van jongeren.
Artikel 2.15.3. Doelgroep
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
- a. roc's; of
- b. samenwerkingsverbanden hoofdzakelijk bestaande uit roc's.
Artikel 2.15.4. Subsidiabele activiteiten
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor een programmatische aanpak, waarbij activiteiten worden uitgevoerd ten behoeve van:
- a. het op innovatieve wijze bevorderen van de instroom van studenten bij of tussen roc's, mede gericht op het voorkomen van uitval van studenten;
- b. ontwikkeling, vormgeving, en implementatie van (modulaire) curricula;
- c. het bevorderen van de samenwerking tussen het regionaal bedrijfsleven en roc's wat betreft de (toekomstige) vraaggestuurde opvulling van vacatures en doorstroommogelijkheden binnen en buiten het bedrijfsleven in het primaire werkingsgebied;
- d. ondersteuning met betrekking tot verdere loopbaanontwikkeling binnen het regionaal bedrijfsleven of richting postinitieel onderwijs;
- e. het behouden en uitbouwen van samenwerkingsverbanden van roc's om aan de vraag naar praktisch geschoolde personen te kunnen voldoen;
- f. verspreiding van opgedane kennis met de uitvoering van het project binnen en buiten het primaire werkingsgebied.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden verricht ten behoeve van de uitdagingen in het primaire werkingsgebied.
Artikel 2.15.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 10.500.000.
De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
Artikel 2.15.6. Aanvraagperiode
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 14 april 2025 vanaf 9.00 uur tot en met 16 mei 2025 vóór 17.00 uur.
Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn of via www.snn.nl.
Artikel 2.15.7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten.
Indien er sprake is van economische activiteiten binnen de subsidieaanvraag, wordt het maximaal toegestane subsidiepercentage bepaald op basis van de staatssteunregels.
Artikel 2.15.8. Subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:
- a. worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;
- b. zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
- c. zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;
- d. zijn gemaakt na 22 maart 2022;
- e. niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.15.9. Starttermijn en looptijd
Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen drie maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
De uitvoering van het project is binnen 48 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid, echter uiterlijk vóór 30 september 2029.
Het vaststellingsverzoek van het project dient uiterlijk op 31 december 2029 te zijn ingediend.
Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen, bedoeld in het eerste lid, verlengen.
Artikel 2.15.10. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
- a. onvoldoende vertrouwen bestaat in het betrekken van het regionale bedrijfsleven bij de uitvoering van het plan;
- b. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins, obstakelvrij is;
- c. de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 5.000.000 bedraagt.
Artikel 2.15.11. Beoordelingscriteria
Gelet op artikel 1.20, eerste lid, wordt een project uitsluitend beoordeeld op de onderdelen a, b, e en f van het eerste lid van dat artikel.
Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel als bedoeld in het eerste lid ten hoogste:
- a. voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF Nederland 2021–2027: 45 punten;
- b. voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
- c. voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;
- d. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 2.15.12. Voorschot
De Minister van SZW verleent op aanvraag, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 1.500.000.
De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 100 procent van het verleende subsidiebedrag.
Artikel 2.15.13. Subsidieaanvraag
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
- a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 2.15.14. Staatssteun
De subsidie kan staatssteun bevatten en kan gerechtvaardigd worden door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 2.15.15. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond
Titel 3.3. Scholingsvouchers
Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond
Titel 3.3. Scholingsvouchers
Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond
Titel 4.3. Scholingsvouchers
Titel 4.4. Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond
Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant
Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 5.4. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1, 2 en 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
Titel 6.1. Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg
Titel 6.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies
Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering
Titel 7.3. Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s
Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond
Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond
Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant
Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen
Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg
Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering
Hoofdstuk 9a. Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid
Scoretabel beoordelingscriteria
Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a
Soort projecten
Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)