Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2020-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 311
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verkapte beperking van het internationale handelsverkeer vormen, wordt niets in dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of handhaven door een partij van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, orde of veiligheid;
  • b. noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten;
  • c. noodzakelijk zijn voor de bescherming van intellectuele eigendom; of
  • d. betrekking hebben op goederen of diensten van personen met een handicap, liefdadigheidsinstellingen of gevangenisarbeid.
Artikel 122. Algemene beginselen
1.

Ten aanzien van maatregelen inzake onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten behandelt elke partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, goederen en diensten van de andere partij en de leveranciers van de andere partij die die goederen of diensten aanbieden, onvoorwaardelijk niet ongunstiger dan zij, of haar aanbestedende diensten, eigen goederen, diensten en plaatselijk gevestigde leveranciers behandelt.

2.

Ten aanzien van alle maatregelen inzake de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten waarborgt elke partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, dat:

  • a. een plaatselijk gevestigde leverancier niet minder gunstig wordt behandeld dan een andere plaatselijk gevestigde leverancier op grond van de mate waarin het kapitaal ervan of de zeggenschap erover in buitenlandse handen is; of
  • b. een plaatselijk gevestigde leverancier niet wordt gediscrimineerd op grond van het feit dat de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.
3.

Wanneer een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht wordt aanbesteed met gebruikmaking van elektronische middelen:

  • a. ziet de aanbestedende dienst erop toe dat voor de aanbesteding, waaronder ook voor de authenticatie en encryptie van informatie, informatietechnologiesystemen en software worden gebruikt die algemeen beschikbaar en interoperabel met andere algemeen beschikbare informatietechnologiesystemen en software zijn; en
  • b. hanteert de aanbestedende dienst mechanismen die de integriteit van verzoeken om deelname en van inschrijvingen waarborgen door onder andere het tijdstip van ontvangst te registreren en ongeoorloofde toegang te voorkomen.
4.

Aanbestedende diensten zien erop toe dat onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten worden aanbesteed op een transparante en onpartijdige wijze die:

  • a. in overeenstemming is met dit hoofdstuk, met gebruik van methoden als openbare aanbesteding, aanbesteding met voorafgaande selectie, onderhandse aanbesteding en elektronische veiling;
  • b. belangenverstrengeling vermijdt; en
  • c. corrupte praktijken voorkomt.
5.

Ten behoeve van onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten passen de partijen op uit de andere partij ingevoerde goederen of door de andere partij verleende diensten geen oorsprongsregels toe die afwijken van de oorsprongsregels die de partij op dat moment op de invoer van goederen of de verlening van diensten uit de andere partij in het normale handelsverkeer toepast.

6.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op douanerechten en heffingen van ongeacht welke aard die bij invoer of in verband met invoer worden geïnd, op de wijze van inning van deze rechten en heffingen, en op andere invoerregelingen en -formaliteiten en maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten anders dan maatregelen betreffende onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten.

Artikel 123. Informatie over het systeem voor overheidsopdrachten
1.

Elke partij:

  • a. publiceert onverwijld alle wetgeving, regelgeving, gerechtelijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en standaardclausules die bij wet- of regelgeving verplicht zijn gesteld en door verwijzing zijn opgenomen in berichten van aanbesteding, aanbestedingsdossiers en procedures inzake onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten, alsmede alle wijzigingen daarvan, in officieel daartoe aangewezen elektronische of gedrukte media die op ruime schaal worden verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijven voor het publiek; en
  • b. verstrekt desgevraagd een uitleg daarvan aan de andere partij.
2.

Deel 1 van bijlage IV bij deze overeenkomst bevat een lijst van:

  • a. de elektronische of gedrukte media waarin elke partij de in lid 1 bedoelde informatie publiceert;
  • c. de website(s) waarop elke partij de in artikel 133, lid 2, bedoelde berichten over de gunning van een opdracht publiceert.
3.

Bij elke wijziging van de in deel 1 van bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde informatie betreffende een partij, stelt deze partij het Samenwerkingscomité daarvan onverwijld in kennis. Het Samenwerkingscomité stelt periodiek besluiten vast waarin de wijzigingen van deel 1 van bijlage IV bij deze overeenkomst worden verwerkt.

Artikel 124. Aankondigingen
1.

Voor elke onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht publiceert de aanbestedende dienst, behalve in de in artikel 130 beschreven omstandigheden, een bericht van aanbesteding in de geëigende gedrukte of elektronische media, als vermeld in deel 2 van bijlage IV bij deze overeenkomst. Dergelijke media moeten op ruime schaal worden verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijven voor het publiek, ten minste tot het verstrijken van de in het bericht vermelde termijn. Voor de onder de delen 1 tot en met 3 van bijlage III bij deze overeenkomst vallende aanbestedende diensten zijn de berichten via één toegangspunt elektronisch en kosteloos beschikbaar, ten minste gedurende de in deel 2 van bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde minimumperiode.

2.

Tenzij anders bepaald in dit hoofdstuk, worden in alle berichten van aanbesteding de volgende gegevens opgenomen:

  • a. de naam en het adres van de aanbestedende dienst en andere informatie die nodig is om contact met de aanbestedende dienst op te nemen en alle relevante documentatie in verband met de opdracht te verkrijgen, alsmede de eventuele kosten en betalingsvoorwaarden;
  • b. een omschrijving van de opdracht, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de goederen of diensten die worden aanbesteed, ofwel een schatting van de hoeveelheid, indien deze niet exact bekend is;
  • c. voor herhaalde opdrachten zo mogelijk een schatting van de data voor de volgende berichten van aanbesteding;
  • d. een beschrijving van eventuele opties;
  • e. de termijnen voor de levering van goederen of diensten of de looptijd van de opdracht;
  • f. de aanbestedingsprocedure, met vermelding of daarbij gebruik wordt gemaakt van onderhandelingen of elektronische veilingen;
  • g. indien van toepassing het adres en de eventuele termijn voor de indiening van verzoeken om deelname aan de aanbesteding;
  • h. het adres en de uiterste datum voor de indiening van inschrijvingen;
  • i. de taal of talen waarin inschrijvingen of verzoeken om deelname kunnen worden ingediend, voor zover het gaat om andere talen dan de officiële taal van de partij waartoe de aanbestedende dienst behoort;
  • j. een lijst en korte omschrijving van eventuele voorwaarden voor de deelname van leveranciers, waaronder de eventuele verplichte verstrekking van specifieke documenten in verband met de opdracht, tenzij deze vereisten zijn opgenomen in het aanbestedingsdossier dat aan alle belangstellende leveranciers ter beschikking wordt gesteld op hetzelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding; en
  • k. indien de aanbestedende dienst voornemens is overeenkomstig artikel 126 een beperkt aantal erkende leveranciers uit te nodigen om in te schrijven: de criteria aan de hand waarvan zij zullen worden gekozen en eventuele beperkingen op het aantal leveranciers dat mag inschrijven.
3.

Voor iedere voorgenomen aanbesteding publiceert de aanbestedende dienst in het Engels of het Frans, op hetzelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding, een gemakkelijk toegankelijke samenvatting. Deze samenvatting bevat in ieder geval de volgende informatie:

  • a. de inhoud van de opdracht;
  • b. de uiterste termijn voor de indiening van inschrijvingen of in voorkomend geval de uiterste termijn voor de indiening van verzoeken om deelname aan de aanbesteding of plaatsing op een lijst voor veelvuldig gebruik; en
  • c. het adres waar documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden opgevraagd.
4.

Aanbestedende diensten worden aangemoedigd hun aanbestedingsplannen zo vroeg mogelijk in elk begrotingsjaar te publiceren (hierna „aankondiging van geplande aanbestedingen” genoemd) in de geëigende gedrukte of elektronische media, als vermeld in deel 2 van bijlage IV bij deze overeenkomst. De aankondiging van geplande aanbestedingen dient de inhoud van de opdrachten en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding te bevatten.

5.

De in deel 3 van bijlage III bij deze overeenkomst vermelde aanbestedende diensten kunnen de aankondiging van geplande aanbestedingen als bericht van aanbesteding gebruiken, mits de aankondiging zoveel mogelijk van de in lid 2 bedoelde informatie bevat naargelang van de beschikbaarheid daarvan, alsmede een verklaring dat leveranciers hun belangstelling voor de opdracht bij de aanbestedende dienst bekend kunnen maken.

Artikel 125. Voorwaarden voor deelname
1.

Aanbestedende diensten beperken de voorwaarden voor de deelname aan een aanbesteding tot wat noodzakelijk is om te waarborgen dat de leverancier over de juridische en financiële capaciteit en de commerciële en technische vaardigheden beschikt om de desbetreffende opdracht uit te voeren.

2.

Bij het bepalen van de voorwaarden voor deelname mag de aanbestedende dienst:

  • a. de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een aanbestedende dienst van een partij;
  • b. eerdere ervaring verlangen wanneer deze van wezenlijk belang is om aan de eisen van de opdracht te kunnen voldoen; en
  • c. niet de voorwaarde opleggen dat een leverancier van een partij alleen aan een opdracht kan deelnemen of hem alleen een opdracht kan worden gegund wanneer de aanbestedende dienst van de andere partij hem eerder een of meer opdrachten heeft gegund of wanneer hij ervaring op het grondgebied van die partij heeft, tenzij die vroegere ervaring van wezenlijk belang is om aan de eisen van de opdracht te voldoen.
3.

Bij de beoordeling of een leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet:

  • a. evalueert de aanbestedende dienst de financiële, commerciële en technische vaardigheden van de leverancier aan de hand van diens zakelijke activiteiten op en buiten het grondgebied van de partij waartoe de aanbestedende dienst behoort; en
  • b. baseert de aanbestedende dienst zich op de voorwaarden die hij vooraf in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier heeft gespecificeerd.
4.

Een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, kan wanneer zij beschikt over ondersteunend bewijs een leverancier uitsluiten in geval van:

  • a. faillissement;
  • b. valsheid in geschrifte;
  • c. aanzienlijke of aanhoudende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke eis of verplichting in het kader van een eerdere opdracht of eerdere opdrachten;
  • d. definitieve veroordelingen wegens een ernstig misdrijf of andere ernstige strafbare feiten;
  • e. fouten bij de beroepsuitoefening of een handelen of nalaten dat een nadelige invloed heeft op de commerciële integriteit van de leverancier; of
  • f. indien niet is voldaan aan de belastingverplichtingen.
Artikel 126. Erkenning van leveranciers
1.

Een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, kan een systeem bijhouden voor de registratie van leveranciers waarin belangstellende leveranciers zich moeten laten registreren en ten behoeve waarvan zij bepaalde informatie moeten verstrekken.

2.

De partijen zien erop toe dat:

  • a. de erkenningsprocedures van hun aanbestedende diensten zo min mogelijk van elkaar verschillen; en
  • b. de eventuele registratiesystemen van hun aanbestedende diensten zo min mogelijk van elkaar verschillen.
3.

Een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, mag een registratiesysteem of erkenningsprocedure niet vaststellen of toepassen met als doel of gevolg dat er in haar aanbestedingsprocedures voor leveranciers van de andere partij onnodige belemmeringen in het leven worden geroepen.

4.

Wanneer een aanbestedende dienst een opdracht wil aanbesteden met voorafgaande selectie:

5.

Een aanbestedende dienst staat alle erkende leveranciers toe om deel te nemen aan een bepaalde aanbestedingsprocedure, tenzij de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding vermeldt dat het aantal leveranciers dat tot de aanbesteding wordt toegelaten, beperkt is, onder opgave van de criteria voor de selectie van dit beperkte aantal leveranciers.

6.

Indien het aanbestedingsdossier niet vanaf de datum van publicatie van het in lid 4 bedoelde bericht van aanbesteding openbaar toegankelijk is, ziet de aanbestedende dienst erop toe dat het dossier voor alle overeenkomstig lid 5 geselecteerde erkende leveranciers op hetzelfde tijdstip beschikbaar komt.

7.

Aanbestedende diensten mogen een lijst van leveranciers voor veelvuldig gebruik bijhouden, mits een bericht waarin belangstellende leveranciers worden uitgenodigd opname op de lijst aan te vragen:

  • a. jaarlijks wordt gepubliceerd; en
  • b. in geval van elektronische publicatie permanent beschikbaar wordt gesteld, in het geëigende medium, als vermeld in deel 2 van bijlage IV bij deze overeenkomst.
8.

Het in lid 7 bedoelde bericht omvat de volgende informatie:

  • a. een omschrijving van de goederen of diensten, of de categorieën goederen of diensten, waarvoor de lijst kan worden gebruikt;
  • b. de voorwaarden voor deelname waaraan leveranciers moeten voldoen om op de lijst te worden opgenomen en de methoden die de aanbestedende dienst gebruikt om te controleren of een leverancier aan de voorwaarden voldoet;
  • c. de naam en het adres van de aanbestedende dienst en andere informatie die nodig is om contact met de dienst op te nemen en alle relevante documentatie in verband met de lijst te verkrijgen;
  • d. de geldigheidsduur van de lijst en de wijze waarop deze wordt verlengd of beëindigd, of wanneer er geen geldigheidsduur is bepaald, vermelding van de wijze waarop de beëindiging van het gebruik van de lijst wordt medegedeeld;
  • e. een vermelding dat de lijst kan worden gebruikt voor aanbestedingen die onder dit hoofdstuk vallen.
9.

Niettegenstaande lid 7 hoeft een aanbestedende dienst, indien de lijst voor veelvuldig gebruik drie jaar of minder geldig is, het in dat lid bedoelde bericht slechts eenmaal, bij de aanvang van de geldigheidsduur van de lijst, te publiceren, mits:

  • a. in het bericht wordt vermeld wat de geldigheidsduur is en dat tijdens die periode geen verdere berichten zullen worden gepubliceerd; en
  • b. dit bericht met elektronische middelen wordt gepubliceerd en gedurende de geldigheidsduur ervan permanent beschikbaar is.
10.

Aanbestedende diensten staan leveranciers toe te allen tijde een verzoek tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen en nemen alle erkende leveranciers binnen een redelijk korte termijn op die lijst op.

11.

Wanneer een leverancier die niet is opgenomen op een lijst voor veelvuldig gebruik, een verzoek indient tot deelname aan een aanbestedingsprocedure waarbij een dergelijke lijst wordt gehanteerd en alle vereiste documenten indient binnen de in artikel 128, lid 2, bedoelde termijn, wordt dit verzoek door de aanbestedende dienst onderzocht. De aanbestedende dienst sluit de leverancier niet uit van beoordeling in het kader van de aanbestedingsprocedure op grond van het argument dat hij onvoldoende tijd heeft om het verzoek te onderzoeken, tenzij hij, in uitzonderlijke gevallen, als gevolg van de complexiteit van de aanbesteding, niet in staat is het onderzoek van het verzoek te voltooien binnen de termijn die voor de indiening van inschrijvingen is toegestaan.

12.

Aanbestedende diensten die onder deel 3 van bijlage III bij deze overeenkomst vallen, kunnen een bericht waarbij leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen, gebruiken als bericht van aanbesteding, mits:

  • a. het bericht wordt gepubliceerd overeenkomstig lid 7 en de in lid 8 gespecificeerde informatie bevat, evenals zoveel van de in artikel 124, lid 2, gespecificeerde informatie als beschikbaar, alsmede een verklaring dat het bericht als bericht van aanbesteding geldt of dat alleen de leveranciers op de lijst voor veelvuldig gebruik verdere berichten in verband met deze lijst zullen ontvangen; en
  • b. de aanbestedende dienst aan leveranciers die bij hem belangstelling hebben geuit voor een bepaalde opdracht, onverwijld voldoende informatie verstrekt aan de hand waarvan de leverancier kan beoordelen in hoeverre de opdracht voor hem relevant is, alsmede alle overige in artikel 124, lid 2, voorgeschreven informatie, voor zover beschikbaar.
13.

Aanbestedende diensten die onder deel 3 van bijlage III bij deze overeenkomst vallen, mogen leveranciers die overeenkomstig lid 10 een aanvraag tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend, toestaan in te schrijven op een bepaalde opdracht, indien de aanbestedende dienst voldoende tijd heeft om te onderzoeken of de leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet.

14.

Aanbestedende diensten stellen leveranciers die een verzoek tot deelname of een verzoek tot opname op een lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend, zo spoedig mogelijk in kennis van hun besluit inzake dat verzoek.

15.

Wanneer een aanbestedende dienst een verzoek van een leverancier tot deelname of tot opname op een lijst voor veelvuldig gebruik afwijst, de erkenning van een leverancier intrekt of een leverancier van een lijst voor veelvuldig gebruik schrapt, stelt de dienst de leverancier daarvan onverwijld in kennis en verstrekt hij de leverancier desgevraagd onverwijld een schriftelijke motivering van zijn besluit.

Artikel 127. Technische specificaties en aanbestedingsdossier
1.

Aanbestedende diensten mogen geen technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen of conformiteitsbeoordelingsprocedures voorschrijven met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan.

De technische specificaties moeten inschrijvers gelijke toegang bieden en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van opdrachten voor mededinging ontstaan.

2.

Bij het voorschrijven van de technische specificaties van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, geldt in voorkomend geval het volgende:

  • a. de aanbestedende dienst formuleert de technische specificaties in de vorm van prestatie-eisen of functionele eisen eerder dan in de vorm van ontwerpkenmerken of descriptieve normen; en
  • b. de aanbestedende dienst baseert de technische specificaties op internationale normen, wanneer die bestaan, en anders op nationale technische voorschriften, erkende nationale normen of bouwvoorschriften.
3.

Wanneer in de technische specificaties ontwerpkenmerken of descriptieve kenmerken zijn opgenomen, dient de aanbestedende dienst in voorkomend geval aan te geven dat inschrijvingen voor gelijkwaardige goederen of diensten die aantoonbaar aan de voorwaarden van de opdracht voldoen, eveneens in aanmerking komen, door in het aanbestedingsdossier termen als „of gelijkwaardig” op te nemen.

4.

Aanbestedende diensten schrijven geen technische specificaties voor waarin vereisten inzake of verwijzingen naar bepaalde handelsmerken of handelsnamen, octrooien, auteursrechten, tekeningen en modellen, typen, een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn opgenomen, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat termen zoals „of gelijkwaardig“ in het aanbestedingsdossier worden opgenomen.

5.

Aanbestedende diensten vragen of aanvaarden van personen die een commercieel belang bij de aanbesteding kunnen hebben, geen advies dat kan worden gebruikt bij de opstelling of de vaststelling van een technische specificatie voor een specifieke aanbesteding, wanneer dat advies tot gevolg kan hebben dat concurrentie wordt uitgesloten.

6.

Met het oog op een grotere zekerheid mag een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, overeenkomstig dit artikel technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen met als doel het behoud van natuurlijke hulpbronnen of de bescherming van het milieu te bevorderen.

7.

De aanbestedende dienst stelt leveranciers een aanbestedingsdossier ter beschikking met alle informatie die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen. Dit dossier bevat alle onderstaande gegevens, tenzij deze informatie reeds in het bericht van aanbesteding is opgenomen:

  • a. een omschrijving van de opdracht, met inbegrip van de aard en de hoeveelheid van de goederen of diensten die worden aanbesteed, ofwel een schatting van de hoeveelheid, indien deze niet exact bekend is, alsmede alle eventuele vereisten waaraan moet zijn voldaan, met inbegrip van eventuele technische specificaties, certificaties met betrekking tot de conformiteitsbeoordeling, plannen, tekeningen of instructiemateriaal;
  • b. alle eventuele voorwaarden voor de deelname van leveranciers, met inbegrip van een lijst met informatie en documenten die de leveranciers in verband daarmee moeten verstrekken;
  • c. alle evaluatiecriteria die de aanbestedende dienst bij de gunning van de opdracht toepast, alsmede het relatieve gewicht van elk van deze criteria, tenzij de prijs het enige criterium is;
  • d. wanneer de aanbestedende dienst een opdracht aanbesteedt met elektronische middelen: alle authenticatie- en encryptievereisten en overige vereisten in verband met de indiening van informatie in elektronische vorm;
  • e. wanneer de aanbestedende dienst een elektronische veiling organiseert: de regels, met inbegrip van de weging van de evaluatiecriteria voor elk van de onderdelen van de opdracht, die voor de elektronische veiling zullen gelden;
  • f. indien de inschrijvingen in het openbaar zullen worden geopend: de datum en het tijdstip waarop en de plaats waar de inschrijvingen zullen worden geopend en de personen die daarbij in voorkomend geval aanwezig mogen zijn;
  • g. alle andere voorwaarden, zoals betalingsvoorwaarden of eventuele beperkingen op de wijze waarop inschrijvingen kunnen worden ingediend, bijvoorbeeld op papier of in elektronische vorm; en
  • h. in voorkomend geval de data voor de levering van de goederen of diensten.
8.

Bij het vaststellen van een datum voor de levering van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, houdt de aanbestedende dienst rekening met factoren als de complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming, en de werkelijk benodigde tijd voor het produceren, het uit de voorraad halen en vervoeren van goederen vanaf de plaatsen van levering of voor het verrichten van diensten.

9.

De in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier vermelde evaluatiecriteria kunnen, onder meer, de prijs en andere kostenfactoren, de kwaliteit, de technische waarde, de milieukenmerken en de leveringsvoorwaarden omvatten.

10.

De aanbestedende dienst:

  • a). stelt onverwijld een aanbestedingsdossier beschikbaar zodat belangstellende leveranciers voldoende tijd hebben om geldige inschrijvingen in te dienen;
  • b). verstrekt op verzoek onverwijld het aanbestedingsdossier aan elke belangstellende leverancier; en
  • c). beantwoordt onverwijld elk redelijk verzoek om relevante informatie van een belangstellende of deelnemende leverancier, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van andere leveranciers.
11.

Indien een aanbestedende dienst voorafgaand aan de gunning van de opdracht de criteria of vereisten wijzigt die in het bericht van aanbesteding of het aan deelnemende leveranciers verstrekte aanbestedingsdossier zijn vermeld, of een bericht van aanbesteding of aanbestedingsdossier wijzigt of opnieuw publiceert, geeft hij schriftelijk kennis van alle wijzigingen of verstrekt hij een nieuw of gewijzigd bericht van aanbesteding of aanbestedingsdossier:

  • a. aan alle leveranciers die aan de procedure deelnemen op het moment dat de informatie wordt gewijzigd of opnieuw gepubliceerd, indien zij bekend zijn bij de aanbestedende dienst, en in alle andere gevallen op dezelfde wijze als de oorspronkelijke informatie; en
  • b. op een zodanig tijdstip dat de leveranciers voldoende tijd hebben om hun inschrijving te wijzigen en opnieuw in te dienen.
Artikel 128. Termijnen
1.

De aanbestedende dienst geeft, overeenkomstig zijn eigen redelijke behoeften, de leveranciers voldoende tijd om verzoeken tot deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals:

  • a. de aard en de complexiteit van de opdracht;
  • b. de omvang van de verwachte onderaanneming; en
  • c. de tijd die nodig is voor de verzending van inschrijvingen uit het buitenland en eigen land wanneer geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen. Dergelijke termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende leveranciers gelijk zijn.
2.

Wanneer een aanbestedende dienst gebruik maakt van voorafgaande selectie, mag de termijn voor de indiening van verzoeken tot deelname in beginsel niet minder dan 25 dagen vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding bedragen. Wanneer als gevolg van een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde urgente situatie een dergelijke termijn onhaalbaar is, mag deze worden bekort tot ten minste tien dagen.

3.

Tenzij de leden 4, 5, 7 en 8 van toepassing zijn, mag de minimumtermijn voor de indiening van inschrijvingen niet minder bedragen dan 40 dagen vanaf de datum waarop:

  • a. in het geval van een openbare aanbesteding, het bericht van aanbesteding is gepubliceerd; of
  • b. bij aanbesteding met voorafgaande selectie, de aanbestedende dienst de leveranciers heeft meegedeeld dat zij worden uitgenodigd in te schrijven, ongeacht of een lijst voor veelvuldig gebruik wordt toegepast.
4.

Aanbestedende diensten mogen de in lid 3 genoemde termijn voor de inschrijving verkorten tot ten minste tien dagen, indien:

  • a. de aanbestedende dienst in overeenstemming met artikel 124, lid 4, ten minste 40 dagen maar niet meer dan 12 maanden vóór de publicatie van het bericht van aanbesteding, een aankondiging van geplande aanbestedingen heeft gepubliceerd, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:
  • i. een omschrijving van de opdracht;
  • ii. bij benadering de uiterste data voor de indiening van inschrijvingen of verzoeken tot deelname;
  • iii. een verklaring dat de belangstellende leveranciers hun belangstelling voor de opdracht aan de aanbestedende dienst kenbaar moeten maken;
  • iv. het adres waar documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden opgevraagd; en
  • v. zoveel van de in artikel 124, lid 2, gespecificeerde informatie die vereist is voor het bericht van aanbesteding als beschikbaar is;
  • b. de aanbestedende dienst, in het geval van herhaalde opdrachten, in een eerste bericht van aanbesteding aangeeft dat in volgende berichten termijnen voor inschrijving zullen worden vermeld overeenkomstig dit lid; of
  • c. de in lid 3 genoemde termijn als gevolg van een door de aanbestedende dienst naar behoren gemotiveerde urgente situatie onhaalbaar is.
5.

Aanbestedende diensten mogen de in lid 3 genoemde termijn voor de inschrijving met 7 dagen verkorten in elk van de volgende situaties:

  • a. het bericht van aanbesteding wordt elektronisch gepubliceerd;
  • b. het gehele aanbestedingsdossier is elektronisch beschikbaar vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding; en
  • c. de aanbestedende dienst aanvaardt elektronische inschrijvingen.
6.

Toepassing van de bepalingen lid 5, in combinatie met lid 4, mag in geen geval leiden tot een verkorting van de in lid 3 bepaalde termijn voor het indienen van een inschrijving tot minder dan zeven dagen vanaf de datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.

7.

Niettegenstaande andere bepalingen van dit artikel mag een aanbestedende dienst bij de aankoop van commerciële goederen of diensten of een combinatie daarvan, de in lid 3 genoemde termijn voor de indiening van inschrijvingen verkorten tot ten minste 13 dagen, op voorwaarde dat de aanbestedende dienst op hetzelfde tijdstip zowel het bericht van aanbesteding als het volledige aanbestedingsdossier in elektronische vorm publiceert. Wanneer de aanbestedende dienst bovendien elektronische inschrijvingen voor deze commerciële goederen of diensten aanvaardt, mag hij de in lid 3 genoemde termijn verkorten tot ten minste zeven dagen.

8.

Indien een onder deel 3 van bijlage III vallende aanbestedende dienst alle of een beperkt aantal erkende leveranciers heeft geselecteerd, kan de termijn voor de indiening van een inschrijving in onderling overleg tussen de aanbestedende dienst en de geselecteerde leveranciers worden vastgesteld. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, dient de termijn ten minste zeven dagen te bedragen.

Artikel 129. Aanbesteding op basis van onderhandelingen
1.

Een partij kan bepalen dat haar aanbestedende diensten onderhandelingen kunnen voeren:

  • a. als de aanbestedende dienst het voornemen daartoe heeft vermeld in het overeenkomstig artikel 124, lid 2, vereiste bericht van aanbesteding; of
  • b. als bij de beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in het bericht of in het aanbestedingsdossier vermelde specifieke evaluatiecriteria.
2.

Aanbestedende diensten:

  • a. zien erop toe dat iedere uitsluiting van leveranciers tijdens onderhandelingen plaatsvindt in overeenstemming met de in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier vermelde evaluatiecriteria; en
  • b. stellen, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten, voor alle resterende leveranciers een gelijke termijn vast voor de indiening van een nieuwe of herziene inschrijving.
Artikel 130. Onderhandse aanbesteding
1.

Mits zij deze bepaling niet toepassen met het oogmerk de mededinging tussen leveranciers te verhinderen of op een wijze waardoor leveranciers van de andere partij worden gediscrimineerd of binnenlandse leveranciers worden beschermd, kunnen aanbestedende diensten gebruikmaken van onderhandse aanbesteding en besluiten de artikelen 124, 125, 126, 127 (leden 7 tot en met 11), 128, 129, 131 en 132 niet toe te passen, maar uitsluitend in de volgende omstandigheden:

  • a. op voorwaarde dat de vereisten van het aanbestedingsdossier niet wezenlijk worden gewijzigd, in het geval dat:
  • i. geen inschrijvingen zijn ingediend of geen leveranciers om deelname hebben verzocht;
  • ii. geen inschrijvingen zijn ingediend die aan de essentiële eisen van het aanbestedingsdossier voldoen;
  • iii. geen leveranciers aan de voorwaarden voor deelname voldoen; of
  • iv. de ingediende inschrijvingen onderling zijn afgestemd;
  • b. indien de goederen of diensten slechts door een bepaalde leverancier kunnen worden geleverd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat vanwege een van de volgende redenen:
  • i. de opdracht betreft een kunstwerk;
  • ii. de bescherming van octrooien, auteursrechten of andere exclusieve rechten; of
  • iii. de afwezigheid van concurrentie om technische redenen;
  • c. voor aanvullende leveringen, door de oorspronkelijke leverancier, van goederen en diensten die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien verandering van leverancier voor de aanvullende goederen of diensten:
  • i. niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende producten of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn verworven; en
  • ii. tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke kostenstijgingen zou leiden voor de aanbestedende dienst;
  • d. in strikt noodzakelijke gevallen, wanneer de goederen of diensten om uiterst dringende redenen, wegens gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet konden worden voorzien, niet tijdig kunnen worden verkregen door middel van openbare aanbesteding of aanbesteding met voorafgaande selectie;
  • e. voor goederen die op een grondstoffenmarkt worden aangekocht;
  • f. wanneer een aanbestedende dienst een prototype of een nieuw product of een nieuwe dienst aanschaft die op zijn verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht is ontwikkeld. De originele ontwikkeling van een eerste product of dienst kan een beperkte productie of levering omvatten om de resultaten van veldproeven te incorporeren en te demonstreren dat het product of de dienst geschikt is voor productie of levering in grotere hoeveelheden volgens aanvaardbare kwaliteitsnormen, maar omvat geen serieproductie of levering om commerciële levensvatbaarheid te bereiken of onderzoeks- en ontwikkelingskosten te recupereren;
  • g. voor aankopen onder uitzonderlijk voordelige voorwaarden die alleen op zeer korte termijn ontstaan in het geval van ongebruikelijke verkopen, zoals bij liquidatie, curatele of faillissement, maar niet bij normale aankopen bij normale leveranciers; of
  • h. in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag, mits:
  • i. die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van dit hoofdstuk, met name met betrekking tot de publicatie van een bericht van aanbesteding; en ii. de inzendingen worden beoordeeld door een onafhankelijke jury met het oog op de gunning van een ontwerpopdracht aan de maker van de winnende inzending.
2.

Aanbestedende diensten stellen een verslag op over elk contract dat in het kader van lid 1 wordt gegund. Dit verslag vermeldt de naam van de aanbestedende dienst, de waarde en het soort aangeschafte goederen of diensten, en bevat tevens een verklaring met daarin een vermelding van de in lid 1 beschreven omstandigheden en voorwaarden die deze procedure rechtvaardigden.

Artikel 131. Elektronische veilingen
1.

Aanbestedende diensten kunnen gebruikmaken van een elektronische veiling.

2.

Bij openbare en onderhandse aanbestedingen en procedures op basis van onderhandelingen kan de aanbestedende dienst beslissen dat de gunning van de opdracht wordt voorafgegaan door een elektronische veiling, indien nauwkeurige specificaties voor de opdracht kunnen worden opgesteld.

De elektronische veiling heeft betrekking op:

  • a. hetzij alleen de prijzen wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de laagste prijs; of
  • b. hetzij de prijzen en/of de nieuwe waarde van de elementen van de inschrijvingen zoals aangegeven in het bestek, wanneer de opdracht wordt gegund aan de voordeligste inschrijving.
3.

Als een aanbestedende dienst beslist gebruik te maken van een elektronische veiling, moet dit worden vermeld in het bericht van aanbesteding.

Het bestek bevat onder andere de volgende informatie:

  • a. de elementen waarvan de waarde het voorwerp is van de elektronische veiling, voor zover deze elementen kwantificeerbaar zijn en kunnen worden uitgedrukt in cijfers of procenten;
  • b. de eventuele limieten van de waarden die kunnen worden ingediend, zoals voortvloeiend uit de specificaties van de opdracht;
  • c. de informatie die tijdens de elektronische veiling ter beschikking van de inschrijvers zal worden gesteld en, in voorkomend geval, het tijdstip waarop;
  • d. relevante informatie betreffende het verloop van de elektronische veiling;
  • e. de voorwaarden waaronder de inschrijvers een bod kunnen doen en met name de minimumverschillen die in voorkomend geval voor de biedingen vereist zijn;
  • f. relevante informatie betreffende het gebruikte elektronische systeem en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.
4.

Alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, voert de aanbestedende dienst een eerste volledige beoordeling uit van de inschrijvingen aan de hand van het/de vastgestelde gunningscriterium/a en de weging daarvan. Alle inschrijvers die een aan de eisen beantwoordende inschrijving hebben ingediend, worden tegelijkertijd elektronisch uitgenodigd nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden in te dienen; deze uitnodiging bevat alle relevante informatie voor de individuele verbinding met het gebruikte elektronische systeem en preciseert de datum en het aanvangsuur van de elektronische veiling. De elektronische veiling kan in een aantal opeenvolgende fasen verlopen. De elektronische veiling kan op zijn vroegst twee werkdagen na de datum van verzending van de uitnodigingen beginnen.

5.

Wanneer de opdracht wordt gegund aan de voordeligste inschrijving, moet bij de uitnodiging het resultaat van de volledige beoordeling van de inschrijving van de betrokken inschrijver worden gevoegd. De uitnodiging vermeldt tevens de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling de automatische herklasseringen op basis van de ingediende nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden bepaalt. In deze formule moet het relatieve gewicht zijn verwerkt dat aan alle vastgestelde criteria is toegekend om de voordeligste inschrijving te bepalen, zoals dat in de aankondiging van de opdracht of het bestek is aangegeven; daartoe moeten eventuele marges vooraf in een bepaalde waarde worden uitgedrukt.

6.

Tijdens elke fase van de elektronische veiling deelt de aanbestedende dienst ogenblikkelijk aan alle inschrijvers ten minste de informatie mee die de inschrijvers de mogelijkheid biedt op elk moment hun respectieve klassering te kennen. De aanbestedende dienst kan ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden meedelen, mits dit in de specificaties is vermeld. De aanbestedende dienst kan tevens op ieder ogenblik meedelen hoeveel inschrijvers aan die fase van de veiling deelnemen. In geen enkele fase van de elektronische veiling mag evenwel de identiteit van de inschrijvers bekend worden gemaakt.

7.

De aanbestedende dienst kan de elektronische veiling op één of meer van de onderstaande wijzen afsluiten:

  • a. in de uitnodiging tot deelname aan de veiling wordt een vooraf vastgestelde datum en een vooraf vastgesteld tijdstip voor de sluiting vermeld;
  • b. op het moment dat geen nieuwe prijzen of waarden meer worden ontvangen die beantwoorden aan de vereisten betreffende de minimumverschillen. In dat geval preciseert de aanbestedende dienst in de uitnodiging tot deelname aan de veiling de termijn die na ontvangst van de laatste aanbieding in acht wordt genomen alvorens de veiling wordt gesloten;
  • c. wanneer alle fasen van de veiling die in de uitnodiging tot deelname aan de veiling zijn vermeld, zijn doorlopen.
8.

Wanneer de aanbestedende dienst heeft besloten de elektronische veiling overeenkomstig lid 7, onder c), af te sluiten, in voorkomend geval in combinatie met het bepaalde onder b), wordt in de uitnodiging tot deelname aan de veiling het tijdschema voor elke fase van de veiling vermeld.

9.

Na sluiting van de elektronische veiling gunt de aanbestedende dienst de opdracht overeenkomstig artikel 132, op basis van de resultaten van de elektronische veiling.

10.

Aanbestedende diensten mogen geen misbruik maken van de methode van de elektronische veiling, noch mogen zij de methode gebruiken om de mededinging te beletten, te beperken of te vervalsen of om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van de opdracht zoals omschreven in het bericht van aanbesteding en zoals vastgelegd in het bestek.

Artikel 132. Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten
1.

De aanbestedende dienst neemt bij het ontvangen, openen en behandelen van inschrijvingen procedures in acht die garanderen dat het aanbestedingsproces eerlijk en onpartijdig verloopt en de inschrijvingen vertrouwelijk worden behandeld.

2.

Indien een inschrijving door de aanbestedende dienst pas na het verstrijken van de vastgestelde termijn wordt ontvangen, mag de betrokken leverancier daarvan geen nadelige gevolgen ondervinden indien de vertraging uitsluitend te wijten is aan onjuiste afhandeling door de aanbestedende dienst.

3.

Indien de aanbestedende dienst een leverancier de gelegenheid biedt om tussen de opening van de inschrijvingen en de gunning van de opdracht onbedoelde vormfouten te corrigeren, biedt de aanbestedende dienst alle deelnemende leveranciers daartoe de gelegenheid.

4.

Om voor gunning in aanmerking te komen, moet een inschrijving schriftelijk worden ingediend, bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten die in het bericht van aanbesteding en het aanbestedingsdossier zijn opgenomen, en afkomstig zijn van een leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet.

5.

Tenzij de aanbestedende dienst besluit dat het niet in het openbaar belang is de opdracht te plaatsen, gunt hij de opdracht aan de leverancier die volgens de bevindingen van de aanbestedende dienst in staat is de voorwaarden van de opdracht te vervullen en van wie de inschrijving, beoordeeld aan de hand van de in het bericht van aanbesteding of in het aanbestedingsdossier vermeld evaluatiecriteria:

  • a. de voordeligste is; of
  • b. wanneer de prijs het enige criterium is, de laagste prijs biedt.
6.

Wanneer de aanbestedende dienst een inschrijving ontvangt met een prijs die in verhouding tot de andere inschrijvingen abnormaal laag is, kan zij inlichtingen inwinnen bij de inschrijver om zich ervan te vergewissen dat deze aan de voorwaarden voor deelname voldoet en in staat is de opdracht volgens de gestelde voorwaarden tot een goed einde te brengen.

7.

Het is de aanbestedende dienst niet toegestaan gebruik te maken van opties, een aanbesteding te annuleren of gegunde opdrachten te wijzigen op een wijze die in strijd is met zijn verplichtingen in het kader van dit hoofdstuk.

Artikel 133. Transparantie
1.

Aanbestedende diensten stellen de deelnemende leveranciers onverwijld in kennis van besluiten aangaande de gunning van een opdracht en doen dat desgevraagd schriftelijk. Met inachtneming van artikel 134, leden 2 en 3, stelt de aanbestedende dienst een afgewezen leverancier op diens verzoek in kennis van de redenen voor de afwijzing van zijn inschrijving en van de relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier.

2.

Uiterlijk 72 dagen na de gunning van een opdracht die onder dit hoofdstuk valt, publiceert de aanbestedende dienst een bericht in het geëigende gedrukte of elektronische medium als vermeld in deel 2 van bijlage IV bij deze overeenkomst. Indien het bericht alleen in een elektronische medium wordt gepubliceerd, moet de informatie gedurende een redelijke termijn gemakkelijk toegankelijk blijven. Het bericht moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

  • a. een beschrijving van de aangeschafte goederen of diensten;
  • b. de naam en het adres van de aanbestedende dienst;
  • c. de naam en het adres van de leverancier aan wie de opdracht is gegund;
  • d. het bedrag van de geselecteerde inschrijving of de hoogste en de laagste inschrijving die bij de gunning in overweging zijn genomen;
  • e. de datum van gunning; en
  • f. de gebruikte aanbestedingsmethode, en in geval van onderhandse aanbesteding overeenkomstig artikel 130, een beschrijving van de omstandigheden die deze procedure rechtvaardigden.
3.

Een aanbestedende dienst bewaart gedurende ten minste drie jaar vanaf de datum waarop hij een opdracht plaatst:

  • a. de documentatie en verslagen betreffende aanbestedingsprocedures en gunningen in verband met opdrachten die onder deze overeenkomst vallen, met inbegrip van de op grond van artikel 130 vereiste verslagen; en
  • b. gegevens die waarborgen dat het verloop van de onder dit hoofdstuk vallende opdracht via elektronische middelen naar behoren traceerbaar is.
Artikel 134. Openbaarmaking van informatie
1.

Indien de andere partij daarom verzoekt, verstrekt een partij onverwijld alle informatie die nodig is om te bepalen of de aanbesteding eerlijk, onpartijdig en overeenkomstig dit hoofdstuk is verlopen, met inbegrip van informatie over de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van de gekozen leverancier. Wanneer het bekendmaken van dergelijke informatie de mededinging bij latere aanbestedingen zou verstoren, wordt deze informatie door de partij die haar ontvangt pas vrijgegeven na overleg met en instemming van de partij die de informatie heeft verstrekt.

2.

Niettegenstaande andere bepalingen van dit hoofdstuk verstrekt een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, aan geen enkele leverancier informatie die afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen leveranciers.

3.

Niets in dit hoofdstuk mag zodanig worden uitgelegd dat een partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, autoriteiten en toetsingsinstanties, verplicht wordt vertrouwelijke informatie openbaar te maken indien openbaarmaking:

  • a. de rechtshandhaving zou bemoeilijken;
  • b. de eerlijke mededinging tussen leveranciers zou kunnen schaden;
  • c. de legitieme handelsbelangen van bepaalde personen, met inbegrip van de bescherming van de intellectuele eigendom, zou schaden; of
  • d. anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang.
Artikel 135. Binnenlandse toetsingsprocedures
1.

Elke partij voorziet in een passende, effectieve, transparante en niet-discriminatoire procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing, waarmee een leverancier die belang heeft of heeft gehad bij een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht bezwaar of beroep kan aantekenen tegen:

  • a. een inbreuk op dit hoofdstuk; of
  • b. niet-naleving van de maatregelen die een partij tot uitvoering van dit hoofdstuk heeft ingesteld, indien de leverancier overeenkomstig het interne recht van de partij niet rechtstreeks bezwaar of beroep kan aantekenen tegen een inbreuk op dit hoofdstuk.
2.

De procedureregels voor alle bezwaar- en beroepsprocedures ingevolge lid 1 worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt.

3.

Indien een leverancier in het kader van een aanbestedingsprocedure waarbij hij een belang heeft of heeft gehad een klacht indient wegens inbreuk of niet-naleving als bedoeld in lid 1, moedigt de betrokken partij haar aanbestedende dienst en de leverancier aan het geschil door overleg te beslechten. De aanbestedende dienst neemt dergelijke klachten tijdig en onbevooroordeeld in beraad op een wijze die geen afbreuk doet aan de deelname van de leverancier aan lopende of toekomstige aanbestedingen of aan diens recht om door middel van de procedure voor bestuurlijke of rechterlijke toetsing corrigerende maatregelen te verkrijgen.

4.

Iedere leverancier krijgt voldoende tijd om een bezwaar of beroep voor te bereiden en in te dienen; deze termijn is ten minste tien dagen vanaf het tijdstip waarop de grond voor het bezwaar of beroep voor de leverancier bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen worden.

5.

Door elke partij wordt ten minste één onpartijdige en van de aanbestedende diensten onafhankelijke bestuurlijke of rechterlijke instantie ingesteld of aangewezen om een bezwaar of beroep door een leverancier in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende aanbesteding te ontvangen en te beoordelen.

6.

Indien een bezwaar of beroep in eerste aanleg wordt beoordeeld door een andere instantie dan een van de in lid 5 bedoelde instanties, ziet de partij erop toe dat de leverancier tegen de oorspronkelijke beslissing beroep kan instellen bij een onpartijdige bestuurlijke of rechterlijke instantie die onafhankelijk is van de aanbestedende dienst die de aanbesteding heeft uitgeschreven waarop het bezwaar of beroep betrekking heeft.

7.

Elke partij waarborgt dat, indien het een niet-rechterlijke beroepsinstantie betreft, hoger beroep bij een rechterlijke instantie mogelijk is of de regels inzake procesvoering bepalen dat:

  • a. de aanbestedende dienst schriftelijk op het bezwaar reageert en alle relevante documenten aan de beroepsinstantie ter beschikking stelt;
  • b. de partijen bij de procedure het recht hebben te worden gehoord alvorens de beroepsinstantie een beslissing neemt over het beroep;
  • c. de partijen bij de procedure het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en vergezellen;
  • d. de partijen bij de procedure toegang hebben tot alle zittingen in het kader van de procedure;
  • e. de partijen bij de procedure het recht hebben te verzoeken dat de procedure in het openbaar plaatsvindt en dat getuigen mogen worden voorgesteld; en
  • f. de beroepsinstantie haar beslissingen of aanbevelingen tijdig schriftelijk uitvaardigt en deze in alle gevallen van een motivering voorziet.
8.

Elke partij stelt procedures in, of handhaaft deze, die voorzien in:

  • a. snelle voorlopige maatregelen die de mogelijkheid van de leverancier om aan de aanbesteding deel te nemen in stand houden; en
  • b. corrigerende maatregelen of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, indien de beroepsinstantie heeft bepaald dat inbreuk of niet-nakoming als bedoeld in lid 1 heeft plaatsgevonden; deze corrigerende maatregelen of compensatie kunnen beperkt blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving en/of het indienen van het bezwaar of beroep gemaakte kosten.
9.

De in lid 8, onder a), bedoelde snelle voorlopige maatregelen kunnen aanleiding geven tot schorsing van de aanbestedingsprocedure. In de in lid 8 bedoelde procedures kan worden bepaald dat bij de beslissing over het al dan niet toepassen van dergelijke maatregelen rekening mag worden gehouden met mogelijke zware negatieve gevolgen voor de belangen die op het spel staan, waaronder het openbaar belang. De rechtmatige redenen om geen maatregelen te nemen, moeten schriftelijk worden aangegeven.

Artikel 136. Wijziging en rectificatie van het toepassingsgebied
1.

Een partij mag een wijziging of rectificatie voorstellen van de op die partij betrekking hebbende elementen van bijlage III bij deze overeenkomst.

2.

Een partij die een wijziging voorstelt:

  • a. stelt de andere partij daarvan schriftelijk in kennis; en
  • b. doet in die kennisgeving een voorstel voor passende compenserende aanpassingen voor de andere partij om het toepassingsgebied op een niveau te houden dat vergelijkbaar is met dat van vóór de wijziging.
3.

Niettegenstaande lid 2, onder b), hoeft een partij niet in compenserende aanpassingen te voorzien indien:

  • a. de wijziging een verwaarloosbaar effect heeft; of
  • b. de wijziging betrekking heeft op een dienst waarover de partij daadwerkelijk haar zeggenschap of invloed heeft beëindigd.
4.

De andere partij wordt geacht, ook voor de toepassing van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van deze titel, met de wijziging in te stemmen, tenzij zij binnen 45 dagen na ontvangst van de in lid 2, onder a), bedoelde kennisgeving schriftelijk bezwaar maakt omdat:

  • a. een overeenkomstig lid 2, onder b), voorgestelde aanpassing voldoende is om het overeengekomen toepassingsgebied op een vergelijkbaar niveau te houden;
  • b. de wijziging een verwaarloosbaar effect heeft overeenkomstig lid 3, onder a); of
  • c. de wijziging betrekking heeft op een dienst waarover de partij daadwerkelijk haar zeggenschap of invloed heeft beëindigd, zoals bedoeld in lid 3, onder b).
5.

De volgende wijzigingen van de delen 1 tot en met 3 van bijlage III bij deze overeenkomst worden beschouwd als een rectificatie, mits zij het volgens dit hoofdstuk overeengekomen toepassingsgebied niet aantasten:

  • a. wijziging van de naam van een entiteit;
  • b. fusie tussen twee of meer entiteiten die in hetzelfde deel van bijlage III worden genoemd; en
  • c. splitsing van een entiteit in twee of meer entiteiten, mits alle nieuwe entiteiten worden opgenomen in hetzelfde deel van bijlage III als waar de oorspronkelijke entiteit was opgenomen.
6.

De partij die een rectificatie voorstelt, stelt de andere partij daarvan om de twee jaar in kennis, vanaf de datum waarop deze titel van toepassing wordt23)De Europese Unie wordt geacht aan deze verplichting te hebben voldaan indien zij de Republiek Kazachstan in kennis stelt van rectificaties binnen de kennisgevingscyclus in het kader van de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten..

7.

Een partij kan binnen 45 dagen na ontvangst van de in lid 6 bedoelde kennisgeving bij de andere partij bezwaar aantekenen tegen een voorgestelde rectificatie. Bij het indienen van het bezwaar moeten de redenen worden vermeld waarom de voorgestelde rectificatie geen wijziging zou zijn in de zin van lid 5 en moet worden beschreven welk effect de voorgestelde rectificatie zou hebben op het overeengekomen toepassingsgebied. Indien een dergelijk bezwaar niet binnen 45 dagen na ontvangst van de kennisgeving is ingediend, wordt de partij geacht met de voorgestelde rectificatie in te stemmen.

8.

Als binnen de in de leden 4 en 7 genoemde periode geen bezwaar is ingediend tegen een voorgestelde wijziging of rectificatie, past het Samenwerkingscomité bijlage III bij deze overeenkomst aan de wijziging of rectificatie aan. De wijziging of rectificatie wordt van toepassing op de dag na afloop van de in de leden 4 en 7 genoemde periode.

9.

Als een bezwaar is ingediend tegen een voorgestelde wijziging of rectificatie, bespreekt het Samenwerkingscomité de kwestie. Het Samenwerkingscomité kan besluiten de wijziging of rectificatie goed te keuren en bijlage III bij de overeenkomst dienovereenkomstig te wijzigen.

Artikel 137. Overgangsperiode

Dit hoofdstuk wordt van toepassing vijf jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt. Voor de in deel 4 van bijlage III genoemde goederen en voor de onder deel 6 van bijlage III vallende diensten, wordt dit hoofdstuk van toepassing acht jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt.

HOOFDSTUK 9. GRONDSTOFFEN EN ENERGIE

Artikel 138. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „grondstoffen”: substanties die worden gebruikt voor de vervaardiging van industrieproducten, met uitzondering van energiegoederen, verwerkte visserijproducten of landbouwproducten, maar met inbegrip van natuurlijke rubber, huiden en vellen, hout en houtpulp, zijde, wol, katoen en andere plantaardige producten voor de textielproductie;
  • b. „energiegoederen”: op basis van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie („GS”) en de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie: aardgas, vloeibaar aardgas, vloeibaar petroleumgas (LPG) (GS 27.11), elektriciteit (GS 27.16), ruwe olie en olieproducten (GS 27.09-27.10 en 27.13-27.15) en steenkool en andere vaste brandstoffen (GS 27.01-27.04);
  • c. „vennootschap”: een rechtsentiteit die een commerciële organisatie is onder de jurisdictie of zeggenschap van een van de partijen, bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot een kapitaalvennootschap, trust, personenvennootschap, joint venture of vereniging;
  • f. „vervoer”: transmissie en distributie van energiegoederen via pijpleidingen voor olie en olieproducten en hogedruk-gaspijpleidingen, hoogspanningsnetwerken en -lijnen, spoorwegen, wegen en andere faciliteiten voor het vervoer van energiegoederen;
  • g. „ongeoorloofde toe-eigening”: alle activiteiten bestaande in de wederrechtelijke toe-eigening van energiegoederen uit transmissiepijpleidingen voor olie en olieproducten en hogedruk-gaspijpleidingen, hoogspanningsnetwerken en -lijnen, spoorwegen, wegen en andere faciliteiten voor het vervoer van energiegoederen;
  • h. „noodsituatie”: een situatie waardoor een aanzienlijke verstoring of een fysieke onderbreking van de levering van aardgas, olie of elektriciteit tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan wordt veroorzaakt, ook bij levering die via derde landen verloopt en bij een uitzonderlijk grote vraag naar energiegoederen binnen de Europese Unie of de Republiek Kazachstan, waarbij marktmaatregelen niet voldoende zijn en aanvullende niet op de markt gebaseerde maatregelen noodzakelijk zijn;
  • i. „vereiste inzake plaatselijke inbreng”:
  • i. voor goederen, het vereiste dat een onderneming goederen van binnenlandse oorsprong of herkomst koopt of gebruikt, ongeacht of daarbij wordt aangegeven om welke specifieke producten of hoeveelheid of waarde het gaat of een verband wordt gelegd met de omvang of de waarde van de plaatselijke productie;
  • ii. voor diensten, het vereiste dat de keuze van de dienstverlener of de geleverde dienst beperkt ten nadele van diensten of dienstverleners van de andere partij;
  • j. „overheidsbedrijf”: een onderneming die betrokken is bij commerciële activiteiten en waarvan de centrale of subcentrale overheid van een partij, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het bezit is van 50 % of meer van het geplaatste kapitaal of van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen;
  • l. „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon van een partij zoals gedefinieerd in artikel 40, onder e).
Artikel 139. Prijsregulering
1.

Indien de prijs van grondstoffen of energiegoederen voor industriële gebruikers wordt gereguleerd door de overheid van een partij, streven de partijen naar een prijs die de kosten dekt en redelijke winst toelaat.

2.

Als de prijs van grondstoffen of energiegoederen op de binnenlandse markt verschilt van de uitvoerprijs voor hetzelfde product, verstrekt de partij van uitvoer, op verzoek van de andere partij, een verklaring voor het verschil, die niet mag bestaan in vervoerkosten en uitvoerheffingen.

Artikel 140. Handels- en uitvoermonopolies

De partijen vestigen noch handhaven een handels- of uitvoermonopolie voor grondstoffen of energiegoederen, behalve indien een partij gebruik wenst te maken van haar prioritaire recht (voorkooprecht) op de aankoop van ruw en droog gas en goud.

Artikel 141. Toegang tot en recht van prospectie, exploratie of productie van koolwaterstoffen (ruwe olie en aardgas)
1.

Niets in deze overeenkomst vormt een aantasting van de soevereiniteit van de partijen overeenkomstig het internationale recht ten aanzien van de koolwaterstoffen die zich binnen hun grondgebied en hun binnen-, archipel- en territoriale wateren bevinden, of van de soevereine rechten om zich binnen hun exclusieve economische zone en het continentale plat bevindende koolwaterstoffen te exploreren en te exploiteren.

2.

De partijen behouden het recht te bepalen welke gebieden binnen hun grondgebied, binnen-, archipel- en territoriale wateren, exclusieve economische zone en continentale plat worden opengesteld voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen.

3.

Wanneer een partij een soeverein besluit neemt als bedoeld in lid 2, zorgt elke partij ervoor dat de ondernemingen van de andere partij niet worden gediscrimineerd met betrekking tot de toegang tot en het recht van prospectie, exploratie en productie van koolwaterstoffen, mits de desbetreffende onderneming als rechtspersoon is gevestigd op het grondgebied van de partij die de toegang verleent.

4.

Elke partij kan van een onderneming waaraan een vergunning is verleend voor de prospectie, de exploratie en de productie van koolwaterstoffen, verlangen dat zij een tegenwaarde in geld of in de vorm van koolwaterstoffen betaalt.

5.

De partijen nemen de maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat licenties of andere vergunningen op grond waarvan een onderneming het recht van prospectie, exploratie en productie van koolwaterstoffen kan uitoefenen, worden verleend volgens een vooraf bekendgemaakte procedure of een aankondiging waarbij potentiële belangstellenden worden uitgenodigd een aanvraag voor een vergunning in te dienen. In deze aankondiging moeten de soort licentie of vergunning, het desbetreffende geografische gebied en de voorgestelde datum of tijdslimiet voor het verlenen van de licentie of vergunning worden gespecificeerd.

6.

De leden 3 tot en met 5 doen geen afbreuk aan het recht van een overheidsbedrijf om toegang tot en het recht van prospectie, exploratie en productie van koolwaterstoffen te verkrijgen door middel van rechtstreekse onderhandelingen met haar partij. Wanneer een dergelijk overheidsbedrijf besluit zijn recht van prospectie, exploratie en productie van koolwaterstoffen geheel of gedeeltelijk over te dragen, zijn de verplichtingen van de leden 3 tot en met 5 van toepassing.

7.

Ten aanzien van de vergunningsvoorwaarden en de procedure voor de vergunningverlening is artikel 53 van toepassing.

Artikel 142. Voorwaarden voor investeringen in grondstoffen en energiegoederen

Met het oog op het stimuleren van de investeringen in activiteiten in verband met prospectie, exploratie, extractie en mijnbouw met betrekking tot grondstoffen en energiegoederen mogen de partijen:

  • a. geen maatregelen vaststellen of handhaven die vereisten inzake plaatselijke inbreng bevatten voor producten, dienstverleners, investeerders of investeringen van de andere partij, tenzij anders bepaald in het protocol inzake de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de WTO of in de GATS-lijsten van verbintenissen van de Europese Unie en haar lidstaten;
  • b. geen maatregelen vaststellen of handhaven op grond waarvan een onderneming van de andere partij verplicht is intellectuele-eigendomsrechten over te dragen of te delen om producten of diensten te kunnen verkopen of te kunnen investeren op het grondgebied van die partij. Het staat de partijen vrij om over contracten te onderhandelen met investeerders die rechten in verband met prospectie, exploratie, extractie en mijnbouw met betrekking tot grondstoffen en energiegoederen wensen te verwerven, waarbij een dergelijke overdracht op vrijwillige basis, onder marktvoorwaarden en tegen marktprijs geschiedt.
Artikel 143. Doorvoer
1.

De partijen nemen alle maatregelen die nodig zijn om de doorvoer van energiegoederen te vergemakkelijken, overeenkomstig het beginsel van vrije doorvoer en artikel 7, leden 1 en 3, van het Energiehandvestverdrag.

2.

Elke partij verbiedt de ongeoorloofde toe-eigening, door een aan haar zeggenschap of jurisdictie onderworpen entiteit, van grondstoffen en energiegoederen die over haar grondgebied al dan niet in transit worden vervoerd, en neemt alle maatregelen die nodig zijn om dergelijke ongeoorloofde toe-eigening aan te pakken.

Artikel 144. Onderbreking
1.

Elke partij neemt alle maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat exploitanten van de hoofdpijpleidingen en -netwerken voor de doorvoer of het vervoer van energie:

  • a. het risico van onopzettelijke onderbreking, vermindering of stopzetting van de doorvoer en/of het vervoer minimaliseren;
  • b. de normale doorvoer die of het normale vervoer dat onopzettelijk werd onderbroken, verminderd of stopgezet, zo spoedig mogelijk weer doorgang laten vinden.
2.

Bij een geschil over een aangelegenheid waarbij de partijen dan wel een of meer aan de zeggenschap of jurisdictie van een van de partijen onderworpen entiteiten betrokken zijn, mag een partij over het grondgebied waarvan energiegoederen worden doorgevoerd, vervoerd, ontvangen of opgeslagen in het kader van een vervoers- of doorvoerroute, dergelijke doorvoer, vervoer, ontvangst of opslag niet onderbreken of beperken en evenmin toestaan dat aan haar zeggenschap of jurisdictie onderworpen entiteiten zulks doen, behalve indien daarin expliciet is voorzien in een contract of andere overeenkomst inzake dergelijke doorvoer, vervoer, ontvangst of opslag, voordat een geschillenbeslechtingsprocedure in het kader van het desbetreffende contract is afgerond, dan wel de geschillenbeslechtingsprocedure van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van deze titel voor de noodsituaties zoals gedefinieerd in artikel 138, onder h).

3.

Een partij kan op grond van dit artikel niet aansprakelijk worden gesteld voor een onderbreking of beperking in geval van overmacht of wanneer zij ten gevolge van handelingen die aan een derde land of aan een aan de zeggenschap of jurisdictie van een derde land onderworpen entiteit kunnen worden toegerekend, niet in staat is energiegoederen te leveren of door te voeren.

Artikel 145. Toegang tot hoogspanningsnetwerken en -lijnen
1.

Elke partij verleent de ondernemingen die als rechtspersoon zijn gevestigd op het grondgebied van de partij die de toegang verleent, niet-discriminerende toegang tot hoogspanningsnetwerken en -lijnen die geheel of gedeeltelijk eigendom zijn van of worden gereguleerd door de partij die de toegang verleent, met inachtneming van de capaciteit van bedoelde netwerken en lijnen. Deze toegang wordt op eerlijke en billijke wijze verdeeld.

2.

Bij het toepassen van maatregelen inzake dergelijke transmissienetwerken en -lijnen zien de partijen erop toe dat de volgende beginselen in acht worden genomen:

  • a. alle wet- en regelgeving inzake toegang en vervoerstarieven zijn volledig transparant;
  • b. de maatregelen discrimineren niet met betrekking tot de oorsprong van de elektriciteitsproductie binnen hun grondgebied of de bestemming van de elektriciteit; en
  • c. de vervoerstarieven discrimineren niet tussen ondernemingen uit de Europese Unie en de Republiek Kazachstan.
Artikel 146. Regelgevende autoriteiten voor elektriciteit en gas
1.

Elke partij wijst regelgevende autoriteiten aan en machtigt ze tot regulering van de elektriciteits- en de gasmarkt op hun respectieve grondgebied. Deze regelgevende autoriteiten zijn juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk van alle andere openbare autoriteiten of marktdeelnemers.

2.

De besluiten die een regelgevende autoriteit neemt en de procedures die zij toepast, zijn onpartijdig ten aanzien van alle marktdeelnemers.

3.

Een door een beslissing van een regelgevende autoriteit getroffen marktdeelnemer kan tegen die beslissing beroep aantekenen bij een beroepsinstantie. Indien deze beroepsinstantie niet onafhankelijk is van de bij dat besluit betrokken partijen of geen rechtscollege is, moeten haar beslissingen door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke instantie kunnen worden getoetst. Beslissingen van de beroepsinstantie en de rechterlijke instantie moeten altijd schriftelijk worden gemotiveerd. De partijen waarborgen dat definitieve beslissingen van de beroepsinstantie, of van de rechterlijke instantie als die de finale instantie is, doeltreffend ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 147. Hernieuwbare energie
1.

Dit artikel is van toepassing op maatregelen die van invloed kunnen zijn op de handel en investeringen tussen de partijen met betrekking tot energieopwekking uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, zoals wind, zon en waterkracht, maar niet met betrekking tot de producten waaruit dergelijke energie wordt opgewekt.

2.

Elke partij:

  • a. neemt noch handhaaft maatregelen die partnerschappen met plaatselijke ondernemingen verplicht stellen, tenzij deze partnerschappen om technische redenen noodzakelijk worden geacht en de partij die dergelijke maatregelen vaststelt of handhaaft, op verzoek van de andere partij het bestaan van deze technische redenen kan aantonen;
  • b. ziet erop toe dat in voorkomend geval de regels betreffende de vergunning-, certificering- en licentieprocedures, in het bijzonder met betrekking tot uitrusting, installaties en bijbehorende transmissienetwerkinfrastructuur, objectief, transparant en niet-willekeurig zijn en aanvragers uit de andere partij niet discrimineren;
  • c. ziet erop toe dat administratieve heffingen op hernieuwbare energie, zoals die welke moeten worden betaald door consumenten, planologen, architecten, bouwondernemingen, installateurs en leveranciers, transparant zijn en worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten;
  • d. ziet erop toe dat hoofdstuk 1 (Handel in goederen) van deze titel wordt toegepast op de invoer en het gebruik van goederen van oorsprong uit de andere partij en de levering van goederen door leveranciers van de andere partij;
  • e. ziet erop toe dat artikel 53 wordt toegepast op de verlening van diensten door leveranciers van de andere partij;
  • f. ziet erop toe dat de voorwaarden en procedures voor de verbinding met en toegang tot transmissienetwerken transparant zijn en niet leiden tot discriminatie van leveranciers van de andere partij of van uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerde elektriciteit. De partijen nemen zien erop toe dat passende maatregelen worden genomen met betrekking tot netwerken en de markt om de belemmeringen voor uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerde elektriciteit tot een minimum te beperken;
  • g. stelt noch handhaaft het vereiste dat:
  • i. een onderneming van de andere partij goederen koopt of gebruikt van binnenlandse oorsprong of herkomst van de partij die het vereiste stelt, ongeacht of daarbij wordt aangegeven om welke specifieke producten of hoeveelheid of waarde het gaat of een verband wordt gelegd met de omvang of de waarde van de plaatselijke productie; of
  • ii. de aankoop en het gebruik van ingevoerde producten door een onderneming worden beperkt tot een hoeveelheid die is gerelateerd aan de omvang of de waarde van de door deze onderneming uitgevoerde lokale producten.
3.

Wanneer er internationale of regionale normen bestaan met betrekking tot uitrusting en systemen voor energieopwekking uit hernieuwbare en niet-fossiele bronnen, nemen de partijen deze normen, of de relevante onderdelen ervan, als basis voor hun technische voorschriften, tenzij deze internationale normen of de relevante onderdelen ervan ondoeltreffend of ongeschikt zijn om de legitieme beoogde doelstellingen te verwezenlijken. Voor de toepassing van dit lid worden de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) en de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) beschouwd als relevante internationale normalisatie-instellingen.

4.

In voorkomend geval nemen de partijen bij het formuleren van op de productvereisten gebaseerde technische voorschriften de prestaties van het product, met inbegrip van de milieuprestaties ervan, als uitgangspunt, eerder dan het ontwerp of de beschrijving van het product.

5.

Niets in dit artikel wordt uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of handhaven door een partij van maatregelen die nodig zijn voor de veilige werking van de betrokken energienetten of de veiligheid van de energievoorziening, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de producten, dienstverleners of investeerders van de partijen waar dezelfde omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen.

Artikel 148. Samenwerking met betrekking tot grondstoffen en energiegoederen
1.

Onverminderd de artikelen 204 tot en met 208 intensiveren de partijen hun samenwerking en bevorderen zij het wederzijds begrip op het gebied van de handel in grondstoffen en energiegoederen.

2.

De partijen erkennen dat een gunstig klimaat voor buitenlandse directe investeringen in de productie van en handel in grondstoffen en energiegoederen het beste kan worden gecreëerd door de beginselen van transparantie en non-discriminatie te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat de regels de handel niet verstoren. Meer algemeen bevordert een dergelijk klimaat een efficiënte toewijzing en benutting van grondstoffen en energiegoederen.

3.

De samenwerking en de bevordering van wederzijds begrip hebben betrekking op bilaterale handelsvraagstukken, alsmede vraagstukken van wederzijds belang in verband met de internationale handel. Het kan daarbij gaan om handelsverstoringen die van invloed zijn op de wereldmarkt, milieu- en ontwikkelingsvraagstukken die specifiek verband houden met de handel in grondstoffen en energiegoederen alsmede maatschappelijk verantwoord ondernemen overeenkomstig internationaal erkende normen zoals de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen en de OESO-richtsnoeren inzake zorgvuldigheidseisen voor verantwoorde bevoorradingsketens van bodemschatten uit door conflicten getroffen gebieden en risicogebieden. De samenwerking en de bevordering van wederzijds begrip hebben betrekking op de uitwisseling van gegevens en informatie over de regelgeving inzake de grondstoffen- en energiesector. Dit betekent niet dat de partijen verplicht zijn gegevens te verstrekken waarvan openbaarmaking naar hun oordeel tegen hun respectieve veiligheidsbelangen indruist.

4.

Elke partij kan een verzoek indienen tot het organiseren van een ad-hocvergadering over grondstoffen en energiegoederen of een ad-hocsessie daarover tijdens een vergadering van het Samenwerkingscomité. De bilaterale samenwerking kan daarnaast waar passend worden uitgebreid tot de relevante pluri- of multilaterale fora waaraan beide partijen deelnemen.

Artikel 149. Mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)