Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2022, nr. 2022-0000261694, houdende regels met betrekking tot de besteding van gelden uit het Fonds voor een rechtvaardige transitie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad (Subsidieregeling JTF 2021–2027)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 613
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.

Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.

Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:

Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.

Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.

Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.

Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 2.16. Een nieuwe, groene economie met marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten

Artikel 2.16.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen: activiteiten gericht op her-, om-, en bijscholing die samenhangen met het marktgedreven onderzoeks- en investeringsproject en een duidelijke toegevoegde waarde bieden;
  • –. marktgedreven: een actieve rol van private bedrijven als projectpartner, waarbij minimaal 20 procent van de totale subsidiabele projectkosten door private bedrijven gedragen wordt;
  • –. milieu-investering: een investering in activa, technologieën, processen of infrastructuur die gericht is op het voorkomen, beperken of herstellen van milieuschade, het verbeteren van de energie- of hulpbronnenefficiëntie, het bevorderen van hernieuwbare energie, de circulaire economie, of het realiseren van een transitie naar een koolstofarme en milieuvriendelijke economie;
  • –. onderzoeksproject: een systematisch, gestructureerd en afgebakend proces, waarbij onderzoek wordt uitgevoerd om nieuwe kennis, producten of productieprocessen te ontwikkelen, of bestaande producten of productieprocessen aanmerkelijk te verbeteren;
  • –. productieve investering: een investering in vaste of immateriële activa die hoofdzakelijk wordt aangewend voor de productie van goederen die aan derden verkocht worden of in het eigen productieproces worden verbruikt;
  • –. TJTP Groningen-Emmen: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groningen-Emmen.
Artikel 2.16.2. Doel subsidie
1.

Het doel van subsidie op grond van deze titel is om uitvoering te geven aan Spoor 1 en 2 van het TJTP Groningen-Emmen door het ondersteunen van marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten of combinaties van deze activiteiten, die langs de lijnen van de RIS3 2021–2027 zorgen voor een nieuw, economisch, groen perspectief.

2.

Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen uit het programma JTF 2021–2027 en dragen hoofdzakelijk bij aan een nieuw economisch perspectief voor de regio of een groen perspectief voor de regio.

3.

Marktgedreven investeringsprojecten binnen Spoor 1 richten zich op het vernieuwen van de regionale economie langs de lijnen van de RIS3.

4.

Marktgedreven onderzoeksprojecten binnen Spoor 1 richten zich op de versterking van het kennis- en innovatiesysteem in de regio. Versterking van de kennisinfrastructuur wordt gezien als de basis van de economie door de bestaande samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven te versterken voor nieuwe innovatietrajecten, voor zover deze marktgedreven zijn. Er is speciale aandacht binnen deze lijn voor de samenwerking met het mkb en het mkb onderling.

5.

Marktgedreven investeringsprojecten binnen Spoor 2 zien op het stimuleren van transformatie van de industrie richting groene productieprocessen.

6.

Marktgedreven onderzoeksprojecten binnen Spoor 2 richten zich specifiek op het vergroten van kennis en innovatiekracht om de transitie naar nieuwe vormen van energie en duurzame grondstoffen naar nieuwe (circulaire) waardeketens te versnellen, en op de vervaardiging van nieuwe functies en de inzet van digitale en systeemgerichte toepassingen ter ondersteuning daarvan.

7.

Om de transformatie naar een nieuwe, groene economie mogelijk te maken, is het van groot belang dat de aankomende en huidige beroepsbevolking over de juiste vaardigheden beschikt. Het is mogelijk om binnen marktgedreven investerings- en onderzoeksprojecten die vallen onder Spoor 1 of 2, flankerende onderwijs- en of arbeidsmarktmaatregelen in te brengen, voor zover die een duidelijke toegevoegde waarde bieden.

Artikel 2.16.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a. een rechtspersoon;
  • b. een natuurlijk persoon ingeschreven in het handelsregister;
  • c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
Artikel 2.16.4. Subsidiabele activiteiten
1.

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten die passen binnen Spoor 1, een nieuw economisch perspectief, of Spoor 2, een groen perspectief van het TJTP Groningen-Emmen.

2.

Aanvullend kan op basis van deze titel subsidie worden verstrekt voor direct met het project samenhangende flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen, voor zover deze niet als hoofddoel van het project aan te merken zijn.

3.

De projecten en activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, dienen in belangrijke mate te worden verricht ten behoeve van het primaire werkingsgebied de provincie Groningen of de gemeente Emmen, met dien verstande dat de onderwijs- en arbeidsmarktregio in Noord-Nederland (overige gemeenten in de provincie Drenthe en de provincie Fryslân) nauw met elkaar is verbonden.

4.

Subsidiabele activiteiten binnen marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten omvatten één of meerdere van de onderstaande activiteiten, gekoppeld aan het TJTP Groningen-Emmen:

  • a. productieve investeringen;
  • b. onderzoeks- en innovatietrajecten;
  • c. investeringen in digitalisering of robotisering;
  • d. investeringen in het gebruik van technologie of in systemen en infrastructuur gericht op betaalbare schone energie, waaronder ook verstaan investeringen in technologieën voor energieopslag en investeringen in technologieën ter vermindering van broeikasgasemissies;
  • f. investeringen in het bevorderen van een circulaire economie, waaronder het voorkomen en verminderen van afval, efficiënt gebruik van hulpbronnen, hergebruik, herstel en recycling;
  • g. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven, niet zijnde via financieringsinstrumenten, inclusief de realisatie van ‘demonstrators at scale’ voor eerste commerciële toepassingen van innovatieve technologie in de proces- en maakindustrie;
  • h. flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen bestaande uit her-, om- of bijscholingstrajecten.
5.

De subsidiabele activiteiten, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met h, sluiten aan bij een of meerdere beoogde concrete acties, benoemd in het TJTP Groningen-Emmen, of sluiten aan bij de doelstellingen onder Sporen 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen:

  • a. digitalisering en robotisering in relatie tot de RIS3-transities;
  • b. nieuwe technologie in clusters en individuele bedrijven in en rondom de proces- en maakindustrie;
  • c. realisatie van ‘demonstrators at scale’ voor eerste commerciële toepassingen van innovatieve technologie in de proces- en maakindustrie;
  • d. (door)ontwikkeling van marktgedreven innovaties waar bedrijven en kennisinstellingen kennis delen en overdragen om tot innovatie te komen;
  • e. het uitvoeren van systeemstudies gericht op het in kaart brengen van kansrijke modaliteiten in de energie-infrastructuur;
  • f. haalbaarheids- of engineerstudies voor de ombouw van bestaande industrie of realisatie van nieuwe waardeketens;
  • g. productie van hernieuwbare energie;
  • h. versneld terugdringen van gebruik fossiele brandstoffen als energiebron bij het mkb en groot bedrijf;
  • i. investeringen van bedrijven in productie van duurzame energiedragers, met name hernieuwbare gassen als grondstof voor de industrie en duurzame biobrandstoffen, uitgezonderd biobrandstoffen waar al een bijmengverplichting van kracht is;
  • j. projecten gericht op de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof, circulariteit, CCU en CCS en daarmee ook de aanpassing van hun productieprocessen;
  • k. acties gericht op de implementatie van de toepassing van nieuwe grondstoffen en daarmee samenhangende businessmodellen;
  • l. demonstratieprojecten gericht op het realiseren van toegang tot hernieuwbare energie;
  • m. her- om- en bijscholing van werknemers en toekomstig personeel.
Artikel 2.16.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 50.000.000.

2.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.

Artikel 2.16.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 14 juli 2025 vanaf 9.00 uur tot en met 12 juni 2026 vóór 17.00 uur.

2.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.

Artikel 2.16.7. Hoogte van de subsidie
1.

Voor projecten binnen Spoor 1 of 2 bedraagt de totale samengestelde maximale subsidie € 10.000.000 voor marktgedreven onderzoeksactiviteiten en investeringen, bedoeld in het tweede en derde lid. In afwijking van het voorgaande kan de totale te verlenen subsidie € 11.000.000 bedragen, indien additionele flankerende onderwijs- en arbeidsmarktmaatregelen worden ingebracht als bedoeld in het vierde lid.

2.

Voor onderzoeksactiviteiten binnen projecten bedraagt de subsidie maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten, waarbij het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor deze activiteiten € 4.000.000 bedraagt.

3.

Voor investeringen binnen projecten bedraagt de subsidie maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten, waarbij het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor deze activiteiten maximaal € 10.000.000 bedraagt.

4.

Voor flankerende onderwijs- en arbeidsmarktmaatregelen als onderdeel van projecten binnen Spoor 1 of 2 kan een aanvullende subsidie aangevraagd worden voor maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten en met een maximale omvang van 10 procent van de totaal te verlenen subsidie op basis van de combinatie van de subsidies op grond van het tweede en derde lid, waarbij de aanvullende subsidie maximaal € 1.000.000 bedraagt.

5.

In afwijking van het eerste, tweede en derde lid wordt de totaal te verlenen subsidie naar beneden bijgesteld, indien de AGVV hiertoe aanleiding geeft.

Artikel 2.16.8. Starttermijn en looptijd
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde onderzoeks- of investeringsprojecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening bij onderzoeksprojecten en binnen zes maanden na de subsidieverlening voor investeringsprojecten.

2.

Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, kan de subsidie verleend worden onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na de subsidieverlening zijn verkregen.

3.

De uitvoering van het project is uiterlijk op 29 juni 2029 voltooid.

4.

Het vaststellingsverzoek van het project dient uiterlijk binnen vier weken na 29 juni 2029 te zijn ingediend.

5.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, verlengen.

Artikel 2.16.9. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a. het project inhoudelijk niet aansluit bij de doelstellingen van Spoor 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen;
  • b. het project niet als marktgedreven valt aan te merken, conform de begripsdefinitie in deze titel;
  • c. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins obstakelvrij is;
  • d. het aangevraagde project de vorm van een financieringsinstrument heeft;
  • e. de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 1.000.000,- bedraagt.
Artikel 2.16.10. Beoordelingscriteria
1.

Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de criteria, bedoeld in het artikel 1.20.

2.

De toelichting op de gehanteerde criteria verschilt tussen projecten gericht op Spoor 1, een nieuw economisch perspectief, en Spoor 2, een groen economisch perspectief.

3.

Voor de kwalificatie als Spoor 1 of 2 project wordt gekeken naar de doelstelling van het project in combinatie met de te leveren bijdrage aan de programma-indicatoren.

4.

Voor projecten die vallen onder Spoor 1 en 2 van het TJTP Groningen-Emmen, worden de onderstaande criteria en weging gehanteerd:

  • a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten;
  • b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 0 punten;
  • c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 20 punten;
  • d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
  • e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
  • f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
Artikel 2.16.11. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 10 procent van de verleende subsidie.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan op gemotiveerd verzoek van de aanvrager een voorschot worden verleend tot maximaal 40 procent van de verleende subsidie, mits:

  • a. de aanvraag voldoende is gemotiveerd; en
  • b. de intermediaire instantie de risicoanalyse op uitbetaling van het voorschot positief heeft afgerond.
3.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

4.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.

5.

In afwijking van het derde lid, kan voor een project een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:

  • a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
  • b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
  • c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming of van één of meer leden van het consortium heeft.
Artikel 2.16.12. Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
  • b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
Artikel 2.16.13. Staatssteun

De subsidie kan staatssteun bevatten en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 2.16.14. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond

Titel 3.2. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen

Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond

Titel 4.3. Scholingsvouchers

Hoofdstuk 5. Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant

Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.4. Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Hoofdstuk 7. Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg

Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies

Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering

Titel 9.1. Algemene bepalingen

Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s

Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen

Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond

Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond

Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant

Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg

Paragraaf 9.2.1. EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen

Hoofdstuk 9a. Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel

Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies

Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid

Vervallen

Scoretabel beoordelingscriteria

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;

De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl). Meer specifiek moet een project bijdragen aan het Spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in Spoor 1 en Spoor 2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:

Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.

Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)

Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.1.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. business case: uitwerking van een investeringsplan;
  • –. capaciteit: door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid;
  • –. committed termsheet: juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de voorwaarden van de investering;
  • –. diversificatieproject: een project dat de diversificatie inhoudt van de activiteit binnen een vestiging van de onderneming. De nieuwe activiteit mag niet dezelfde (of een vergelijkbare activiteit) zijn als de activiteit die eerder in de vestiging werd uitgeoefend;
  • –. duurzame bedrijfsuitrusting: een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming; Deze investering mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving;
  • –. gewaarmerkte uncommitted termsheet: niet juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met daarin de belangrijkste voorwaarden om tot de investering te komen. De uncommitted termsheet gaat vooraf aan de committed termsheet;
  • –. groene waterstof: waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen;
  • –. industriële onderneming: een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven entiteit die als economische activiteit goederen vervaardigt uit halffabricaten en grondstoffen met inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen;
  • –. proces- en maakindustrie: ondernemingen die activiteiten uitoefenen onder de codering van NACE Rev.2, sectie C;
  • –. regionaal transitieplan: het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen, opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
  • –. regionale innovatiestrategie: de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie (‘RIS3’) voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen en te vinden op de website van SNN;
  • –. sluitende financiering: financiering van een project dat kan bestaan uit eigen middelen van de onderneming, vreemd vermogen en gevraagde subsidie(s). In geval van (co)financiering door derde(n) kan de aanvrager dit laten zien door middel van juridisch bindende documentatie van die derde(n). Het totaal van deze financiering is gelijk aan de projectkosten;
  • –. SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
  • –. stimulerend effect: stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • –. transformatieproject: een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een industrieel bedrijf;
  • –. uitbreidingsproject: een project dat de uitbreiding van de capaciteit inhoudt; het betreft een uitbreiding van een industrieel bedrijf, hoofdkantoor van een bedrijf, of laboratorium van een bedrijf in dezelfde gemeente als waarin al een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd;
  • –. vestigingsproject: een project waar geen sprake is van een uitbreidingsproject, maar nieuwe economische activiteiten inhoudt voortkomende uit:
    1. het stichten van een industrieel bedrijf;
    1. het stichten van een hoofdkantoor of laboratorium; of
    1. het nieuw vestigen van een locatie van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 genoemd bedrijf;
  • –. werkingsgebied voor regionale investeringssteun: het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 2022–2027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).
Artikel 2.1.2. Doel subsidie
1.

Het doel van de subsidie op grond van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het regionaal transitieplan. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een investeringsproject in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.

Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen:

  • a. Spoor 1 en Spoor 2 voor de investeringen onder deze openstellingen;
  • b. Spoor 3 voor de opleidingscomponent.
2.

Aanvrager draagt met de investeringen in het project bij aan de ontwikkeling van één of meer nieuwe waardeketens of industriële ecosystemen binnen de vier transities die zijn opgenomen in de regionale innovatiestrategie:

  • a. van een lineaire naar een circulaire economie;
  • b. van fossiele naar hernieuwbare energie;
  • c. van zorg naar duurzame gezondheid; of
  • d. van analoog naar digitaal.
3.

Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de vier transities, bedoeld in het derde lid.

Artikel 2.1.3. Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw voor projecten die worden uitgevoerd in het werkingsgebied en die passen binnen de kaders van deze regeling.

Artikel 2.1.4. Subsidiabele activiteiten
1.

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:

  • a. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een vestigingsproject van een industriële onderneming;
  • b. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een uitbreidingsproject van een industriële MKB-onderneming;
  • c. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een diversificatieproject van een industriële MKB-onderneming;
  • d. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een transformatieproject van een industriële MKB-onderneming;
  • e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de realisatie, het doen en het gebruiken, respectievelijk het bedienen van de investeringen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d.
2.

Projecten zijn gericht op toekomstbestendigheid van de economie door diversificatie langs de lijnen van de vier transities of op groen perspectief voor de industrie door transformatie naar groene productieprocessen in de industrie door het vervangen van fossiele grond- en brandstoffen.

Artikel 2.1.5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt:

  • a. voor aanvragen voor projecten van grote ondernemingen € 21.000.000;
  • b. voor aanvragen voor projecten van MKB-ondernemingen € 29.000.000.
2.

Met ingang van 15 december 2023 worden de subsidieplafonds uit het eerste lid samengevoegd. Het samengevoegde subsidieplafond bedraagt € 58.000.000.

3.

Voor aanvragen die voor 15 december 2023 zijn ingediend, geldt dat het subsidieplafond als samengevoegd kan worden beschouwd, voor zover daar geen andere aanvragen mee worden benadeeld die voor 15 december 2023 zijn ingediend.

4.

Indien in het subsidieplafond middelen uit Rijkscofinanciering zijn opgenomen, wordt een aanvraag onder deze titel eveneens beschouwd als een aanvraag voor Rijkscofinanciering op grond van Hoofdstuk 9.

5.

De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. Daarbij worden aanvragen die zijn ingediend op grond van titel 2.1, zoals die luidde op 31 augustus 2025, geacht te zijn ingediend op grond van deze titel en worden na die datum ontvangen aanvragen op grond van deze titel in de volgorde achteraan geplaatst.

Artikel 2.1.6. Aanvraagperiode
1.

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 23 januari 2023 tot en met 13 februari 2026 vóór 17.00 uur.

2.

Een volgens titel 2.1, zoals die luidde op 31 augustus 2025, tijdig ingediende aanvraag, wordt geacht tijdig te zijn ingediend op grond van deze titel.

3.

Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl/.

Artikel 2.1.7. Hoogte subsidie
1.

Indien het project valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 2022–2027, bedoeld in artikelen 13 en 14 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, bedraagt de subsidie voor een:

  • a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
  • b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
  • c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
2.

Indien het project niet valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 2022–2027 bedraagt de subsidie voor een:

  • a. kleine onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
  • b. middelgrote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
3.

De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50% van de subsidiabele kosten.

4.

De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 8.250.000 per project.

5.

De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 2.1.8. Subsidiabele kosten
1.

In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a. voor kosten van investeringen:
  • 1°. andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
  • 2°. andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
  • b. kosten voor investeringen als bedoeld in onderdeel a komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking voor zover:
  • 1°. deze zijn geactiveerd op de balans;
  • 2°. niet hoger zijn dan de taxatiewaarde;
  • c. voor kosten van bij- en omscholing:
  • 2°. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonkosten inclusief overhead als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
2.

In aanvulling op artikel 1.15 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft gekregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
  • b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
  • d. zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers;
  • e. kosten van investeringen waarvoor onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag;
  • f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag.
Artikel 2.1.9. Starttermijn en looptijd
1.

Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.

2.

Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.

3.

Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.

4.

De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.

5.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde lid of vierde lid verlengen.

Artikel 2.1.10. Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a. na toepassing van artikel 1.20 aan een project minder dan 70 punten zijn toegekend;
  • b. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 80 procent op onderdeel a van artikel 1.20, eerste lid;
  • c. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 50 procent op onderdelen b, d, en f van artikel 1.20, eerste lid;
  • d. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 100 procent op onderdeel e van artikel 1.20, eerste lid;
  • e. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 2.500.000;
  • f. de financiering van het project niet uiterlijk zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking aantoonbaar is. In het geval van financiering door derde(n) wordt juridisch bindende documentatie aangeleverd;
  • g. de activiteiten gericht zijn op industriële dienstverlening, energieproductie of waterstofproductie ten behoeve van energieopwekking;
  • h. de activiteiten gericht zijn op productie van biobrandstoffen waarvoor een bijmengverplichting reeds langer dan twee jaar van kracht is;
  • i. de activiteiten gericht zijn op hergebruik van producten, afvalstoffen en/of grondstoffen, waarbij er geen sprake is van een hoogwaardige toepassing of wanneer er sprake is van het opwerken van afval uitsluitend ten behoeve van export;
  • j. de onderneming geen financiële bijdrage levert uit eigen middelen van ten minste 25 procent van de subsidiabele kosten;
  • k. als gevolg van het project het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager afneemt;
  • l. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
  • m. de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar oordeel van de Minister van SZW niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten zijn gestart;
  • n. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
  • o. het project niet voldoet aan het principe van Do no significant harm door ontbreken van overtuigend zicht op het ontvangen van alle noodzakelijke vergunningen;
  • p. de analyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen niet goedgekeurd wordt.
Artikel 2.1.11. Beoordelingscriteria
1.

Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de zes criteria bedoeld in het artikel 1.20. De weging van de zes criteria is:

  • a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 25 punten;
  • b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
  • c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 0 punten;
  • d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 25 punten;
  • e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 5 punten;
  • f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
2.

Voor de toepassing van artikel 1.20, eerste lid, geldt de tabel die is opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 2.1.12. Voorschot
1.

De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.

2.

De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.

3.

De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten. Het voorschot bedraagt de in de rapportage verantwoorde gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, vermenigvuldigd met het toegestane subsidiepercentage, bedoeld in artikel 1.31.

4.

In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.

Artikel 2.1.13. Subsidieaanvraag
1.

In aanvulling op het artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
  • b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het SNN aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften.
2.

Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal pagina’s. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.

3.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.

Artikel 2.1.14. Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd overeenkomstig artikel 1.4, tweede lid.

Artikel 2.1.15. Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 1 vervallen met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel 2.3. Steun aan lokale collectieve infrastructuur en utiliteiten

Titel 2.4. Steun aan opleidingsinfrastructuur en flankerende campusactiviteiten

Titel 2.5. Steun aan arbeidsmarkttransitie

Titel 2.12. Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering digitalisering en robotisering

Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond

Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond

Titel 3.3. Scholingsvouchers

Hoofdstuk 4. Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond

Titel 4.2. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond

Titel 4.3. Scholingsvouchers

Titel 4.3. Scholingsvouchers

Titel 4.5. Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Hoofdstuk 6. Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.1. Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 6.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Titel 7.2. Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies

Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering

Titel 9.1. Algemene bepalingen

Titel 9.2. Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s

Paragraaf 9.2.2. EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond

Paragraaf 9.2.3. EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond

Paragraaf 9.2.4. EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant

Paragraaf 9.2.5. EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Paragraaf 9.2.6. EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg

Paragraaf 9.2.7. JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering

Hoofdstuk 9. EZK-cofinanciering

Hoofdstuk 8. JTF-regio overstijgende subsidies

Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid

Vervallen

Bijlage 2. behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.

Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.

Bijlage 3. behorende bij artikel 4.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;

De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)

Bijlage 4. behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.

Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.

Bijlage 5. behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Titel 2.17. Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027 2.0

Artikel 2.17.1. Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • –. kennisinstelling:
  • b. een andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;
  • c. een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:
  • 1°. openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis, gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel a;
  • 2°. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
  • d. een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld in de onderdelen a, b of c direct of indirect:
  • 1°. meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft;
  • 2°. volledig aansprakelijk vennoot is; of
  • 3°. overwegende zeggenschap heeft;
  • e. een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in de onderdelen a tot en met d;
  • –. projectpartners: samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het samenwerkingsproject en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Partijen die partnerondernemingen zijn of verbonden ondernemingen zijn, worden gezien als één projectpartner binnen een samenwerkingsproject;
  • –. RIS3 2021–2027: Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;
  • –. samenwerkingsproject: project dat wordt uitgevoerd door minimaal twee onafhankelijke projectpartners, die een aantoonbaar belang hebben bij het project, waarbij contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten overeenkomstig artikel 2, onderdeel 90, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening niet worden beschouwd als vormen van samenwerking;
  • –. SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
  • –. TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;
  • –. transities: vier transities zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;
  • –. valorisatieproject: innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)