Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Type Circulaire
Publication 2026-02-01
State In force
Source BWB
artikelen 239
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Met behulp van de Bijlage 1 en 7 bij dit artikellid kan worden bepaald of er ten aanzien van een vreemdeling die verblijfsrecht aan het Unierecht ontleent al dan niet bedenkingen bestaan tegen verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland.

Paragraaf 4.4.5.3. vreemdelingen die verblijfsrecht aan Richtlijn 2004/38/EG ontlenen, aan het VWEU of aan Verordening 492/2011

Het verblijfsrecht op basis van Richtlijn 2004/38/EG is onderverdeeld in:

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

Een vreemdeling die het verblijfsrecht ontleent aan de voorwaarden van artikel 7 van Richtlijn 2004/38/EG, heeft het recht gedurende meer dan drie maanden op het grondgebied van een andere lidstaat te verblijven. Voorwaarden zijn onder meer het uitoefenen van reële en daadwerkelijke arbeid, of het hebben van voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering.

Paragraaf 3. Staatloosheid

Een burger van de Unie/EER of een Zwitserse onderdaan kan op aanvraag een ‘Verklaring Inschrijving Burgers van de Unie’, ontvangen, die als sticker in het paspoort wordt geplakt. Het overleggen van deze sticker is niet verplicht voor een burger van de Unie/EER of een Zwitserse onderdaan. Het rechtmatig verblijf kan dan in beginsel afgeleid worden uit de BRP en/of de BVV.

Paragraaf 8.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst

Een familielid-derdelander toont het verblijfsrecht aan met een verblijfsdocument ‘familielid EU/EER’. Op het verblijfsdocument staat de opmerking ‘Fam. van een burger van de Unie conf. art. 10 Richtl 2004/38/EG’.

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2.2. Humanitaire redenen

Artikel 9

Als verzoeker beschikt over duurzaam verblijfsrecht is evenmin sprake van bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd (verblijfsdocument ‘familielid EU/EER’ met de opmerking ‘fam van een burger van de Unie conf. art. 20 Richtl. 2004/38/EG’).

Het verblijfsrecht op grond van artikel 21 VWEU kan voor de ouder overigens alleen ontstaan als de minderjarige burger van de Unie zelf zijn verblijfsrecht ontleent aan Richtlijn 2004/38/EG.

Een familielid-derdelander, die verblijfsrecht als ouder ontleent aan het verblijf bij een minderjarige burger van de Unie wordt in het bezit gesteld van een verblijfsdocument ‘familielid EU/EER’ met de opmerking ‘fam van een burger van de Unie conf. art. 10 Richtl. 2004/38/EG’.

Een familielid-derdelander kan als verzorgende ouder verblijfsrecht ontlenen op grond van artikel 10 Vo 492/201.

Paragraaf 4.4.5.4. Britten met verblijfsrecht onder het Terugtrekkingsakkoord

9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a

Paragraaf 4.4.6. diplomaten en andere geprivilegieerden

Dit heeft tot gevolg dat ten aanzien van verzoeken om naturalisatie die zijn ingediend vóór 1 oktober 2010, nog steeds de uitzonderingscategorie bij afstand “de verzoeker die voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende een periode van vijf jaar onafgebroken in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn hoofdverblijf gehad heeft” van toepassing is. Voor verzoekers die op of na 1 oktober 2010 een verzoek indienen geldt deze uitzonderingscategorie dus niet meer.

Paragraaf 4. Afwijzing als er serieuze verdenkingen bestaan dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Het betreft hier bijkomende straffen zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, WvSR. In dat geval gaat de rehabilitatietermijn lopen op het moment dat de ontzegging van bepaalde rechten niet meer op de vreemdeling van toepassing is. In het voorbeeld van een ontzegging van de rijbevoegdheid start de rehabilitatietermijn dus als de ontzegging is afgelopen. In het geval van een verbeurdverklaring of openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak, start de rehabilitatietermijn als de verbeurdverklaring of openbaarmaking heeft plaatsgevonden.

De minderjarige Amin is in het bezit van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze verblijfsvergunning heeft hij verkregen in het kader van de tijdige nareis bij zijn vader die inmiddels in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Zijn moeder is ook in het bezit van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Beide ouders doen een verzoek tot naturalisatie en verzoeken tevens om medeverlening aan Amin.

Verklaring vrijgesteld van optiegelden3Alleen invullen indien van toepassing; de vrijgestelde ontvangt een kopie van dit formulier.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Van ‘toelating’ in Nederland als bedoeld in de RWN is sprake als de verzoeker rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, en l, Vw 2000. De verzoeker moet dit rechtmatige verblijf aan de hand van een verblijfsdocument aantonen (zie de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, paragraaf 8, HRWN).

Verklaring vrijgesteld van naturalisatiegelden3Alleen invullen indien van toepassing; de vrijgestelde ontvangt een kopie van dit formulier.

Op een vreemdeling die door de Nederlandse strafrechter is veroordeeld wegens één of meer gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van Genève van 28 juli 1951, zoals dit verdrag is gewijzigd bij Protocol van New York van 31 januari 1967 of die veroordeeld is wegens een van de misdrijven als bedoeld in artikel 14, tweede lid, RWN is de rehabilitatietermijn niet van toepassing. De veroordeling wordt de vreemdeling dus zonder tijdslimiet in het kader van een naturalisatie- of optieverzoek tegengeworpen.

4. Opsturen

Als de verzoeker in het bezit is van een ontheffing of een (gedeeltelijke) vrijstelling op grond van de Wet inburgering, onderzoekt de burgemeester of deze vrijstelling of ontheffing ook geldig is in de naturalisatieprocedure. Van belang is dat de ontheffing of vrijstelling geldig is op grond van het Besluit naturalisatietoets of de Regeling naturalisatietoets in combinatie met hetgeen is vermeld in paragraaf 6.2.2 over de overgangssituatie vanaf 1 januari 2022 in verband met de Wet inburgering 2021.

Ook een verzoeker om naturalisatie die nooit inburgeringsplichtig is geweest, kan in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) vrijstelling of ontheffing.

De regels over (gedeeltelijke) vrijstelling en ontheffing kan de burgemeester raadplegen in het Besluit naturalisatietoets en de Regeling naturalisatietoets Nederland. De toelichting op deze regels is hieronder beschreven in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragraaf 6.3.2 HRWN (vrijstelling) en paragraaf 6.3.3, HRWN (ontheffing).

Als de burgemeester van oordeel is dat de verzoeker in aanmerking komt voor een gedeeltelijke vrijstelling, onderzoekt de burgemeester of de verzoeker de overige benodigde examenonderdelen (zie artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragraaf 6.3.2.3, HRWN) reeds heeft behaald. Bij twijfel of de verzoeker een examenonderdeel heeft behaald, verwijst de burgemeester de verzoeker naar DUO om daarvan een bewijsmiddel te verkrijgen.

Als blijkt dat een examenonderdeel niet behaald is, verwijst de burgemeester de verzoeker naar DUO om het onderdeel alsnog te behalen. De burgemeester adviseert de verzoeker om DUO daarbij te wijzen op de gedeeltelijke vrijstelling, waarvoor hij in aanmerking wenst te komen. Als de verzoeker de overige benodigde examenonderdelen heeft behaald en dit kan aantonen met de in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragraaf 6.3.2.3, HRWN genoemde benodigde documenten, kan de verzoeker zich opnieuw wenden tot de burgemeester.

In het geval dat de verzoeker slechts een (niet gewaarmerkte) kopie van een in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragraaf 6.3.2, HRWN genoemd benodigd document kan overleggen, komt hij alleen in aanmerking voor (gedeeltelijke) vrijstelling als hij een recente verklaring van de leiding van het betrokken onderwijsinstituut overlegt, waaruit blijkt dat de kopie overeenstemt met het door dat instituut afgegeven originele getuigschrift of diploma.

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

paragraaf 3.7.1. Beoordeling bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (bij verzoeken om naturalisatie ingediend op of ná 1 maart 2009)

paragraaf 3.13.1. De oproeping

Paragraaf 4.2. algemeen

In voorkomende gevallen geeft de burgemeester (meestal) bij de indiening van het verzoek om naturalisatie (door een gemachtigde) op het adviesblad bij punt 645Zie hiervoor paragraaf 3.4.1 onder alinea ‘Uitzondering ondertekenen bereidverklaring’. reeds aan dat het afleggen van de bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid niet mogelijk is vanwege de fysieke of psychische toestand van de verzoeker.46Zie artikel 60b, zesde lid, BVVN. Daarnaast heeft de burgemeester ten minste één door of namens de verzoeker overgelegde bewijsstuk(ken)47Zie hiervoor de toelichting bij artikel 2, tweede lid RWN; bijvoorbeeld een gemotiveerde medische verklaring van een onafhankelijk (behandelend) medisch specialist. toegevoegd. De uiteindelijke beoordeling of er sprake is van een fysieke of psychische onmogelijkheid tot het afleggen van de verklaring van verbondenheid ligt bij de Minister van Justitie. De verklaring van verbondenheid is immers een voorwaarde voor naturalisatie. Als uitgangspunt volgt de Minister van Justitie het advies in deze van de burgemeester.

Paragraaf 8.1. wettekst artikel 6a, vierde lid

Bijlage 1:. tabel oproepen en uitreiken

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 3.2. Reden tot intrekking/niet-verlenging van het verblijfsrecht

Paragraaf 2.3.2.4. wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder

Paragraaf 3.4.1. Inleiding

Paragraaf 2.3.4.1. bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30)

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 3.4.3. Vreemdelingen die verblijfsrecht aan Richtlijn 2004/38/EG ontlenen, aan het VWEU of aan Verordening 492/2011

Paragraaf 2.3.4.4. bereidheidsverklaring afstand

Paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen

Paragraaf 1.1.3. Inburgeringsplichtigen en niet-inburgeringsplichtigen

Paragraaf 2. Verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid

Het bovenstaande betreft medenaturalisatie in de zin van artikel 11, eerste, tweede, derde en zevende lid, RWN. Na-naturalisatie van het minderjarige kind, zoals bedoeld in artikel 11, vierde lid, RWN valt ook onder de vrijstelling.

Paragraaf 2.3.5.3. buitenlandse akten van de burgerlijke stand

Paragraaf 2.2.1. Inleiding

Paragraaf 2.3.5.6. bewijsnood of inwilliging met toepassing van art. 4:84 Awb: geldig buitenlands reisdocument (paspoort) en of geboorteakte

Paragraaf 3.7. Buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken

Paragraaf 3.5.2. Duurzaam verblijvend personeel

8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

Bijlage 4

Paragraaf 2.3.7. beoordeling volledigheid van het verzoek

Paragraaf 2.3.1. Inleiding

Paragraaf 2.3.7.4. buitenbehandelingstelling

8-1-d. toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

paragraaf 3.4. Weigering tot opneming in de Nederlandse samenleving

Paragraaf 1.1.3. Inburgeringsplichtigen en niet-inburgeringsplichtigen

Paragraaf 2.3.9. uitbrengen advies

Paragraaf 2.1. Inleiding

Paragraaf 2.1.2. De aanvraagfase

Paragraaf 2.3.4. Toetscriteria aantoonbaar geleverde inspanningen

Paragraaf 2. Procedure

Paragraaf 2.1. Inleiding

Paragraaf 2.3.2. Psychische of lichamelijke belemmering

Paragraaf 3.3. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten

Paragraaf 2.2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets

Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet 2000 kan worden ingetrokken

Na ondertekening van het koninklijk besluit tot naturalisatie zendt de Minister de burgemeester zo spoedig mogelijk het desbetreffende uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap en het bijbehorend terugmeldformulier (artikel 38 BVVN).

Paragraaf 2.3.13.2. de oproeping

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

4. Afleggen verklaring van verbondenheid

De persoon aan wie het besluit wordt uitgereikt, dient ter identificatie van hemzelf (en, indien van toepassing, de persoon die hij vertegenwoordigt) een (geldig) identiteitsbewijs te overleggen.

Paragraaf 2.3.13.4. afleggen verklaring van verbondenheid

Uittreksels uit het besluit tot verlening van het Nederlanderschap zijn op één naam gesteld. Er kan echter sprake zijn van kinderen die delen in verkrijging van het Nederlanderschap. Indien de opgeroepen naturalisandus, die verplicht is te verschijnen en de verklaring van verbondenheid af te leggen, niet verschijnt op de naturalisatieceremonie, kan het uittreksel van het naturalisatiebesluit niet worden uitgereikt. De uittreksels betreffende de minderjarige kinderen die met de naturalisandus zouden meenaturaliseren, worden dan ook niet uitgereikt, ook al zijn de kinderen wel aanwezig op de naturalisatieceremonie. De uitreiking van het uittreksel uit het naturalisatiebesluit wordt in dat geval aangehouden (zie artikel 60b, derde lid en tiende lid, BVVN). Bij de volgende naturalisatieceremonie kan de (hoofd)naturalisandus alsnog op de ceremonie verschijnen en de verklaring van verbondenheid afleggen. Zo nodig wordt de uitnodiging nog eenmaal, dit maal per aangetekende brief, herhaald (artikel 60a, tiende lid, BVVN). Pas dan kan het de naturalisandus betreffende uittreksel van het naturalisatiebesluit en eventueel de meenaturaliserende kinderen betreffende uittreksels worden uitgereikt en verkrijgen zij allen de Nederlandse nationaliteit. Indien de (hoofd)naturalisandus niet op een naturalisatieceremonie is verschenen (en dus niet de verklaring van verbondenheid heeft afgelegd), vervalt het naturalisatiebesluit een jaar na dagtekening ervan.

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen.

paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen

Er zijn omstandigheden denkbaar waarbij de verzoeker in het geheel niet in staat is om de verklaring van verbondenheid af te leggen. Is de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat de verklaring van verbondenheid mondeling of schriftelijk af te leggen, dan wordt de verklaring van verbondenheid niet afgelegd. Het zal hier zeer uitzonderlijke gevallen betreffen. Indien de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen, wordt het naturalisatiebesluit bekendgemaakt, zonder dat de verklaring van verbondenheid is afgelegd.

3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

Ad 2. De verzoeker is aanwezig op de naturalisatieceremonie en legt de verklaring van verbondenheid schriftelijk af

De verzoeker heeft bij het indienen van zijn verzoek om naturalisatie de bereidverklaring ondertekend. De burgemeester heeft, al dan niet bij de indiening van het verzoek om naturalisatie, bepaald dat van de verzoeker redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt. Eerst na het overleggen van de schriftelijke verklaring van verbondenheid wordt tot uitreiking overgegaan.

paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit

Bij het (door een gemachtigde) indienen van het verzoek om naturalisatie of na het indienen hiervan is gebleken dat de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen (zie artikel 60b, zesde lid BVVN en de toelichting bij artikel 2, tweede lid, paragraaf 3.2, HRWN). Derhalve is afgezien van het invullen en ondertekenen van de bereidverklaring en van het afleggen van de verklaring van verbondenheid door de optant. Het naturalisatiebesluit wordt bekendgemaakt zonder dat verklaring van verbondenheid is afgelegd.

paragraaf 1.1. Oud-Nederlanders en voormalig Nederlands onderdanen-niet-Nederlander

Paragraaf 2.3. Ontheffing van het inburgeringsexamen

De verzoeker heeft bij het indienen van zijn verzoek om naturalisatie de bereidverklaring ondertekend. De burgemeester heeft, al dan niet bij de indiening van het verzoek om naturalisatie, bepaald dat van de verzoeker redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling aflegt.

Het verzoek van de verzoeker om, vanwege zwaarwegende redenen, niet in persoon op een naturalisatieceremonie te verschijnen is door de burgemeester gehonoreerd (zie artikel 60b, negende lid BVVN en de toelichting bij artikel 7, paragraaf 2.3.13.5, HRWN). De burgemeester heeft besloten om de uitreiking op een aan de omstandigheden aangepaste wijze te doen.

Paragraaf 2.3.2. Psychische of lichamelijke belemmering

Paragraaf 2.3. Ontheffing van het inburgeringsexamen

Bij het (door een gemachtigde) indienen van het verzoek om naturalisatie is gebleken dat de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen (zie artikel 60b, zesde lid BVVN en de toelichting bij artikel 2, tweede lid, paragraaf 3.2, HRWN). Derhalve is afgezien van het invullen en onderteken van de bereidverklaring en van het afleggen van de verklaring van verbondenheid. In voorkomende gevallen wordt het naturalisatiebesluit bekendgemaakt zonder dat verklaring van verbondenheid is afgelegd. Het verzoek van de optant om, vanwege zwaarwegende redenen, niet in persoon op een naturalisatieceremonie te verschijnen is gehonoreerd (zie artikel 60b, zesde lid BVVN en de toelichting bij artikel 2, tweede lid, paragraaf 3.2, HRWN). De burgemeester heeft besloten om de uitreiking op een aan de omstandigheden aangepaste wijze te doen.

paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit

De burgemeester wordt verzocht eventuele onjuistheden in het besluit zo spoedig mogelijk te melden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) draagt (zonodig) in dat geval zorg voor een nieuw besluit. De burgemeester hoeft een eerder uitgereikt uittreksel niet door middel van een verbeterd exemplaar opnieuw uit te reiken. Ingeval het besluit reeds is bekendgemaakt, mag het verbeterd exemplaar (aangetekend) aan de betrokkene worden opgestuurd. Wanneer de burgemeester nog in het bezit is van het onjuiste uittreksel is het wenselijk dat hij dit, ter voorkoming van fraude, terugstuurt aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), alwaar het wordt vernietigd.

9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a

RRWN: artikelen II en VII.2

Paragraaf 2.3.3. Ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen

Bdr: artikelen 5; 6; 8 en 9

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Boek 10 BW: artikelen 29 en 58

Paragraaf 3.1. Inleiding

Over polygamie (of bigamie) kan worden opgemerkt dat er sprake is van opneming in de Nederlandse samenleving wanneer verzoeker zijn situatie in overeenstemming heeft gebracht met de in Nederland geldende rechtsbeginselen, waaronder dat van monogamie.

Dit artikel omvat voorwaarden waaraan een verzoeker moet voldoen om in aanmerking te komen voor verlening van het Nederlanderschap. De overige voorwaarden voor verlening van het Nederlanderschap worden genoemd in artikel 9, eerste lid, RWN. Voor (mede)verlening aan minderjarige kinderen worden de voorwaarden genoemd in artikel 11 RWN.

paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit

Paragraaf 3. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder a

Artikel 10:58 BW geeft onder meer aan dat een in het buitenland uitgesproken verstoting in Nederland slechts dan als een rechtsgeldige ontbinding van het huwelijk wordt aangemerkt, eerst dan naar Nederlands recht kan worden erkend, als de verstoting onherroepelijk is en de vrouw hiermee (uitdrukkelijk of stilzwijgend) heeft ingestemd of zich erbij heeft neergelegd, door middel van bijvoorbeeld een bewijs van verstotingshandeling (waaruit de instemming van de vrouw kan worden afgeleid), een bewijs van instemming of berusting, een bewijs dat de ex-echtgenote is hertrouwd of een huwelijksakte van de man betreffende een huwelijk gesloten ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland. Als bewijs dat een polygaam huwelijk niet meer in stand is, dient uiteraard ook de overlijdensakte van de verstoten vrouw. Verstotingen van vóór de inwerkingtreding van de artikelen 10:27 tot en met 10:53 BW worden analoog behandeld.

Voor verlening van het Nederlanderschap overeenkomstig artikel 7 komt slechts in aanmerking de verzoeker die meerderjarig is.

Paragraaf 3.2. algemeen

Paragraaf 3.2. Polygamie

Dit artikellid strekt ertoe te waarborgen dat het (op grond van de Vw 2000 en EU richtlijnen gevoerde) vreemdelingenbeleid en het (op grond van de RWN gevoerde) naturalisatiebeleid met elkaar in overeenstemming zijn. De verlening van het Nederlanderschap mag het vreemdelingenbeleid immers niet doorkruisen.

Paragraaf 3.3. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten

In de overige gevallen blijkt het rechtmatig verblijf van de vreemdeling uit stickers die worden geplaatst in het document voor grensoverschrijding dan wel op een afzonderlijk inlegvel.

paragraaf 3.4. Weigering tot opneming in de Nederlandse samenleving

Vanaf 1 maart 2009 moet zowel de meerderjarige naturalisandus als de minderjarige naturalisandus die op het tijdstip waarop het verzoek om naturalisatie, op grond van artikel 11, vierde lid, RWN wordt ingediend zestien jaar of ouder is, zich bij de indiening van het verzoek om naturalisatie bereid verklaren de verklaring van verbondenheid af te leggen bij de bekendmaking van het naturalisatiebesluit.

Betrokkene verklaart bereid te zijn de verklaring van verbondenheid af te leggen, door het ondertekenen van de ‘Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid’ (model 2.30). De verklaring van verbondenheid legt hij vervolgens in persoon, in beginsel op een naturalisatieceremonie, doorgaans mondeling af voordat het uittreksel van het naturalisatiebesluit aan hem wordt uitgereikt (zie tevens paragraaf 3.13.3Afleggen verklaring van verbondenheid).

8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e

4. Afleggen verklaring van verbondenheid

Aan de hand van het verblijfsdocument van de verzoeker en met behulp van de Bijlagen 1, 3 en 7 kan worden beoordeeld of er al dan niet bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd. De verzoeker moet bij de indiening van het verzoek de gegevens en bescheiden verschaffen die voor de beslissing nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs kan beschikken (artikel 4:2 Awb). Hij verstrekt bij de indiening de tegenwoordige en, voor zoveel nodig, de gegevens met betrekking tot de eerdere verblijfsrechtelijke status (artikel 31, eerste lid, aanhef en onder f, BVVN).

3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

Er zijn ook situaties denkbaar waarin de verzoeker niet beschikt over de juiste verblijfsvergunning, waarin de verblijfsvergunning behoort te worden ingetrokken, waarin het verblijfsrecht van rechtswege is komen te vervallen of waarin verzoeker niet behoeft te beschikken over een verblijfsvergunning. In die gevallen kan niet met behulp van de Bijlagen 1, 3 en 7 worden beoordeeld of er bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland van de verzoeker. Voor die gevallen gelden de volgende paragrafen.

Hoewel de verzoeker bij de indiening van het verzoek moet aantonen of er ten aanzien van hem al dan niet bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd bestaan, is uiteindelijk doorslaggevend of er op het moment van de beslissing op het verzoek om naturalisatie dergelijke bedenkingen bestaan. Als op het moment van de indiening van het verzoek wel, maar op het moment van de beslissing geen bedenkingen bestaan, wordt het verzoek toch ingewilligd (als ook aan de andere voorwaarden wordt voldaan). Ook omgekeerd geldt: als op het moment van de indiening van het verzoek geen, maar op het moment van de beslissing wel bedenkingen bestaan, komt de verzoeker niet in aanmerking voor naturalisatie.

3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

Het kan voorkomen dat bij de indiening van het verzoek blijkt dat op grond van het verblijfsdocument van verzoeker moet worden geconcludeerd dat er bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd, maar dat de verzoeker stelt in aanmerking te kunnen komen voor een verblijfsvergunning met een andere beperking die wel voldoende is om in aanmerking te komen voor naturalisatie. In dat geval geldt – om redenen genoemd in paragraaf 4.4 – dat verzoeker verwezen naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en wordt ontraden om nu al een verzoek in te dienen. Houdt verzoeker niettemin vast aan indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in de toelichting op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, paragraaf 4.4.2, HRWN.

5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens artikel 60b, derde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.13.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)

De Turkse onderdaan die stelt verblijfsrecht met een niet-tijdelijk karakter te ontlenen aan Associatiebesluit 1/80 maar dit niet kan onderbouwen met een verblijfsvergunning moet zich voorafgaand aan de indiening van het naturalisatieverzoek tot de IND wenden om zijn verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard te laten vastleggen. Dit kan door het aanvragen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

C is twintig jaar en bezit de Turkse nationaliteit. Van zijn vijfde tot zijn twaalfde jaar woonde hij in Nederland bij zijn ouders. Zijn moeder was in die tijd aaneengesloten in het bezit van een verblijfsvergunning bij zijn vader. Deze verblijfsvergunning had mede betrekking op C.

Paragraaf 5.12. Gratie

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

De lidstaten van de Europese Unie zijn in de eerste plaats zelf bevoegd de voorwaarden te bepalen voor het verkrijgen van de nationaliteit. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dan ook de bevoegdheid om te bepalen in welke situaties er bedenkingen bestaan tegen verblijf voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de RWN (zie rechtsoverweging 4.3 van de uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:395). Dat geldt ook voor vreemdelingen die hun verblijfsrecht ontlenen aan het Unierecht.

Paragraaf 3.11. Verzoeker die meerderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht

Van een burger van de Unie/EER of van een Zwitserse onderdaan mag niet worden geëist dat hij het verblijfsrecht aantoont met een verblijfsdocument. Het Unierecht of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat staat dat niet toe. Het rechtmatig verblijf voor meer dan drie maanden voor een burger van de Unie/EER kan dan in beginsel afgeleid worden uit de BRP en/of BVV.

Een familielid-derdelander is wel verplicht om na de eerste drie maanden verblijf in de ‘vrije termijn´ een EU/EER verblijfsdocument te bezitten. Een familielid-derdelander moet in het kader van een optie- of naturalisatieprocedure zijn verblijfsrecht daarom aantonen met een verblijfsdocument.

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Paragraaf 7. Afwijzing als ernstige vermoedens bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

Dit verlies van het verblijfsrecht is niet goed vast te stellen bij het adviesgesprek van verzoeker met de burgemeester over het indienen van het naturalisatieverzoek. Indicaties voor het verlies van het verblijfsrecht staan hieronder opgenomen onder het kopje‘Twijfel omtrent nog voldoen aan de voorwaarden en gronden tot intrekking EU-verblijfsrecht.’Daar staat ook aangegeven, hoe te handelen bij het adviesgesprek of bij het indienen van het naturalisatieverzoek.

paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit

Dit verblijfsrecht geldt alleen voor een familielid-derdelander. Een familielid-derdelander kan verblijfsrecht ontlenen aan artikel 10 van Verordening 492/2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie.

Paragraaf 4.4.6.1. algemeen

9-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

alsook: Verklaring vrijgesteld van optiegelden

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

(gemeente)nummer:.....
Ondergetekende,
(geslachts)na(a)m(en) : .....
voorna(a)m(en) : .....
geboortedatum : .....
geboorteplaats en geboorteland : .....
nationaliteit(en) : .....
adres : .....
postcode en woonplaats : .....

verklaart dat hij/zij in het kader van de verkrijging en het behoud van zijn/haar verblijfsvergunning en de verblijfsstatus van de overige in het verzoek om naturalisatie genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid heeft verstrekt en geen relevante gegevens heeft verzwegen;

verklaart voorts dat:

  • a). hij/zij op dit moment niet in of buiten het Koninkrijk aan strafvervolging ter zake van misdrijf is onderworpen en onverwijld de IND informeert indien hierin ná indiening van het verzoek om naturalisatie verandering komt;*
  • b). hij/zij in de vier jaren direct voorafgaande aan dit verzoek om naturalisatie niet in of buiten het Koninkrijk wegens misdrijf is veroordeeld tot een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf of -maatregel, tot een werk- of leerstraf, of tot een geldboete van € 453,78 of meer;*
  • c). jegens hem/haar in de vier jaar direct voorafgaande aan dit verzoek om naturalisatie, in of buiten het Koninkrijk, geen tenuitvoerlegging van een dergelijke sanctie heeft plaatsgevonden of nog moet plaatsvinden;*
  • d). hij/zij* in de vier jaren direct voorafgaande aan dit verzoek om naturalisatie niet in of buiten het Koninkrijk, terzake van een misdrijf een strafbeschikking opgelegd heeft gekregen of betaald dan wel een transactie heeft aanvaard en betaald van € 453,78 of meer, en evenmin in het kader van een strafbeschikking of transactievoorstel een taakstraf heeft aanvaard of verricht;
  • e). hij/zij niet verkeert in een proeftijd, verbonden aan een voorwaardelijk sepot, een voorwaardelijke veroordeling of voorwaardelijke gratieverlening;*
  • f). hij/zij in de vier jaren direct voorafgaande aan dit verzoek om naturalisatie niet in of buiten het Koninkrijk meerdere transacties of boeten wegens misdrijf heeft betaald van ieder ten minste € 226,89 en met een totaal van ten minste € 680,67. (Ongeacht in welke valuta deze bedragen zijn betaald.)*
  • g). hij/zij* nimmer een misdrijf heeft gepleegd als bedoeld in artikel 6 (genocide), artikel 7 (misdrijven tegen de menselijkheid) en artikel 8 (oorlogsmisdrijven) van het op 17 juli 1998 tot stand gekomen Statuut van Rome inzake het internationale Strafhof (Trb. 2000, 120);
  • h). hij/zij* nimmer verantwoordelijk is geweest voor gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van 1951: een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf, een misdrijf tegen de menselijkheid, een ernstig niet politiek misdrijf, of handelingen in strijd met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties;

verklaart dat bovenstaande verklaring betreffende de verblijfsstatus tevens geldt voor de in het verzoek om naturalisatie genoemde kinderen en bovenstaande verklaring betreffende het gedrag tevens geldt voor de in het verzoek om naturalisatie genoemde kinderen die op het moment van de indiening van het verzoek de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt;**

verklaart dat hij/zij niet, tevens naar vreemd recht, getrouwd is met een ander persoon dan vermeld in het uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (zie bijlage van deze verklaring);**

verklaart dat het openbare orde aspect hem/haar/het kind* niet kan worden tegengeworpen vanwege de volgende bijzondere feiten of omstandigheden:

.....

.....

Ik ben mij ervan bewust dat het verstrekken van onjuiste gegevens of het verzwijgen van relevante gegevens kan

leiden tot intrekking van het naturalisatiebesluit, zelfs als dit tot staatloosheid leidt.

..... .....
(plaats) (datum) (handtekening)

bijlage: ja/nee *

  • *. doorhalen wat niet van toepassing is
  • **. doorhalen de verklaring(en) die verzoeker niet naar waarheid kan afleggen

alsook: Verklaring vrijgesteld van naturalisatiegelden

alsook:Verklaring vrijgesteld van naturalisatiegelden

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

2-1. Toelichting ad artikel 2, eerste lid

paragraaf 3.13.1. De oproeping

paragraaf 3.13.2. De uitreiking/naturalisatieceremonie

Paragraaf 7. toelichting bij artikel 6a, derde lid

Bijlage 1:. tabel oproepen en uitreiken

Paragraaf 2. Verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten

Paragraaf 2.3.1. Inleiding

Paragraaf 2. Procedure

Paragraaf 2.1. Inleiding

Paragraaf 2.3.5.2. buitenlands reisdocument/aantonen bezit vreemde nationaliteit

Paragraaf 3. Opneming in de Nederlandse samenleving

Paragraaf 3.1. Inleiding

Paragraaf 3.2. Polygamie

Paragraaf 3.2. Polygamie

Uitzonderingen (zie tevens paragraaf 3.13.4.2 Uitzondering (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Paragraaf 3.4.4. Britten met verblijfsrecht onder het Terugtrekkingsakkoord

Paragraaf 3.5.1. Niet duurzaam verblijvend personeel

Paragraaf 3.4.4. Britten met verblijfsrecht onder het Terugtrekkingsakkoord

Bijlage 4

Bijlage 1

Paragraaf 1. Geprivilegieerden

Paragraaf 1.1.1. Historie

Paragraaf 2.3.2. Psychische of lichamelijke belemmering

Paragraaf 1. Geprivilegieerden

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2.3.8.1. onderzoek juistheid verstrekte persoonsgegevens

Paragraaf 2. Afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is

8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e

Paragraaf 2.3.10. beslissing op het verzoek

Paragraaf 3.3. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten

1. Algemeen

Paragraaf 2.2.3. Gedeeltelijke vrijstelling

Is een jaar na de dag van ondertekening van het naturalisatiebesluit verstreken zonder dat de naturalisandus (op een naturalisatieceremonie) is verschenen en het besluit derhalve niet aan hem is bekendgemaakt, dan vervalt het naturalisatiebesluit (artikel 60b, elfde lid, BVVN). De vervaltermijn van één jaar is opgeschort indien sprake is van bezwaar- en beroep tegen het besluit inzake de wijze van bekendmaking van de optiebevestiging en/of de wijze van aflegging van de verklaring van verbondenheid. Om te voorkomen dat het besluit daardoor zou vervallen, is bepaald dat de termijn van één jaar door het instellen van bezwaar of beroep wordt opgeschort totdat daarop onherroepelijk is beslist. De vervaltermijn van één jaar wordt stopgezet op het moment dat de burgemeester of de rechtbank het bezwaar- dan wel beroepschrift heeft ontvangen en gaat weer lopen op het moment dat de beslissing van de burgemeester of de rechtbank onherroepelijk is geworden en dus geen rechtsmiddelen meer openstaan. De termijn loopt dan na de beslissing in bezwaar of beroep verder en vangt niet opnieuw aan. Onder beroep wordt mede hoger beroep begrepen (artikel 60b, elfde lid, BVVN).

Paragraaf 2.2.3. Gedeeltelijke vrijstelling

De naturalisandus die niet is verschenen en wiens besluit is vervallen, kan enkel een nieuw verzoek om naturalisatie indienen om zo alsnog Nederlander te worden. Tegen het vervallen van het naturalisatiebesluit, als gevolg van het verstrijken van de vervaltermijn van één jaar na de dagtekening van het besluit staat geen bezwaar of beroep open. Het betreft immers verval van rechtswege.

Paragraaf 2.2.3. Gedeeltelijke vrijstelling

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 3.3. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

1. Algemeen

Ad 3. De verzoeker is wel aanwezig op de naturalisatieceremonie, maar kan de verklaring van verbondenheid niet afleggen

Ad 4. De verzoeker is niet in persoon aanwezig op de naturalisatieceremonie, maar laat zich vertegenwoordigen door een gemachtigde en legt de verklaring van verbondenheid schriftelijk af

Vanwege aangetoonde zwaarwegende redenen (zie artikel 60b, negende lid BVVN en de toelichting bij artikel 7, paragraaf 2.3.13.5, HRWN) is de verzoeker vertegenwoordigd door een gemachtigde. De verzoeker heeft bij het indienen van zijn verzoek om naturalisatie de bereidverklaring ondertekend. De verzoeker moet de ondertekende schriftelijke verklaring van verbondenheid meegeven aan de gemachtigde. Eerst na het overleggen van de door de verzoeker ondertekende schriftelijke verklaring van verbondenheid, wordt tot uitreiking aan de gemachtigde overgegaan. De burgemeester kan ervoor kiezen om de schriftelijke verklaring van verbondenheid bij de indiening van zijn verzoek om naturalisatie aan de verzoeker of gemachtigde mee te geven, zodat de gemachtigde de door de verzoeker ondertekende verklaring op de naturalisatieceremonie aan de burgemeester kan overhandigen. Ook kan de burgemeester ervoor kiezen om de schriftelijke verklaring van verbondenheid met de uitnodiging voor de naturalisatieceremonie mee te sturen, zodat de verzoeker de ondertekende schriftelijke verklaring ter overhandiging aan de burgemeester aan de gemachtigde kan meegeven.

Ad 5. De verzoeker is niet in persoon aanwezig op de naturalisatieceremonie, maar is vertegenwoordigd door een gemachtigde en legt de verklaring van verbondenheid niet af

Vanwege aangetoonde zwaarwegende redenen (zie artikel 60b, negende lid BVVN en de toelichting bij artikel 7, paragraaf 2.3.13.4, HRWN) is de verzoeker vertegenwoordigd door een gemachtigde. Bij het (door een gemachtigde) indienen van het verzoek om naturalisatie is gebleken dat de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand niet in staat is de verklaring van verbondenheid af te leggen (zie artikel 60b, zesde lid BVVN en de toelichting bij artikel 2, tweede lid, paragraaf 3.2, HRWN. Er is derhalve afgezien van het invullen en onderteken van de bereidverklaring en er wordt afgezien van het afleggen van de verklaring van verbondenheid. In voorkomende gevallen wordt het naturalisatiebesluit aan de gemachtigde bekendgemaakt zonder dat verklaring van verbondenheid is afgelegd.

Bij het indienen van het verzoek om naturalisatie heeft de verzoeker de bereidverklaring ondertekend. Het verzoek van betrokkene om, vanwege zwaarwegende redenen, niet in persoon op een naturalisatieceremonie te verschijnen is door de burgemeester gehonoreerd (zie artikel 60a, negende lid BVVN en de toelichting bij artikel 6, derde lid, paragraaf 2.3.12.5, HRWN). De burgemeester heeft besloten om de uitreiking op een aan de omstandigheden aangepaste wijze te doen. Na het mondeling afleggen van de verklaring van verbondenheid, wordt het naturalisatiebesluit aan de verzoeker uitgereikt.

Na uitreiking van het desbetreffende uittreksel stuurt de burgemeester door middel van het terugmeldformulier (model 2.29 of 2.29a) daarvan zo spoedig mogelijk een bericht aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) (artikel 60b, negende lid BVVN). Op het terugmeldformulier vermeldt de burgemeester onder andere de datum waarop het besluit is bekendgemaakt en de wijze van bekendmaking. Ingevolge artikel 60b, twaalfde lid, BVVN deelt de uitreikende autoriteit de Minister mee ‘of en op welke wijze de verklaring van verbondenheid is afgelegd. Deze informatie wordt op het terugmeldformulier (model 2.29 of 2.29a) aangetekend en is alleen van toepassing op verzoeken om naturalisatie ingediend op of na 1 maart 2009. Ook vermeldt de burgemeester of hij na herhaalde oproepingen het besluit niet heeft kunnen bekendmaken, als gevolg waarvan het besluit is vervallen. De uittreksels die de burgemeester niet heeft kunnen uitreiken, stuurt hij terug aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

De verzoeker die een beschikking van het college van burgemeester en wethouders overlegt waaruit blijkt dat hij aantoonbaar geleverde inspanningen heeft geleverd komt op grond van de Wet inburgering 2007 en artikel 6, derde lid van de Regeling Naturalisatietoets in aanmerking voor ontheffing van de naturalisatietoets.

BON: artikel 3 en volgende

Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid

Paragraaf 2.3.5. Procedure advies ontheffing aantoonbaar geleverde inspanningen

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 3.1. Inleiding

Paragraaf 3.2. Polygamie

Paragraaf 4.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 4.2. algemeen

Paragraaf 4.3.1. verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten op grond van Vw 2000

Het gaat te ver om in de naturalisatieprocedure zelfstandig te onderzoeken of verzoeker in aanmerking zou kunnen komen voor een verblijfsrecht dat naar zijn aard al dan niet tijdelijk is. De naturalisatieprocedure is daar niet op ingericht en is daar ook niet voor bedoeld. Als de verzoeker stelt daar aanspraak op te kunnen maken, wijst de burgemeester verzoeker op de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen bij de IND. Daarom wordt in het kader van de behandeling van een verzoek om naturalisatie geen fictietoets toegepast, waarbij wordt bezien of de verzoeker die niet in het bezit is van een verblijfstitel om voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven, daarvoor wel in aanmerking zou kunnen komen als daarom zou worden gevraagd. Zie toelichting op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, paragraaf 4.4.4, HRWN.

5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens artikel 60b, derde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.13.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)

Van de verplichting van het ondertekenen van de bereidverklaring en het vervolgens afleggen van de verklaring van verbondenheid kan geen vrijstelling worden gegeven, tenzij het afleggen van de verklaring van verbondenheid redelijkerwijs niet gevraagd kan worden (zie daarvoor toelichting bij artikel 60b, vijfde lid en zesde lid, BVVN). Er zijn omstandigheden denkbaar waarin het voor de verzoeker niet mogelijk is om de bereidverklaring in te vullen en te ondertekenen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de verzoeker wel bereid is de verklaring van verbondenheid af te leggen, maar vanwege zijn fysieke of psychische toestand model 2.30 niet zelf kan invullen of dat bij het indienen van zijn verzoek om naturalisatie duidelijk is dat de verzoeker niet in staat zal zijn de verklaring van verbondenheid mondeling af te leggen. Zie de toelichting in paragraaf 3.4.1Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid (model 2.30) in artikel 7 RWN hoe met deze uitzonderingssituaties moet worden omgegaan.

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

Ook voor artikel 8, derde lid geldt het overgangsrecht (zie de paragraaf ‘Overgangsrecht’) in de toelichting onder artikel 7. Het overgangsrecht is ook beschreven in de toelichting onder artikel VII, tweede lid RRWN.

In deze paragrafen wordt uitleg gegeven over vreemdelingen die het verblijfsrecht aan het Unierecht ontlenen. Het gaat hierbij om burgers van de Europese Unie, burgers van de Europese Economische Ruimte (IJsland, Noorwegen, Liechtenstein) en vreemdelingen met de Zwitserse nationaliteit. Daarnaast gaat het over de specifieke positie van hun familielid-derdelanders.

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 4.4.5.2. Algemeen

Paragraaf 2. Geprivilegieerden

Paragraaf 8.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst

Indicaties voor het verlies van het verblijfsrecht staan hieronder opgenomen onder het kopje‘Twijfel omtrent nog voldoen aan de voorwaarden en gronden tot intrekking EU-verblijfsrecht.’Daar staat ook aangegeven, hoe te handelen bij het adviesgesprek of bij het indienen van het naturalisatieverzoek.

Zoals hierboven al aangegeven gaat het duurzaam verblijfsrecht slechts verloren, als:

Paragraaf 1. Algemeen

8-6. Toelichting ad artikel 8, zesde lid

Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid

9-alg. Toelichting algemeen

Een vreemdeling met de Britse nationaliteit of zijn familielid-derdelander heeft een verblijfsrecht waartegen geen bedenkingen bestaan tegen het verblijf voor onbepaalde tijd, als hij een verblijfsdocument overlegt:

Paragraaf 4. Afwijzing als er serieuze verdenkingen bestaan dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen

Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet 2000 kan worden ingetrokken

paragraaf 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

Paragraaf 4.4.8. buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken

Paragraaf 4.4.9. medeverlening aan minderjarigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (vva-bep)

Paragraaf 5.1. Misdrijven

Paragraaf 4.7. bijlage 3

Paragraaf 5.2. Transacties en strafbeschikkingen

Paragraaf 5.1. Misdrijven

Paragraaf 5. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c

Paragraaf 5.6. Buitenlandse feiten

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

3. Onderteken dit formulier

1. Vul hier de gegevens in van de aanvrager (= degene die het onderzoek zal ondergaan):

4. Opsturen

3. Onderteken dit formulier

1. Vul hier de gegevens in van de aanvrager (= degene die het onderzoek zal ondergaan):

4. Opsturen

3. Onderteken dit formulier

4. Opsturen

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Paragraaf 22.1. wettekst artikel 6, vierde lid

paragraaf 3.12. (Hoger) beroep

paragraaf 3.13.4. Zwaarwegende redenen en niet (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

Paragraaf 3.4.2. Algemeen

Paragraaf 3.4.2. Algemeen

Paragraaf 1.1.1. Historie

Paragraaf 1. Geprivilegieerden

8-1-d. toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 1.1. Inleiding

3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid

Paragraaf 2.3.5.4. in het verleden overgelegde buitenlandse akten

Bijlage 2

Bijlage 5

Paragraaf 2.3.7.2. beoordeling verschuldigdheid naturalisatiegelden

Paragraaf 1.1.1. Historie

Paragraaf 2.3.8. voorbereiding advies

Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase

Paragraaf 2.1.2. De aanvraagfase

Paragraaf 2.3.12. (hoger) beroep

Paragraaf 2.2.2. Volledige vrijstelling van de naturalisatietoets

Paragraaf 8. Procedure bij naturalisatie

paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 8. Procedure bij naturalisatie

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

paragraaf 3.4. Weigering tot opneming in de Nederlandse samenleving

8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e

Paragraaf 5.11. Schadevergoeding

Ad 6. De verzoeker is niet aanwezig op de naturalisatieceremonie en legt de verklaring van verbondenheid mondeling af

Paragraaf 2.3.13.7. bijlage tabel oproepen en uitreiken

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Paragraaf 2.3.4. Toetscriteria aantoonbaar geleverde inspanningen

Rgdr: artikel 2

Om in aanmerking te komen voor verlening van het Nederlanderschap dient de verzoeker als hoofdregel niet alleen te voldoen aan de wettelijke voorwaarden en richtlijnen op het moment waarop het verzoek wordt ingediend, maar ook op het moment waarop de IND beslist op het verzoek. Een verzoek van een persoon die ten tijde van de indiening van het verzoek nog voldeed aan de wettelijke voorwaarden en richtlijnen voor naturalisatie, maar die op het moment van de beslissing op het verzoek inmiddels niet meer voldoet aan deze vereisten, wordt dus afgewezen. Hierbij kan worden gedacht aan de omstandigheid dat de verblijfstitel na de indiening van het verzoek is gewijzigd of niet meer geldt, of aan de omstandigheid dat er inmiddels niet meer sprake is van een huwelijk of samenwoning met een Nederlander of aan mee te naturaliseren kinderen die na de indiening van het verzoek meerderjarig zijn geworden. Voorts kan worden gedacht aan de omstandigheid dat na de indiening van het verzoek ernstige vermoedens zijn ontstaan dat de verzoeker een gevaar oplevert voor de openbare orde.

Paragraaf 4.3. verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten

8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e

3. Ondertekenen bereidverklaring (model 2.30) (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.4.1 Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

Vanaf 1 maart 2009 moet zowel de meerderjarige naturalisandus als de minderjarige naturalisandus die op het tijdstip waarop het verzoek om naturalisatie, op grond van artikel 11, vierde lid, RWN wordt ingediend zestien jaar of ouder is, zich bij de indiening van het verzoek om naturalisatie bereid verklaren de verklaring van verbondenheid af te leggen bij de bekendmaking van het naturalisatiebesluit.

Paragraaf 4.4.4. aanspraken op een ander (sterker) verblijfsrecht; geen fictietoets

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Paragraaf 8.3. Bericht van de Korpschef

Een burger van de Unie/EER en een Zwitsers onderdaan kan het duurzaam verblijfsrecht aantonen met een verblijfsdocument (hij kan daartoe een aanvraag indienen), maar dit is niet verplicht. Voor een burger van de Unie/EER en een Zwitsers onderdaan is dat het verblijfsdocument ‘EU/EER’ met de opmerking ‘Burger van de Unie/EER conf. art. 19 Richtl. 2004/38/EG’. Als hij het verblijfsrecht niet met een verblijfsdocument aantoont, dan kan het verblijfsrecht in beginsel afgeleid worden uit de BRP of BVV.

Het duurzaam verblijfsrecht gaat slechts verloren, als:

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

8-6. Toelichting ad artikel 8, zesde lid

Paragraaf 3. Afwijzing als de verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet 2000 kan worden ingetrokken

paragraaf 2.3. Ambtelijk verzuim

Paragraaf 5. Afwijzing als in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan het verzoek om naturalisatie of optieverklaring (of de beslissing daarop) een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer gelegd

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

Paragraaf 5.1. Misdrijven

Paragraaf 4.5. bijlage 1

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

2. Voldoet u (= aanvrager) aan de volgende voorwaarden?

1. Vul hier de gegevens in van de aanvrager (= degene die het onderzoek zal ondergaan):

2. Voldoet u (= aanvrager) aan de volgende voorwaarden?

3. Onderteken dit formulier

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

Paragraaf 2.1. Verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten op grond van Vw 2000

Artikel 7

Paragraaf 2.3.2.2. zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10 en 11, vierde lid, RWN)

Paragraaf 3.4. Vreemdelingen die verblijfsrecht aan het Unierecht ontlenen of die verblijfsrecht ontlenen aan het Terugtrekkingsakkoord tussen VK en EU

Paragraaf 2.1. Inleiding

Paragraaf 2.1.1. De voorlichtingsfase

Paragraaf 3.4.4. Britten met verblijfsrecht onder het Terugtrekkingsakkoord

Bijlage 3

Bijlage 5

Paragraaf 2. Procedure

Paragraaf 2. Afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is

8-1-e. Toelichting ad artikel 8, eerste lid en onder e

Paragraaf 2.2. Vrijstelling van de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen)

1. Algemeen

Paragraaf 3.2. Polygamie

Paragraaf 2.3.13.5.2. mondeling afleggen verklaring van verbondenheid en uitzonderingen

paragraaf 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke nationaliteit

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

Wet BRP: artikel 2.4, 2.15 en 3.6

Paragraaf 4. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder b

Uitzonderingen (zie tevens paragraaf 3.13.4.2 Uitzondering (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

4. Afleggen verklaring van verbondenheid

5. Niet uitreiken bij niet verschijnen of weigering afleggen verklaring van verbondenheid (zie tevens artikel 60b, derde lid, BVVN en de toelichting bij artikel 7 RWN onder paragraaf 3.13.3 Afleggen verklaring van verbondenheid)

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid

Paragraaf 5.3. Cumulatie van sancties

Paragraaf 5.4. Voeging

Heeft een familielid-derdelander geen verblijfsdocument, dan wordt hem ontraden een verzoek in te dienen. Als een familielid-derdelander zonder verblijfsdocument toch een verzoek wil indienen, dan wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in de toelichting op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, paragraaf 4.4.2, HRWN.

Bij een familielid-derdelander bestaan geen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd, als hij een verblijfsdocument ‘familielid EU/EER’, met de toelichting ‘Fam. van een burger van de Unie conf. art. 10 Richtl. 2004/38/EG’ overlegt.

Paragraaf 4.4.6.2. niet duurzaam verblijvend personeel

Paragraaf 4.4.6.3. duurzaam verblijvend personeel

Paragraaf 4.4.7. Molukkers

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

Paragraaf 4.6. bijlage 2

Paragraaf 5.4. Voeging

paragraaf 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet

Paragraaf 5.8. Vijfjaartermijn

Paragraaf 6. toelichting bijartikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 6.2. algemeen

Paragraaf 6.2.2. historie

Paragraaf 5.6. Buitenlandse feiten

Paragraaf 5.10. Sepots en voorwaardelijke sepots

Paragraaf 5.11. Schadevergoeding

Paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen

9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder a

Paragraaf 5.10. Sepots en voorwaardelijke sepots

Paragraaf 5.12. Gratie

paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8

paragraaf 3.4. Advies VWS

Paragraaf 5.11. Schadevergoeding

Paragraaf 6.2.4. inburgeringsplichtigen en niet-inburgeringsplichtigen

Paragraaf 8. Procedure bij naturalisatie

Paragraaf 6.3.1. algemeen

Paragraaf 8.1. Verklaring verblijf en gedrag

Paragraaf 6.3.1.2. de voorlichtingsfase

Paragraaf 8. Procedure bij naturalisatie

Paragraaf 8.1. Verklaring verblijf en gedrag

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

1. Vul hier de gegevens in van de aanvrager (= degene die het onderzoek zal ondergaan):

2. Voldoet u (= aanvrager) aan de volgende voorwaarden?

Als de burgermeester vaststelt dat de gegevens juist zijn en het document echt is, kan het verzoek tot naturalisatie worden ingediend en wordt de kopie van het document en de begeleidende verklaring van het desbetreffende instituut in het dossier gevoegd.

Als de verzoeker niet voor vrijstelling of ontheffing in aanmerking komt (of daarover moet nog nader onderzoek plaatsvinden), noch het inburgeringsdiploma op het juiste taalniveau kan overleggen, adviseert de burgemeester de verzoeker te wachten met de indiening van het verzoek tot het moment waarop alle vereiste gegevens en documenten alsnog kunnen worden verstrekt.

3. Onderteken dit formulier

Als de burgemeester van oordeel is dat het dossier compleet is, het overgelegde document origineel is, de inhoud klopt en de personalia juist zijn, neemt hij de stukken in ontvangst. Het verzoek wordt op dit moment in behandeling genomen. De burgemeester maakt een kopie van het document en voegt die kopie met de gedateerde en door of namens hem ondertekende aantekening ‘kopie van origineel’ in het dossier. Het origineel geeft hij terug aan de verzoeker. Hij stelt een advies op waarin hij de IND onderbouwd meedeelt dat de verzoeker naar zijn oordeel voldoet aan de voorwaarden van de naturalisatietoets. In dat advies betrekt de burgemeester ook de eventuele visie van DUO hierover. Vervolgens stuurt de burgemeester het advies met de kopie van het overgelegde document/de overgelegde documenten mee in het dossier aan de IND.

De verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit bij naturalisatie is ook na inwerkingtreding van het voorstel tot wijziging van de RWN op 1 april 2003 blijven bestaan, zij het met inachtneming van de uitgangspunten zoals geformuleerd in het op 2 februari 1993 te Straatsburg tot stand gekomen Tweede Protocol tot wijziging van het Verdrag betreffende beperking van de gevallen van meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit (Trb. 1994, 265), hierna te noemen: Tweede Protocol. De uitgangspunten in het Tweede Protocol zijn neergelegd in artikel 9, derde lid, RWN, zoals dit luidt met ingang van 1 april 2003 (zie de toelichting bij artikel 9, derde lid, RWN).

Sinds 1 oktober 1997 moet de verzoeker om naturalisatie in beginsel weer aangeven of hij bereid is afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Op grond van artikel 32 BVVN dient een verzoeker die een of meerdere nationaliteiten bezit en die verplicht is daarvan afstand te doen, een bereidheidsverklaring te overleggen waarin staat dat hij bereid is het mogelijke te zullen doen om bij of na de totstandkoming van de naturalisatie zijn andere nationaliteit(en) te verliezen.

4. Opsturen

Een verzoeker die in de BRP is ingeschreven als staatloze en daardoor wordt aangemerkt als staatloze in de zin van de RWN (zie de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, RWN), kan logischerwijs geen afstand doen. Hij wordt immers door geen enkele staat als onderdaan beschouwd. Dit geldt niet voor een verzoeker die in de BRP is ingeschreven als zijnde van onbekende nationaliteit, omdat zijn nationaliteit niet kan worden vastgesteld (zie de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, RWN). Hij zal in de meeste gevallen immers wél in het bezit zijn van een nationaliteit. Pas als deze verzoeker op grond van de daarvoor geldende regels (artikel 2.15 dan wel artikel 2:17 Wet BRP) in de BRP wordt opgenomen als zijnde staatloos, kan worden aangenomen dat hij geen afstand van een nationaliteit kan doen.

De verzoeker kan een beroep doen op een volledige vrijstellingsgrond als genoemd in artikel 3 BNT. Volledige vrijstelling betekent dat de verzoeker geen van de onderdelen van de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen) hoeft af te leggen. Hij moet aantonen dat hij behoort tot een van de volgende categorieën vrijgestelde personen:

Bij twijfel of het diploma origineel is, kan de burgemeester de verzoeker vragen een gewaarmerkte kopie van het diplomaregister bij DUO op te vragen en te overleggen. Overigens is uit het diplomaregister niet te herleiden in welke taal de opleiding gevolgd is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)