Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Type Circulaire
Publication 2026-02-01
State In force
Source BWB
artikelen 239
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het onderwijs tijdens de opleiding waarvan het diploma of getuigschrift wordt overgelegd, moet in het Nederlands zijn geweest. Iedere onderwijsinstelling heeft in zijn opleidingenprogramma bepaald in welke taal het onderwijs van een opleiding zal worden gegeven.

In het hoger onderwijs wordt bij een diploma ook een diplomasupplement aan de student uitgereikt, waaruit blijkt in welke taal het onderwijs is gevolgd. Indien de verzoeker een dergelijk diplomasupplement kan overleggen, waaruit blijkt dat het onderwijs in de Nederlandse taal is gevolgd, kan dit als bewijsmiddel geaccepteerd worden. Als op het diplomasupplement bij ‘language of instruction’ zowel de Nederlandse taal als een andere taal staat, kan dit niet geaccepteerd worden voor de naturalisatietoets. Op het diplomasupplement mag enkel bij ‘language of instruction’ de Nederlandse taal staan.

Als een diplomasupplement ontbreekt en er is twijfel over de Nederlandstaligheid van de opleiding waarvan het diploma of getuigschrift wordt overgelegd, moet de verzoeker een verklaring van de onderwijsinstelling overleggen, waarin staat in welke taal het onderwijs is geweest. Bij een Engelstalige (of anderstalige) omschrijving op het diploma of getuigschrift van de opleiding bestaat altijd die twijfel.

Bij de beoordeling of het onderwijs in de Nederlandse taal gevolgd is, is het geen vereiste dat het vak Nederlands als examenvak gevolgd is. Het vak Nederlands hoeft ook niet gevolgd te zijn tijdens de opleiding.

Anderstalig onderwijs, zoals Engelstalig onderwijs met weliswaar een vak Nederlands, geeft geen vrijstelling van de naturalisatietoets, met uitzondering van de buitenlandse diploma’s en getuigschriften zoals hieronder genoemd onder punt 13 en 14.

De verzoeker is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van de documenten en, indien van toepassing, voor de vertalingen, legalisatie of apostille van de stukken. Als de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dan moet de verzoeker zelf ervoor zorgen dat de stukken worden vertaald door een beëdigd vertaler, bij voorkeur in het Nederlands. Deze vertaling moet gehecht zijn aan het originele (afschrift van het) document. De op dit moment geldige legalisatiecirculaire is van toepassing.

Om voor bovengenoemde vrijstellingsgronden in aanmerking te komen, overlegt de verzoeker bij zijn verzoek om naturalisatie het gevraagde document en in het geval vereist is dat voor het vak Nederlands een voldoende is behaald, de cijferlijst waaruit dit blijkt.

In de periode van 1 januari 1992 tot 1 oktober 1997 werd het vereiste om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet toegepast (zie circulaire van 20 december 1991, Stcrt.1992, 25). Dit kwam doordat op 22 oktober 1991 de Tweede Kamer der Staten-Generaal de motie Apostolou/Soutendijk-van Apeldoorn (TK 1991–1992, 21 971, nr. 29) inzake het doen van afstand bij naturalisatie had aangenomen. Naar aanleiding van deze motie werd besloten met ingang van 1 januari 1992 de eis, zoals geformuleerd in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, vooruitlopend op de aanpassing van de RWN te laten vallen. Het voorstel tot schrappen van deze eis stuitte echter op bezwaren bij de meerderheid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, zodat het vanaf 1 januari 1992 gevoerde afstandsbeleid herziening behoefde. Dit herziene beleid inzake de afstandsverplichting is op 1 oktober 1997 in werking getreden (circulaire van de Staatssecretaris van Justitie van 18 juni 1997, kenmerk 631150/97/6, inzake wijziging van het beleid inzake het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit bij naturalisatie tot Nederlander).

De verzoeker kan een beroep doen op de gedeeltelijke vrijstellingsgronden als genoemd in artikel 4 van de Regeling naturalisatietoets Nederland. Als de verzoeker voor gedeeltelijke vrijstelling van het inburgeringsexamen in aanmerking wil komen moet hij het volgende overleggen dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

De verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van de onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid als hij de volgende documenten overlegt:

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen.

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

De verzoeker is vrijgesteld van het onderdeel Kennis Nederlandse Samenleving (KNS) als hij de volgende documenten overlegt:

1. Vul hier de gegevens in van de aanvrager (= degene die het onderzoek zal ondergaan):

2. Voldoet u (= aanvrager) aan de volgende voorwaarden?

De verzoeker is vrijgesteld van het onderdeel Kennis Nederlandse Samenleving (KNS) als hij de volgende documenten overlegt:

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel de onderdelen ten aanzien van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal afleggen.

3. Onderteken dit formulier

De verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van de onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid als hij de volgende documenten overlegt:

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen.

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

4. Opsturen

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen.

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

Verklaringen die zijn afgegeven zonder dat de deelnemers zijn getoetst. Deze verklaringen worden veelal ‘bewijzen van deelname’ genoemd.

Bij twijfel of het document tot vrijstelling leidt, kan de burgemeester in eerste instantie de eventueel beschikbare eigen registratie van afgegeven Verklaringen educatie raadplegen, of DUO raadplegen. DUO geeft een advies af op basis van de modelverklaringen die door de ROC’s aan DUO zijn geleverd en die zijn opgenomen in het door DUO beheerde modellenboek. De burgemeester verwijst een verzoeker die niet over een origineel document beschikt, of een document toont dat niet alle benodigde gegevens ter beoordeling bevat, naar het ROC dat de verklaring heeft afgegeven, om een document te verkrijgen dat aan de gestelde eisen voldoet.

De verklaring moet in ieder geval de volgende gegevens bevatten:

Ad a.

De meeste ROC’s noemen de Verklaring educatie een ‘schoolverklaring’, ‘certificaat’ of ‘diploma’. Daarnaast komen benamingen voor als ‘niveauoverzicht NT2’ of ‘scorelijst NT2’, ‘(toets)rapport’, ‘verklaring leerresultaten’, of ‘verklaring Trajecttoets/niveauR-toets’.

Ad f.

Alleen als alle toetsonderdelen voor 1 januari 2007 zijn behaald kan er gedeeltelijke vrijstelling worden verleend.

De verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van de onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid (TGN) als hij één van de volgende documenten overlegt:

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) met goed gevolg afleggen.

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

Van het afleggen van het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt is vrijgesteld:

Het onderdeel ‘Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’ is een verplicht onderdeel van de naturalisatietoets. Een verzoeker, die niet voldoet aan de voorwaarden voor dit onderdeel heeft van DUO geen inburgeringsdiploma ontvangen.

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

De periode dat een vreemdeling op basis van een geprivilegieerde status bij een internationale organisatie in Nederland heeft verbleven, en derhalve ingeschreven heeft gestaan in het daarvoor bestemde register bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, geldt als toelating in de zin van de RWN, mits deze periode onmiddellijk voorafging aan de toelating in het kader van de Vreemdelingenwet of het voortzetten van het verblijf in Nederland op grond van het EU-recht. Deze (onafgebroken) periode mag worden meegeteld voor de vereiste termijn van toelating in het kader van een optieverklaring of naturalisatie.

Paragraaf 6.2. Gemeenschapsonderdanen en afgifte bericht omtrent toelating

Paragraaf 2. Hoofdverblijf

Paragraaf 8.8.2. gemeenschapsonderdanen en afgifte bericht omtrent toelating

Paragraaf 10.1. wettekst artikel 6a, zesde lid

Paragraaf 3.6. Molukkers

8-1-d. toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 2. Procedure

Paragraaf 2.1.2. De aanvraagfase

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Paragraaf 2.3.13.6. procedurele aspecten na uitreiking

Paragraaf 8. Procedure bij naturalisatie

Paragraaf 1. wettekst artikel 8

Paragraaf 5.1. Misdrijven

Paragraaf 4.3.2. overig verblijfsrecht

paragraaf 3.2. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen

Paragraaf 5.2. algemeen

Paragraaf 5.5. Taakstraffen

Paragraaf 5.3. Cumulatie van sancties

Paragraaf 6.2.1. inleiding

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Paragraaf 5.11. Schadevergoeding

Paragraaf 5.10. Sepots en voorwaardelijke sepots

Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

Paragraaf 7. Afwijzing als ernstige vermoedens bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk

Paragraaf 7. Afwijzing als ernstige vermoedens bestaan dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de veiligheid van het Koninkrijk

Paragraaf 8.3. Bericht van de Korpschef

Paragraaf 8. Procedure bij naturalisatie

paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN

Bij twijfel over een overgelegde verklaring als hiervoor bedoeld neemt de burgemeester – voordat het naturalisatieverzoek wordt ingediend – ter verificatie contact op met het instituut dat de verklaring heeft afgegeven.

Staat hij er toch op een verzoek in te dienen, dan wordt zijn verzoek in ontvangst genomen. De burgemeester stelt zijn bevindingen op in een advies en stuurt het advies met een kopie van eventueel overgelegde documenten mee in het dossier aan de IND. In dit geval wordt de verzoeker door de burgemeester erop gewezen dat zijn verzoek om naturalisatie door de IND kan worden afgewezen, en dat hij de betaalde naturalisatiegelden niet terug krijgt. Geadviseerd wordt dat de burgemeester de verzoeker een verklaring ‘geïnformeerd over negatief advies’ laat ondertekenen. Deze verklaring is opgenomen in de Handleiding RWN als model 2.21.

Paragraaf 6.3.2.1. inleiding

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

Paragraaf 6.3.2.2. volledige vrijstelling van de naturalisatietoets

paragraaf 3. Uitzonderingscategorieën

paragraaf 3.1. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat, wier wetgeving bepaalt dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit leidt tot het verlies van die nationaliteit. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen

paragraaf 3.2. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen

Paragraaf 6.3.2.3. gedeeltelijke vrijstelling

paragraaf 3.4. Verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden

paragraaf 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel de onderdelen ten aanzien van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal met goed gevolg hebben afgelegd.

paragraaf 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

paragraaf 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen

De verzoeker is vrijgesteld van het afleggen van de onderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid als hij het volgende document overlegt:

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

paragraaf 3.4. Verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden

9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

Als een verzoeker bij de burgemeester of bij de IND aangeeft dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van het onderdeel ‘Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’, dan wordt de verzoeker doorverwezen naar DUO. DUO toetst dan of de verzoeker in aanmerking komt voor de deelvrijstelling en of verzoeker in het bezit gesteld kan worden van een inburgeringsdiploma.

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)

De leeftijd van de naturalisatieverzoeker op de datum van de beslissing op het naturalisatieverzoek is bepalend voor het zijn vrijgesteld of niet. Op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek hoeft de verzoeker dus nog niet pensioengerechtigd te zijn.

Ad b:

Een verzoeker toont aan dat hij zijn werkzaamheden ten gevolge van vervroegde

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

het overleggen van een verklaring van DUO, die die situatie bevestigt.

De verzoeker moet als bewijs van de vervroegde uittreding ten behoeve van de

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

de verklaring moet staan dat de verzoeker volledig met pensioen is.

Ad c:

Een verzoeker toont aan dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als

bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, door het

overleggen van een verklaring van DUO, die die situatie bevestigt.

De verzoeker moet ten behoeve van de verklaring van DUO aan DUO een kopie van

1. Vul hier de gegevens in van de aanvrager (= degene die het onderzoek zal ondergaan):

2. Voldoet u (= aanvrager) aan de volgende voorwaarden?

Ad d:

Om in aanmerking te komen hiervoor moet de verzoeker:

3. Onderteken dit formulier

De Japanse Sonia woont sinds 2004 in Nederland en heeft sindsdien een reguliere verblijfsvergunning met de beperking ‘arbeid als zelfstandige’. Zij is niet inburgeringsplichtig en valt dus niet onder de Wet inburgering. Om te naturaliseren moet zij het inburgeringsexamen/naturalisatietoets halen. In 2008 heeft zij de toenmalige Toets Gesproken Nederlands gedaan. Die heeft zij toen niet gehaald. Als zij zich in 2015 weer aanmeldt voor het inburgeringsexamen, heeft zij niet de verplichting om het onderdeel ‘oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’ af te leggen. Haar aanmelding in 2015 wordt gezien als voortzetting van het examen waaraan zij in 2008 is begonnen.

Ad e:

DUO toetst vanaf 28 mei 2019 of een verzoeker in aanmerking komt voor een vrijstelling voor het onderdeel ‘Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’ op grond van subonderdeel c 1°. Vanaf 1 oktober 2020 toetst DUO ook of een verzoeker in aanmerking komt voor een vrijstelling voor het onderdeel ‘Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’ op grond van subonderdeel c 2° en 3°. Indien dit het geval is ontvangt de verzoeker een inburgeringsdiploma, als hij aan de overige voorwaarden voor het inburgeringsexamen voldoet.

4. Opsturen

Uit artikel 4, negende lid, Regeling naturalisatietoets Nederland kan niet worden afgeleid dat een vreemdeling die inburgeringsplichtig is onder de Wet inburgering 2021 het participatieverklaringstraject als bedoeld in de Wet inburgering 2013 moet hebben voltooid. Gelet hierop wordt van een naturalisatieverzoeker, die inburgeringsplichtig is op grond van de Wet inburgering 2021, niet verwacht dat hij het participatieverklaringstraject heeft afgelegd. Deze verzoeker hoeft bij de indiening van het naturalisatieverzoek dan ook geen participatieverklaring te overleggen.

In de toelichting op bovenstaande uitzonderingscategorieën wordt op verschillende plaatsen aangegeven dat er verklaringen en/of documenten dienen te worden overgelegd indien verzoeker meent onder één van de uitzonderingscategorieën te vallen. Alleen authentieke akten worden in dit verband geaccepteerd als bewijsstukken. Wat authentieke akten zijn (en wat niet) is terug te vinden in artikel 156 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Voor het verkrijgen van documenten, alsmede voor de vertaling en, indien nodig, legalisatie van deze stukken, dient de verzoeker zelf te zorgen. Zie de toelichting bij artikel 7 RWN, paragraaf 3.5.4.

Een verzoeker die aantoont dat hij wegens een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke handicap redelijkerwijs niet in staat is de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen) te behalen, is op grond van artikel 4 van het Besluit Naturalisatietoets van het examen ontheven. Dit geldt ook voor de verzoeker die ondanks geleverde inspanningen niet in staat is de naturalisatietoets te behalen.

De meerderjarige verzoeker die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht en op wiens naturalisatieverzoek op of na 1 juni 2021 positief is beslist, is vrijgesteld van de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit.

Als de verzoeker een ernstige psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap heeft en het inburgeringsexamen niet binnen vijf jaar op de gebruikelijke wijze of met aangepaste examenomstandigheden kan behalen, is hij ontheven van het examen. De verzoeker wordt altijd voor het gehele examen ontheven. Artikel 5 van de Regeling naturalisatietoets Nederland geeft hieraan uitwerking.

De verzoeker moet zelf aantonen dat hij in aanmerking komt voor ontheffing. De verzoeker kan dit aantonen met de volgende documenten:

Let op. Ook de verzoeker die in het bezit is van een beschikking van het college van B&W als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a, van de (voormalige) Wet inburgering nieuwkomers voldoet aan de voorwaarden van de naturalisatietoets. In tegenstelling tot bovengenoemde documenten geldt er geen geldigheidsduur voor dit document. Voor meer informatie zie paragraaf 6.3.2.2.

Bij twijfel over de echtheid van de beschikkingen kan de burgermeester dit op het adviesblad aantekenen, waarna de IND DUO kan raadplegen of het Informatiesysteem Inburgering (ISI) kan raadplegen.

Voor het medisch advies moet de verzoeker terecht bij een organisatie die door DUO (krachtens mandaat verleend door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is gecontracteerd voor het uitbrengen van de medische adviezen als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2022.

Deze medisch adviseur stelt vast of er een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap is waardoor de verzoeker het examen binnen een termijn van vijf jaar al dan niet kan behalen. Ook kan de medisch adviseur vaststellen dat het examen wel kan worden behaald, zij het met een aanpassing van de examenomstandigheden of met lichte aanpassingen in het voorbereidingstraject.

De medisch adviseur stelt een advies op conform het ‘Protocol Medische Advisering Inburgeringsexamen’ dat een bijlage is bij artikel 2.4, derde lid van de Regeling inburgering, zoals die luidde tot 1 januari 2022. Het advies wordt door de medisch adviseur rechtstreeks naar de verzoeker gestuurd. Het medisch advies is als model 2.27 opgenomen in de Handleiding RWN. In het advies moeten de volgende gegevens ingevuld zijn:

Het medisch advies mag bij het indienen van het naturalisatieverzoek niet ouder dan zes maanden zijn. De gemeente kan zonder nadere inhoudelijke controle afgaan op het medisch advies, en op het adviesblad naturalisatie bij ‘inburgering’ aantekenen dat ontheffing van het examen wordt geadviseerd. Mocht het advies niet conform het advies (model 2.27) of onvolledig zijn, dan adviseert de burgemeester de verzoeker een nieuw advies te krijgen. Wenst de verzoeker toch een verzoek om naturalisatie in te dienen, onder overlegging van een medisch advies dat onvolledig of onduidelijk is, dan wordt op het adviesblad naturalisatie bij inburgering ‘niet akkoord’ aangetekend.

Mocht er bij de IND twijfel bestaan over de echtheid van het medisch advies dan kan contact worden gezocht met de door DUO aangewezen medisch adviseur. De IND zal het advies aan de medisch adviseur toesturen, waarna de medisch adviseur de echtheid kan vaststellen. Als het advies niet echt blijkt, is de verzoeker niet ontheven van het inburgeringsexamen.

Mochten er vragen zijn ten aanzien van de inhoud van het afgegeven medisch advies, dan neemt de IND contact op met de medisch adviseur.

Het medisch advies is hoofdzakelijk bedoeld voor vreemdelingen op wie de Wet inburgering, zoals die luidde tot 1 januari 2022, nooit van toepassing is geweest, zoals kennismigranten, Europese burgers en Turkse burgers. Het medisch advies kan ook van toepassing zijn voor gewezen inburgeringsplichtigen die hebben voldaan aan de inburgeringsplicht, maar die ten behoeve van een naturalisatieverzoek nog (onderdelen van) het inburgeringsexamen dienen te behalen. Als bij deze vreemdelingen ter voorbereiding op hun naturalisatieverzoek sprake is van medische omstandigheden, waardoor zij binnen vijf jaar niet in staat zijn het inburgeringsexamen te behalen, dan geldt voor hen ook het uitgangspunt dat zij op basis van het medisch advies ontheven kunnen worden. Dit geldt ook voor personen waarvan de documenten genoemd onder 2 en 3 inmiddels ouder zijn dan de vereiste drie jaar. Aangezien hun medische situatie inmiddels ten positieve veranderd kan zijn, zullen zij met een nieuw medisch advies aan moeten tonen dat zij niet in staat zijn vanaf dat moment binnen vijf jaar het examen te behalen.

1. Vul hier de gegevens in van de aanvrager (= degene die het onderzoek zal ondergaan):

2. Voldoet u (= aanvrager) aan de volgende voorwaarden?

Zoals onder punt 2 beschreven bestaan er voor twee verschillende cohorten gewezen inburgeringsplichtigen twee verschillende wettelijke grondslagen van deze beschikking.

Als de verzoeker inburgeringsplichtig is geweest conform de Wet inburgering, zoals die luidde op 31 december 2012, is het mogelijk dat de verzoeker door het college van burgemeester en wethouders op medische gronden is ontheven van de inburgeringsplicht. Deze beschikking geeft ook ontheffing voor het inburgeringsexamen in het kader van de naturalisatieprocedure op voorwaarde dat deze op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan drie jaar. Deze beschikking kan overigens dateren van na 31 december 2012, omdat inburgeringsplichtigen die vielen onder de Wet inburgering zoals deze luidde op 31 december 2012 nog na deze datum de tijd kregen om te voldoen aan de inburgeringsplicht.

3. Onderteken dit formulier

Naast de ontheffing op grond van medische redenen kan er ook een ontheffing worden gegeven op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen. Artikel 6 van de Regeling naturalisatietoets Nederland geeft hieraan uitwerking.

De verzoeker die een beschikking van het college van burgemeester en wethouders overlegt waaruit blijkt dat hij aantoonbaar geleverde inspanningen heeft geleverd komt op grond van de Wet inburgering 2007 en artikel 6, derde lid van de Regeling Naturalisatietoets in aanmerking voor ontheffing van de naturalisatietoets.

Deze ontheffing kan worden verleend in de volgende vier gevallen:

4. Opsturen

Het advies van DUO als bedoeld onder 4. kan ook worden verkregen door de vreemdeling die inburgeringsplichtig is onder de Wet inburgering 2021, als de aantoonbaar geleverde inspanningen overeenkomen met het gestelde in artikel 6, vierde lid, RNT Nederland en artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragraaf 6.3.3.4, HRWN. Omdat de vreemdeling weliswaar inburgeringsplichtig is, maar artikel 4, negende lid, van de Regeling naturalisatietoets Nederland niet ziet op de Wi2021 hoeft hij niet het participatieverklaringstraject te hebben voltooid (zie de toelichting op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, paragraaf 6.3.2.3, HRWN).

Bij twijfel over de echtheid van de beschikking of het advies van DUO, of bij twijfel of het participatieverklaringstraject is afgerond, kan DUO of het Informatiesysteem Inburgering (ISI) geraadpleegd worden.

Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de nationaliteit bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Bij deze lijst wordt het volgende aangetekend: het betreft hier een momentopname voor zover bij het Ministerie Justitie en Veiligheid bekend ten tijde van het verschijnen van deze gewijzigde landenlijst. Gebruikers van deze lijst die stuiten op wijzigingen of onjuistheden, wordt verzocht dit schriftelijk aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid te melden onder vermelding van het onderwerp: Afstandsverplichting bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap.

Artikel 6 , vierde lid, Regeling naturalisatietoets Nederland geeft uitwerking aan de toetscriteria. DUO geeft in ieder geval, op verzoek van de betrokkene, een advies af aan de vreemdeling die:

Buiten de hierboven genoemde voorwaarden kan DUO in het kader van maatwerk een advies voor ontheffing afgeven op grond van artikel 6, vierde lid, Regeling naturalisatietoets Nederland, als er sprake is van een samenloop van aantoonbaar aanzienlijke inspanningen met zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden. Daarbij moeten andere mogelijkheden tot ontheffing of andere maatwerkoplossingen (zoals de AGI-ontheffingen, medische ontheffingen) zijn uitgeput.

De vreemdeling zal zijn beroep hierop met documenten moeten onderbouwen, als hij van mening is dat hij alsnog ontheven wil worden van de naturalisatietoets. DUO neemt dit beroep mee in het advies aan de vreemdeling. Het moet de vreemdeling worden ontraden een naturalisatieverzoek in te dienen, als hij een negatief advies van DUO overlegt.

In verband met het uitbreiden van het inburgeringsexamen op 1 oktober 2017 met het participatieverklaringstraject is in de Regeling naturalisatietoets Nederland verduidelijkt dat de adviesprocedure bij DUO niet kan worden gevolgd door vreemdelingen die op grond van de Wet inburgering nog inburgeringsplichtig zijn voor het onderdeel genaamd het participatieverklaringstraject.

C = geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk

Voor het aanvragen van een advies van DUO inzake ontheffing aantoonbaar geleverde inspanningen moet de betrokkene gebruik maken van het formulier dat te verkrijgen is via www.inburgeren.nl of www.ind.nl. Op het formulier kruist de betrokkene aan of hij een beroep doet op mogelijkheid a, b of c als genoemd in paragraaf 6.3.3.4. De betrokkene stuurt aan DUO de verklaring van de cursusinstelling(en) met het Blik op Werk Keurmerk, waaruit blijkt dat hij met voldoende inzet de onder ad a, ad b of ad c genoemde vereiste minimale uren heeft deelgenomen. Voor cursusinstellingen met het Blik op Werk Keurmerk: zie www.blikopwerk.nl/inburgeren.

De betrokkene hoeft de minimale uren cursus niet bij één en dezelfde cursusinstelling te hebben gevolgd.

DUO beoordeelt de aanvraag en stelt een advies op. Aan de beoordeling van de ontheffingsgrond bij DUO (het advies) zijn geen kosten verbonden.

Als de betrokkene in aanmerking wil komen voor mogelijkheid b of c, als genoemd in paragraaf 6.3.3.4, dan moet hij een door DUO afgenomen toets van het leervermogen afleggen. Voor het afleggen van de toets zijn kosten verbonden die de betrokkene zelf aan DUO moet betalen. De kosten voor deze toets bedragen € 150,– (artikel 6, vijfde lid, Regeling naturalisatietoets Nederland). Voor informatie over de toets van het leervermogen, zie www.inburgeren.nl.

Als de betrokkene naar het oordeel van DUO niet voldoet aan de toetscriteria, dan krijgt hij een negatief advies. De aangeleverde documenten worden door DUO tegelijkertijd met het advies aan de betrokkene teruggestuurd. Als de betrokkene een positief advies krijgt van DUO, dan moet hij dit advies overleggen bij de indiening van zijn naturalisatieverzoek.

Let op! Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën.

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

Paragraaf 8.9. voordeel van de twijfel

Paragraaf 3.7. Buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken

Paragraaf 2.2. Vrijstelling van de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen)

Paragraaf 3.6. Molukkers

Paragraaf 3.5.2. Duurzaam verblijvend personeel

Paragraaf 2.3.13.1. algemeen

Paragraaf 2.2.3. Gedeeltelijke vrijstelling

Paragraaf 1.2. Drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

1. Algemeen

Uitzonderingen (zie tevens paragraaf 3.13.4.2 Uitzondering (mondeling) afleggen verklaring van verbondenheid

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

Artikel 9

8-6. Toelichting ad artikel 8, zesde lid

Paragraaf 8.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

Paragraaf 6.1. wettekst artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d

Paragraaf 5.10. Sepots en voorwaardelijke sepots

Paragraaf 5.12. Gratie

Paragraaf 5.11. Schadevergoeding

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

Paragraaf 6.3. procedure

Paragraaf 8.2. Gegevens van de Justitiële documentatiedienst

Paragraaf 8.1. Verklaring verblijf en gedrag

Paragraaf 8.3. Bericht van de Korpschef

paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

Het is mogelijk om volledige vrijstelling van de naturalisatietoets te krijgen of om een gedeeltelijke vrijstelling voor specifieke onderdelen van de naturalisatietoets te krijgen. De voorwaarden worden in de volgende twee paragrafen beschreven. De algemene procedure is hierboven in paragraaf 6.3.1.3 beschreven.

Paragraaf 1. Algemeen

paragraaf 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van staatloosheid)

paragraaf 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen

paragraaf 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

In het kader van de naturalisatieprocedure moet de verzoeker nog wel de overige onderdelen van het inburgeringsexamen met goed gevolg afleggen (mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, Kennis van de Nederlandse maatschappij en het participatieverklaringstraject).

Ad a:

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)

uittreding heeft gestaakt vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, door

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

verzekeringsplicht volksverzekeringen’ van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). In

paragraaf 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)

9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b

een beschikking van het UWV overleggen. Uit die beschikking moet blijken dat

verzoeker volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.

Paragraaf 3.10. Meerderjarige verzoeker die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht

Voorbeeld van ii:

paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

Van het afleggen van het onderdeel participatieverklaringstraject is vrijgesteld:

paragraaf 4. Bewijsstukken

Paragraaf 6.3.3. ontheffing van het inburgeringsexamen

Paragraaf 6.3.3.1. inleiding

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Bijlage adviesblad: vrijstellingen inburgering

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

Paragraaf 3.7. Buiten het Koninkrijk ingediende verzoeken

Paragraaf 2.3.2. Psychische of lichamelijke belemmering

Paragraaf 2. Procedure

Paragraaf 3.1. Inleiding

Paragraaf 3.5.1. Niet duurzaam verblijvend personeel

8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid

Paragraaf 5.4. Voeging

Paragraaf 2.3.13.5.1. zwaarwegende redenen om niet op een naturalisatieceremonie te verschijnen

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Artikel 9

Paragraaf 5.6. Buitenlandse feiten

8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid

Paragraaf 4.8. bijlage 7

Paragraaf 5.1. Misdrijven

Paragraaf 5.7. Jeugdigen

Paragraaf 5.8. Vijfjaartermijn

paragraaf 4. Bewijsstukken

Paragraaf 3.11. Verzoeker die meerderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht

paragraaf 3.5. Beslissing

Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

Paragraaf 6.2.3. het inburgeringsexamen

Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

paragraaf 4. Bewijsstukken

Paragraaf 8.3. Bericht van de Korpschef

Paragraaf 8.3. Bericht van de Korpschef

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 6.3.2. vrijstelling van de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen)

9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder b

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 3.2. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen

paragraaf 3.1. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat, wier wetgeving bepaalt dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit leidt tot het verlies van die nationaliteit. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen

paragraaf 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

verklaring van DUO een kopie overleggen aan DUO van de ‘Ontheffing

Artikel 10

paragraaf 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet

paragraaf 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen

paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet door Nederland wordt erkend

paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9

paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8

paragraaf 4. Bewijsstukken

Paragraaf 5.3. De betrokkene is wél bereid afstand te doen

paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9

paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN

Voor meer informatie, zie www.ind.nl/Paginas/Inburgering-in-Nederland.aspx.

Paragraaf 5.3. De betrokkene is wél bereid afstand te doen

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Tot 1 juli 2013 gold dat voor ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen het haalbaarheidsonderzoek bij het ROC Amsterdam moest worden afgelegd en de Toets Gesproken Nederlands (TGN) moest worden gehaald. De door het ROC Amsterdam in dit kader opgestelde adviezen konden tot vijf jaar na hun afgiftedatum nog worden ingediend in een naturalisatieverzoek. Voor meer informatie hierover zie de Handleiding RWN zoals deze gold tot 1 juli 2013.

Bijlage adviesblad: vrijstellingen inburgering

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

paragraaf 3.13.1. De oproeping

Bijlage 1

Paragraaf 2.2. Vrijstelling van de naturalisatietoets (het inburgeringsexamen)

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid

paragraaf 3.4. Weigering tot opneming in de Nederlandse samenleving

Paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

Paragraaf 6. Afwijking slechts mogelijk in geval van zeer bijzondere omstandigheden

Bij de indiening van het verzoek om naturalisatie overlegt de verzoeker het volgende:

paragraaf 3.2. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen

paragraaf 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit

paragraaf 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet

Paragraaf 6.3.3.2. psychische of lichamelijke belemmering

paragraaf 3.1. Advisering

paragraaf 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9

Paragraaf 6.3.3.3. ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen

paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8

Paragraaf 5.3. De betrokkene is wél bereid afstand te doen

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Bijlage adviesblad: vrijstellingen inburgering

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

Paragraaf 2.1. algemeen

Paragraaf 1.1.2. Het inburgeringsexamen

Paragraaf 2.3.11. bezwaar

Paragraaf 2.2.1. Inleiding

8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid

Paragraaf 2.3.3. Ontheffing op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen

Paragraaf 5.9. Geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straffen

Paragraaf 8.1. Verklaring verblijf en gedrag

paragraaf 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel

paragraaf 3.4.4. Zelfstandigen

paragraaf 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden

Paragraaf 3.11. Verzoeker die meerderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht

paragraaf 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont – bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit

Paragraaf 3.10. Meerderjarige verzoeker die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht

Als de verzoeker inburgeringsplichtig is geweest, is het mogelijk dat hij door DUO is ontheven van de inburgeringsplicht wegens een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap. Deze beschikking geeft ook ontheffing van de naturalisatietoets op voorwaarde dat deze op de dag van indiening van het naturalisatieverzoek niet ouder is dan drie jaar.

paragraaf 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN

paragraaf 3.4. Advies VWS

9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

12-1. Toelichting ad artikel 12, eerste lid

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Bijlage adviesblad: vrijstellingen inburgering

Met bevoegde autoriteit wordt bedoeld de bevoegde instantie die de optieverklaring of het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt:

Naast het in zijn bezit hebben van een door de wet bepaalde mate van kennis van de Nederlandse taal, staatsinrichting en maatschappij dient de verzoeker die in aanmerking wil komen voor naturalisatie zich te hebben doen opnemen in de Nederlandse samenleving. Deze voorwaarde wordt onder andere getoetst aan de hand van een monogaam huwelijk.

voor Europees Nederland: de BRP;

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

Paragraaf 10.2. algemeen

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 1.1. Inleiding

Paragraaf 1. Samenvatting openbare-ordebeleid

Paragraaf 2. Afwijzing indien ten aanzien van de verzoeker is geconcludeerd dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is

9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b

paragraaf 3. Uitzonderingscategorieën

paragraaf 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit

Paragraaf 3.10. Meerderjarige verzoeker die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht

paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8

paragraaf 4. Bewijsstukken

paragraaf 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8

Als de betrokkene ondanks herhaalde herinneringsbrieven nalatig blijft al het mogelijke te doen zijn andere nationaliteit(en) te verliezen, zal op grond van het bepaalde in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, RWN worden overgegaan tot de intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verkregen of verleend (zie de toelichting bij artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN).

Paragraaf 6.3.3.4. toetscriteria aantoonbaar geleverde inspanningen

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

Paragraaf 1. Namenreeks of naamsketen

Paragraaf 6.3.3.5. procedure advies ontheffing aantoonbaar geleverde inspanningen

Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties

11-2. Toelichting ad artikel 11, tweede lid

Bijlage 1. Modellen behorende bij de optieprocedure

Vervallen.

Vervallen.

Vervallen.

Bijlage 2. Modellen behorende bij de naturalisatieprocedure

Over polygamie (of bigamie) kan worden opgemerkt dat er sprake is van opneming in de Nederlandse samenleving wanneer verzoeker zijn situatie in overeenstemming heeft gebracht met de in Nederland geldende rechtsbeginselen, waaronder dat van monogamie.

Het rechtsbeginsel van monogamie komt onder andere tot uiting in artikel 1:33 BW en artikel 1:69 BW. Deze artikelen bepalen respectievelijk dat een persoon slechts met één andere persoon kan zijn getrouwd en dat een polygaam huwelijk nietig kan worden verklaard. Het beginsel van monogamie komt ook tot uitdrukking in artikel 10:28 BW. Dit artikel verbiedt het voltrekken van een polygaam huwelijk in Nederland voor zowel Nederlanders als vreemdelingen.

De Nederlandse openbare orde verzet zich dan ook tegen het voortbestaan of het aangaan van een polygaam huwelijk van een vreemdeling op het moment waarop deze het Nederlanderschap heeft verkregen. Onder inburgering valt dus ook dat verzoeker slechts met één persoon door het huwelijk verbonden kan zijn.

Bijlage adviesblad: vrijstellingen inburgering

De vraag of een verzoeker monogaam is, doet zich het meest voor bij personen afkomstig uit islamitische landen die polygamie kennen, alsmede huwelijksontbinding door verstoting. Zie voor een overzicht van landen met een indicatie van de mogelijkheid van polygamie en verstoting: Bijlage 1 van artikel 6, vierde lid, paragraaf 22.2.4, HRWN.

Artikel 10 :58 BW geeft onder meer aan dat een in het buitenland uitgesproken verstoting in Nederland slechts dan als een rechtsgeldige ontbinding van het huwelijk wordt aangemerkt, eerst dan naar Nederlands recht kan worden erkend, als de verstoting onherroepelijk is en de vrouw hiermee (uitdrukkelijk of stilzwijgend) heeft ingestemd of zich erbij heeft neergelegd, door middel van bijvoorbeeld een bewijs van verstotingshandeling (waaruit de instemming van de vrouw kan worden afgeleid), een bewijs van instemming of berusting, een bewijs dat de ex-echtgenote is hertrouwd of een huwelijksakte van de man betreffende een huwelijk gesloten ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland. Als bewijs dat een polygaam huwelijk niet meer in stand is, dient uiteraard ook de overlijdensakte van de verstoten vrouw. Verstotingen van vóór de inwerkingtreding van de artikelen 10:27 tot en met 10:53 BW worden analoog behandeld.

Als de verzoeker de nationaliteit bezit van een land waar polygamie mogelijk is, zal de burgemeester aan de hand van de gegevens in de BRP nagaan of er sprake is (geweest) van eerdere huwelijken. Als uit de BRP blijkt dat sprake is (geweest) van eerdere huwelijken zal moeten worden onderzocht of de ontbinding van het huwelijk naar Nederlands recht kan worden erkend. Het ligt op de weg van de verzoeker om aan de hand van documenten aan te tonen dat een eerdere echtgenoot heeft ingestemd met de verstoting. Zo is de omstandigheid dat de verstoting lang geleden heeft plaatsgevonden geen reden om aan te nemen dat de vrouw stilzwijgend heeft ingestemd met de verstoting. De burgemeester zal bij de indiening van het verzoek aan een verzoeker als hier bedoeld vragen of er nog sprake is van eerdere huwelijken die niet in de BRP zijn opgenomen (zie model 2.1 HRWN). Als dat het geval is, moet aan de hand van de door de verzoeker overgelegde documenten worden onderzocht of dat huwelijk is ontbonden op een naar Nederlands recht erkende wijze.

Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap

In deze Rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Justitie in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk.

Deze bepaling definieert het begrip ‘meerderjarigheid’. Bij de (mede)verkrijging, bij de (mede)verlening alsook bij het verlies van het Nederlanderschap speelt de leeftijd van de betrokkene een belangrijke rol. In alle gevallen is het van belang of de betrokkene al dan niet meerderjarig is. Zo moet bijvoorbeeld op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, RWN een vreemdeling meerderjarig zijn in de zin van deze bepaling. Het al dan niet meerderjarig zijn naar het eigen nationale recht van de vreemdeling speelt daarbij geen rol. Zo kan een negentienjarige vreemdeling, die naar zijn eigen nationale recht nog minderjarig is, geen verzoek om naturalisatie laten indienen door zijn ouder.

Voor de betekenis van het begrip familierechtelijke betrekkingen in deze paragraaf wordt verwezen naar de definitie, zoals die is opgenomen in de toelichting op artikel 1, eerste lid, onder c RWN.

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 1.1.1. Historie

Paragraaf 1.1.1. Historie

Paragraaf 1. Algemeen

11-alg. Toelichting algemeen

paragraaf 2. Voorbeelden van bijzondere gevallen

Als een verzoeker zich niet wenst te conformeren aan de in Nederland geldende fundamentele rechtsbeginselen, is hij in wezen feitelijk niet voldoende ingeburgerd. Bovendien is zijn situatie dan niet in overeenstemming met de Nederlandse civielrechtelijke openbare (rechts)orde (zie bij artikel 6 en 9 RWN).

Paragraaf 6.3.4.3. beoordeling buitenlandse verstotingsakten

Bij de behandeling van een verzoek om naturalisatie kunnen moeilijkheden worden ondervonden die vaak verband houden met de beoordeling door ambtenaren van de BRP van buitenlandse verstotingsakten. Het blijkt namelijk dat bij de inschrijving in de toenmalige GBA (de voorganger van de BRP) van eenzijdige verstotingen van vóór 10 april 1981 (inwerkingtreding van de tot 1 januari 2012 geldende WCE) veelal is nagelaten na te gaan of de vrouw met de verstoting heeft ingestemd dan wel zich daarbij heeft neergelegd. De omstandigheid dat een verstoting van vóór 10 april 1981 in de BRP staat ingeschreven als ontbinding van een huwelijk levert dan ook geen bewijs op dat de verstoting rechtsgeldig tot stand is gekomen. Dit kan tot gevolg hebben dat de ongeldigheid van een verstoting jaren na inschrijving alsnog aan de betrokken persoon wordt tegengeworpen. Het kan dan voor hem moeilijk zijn na zo lange tijd nog een bewijs van de berusting van de vrouw te verkrijgen.

9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid

Richtlijnen voor de beoordeling van de geldigheid volgens artikel 10:58 BW van een eenzijdige verstoting

9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid

De instemming of berusting van de vrouw kan wel worden afgeleid uit onder meer de volgende omstandigheden:

De hierboven gegeven criteria zijn uiteraard vatbaar voor rechterlijke toetsing. De hierboven genoemde lijst van omstandigheden, waaruit de instemming of de berusting blijkt, is niet limitatief. Er kunnen andere feitelijke omstandigheden zijn die er mede op wijzen dat de vrouw zich bij de verstoting heeft neergelegd.

Met betrekking tot de in deze paragraaf genoemde buitenlandse documenten geldt ook hier dat deze pas na legalisatie of voorzien van een apostille in het Nederlands rechtsverkeer kunnen worden gebruikt en geaccepteerd (zie toelichting op artikel 7 RWN, paragraaf 2.3.5.4, HRWN).

Paragraaf 6.3.4.4. weigering tot opneming in de Nederlandse samenleving

Inburgering veronderstelt in algemene zin een zekere aanvaarding van de Nederlandse samenleving.

Inburgering wordt met name getoetst aan de hand van de naturalisatietoets en het vereiste van een monogaam huwelijk. Als verzoeker aan deze voorwaarden voldoet, wordt in beginsel aangenomen dat hij de Nederlandse rechtsorde in algemene zin heeft aanvaard.

Echter, indien duidelijk blijkt dat verzoeker zich buiten deze vereisten om opzettelijk afzijdig houdt van -of afzet tegen -alles wat Nederlands is of op Nederland betrekking heeft, of bijvoorbeeld weigert zijn kinderen naar school te laten gaan, zal hij niet kunnen worden beschouwd als te zijn opgenomen in de Nederlandse samenleving en zal zijn verzoek om naturalisatie worden afgewezen. Gedacht wordt hier bijvoorbeeld ook aan het doen van uitlatingen die zich richten tegen de democratische rechtsorde of oproepen tot feitelijk handelen in strijd met de geldende wet- en regelgeving, of die een gevaar opleveren voor de goede betrekkingen van Nederland met andere mogendheden. Er moeten in het geval van weigering tot opneming dus omstandigheden zijn die blijk geven van onvoldoende inburgering van contra-indicaties als het ware.

Voor wat betreft kinderen heeft de uitzondering op de afstandseis tevens haar weerslag gevonden in artikel 11 RWN. Personen die worden (mee)genaturaliseerd met toepassing van artikel 11 RWN behoeven immers geen afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit.)11Zie ook de toelichting bij artikel 11 RWN en de Nota naar aanleiding van het verslag, TK 1998–1999, 25 891 (R 1609), nr. 5, p. 22.

Met ingang van 5 maart 2009 is voor Frankrijk de verbondenheid aan het Tweede Protocol geëindigd. Met ingang van 4 juni 2010 is ook voor Italië de verbondenheid aan het Tweede Protocol geëindigd.

Voor verlening van het Nederlanderschap overeenkomstig artikel 7 komt slechts in aanmerking de verzoeker die verklaart bereid te zijn bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen. Het besluit tot verlening wordt niet bekend gemaakt dan nadat de verklaring daadwerkelijk is afgelegd.

Het hierboven bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing.

Met ingang van 1 maart 2009 is de verklaring van verbondenheid een nieuwe voorwaarde voor verkrijging van het Nederlanderschap door naturalisatie en een verplicht onderdeel van de naturalisatieceremonie. Niet alleen is het ondertekenen van de bereidverklaring bij de indiening van het verzoek om naturalisatie een vereiste voor het verkrijgen van het Nederlanderschap, maar ook het daadwerkelijk afleggen van deze verklaring. De eis om een bereidverklaring te ondertekenen en vervolgens de verklaring van verbondenheid af te leggen, geldt alleen als het verzoek om naturalisatie op of ná 1 maart 2009 wordt ingediend. Het Nederlanderschap wordt niet verkregen indien de verklaring van verbondenheid niet wordt afgelegd (zie ook toelichting bij artikel 60b, derde lid, BVVN en artikel 2, vijfde lid, artikel 6, tweede lid, artikel 11, vierde en vijfde lid, artikel 23, artikel 26 en artikel 28 RWN).

Paragraaf 7.3. verzoekers die de bereidverklaring en de verklaring van verbondenheid moeten afleggen (zie tevens de toelichting bij artikel 7 RWN, paragraaf 2.3.4.1, HRWN Bereidverklaring afleggen verklaring van verbondenheid)

De verplichting tot bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid rust op de meerderjarige naturalisandus. Daarnaast geldt de verplichting tot bereidverklaring en het afleggen van de verklaring van verbondenheid ook voor de minderjarige naturalisandus die op het tijdstip waarop het verzoek om naturalisatie, op grond van artikel 11, derde lid, paragraaf 5, HRWN of artikel 11, vierde lid, paragraaf 6, HRWN wordt ingediend zestien jaar of ouder is.

Geen afstandsplicht bestaat voor de echtgenoot/geregistreerd partner met een B-nationaliteit (zie landenlijst) die samen met zijn/haar echtgenoot/geregistreerd partner met een B-nationaliteit een verzoek om naturalisatie indient, waarbij één van hen op grond van artikel 9, derde lid, onder a, b, of d, RWN dan wel artikel 6, eerste lid, onderdeel d, e, f, g of h Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (RVVN) niet afstandsplichtig is.

Vanaf 1 maart 2009 moet zowel de meerderjarige naturalisandus als de minderjarige naturalisandus die op het tijdstip waarop het verzoek om naturalisatie, op grond van artikel 11, vierde lid, RWN wordt ingediend zestien jaar of ouder is, zich bij de indiening van het verzoek om naturalisatie bereid verklaren de verklaring van verbondenheid af te leggen bij de bekendmaking van het naturalisatiebesluit.

9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder c

Van de verplichting van het ondertekenen van de bereidverklaring en het vervolgens afleggen van de verklaring van verbondenheid kan geen vrijstelling worden gegeven, tenzij het afleggen van de verklaring van verbondenheid redelijkerwijs niet gevraagd kan worden (zie daarvoor toelichting bij artikel 60b, vijfde lid en zesde lid, BVVN). Er zijn omstandigheden denkbaar waarin het voor de verzoeker niet mogelijk is om de bereidverklaring in te vullen en te ondertekenen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de verzoeker wel bereid is de verklaring van verbondenheid af te leggen, maar vanwege zijn fysieke of psychische toestand model 2.30 niet zelf kan invullen of dat bij het indienen van zijn verzoek om naturalisatie duidelijk is dat de verzoeker niet in staat zal zijn de verklaring van verbondenheid mondeling af te leggen. Zie de toelichting in artikel 7, paragraaf 2.3.4.1, HRWN (model 2.30) hoe met deze uitzonderingssituaties moet worden omgegaan.

Een vrouw met de Amerikaanse nationaliteit is bij het indienen van het verzoek getrouwd met een Nederlander en verkrijgt door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster verliest door de naturalisatie tot Nederlandse niet haar Amerikaanse nationaliteit. Zij hoeft geen afstand te doen van de Amerikaanse nationaliteit.

(zie tevens de toelichting bij artikel 7, paragraaf 2.3.13.4, HRWN).

Uitgangspunt is dat de verklaring van verbondenheid in persoon wordt afgelegd tijdens de naturalisatieceremonie waarbij de bevestiging tot verkrijging van het Nederlanderschap wordt uitgereikt. De verklaring van verbondenheid wordt in het Nederlands en doorgaans mondeling afgelegd.

Een man en een vrouw met de Turkse nationaliteit dienen gezamenlijk een verzoek om naturalisatie tot Nederlander in. De vrouw hoeft op grond van één van de hierboven genoemde uitzonderingsgronden geen afstand te doen van haar Turkse nationaliteit. De man valt niet zelfstandig onder een uitzonderingsgrond maar omdat zijn echtgenote niet afstandsplichtig is, hoeft hij ook geen afstand te doen.

Voor een enkele verzoeker kan echter een uitzondering gemaakt worden. Indien van de verzoeker door omstandigheden redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat hij de verklaring van verbondenheid mondeling uitspreekt tegenover de bevoegde autoriteit, wordt een schriftelijke verklaring van verbondenheid ondertekend. De beoordeling of sprake is van de hier bedoelde omstandigheden, ligt bij de burgemeester (zie artikel 60b, vijfde lid, BVVN en artikel 7, paragraaf 2.3.13.5, HRWN Zwaarwegende redenen en uitzonderingen) en wordt gestaafd door ten minste één door of namens de verzoeker overgelegde bewijsstuk(ken).

Daarnaast zijn omstandigheden denkbaar waarbij de verzoeker vanwege zijn fysieke of psychische toestand in het geheel niet in staat is om de verklaring van verbondenheid af te leggen. Dan wordt de verklaring van verbondenheid niet afgelegd. Het zal hier zeer uitzonderlijke gevallen betreffen. De onmogelijkheid tot het afleggen van de verklaring van verbondenheid, wordt beoordeelt door de Minister van Justitie (zie artikel 60b, zesde lid, BVVN).

Personen die afstand moeten doen en die ná de totstandkoming van de naturalisatie trouwen met een Nederlander of een geregistreerd partnerschap (zie artikel 1, tweede lid, RWN) met een Nederlander aangaan, kunnen niet met succes een beroep doen op de bij onderdeel c van het derde lid van artikel 9 bedoelde uitzondering.

Wordt de toezegging een verklaring van verbondenheid af te leggen niet nagekomen en er is geen ontheffing van het mondeling of schriftelijk afleggen verleend, dan wordt het uittreksel van het naturalisatiebesluit niet uitgereikt en het Nederlanderschap niet verkregen. Immers, pas door de bekendmaking kan iemand Nederlander worden door naturalisatie.

Een vrouw met de Amerikaanse nationaliteit is bij het indienen van het verzoek getrouwd met een Nederlander en verkrijgt door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster verliest door de naturalisatie tot Nederlandse niet haar Amerikaanse nationaliteit. Zij hoeft geen afstand te doen van de Amerikaanse nationaliteit.

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de verzoeker die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba is erkend als vluchteling.

Het eerste lid, onder c, geldt niet met betrekking tot de verzoeker die hetzij te eniger tijd het Nederlanderschap of de staat van Nederlands onderdaan-niet-Nederlander heeft bezeten, hetzij sedert tenminste drie jaren de echtgenoot is van en samenwoont met een Nederlander, hetzij tijdens zijn meerderjarigheid in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is geadopteerd door ouders van wie in elk geval één het Nederlanderschap bezit.

Deze uitzondering geldt ook voor de verzoeker die in het bezit is van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezeten derdelander dat de aantekening ‘Internationale bescherming op [datum] verleend door [lidstaat]’ bevat. Personen die internationale bescherming genieten zijn personen die als asielgerechtigden zijn toegelaten in een andere lidstaat en daarna in Nederland in het bezit zijn gesteld van een reguliere verblijfsvergunning op grond van richtlijn 2003/109/EG betreffende de status van langdurig ingezeten derdelanders.

Paragraaf 8.2.1. algemeen

Op grond van dit artikellid geldt géén termijn van toelating en hoofdverblijf indien de verzoeker:

Echter, indien de verzoeker hoofdverblijf heeft in het land waarvan hij onderdaan is, wordt het verzoek om naturalisatie afgewezen (zie de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, paragraaf 5.2, HRWN).

Hieronder worden de eerste en tweede categorie nader toegelicht.

Op het verzoek wordt beslist binnen één jaar na de betaling van het verschuldigde recht, bedoeld in artikel 13 of na de beslissing tot algehele ontheffing van die betaling, dan wel na de ontvangst van de gevraagde aanvulling van het verzoek, noodzakelijk voor de beoordeling daarvan. De beslissing kan ten hoogste tweemaal zes maanden worden aangehouden.

Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld:

Paragraaf 1.2. Geslachtsnaam minderjarige kinderen

Paragraaf 8.2.3. drie jaar onafgebroken huwelijk (geregistreerd partnerschap) en samenwoning met een Nederlander

Als de verzoeker in de afgelopen drie jaar onafgebroken is getrouwd met een Nederlander of in geval van drie jaar geregistreerd partnerschap (vergelijk artikel 1, tweede lid, RWN) én beide partners tijdens deze periode drie jaar onafgebroken samenwonen, geldt géén termijn van toelating en hoofdverblijf. Het huwelijk en de samenwoning mogen gedurende deze periode van drie jaar niet onderbroken zijn geweest, aangezien een onderbreking afbreuk doet aan de bij een huwelijk met een Nederlander veronderstelde versnelde inburgering. Deze onderbreking wordt niet tegengeworpen als deze is ontstaan door het overlijden van de echtgeno(o)t(e) tussen de datum van het verzoek om naturalisatie en de datum van de beslissing op het naturalisatieverzoek. Op het moment van de indiening van het verzoek moet de echtgenoot van de verzoeker in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit. Niet vereist is dat de Nederlandse echtgenoot van de verzoeker al drie jaar het Nederlanderschap bezit. Het is dus niet zo dat pas drie jaren na de naturalisatie van de één, de ander een verzoek mag indienen.

9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d

9-3-e. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder e

9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid

Paragraaf 4. Naamsvaststelling bij kinderen

Paragraaf 9. toelichting bijartikel 8, derde lid

Paragraaf 9.1. wettekst artikel 8, derde lid

9-3-e. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder e

Paragraaf 9.2. Algemeen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)