Binnenvaartregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 883
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S1 S2 S2
1. Afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 – – 1 – – 1 – – 1 – – 2 – – – – – 2 – – 1 1* – 2 – – 1 1* – 2 – – – 2* *** – 2 – – – 2* *** –
2. Afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – 1 – – – 1 – – 1 1 – 1 – – 1 1 – * 2 – – – 1* – 2 – – 2 – – 2 – – 2 – – 2 – – 1 1 – 2 – – 1 1 –
3. Duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of 1 – 1 – – * 1 1 – – 2 – 1 1 – 1 – 2 – – 1 1* – 2 – – – 2* – 2 of 1 – 2 – – 2 1** – 1 – – 2 1 – 1 1 – 2 1 – 1 1 –
4. Duwboot + 2 duwbakken) motorschip + 1 duwbak) schipper stuurman volmatroos matroos **** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 1 – 1 1* – 1 1 – 1 1* – 1 1 – – 2* – 2 – – 2 1* – 2 – – 1 2* – 2 of 1 – 2 – 1 2 1** – 2 – – 2 of 1 – 1 1 1 2 1** – 1 1 –
5. Duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of 1 – 2 – 1 * 1 1 – 1 2 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 2 * 1 2 – – 1 2* 1 2 of 1 – 2 1* 1 2 1** – 2 – 1 2 of 1 – 1 1 1 2 1** – 1 1 –
6. Duwboot + meer dan 4 duwbakken*) schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of 1 – 3 – 1 * 1 1 – 2 2 1 1 1 1 1 1 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 2 of 1 – 3 1* 1 2 1** – 3 – 1 2 of 1 – 2 2 1 2 1** – 2 1 1
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De stuurman bezit de bekwaamheid van schipper als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a.

*** Een van de lichtmatrozen is ouder dan 18 jaar.

**** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

* De minimumbemanning:

a)

in de groep 2, exploitatiewijze A 1, Standaard S2; en

b)

in de groep 3, 5 en 6 exploitatiewijze A1, Standaard S1

kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning worden met een periode van minimaal één maand onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool wordt aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de lichtmatroos, bedoeld in noot ****.

*) In de groepen 4, 5 en 6 van deze tabel wordt als duwbak aangemerkt al datgene wat tijdens transport geduwd wordt.

Bovendien is de volgende gelijkwaardigheid van toepassing: 1 duwbak = meerdere duwbakken met een totale lengte tot en met 76,50 m en een totale breedte tot en met 15 m.

Bijlage 5.2. : Minimumbemanning voor schepen voor dagtochten als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1. Toegestaan aantal passagiers: tot en met 75 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 – – 1 – – 1 – – 1 – – 2 – – 1 – – 2 – – 2 – – 2 – – 1 1 –
2. Toegestaan aantal passagiers: van 76 tot en met 250 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – – 1 1 – 1 – – – – 1 1 – – 1 1 – 2 – – – 1* 1 2 – – 1 1* 1
3. Toegestaan aantal passagiers: van 251 tot en met 600 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – 1 – – 1 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 1 – 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
4. Toegestaan aantal passagiers: van 601 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 1 – 1 1* 1 1 1 – 1 1* 1 1 1 – – 2* 1 2 – – 2 – 1 2 – – 1 1 1 3 – – 2 – 1 3 – – 1 1 1
5. Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 2 of – – 3 – 1 2 – – 2 2 1 2 – – 2 1 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 3 – – 3 1* 1 3 – – 2 2* 1
6. Toegestaan aantal passagiers: meer dan 2000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 2 – – 3 1* 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 2 – – 4 – 1 2 – – 3 1 1 3 – – 4 1* 1 3 – – 3 2* 1
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen, die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

***De minimumbemanning:

a)

in groep 2, exploitatiewijze A 1, Standaard S2; en

b)

in de groepen 3 en 5, exploitatiewijze A1, Standaard S1

kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning worden met een periode van minimaal één maand onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool wordt aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven.

Bijlage 5.3. : Minimumbemanning voor stoomschepen voor dagtochten als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A1 A2 A2 A2 B B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S2 S1 S2 S2 S1 S1 S2
1. Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1000 schipper 1 1 1 1 2 2 3 3
1. Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1000 stuurman 1 1 1 1
1. Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1000 volmatroos 2
matroos*** 2 2 1 1 2 1 1 1
lichtmatroos 1 1 2 2 3 3 1
machinist of matroos-motordrijver** 2 2 2 2 2 3
2. Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 schipper 2 of 2 2 2 2 2 2 3 3 3
stuurman
volmatroos 2
matroos*** 3 2 1 1 3 2 2 3 3 2
lichtmatroos**** 2 3 3 1* 2* 2* 1* 1* 2*
machinist of matroos-motordrijver** 3 3 3 3 3 3 3 3
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De minister bepaalt of machinisten of matrozen-motordrijvers vereist zijn en vult dat in het Certificaat van Onderzoek in onder nummer 52.

*** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen, die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

**** De minimumbemanning in de groep 2, exploitatiewijze A1, standaard S1 kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning worden met een periode van minimaal een maand onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool wordt aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven.

Bijlage 5.4. : Minimumbemanning voor hotelschepen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1. Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 – 1 – – 1 1 – 1 – – 1 1 – – – 2 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
2. Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 1 – 1 – 1 1 1 – 1 – 1 1 1 – – 1 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
3. Toegestaan aantal bedden: meer dan 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of 1 – 2 – 1 1 1 – 1 2 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 3 – 1 2 – – 2 1 1 3 – – 3 – 1 3 – – 2 1 1

Bijlage 5.5. : Minimumbemanning voor veerboten1Indien zonder passagiers gevaren wordt, kan volstaan worden met een schipper, een stuurman, een 1e machinist en een 2e machinist. De 2e machinist kan vervallen indien er sprake is van een eenmansbediening met betrekking tot de voortstuwingsmiddelen en stuurinrichting. als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep naar toegestaan aantal passagiers Bemanningsleden Aantal bemanningsleden
1. max. 300 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist matroos lichtmatroos 1 1 1 1 1 –
2. max. 600 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist matroos lichtmatroos 1 1 1 1 1 1
3. max. 900 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist matroos lichtmatroos 1 1 1 1 1 2
4. max. 1200 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist matroos lichtmatroos 1 1 1 1 1 3
5. max. 1500 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist matroos lichtmatroos 1 1 1 1 1 4
6. max. 1750 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist matroos lichtmatroos 1 1 1 1 1 5

Bijlage 5.6. Minimumbemanning voor sleepschepen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groepen naar lengte (L) van het schip Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen naar lengte (L) van het schip Bemanningsleden A1 A2 B
L ≤ 55 m schipper 1 1 2
L ≤ 55 m volmatroos 0 1 0
L > 55 m en L ≤ 86 m schipper 1 2 2
L > 55 m en L ≤ 86 m matroos 1 0 1
L > 86 m schipper 1 2 2
L > 86 m volmatroos 0 0 1
L > 86 m matroos 1 0 0

Bijlage 5.7. : Minimumbemanning van sleepboten en sleepboten die havendiensten verrichten als bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid

De minimumbemanning van sleepboten bestaat uit:

Groepen naar het vermogen P van de voortstuwingsmotoren in kW Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen naar het vermogen P van de voortstuwingsmotoren in kW Bemanningsleden A1 A2 B
1. P < 500 schipper 1 1 2
1. P < 500 matroos 1 * 1
2. 500 > P < 1250 ** schipper 1 2 2
2. 500 > P < 1250 ** matroos 1 1
3. 1250 > P < 3750 ** schipper 1 2 2
3. 1250 > P < 3750 ** matroos-motordrijver 1 1 1
3. 1250 > P < 3750 ** matroos 1 1 2
4. P > 3750 Wordt individueel door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld. Wordt individueel door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld. Wordt individueel door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld. Wordt individueel door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld.
  • Voor de vaart op de Rijn buiten Nederland bestaat de minimumbemanning uit een schipper en een matroos. De matroos is binnenlands niet nodig.

** Indien een schip, ingedeeld in groep 2 dan wel in groep 3, voldoet aan de volgende bepalingen betreffende de bouw en de inrichting wordt de minimumbemanning verminderd met één matroos:

a. alle belangrijke bedieningsapparatuur en signalerings- en controle instrumenten voor de hoofdaandrijfinstallaties, de stroomvoorziening en overige voor het bedrijf belangrijke installaties, zijn in het stuurhuis aangebracht;

b. een schip dat is ingedeeld in groep 2 is voorzien van een sleeplier, dan wel van een sleephaak gecombineerd met een kaapstander of een draadberglier;

c. een schip dat is ingedeeld in groep 3 is voorzien van een sleeplier, dan wel van een sleephaak gecombineerd met een draadberglier;

d. sleeplieren en draadberglieren kunnen zowel vanaf het dek als vanaf de brug worden bediend;

e. er is een noodbediening waarmee de sleeplier dan wel de sleephaak kan worden gevierd c.q. geslipt, welke ook in geval van stroomuitval vanaf het dek is verzekerd;

f. stuurstellingen op de brug zijn zodanig geplaatst en uitgevoerd dat bij alle voorkomende manoeuvreeromstandigheden een volledig overzicht door degene die het vaartuig voert, is gegarandeerd;

g. bedieningsapparatuur is aangebracht binnen het bereik van degene die het vaartuig voert. Zowel bij de bedieningsplaats voor de sleeplier dan wel de draadberglier als op de plaats waar signalerings- en controle instrumenten kunnen worden waargenomen, is voldoende ruimte aanwezig zodat de bediening van de sleeplier dan wel de draadberglier door degene die het vaartuig voert niet bemoeilijkt wordt bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden;

h. het schip is voorzien van een radarinstallatie, waarvan het radarbeeld zonder kap of scherm, ongeacht de buiten het stuurhuis heersende lichtomstandigheden, duidelijk zichtbaar is;

i. door adequate middelen is gewaarborgd dat onder alle weersomstandigheden door de ruiten die in de belangrijkste blikrichtingen zijn gelegen, helder zicht mogelijk is;

j. gemeenschappelijke reddingmiddelen zijn zodanig opgesteld dat zij door slechts één bemanningslid te water kunnen worden gelaten;

k. regelbare dekverlichting voor het belichten van de sleeplijn, die vanuit het stuurhuis kan worden bediend, is geïnstalleerd. De lampen voor het werkdek zijn zo geplaatst en zodanig uitgevoerd dat een ongestoorde verlichting van het werkdek is verzekerd en voorts geen gevaar bestaat voor verblinding van degene die het vaartuig voert. Hierbij is met name rekening gehouden met het geval van mist; en

l. De Minister van Verkeer en Waterstaat geeft een verklaring af waaruit blijkt dat wordt voldaan aan deze bepalingen.

De minimumbemanning van sleepboten gedurende de tijd dat havensleepdiensten worden verricht bestaat uit:

Paaltrek*** F < 15 ton 1 schipper
Paaltrek*** F < 15 ton 1 matroos
15 > F ≤ 25 ton 1 schipper
15 > F ≤ 25 ton 2 matrozen
25 > F ≤ 75 ton 1 schipper
25 > F ≤ 75 ton 1 matroos-motordrijver
25 > F ≤ 75 ton 2 matrozen
F > 75 ton Wordt individueel door de Minister van verkeer en Waterstaat vastgesteld.

*** Paaltrek: de maximale trekkracht die het schip via een sleepdraad kan uitoefenen op een te slepen object als aangegeven op een certificaat, afgegeven door een binnen de sfeer van de sleepvaart algemeen daartoe erkende organisatie. Indien geen certificaat betreffende de paaltrek wordt overgelegd, wordt voor de paaltrek een trekkracht aangenomen van 20 kg/kW van het geïnstalleerde voortstuwingsvermogen.

Bijlage 5.8. : Minimumbemanning snelle veerponten als bedoeld in artikel 5.6, zesde lid

De minimumbemanning van veerponten die een snelheid van meer dan 30 km per uur, maar niet meer dan 40 km per uur, kunnen bereiken bestaat uit:

Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden Dagvaart Semi continuvaart Continuvaart
1. tot en met 75 personen Schipper Matroos 1 1 2 1 2 2
2. van 76 tot en met 250 personen Schipper Matroos Lichtmatroos 1 1* – 2 1 1* 2 2 1*
3. van 251 tot en met 600 personen Schipper Volmatroos Matroos-motordrijver 1 1 1* 2 – 2* 3 – 2*
  • Op wateren van de zone 3 en 4 mag de matroos-motordrijver worden vervangen door een matroos.

** De lichtmatroos is ten minste 18 jaar oud.

Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden Dagvaart Dagvaart Semi continuvaart Continuvaart
1. tot en met 75 personen Schipper Matroos 2 – 2 – 3 – 4 –
2. van 76 tot en met 250 personen Schipper Matroos Lichtmatroos 2 – – 2 – – 3 – 1** 4 – 1**
3. van 251 tot en met 600 personen Schipper 2 2 3 4
3. van 251 tot en met 600 personen Volmatroos 1 of
3. van 251 tot en met 600 personen Matroos-motordrijver –1 –1 1 1

** De lichtmatroos is ten minste 18 jaar oud.

Bijlage 6.1. : Keuringsaanwijzingen en keuringseisen als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid

Hoofdstuk 1. Algemene keuringsaanwijzingen

Artikel 1. Inleiding

Van groot belang is vooral het tijdig herkennen en (laten) behandelen van die aandoeningen die een duidelijk risicoverhogende factor betekenen. In het algemeen dient de betrokkene om in aanmerking te komen voor een geneeskundige verklaring vrij te zijn van enige afwijking, ziekte of verwonding die een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmert. Daarnaast mag de aanwezigheid van de betrokkene aan boord geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de overige opvarenden.

Artikel 2. Overleg met de medisch adviseur

Indien bij de beoordeling van de geschiktheid twijfels rijzen, vindt daarover overleg plaats met de medisch adviseur scheepvaart. De verantwoordelijkheid voor de beslissing blijft echter bij de keurend arts.

Artikel 3. Specifieke werkzaamheden aan boord

Bij de keuring is men zich terdege bewust van de specifieke werkomstandigheden aan boord, die afhankelijk van het soort schip en vaargebied sterk kunnen variëren:

Artikel 4. Waakzaamheid en concentratievermogen

Rekening wordt gehouden met het feit dat er aan boord vele werkzaamheden zijn waarbij langdurige concentratie is vereist:

Artikel 5. Geneesmiddelengebruik

Bij gebruik van geneesmiddelen laat de arts zich leiden door de navolgende richtlijnen:

Artikel 6. Uitgangspunten voor afkeuring

De medische maatstaven die zijn beschreven in § 2 tot en met § 5 dienen te worden gehanteerd bij de keuring voor een geneeskundige verklaring. Medisch ongeschikt voor de binnenvaart is de persoon die niet voldoet aan deze maatstaven. De arts laat zich bij een beslissing tot afkeuring verder leiden door de navolgende algemene richtlijnen:

medisch ongeschikt voor de binnenvaart is de persoon, die lijdt aan een ziekte, afwijking of verwonding:

Hoofdstuk 2. Keuringseisen

§ 1. Het gezichtsvermogen

Artikel 7

Bij een progressieve of chronische oogaandoening is een specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat het gezichtsvermogen niet dusdanig wordt bedreigd dat binnen afzienbare tijd niet meer kan worden voldaan aan de criteria:

§ 2. Het gehoorvermogen

Artikel 8

§ 3. Ziekten of lichamelijke gebreken

Artikel 9. Aandoeningen die gepaard gaan met bewustzijns- of evenwichtsstoornissen

Artikel 10. Aandoeningen of laesies van het centrale of perifere zenuwstelsel, gepaard gaande met duidelijke functionele stoornissen; in het bijzonder organische aandoeningen van de hersenen of het ruggenmerg en de daarbij optredende restverschijnselen, functionele stoornissen na schedel- of hersenletsel, en cerebrale doorbloedingsstoornissen.

Artikel 11. Geestesziekten

Artikel 12. Suikerziekte met niet goed instelbare, aanzienlijke schommelingen van de bloedglucose-waarden

Niet goed met insuline of orale antidiabetica instelbare Diabetes Mellitus of het optreden van hypoglykemieën, is een reden voor ongeschiktheid. Bij Insuline afhankelijke Diabetes Mellitus is de geschiktheid in het algemeen beperkt tot een periode van vijf jaar.

Artikel 13. Manifeste endocriene stoornissen

Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.

Artikel 14. Ernstige aandoeningen van de bloedvormende orgaansystemen

Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.

Artikel 15. Astmatische bronchitis met aanvallen

Artikel 16. Aandoeningen of veranderingen in het hart of de bloedsomloop resulterend in een verminderde belastbaarheid

Artikel 17. Aandoeningen of gevolgen na een ongeval die leiden tot een aanzienlijke bewegingsbeperking, verlies of sterke vermindering van de kracht in een der ledematen die voor de uit te oefenen arbeid van belang zijn

Artikel 18. Chronisch alcoholisme, verslaving aan verdovende middelen of andere vormen van verslaving

Bijlage 6.2. : Model geneeskundige verklaring binnenvaart als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid

Voorwaarden waaronder gekeurde geschikt is (géén medische gegevens).

Bij tijdelijke geschiktheid hier tevens de termijn invullen.

Deze voorwaarden zullen worden vermeld op het vaarbewijs.

Deze geneeskundige verklaring samen met de aanvraag van een beperkt groot vaarbewijs, groot vaarbewijs of Rijnpatent opsturen naar Deze geneeskundige verklaring samen met de aanvraag van een beperkt groot vaarbewijs, groot vaarbewijs of Rijnpatent opsturen naar
CCV afdeling Binnenvaart
Postbus 1970
2280 DZ RIJSWIJK (ZH)
Telefoon (070) 372 05 80
Deze geneeskundige verklaring samen met de aanvraag van een dienstboekje opsturen naar Deze geneeskundige verklaring samen met de aanvraag van een dienstboekje opsturen naar
St. Afvalstoffen & Vaardocumenten Binnenvaart
Vasteland 12 E
3011 BL ROTTERDAM
Telefoon (010) 412 95 44
Deze geneeskundige verklaring samen met de aanvraag van Klein vaarbewijs opsturen naar Deze geneeskundige verklaring samen met de aanvraag van Klein vaarbewijs opsturen naar
VAMEX
Postbus 93121
2509 AC DEN HAAG
Telefoon 088 456 4567
Als u het niet eens bent met de uitslag van de keuring kan via de Medisch adviseur scheepvaart een herkeuring worden aangevraagd. Hieraan zijn kosten verbonden. Als u het niet eens bent met de uitslag van de keuring kan via de Medisch adviseur scheepvaart een herkeuring worden aangevraagd. Hieraan zijn kosten verbonden.
Goedkeuring door een andere arts is ongeldig. Goedkeuring door een andere arts is ongeldig.
Informatie m.b.t. herkeuring: Inspectie Verkeer en Waterstaat
Medisch adviseur scheepvaart
Postbus 8634
3009 AP ROTTERDAM
Telefoon (070) 456 46 84
Fax (070) 456 46 97
E-mail mas@ivw.nl

Bijlage 6.3. : Model bericht van afkeuring als bedoeld in artikel 6.6, eerste lid

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS

  • •. Ondergetekende verklaart, dat gekeurde niet voldoet aan de meest recente keuringseisen voor zee- of binnenvaart. The signing physician declares, that the individual doesn’t comply with the latest medical criteria for maritime shipping.
  • •. Dit bericht dient nog dezelfde dag verzonden te worden aan de Medisch Adviseur Scheepvaart, per fax: 070-4564697. This certificate shall be dispatched without delay by fax to the Medical Adviser of the Netherlands Shipping Inspectorate: +31-70-4564697.
  • •. Dit bericht wordt tevens zo snel mogelijk ook per post verzonden naar de Medisch Adviseur Scheepvaart. At the same time, this certificate has to be sent by ordinary mail to the medical adviser.
  • •. Na een tijdelijke ongeschiktheid kan herkeuring plaatsvinden door dezelfde arts die betrokkene heeft afgekeurd, of door een scheidsrechter. Na een blijvende ongeschiktheid kan herkeuring uitsluitend plaatsvinden door een scheidsrechter. De scheidsrechterlijke herkeuringen kunnen worden aangevraagd bij de Medisch Adviseur Scheepvaart, telefoon: 070-4564684. Goedkeuringen door anderen dan de genoemde artsen zijn ongeldig. De kosten van de herkeuring komen voor rekening van de gekeurde.
  • •. In case of temporary rejection, re-examination can only be performed by the same doctor who has found the examinee to be unfit, or by a referee. In case of permanent unfitness, re-examination may only be performed by a referee. The arbitral re-examination shall be submitted to the Medical Adviser of the Netherlands Shipping Inspectorate, telephone: +31-70-4564697. Approval by other doctors than those mentioned earlier is invalid. The person examined himself/herself shall be charged for the re-examination.
Gegevens gekeurde/Data of the examined person Gegevens gekeurde/Data of the examined person Gegevens gekeurde/Data of the examined person
Naam en voorletters
Surname and initials
Geboorteplaats en geboortedatum
Place and date of birth
Land van afgifte en nummer monsterboekje
Country of issue and number of seaman’s book
Functiecategorie waarvoor is gekeurd
Duties on board
□ Zeevaart: dek- en brugdienst met wachtfunctie □ Binnenvaart: Rijnpatent, beperkt groot vaarbewijs, groot vaarbewijs en dienstboekje □ Binnenvaart: Rijnpatent, beperkt groot vaarbewijs, groot vaarbewijs en dienstboekje
Seagoing: look-out or watch duties on the bridge (Not applicable abroad, Netherlands inland waters only) (Not applicable abroad, Netherlands inland waters only)
□ Zeevaart: machinekamerdienst met wachtfunctie □ Binnenvaart: Klein vaarbewijs □ Binnenvaart: Klein vaarbewijs
Seagoing: watch duties in the engine room (Not applicable abroad, Netherlands inland waters only) (Not applicable abroad, Netherlands inland waters only)
□ Zeevaart: gezel zonder uitkijk- of wachtfunctie
Seagoing: rating without look-out or watch duties
De gekeurde voldoet aan de eisen t.a.v
De geschatte termijn van ongeschiktheid is:
The examined person complies to the medical standards of: The examined person complies to the medical standards of:
The estimated period of unfitness is:
Algemene lichamelijke geschiktheid: JA of NEE Medical fitness: YES or NO □ Tijdelijk Temporarily
□ Blijvend Permanently
Gezichtsorgaan: JA of NEE Visual system: YES or NO
Gehoororgaan: JA of NEE Auditory system: YES or NO
Ondertekening
Subscription
Plaats en keuringsdatum
Place and date of examniation
Naamstempel geneeskundige: Handtekening geneeskundige: Handtekening geneeskundige:
Name stamp of physician: Signature of physician: Signature of physician:
Reden van afkeuring
Reason of rejection

Bijlage 6.4. : Model eigen verklaring als bedoeld in artikel 6.9

Instructie voor de aanvrager

Als één of meer vragen met JA zijn beantwoord moet u een arts een toelichting laten schrijven waarmee de aard en de ernst van de aandoening worden verduidelijkt, zodat de medisch adviseur vaarbewijzen kan beoordelen of u voldoet aan de keuringseisen.

U kunt hiervoor terecht bij een huisarts of bij een oog- of kno-arts naar keuze. De kosten van het doktersbezoek zijn voor uw eigen rekening.

Als u ook zelf nog aanvullende informatie hebt die van belang kan zijn bij de beoordeling kunt u dit apart bijvoegen.

Instructie voor de arts die de medische aantekening plaatst

Aanvragers van het klein vaarbewijs moeten voldoen aan de keuringseisen voor de binnenvaart. Zij hoeven niet te worden gekeurd, maar mogen volstaan met het invullen van een eigen verklaring. Als één of meer vragen met JA zijn beantwoord moet de medisch adviseur vaarbewijzen beoordelen of de aanvrager voldoet aan de keuringseisen, mede aan de hand van de toelichting van een arts. Om de beoordeling zonder vertraging te laten verlopen stelt u de verklaring op aan de hand van de onderstaande instructies.

U dient alleen informatie te verstrekken m.b.t. de vraag waar de aanvrager JA op heeft geantwoord.

Instructies voor de arts voor het opstellen van een verklaring over de aan de ommezijde met JA beantwoorde vragen:

Bijlage 7.1. : Erkende vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.11

1.1. Voor het groot vaarbewijs en beperkt groot vaarbewijs op alle binnenwateren

1.2. Voor het groot vaarbewijs en beperkt groot vaarbewijs op rivieren, kanalen en meren

1.3. Voor het klein vaarbewijs op alle binnenwateren.

1.4. Voor het klein vaarbewijs op rivieren, kanalen en meren.

Bijlage 7.2. : Erkende bewijzen van vaarbekwaamheid, onderscheidenlijk diploma’s en opleidingen, die geheel respectievelijk gedeeltelijk dispensatie geven van het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid om een schip te voeren als bedoeld in artikel 7.12

§ 1. Erkende bewijzen van vaarbekwaamheid en diploma’s die gehele dispensatie geven van het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid om een schip te voeren

§ 2. Erkende diploma’s die vrijstelling geven van onderdelen van het examen voor het groot vaarbewijs en beperkt groot vaarbewijs

§ 3. Erkende diploma’s en opleidingen die vrijstelling geven van onderdelen van het examen voor het klein vaarbewijs

Bijlage 7.3. : Modellen vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.3

Model-groot vaarbewijs A en B voor de binnenvaart

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

Model-Beperkt groot vaarbewijs A en B voor de binnenvaart

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

Model-klein vaarbewijs I en II voor de binnenvaart

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

Bijlage 7.4. : Modellen vrijstellingsbewijzen als bedoeld in de artikelen 7.6, eerste lid, 7.8, eerste lid, 7.9, eerste lid, en 7.10, eerste lid

Model-vrijstellingsbewijs schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

Model-groot pleziervaartbewijs

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

Model-zeilbewijs

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

Bijlage 8.1. : Model rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 8.2, eerste lid

Bijlage 8.2. : Model verklaring, als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid

Bijlage 8.3. Model bewijs van toelating als bedoeld in artikel 8.3

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

§ 4. Examens
Artikel 7.25

De instantie die het klein vaarbewijs afgeeft verstrekt op aanvraag, namens de minister, aan de houder van onderscheidenlijk een geldig klein vaarbewijs I of II, een geldig groot pleziervaartbewijs I of II, een certificaat Theoretische Kustnavigatie van het Koninklijk Nederlands Watersportverbond of een diploma als bedoeld in bijlage 7.2, § 3, onderscheidenlijk het:

  • a. gecombineerde klein vaarbewijs I / ICC inland;
  • b. gecombineerde klein vaarbewijs II / ICC inland + coastal;
  • c. gecombineerde groot pleziervaartbewijs I / ICC inland;
  • d. gecombineerde groot pleziervaartbewijs II / ICC inland + coastal;
  • e. ICC coastal.

Hoofdstuk 8. Overige documenten

Hoofdstuk 9. Registratie en statistiek

Hoofdstuk 10. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 8. Overige documenten

Artikel 11.1
2.

De bedragen van de bestuurlijke boete op overtredingen als bedoeld in de artikelen 39c, derde lid, en 39e, van de wet zijn opgenomen in tabel 2 in bijlage 11.1 bij deze regeling.

Hoofdstuk 9. Registratie en statistiek

§ 1. Overgangsbepalingen
§ 6. ICC’s

Hoofdstuk 10. Toezicht en handhaving

Bijlage 1.2. : Patentreglement Rijn als bedoeld in artikel 1.9

Patentreglement Rijn

Bijlage 1.3. : Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen (RVP) als bedoeld in artikel 1.13

Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen

Bijlage 1.4. : Voorschriften met betrekking tot typegoedkeuring en installatie tachografen Rijnvaart als bedoeld in artikel 1.8

§ 1. Typegoedkeuring

Artikel 2

De typegoedkeuring kan worden verleend indien de tachograaf voldoet aan de voorschriften van de bijlage H, onderdeel A, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.

De tachograaf wordt zodanig op het schip geïnstalleerd, dat alle met de tachograaf verband houdende bestanddelen deugdelijk tegen beschadiging zijn beschermd.

Artikel 4

De Dienst Wegverkeer kan een erkenning als installateur of reparateur intrekken als aan de voorschriften in deze regeling of in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 niet wordt voldaan.

Artikel 1

Artikel 10

De fabrikant of importeur van tachografen die in het bezit is van een erkenning als installateur of reparateur van tachografen is verplicht zorg te dragen dat:

Van de verklaring bedoeld in de bijlage H, onderdeel B, punt 6, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 bewaart de installateur een afschrift gedurende zeven jaren na dagtekening daarvan.

Bijlage 1.7. : Voorschriften omtrent de minimum eisen en de keuringsvoorwaarden voor bochtaanwijzers voor de Rijnvaart, als bedoeld in artikel 1.16, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1.8. : Voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers voor de rijnvaart, als bedoeld in de artikelen 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1.1. Reglement onderzoek schepen op de Rijn

Reglement onderzoek schepen op de Rijn

Bijlage 1.1a. Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen

Vervallen

Bijlage 1.2. : Patentreglement Rijn als bedoeld in artikel 1.9

Vervallen

Bijlage 1.3. : Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen (RVP) als bedoeld in artikel 1.13

Vervallen

de meest recente officiële elektronische navigatiekaarten gebruiken.

Minimumeisen:

Minimumeisen:

Aanbevelingen:

Naast de in bijlage II van richtlijn nr. 2006/87/EG voorgeschreven uitrusting hebben schepen in zone 2 de volgende uitrusting aan boord:

1. Minimumeisen aan en aanbevelingen voor de elektronische binnenvaartkaarten

Minimumeisen:

3. Minimumeisen aan en aanbevelingen voor de software waarmee elektronische binnenvaartkaarten gevisualiseerd kunnen worden

Minimumeisen:

Bijlage 1.8. : Voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers voor de rijnvaart, als bedoeld in de artikelen 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid

Vervallen

Minimumeisen:

1. Minimumeisen aan en aanbevelingen voor de elektronische binnenvaartkaarten

de meest recente officiële elektronische navigatiekaarten gebruiken.

Minimumeisen:

Bijlage 3.3. : Technische eisen voor rondvaartboten van het Amsterdams grachtentype als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel b

Artikel 1

Het vrijboord bedraagt ten minste 0,40 m.

Artikel 2

Artikel 5

Er is een marifooninstallatie aan boord.

Artikel 6

Artikel 1

Deze bijlage is van toepassing in het havengebied van Amsterdam, Zaanstad, Beverwijk en Velsen, met inbegrip van het Noordzeekanaal, de Zaan, de Knollendammervaart en het Noordhollandsch Kanaal vanaf het IJ tot de kruising met de Knollendammervaart, met dien verstande dat de grenzen van dit gebied aan oostelijke zijde gevormd worden door de Oranjesluizen, aan de westelijke zijde door de sluizen van IJmuiden en op het Amsterdam-Rijnkanaal door de monding van het Lozingskanaal.

Artikel 2

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Artikel 4

Per elk toegestaan aantal van 25 passagiers, alsmede voor het aantal dat daarboven resteert, is ten minste een reddingboei aanwezig. Het aantal reddingboeien behoeft echter niet meer dan vier te bedragen.

Indien passagiers plaats kunnen nemen in een open kuip of op een open dek, worden de vaste verschansingen of relingen ten minste 0,20 m binnen de buitenzijde van het schip, berghouten daarbij inbegrepen, geplaatst.

Artikel 6. Ramen

Artikel 11. Buitenboordaansluitingen

Artikel 7. Reddingsboeien

Artikel 8. Brandbestrijdingsmiddelen

Artikel 13. Onderdelen van de CNG-installatie

De vulaansluiting van een CNG-tank:

Bijlage 3.4. : Technische eisen voor open rondvaartboten als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel c

De onderdelen van de CNG-installatie zijn bestand tegen de hoogste druk die onder normale bedrijfsomstandigheden kan optreden in het gedeelte van de CNG-installatie waar een onderdeel is aangebracht.

Artikel 21. Automatische tankafsluiter

Artikel 16. Combinaties van onderdelen

Artikel 19 , derde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de ruimte waarin de voortstuwingsmotor van een rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype, voorzien van een CNG-installatie, is geplaatst.

Artikel 19. Cng-tanks

Artikel 20. Overdrukbeveiliging CNG-tank

Artikel 22. Automatische afsluitklep

Artikel 24. Gasdetectie

Artikel 28. Gasleidingen- en slangen

Artikel 30. Gasvoerende verbindingen

Artikel 31. Handafsluiters

Bijlage 3.4. Technische eisen voor open rondvaartboten als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel c

Artikel 34. Lensinrichting

Artikel 35. Overgangsbepalingen

Artikel 1

Artikel 2. Schotten

Bijlage 3.6. : Technische eisen voor veerponten als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel e

Artikel 6. Beveiliging tegen vallen

Artikel 8. Motorinstallatie

Artikel 9. Lensinrichting

Artikel 10. Ankergerei

Artikel 11. Reddingmiddelen

Artikel 13. Overige uitrusting

Artikel 13. Overige uitrusting

Artikel 14. Overgangsbepalingen

Artikel 4

Artikel 1

Artikel 4

Artikel 1.1. Definities

Artikel 1.2. Toepassing van ES-TRIN

Hoofdstuk 2. Schotten

Bijlage 3.7. : Technische eisen voor veerboten als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel f

Artikel 2.3. Doorvoeringen van pijpleidingen

Artikel 1.2. Toepassing van ES-TRIN

Onverminderd het in deze bijlage bepaalde voldoen veerponten aan hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 19, alsmede hoofdstuk 33 van ES-TRIN, met uitzondering van de volgende artikelen:

Hoofdstuk 2. Schotten

Indien de in artikel 2.2 bedoelde openingen en deuren zijn toegestaan, wordt in het certificaat het volgende bedrijfsvoorschrift opgenomen:

Artikel 2.2. Openingen en deuren in schotten

Artikel 2.3. Doorvoeringen van pijpleidingen

Artikel 3.1. Waterdichte indeling

Artikel 2.5. Aantekening in het certificaat

Artikel 4.1. Stabiliteit algemeen

Artikel 4.2. Beladingstoestanden

Artikel 2.6. scheepsromp

Hoofdstuk 3. Waterdichte indeling

Artikel 4.1. Stabiliteit algemeen

Artikel 4.2. Beladingstoestanden

Artikel 4.4. Moment ten gevolge van verplaatsen van personen

Artikel 4.5. Moment tengevolge van belading met voertuigen

Onverminderd het in deze bijlage bepaalde, voldoen veerboten aan hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 15 alsmede hoofdstuk 24a van bijlage II van richtlijn 2006/87/EG met uitzondering van de artikelen:

Artikel 5.2. Vrijboord en veiligheidsafstand

Artikel 5.3. Vlak van de grootste inzinking en laadvermogen

Hoofdstuk 6. Ten hoogste toegestane aantal passagiers

Artikel 7.1. Constructie

Artikel 8.1. Reddingsmiddelen

Artikel 8.4. Instructies voor passagiers

Op niet-vrijvarende veerponten is de opstelling van de voertuigen zodanig dat het uitzicht tijdens de vaart in alle richtingen voldoende is.

Bijlage 3.8. : Technische eisen voor bunkerstations als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel g

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

De begripsbepalingen in artikel 1.01 van ES-TRIN zijn van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.

Artikel 10.2

Artikel 2.1. Schotten algemeen

‘Door een daartoe strekkende opdracht aan het personeel wordt verzekerd, dat alle openingen en deuren in waterdichte schotten in geval van gevaar onverwijld waterdicht worden gesloten’.

Artikel 4.3. Kenterende momenten

Het bunkerstation is voorzien van duidelijke borden met het toegangsverbod en het rookverbod. De borden zijn aan beide zijden van het bunkerstation zowel overdag als ’s nachts duidelijk zichtbaar. Zo nodig wordt aan boord aangegeven waar en onder welke omstandigheden een verbod niet van kracht is.

Artikel 3.1. Waterdichte indeling

Artikel 4.2. Beladingstoestanden

Artikel 4.3. Kenterende momenten

Hoofdstuk 5. Veiligheidsafstand en vrijboord

Artikel 5.1. Resterend vrijboord en resterende veiligheidsafstand

Met de in deze bijlage vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Artikel 5.3. Vlak van de grootste inzinking en laadvermogen

Hoofdstuk 6. Ten hoogste toegestane aantal passagiers

Artikel 6.1. Berekening van het ten hoogste toegestane aantal passagiers

Artikel 7.1. Constructie van dekken

Naast de in de richtlijn voorgeschreven uitrusting hebben veerboten de volgende uitrusting aan boord:

Artikel 8.4. Ankergerei

Autoruimen en overdekte autodekken zijn voorzien van een vaste brandblusinstallatie. In bijzondere gevallen kan de minister voorschrijven dat deze installatie bij brand automatisch in werking treedt.

Hoofdstuk 10. Overgangsbepalingen

Elektrische inrichtingen verkeren in onberispelijke staat.

Onverminderd het in deze bijlage bepaalde voldoen bunkerstations aan de hoofdstukken 3, 4, 8 met uitzondering van de artikelen 8.03 en 8.10, eerste en tweede lid, 9 met uitzondering van de artikelen 9.02 en 9.17, 10 met uitzondering van de artikelen 10.01, 10.02 en 10.03a tot en met 10.04, 11 en 12 van bijlage II van richtlijn 2006/87/EG.

Hoofdstuk 2. Constructie-eisen

Artikel 3. Materialen

De ladingtanks zijn gebouwd voor of aangepast aan opslag en levering van gasolie, dieselolie of benzine.

Artikel 2. Toepassing

Hoofdstuk 2. Constructie-eisen

Artikel 4. Opslag in ladingtanks

De ladingtanks zijn gebouwd voor of aangepast aan opslag en levering van gasolie, dieselolie of benzine.

Elektrisch geleidende verbindingen tussen het bunkerstation en de wal en het bunkerstation en het te bunkeren schip zijn zodanig, dat zij geen ontstekingsbron vormen.

Elektrisch geleidende verbindingen tussen het bunkerstation en de wal en het bunkerstation en het te bunkeren schip zijn zodanig, dat zij geen ontstekingsbron vormen.

Artikel 11. Doorvoeringen

Elektrische inrichtingen verkeren in onberispelijke staat.

Artikel 17. Machines

Elektrisch geleidende verbindingen tussen het bunkerstation en de wal en het bunkerstation en het te bunkeren schip zijn zodanig, dat zij geen ontstekingsbron vormen.

De volgende documenten bevinden zich aan boord:

Hoofdstuk 3. Inrichting en uitrusting

Artikel 22. Speciale uitrusting

Artikel 23. Inrichting met betrekking tot het toegangsverbod en het rookverbod

Artikel 27. Aarding

Artikel 24. Elektrische inrichtingen

Bijlage 3.9. : Technische eisen voor patrouillevaartuigen als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel h

Artikel 28. Elektrische kabels

Het bewijs van beproeving van brandblustoestellen, bedoeld in artikel 35, onderdeel f, wordt tevens aangebracht op de toestellen.

Artikel 39. Tot keuren bevoegde personen

Artikel 36. Schriftelijke instructies

Artikel 41. Uitrusting

Artikel 38. Bescheiden betreffende elektrische installaties

Hoofdstuk 7. Keuringen

Artikel 39. Tot keuren bevoegde personen

In het derde jaar van geldigheid van het certificaat worden door een erkend installateur gekeurd:

Artikel 41. Uitrusting

De minister kan voor de verlenging van het certificaat afzien van een droogstaande keuring als bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, indien de toestand van de romp een controle van binnenuit redelijkerwijs toelaat.

De meetapparatuur wordt voor ieder gebruik conform de gebruiksaanwijzing door de gebruiker beproefd. Artikel 39 is niet van toepassing.

Behalve tijdens controle of reiniging van geloste ladingtanks en peiling of monstername zijn ladingtankdeksels gesloten.

Gasolie, dieselolie of benzine wordt opgeslagen in de ladingtanks.

Behalve tijdens controle of reiniging van geloste ladingtanks en peiling of monstername zijn ladingtankdeksels gesloten.

Te bunkeren en te lossen schepen worden zodanig gemeerd, dat de elektrische kabels en de buigzame leidingen niet onder trek- of buigspanning komen te staan. In geval van gevaar kan snel worden ontmeerd.

Behalve tijdens controle of reiniging van geloste ladingtanks en peiling of monstername zijn ladingtankdeksels gesloten.

Het is verboden motoren te gebruiken die gebruik maken van een brandstof met een vlampunt lager dan 55 °C.

In de ladingzone en in ruimten die niet behoren tot de woning, de winkel of een kantoor geldt een rookverbod en is gebruik van open vuur verboden.

Artikel 56. Bekendheid veiligheidszaken

Artikel 55. Opslag

Artikel 57. Toegang

Patrouillevaartuigen met een lengte korter dan 20 meter die zich ter onderzoek aanbieden voldoen aan deze bijlage met uitzondering van het bepaalde in dit hoofdstuk.

Artikel 56. Bekendheid veiligheidszaken

Bijlage 4.1. Metingsvoorschriften als bedoeld in de artikelen 4.9 en 4.12

Artikel 58. Gebruik van open vuur

Hoofdstuk 10. Voorschriften met betrekking tot de arbeid aan boord

Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen

Artikel 60. Werkzaamheden in de ladingzone

Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen

Artikel 62. Toegang

Artikel 63. Gebruik speciale uitrusting

Bijlage 3.9. Technische eisen voor patrouillevaartuigen als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel h

Bijlage 5.2. : Minimumbemanning voor schepen voor dagtochten als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)