Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2020-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 311
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

De partijen trachten binnen 60 dagen na de aanwijzing van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing te vinden. Hangende een definitief akkoord kunnen de partijen eventuele tussentijdse oplossingen overwegen.

6.

De onderling overeengekomen oplossing of de tussentijdse oplossing kan worden vastgelegd door middel van een besluit van het Samenwerkingscomité. Onderling overeengekomen oplossingen worden openbaar gemaakt. De openbaar gemaakte versie bevat geen informatie die door een partij als vertrouwelijk is aangemerkt.

7.

Op verzoek van de partijen dient de bemiddelaar bij de partijen een ontwerp van het feitenverslag in, dat een korte samenvatting bevat van: i) de maatregel in kwestie; ii) de gevolgde procedures; en iii) in voorkomend geval, de onderling overeengekomen oplossing, met inbegrip van eventuele tussentijdse oplossingen. De bemiddelaar biedt de partijen 15 dagen de gelegenheid om hun opmerkingen over het ontwerpverslag kenbaar te maken. Na bestudering van de binnen die termijn ontvangen opmerkingen van de partijen dient de bemiddelaar bij de partijen binnen 15 dagen een definitief feitenverslag in. Het feitenverslag omvat geen interpretatie van deze overeenkomst.

8.

De procedure wordt beëindigd door:

  • a. vaststelling van een door de partijen onderling overeengekomen oplossing, op de datum van vaststelling ervan;
  • b. onderlinge overeenstemming van de partijen in de loop van de procedure, op de datum waarop die overeenstemming is bereikt;
  • c. een schriftelijke verklaring van de bemiddelaar, na overleg met de partijen, dat verdere bemiddelingsinspanningen geen nut hebben, op de datum van die verklaring; of
  • d. een schriftelijke verklaring van een partij nadat onderling overeengekomen oplossingen in de bemiddelingsprocedure zijn onderzocht en adviezen en voorgestelde oplossingen van de bemiddelaar in overweging zijn genomen, op de datum van die verklaring.

DEEL B. TENUITVOERLEGGING

Artikel 6. Tenuitvoerlegging van een onderling overeengekomen oplossing
1.

Wanneer de partijen een oplossing zijn overeengekomen, neemt elke partij de maatregelen die nodig zijn om de onderling overeengekomen oplossing binnen de overeengekomen termijn ten uitvoer te leggen.

2.

De uitvoerende partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van de stappen of maatregelen die worden genomen voor de tenuitvoerlegging van de onderling overeengekomen oplossing.

DEEL C. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 7. Vertrouwelijkheid en verhouding tot beslechting van geschillen
1.

Tenzij de partijen anders overeenkomen en onverminderd artikel 5, lid 6, van deze bijlage, zijn alle stappen van de procedure, adviezen of voorgestelde oplossingen daaronder begrepen, vertrouwelijk. Een partij mag echter openbaar maken dat bemiddeling plaatsvindt.

2.

De bemiddelingsprocedure laat de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst of van enige andere overeenkomst onverlet.

3.

Overleg uit hoofde van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst voorafgaand aan de inleiding van de bemiddelingsprocedure is niet verplicht. In de regel dient een partij evenwel gebruik te maken van de andere relevante bepalingen inzake samenwerking of overleg van deze overeenkomst voordat de bemiddelingsprocedure wordt ingeleid.

4.

In andere geschillenbeslechtingsprocedures in het kader van deze of een andere overeenkomst, beroepen de partijen zich niet op de volgende zaken, noch voeren zij deze als bewijsmateriaal aan, en een panel houdt geen rekening met:

  • a). door de andere partij in de bemiddelingsprocedure ingenomen standpunten of in het kader van artikel 5, lid 2, van deze bijlage verzamelde informatie;
  • b). het feit dat de andere partij zich bereid heeft verklaard een oplossing te aanvaarden voor de maatregel waarop de bemiddeling betrekking had; of
  • c). door de bemiddelaar gedane voorstellen of gegeven adviezen.
5.

Bemiddelaars mogen niet zitting nemen in een panel in het kader van een geschillenbeslechtingsprocedure uit hoofde van deze overeenkomst of de WTO-overeenkomst met betrekking tot een aangelegenheid waarin zij hebben bemiddeld.

Artikel 8. Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden gewijzigd.

Artikel 9. Kosten
1.

Elke partij draagt haar eigen kosten die voortvloeien uit deelname aan de bemiddelingsprocedure.

2.

De partijen dragen gezamenlijk en elk voor een gelijk deel de kosten voor organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en de kosten van de bemiddelaar. Het honorarium van de bemiddelaar is in overeenstemming met het honorarium dat is voorzien voor een voorzitter van een arbitragepanel overeenkomstig punt 8, onder e), van het reglement van orde dat is uiteengezet in bijlage V bij deze overeenkomst.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a. „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;
  • b. „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die overeenkomstig dit protocol een verzoek om bijstand indient en die daartoe door een partij is aangewezen;
  • c. „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die overeenkomstig dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt en die daartoe door een partij is aangewezen;
  • d. „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
  • e. „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.
Artikel 2. Toepassingsgebied
1.

De partijen verlenen elkaar bijstand om op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden en op de wijze en voorwaarden die bij dit protocol zijn vastgesteld, een correcte toepassing van hun douanewetgeving te waarborgen, door met die wetgeving strijdige handelingen te voorkomen, op te sporen en te bestrijden.

2.

De in dit protocol bedoelde bijstand in douanezaken geldt voor alle overheidsinstanties van de partijen die voor de toepassing van dit protocol bevoegd zijn. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor de uitwisseling van informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van een rechterlijke instantie worden uitgeoefend, tenzij deze ermee instemt dat die informatie wordt verstrekt.

3.

Bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boeten valt niet onder dit protocol.

Artikel 3. Bijstand op verzoek
1.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende vastgestelde of voorgenomen activiteiten die met deze wetgeving strijdige handelingen zijn of kunnen zijn.

2.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit informeert de aangezochte autoriteit eerstgenoemde over:

  • a. omstandigheden (feiten en voorwaarden) betreffende de uitvoer van goederen uit het grondgebied van de ene partij en invoer op het grondgebied van de andere partij, in voorkomend geval onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst;
  • b. omstandigheden (feiten en voorwaarden) betreffende de invoer van goederen op het grondgebied van een partij en uitvoer uit het grondgebied van de andere partij, in voorkomend geval onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst.
3.

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit treft de aangezochte autoriteit in het kader van haar wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat bijzonder toezicht wordt uitgeoefend op:

  • a. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij betrokken zijn of zijn geweest bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;
  • b. goederenopslagplaatsen ten aanzien waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat er met de douanewetgeving strijdige handelingen plaatsvinden;
  • c. vervoerde of voor vervoer bestemde goederen ten aanzien waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij het voorwerp uitmaken van met de douanewetgeving strijdige handelingen;
  • d. goederenvervoermiddelen ten aanzien waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij het voorwerp uitmaken van met de douanewetgeving strijdige handelingen.
Artikel 4. Bijstand op eigen initiatief

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door het verschaffen van informatie over:

  • a. activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;
  • b. nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;
  • c. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;
  • d. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij betrokken zijn of zijn geweest bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;
  • e. vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij voor het verrichten van met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn gebruikt, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt.
Artikel 5. Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, alle maatregelen die nodig zijn voor de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van dit protocol aan adressaten die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.

De verzoeken om verstrekking van documenten en om kennisgeving van besluiten worden schriftelijk ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
1.

Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan. Zij gaan vergezeld van de documenten die voor de behandeling van het verzoek noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2.

De overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken bevatten de volgende informatie:

  • a. de naam van de verzoekende autoriteit;
  • b. het voorwerp en de reden van het verzoek;
  • c. de verzochte maatregel;
  • d. de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere juridische aspecten;
  • e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
  • f. een overzicht van de relevante feiten en het reeds verrichte onderzoek;
  • g. alle andere relevante informatie die noodzakelijk is voor de behandeling van het verzoek.
3.

De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal. Deze eis geldt niet voor de documenten die op grond van lid 1 bij het verzoek zijn gevoegd.

4.

Indien een verzoek niet aan de in de leden 1 tot en met 3 vermelde eisen voldoet, kan om correctie of aanvulling worden verzocht; in de tussentijd kunnen conservatoire maatregelen worden bevolen.

Artikel 7. Behandeling van verzoeken
1.

Binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar ten dienste staande middelen behandelt de aangezochte autoriteit een verzoek om bijstand alsof zij voor eigen rekening of op verzoek van een andere autoriteit van dezelfde partij handelt, en verstrekt zij de informatie die reeds in haar bezit is en verricht zij het nodige onderzoek of laat zij dit verrichten. Deze bepaling is eveneens van toepassing op instanties waaraan de aangezochte autoriteit het verzoek doorstuurt wanneer zij dit niet zelf kan afhandelen.

2.

Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de aangezochte partij. Wanneer het verzoek niet kan worden behandeld, wordt de verzoekende partij daar onverwijld van in kennis gesteld.

3.

Daartoe gemachtigde ambtenaren van een partij kunnen met instemming van de andere partij en op de door deze gestelde voorwaarden, in de kantoren van de aangezochte autoriteit of van een andere betrokken instantie als bedoeld in lid 1, informatie verzamelen over handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of kunnen zijn, die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van dit protocol nodig heeft.

4.

Daartoe gemachtigde ambtenaren van een partij kunnen, met instemming van de andere partij en op de door deze gestelde voorwaarden, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht.

Artikel 8. Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt
1.

De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek schriftelijk aan de verzoekende autoriteit mede en voegt daarbij de relevante documenten, gewaarmerkte afschriften of andere stukken.

2.

De informatie kan met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking worden verstrekt.

3.

Originelen van documenten worden uitsluitend op verzoek verstrekt wanneer gewaarmerkte afschriften niet toereikend zijn. De originelen worden zo spoedig mogelijk geretourneerd.

Artikel 9. Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend
1.

Bijstand kan worden geweigerd of van bepaalde voorwaarden of eisen afhankelijk worden gesteld wanneer een partij van oordeel is dat bijstand op grond van dit protocol:

  • a. de soevereiniteit van de Republiek Kazachstan of van een lidstaat van de Europese Unie waaraan op grond van dit protocol om bijstand is gevraagd, zou kunnen aantasten; of
  • b. de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen in gevaar zou kunnen brengen, in het bijzonder in de in artikel 10, lid 2, van dit protocol bedoelde gevallen; of
  • c. tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim leidt.
2.

De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek of een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend onder door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.

3.

Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand vraagt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is dan vrij om te beslissen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

4.

In de in de leden 1 en 2 bedoelde gevallen moeten het besluit van de aangezochte autoriteit en de redenen ervan onverwijld aan de verzoekende autoriteit worden meegedeeld.

Artikel 10. Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid
1.

Alle informatie die, in welke vorm dan ook, op grond van dit protocol wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter of is alleen bestemd voor beperkte verspreiding, afhankelijk van de toepasselijke voorschriften van elke partij. De verstrekte gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming die door de desbetreffende wetgeving van de ontvangende partij, dan wel door de desbetreffende bepalingen die op de instellingen van de Europese Unie van toepassing zijn, aan dergelijke gegevens wordt geboden.

2.

Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven indien de ontvangende partij zich ertoe verbindt deze te beschermen op een wijze die passend wordt geacht door de partij die de gegevens verstrekt.

3.

Het gebruik van op grond van dit protocol verkregen informatie in administratieve en gerechtelijke procedures in verband met met de douanewetgeving strijdige handelingen wordt geacht voor de doeleinden van dit protocol te geschieden. De partijen kunnen derhalve bij de bewijsvoering, in verslagen en getuigenissen en bij procedures die bij rechtbanken aanhangig worden gemaakt, gebruikmaken van de informatie die zij op grond van dit protocol hebben verkregen en van de documenten waarin zij op grond van dit protocol inzage hebben gekregen. De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt of inzage heeft gegeven in deze documenten, wordt van dergelijk gebruik in kennis gesteld.

4.

De op grond van dit protocol verkregen informatie wordt uitsluitend voor de in dit protocol uiteengezette doeleinden gebruikt. Indien eenpartij de informatie voor andere doeleinden wenst te gebruiken, vraagt zij de autoriteit die de informatie heeft verstrekt vooraf om schriftelijke toestemming. Het gebruik van die informatie is dan onderworpen aan de door deze autoriteit opgelegde beperkingen.

Artikel 11. Deskundigen en getuigen

Een ambtenaar van een aangezochte autoriteit kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in administratieve of gerechtelijke procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. Het verzoek aan de ambtenaar wordt gedaan door de verzoekende autoriteit en moet specifiek vermelden voor welke administratieve of rechterlijke instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheden en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel 12. Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel 13. Tenuitvoerlegging
1.

Dit protocol wordt ten uitvoer gelegd, enerzijds, door de douaneautoriteiten van de Republiek Kazachstan en, anderzijds, door de bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, naargelang van het geval. Zij stellen alle voor de toepassing van dit protocol noodzakelijke praktische maatregelen en regelingen vast, rekening houdend met de geldende voorschriften, met name op het gebied van de gegevensbescherming.

2.

De partijen plegen onderling overleg en lichten elkaar vervolgens in over alle uitvoeringsbepalingen die zij op grond van dit protocol vaststellen.

Artikel 14. Andere overeenkomsten
1.

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Europese Unie en van de lidstaten van de Europese Unie:

  • a. doen de bepalingen van dit protocol geen afbreuk aan de verplichtingen van de partijen krachtens andere internationale overeenkomsten of verdragen;
  • b. worden de bepalingen van dit protocol geacht een aanvulling te vormen op overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan zijn of kunnen worden gesloten; en
  • c. doen de bepalingen van dit protocol geen afbreuk aan de bepalingen van de Europese Unie betreffende de doorgifte, tussen de bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, van gegevens die op grond van dit protocol zijn verkregen en die van belang kunnen zijn voor de Europese Unie of haar lidstaten.
2.

Niettegenstaande de bepalingen van lid 1 hebben de bepalingen van dit protocol voorrang op de bepalingen van bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan zijn of kunnen worden gesloten, indien de bepalingen van die overeenkomsten strijdig zijn met die van dit protocol.

3.

Ten aanzien van vraagstukken in verband met de toepassing van dit protocol plegen de partijen onderling overleg om deze op te lossen in het kader van een regelmatige dialoog inzake douanezaken tussen de partijen.

TEN BLIJKE WAARVAN de respectieve vertegenwoordigers deze overeenkomst hebben ondertekend.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)