Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2020-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 311
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • f. strijdig zijn met artikel 46, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, investeerders of dienstverleners van de andere partij16)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen, omvatten maatregelen die een partij op grond van haar belastingstelsel neemt en die:i.van toepassing zijn op investeerders en dienstverleners die geen ingezetenen zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die hun oorsprong vinden of geschieden op het grondgebied van de partij;ii.van toepassing zijn op niet-ingezetenen om ervoor te zorgen dat belastingen op het grondgebied van de partij kunnen worden opgelegd of geïnd;iii.van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, inclusief handhavingsbepalingen;iv.van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruikers verschuldigde belastingen die hun bron hebben op het grondgebied van de partij, kunnen worden opgelegd of geïnd;v.een onderscheid maken tussen investeerders en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten, en andere investeerders en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de belastinggrondslag tussen hen; ofvi.inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de partij te behouden.De belastingvoorwaarden of -concepten onder f) en in deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten, dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten, van het interne recht van de partij die de maatregel neemt..
2.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de socialezekerheidsstelsels van de partijen of op activiteiten op het grondgebied van elke partij die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.

AFDELING 7. INVESTERINGEN

Artikel 56. Evaluatie en overleg

Uiterlijk drie jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, evalueren de partijen gezamenlijk het wettelijk kader voor investeringen om eventuele investeringsbelemmeringen te inventariseren. Op basis van deze evaluatie overwegen zij in onderhandeling te treden om dergelijke belemmeringen aan te pakken, met het oog op de aanvulling op deze overeenkomst, ook inzake de algemene beginselen van investeringsbescherming.

HOOFDSTUK 6. KAPITAAL- EN BETALINGSVERKEER

Artikel 57. Lopende rekening

De partijen verlenen overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), waar van toepassing, machtiging voor alle betalingen en overdrachten in vrij converteerbare valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.

Artikel 58. Kapitaalverkeer
1.

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst verbinden de partijen zich ertoe wat de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans betreft, het vrije kapitaalverkeer niet te beperken ten aanzien van in overeenstemming met de wetgeving van het gastland verrichte directe investeringen, ten aanzien van economische activiteiten die vallen onder hoofdstuk 5 (Handel in diensten en vestiging) van deze titel, en ten aanzien van de liquidatie en repatriëring van het aldus geïnvesteerde kapitaal en de eventuele opbrengsten daarvan.

2.

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst zorgen de partijen wat de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans betreft die niet onder lid 1 vallen, in overeenstemming met hun wetgeving voor vrij kapitaalverkeer met betrekking tot onder andere:

  • a. kredieten in verband met commerciële transacties, waaronder het verlenen van diensten waaraan een ingezetene van een partij deelneemt;
  • b. financiële leningen en kredieten; of
  • c. deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon zonder de intentie duurzame economische banden aan te knopen of te handhaven.
3.

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst voeren de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer tussen ingezetenen van de partijen en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere beperkingen aan.

4.

De partijen kunnen overleg voeren over verdere vergemakkelijking van hun onderlinge kapitaalverkeer.

Artikel 59. Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het kapitaalverkeer vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde; of
  • b. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:
  • i. het voorkomen van overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken, of noodzakelijk zijn om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren (faillissement, insolventie en crediteurenbescherming);
  • ii. maatregelen vastgesteld of gehandhaafd ter waarborging van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van een partij;
  • iii. de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, opties, futures of andere derivaten;
  • iv. de financiële verslaglegging of boekhouding van betalingen indien nodig om hulp te bieden in het kader van rechtshandhaving of aan financiële regelgevende autoriteiten; of
  • v. waarborging van naleving van beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures.
Artikel 60. Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot kapitaalverkeer, betalingen of overdrachten

In uitzonderlijke omstandigheden bij ernstige moeilijkheden, of dreigende ernstige moeilijkheden, voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid in geval van de Republiek Kazachstan, of voor de economische en monetaire unie in geval van de Europese Unie, kan de desbetreffende partij voor een periode van ten hoogste één jaar strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen treffen ten aanzien van het kapitaalverkeer, de betalingen of de overdrachten. Een partij die dergelijke maatregelen treft of handhaaft, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van de maatregelen voor.

HOOFDSTUK 7. INTELLECTUELE EIGENDOM

Artikel 61. Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a. het bevorderen van de productie en het in de handel brengen van innovatieve en creatieve producten tussen de partijen; en
  • b. het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

AFDELING 1. BEGINSELEN

Artikel 62. Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen
1.

De partijen herinneren aan hun verplichting om adequate en doeltreffende tenuitvoerlegging te waarborgen van de internationale overeenkomsten inzake intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn, met inbegrip van de WTO-overeenkomst inzake de handelsaspecten van intellectuele eigendom („TRIPs-overeenkomst”). De bepalingen van dit hoofdstuk vormen een aanvulling op en nadere omschrijving van de tussen de partijen geldende rechten en plichten uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst en andere internationale overeenkomsten op het gebied van intellectuele eigendom.

2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst omvat de term „intellectuele eigendom” onder meer alle categorieën intellectuele eigendom die vallen onder de artikelen 65 tot en met 96.

3.

De bescherming van intellectuele eigendom omvat ook de bescherming tegen oneerlijke concurrentie zoals bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (1883), als herzien en gewijzigd („Verdrag van Parijs”).

4.

Dit hoofdstuk belet een partij niet om in haar wetgeving strengere normen inzake de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten toe te passen, mits deze niet strijdig zijn met dit hoofdstuk.

Artikel 63. Overdracht van technologie
1.

De partijen komen overeen standpunten en informatie uit te wisselen over hun wetten en internationale praktijk met betrekking tot de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten die van invloed is op de overdracht van technologie. Dit omvat in het bijzonder uitwisselingen over maatregelen om informatiestromen, zakelijke partnerschappen en vrijwillige licentie- en onderaanbestedingsovereenkomsten te vergemakkelijken. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de voorwaarden die nodig zijn voor het scheppen van een passend gunstig klimaat voor technologieoverdracht in de gastlanden, met inbegrip van kwesties als het interne juridische kader en de ontwikkeling van menselijk kapitaal.

2.

Wanneer maatregelen worden genomen inzake de overdracht van technologie, worden de legitieme belangen van de houders van intellectuele-eigendomsrechten beschermd.

Artikel 64. Uitputting

Elke partij past een regeling voor de interne of regionale17)De term „regionaal” verwijst naar organisaties voor regionale economische integratie die een interne markt voor vrij verkeer van goederen en diensten tot stand brengen. uitputting van intellectuele-eigendomsrechten toe, in overeenstemming met haar interne wetgeving, ten aanzien van auteursrechten en naburige rechten, tekeningen en modellen, en handelsmerken.

AFDELING 2. NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel 65. Geboden bescherming

De partijen nemen de rechten en plichten in acht die zijn neergelegd in de volgende internationale overeenkomsten:

Artikel 66. Auteurs

Elke partij voorziet voor auteurs in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun werken, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
  • b. elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;
  • c. de mededeling van hun werken aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk kunnen zijn.
Artikel 67. Uitvoerend kunstenaars

Elke partij voorziet voor uitvoerend kunstenaars in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de vastlegging18)Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „vastlegging” verstaan de opname van geluid, of van de weergave daarvan, door middel waarvan het geluid kan worden waargenomen, gereproduceerd of medegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen;
  • b. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
  • c. de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitvoeringen, door verkoop of anderszins;
  • d. de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe kunnen hebben;
  • e. de draadloze uitzending en mededeling van hun uitvoeringen aan het publiek, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of op basis van een vastlegging is gemaakt.
Artikel 68. Producenten van fonogrammen

Elke partij voorziet voor producenten van fonogrammen in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun fonogrammen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;
  • b. de distributie onder het publiek, van hun fonogrammen, met inbegrip van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;
  • c. de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe kunnen hebben.
Artikel 69. Omroeporganisaties

Elke partij voorziet voor omroeporganisaties in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a. de vastlegging van hun uitzendingen;
  • b. de reproductie van vastleggingen van hun uitzendingen;
  • c. de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitzendingen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe kunnen hebben; en
  • d. de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsmede de mededeling aan het publiek van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 70. Uitzending en mededeling aan het publiek

Elke partij voorziet in een recht om ervoor te zorgen dat een enkele billijke vergoeding wordt uitgekeerd door de gebruiker, wanneer een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram of reproductie daarvan wordt gebruikt voor draadloze uitzending of voor enigerlei mededeling aan het publiek, en dat die vergoeding wordt verdeeld tussen de desbetreffende uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen. Elke partij kan bij gebreke van overeenstemming tussen uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen bepalen volgens welke voorwaarden deze vergoeding tussen hen wordt verdeeld.

Artikel 71. Duur van de bescherming
1.

Het auteursrecht op een werk van letterkunde of kunst in de zin van artikel 2 van de Berner Conventie geldt gedurende het leven van de auteur en ten minste zeventig jaar na zijn dood.

2.

In geval van een gemeenschappelijk auteursrecht op hetzelfde werk wordt de in lid 1 vastgestelde termijn berekend vanaf de dag van overlijden van de langstlevende auteur.

3.

De rechten van uitvoerend kunstenaars vervallen niet eerder dan vijftig jaar na de datum van de uitvoering. Indien echter binnen deze termijn een vastlegging van de uitvoering op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek is meegedeeld, vervallen de rechten niet eerder dan vijftig jaar na de datum van die eerste publicatie of, ingeval deze eerder valt, de eerste mededeling aan het publiek.

4.

De rechten van producenten van fonogrammen vervallen niet eerder dan vijftig jaar na de vastlegging. Indien het fonogram echter binnen deze termijn op geoorloofde wijze is gepubliceerd, vervallen de rechten niet eerder dan vijftig jaar na de datum van die eerste publicatie. Indien binnen de in de eerste zin bedoelde termijn geen geoorloofde publicatie heeft plaatsgevonden en het fonogram binnen deze termijn op geoorloofde wijze aan het publiek is meegedeeld, vervallen de rechten niet eerder dan vijftig jaar na de datum van de eerste geoorloofde mededeling aan het publiek.

5.

De rechten van omroeporganisaties vervallen niet eerder dan vijftig jaar na de eerste uitzending van een programma, ongeacht of deze uitzending al dan niet draadloos plaatsvindt, uitzendingen per kabel of satelliet daaronder begrepen.

6.

De in dit artikel gestelde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de termijn doet ingaan.

7.

De duur van de bescherming mag langer zijn dan de in dit artikel bepaalde termijn.

Artikel 72. Bescherming van technische voorzieningen
1.

Elke partij voorziet in een passende rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen door een persoon die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij aldus handelt.

2.

Elke partij voorziet in een passende rechtsbescherming tegen de vervaardiging, invoer, distributie, verkoop, verhuur, reclame voor verkoop of verhuur, of het bezit voor commerciële doeleinden van inrichtingen, producten of onderdelen, of het verrichten van diensten die voornamelijk tot doel hebben doeltreffende technische voorzieningen te omzeilen of dit in de hand werken.

3.

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder “technische voorzieningen“ verstaan technologie, toestellen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of ander beschermd materiaal, die niet zijn toegestaan door de houders van een auteursrecht of naburig recht overeenkomstig de interne wetgeving. Technische voorzieningen worden geacht “doeltreffend“ te zijn indien het gebruik van een werk of ander materiaal wordt gecontroleerd door de houders van het recht door de toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocedé zoals encryptie, versluiering of een andere transformatie van het werk of ander materiaal of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming biedt.

Artikel 73. Bescherming van informatie over beheer van rechten
1.

Elke partij voorziet in een passende rechtsbescherming tegen eenieder die op ongeoorloofde wijze een van de volgende handelingen verricht:

  • a. de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten;
  • b. de verspreiding, de invoer ter verspreiding, de uitzending, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling aan het publiek van werken of ander krachtens deze overeenkomst beschermd materiaal, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd,

en die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot een inbreuk op een auteursrecht of naburig recht als bepaald in de interne wetgeving, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „informatie over het beheer van rechten” verstaan alle door een houder van een recht verstrekte informatie die dient ter identificatie van het werk of ander materiaal dat wordt beschermd door auteursrecht of naburige rechten, dan wel van de auteur of een andere houder van een recht, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of ander materiaal, alsook de cijfers of codes waarin die informatie vervat is.

3.

Lid 1 is van toepassing wanneer in lid 2 bedoelde bestanddelen van deze informatie zijn verbonden met een kopie, of kenbaar worden bij de mededeling aan het publiek, van een werk of ander materiaal dat wordt beschermd door auteursrecht of naburige rechten.

Artikel 74. Uitzonderingen en beperkingen
1.

Overeenkomstig de verdragen en internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn, kunnen de partijen alleen in beperkingen of uitzonderingen op de in de artikelen 66 tot en met 70 bedoelde rechten voorzien in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van de werken of ander materiaal en de legitieme belangen van de houders van rechten niet op onredelijke wijze schaden.

2.

Elke partij voorziet erin dat tijdelijke reproductiehandelingen als bedoeld in de artikelen 66 tot en met 70, die van voorbijgaande of incidentele aard zijn, die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procedé en die worden toegepast met als enig doel:

  • a). de doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon, of
  • b). een recthmatig gebruik

van een werk of ander materiaal mogelijk te maken, en die geen zelfstandige economische waarde bezitten, van het in de artikelen 66 tot en met 69 bedoelde reproductierecht zijn uitgezonderd.

Artikel 75. Volgrecht

Elke partij stelt ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk die onderdaan is van de andere partij en ten behoeve van diens rechtverkrijgende, een volgrecht in, dat wordt omschreven als een onvervreemdbaar recht waarvan geen afstand kan worden gedaan, zelfs niet op voorhand, om telkens wanneer het kunstwerk na de eerste overdracht door de auteur wordt doorverkocht, een op de verkoopprijs berekend recht te ontvangen. De drempels en tarieven voor dergelijke royalty’s worden vastgesteld overeenkomstig de interne wetgeving van de partij waar de doorverkoop plaatsvindt19)Een partij kan in zijn interne wetgeving het volgrecht beperken tot doorverkoop waarbij kunsthandelaars zijn betrokken..

Artikel 76. Samenwerking bij collectief beheer van rechten

De partijen nemen de hun redelijkerwijs ter beschikking staande maatregelen ter bevordering van afspraken tussen hun respectieve collectieve beheersverenigingen teneinde de toegang tot en de levering van werken en ander beschermd materiaal tussen de grondgebieden van de partijen te vergemakkelijken en de wederzijdse overdracht van royalty’s voor het gebruik daarvan te waarborgen. De partijen nemen ook de hun redelijkerwijs ter beschikking staande maatregelen om een hoog niveau van rationalisatie en transparantie te bereiken met betrekking tot de uitvoering van de taken van hun respectieve collectieve beheersverenigingen.

HANDELSMERKEN

Artikel 77. Internationale overeenkomsten

De partijen:

Artikel 78. Registratieprocedure
1.

Elke partij zorgt voor een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij de definitieve beslissingen van de desbetreffende handelsmerkinstantie schriftelijk aan de aanvrager worden meegedeeld en naar behoren worden gemotiveerd; de aanvrager heeft de mogelijkheid die beslissingen voor de bevoegde handelsmerkinstantie te betwisten en beroep in te stellen bij een rechtbank.

2.

Elke partij voorziet in de mogelijkheid voor houders van rechten om zich tegen aanvragen of registraties van handelsmerken te verzetten. Een dergelijke verzetprocedure is contradictoir.

3.

Elke partij voorziet in een openbaar toegankelijke, elektronische gegevensbank van merkregistraties.

Artikel 79. Bekende handelsmerken

De partijen werken samen met het oog op de effectieve bescherming van bekende handelsmerken, als bedoeld in artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en artikel 16, leden 2 en 3, van de TRIPs-overeenkomst.

Artikel 80. Uitzonderingen op rechten verbonden aan handelsmerk

Elke partij voorziet in beperkte uitzonderingen op de aan een handelsmerk verbonden rechten, zoals het eerlijk gebruik van beschrijvende termen, het gebruik van geografische aanduidingen of andere beperkte uitzonderingen waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel 81. Definitie

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden onder „geografische aanduidingen” verstaan aanduidingen die aangeven dat goederen hun oorsprong hebben op het grondgebied van een partij, of een regio of plaats op dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van de goederen wezenlijk valt toe te schrijven aan zijn geografische oorsprong.

Artikel 82. Beginselen inzake de bescherming van geografische aanduidingen
1.

Elke partij waarborgt passende bescherming voor onbepaalde tijd van geografische aanduidingen, door middel van een sui generis beschermingssysteem overeenkomstig de interne wetgeving, zo lang als de geografische aanduiding wettelijke bescherming geniet in het land van oorsprong.

2.

Daartoe wordt werken de partijen samen op het gebied van geografische aanduidingen op grond van dit artikel, dat een aanvulling vormt op de minimumnormen die zijn vastgesteld in de desbetreffende bepalingen van de TRIPs-overeenkomst.

3.

Elke partij waarborgt dat haar systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen open staat voor de registratie van geografische aanduidingen van de andere partij. Elke partij voorziet in een openbaar toegankelijke, elektronische gegevensbank van geografische aanduidingen.

4.

Met betrekking tot geografische aanduidingen die worden beschermd op het grondgebied van een partij, verbiedt en belet elke partij:

  • a. direct of indirect commercieel gebruik van een beschermde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, wanneer:
  • i. die producten vergelijkbaar zijn met de producten die vallen onder de beschermde geografische aanduiding, of
  • ii. dit gebruik de reputatie van de geografische aanduiding exploiteert;
  • b. wederrechtelijk, imiterend of suggestief gebruik van een beschermde benaming, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van het product wordt vermeld of wanneer de beschermde benaming in vertaling, in een andere spelling of in een ander schrift wordt gebruikt of vergezeld gaat van een formulering waarin een uitdrukking als „soort”, „type”, „methode” „zoals geproduceerd in”, „-achtig”, „imitatie” en dergelijke voorkomt;
  • c. elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking, reclamemateriaal of documenten voor het betrokken product, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product; en
  • d. elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
5.

De partijen handhaven de in de artikelen 81 tot en met 83 van deze overeenkomst bedoelde bescherming, ook op verzoek van een belanghebbende partij, door passende bestuursrechtelijke maatregelen overeenkomstig de interne wetgeving te nemen.

6.

Elke partij zorgt ervoor dat een beschermde geografische aanduiding mag worden gebruikt door iedere marktdeelnemer die een product in de handel brengt dat aan de desbetreffende productspecificatie voldoet.

7.

Elke partij zorgt ervoor dat overeenkomstig interne wetgeving beschermde benamingen geen soortnamen worden.

8.

De partijen zijn niet verplicht een geografische aanduiding te registreren wanneer registratie de consument gezien de reputatie of bekendheid van een merk kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.

9.

Onverminderd dit artikel beschermt elke partij geografische aanduidingen ook wanneer er een ouder handelsmerk bestaat. Een „ouder handelsmerk” is een handelsmerk dat in een van de situaties als bedoeld in lid 4 is gebruikt, en dat vóór de datum waarop de aanvraag voor registratie van de geografische aanduiding wordt ingediend bij de bevoegde instantie, is aangevraagd of geregistreerd of waarvoor, mits de betrokken wetgeving in deze mogelijkheid voorziet, rechten zijn verworven door gebruik. Een dergelijk ouder handelsmerk mag verder worden gebruikt en vernieuwd, niettegenstaande de bescherming van de geografische aanduiding, mits er geen redenen zijn voor nietig- of vervallenverklaring op grond van de handelsmerkwetgeving van de partij waar het merk is geregistreerd of wordt gebruikt.

Artikel 83. Onderhandelingen

Ten laatste zeven jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, vangen de partijen onderhandelingen aan met het oog op het sluiten van een overeenkomst inzake de bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied.

TEKENINGEN EN MODELLEN

Artikel 84. Internationale overeenkomsten

De Europese Unie herhaalt haar verbintenis inzake de Akte van Genève bij de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid van 1999. De Republiek Kazachstan levert, binnen redelijke grenzen, inspanningen om hiertoe toe te treden.

Artikel 85. Voorwaarden voor de bescherming van geregistreerde tekeningen en modellen
1.

Elke partij voorziet in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde tekeningen en modellen die nieuw en oorspronkelijk zijn. Deze bescherming wordt verleend door registratie, die de houder van een geregistreerde tekening of een geregistreerd model een uitsluitend recht verleent overeenkomstig de interne wetgeving. Voor de toepassing van dit artikel kan een partij een tekening die of model dat een eigen karakter heeft, als oorspronkelijk beschouwen.

2.

Een tekening die of model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, wordt slechts geacht nieuw te zijn en een eigen karakter te hebben:

  • a. voor zover het onderdeel, wanneer het in het samengestelde voortbrengsel is verwerkt, bij normaal gebruik van dit laatste, met uitzondering van onderhoud, service of reparatie, zichtbaar blijft, en
  • b. voor zover deze zichtbare kenmerken van het onderdeel als zodanig aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter voldoen.
Artikel 86. Door registratie verkregen rechten

De houder van een geregistreerde tekening of een geregistreerd model heeft het exclusieve recht om het te gebruiken en om derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, onder meer te beletten een artikel dat de beschermde tekening of het beschermde model uiterlijk vertoont of waarin dit is verwerkt, te vervaardigen, op de markt aan te bieden, te verkopen, in of uit te voeren, op voorraad te hebben of te gebruiken wanneer deze handelingen voor commerciële doeleinden worden verricht.

Artikel 87. Bescherming van niet-geregistreerde tekeningen en modellen

Ten laatste zeven jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, voorziet de Republiek Kazachstan in wettelijke bescherming tegen het kopiëren van niet-geregistreerde tekeningen en modellen, op voorwaarde dat de Europese Unie ten laatste twee jaar voor het einde van deze periode van zeven jaar passende opleiding heeft verstrekt aan de bevoegde instanties, organisaties en magistraten.

Artikel 88. Duur van de bescherming

De duur van de bescherming die wordt geboden na de datum waarop een aanvraag is ingediend, bedraagt ten minste tien jaar. Elke partij kan erin voorzien dat de houder de duur van de bescherming kan laten verlengen voor een of meer termijnen van vijf jaar, tot een maximale duur van de bescherming zoals in de interne wetgeving vastgesteld.

Artikel 89. Uitzonderingen
1.

Elke partij kan beperkte uitzonderingen op de bescherming van tekeningen en modellen vaststellen, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde tekeningen en modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van de beschermde tekening of het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.

2.

De bescherming van tekeningen en modellen strekt zich niet uit tot uiterlijke kenmerken van een product die uitsluitend door de technische functie worden bepaald, noch tot uiterlijke kenmerken van een product die noodzakelijk zijn om de interoperabiliteit met een ander product te waarborgen20)In de Europese Unie is deze bepaling niet van toepassing op modulaire producten..

3.

Een tekening die of model dat met de openbare orde of de goede zeden strijdig is, is niet vatbaar voor bescherming door een tekening- of modelrecht.

Artikel 90. Verband met auteursrecht

Tekeningen of modellen die door een tekening- of modelrecht worden beschermd en in een partij zijn geregistreerd, kunnen vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens de auteursrechtwetgeving van die partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, wordt door elke partij vastgesteld.

OCTROOIEN

Artikel 91. Internationale overeenkomsten

Elke partij stelt, binnen redelijke grenzen, alles in het werk om te voldoen aan de artikelen 1 tot en met 16 van het Verdrag inzake octrooirecht.

Artikel 92. Octrooien en volksgezondheid
1.

De partijen erkennen het belang van de Verklaring van de ministeriële conferentie van de WTO inzake de TRIPs-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 werd aangenomen. Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en plichten uit hoofde van dit hoofdstuk waarborgt elke partij de consistentie met deze verklaring.

2.

Elke partij neemt het Besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de in lid 1 bedoelde Verklaring in acht.

Artikel 93. Aanvullend beschermingscertificaat
1.

De partijen erkennen dat geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen die op hun respectieve grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een administratieve vergunningsprocedure kunnen worden onderworpen voordat zij in de handel mogen worden gebracht. Zij erkennen dat de termijn tussen de indiening van de octrooiaanvraag en de eerste vergunning om het product in de handel te brengen, zoals voor dat doel door de interne wetgeving omschreven, de termijn van daadwerkelijke bescherming uit hoofde van het octrooi kan bekorten.

2.

Elke partij zorgt voor een verdere periode van bescherming voor geneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen die door een octrooi worden beschermd en die aan een administratieve vergunningsprocedure waren onderworpen, waarbij die periode gelijk moet zijn aan de in lid 1, tweede volzin, bedoelde periode, verminderd met vijf jaar.

3.

Onverminderd lid 2 mag de duur van de verdere periode van bescherming niet meer dan vijf jaar bedragen.

Artikel 94. Bescherming van gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product21)In dit hoofdstuk wordt wat betreft de Europese Unie onder een „farmaceutisch product” verstaan een geneesmiddel volgens de definitie van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik.
1.

Elke partij voert een alomvattend systeem in om te garanderen dat gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product, vertrouwelijk worden behandeld en niet openbaar worden gemaakt, en dat de exclusiviteit ervan wordt gewaarborgd.

2.

Elke partij waarborgt dat informatie die is ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product, als bedoeld in artikel 39, lid 3, van de TRIPs-overeenkomst, niet wordt meegedeeld aan derden en bescherming geniet tegen oneerlijk commercieel gebruik gedurende ten minste zes jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de vergunning voor het in de handel brengen in een partij is verleend.

Hiertoe geldt het volgende:

  • a. gedurende een periode van ten minste zes jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de vergunning voor het in de handel brengen is verleend, wordt geen andere, publieke of particuliere persoon of entiteit dan de persoon of entiteit die de vertrouwelijke informatie heeft ingediend, toegestaan zich, ter onderbouwing van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product, direct of indirect op deze gegevens te beroepen zonder dat de persoon of entiteit die de gegevens heeft ingediend, hiermee uitdrukkelijk heeft ingestemd;
  • b. gedurende een periode van ten minste zes jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de vergunning voor het in de handel brengen is verleend, worden latere aanvragen voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product niet gehonoreerd, tenzij de latere aanvrager zijn eigen gegevens indient, dan wel gegevens die worden gebruikt met instemming van de houder van de eerste vergunning, die voldoen aan dezelfde vereisten als bij de eerste vergunning. Producten die gedurende deze periode van zes jaar zijn geregistreerd zonder dat deze gegevens zijn ingediend, worden uit de handel genomen totdat aan de vereisten is voldaan.
Artikel 95. Gegevensbescherming met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen en voorschriften om herhaling van proeven te voorkomen
1.

De partijen stellen veiligheids- en werkzaamheidsvereisten vast voordat zij vergunning verlenen voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen.

2.

Elke partij kent een tijdelijk gegevensbeschermingsrecht toe aan de eigenaar van een test- of studieverslag dat voor het eerst is ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel.

Gedurende de periode waarin het gegevensbeschermingsrecht geldig is, wordt het test- of studieverslag niet gebruikt ten behoeve van een andere persoon die een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel tracht te verkrijgen, tenzij de eigenaar hiermee uitdrukkelijk instemt. Dit recht wordt hierna „gegevensbescherming” genoemd.

3.

Het test-of studieverslag is:

  • a. nodig voor de vergunning of een wijziging van de vergunning om toepassing op een ander gewas mogelijk te maken; en
  • b. is in overeenstemming verklaard met de beginselen van goede laboratoriumpraktijken of goede experimentele praktijken.
4.

De gegevensbescherming voor gewasbeschermingsmiddelen geldt voor een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van de eerste vergunning in de desbetreffende partij. Elke partij mag een langere termijn toestaan om vergunningen voor bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico of beperkte toepassingen aan te moedigen.

5.

Een test of studie wordt eveneens beschermd wanneer deze voor de verlenging of de herziening van een vergunning noodzakelijk was.

6.

De partijen stellen voorschriften vast om herhaling van proeven op gewervelde dieren te voorkomen. Aanvragers die testen en studies met gewervelde dieren willen uitvoeren, nemen de maatregelen die nodig zijn om na te gaan of die testen en studies niet reeds zijn uitgevoerd of aangevangen.

7.

De aspirant-aanvrager en de houder of houders van de relevante vergunningen doen al het mogelijke om tests en studies waarbij gewervelde dieren betrokken zijn, te delen. De kosten van het delen van test- en studieverslagen worden op een billijke, transparante en niet-discriminerende wijze vastgesteld. De aspirant-aanvrager is alleen verplicht deel te nemen in de kosten voor informatie die moet worden ingediend om aan de vergunningseisen te voldoen.

8.

Wanneer de aspirant-aanvrager en de houder of houders van de desbetreffende vergunningen voor gewasbeschermingsmiddelen niet tot overeenstemming kunnen komen over het delen van de verslagen van testen en studies met gewervelde dieren, stelt hij de bevoegde autoriteit van de desbetreffende partij hiervan in kennis.

9.

Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt over het delen van de verslagen van testen en studies met gewervelde dieren, weerhoudt dat de bevoegde autoriteit van de desbetreffende partij er niet van die test- en studieverslagen voor de aanvraag door de aspirant-aanvrager te gebruiken.

De houder of houders van de betrokken vergunning heeft of hebben een vordering op de aspirant-aanvrager voor een billijke deelname in de kosten. De desbetreffende partij kan de betrokken partijen opdragen de zaak op te lossen door middel van formele en bindende arbitrage overeenkomstig het interne recht.

Artikel 96. Kwekersrechten

De Europese Unie herhaalt haar verbintenis inzake het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (“het UPOV-verdrag”); de Republiek Kazachstan levert, binnen redelijke grenzen, inspanningen om hiertoe toe te treden.

AFDELING 3. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel 97. Algemene verplichtingen
1.

De partijen herhalen hun verbintenissen in het kader van de TRIPs-overeenkomst, in het bijzonder deel III daarvan, en nemen de in deze afdeling beschreven aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, die nodig zijn om te zorgen voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten22)Voor de toepassing van de artikelen 98 tot en met 110 worden onder het begrip „intellectuele-eigendomsrechten” ten minste de volgende rechten verstaan: auteursrecht; naburige rechten; sui generis rechten van de samensteller van een databank; rechten van de ontwerper van topografieën van halfgeleiderproducten; rechten op handelsmerken; rechten inzake tekeningen en modellen; octrooirechten, met inbegrip van rechten die voortvloeien uit aanvullende beschermingscertificaten; geografische aanduidingen; rechten op gebruiksmodellen; kwekersrechten en handelsnamen voor zover deze beschermd worden als exclusieve rechten in de interne wetgeving..

2.

Deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen zijn eerlijk en billijk, mogen niet onnodig ingewikkeld of kostbaar zijn en mogen geen onredelijke termijnen inhouden of nodeloze vertragingen inhouden. Zij zijn ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en worden zodanig toegepast dat het scheppen van belemmeringen voor rechtmatig handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik ervan.

Artikel 98. Gerechtigde aanvragers

Elke partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de interne wetgeving;
  • b. alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de interne wetgeving;
  • c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de interne wetgeving;
  • d. beroepsorganisaties of personen die erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de interne wetgeving.
Artikel 99. Bewijsstukken
1.

Wanneer een partij redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van haar beweringen, en bij de onderbouwing van haar stellingen bewijsmateriaal heeft gespecificeerd dat zich in de macht van de tegenpartij bevindt, zijn de rechterlijke instanties van de partijen bevoegd te gelasten dat de tegenpartij dit bewijs overlegt, mits de bescherming van vertrouwelijke gegevens wordt gewaarborgd.

2.

Onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden treft elke partij de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, in voorkomend geval op verzoek overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel 100. Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal
1.

Elke partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, al voordat een bodemprocedure is begonnen, op verzoek van de houder van een recht die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van zijn beweringen dat er inbreuk op zijn intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

2.

Tot deze maatregelen kunnen behoren de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de inbreuk makende goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie en/of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten. Die maatregelen worden met name genomen, zo nodig zonder dat de tegenpartij wordt gehoord, wanneer het aannemelijk is dat uitstel de houder van het recht onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.

Artikel 101. Recht op informatie
1.

Elke partij draagt er zorg voor dat de bevoegde rechterlijke instanties in het kader van procedures inzake inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht naar aanleiding van een met redenen omkleed en evenredig verzoek van de eiser kunnen gelasten dat informatie over de oorsprong en het distributienetwerk van de goederen of diensten die inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht maken, wordt verstrekt door de inbreukmaker en/of iedere andere persoon die:

  • a. de inbreuk makende goederen op commerciële schaal in zijn bezit bleek te hebben;
  • b. de inbreuk makende diensten op commerciële schaal bleek te gebruiken;
  • c. op commerciële schaal diensten bleek te verlenen die bij inbreuk makende activiteiten worden gebruikt; of
  • d. door een onder a), b) of c), van dit lid bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten.
2.

De in lid 1 bedoelde informatie omvat, naargelang van het geval:

  • a. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren;
  • b. informatie over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, alsmede over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.
3.

De leden 1 en 2 gelden onverminderd andere wettelijke bepalingen waarbij:

  • a. de houder van het recht ruimere rechten op informatie worden toegekend;
  • b. het gebruik van de krachtens dit artikel meegedeelde informatie in civiele of strafzaken wordt geregeld;
  • c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;
  • d. in de mogelijkheid wordt voorzien om te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zouden dwingen deelname door hemzelf of door naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven; of
  • e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.
Artikel 102. Voorlopige en conservatoire maatregelen
1.

Elke partij ziet erop toe dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen tegen de vermeende inbreukmaker dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien de interne wetgeving hierin voorziet op straffe van een dwangsom, tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat recht te verbieden, dan wel om aan deze voortzetting de voorwaarde te verbinden dat zekerheid wordt gesteld teneinde de schadeloosstelling van de houder van het recht te waarborgen. Onder dezelfde voorwaarden en in overeenstemming met de interne wetgeving kan een voorlopig bevel ook worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht.

2.

Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagneming of afgifte te kunnen gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.

3.

Elke partij zorgt ervoor dat, in geval van inbreuk op commerciële schaal en indien de indiener van het verzoek omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, de rechterlijke instanties in overeenstemming met de interne wetgeving kunnen overgaan tot conservatoir beslag op of verbeurdverklaring van de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn bankrekeningen en andere tegoeden. Met het oog daarop kunnen de rechterlijke instanties overlegging van bancaire, financiële of commerciële documenten of passende toegang tot de desbetreffende informatie gelasten.

Artikel 103. Corrigerende maatregelen
1.

Elke partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de houder van het betrokken recht wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de terugroeping, de definitieve onttrekking aan het handelsverkeer of de vernietiging kunnen gelasten van de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht maken. In voorkomend geval kunnen de bevoegde rechterlijke instanties ook de vernietiging gelasten van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk zijn gebruikt voor het ontwerpen of vervaardigen van die goederen.

2.

De rechterlijke instanties van de partijen kunnen gelasten dat deze maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen worden ingeroepen die dit beletten.

Artikel 104. Rechterlijke bevelen

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer de interne wetgeving daarin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in deze in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het bevel opgelegd. Elke partij ziet er eveneens op toe dat houders van een recht kunnen verzoeken om een rechterlijk bevel tegen tussenpersonen waarvan diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te maken.

Artikel 105. Alternatieve maatregelen

Elke partij kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in de artikelen 103 en/of 104 vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van de artikelen 103 en/of 104 niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.

Artikel 106. Schadevergoeding
1.

Elke partij ziet erop toe dat wanneer de rechterlijke autoriteiten een schadevergoeding vaststellen:

  • a. rekening wordt gehouden met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in voorkomend geval, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden; of
  • b. zij deze in voorkomend geval kunnen vaststellen als een eenmalige vergoeding, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty’s of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken.
2.

Elke partij kan erin voorzien dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van schadevergoeding, die vooraf kan zijn vastgesteld, aan de benadeelde partij kunnen gelasten indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk maakte.

Artikel 107. Gerechtskosten

Elke partij draagt er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de in het ongelijk gestelde partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel 108. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

Elke partij draagt er zorg voor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van bekendmaking en de volledige of gedeeltelijke publicatie van de uitspraak.

Artikel 109. Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

Voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen volstaat het voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, dat zijn/haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, behoudens tegenbewijs. Dit geldt mutatis mutandis voor houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.

Artikel 110. Administratieve procedures

Voor zover een civiel corrigerende maatregel kan worden gelast als gevolg van een administratieve bodemprocedure, is deze procedure in overeenstemming met de beginselen die in wezen gelijkwaardig zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in de relevante bepalingen van deze afdeling.

Artikel 111. Maatregelen aan de grens
1.

Bij de tenuitvoerlegging van maatregelen aan de grens in verband met de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten zorgt elke partij voor naleving van de verplichtingen in het kader van de GATT 1994 en de TRIPs-overeenkomst.

2.

Om de bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten op het douanegebied van elke partij te waarborgen, stellen de douaneautoriteiten binnen de grenzen van hun bevoegdheid een reeks methoden vast om zendingen te identificeren die goederen bevatten waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, overeenkomstig de leden 3 en 4. Tot deze methoden behoren risicoanalysetechnieken die onder andere zijn gebaseerd op door de houder van een recht verstrekte informatie, verzamelde informatie en vrachtinspecties.

3.

De douaneautoriteiten kunnen op verzoek van de houder van een recht maatregelen nemen om goederen onder douanetoezicht waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een handelsmerk, een auteursrecht of naburig recht of een geografische aanduiding, in bewaring te houden of het in het vrije verkeer brengen ervan op te schorten.

4.

Gedurende niet meer dan drie jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, kunnen de douaneautoriteiten van de Republiek Kazachstan op verzoek van de houder van een recht maatregelen nemen om goederen onder douanetoezicht waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een octrooi, een gebruiksmodel, een tekening of model van nijverheid, topografie van geïntegreerde schakeling of een kwekersrecht, in bewaring te houden of het in het vrije verkeer brengen ervan op te schorten, op voorwaarde dat de Europese Unie voor het einde van het tweede jaar van deze periode van drie jaar passende opleiding heeft verstrekt aan vertegenwoordigers van de bevoegde instanties, zoals de douane, het openbaar ministerie, het gerecht en andere diensten, waar nodig.

5.

De douaneautoriteiten kunnen op eigen initiatief goederen onder douanetoezicht waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een handelsmerk, een auteursrecht of naburig recht of een geografische aanduiding, in bewaring houden of het in het vrije verkeer brengen ervan opschorten.

6.

Gedurende vijf jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, kunnen de douaneautoriteiten van de Republiek Kazachstan op eigen initiatief goederen onder douanetoezicht waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een octrooi, een gebruiksmodel, een tekening of model van nijverheid, topografie van geïntegreerde schakeling of een kwekersrecht, in bewaring houden of het in het vrije verkeer brengen ervan opschorten, op voorwaarde dat de Europese Unie ten laatste twee jaar voor het einde van deze periode van vijf jaar passende opleiding heeft verstrekt aan vertegenwoordigers van de bevoegde instanties, zoals de douane, het openbaar ministerie, het gerecht en andere diensten, waar nodig.

7.

Niettegenstaande de leden 3 tot en met 6 bestaat er geen verplichting om de genoemde maatregelen van inbewaringhouding of opschorting toe te passen op de invoer van goederen die door de rechthebbende of met diens toestemming in een ander land in de handel zijn gebracht.

8.

De partijen komen overeen effectief uitvoering te geven aan artikel 69 van de TRIPs-overeenkomst met betrekking tot de internationale handel in goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten. Daartoe zijn de partijen bereid binnen hun respectieve douanediensten een contactpunt aan te duiden om de samenwerking te vergemakkelijken en elkaar hiervan in kennis te stellen. Dergelijke samenwerking kan de uitwisseling omvatten van informatie over mechanismen om informatie te verzamelen van de houders van rechten, over goede praktijken en ervaringen op het gebied van risicobeheerstrategieën, alsmede van informatie over methoden om zendingen te identificeren waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk makende goederen bevatten.

9.

De douanediensten van een partij zij bereid op verzoek van de andere partij of op eigen initiatief samen te werken teneinde beschikbare relevante informatie te verstrekken aan de douanediensten van de andere partij, met name met betrekking tot goederen in doorvoer over het grondgebied van de ene partij die afkomstig zijn uit of bestemd zijn voor de andere partij.

10.

Onverminderd andere vormen van samenwerking, is het Protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken van toepassing met betrekking tot de leden 8 en 9 wat betreft schendingen van de douanewetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten.

11.

Onverminderd de bevoegdheden van de Samenwerkingsraad zorgt het in artikel 25, lid 3, bedoelde subcomité inzake douanesamenwerking voor de goede werking en uitvoering van dit artikel. Het subcomité inzake douanesamenwerking bepaalt de prioriteiten en stelt passende procedures in voor samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen.

AFDELING 4. AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel 112. Gebruik van diensten van intermediairs

De partijen erkennen dat de diensten van intermediairs door derden voor inbreuk makende activiteiten kunnen worden gebruikt. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en terzelfder tijd intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving te handhaven, voorziet elke partij in de in deze afdeling genoemde maatregelen met betrekking tot aanbieders van intermediaire diensten, wanneer deze op generlei wijze betrokken zijn bij de doorgegeven informatie.

Artikel 113. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat deze aanbieder:

  • a. niet het initiatief tot doorgifte neemt;
  • b. de ontvanger van de doorgegeven informatie niet selecteert; en
  • c. de doorgegeven informatie niet selecteert of wijzigt.
2.

Het doorgeven van informatie en het verschaffen van toegang in de zin van lid 1 omvatten de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van de doorgegeven informatie, voor zover deze uitsluitend dient om de doorgifte in het communicatienetwerk te bewerkstelligen en niet langer duurt dan redelijkerwijs voor die doorgifte nodig is.

3.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een rechtbank of administratieve instantie om in overeenstemming met de interne wetgeving te verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of voorkomt.

Artikel 114. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van die informatie, wanneer deze opslag enkel geschiedt om latere doorgifte van die informatie aan andere afnemers van de dienst op hun verzoek doeltreffender te maken, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. de informatie niet wijzigt;
  • b. de toegangsvoorwaarden voor de informatie in acht neemt;
  • c. de alom erkende en in de bedrijfstak gangbare regels betreffende de bijwerking van de informatie naleeft;
  • d. niets wijzigt aan het alom erkende en in de bedrijfstak gangbare rechtmatige gebruik van technologie voor het verkrijgen van gegevens over het gebruik van de informatie; en
  • e. prompt handelt om de door hem opgeslagen informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken, zodra hij er daadwerkelijk kennis van heeft dat de informatie verwijderd werd van de plaats waar zij zich oorspronkelijk in het net bevond of de toegang ertoe onmogelijk werd gemaakt, of dat een rechtbank of administratieve instantie heeft gelast de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
2.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een rechtbank of administratieve instantie om in overeenstemming met de interne wetgeving te verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of voorkomt.

Artikel 115. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de op verzoek van een afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. niet daadwerkelijk kennis heeft van onwettige activiteit of informatie en, wanneer het een schadevergoedingsvordering betreft, geen besef krijgt van feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteit of informatie duidelijk blijkt; of
  • b. zodra hij van de onder a) bedoelde informatie kennis heeft of van de onder a) bedoelde feiten of omstandigheden besef krijgt, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken.
2.

Lid 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de aanbieder van de dienst handelt.

3.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor een rechtbank of administratieve instantie om in overeenstemming met de interne wetgeving te verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of voorkomt; het doet evenmin afbreuk aan de mogelijkheid voor een partij om procedures vast te stellen om informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken.

Artikel 116. Geen algemene toezichtverplichting
1.

De partijen leggen aanbieders van diensten geen algemene verplichting op om bij het aanbieden van de in de artikelen 113 tot en met 115 bedoelde diensten toezicht te houden op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te gaan zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden.

2.

Een partij kan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij verplichten om de bevoegde overheidsautoriteiten onverwijld in kennis te stellen van vermeende onwettige activiteiten of informatie van de afnemers van hun dienst. Een partij kan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij eveneens verplichten om de bevoegde autoriteiten op hun verzoek informatie te verstrekken die kan dienen tot het achterhalen van afnemers van hun dienst waarmee zij een opslagovereenkomst hebben.

Artikel 117. Toepassing van de artikelen 112 tot en met 116

De Republiek Kazachstan legt de in de artikelen 112 tot en met 116 bedoelde verplichtingen binnen vijf jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt volledig ten uitvoer.

Artikel 118. Samenwerking
1.

De partijen stimuleren de ontwikkeling van samenwerking tussen handels- of beroepsverenigingen of -organisaties die gericht is op bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.

2.

De partijen komen overeen samen te werken ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de in het kader van dit hoofdstuk aangegane verplichtingen. De samenwerking heeft betrekking op, maar is niet beperkt tot de volgende activiteiten:

  • a. uitwisseling van informatie over de respectievelijke rechtskaders met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten en de regels inzake de bescherming en handhaving daarvan, en uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de voortgang op wetgevingsgebied op die terreinen;
  • b. uitwisseling van ervaring over de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;
  • c. uitwisseling van ervaring over bescherming en handhaving tussen de douane, de politie, administratieve en gerechtelijke instanties en belanghebbende organisaties, en coördinatie ter voorkoming van de uitvoer van nagemaakte goederen;
  • d. capaciteitsopbouw; en
  • e. bevordering en verspreiding van informatie en kennis over intellectuele-eigendomsrechten, onder meer bij het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld, en bevordering van bewustzijn en kennis bij consumenten en houders van een recht.

HOOFDSTUK 8. OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel 119. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „handelsgoederen of -diensten”: goederen of diensten die in de regel op de markt worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangekocht door, niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;
  • b. „constructiedienst”: een dienst die gericht is op de uitvoering, ongeacht op welke wijze, van bouwwerkzaamheden of civieltechnische werken, gebaseerd op afdeling 51 van de voorlopige centrale productenclassificatie („CPCprov”) van de Verenigde Naties;
  • c. „dag”: kalenderdag;
  • d. „elektronische veiling”: een zich herhalend proces met elektronische middelen voor de presentatie van nieuwe, verlaagde prijzen, en/of van nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de inschrijvingen, dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen en dat hun rangschikking op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt. Dit proces mag derhalve niet worden aangewend voor de aanbesteding van bepaalde werken of diensten voor intellectuele prestaties, zoals het ontwerpen van bouwwerken;
  • e. „schriftelijk”: elke informatie-eenheid die uitgedrukt is in woorden of cijfers en die kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens doorgegeven. De term „schriftelijk”kan ook betrekking hebben op elektronisch verzonden en opgeslagen informatie;
  • f. „onderhandse aanbesteding”: een procedure waarbij de aanbestedende dienst contact zoekt met de leverancier of leveranciers van zijn keuze;
  • g. „maatregel”: een wet, voorschrift, procedure, administratieve richtsnoer of praktijk, dan wel een handeling van een aanbestedende dienst, betreffende een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht;
  • h. „lijst voor veelvuldig gebruik”: een door een aanbestedende dienst opgestelde lijst van leveranciers die voldoen aan de voorwaarden voor deelname aan die lijst, waarvan de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te zullen maken;
  • i. „bericht van aanbesteding”: bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, zich in te schrijven of beide;
  • j. „openbare aanbesteding”: een aanbestedingsprocedure waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
  • k. „persoon”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
  • l. „aanbestedende dienst”: een entiteit die onder de delen 1 tot en met 3 van bijlage III bij deze overeenkomst valt;
  • m. „erkende leverancier”: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;
  • n. „aanbesteding met voorafgaande selectie”: een aanbestedingsprocedure waarbij slechts erkende leveranciers door de aanbestedende dienst tot inschrijven worden uitgenodigd;
  • o. „diensten”: omvat constructiediensten, tenzij anders bepaald;
  • p. „norm”: een door een erkend orgaan goedgekeurd document dat bepaalde voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtlijnen of kenmerken van producten of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is. Het kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, proces of productiemethode;
  • q. „leverancier”: een persoon of groep personen die goederen of diensten levert of kan leveren;
  • r. „technische specificatie”: een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:
  • i. de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, dan wel de processen of methoden voor productie of levering; of
  • ii. terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product of dienst, worden omschreven.
Artikel 120. Reikwijdte en toepassingsgebied
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle maatregelen inzake de onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten, ongeacht of deze geheel of gedeeltelijk via elektronische weg worden uitgevoerd.

2.

De „onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten” betreffen de aanschaf voor overheidsdoeleinden:

  • a. van goederen, diensten of een combinatie daarvan:
  • i. zoals gespecificeerd in bijlage III bij deze overeenkomst; en
  • ii. die niet worden aangeschaft met het oog op commerciële verkoop of wederverkoop of voor gebruik bij de productie of levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop of wederverkoop;
  • b. door middel van een contract, waaronder aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
  • c. met op het moment van publicatie van de aanbesteding overeenkomstig artikel 124 een waarde die gelijk is aan of hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde die in bijlage III bij deze overeenkomst is gespecificeerd;
  • d. door een aanbestedende dienst; en
  • e. die niet anderszins van het toepassingsgebied van lid 3 of bijlage III bij deze overeenkomst is uitgesloten.

Als de waarde van een opdracht onzeker is, wordt deze geraamd volgens de leden 6 tot en met 8.

3.

Tenzij anders bepaald in bijlage III bij deze overeenkomst, is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

  • a. de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of de rechten daarop;
  • b. niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van bijstand die een partij verleent, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen;
  • c. de aanschaf of verwerving van belastingadviesdiensten of bewaardiensten, vereffenings- en managementdiensten voor gereglementeerde financiële instellingen of van diensten in verband met de verkoop, aflossing en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, bankbiljetten en andere effecten;
  • d. arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid;
  • e. opdrachten die worden aanbesteed:
  • i. met het specifieke doel internationale bijstand, met inbegrip van ontwikkelingshulp, te verlenen;
  • ii. in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten of betreffende de gezamenlijke uitvoering van een project door de ondertekenende landen; of
  • iii. in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale organisatie, of gefinancierd door een internationale subsidie, lening of andere vorm van steun, wanneer die procedure of voorwaarde niet in overeenstemming is met dit hoofdstuk.
4.

In bijlage III bij deze overeenkomst wordt voor elke partij de volgende informatie gespecificeerd:

  • a. in deel 1: de entiteiten van de centrale overheid waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;
  • b. in deel 2: de entiteiten van de subcentrale overheid waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;
  • c. in deel 3: alle overige entiteiten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen;
  • d. in deel 4: de goederen die onder deze titel vallen;
  • e. in deel 5: de diensten, andere dan constructiediensten, die onder dit hoofdstuk vallen;
  • f. in deel 6: de constructiediensten die onder dit hoofdstuk vallen; en
  • g. in deel 7: algemene aantekeningen.
5.

Indien een aanbestedende dienst, in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht, van niet in bijlage III genoemde personen verlangt dat zij opdrachten aanbesteden met inachtneming van bijzondere voorschriften, dan is artikel 122mutatis mutandis van toepassing op die voorschriften.

6.

Bij het schatten van de waarde van een opdracht om te bepalen of deze onder dit hoofdstuk valt, dient een aanbestedende dienst:

  • a. de opdracht niet in afzonderlijke opdrachten te verdelen of een bijzondere methode voor het schatten van de waarde van de opdracht te gebruiken om deze geheel of gedeeltelijk buiten de toepassing van dit hoofdstuk te doen vallen; en
  • b. de geschatte maximale totale waarde van de opdracht gerekend over de gehele looptijd daarvan in de beoordeling mee te nemen, ongeacht of de opdracht gegund is aan één of aan meer leveranciers, en daarbij alle vormen van vergoeding in aanmerking te nemen, met inbegrip van:
  • i. premies, honoraria, provisies, commissielonen en rente; en
  • ii. de totale waarde van verschillende opties, indien de aanbesteding daartoe de mogelijkheid biedt.
7.

Indien een bepaald voorschrift met betrekking tot een opdracht aanleiding geeft tot het plaatsen van meer dan één opdracht of tot het plaatsen van de opdracht in afzonderlijke percelen (hierna „herhalingsopdrachten” genoemd), is de berekening van de geschatte maximale totale waarde gebaseerd op:

  • a. de waarde van herhalingsopdrachten betreffende soortgelijke goederen of diensten in de voorafgaande periode van twaalf maanden of het voorafgaande boekjaar van de aanbestedende dienst, indien mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de volgende twaalf maanden van de goederen of diensten; of
  • b. de geraamde waarde van herhalingsopdrachten betreffende soortgelijke goederen of diensten die zullen worden gegund in de periode van twaalf maanden volgende op de eerste opdracht of het boekjaar van de aanbestedende dienst.
8.

In het geval van opdrachten door leasing, huur of huurkoop van goederen of diensten of in het geval van opdrachten waarvan de totale prijs niet vaststaat, wordt de geraamde waarde van de opdracht berekend op de volgende grondslag:

  • a. bij opdrachten met een vaste looptijd:
  • i. de totale geschatte maximale waarde voor de gehele looptijd wanneer die ten hoogste twaalf maanden bedraagt; of
  • ii. de totale geschatte maximale waarde met inbegrip van de geraamde restwaarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt;
  • b. bij opdrachten voor onbepaalde duur, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48; en
  • c. indien niet duidelijk is of het om een opdracht met een vaste looptijd gaat, is punt b) van toepassing.
Artikel 121. Algemene uitzonderingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)