Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
- b. aandacht voor sociale en milieugerelateerde aspecten van vervoerssystemen;
- c. bevordering van efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer;
- d. verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.
Artikel 210
De in dit hoofdstuk bedoelde samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden:
- a. uitwisseling van de beste praktijken met betrekking tot vervoersbeleid;
- b. verbetering van het verkeer van passagiers en goederen, een vlottere doorstroming van het vervoer door het wegwerken van administratieve, technische en andere belemmeringen, ten behoeve van sterkere marktintegratie, verbetering van de vervoersnetwerken en modernisering van de infrastructuur;
- c. uitwisseling van informatie en gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau en tenuitvoerlegging van toepasselijke internationale overeenkomsten en verdragen;
- d. uitwisseling van beste praktijken inzake veiligheid en duurzame ontwikkeling van maritiem vervoer.
De Republiek Kazachstan brengt haar bilaterale luchtvaartovereenkomsten met de lidstaten van de Europese Unie in overeenstemming met het recht van de Europese Unie.
Artikel 211
Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.
HOOFDSTUK 7. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN MILIEU
Artikel 212
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieuaangelegenheden en dragen zo bij tot duurzame ontwikkeling en goed bestuur op het gebied van milieubescherming.
Er wordt samenwerking nagestreefd op de volgende gebieden:
- a. milieubeoordeling, -monitoring en -controle;
- b. opleiding en bewustmaking inzake milieu, betere toegang tot informatie, meer betrokkenheid van het publiek bij besluitvorming en toegang tot de rechter in verband met milieuaangelegenheden;
- c. wetgeving inzake milieubescherming;
- d. luchtkwaliteit;
- e. afvalbeheer;
- f. beheer van de waterkwaliteit, met inbegrip van het mariene milieu;
- g. geïntegreerd watervoorradenbeheer, met inbegrip van de bevordering van geavanceerde waterbesparende technologieën;
- h. behoud en bescherming van bio- en landschapsdiversiteit;
- i. duurzaam bosbeheer;
- j. industriële verontreiniging en industriële emissies;
- k. classificatie en veilig beheer van chemische stoffen;
- l. initiatieven van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan inzake groene economie; en
- m. uitwisseling van ervaring in verband met het beleid voor duurzame ontwikkeling van de visserij.
Artikel 213
De samenwerking op het gebied van milieubescherming vindt plaats met wederzijdse instemming van de partijen, op onder meer de volgende wijzen:
- a. uitwisseling van technologie, wetenschappelijke en technische informatie en onderzoeksactiviteiten op het gebied van milieubescherming;
- b. uitwisseling van ervaring inzake het verbeteren van de wetgeving en methoden op het gebied van milieu.
Artikel 214
De partijen schenken bijzondere aandacht aan de uitvoering van en samenwerking inzake milieuaangelegenheden in het kader van de relevante multilaterale milieuovereenkomsten, en komen overeen de samenwerking op regionaal niveau te intensiveren.
De partijen wisselen ervaring uit over de integratie van milieu in andere sectoren, onder meer door beste praktijken uit te wisselen, kennis en bekwaamheden te bevorderen en de opleiding en bewustmaking op het gebied van milieu te verbeteren, met betrekking tot de in dit hoofdstuk genoemde gebieden.
HOOFDSTUK 8. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN KLIMAATVERANDERING
Artikel 215
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking voor de bestrijding van en aanpassing aan de klimaatverandering. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel en rekening houdend met de onderlinge afhankelijkheid tussen bilaterale en multilaterale verbintenissen op dit gebied.
Artikel 216
Met de samenwerking worden maatregelen bevorderd op nationaal en internationaal niveau, onder meer op de volgende gebieden:
- a. matiging van de klimaatverandering;
- b. aanpassing aan de klimaatverandering;
- c. markt- en niet-marktgebaseerde aanpak van de klimaatverandering;
- d. onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, invoering en verspreiding van nieuwe, veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën;
- e. uitwisseling van klimaatexpertise en steun voor andere sectoren;
- f. bewustmaking, voorlichting en opleiding.
Artikel 217
De partijen zorgen onder meer voor de uitwisseling van informatie en expertise, de uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en de informatie-uitwisseling over schone technologieën, de uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer in verband met multilaterale milieuovereenkomsten die op de partijen van toepassing zijn, zoals het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering, en de uitvoering van gezamenlijke activiteiten in het kader van relevante agentschappen, in voorkomend geval.
HOOFDSTUK 9. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INDUSTRIE
Artikel 218
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake industrie, onder meer op het gebied van de ontwikkeling van doeltreffende stimulansen en gunstige omstandigheden voor de verdere diversificatie en een sterker concurrentievermogen van de verwerkende industrie.
Daartoe werken de partijen samen door onder meer beste praktijken en ervaringen uit te wisselen op de volgende gebieden:
- a. productiviteit en efficiënt gebruik van hulpbronnen;
- b. overheidssteun voor industriële sectoren, op basis van de WTO-voorschriften en andere regels die van toepassing zijn op de partijen;
- c. uitvoering van het industriebeleid binnen de context van toenemende integratie;
- d. instrumenten voor een efficiëntere uitvoering van het industriebeleid;
- e. investering in de verwerkende industrie, vermindering van het energieverbruik in de verwerkende industrie en uitwisseling van ervaringen met de uitvoering van arbeidsproductiviteitsstrategieën;
- f. scheppen van gunstige omstandigheden voor de ontwikkeling van nieuwe productietechnologieën, nieuwe hightechindustrieën, kennis en technologieoverdracht, en verdere ontwikkeling van basisinfrastructuur en een gunstige omgeving voor innovatieclusters;
- g. investering en handel in de sectoren mijnbouw en productie van grondstoffen, ter bevordering van het wederzijds begrip en de transparantie, het ondernemingsklimaat en de informatie-uitwisseling en de samenwerking inzake niet-energetische mijnbouw, met name wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen;
- h. ontwikkeling van de personeelscapaciteit in de verwerkende industrie;
- i. stimuleren van bedrijfsinitiatieven en industriële samenwerking tussen ondernemingen uit de Europese Unie en de Republiek Kazachstan.
Deze overeenkomst sluit niet uit dat de industriële samenwerking tussen de partijen wordt versterkt en afzonderlijke regelingen worden vastgesteld.
HOOFDSTUK 10. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF
Artikel 219
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van het midden- en kleinbedrijf („mkb”) om een omgeving te creëren die bevorderlijk is voor de succesvolle ontwikkeling en oprichting van mkb-ondernemingen.
De partijen werken daartoe samen op de volgende gebieden:
- a. uitwisseling van informatie over het beleid inzake de ontwikkeling van het mkb;
- b. uitwisseling van beste praktijken inzake initiatieven ter bevordering van ondernemerschap als sleutelcompetentie;
- c. bevordering van contacten tussen bedrijfsorganisaties van de beide partijen via een nauwere dialoog;
- d. delen van ervaring die het mkb beter in staat stellen de internationale markten te betreden;
- e. uitwisseling van ervaring over het vergroten van de impact van het regelgevingskader op het mkb;
- f. uitwisseling van beste praktijken over de toegang van het mkb tot financiering.
HOOFDSTUK 11. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VENNOOTSCHAPSRECHT
Artikel 220
De partijen erkennen dat voor een goed functionerende markteconomie met een voorspelbaar en transparant ondernemingsklimaat doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van vennootschapsrecht en corporate governance noodzakelijk zijn, alsook op het gebied van boekhouding en boekhoudkundige controle, en benadrukken het belang van convergentie van de regelgeving op dit gebied.
De partijen werken samen op de volgende gebieden:
- a. uitwisseling van beste praktijken betreffende de beschikbaarheid van informatie over de organisatie en vertegenwoordiging van geregistreerde ondernemingen en betreffende de transparante en vlotte toegang tot die informatie;
- b. verdere ontwikkeling van het beleid inzake corporate governance, in overeenstemming met de internationale normen, met name die van de OESO;
- c. bevordering van de uitvoering en consistente toepassing van de internationale standaarden voor financiële verslaglegging (International Financial Reporting Standards – IFRS) voor de geconsolideerde jaarrekeningen van beursgenoteerde vennootschappen;
- d. onderlinge aanpassing van de boekhoudregels en de financiële verslaglegging, ook met betrekking tot het mkb;
- e. reglementering van en toezicht op het beroep van auditor en accountant;
- f. internationale controlenormen en de gedragscode van de Internationale Federatie van Accountants (International Federation of Accountants – IFAC); de samenwerking op dit gebied heeft tot doel het professionele niveau van auditors te verhogen door beroepsorganisaties, auditorganisaties en auditors de regels en gedragscodes te doen volgen.
HOOFDSTUK 12. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BANK- EN VERZEKERINGSWEZEN EN ANDERE FINANCIËLE DIENSTEN
Artikel 221
De partijen zijn het eens over het belang van doeltreffende wetgeving en praktijken en komen samenwerking overeen op het gebied van financiële diensten, met het oog op:
- a. betere regelgeving inzake financiële diensten;
- b. passende en doeltreffende bescherming van investeerders en consumenten van financiële diensten;
- c. bevordering van de integriteit en de stabiliteit van het mondiale financiële stelsel;
- d. betere samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties;
- e. bevordering van onafhankelijk en doeltreffend toezicht.
De partijen streven ernaar de regelgeving beter af te stemmen op de erkende internationale normen voor gezonde financiële systemen.
HOOFDSTUK 13. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ
Artikel 222
De partijen bevorderen de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij ten behoeve van burgers en bedrijven door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en hoogwaardiger diensten tegen betaalbare prijzen. Via deze samenwerking wordt gestreefd naar de ontwikkeling van de concurrentie in en de openheid van de ICT-markten, alsook naar meer investeringen in de sector.
Artikel 223
De samenwerking omvat onder meer uitwisseling van informatie en beste praktijken over de uitvoering van initiatieven in verband met de informatiemaatschappij, met name op de volgende gebieden:
- a. ontwikkeling van een doeltreffend regelgevingskader voor de ICT-sector;
- b. bevordering van breedbandtoegang;
- c. ontwikkeling van interoperabele elektronische diensten;
- d. garanderen van gegevensbescherming; en
- e. ontwikkeling van roamingdiensten.
Artikel 224
De partijen stimuleren de samenwerking tussen de regelgevende instanties op het gebied van ICT, elektronische communicatie inbegrepen, van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan..
HOOFDSTUK 14. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN TOERISME
Artikel 225
De partijen werken samen op het gebied van toerisme, met het oog op de ontwikkeling van een concurrerende en duurzame toerisme-industrie als motor van economische groei, emancipatie, werkgelegenheid en uitwisselingen in de toeristische sector.
Artikel 226
De samenwerking is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- a. respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, met name in plattelandsgebieden;
- b. belang van het behoud van het cultureel en historisch erfgoed; en
- c. positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud.
Artikel 227
De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op de volgende aspecten:
- a. uitwisseling van informatie, beste praktijken, ervaring en knowhow, onder meer inzake innovatieve technologieën;
- b. totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen belanghebbenden van de overheid, de particuliere sector en de gemeenschappen, ter ondersteuning van de duurzame ontwikkeling van het toerisme;
- c. bevordering en ontwikkeling van toerismeproducten en -markten, infrastructuur, personele middelen en institutionele structuren, alsook identificatie en eliminatie van belemmeringen voor reisdiensten;
- d. ontwikkeling en uitvoering van een efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;
- e. opleiding en capaciteitsopbouw op het gebied van toerisme, teneinde de dienstverlening te verbeteren; en
- f. ontwikkeling en bevordering van het toerisme waarbij de plaatselijke bevolking betrokken is en van andere duurzame vormen van toerisme.
HOOFDSTUK 15. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING
Artikel 228
De partijen werken samen ter bevordering van de ontwikkeling van de landbouw en het platteland, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.
Artikel 229
De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende terreinen:
- a. vergroten van het wederzijds begrip van het beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling;
- b. uitwisselen van beste praktijken inzake planning, evaluatie en uitvoering van het beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling;
- c. delen van kennis en beste praktijken in verband met het beleid inzake plattelandsontwikkeling, ter bevordering van het sociale en economische welzijn van plattelandsbewoners;
- d. bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;
- e. verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector en van de efficiëntie en transparantie van de markten;
- f. uitwisselen van ervaringen op het gebied van geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, kwaliteitsbeleid en de controlemechanismen hiervoor, het garanderen van de voedselveiligheid en de ontwikkeling van biologische landbouwproducten;
- g. verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten;
- h. bevorderen van de samenwerking bij agro-industriële investeringsprojecten, met name bij de ontwikkeling van de veehouderij en de akkerbouw;
- i. uitwisselen van ervaring in verband met het beleid inzake duurzame ontwikkeling van de agro-industrie en de verwerking en distributie van landbouwproducten.
HOOFDSTUK 16. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN WERKGELEGENHEID, ARBEIDSVERHOUDINGEN, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN
Artikel 230
De partijen bevorderen de ontwikkeling van de dialoog en werken samen ter bevordering van de Agenda voor waardig werk van de IAO, het werkgelegenheidsbeleid, de levens- en arbeidsomstandigheden en gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, sociale bescherming, sociale integratie, antidiscriminatie en eerlijke behandeling van werknemers die legaal verblijven en werken in de andere partij.
Artikel 231
De partijen streven de in artikel 230 genoemde doelen na, onder meer door samenwerking en uitwisseling van praktijken op de volgende gebieden:
- a. bevorderen van de levenskwaliteit en garanderen van een betere sociale omgeving;
- b. bevorderen van de sociale integratie en de sociale bescherming voor alle werknemers en moderniseren van de socialezekerheidsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;
- c. terugdringen van armoede en bevorderen van de sociale samenhang en de bescherming van kwetsbare personen;
- d. tegengaan van discriminatie op de arbeidsmarkt en op sociaal vlak, overeenkomstig de verplichtingen van de partijen uit hoofde van internationale normen en verdragen;
- e. bevorderen van actieve arbeidsmarktmaatregelen en efficiënter maken van de diensten voor arbeidsvoorziening;
- f. streven naar meer en betere banen met fatsoenlijke arbeidsomstandigheden;
- g. verbeteren van de levens- en arbeidsomstandigheden en van de bescherming van de gezondheid en veiligheid op het werk;
- h. bevorderen van gendergelijkheid door de deelname van vrouwen aan het sociale en economische leven te stimuleren en ervoor te zorgen dat mannen en vrouwen gelijke kansen hebben op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, opleiding, economie, samenleving en besluitvorming;
- i. verbeteren van de kwaliteit van het arbeidsrecht en een betere bescherming van werknemers garanderen;
- j. de sociale dialoog bevorderen en stimuleren, onder meer door de capaciteit van de sociale partners te versterken.
Artikel 232
De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenissen om de toepasselijke IAO-verdragen daadwerkelijk uit te voeren.
De partijen erkennen, gezien de ministeriële verklaring van de Economische en Sociale Raad van de VN van 2006 over het genereren van volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor allen, dat volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor allen sleutelelementen zijn van duurzame ontwikkeling.
De partijen moedigen, overeenkomstig de Verklaring van de IAO van 1998 over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk, de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, met name sociale partners, in de ontwikkeling van hun sociaal beleid en in de samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan in het kader van deze overeenkomst.
De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van waardig werk, werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante fora en organisaties.
HOOFDSTUK 17. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN GEZONDHEID
Artikel 233
De partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van volksgezondheid, om de bescherming van de menselijke gezondheid te verbeteren en de ongelijkheid op gezondheidsgebied te verminderen, overeenkomstig gemeenschappelijke waarden en beginselen inzake gezondheid, en als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.
Artikel 234
De samenwerking heeft betrekking op de preventie en controle van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, onder meer door de uitwisseling van gezondheidsinformatie, de bevordering van de integratie van gezondheid in alle beleidsterreinen, samenwerking met internationale organisaties, met name de Wereldgezondheidsorganisatie, evenals door het bevorderen van de uitvoering van internationale gezondheidsovereenkomsten, zoals het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie van 2003 en de Internationale Gezondheidsregeling.
TITEL V. VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT
Artikel 235. Rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden
Bij hun samenwerking in het kader van deze titel hechten de partijen bijzonder belang aan de bevordering van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces, en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.
De partijen werken samen met het oog op een betere werking van de instellingen, onder meer met betrekking tot rechtshandhaving, vervolging, rechtsbedeling en de preventie en bestrijding van corruptie.
Artikel 236. Juridische samenwerking
De partijen bouwen samenwerking in burgerlijke en handelszaken uit, met name wat betreft de onderhandelingen over en de ratificatie en tenuitvoerlegging van relevante multilaterale verdragen inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, in het bijzonder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.
De partijen bevorderen de samenwerking in strafzaken, onder meer met betrekking tot wederzijdse juridische bijstand. Dit kan, in voorkomend geval en met inachtneming van de toepasselijke procedures, de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de verdragen van de Raad van Europa inzake strafrechtelijke procedures en de uitvoering daarvan omvatten, alsook de uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de VN en samenwerking met Eurojust.
Artikel 237. Bescherming van persoonsgegevens
De partijen werken samen om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen, door beste praktijken en ervaringen uit te wisselen, rekening houdend met de Europese en internationale rechtsinstrumenten en -normen.
De samenwerking kan, in voorkomend geval en met inachtneming van de toepasselijke procedures, de toetreding omvatten van de Republiek Kazachstan tot het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens en het aanvullend protocol daarbij, alsook de uitvoering daarvan door de Republiek Kazachstan.
Artikel 238. Samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer
De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan het beheer van migratiestromen. De samenwerking is gebaseerd op onderling overleg tussen de partijen en vindt plaats overeenkomstig de desbetreffende geldende wetgeving.
In het kader van de samenwerking ter voorkoming en ter bestrijding van onregelmatige migratie komen de partijen het volgende overeen:
- a. de Republiek Kazachstan verbindt zich ertoe haar onderdanen die op onregelmatige wijze aanwezig zijn op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie op verzoek van deze lidstaat onverwijld over te nemen; en
- b. alle lidstaten van de Europese Unie verbinden zich ertoe hun onderdanen die op onregelmatige wijze aanwezig zijn op het grondgebied van de Republiek Kazachstan op verzoek van laatstgenoemd land onverwijld over te nemen.
De lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan verstrekken hun onderdanen onverwijld de passende identiteitsdocumenten voor de in lid 2 vermelde doeleinden, zonder andere dan in dit artikel genoemde formaliteiten. Indien de over te nemen persoon niet in het bezit is van documenten of andere bewijzen van zijn of haar nationaliteit, treffen de bevoegde diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de desbetreffende lidstaat of de Republiek Kazachstan, op verzoek van de Republiek Kazachstan of de lidstaat, onverwijld en zonder verdere formaliteiten regelingen om deze persoon te ondervragen teneinde zijn of haar nationaliteit vast te stellen.
De partijen komen overeen om overeenkomstig de totaalaanpak van migratie en mobiliteit een alomvattende dialoog tot stand te brengen over relevante migratiegerelateerde aangelegenheden, onder andere om de mogelijkheid te onderzoeken van onderhandelingen over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan waarbij de specifieke verplichtingen voor de lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan inzake overname worden geregeld, met inbegrip van een verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en staatloze personen, alsook om de mogelijkheid te onderzoeken van parallelle onderhandelingen over een overeenkomst inzake visumversoepeling voor burgers van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan.
Artikel 239. Consulaire bescherming
De Republiek Kazachstan gaat ermee akkoord dat de diplomatieke en consulaire autoriteiten van een in de Republiek Kazachstan vertegenwoordigde lidstaat van de Europese Unie aan onderdanen van andere lidstaten van de Europese Unie die geen toegankelijke permanente vertegenwoordiging hebben in de Republiek Kazachstan, bescherming bieden onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor hun eigen onderdanen.
Artikel 240. Bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme
De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële sectoren worden gebruikt voor het witwassen van opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en uit drugsdelicten in het bijzonder, en voor de financiering van terrorisme, overeenkomstig de door de Financial Action Task Force aangenomen internationale normen voor de bestrijding van witwaspraktijken en financiering van terrorisme. Deze samenwerking strekt zich uit tot de terugvordering, inbeslagname, confiscatie en teruggave van vermogensbestanddelen of gelden die uit criminele activiteiten zijn verkregen.
Dankzij de samenwerking kan relevante informatie worden uitgewisseld in het kader van de relevante wetgeving en internationale verbintenissen van de partijen.
Artikel 241. Drugs
De partijen werken samen aan een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsgerelateerde aangelegenheden, met name wat betreft de illegale handel in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren. Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om het aanbod van en de vraag naar drugs, psychotrope stoffen en precursoren aan te pakken, door betere coördinatie en samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten met het oog op het aanpakken van de handel in, het aanbod van en de vraag naar drugs, en het verbeteren van preventie, behandeling en rehabilitatie, met inachtneming van de mensenrechten.
De samenwerking heeft ook als doel drugsgerelateerde schade te verminderen, de productie en het gebruik van synthetische drugs aan te pakken en doeltreffend te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van drugsprecursoren om op illegale wijze drugs en psychotrope stoffen te vervaardigen.
De partijen spreken af hoe zij zullen samenwerken om die doelstellingen te verwezenlijken. De maatregelen worden gebaseerd op onderling overeengekomen beginselen, overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en instrumenten en het actieplan van de Europese Unie en Centraal-Azië inzake drugs.
Artikel 242. Bestrijding van georganiseerde en grensoverschrijdende misdaad en corruptie
De partijen werken samen aan het voorkomen en bestrijden van alle vormen van georganiseerde, economische, financiële en grensoverschrijdende criminele activiteiten, met inbegrip van mensensmokkel en -handel, drugshandel, de handel in vuurwapens, verduistering, fraude, namaak, vervalsing van documenten en corruptie binnen de overheid en in de particuliere sector, en komen daarbij hun bestaande internationale verplichtingen op dit gebied ten volle na.
De partijen bevorderen de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van de uitwisseling van beste praktijken en mogelijke samenwerking met agentschappen van de Europese Unie.
De partijen verbinden zich tot de daadwerkelijke uitvoering van de relevante internationale normen, in het bijzonder die welke zijn vastgelegd in het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (UN Convention against Transnational Organised Crime – „UNTOC”) van 2000 en de drie protocollen daarbij, en het VN-Verdrag tegen corruptie van 2003. De samenwerking kan, in voorkomend geval en met inachtneming van de toepasselijke procedures, omvatten dat de Republiek Kazachstan toetreedt tot en uitvoering geeft aan relevante instrumenten van de Raad van Europa met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van corruptie.
Artikel 243. Bestrijding van cybercriminaliteit
De partijen versterken de samenwerking voor het voorkomen en bestrijden van misdrijven die gepleegd worden met gebruik van elektronischecommunicatienetwerken en informatiesystemen, of tegen dergelijke netwerken en systemen, onder meer door uitwisseling van goede praktijken.
TITEL VI. SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN
HOOFDSTUK 1. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERWIJS EN OPLEIDING
Artikel 244
De partijen werken samen op het gebied van onderwijs en opleiding met het oog op het bevorderen van modernere onderwijs- en opleidingsstelsels in de Republiek Kazachstan en afstemming op het beleid en de praktijken van de Europese Unie. De partijen werken samen ter bevordering van een leven lang leren en moedigen samenwerking en transparantie aan op alle niveaus van onderwijs en opleiding. De partijen leggen voorts nadruk op maatregelen voor het bevorderen van de interinstitutionele samenwerking, de mobiliteit van studenten, academisch en administratief personeel, onderzoekers en jongeren, en de uitwisseling van informatie en ervaring.
De partijen bevorderen de gezamenlijke coördinatie van de activiteiten van de onderwijsstelsels overeenkomstig Europese en internationale normen en beste praktijken.
HOOFDSTUK 2. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR
Artikel 245
De partijen bevorderen culturele samenwerking waarbij de culturele diversiteit in acht wordt genomen, om het wederzijdse begrip en de kennis van elkaars cultuur te versterken.
De partijen streven ernaar passende maatregelen te treffen om de culturele uitwisseling te bevorderen en gemeenschappelijke culturele initiatieven op diverse gebieden te stimuleren.
De partijen overleggen en ontwikkelen een wederzijds voordelige samenwerking in het kader van multilaterale internationale verdragen en internationale organisaties, zoals de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO). De partijen blijven standpunten uitwisselen over culturele diversiteit, onder meer om de beginselen van het Verdrag van de UNESCO van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen te bevorderen, en voeren projecten uit in het kader van het internationale decennium voor de toenadering tussen culturen (2013-2022) die door de Algemene Vergadering van de VN in het leven is geroepen.
De partijen bevorderen gezamenlijke activiteiten, programma’s en plannen evenals de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van opleiding en capaciteitsopbouw voor kunstenaars en professionals uit de cultuursector en culturele organisaties.
HOOFDSTUK 3. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN INNOVATIE
Artikel 246
De partijen bevorderen samenwerking:
- a. op alle terreinen van onderzoek en wetenschappelijke en technologische ontwikkeling op civiel gebied, op basis van wederzijds voordeel en met passende en doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten; en
- b. teneinde de innovatie te stimuleren.
Artikel 247
De samenwerking omvat:
- a. een beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie;
- b. uitwisseling van informatie en beste praktijken met betrekking tot innovatie en commercialisering van onderzoek en ontwikkeling, onder meer wat betreft instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven, ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;
- c. facilitering van passende toegang tot de respectieve onderzoeks- en innovatieprogramma’s van de partijen;
- d. bevordering van de onderzoekscapaciteit van onderzoeksinstellingen van de Republiek Kazachstan en facilitering van hun deelname aan het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie van de Europese Unie en aan andere mogelijke initiatieven die door de Europese Unie worden gefinancierd;
- e. ontwikkeling en bevordering van gezamenlijke projecten voor onderzoek en innovatie;
- f. bevordering van de commercialisering van resultaten van gezamenlijke onderzoeks- en innovatieprojecten;
- g. facilitering van de toegang van nieuwe technologie tot de thuismarkten van de partijen;
- h. organisatie van opleidingsactiviteiten en mobiliteitsprogramma’s voor wetenschappers, onderzoekers en ander personeel dat betrokken is bij onderzoeks- en innovatieactiviteiten van de partijen;
- i. facilitering, in het kader van de geldende wetgeving, van het vrije verkeer van onderzoekspersoneel dat deelneemt aan de activiteiten die onder deze overeenkomst vallen, en van het grensoverschrijdende verkeer van goederen die voor gebruik bij deze activiteiten zijn bestemd;
- j. andere vormen van samenwerking voor onderzoek en innovatie, onder meer via regionale benaderingen en initiatieven, op basis van wederzijdse overeenstemming.
Artikel 248
Bij het uitvoeren van de in artikel 247 omschreven samenwerkingsactiviteiten wordt gestreefd naar synergiëen met regionale en andere activiteiten die worden uitgevoerd in het ruime kader van de financiële samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan zoals uiteengezet in de artikelen 261 en 262.
HOOFDSTUK 4. SAMENWERKING OP MEDIA- EN AUDIOVISUEEL GEBIED
Artikel 249
De partijen bevorderen de samenwerking op media- en audiovisueel gebied, onder meer door informatie-uitwisseling en opleiding voor journalisten en andere professionals op het gebied van media en film en op audiovisueel gebied.
Artikel 250
De partijen wisselen informatie en beste praktijken uit ter bevordering van de onafhankelijkheid en het professionalisme van de media, op basis van de normen in de toepasselijke internationale verdragen, waaronder de normen van de UNESCO en de Raad van Europa, in voorkomend geval.
HOOFDSTUK 5. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET MAATSCHAPPELIJK MIDDENVELD
Artikel 251
De partijen zetten hun dialoog voort en versterken deze via bijeenkomsten en overleg, en werken samen met betrekking tot de rol van het maatschappelijk middenveld, met de volgende doelstellingen:
- a. de contacten en de uitwisseling van informatie en ervaring tussen alle maatschappelijke sectoren in de Europese Unie en de Republiek Kazachstan intensiveren en daardoor de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van een partij vertrouwd maken met het proces van overleg en dialoog met overheidsinstellingen en sociale partners in de andere partij, in het bijzonder om het maatschappelijk middenveld verder te betrekken bij de politieke beleidsvorming;
- b. de betrokkenheid garanderen van het maatschappelijk middenveld bij de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, in het bijzonder bij de uitvoering van deze overeenkomst;
- c. de capaciteitsopbouw, onafhankelijkheid en transparantie in het maatschappelijk middenveld aanmoedigen en de rol ervan in de economische, sociale en politieke ontwikkeling van de partijen ondersteunen. De partijen ondersteunen de ontwikkeling van de betrekkingen tussen niet-gouvernementele organisaties van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan.
De partijen ondersteunen de respectievelijke instellingen en niet-gouvernementele organisaties die werkzaam zijn op het gebied van de mensenrechten. De partijen delen formeel en regelmatig, ten minste een keer per jaar, relevante informatie over samenwerkingsprogramma’s.
HOOFDSTUK 6. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN SPORT EN BEWEGING
Artikel 252
De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van sport en beweging om een gezonde levensstijl onder alle leeftijdsgroepen te ontwikkelen, de sociale en educatieve waarde van sport te bevorderen en bedreigingen voor de sport, zoals doping, racisme en geweld, te bestrijden. De samenwerking omvat met name de uitwisseling van informatie en goede praktijken.
HOOFDSTUK 7. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CIVIELE BESCHERMING
Artikel 253
De partijen erkennen dat zowel de binnenlandse als mondiale risico’s in verband met door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen moeten worden aangepakt.
Om hun gemeenschappen en infrastructuur weerbaarder te maken, bevestigen de partijen dat zij voornemens zijn hun maatregelen voor preventie, risicobeperking, paraatheid en respons met betrekking tot door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen te verbeteren, en waar passend op bilateraal en multilateraal politiek niveau samen te werken om de risico’s van mondiale rampen beter te beheren.
Naargelang van de beschikbare middelen ondersteunt de samenwerking:
- a. de interactie tussen bevoegde organen, andere organisaties en personen die werkzaam zijn op het gebied van civiele bescherming;
- b. de coördinatie van wederzijdse bijstand bij rampen, indien daarom wordt verzocht;
- c. de uitwisseling van ervaring op het gebied van bewustmaking van de bevolking wat betreft rampenparaatheid;
- d. de opleiding, omscholing, bijscholing en gespecialiseerde opleiding op het gebied van civiele bescherming en gebruik van systemen voor vroegtijdige waarschuwing.
HOOFDSTUK 8. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN RUIMTEVAART
Artikel 254
De partijen bevorderen, waar nodig, de langetermijnsamenwerking wat betreft onderzoek en ontwikkeling op het gebied van civiele ruimtevaart. De partijen besteden bijzondere aandacht aan initiatieven met het oog op de complementariteit van hun ruimteactiviteiten.
Artikel 255
De partijen kunnen samenwerken op het gebied van satellietnavigatie, aardobservatie, ruimteonderzoek en op andere gebieden, overeenkomstig hun belangen.
HOOFDSTUK 9. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CONSUMENTENBESCHERMING
Artikel 256
De partijen streven samen naar een hoog niveau van consumentenbescherming en naar verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.
De samenwerking omvat indien nodig:
- a. het uitwisselen van beste praktijken inzake consumentenbeleid, onder meer op het gebied van productkwaliteit en veiligheidsvoorschriften, en organisatie van systemen voor markttoezicht en informatie-uitwisseling;
- b. het bevorderen van de uitwisseling van ervaring inzake systemen voor consumentenbescherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, de bewustmaking en emancipatie van consumenten en de schadeloosstelling van consumenten;
- c. het aanbieden van opleidingsactiviteiten aan overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen;
- d. het bevorderen van de ontwikkeling van onafhankelijke consumentenorganisaties en van het contact tussen consumentenvertegenwoordigers.
HOOFDSTUK 10. REGIONALE SAMENWERKING
Artikel 257
De partijen bevorderen wederzijds begrip en bilaterale samenwerking op het gebied van het regionaal beleid, om de levensomstandigheden te verbeteren en de deelname van alle regio’s aan de sociale en economische ontwikkeling van de partijen, te vergroten.
Artikel 258
De partijen ondersteunen en versterken de betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten bij regionale samenwerking, overeenkomstig de bestaande internationale overeenkomsten en regelingen, om maatregelen voor capaciteitsopbouw te ontwikkelen en regionale economische en zakelijke netwerken te bevorderen.
Artikel 259
De partijen versterken en stimuleren de ontwikkeling van elementen van regionale samenwerking op de gebieden die onder deze overeenkomst vallen, zoals vervoer, energie, communicatienetwerken, cultuur, onderwijs, onderzoek, toerisme, waterbevoorrading en milieu, civiele bescherming en andere gebieden die van invloed zijn op de regionale samenwerking.
HOOFDSTUK 11. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET AMBTENARENAPPARAAT
Artikel 260
De partijen faciliteren de uitwisseling van ervaring en kennis over de uitvoering van internationale beste praktijken binnen civiele en overheidsdiensten, evenals over de capaciteitsopbouw voor ambtenaren en personeel van openbare diensten en hun loopbaanontwikkeling en beroepsopleiding.
De partijen faciliteren de dialoog over maatregelen die de kwaliteit van de overheidsdiensten moeten verbeteren en over gezamenlijke inspanningen voor een betere multilaterale samenwerking in het kader van het regionale knooppunt voor openbare diensten in de Republiek Kazachstan.
In het in lid 2 bedoelde kader werken de partijen onder meer samen voor het faciliteren van:
- a. de uitwisseling van experts;
- b. de organisatie van seminars; en
- c. de organisatie van opleidingsactiviteiten.
TITEL VII. FINANCIËLE EN TECHNISCHE SAMENWERKING
Artikel 261
De partijen zetten de huidige financiële en technische samenwerking voort en versterken deze, op basis van een breed partnerschap en de beginselen van wederzijds belang, wederkerigheid, transparantie, voorspelbaarheid en wederzijdse bescherming van de belangen van de partijen.
De Republiek Kazachstan kan voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst financiële steun krijgen van de Europese Unie in de vorm van subsidies of leningen, in voorkomend geval in samenwerking met de Europese Investeringsbank en andere internationale financiële instellingen.
Financiële steun kan worden verstrekt overeenkomstig de desbetreffende regelgeving inzake het meerjarig financieel kader van de Europese Unie27)Met name Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PBEU L 77 van 15.3.2014, blz. 44) en Verordening (EU) nr. 236/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden (PBEU L 77 van 15.3.2014, blz. 95)., met name in de vorm van uitwisseling van experts, onderzoek en organisatie van fora, conferenties, seminars en opleiding, evenals in de vorm van ontwikkelingssubsidies en de uitvoering van programma’s en projecten. Op de financiering door de Europese Unie zijn het Financieel Reglement28)Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PBEU L 298 van 26.10.2012, blz. 1). en de uitvoeringsregels29)Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PBEU L 362 van 31.12.2012, blz. 1). van toepassing.
De financiële steun wordt gebaseerd op jaarlijkse actieprogramma’s die na overleg met de Republiek Kazachstan door de Europese Unie worden opgesteld.
De Europese Unie en de Republiek Kazachstan kunnen programma’s en projecten cofinancieren. De partijen coördineren programma’s en projecten inzake financiële en technische samenwerking en wisselen informatie uit over alle bronnen van steun.
Overeenkomstig de OESO-verklaring van Parijs over doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, de fundamentele strategie van de Europese Unie voor een hervorming van de technische samenwerking, de verslagen van de Europese Rekenkamer en de lessen die zijn geleerd uit afgeronde en lopende samenwerkingsprogramma’s van de Europese Unie in de Republiek Kazachstan, staat doeltreffendheid van de hulp centraal bij de verstrekking van financiële steun door de Europese Unie aan de Republiek Kazachstan.
Artikel 262
De partijen voeren financiële en technische steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan te beschermen. De partijen nemen doeltreffende maatregelen om onregelmatigheden30)Volgens de definitie in Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen wordt onder „onregelmatigheid” verstaan elke inbreuk op een bepaling van het recht van de Europese Unie, deze overeenkomst of hieruit voortvloeiende overeenkomsten en contracten, die bestaat in een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer waardoor de algemene begroting van de Europese Unie of de door de Europese Unie beheerde begrotingen worden of zouden kunnen worden benadeeld, hetzij door de vermindering of het achterwege blijven van ontvangsten uit de eigen middelen, die rechtstreeks voor rekening van de Europese Unie worden geïnd, hetzij door een onverschuldigde uitgave., fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor de begroting van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, te voorkomen en te bestrijden, door middel van wederzijdse juridische en andere bijstand op de gebieden die onder deze overeenkomst vallen.
In alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die de partijen tijdens de uitvoering van deze overeenkomst sluiten, worden specifieke bepalingen opgenomen over financiële samenwerking inzake verificaties en inspecties ter plaatse.
Artikel 263
Om de beschikbare middelen optimaal te benutten, verbinden de partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat de bijdragen van de Europese Unie nauw worden gecoördineerd met de bijdragen van andere bronnen, derde landen en internationale financiële instellingen.
Artikel 264. Preventie
De partijen controleren regelmatig of de operaties die met middelen van de Europese Unie worden gefinancierd en met middelen van de Republiek Kazachstan worden gecofinancierd, naar behoren zijn uitgevoerd, en nemen alle passende maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden, fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor de middelen van de Europese Unie en de cofinancieringsmiddelen van de Republiek Kazachstan. De partijen stellen elkaar in kennis van de preventieve maatregelen die zij nemen.
Artikel 265. Communicatie
De partijen stellen elkaar, en met name het Europees Bureau voor fraudebestrijding en de bevoegde autoriteiten van de Republiek Kazachstan, in kennis van vermoede en bewezen gevallen van fraude, corruptie of andere onregelmatigheden met betrekking tot het gebruik van de middelen van de Europese Unie en de cofinancieringsmiddelen van de Republiek Kazachstan.
De partijen stellen elkaar in kennis van alle maatregelen die zij in verband met dit artikel nemen.
Artikel 266. Verificaties ter plaatse
De verificaties ter plaatse met betrekking tot de financiële steun van de Europese Unie worden voorbereid en uitgevoerd door het Europees Bureau voor fraudebestrijding, in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de Republiek Kazachstan en in overeenstemming met de wetgeving van de Republiek Kazachstan.
In het kader van deze overeenkomst is het Europees Bureau voor fraudebestrijding gemachtigd verificaties ter plaatse uit te voeren om de financiële belangen van de Europese Unie te beschermen, overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad31)Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PBEU L 292 van 15.11.1996, blz. 2). en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad32)Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PBEU L 248 van 18.9.2013, blz. 1)..
Artikel 267. Onderzoek en vervolging
De bevoegde organen van de Republiek Kazachstan onderzoeken en vervolgen, overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Kazachstan, vermoede en bewezen gevallen van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor de middelen van de Europese Unie en de cofinancieringsmiddelen van de Republiek Kazachstan. In voorkomend geval, en op formeel verzoek, kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding de bevoegde autoriteiten van de Republiek Kazachstan hulp bieden bij deze taak.
TITEL VIII. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 268. Samenwerkingsraad
De Samenwerkingsraad wordt hierbij ingesteld. De Samenwerkingsraad houdt toezicht op en toetst regelmatig de uitvoering van deze overeenkomst. Hij komt eenmaal per jaar bijeen op ministerieel niveau. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang ten aanzien van de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
Om de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken, neemt de Samenwerkingsraad besluiten binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst in de in de overeenkomst vermelde gevallen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die passende maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Samenwerkingsraad kan tevens aanbevelingen doen. De Samenwerkingsraad stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in overleg tussen de partijen, na voltooiing van hun interne procedures.
De Samenwerkingsraad is bevoegd om de bijlagen bij deze overeenkomst te actualiseren of te wijzigen, op basis van een consensus tussen de partijen, zonder afbreuk te doen aan de specifieke bepalingen van titel III (Handel en zakelijke activiteiten).
De Samenwerkingsraad kan bevoegdheden overdragen aan het Samenwerkingscomité, waaronder de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen.
De Samenwerkingsraad bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen.
De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Kazachstan.
De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde vast.
Elke partij kan geschillen over de uitvoering of interpretatie van deze overeenkomst voorleggen aan de Samenwerkingsraad, overeenkomstig artikel 278.
Artikel 269. Samenwerkingscomité en gespecialiseerde subcomités
Er wordt een Samenwerkingscomité ingesteld. Het Samenwerkingscomité staat de Samenwerkingsraad bij in de uitvoering van zijn taken.
Het Samenwerkingscomité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
Het Samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Kazachstan.
Het Samenwerkingscomité stelt besluiten vast in de in deze overeenkomst genoemde gevallen en op de gebieden waarvoor de Samenwerkingsraad bevoegdheden heeft overgedragen aan het Samenwerkingscomité. Die besluiten zijn bindend voor de partijen, die passende maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Samenwerkingscomité stelt zijn besluiten vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen, na voltooiing van hun respectieve interne procedures. Het heeft onder meer als taak vergaderingen van de Samenwerkingsraad voor te bereiden.
Het Samenwerkingscomité kan in een specifieke samenstelling bijeenkomen voor de bespreking van onderwerpen met betrekking tot titel III (Handel en zakelijke activiteiten).
De Samenwerkingsraad kan besluiten gespecialiseerde subcomités of andere organen in te stellen die hem bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan, en bepaalt de samenstelling, de taken en de werking van dergelijke subcomités of organen.
In zijn reglement van orde bepaalt de Samenwerkingsraad de taken en de werking van het Samenwerkingscomité en van elk ander subcomité of orgaan dat hij opricht.
Artikel 270. Parlementair samenwerkingscomité
Het Parlementair samenwerkingscomité wordt hierbij ingesteld. Het bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het parlement van de Republiek Kazachstan, anderzijds; het dient als forum waar die leden elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het komt met zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
De activiteiten van het Parlementair samenwerkingscomité zijn erop gericht een wederzijds voordelige en doeltreffende parlementaire samenwerking tussen het Europees Parlement en het parlement van de Republiek Kazachstan tot stand te brengen.
Het Parlementair samenwerkingscomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het Parlementair samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het parlement van de Republiek Kazachstan, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.
Het Parlementair samenwerkingscomité mag bij de Samenwerkingsraad inlichtingen over de uitvoering van de overeenkomst inwinnen; de Samenwerkingsraad verstrekt het Parlementair samenwerkingscomité de verlangde informatie.
Het Parlementair samenwerkingscomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.
Het Parlementair samenwerkingscomité kan aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.
TITEL IX. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 271. Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties
Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgen de partijen ervoor dat de natuurlijke en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie en onder gelijkaardige voorwaarden als die welke gelden voor hun eigen natuurlijke en rechtspersonen, toegang hebben tot hun bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties, om hun individuele en eigendomsrechten te verdedigen.
Artikel 272. Delegatie van bevoegdheden
Tenzij anders bepaald in de overeenkomst, zorgt elke partij ervoor dat een persoon aan wie door een partij op gelijk welk bestuursniveau regelgevend, administratief of ander overheidsgezag is gedelegeerd, zoals de bevoegdheid om invoer- of uitvoervergunningen of vergunningen voor andere economische activiteiten te verlenen, handelstransacties goed te keuren of quota, leges of andere heffingen op te leggen, bij de uitoefening van dat gezag handelt volgens de in deze overeenkomst vastgelegde verplichtingen van die partij.
Artikel 273. Beperkingen in het geval van problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie
Indien een partij ernstige problemen ondervindt, of dreigt te ondervinden, op het gebied van de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie, mag die partij vrijwarings- of beperkende maatregelen vaststellen of handhaven die gevolgen hebben voor het kapitaalverkeer, betalingen of overdrachten.
De in lid 1 bedoelde maatregelen:
- a. zijn in identieke situaties niet minder gunstig voor een partij dan voor een niet-partij;
- b. zijn in overeenstemming met de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, in voorkomend geval;
- c. brengen geen onnodig nadeel toe aan de commerciële, economische en financiële belangen van de andere partij;
- d. zijn tijdelijk en worden geleidelijk opgeheven naarmate de in lid 1 omschreven situatie verbetert.
In het geval van handel in goederen kan een partij beperkende maatregelen vaststellen of handhaven ter vrijwaring van zijn betalingsbalans- of buitenlandse financiële positie. Deze maatregelen zijn in overeenstemming met de GATT 1994 en het Memorandum van overeenstemming betreffende de betalingsbalansbepalingen van de GATT 1994.
In het geval van handel in diensten kan een partij beperkende maatregelen vaststellen ter vrijwaring van zijn betalingsbalans- of buitenlandse financiële positie. Deze maatregelen zijn in overeenstemming zijn met de GATS.
Wanneer een partij beperkende maatregelen als bedoeld in lid 1 en lid 2 vaststelt of handhaaft, stelt zij de andere partij daarvan onverwijld in kennis en verstrekt zij haar zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van die maatregelen.
Wanneer op grond van dit artikel beperkingen worden vastgesteld of gehandhaafd, wordt spoedig overleg gepleegd in het Samenwerkingscomité, indien dat overleg niet plaatsvindt buiten het kader van de overeenkomst.
Tijdens het overleg worden de problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie die tot de respectievelijke maatregelen hebben geleid, beoordeeld, rekening houdend met onder meer de volgende factoren:
- a. de aard en de omvang van de problemen;
- b. de buitenlandse economische positie en handelssituatie; of
- c. andere corrigerende maatregelen die kunnen worden genomen.
Tijdens het overleg wordt bekeken of de beperkende maatregelen verenigbaar zijn met de leden 1 en 2.
Tijdens het overleg aanvaarden de partijen alle statistische bevindingen en andere gegevens die door het Internationaal Monetair Fonds worden gepresenteerd met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en de betalingsbalans, en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het Internationaal Monetair Fonds over de betalingsbalans- en de buitenlandse financiële positie van de betrokken partij.
Artikel 274. Maatregelen in verband met wezenlijke veiligheidsbelangen
Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:
- a. een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken wanneer zij meent dat openbaarmaking van deze gegevens in strijd is met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;
- b. een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:
- i. verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogstuig;
- ii. betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;
- iii. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;
- iv. betrekking hebben op overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of defensie; of
- v. in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of
- c. een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van de verplichtingen die zij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
Artikel 275. Non-discriminatie
Op de door deze overeenkomst bestreken gebieden en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:
- a. de regelingen die de Republiek Kazachstan ten opzichte van de Europese Unie en de lidstaten toepast, geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de lidstaten van de Europese Unie of hun natuurlijke of rechtspersonen;
- b. de regelingen die de Europese Unie of de lidstaten ten opzichte van de Republiek Kazachstan toepassen, geen aanleiding geven tot discriminatie tussen natuurlijke of rechtspersonen van de Republiek Kazachstan.
Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren wat hun woonplaats betreft.
Artikel 276. Belastingen
Deze overeenkomst is alleen van toepassing op belastingmaatregelen wanneer dat nodig is om de bepalingen van deze overeenkomst uit te voeren.
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking in overeenstemming met de bepalingen inzake belastingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing, andere belastingregelingen of interne belastingwetten.
Artikel 277. Voldoen aan verplichtingen
De partijen treffen alle maatregelen die nodig zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zorgen ervoor dat de in de overeenkomst vastgelegde doelstellingen worden bereikt.
De partijen plegen op verzoek van een partij onverwijld via passende kanalen onderling overleg over kwesties met betrekking tot de interpretatie of uitvoering van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen.
Elke partij legt geschillen over de interpretatie of de uitvoering van deze overeenkomst voor aan de Samenwerkingsraad, overeenkomstig artikel 278.
De Samenwerkingsraad kan een geschil beslechten overeenkomstig artikel 278 en door middel van een bindend besluit.
Artikel 278. Geschillenbeslechting
Wanneer tussen de partijen een geschil ontstaat over de interpretatie of de uitvoering van de overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Samenwerkingsraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in. Op geschillen over de interpretatie of de uitvoering van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) is bij wijze van uitzondering alleen hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van toepassing.
De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Samenwerkingsraad als bedoeld in artikel 268, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Mits instemming van de partijen of op verzoek van een van de partijen kan overleg over een geschil ook plaatsvinden tijdens vergaderingen van het Samenwerkingscomité of een ander relevant subcomité of orgaan dat is ingesteld op grond van artikel 269. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.
De partijen verstrekken de Samenwerkingsraad, het Samenwerkingscomité of het andere relevante subcomité of orgaan alle informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.
Een geschil wordt geacht te zijn beslecht wanneer de Samenwerkingsraad een bindend besluit heeft genomen waarbij het geschil wordt beslecht, zoals bedoeld in artikel 277, of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil is beëindigd.
Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
Artikel 279. Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen
Als een kwestie niet is opgelost binnen drie maanden na indiening van een formeel verzoek tot geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 278, en als de klagende partij van mening is dat de andere partij een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst niet is nagekomen, kan die partij passende maatregelen treffen, tenzij het geschil betrekking heeft op de interpretatie of uitvoering van titel III (Handel en zakelijke activiteiten).
In afwijking van lid 1 kan iedere partij onmiddellijk passende maatregelen nemen met betrekking tot deze overeenkomst, overeenkomstig het internationaal recht, in geval van:
- a. afwijzing van deze overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationaal recht als bedoeld in artikel 60, lid 3, van het Verdrag van Wenen van 1969 inzake het verdragenrecht, of
- b. schending door de andere partij van de essentiële elementen van deze overeenkomst als bedoeld in de artikelen 1 en 11.
In die gevallen wordt de andere partij onverwijld in kennis gesteld van de passende maatregelen. Op verzoek van de andere partij wordt gedurende ten hoogste 20 dagen overleg gepleegd. Na afloop van deze periode is de maatregel van toepassing.
Bij de keuze van de passende maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die het functioneren van deze overeenkomst het minst verstoren en die evenredig zijn met de aard en de ernst van de inbreuk. De maatregelen worden onmiddellijk gemeld aan de Samenwerkingsraad en zijn het onderwerp van onmiddellijk overleg, gedurende welke elke partij het recht heeft een einde te maken aan de schending in kwestie.
Artikel 280. Publieke toegang tot officiële documenten
De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing van de relevante wetgeving van de partijen met betrekking tot de publieke toegang tot officiële documenten.
Artikel 281. Inwerkingtreding, voorlopige toepassing, duur en beëindiging
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de partijen het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie langs diplomatieke weg in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.
Tenzij daarin anders is bepaald, is titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding als bedoeld in lid 1, op voorwaarde dat de Republiek Kazachstan tegen die datum lid is geworden van de WTO. Indien de Republiek Kazachstan na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst lid wordt van de WTO, is titel III (Handel en zakelijke activiteiten), tenzij daarin anders is bepaald, van toepassing vanaf de datum waarop de Republiek Kazachstan lid is geworden van de WTO.
Niettegenstaande de leden 1 en 2 kunnen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan deze overeenkomst op voorlopige basis gedeeltelijk of volledig toepassen, overeenkomstig hun toepasselijke interne procedures en wetgeving.
De voorlopige toepassing gaat in op de eerste dag van de maand volgende op de datum van:
- a. kennisgeving van de Europese Unie aan de Republiek Kazachstan dat de vereiste procedures zijn voltooid, waar relevant met vermelding van de delen van deze overeenkomst die voorlopig worden toegepast; en
- b. kennisgeving van de Republiek Kazachstan aan de Europese Unie dat de overeenkomst is geratificeerd.
Tenzij daarin anders is bepaald, is titel III (Handel en zakelijke activiteiten) voorlopig van toepassing vanaf de datum van voorlopige toepassing als bedoeld in lid 4, op voorwaarde dat de Republiek Kazachstan tegen die datum lid is geworden van de WTO. Indien de Republiek Kazachstan na de datum van voorlopige toepassing van deze overeenkomst maar vóór de inwerkingtreding ervan lid wordt van de WTO, is titel III (Handel en zakelijke activiteiten), tenzij daarin anders is bepaald, voorlopig van toepassing vanaf de datum waarop de Republiek Kazachstan lid is geworden van de WTO.
Voor de toepassing van de relevante bepalingen van deze overeenkomst, en de bijlagen en protocollen daarbij, worden verwijzingen in die bepalingen naar „de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” geacht eveneens betrekking te hebben op „de datum van voorlopige toepassing van deze overeenkomst” overeenkomstig de leden 4 en 5.
Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds, die op 23 januari 1995 in Brussel is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden, beëindigd.
Gedurende de periode waarin de overeenkomst voorlopig wordt toegepast, blijven de bepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds, die op 23 januari 1995 in Brussel is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden, van toepassing voor zover zij niet gedekt worden door de voorlopige toepassing van deze overeenkomst.
Deze overeenkomst komt in de plaats van de in lid 7 bedoelde overeenkomst. Verwijzingen naar die overeenkomst in alle andere overeenkomsten tussen de partijen worden gelezen als verwijzingen naar deze overeenkomst.
Deze overeenkomst wordt voor onbeperkte duur gesloten en kan door een partij worden beëindigd door een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg. De beëindiging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst door een partij van de kennisgeving van de beëindiging van de overeenkomst. Het beëindigen van de overeenkomst is niet van invloed op projecten die voor de ontvangst van deze kennisgeving van start zijn gegaan.
De partijen kunnen de voorlopige toepassing beëindigen door een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg. De beëindiging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst door een partij van de kennisgeving van de beëindiging van de voorlopige toepassing van de overeenkomst. Het beëindigen van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst is niet van invloed op projecten die voor de ontvangst van deze kennisgeving van start zijn gegaan.
Artikel 282
Bestaande overeenkomsten tussen de partijen die betrekking hebben op specifieke samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen, worden geacht onderdeel te zijn van de algemene bilaterale betrekkingen van de partijen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst, en worden geacht deel uit te maken van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
Artikel 283
De partijen kunnen de overeenkomst in onderlinge overeenstemming wijzigen, herzien of uitbreiden, met het oog op de intensivering van het samenwerkingsniveau.
De partijen kunnen deze overeenkomst aanvullen door de sluiting van specifieke internationale overeenkomsten op alle samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen. Dergelijke specifieke internationale overeenkomsten tussen de partijen vormen een integrerend onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen tussen de partijen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst en maken deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
Artikel 284. Bijlagen en protocollen
De bijlagen en protocollen bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.
Artikel 285. Definitie van de partijen
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen” bedoeld de Unie, of haar lidstaten, of de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds.
Artikel 286. Territoriale toepassing
Deze overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en op het grondgebied van de Republiek Kazachstan.
Artikel 287. Authentieke teksten
Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse, de Kazachse en de Russische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
A. VOORBEHOUDEN VAN DE REPUBLIEK KAZACHSTAN
B. VOORBEHOUDEN VAN DE EUROPESE UNIE
DEEL 1. Betrokken entiteiten van de centrale overheid
DEEL 2. Betrokken entiteiten van de regionale en lokale overheid
DEEL 3. Alle andere betrokken entiteiten
DEEL 4. Goederen
DEEL 5. Diensten
DEEL 6. Constructiediensten
DEEL 7. Algemene opmerkingen
DEEL 1. Media voor de bekendmaking van informatie over aanbestedingen
DEEL 2. Media voor de bekendmaking van aankondigingen
Artikel 1. Doelstelling
Deze bijlage heeft tot doel ervoor te zorgen dat door middel van een alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar gemakkelijker een onderling overeengekomen oplossing wordt gevonden.
DEEL A. PROCEDURE VOOR HET BEMIDDELINGSMECHANISME
Artikel 2. Verzoek om informatie
Te allen tijde voor de aanvang van de bemiddelingsprocedure kan een partij schriftelijk om informatie verzoeken over een maatregel die de handel of investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt. De partij waaraan het verzoek gericht is, verstrekt binnen 20 dagen na ontvangst van het verzoek een schriftelijk antwoord met haar opmerkingen over de informatie in het verzoek.
Wanneer de antwoordende partij denkt dat zij niet binnen 20 dagen vanaf de ontvangst van het verzoek een antwoord kan geven, stelt zij de verzoekende partij daarvan onverwijld op de hoogte en deelt zij de redenen voor de vertraging mee, alsook een schatting van de kortst mogelijke termijn waarbinnen zij zal kunnen antwoorden.
Artikel 3. Inleiding van de procedure
Een partij kan te allen tijde, door middel van een schriftelijk verzoek aan de andere partij, verzoeken dat de andere partij deelneemt aan een bemiddelingsprocedure. Het verzoek bevat voldoende details om de zorgen van de verzoekende partij daarin tot uitdrukking te laten komen en:
- a. geeft aan om welke specifieke maatregel het gaat;
- b. geeft aan wat volgens de verzoekende partij de negatieve gevolgen van de maatregel op de handel of de investeringen tussen de partijen zijn of zullen zijn, en
- c. legt uit wat volgens de verzoekende partij het verband tussen die gevolgen en de maatregel is.
De bemiddelingsprocedure kan alleen met wederzijdse instemming van de partijen worden ingeleid. Wanneer op grond van lid 1 een verzoek wordt gedaan, neemt de partij waaraan het verzoek is gericht, dat verzoek in welwillende overweging, en antwoordt zij binnen 10 dagen na ontvangst ervan met een schriftelijke inwilliging of afwijzing.
Artikel 4. Keuze van de bemiddelaar
De partijen streven ernaar binnen 15 dagen vanaf de indiening van de in artikel 3, lid 2, van deze bijlage genoemde aanvaarding overeenstemming te bereiken over een bemiddelaar.
Indien de partijen binnen de in lid 1 vastgestelde termijn geen overeenstemming kunnen bereiken over een bemiddelaar, kan elk van de partijen de voorzitter van het Samenwerkingscomité, of zijn vertegenwoordiger, verzoeken de bemiddelaar door middel van loting te selecteren uit de overeenkomstig artikel 196, lid 1, van deze overeenkomst opgestelde lijst. De vertegenwoordigers van beide partijen worden voldoende tijdig uitgenodigd om bij de loting aanwezig te kunnen zijn. In elk geval vindt de loting plaats, welke partij(partijen) ook aanwezig is(zijn).
De voorzitter van het Samenwerkingscomité, of diens vertegenwoordiger, wijst binnen vijf dagen na de indiening van het verzoek overeenkomstig artikel 2 een bemiddelaar aan.
Indien de in artikel 196, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde lijst op het tijdstip van indiening van een verzoek als bedoeld in artikel 3 van deze bijlage niet is opgesteld, wordt de bemiddelaar door middel van loting aangewezen uit de personen die door een van de partijen of door beide partijen formeel zijn voorgedragen.
De bemiddelaar mag geen onderdaan van een van de partijen zijn, tenzij de partijen anders overeenkomen.
De bemiddelaar is de partijen op onpartijdige en transparante wijze behulpzaam bij het scheppen van duidelijkheid over de maatregel en de mogelijke gevolgen ervan voor de handel, en bij het vinden van een onderling overeengekomen oplossing.
De gedragscode voor leden van het arbitragepanel en bemiddelaars als uiteengezet in bijlage VI bij deze overeenkomst is mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars.
De punten 3 tot en met 7 (Kennisgevingen) en 42 tot en met 46 (Vertaling en vertolking) van het in bijlage V bij deze overeenkomst uiteengezette reglement van orde voor arbitrage zijn mutatis mutandis van toepassing.
Artikel 5. Regels voor de bemiddelingsprocedure
Binnen 10 dagen na de aanstelling van de bemiddelaar dient de partij die de bemiddelingsprocedure heeft ingeleid bij de bemiddelaar en de andere partij schriftelijk een gedetailleerde beschrijving in van zijn zorgen, in het bijzonder van de werking van de maatregel in kwestie en de gevolgen ervan voor de handel. Binnen 20 dagen na ontvangst van deze beschrijving kan de andere partij daarover schriftelijk opmerkingen maken. Elke partij kan in haar beschrijving of opmerkingen alle informatie opnemen die zij relevant acht.
De bemiddelaar kan bepalen wat de meest geschikte wijze is om duidelijkheid te scheppen over de betrokken maatregel en de mogelijke gevolgen ervan voor de handel. De bemiddelaar kan met name vergaderingen tussen de partijen organiseren, gezamenlijk of afzonderlijk met hen overleggen, om bijstand van of overleg met relevante deskundigen en belanghebbenden verzoeken alsmede aanvullende, door de partijen verzochte ondersteuning bieden. Alvorens om bijstand van of overleg met relevante deskundigen of belanghebbenden te verzoeken, overlegt de bemiddelaar met de partijen.
De bemiddelaar geeft geen advies en maakt evenmin opmerkingen over de verenigbaarheidvan de maatregel in kwestie met deze overeenkomst. De bemiddelaar kan de partijen ter overweging advies verstrekken en een oplossing voorstellen. De partijen kunnen de voorgestelde oplossing aanvaarden of afwijzen of een andere oplossing overeenkomen.
De bemiddelingsprocedure vindt plaats op het grondgebied van de partij waaraan het verzoek is gericht, of in onderling overleg op een andere locatie of met andere middelen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)