Binnenvaartregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 883
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

2De 2e machinist kan vervallen indien er sprake is van een eenmansbediening met betrekking tot de voortstuwingsmiddelen en de stuurinrichting.

Bijlage 3.10. Model van het certificaat van onderzoek voor bunkerstations als bedoeld in 3.9, zesde lid

Bijlage 5.7. : Minimumbemanning van sleepboten en sleepboten die havendiensten verrichten als bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid

De minimumbemanning van sleepboten bestaat uit:

Groepen naar het vermogen P van de voortstuwingsmotoren in kW Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen naar het vermogen P van de voortstuwingsmotoren in kW Bemanningsleden A1 A2 B
1. P < 500 schipper 1 1 2
1. P < 500 matroos 1 * 1
2. 500 > P < 1250 ** schipper 1 2 2
2. 500 > P < 1250 ** matroos 1 1
3. 1250 > P < 3750 ** schipper 1 2 2
3. 1250 > P < 3750 ** matroos-motordrijver 1 1 1
3. 1250 > P < 3750 ** matroos 1 1 2
4. P > 3750 Wordt individueel door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld. Wordt individueel door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld. Wordt individueel door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld. Wordt individueel door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld.
  • Voor de vaart op de Rijn buiten Nederland bestaat de minimumbemanning uit een schipper en een matroos. De matroos is binnenlands niet nodig.

** Indien een schip, ingedeeld in groep 2 dan wel in groep 3, voldoet aan de volgende bepalingen betreffende de bouw en de inrichting wordt de minimumbemanning verminderd met één matroos:

a. alle belangrijke bedieningsapparatuur en signalerings- en controle instrumenten voor de hoofdaandrijfinstallaties, de stroomvoorziening en overige voor het bedrijf belangrijke installaties, zijn in het stuurhuis aangebracht;

b. een schip dat is ingedeeld in groep 2 is voorzien van een sleeplier, dan wel van een sleephaak gecombineerd met een kaapstander of een draadberglier;

c. een schip dat is ingedeeld in groep 3 is voorzien van een sleeplier, dan wel van een sleephaak gecombineerd met een draadberglier;

d. sleeplieren en draadberglieren kunnen zowel vanaf het dek als vanaf de brug worden bediend;

e. er is een noodbediening waarmee de sleeplier dan wel de sleephaak kan worden gevierd c.q. geslipt, welke ook in geval van stroomuitval vanaf het dek is verzekerd;

f. stuurstellingen op de brug zijn zodanig geplaatst en uitgevoerd dat bij alle voorkomende manoeuvreeromstandigheden een volledig overzicht door degene die het vaartuig voert, is gegarandeerd;

g. bedieningsapparatuur is aangebracht binnen het bereik van degene die het vaartuig voert. Zowel bij de bedieningsplaats voor de sleeplier dan wel de draadberglier als op de plaats waar signalerings- en controle instrumenten kunnen worden waargenomen, is voldoende ruimte aanwezig zodat de bediening van de sleeplier dan wel de draadberglier door degene die het vaartuig voert niet bemoeilijkt wordt bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden;

h. het schip is voorzien van een radarinstallatie, waarvan het radarbeeld zonder kap of scherm, ongeacht de buiten het stuurhuis heersende lichtomstandigheden, duidelijk zichtbaar is;

i. door adequate middelen is gewaarborgd dat onder alle weersomstandigheden door de ruiten die in de belangrijkste blikrichtingen zijn gelegen, helder zicht mogelijk is;

j. gemeenschappelijke reddingmiddelen zijn zodanig opgesteld dat zij door slechts één bemanningslid te water kunnen worden gelaten;

k. regelbare dekverlichting voor het belichten van de sleeplijn, die vanuit het stuurhuis kan worden bediend, is geïnstalleerd. De lampen voor het werkdek zijn zo geplaatst en zodanig uitgevoerd dat een ongestoorde verlichting van het werkdek is verzekerd en voorts geen gevaar bestaat voor verblinding van degene die het vaartuig voert. Hierbij is met name rekening gehouden met het geval van mist; en

l. De Minister van Infrastructuur en Milieu geeft een verklaring af waaruit blijkt dat wordt voldaan aan deze bepalingen.

De minimumbemanning van sleepboten gedurende de tijd dat havensleepdiensten worden verricht bestaat uit:

Paaltrek*** F < 15 ton 1 schipper
Paaltrek*** F < 15 ton 1 matroos
15 > F ≤ 25 ton 1 schipper
15 > F ≤ 25 ton 2 matrozen
25 > F ≤ 75 ton 1 schipper
25 > F ≤ 75 ton 1 matroos-motordrijver
25 > F ≤ 75 ton 2 matrozen
F > 75 ton Wordt individueel door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld.

*** Paaltrek: de maximale trekkracht die het schip via een sleepdraad kan uitoefenen op een te slepen object als aangegeven op een certificaat, afgegeven door een binnen de sfeer van de sleepvaart algemeen daartoe erkende organisatie. Indien geen certificaat betreffende de paaltrek wordt overgelegd, wordt voor de paaltrek een trekkracht aangenomen van 20 kg/kW van het geïnstalleerde voortstuwingsvermogen.

Bijlage 3.11. bedoeld in artikel 3.26

Pakket 1a. Tankschepen gevaarlijke stoffen onder klasse
Dit pakket is bij wet voorbehouden aan klassenbureaus
Pakket 1b. Tankschepen gevaarlijke stoffen geen klasse
Motortankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Tankduwbak
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Sleeptankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Bunkerboot
Bilgeboot
Schoonmaak-bewaarschip
Bunkerstation
Bunkerponton
Pakket 2. Vervoer van droge lading
Zeeschip (vervoer droge lading)
Motorvrachtschip
Vrachtduwbak
Ponton
Kopbak
Dekschuit
Zeeschipbak
Motortankschip (zonder vervoer ADN)
Sleepvrachtschip
Sleeptankschip (zonder vervoer ADN)
Amsterdamse dekschuit
Pakket 3. Overige schepen en passagiersschepen tot een lengte van 45m.
Sleepboot
Sleepboot met duwsteven
Sleep-Duwboot
Duwboot
Passagiersschepen
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Amsterdams grachtentype
Open rondvaartboot
Skûtsje
Veerpont
Auto
Fiets/voet
Patrouillevaartuig
Patrouillevaartuig
Oliebestrijdingsvaartuig
Brandblusboot
Reddingsboot
Pleziervaartuig
Snel schip (verplicht klasse na 2023) >40km/h
Drijvend werktuig
Werkvaartuig
Pompoverslagboot
Drijvend voorwerp
Pakket 4. Passagiersschepen vanaf 45 m
Passagiersschip
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Veerboten
Veerpont
Auto
Fiets/voet

Bijlage 3.12. Technische eisen voor kleine drijvende werktuigen als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel i

Behoudens het bepaalde in artikel 8, tweede lid, wordt het inbeitelen van de ijk- en metingsmerken, dan wel het plaatsen van de ijkplaten door een bekwaam vakman onder toezicht en volgens aanwijzing van de minister gedaan.

Met de in deze bijlage vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Met de in deze bijlage vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Door passende voorzieningen wordt voorkomen dat machinekamers worden betreden wanneer de motor in bedrijf is.

Deze bijlage is van toepassing op drijvende werktuigen die werkzaamheden uitvoeren op wateren van zone 4 en waarvan:

Artikel 1

De veiligheidsafstand van het drijvend werktuig bedraagt minimaal 150 mm.

De bescheiden bedoeld in artikel 10.01, tweede lid, van bijlage 1.1a bij deze regeling, zijn te allen tijde beschikbaar bij de exploitant van het drijvend werktuig.

Artikel 11

Bijlage 6.2. : geneeskundige verklaring binnenvaart als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid

Bijlage 6.3. Model verklaring van medische ongeschiktheid als bedoeld in artikel 6.6, eerste lid

Ten behoeve van het meren zijn tenminste twee trossen aanwezig van voldoende sterkte met een lengte van minimaal anderhalf keer de lengte van het drijvend werktuig.

Een drijvend werktuig is voorzien van tenminste één draagbaar blustoestel dat voldoet aan de Europese normen EN 3-7:2007 en EN 3-8:2007.

Artikel 15

Het metingsmerk wordt ingebeiteld op het achterschip in de nabijheid van de roerkoning. In de regel is de achterwand van de roef hiertoe het meest geschikt. Het merk wordt aangebracht op een van buiten in het oog vallende plaats. Een aantekening omtrent de plaats van het merk op het achterschip wordt in de meetbrief vermeld.

Artikel 3. Algemene bepalingen de lastlijn betreffende

Artikel 6. Meting van binnenschepen, bestemd of gebruikt voor het vervoer van goederen (regel I)

Artikel 8. Algemene bepalingen voor werkzaamheden na afloop van de meting

Bijlage 5.3. Minimumbemanning voor stoomschepen voor dagtochten als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A1 A2 A2 A2 B B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S1 S2 S1 S2 S2 S1 S1 S2
1. Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1.000 schipper stuurman volmatroos matroos* lichtmatroos machinist of volmatroos 1 1 – 2 – 2 1 1 – 2 – 2 1 1 – 2 – 2 1 1 – 1 1 2 2 – – 2 – 2 2 – – 1 1 2 2 – – 1 1 2 3 – – 2 – 3 3 – – 2 – 3 3 – – 1 1 3
2. Toegestaan aantal passagiers: van 1.001 tot en met 2.000 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos* Machinist of volmatroos 2 of – – 3 – 3 2 of – – 3 – 3 2 – – 2 2 3 2 – – 2 1 3 2 – – 3 1* 3 2 – – 2 2* 3 2 – – 2 2* 3 3 – – 3 1* 3 3 – – 3 1* 3 3 – – 2 2* 3
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De minister bepaalt of machinisten of volmatrozen vereist zijn en vult dat in het Certificaat van Onderzoek in onder nummer 52.

*** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen, die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het laatste leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

**** De minimumbemanning kan

a)

in de groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S1,

b)

in de groep 2, exploitatiewijze A2, Standaard S2, en

c)

in de groep 2, exploitatiewijze B, Standaard S2,

voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. De eerste zin, onderdeel b en c zijn slechts van toepassing wanneer gedurende de tijd dat de ene lichtmatroos een schippersschool bezoekt, de tweede lichtmatroos aan boord is. Deze bepalingen gelden niet voor de lichtmatroos zoals bedoeld in noot ***.

U dient alleen informatie te verstrekken m.b.t. de vraag waar de aanvrager JA op heeft geantwoord.

Indien bij de beoordeling van de geschiktheid twijfels rijzen, vindt daarover overleg plaats met de medisch adviseur scheepvaart. De verantwoordelijkheid voor de beslissing blijft echter bij de keurend arts.

Bijlage 5.6. Minimumbemanning voor sleepschepen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groepen naar lengte (L) van het schip Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen naar lengte (L) van het schip Bemanningsleden A1 A2 B
L ≤ 55 m schipper 1 1 2
L ≤ 55 m volmatroos 0 1 0
L > 55 m en L ≤ 86 m schipper 1 2 2
L > 55 m en L ≤ 86 m matroos 1 0 1
L > 86 m schipper 1 2 2
L > 86 m volmatroos 0 0 1
L > 86 m matroos 1 0 0

Artikel 1. Inleiding

Van groot belang is vooral het tijdig herkennen en (laten) behandelen van die aandoeningen die een duidelijk risicoverhogende factor betekenen. In het algemeen dient de betrokkene om in aanmerking te komen voor een geneeskundige verklaring vrij te zijn van enige afwijking, ziekte of verwonding die een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmert. Daarnaast mag de aanwezigheid van de betrokkene aan boord geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de overige opvarenden.

Indien bij de beoordeling van de geschiktheid twijfels rijzen, vindt daarover overleg plaats met de medisch adviseur scheepvaart. De verantwoordelijkheid voor de beslissing blijft echter bij de keurend arts.

Bij de keuring is men zich terdege bewust van de specifieke werkomstandigheden aan boord, die afhankelijk van het soort schip en vaargebied sterk kunnen variëren:

Van groot belang is vooral het tijdig herkennen en (laten) behandelen van die aandoeningen die een duidelijk risico verhogende factor betekenen. In het algemeen dient de betrokkene om in aanmerking te komen voor een geneeskundige verklaring vrij te zijn van enige afwijking, ziekte of verwonding die een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmert. Daarnaast mag de aanwezigheid van de betrokkene aan boord geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de overige opvarenden.

De keuringsarts moet zich realiseren dat het onmogelijk is om een allesomvattende lijst van geschiktheidscriteria op te stellen die alle mogelijke aandoeningen en hun variaties in voorkomen en prognose dekt. De beginselen die ten grondslag liggen aan de aanpak in de tabel kunnen vaak worden geëxtrapoleerd naar aandoeningen die niet worden gedekt. De beslissing over de geschiktheid van een individu met een medische aandoening is afhankelijk van een zorgvuldige klinische afweging en analyse, waarbij de volgende punten in overweging moeten worden genomen om tot een oordeel over de geschiktheid te komen:

Bijlage 7.5. Model-ICC, als bedoeld in artikel 7.1

(85 mm x 54 mm – achtergrond blauw)

NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT
Pasfoto 6 1.
2. 5.
3.
4. 8.
9.
Handtekening 7 10. 11.
12. 13.
14.
INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT (resolution 40 of the UN/ECE Working Party On Inland Water Transport) CERTIFICATE INTERNATIONAL DE CONDUCTEUR DE BATEAU DE PLA’SANCE (Résolution No. 40 de groupe de travail CEE-ONU des transports par voie navigable) CERTIFICATE INTERNATIONAL DE CONDUCTEUR DE BATEAU DE PLA’SANCE (Résolution No. 40 de groupe de travail CEE-ONU des transports par voie navigable)
--- --- ---
1. ACHTERNAAM SURNAME NOM
2. VOORNAMEN FIRST NAMES PRÉNOMS
3. GEBOORTEDATUM EN- PLAATS DATE AND PLACE OF BIRTH DATE ET LIEU DE NAISSANCE
4. NATIONALITEIT NATIONALITY NATIONALITÉ
5. BURGER SERVICE NUMMER CITIZEN SERVICE NUMBER NUMÉRO DE SERVICE CITOYEN
6. PASFOTO VAN DE HOUDER PHOTOGRAPH OF HOLDER PHOTO DE DÉTENTEUR
7. HANDTEKENING VAN DE HOUDER SIGNATURE OF HOLDER SIGNATURE DU TITULAIRE
8. VAARBEWIJSNUMMER CERTIFICATE NUMBER NUMÉRO DU CERTIFICAT
9. GELDIG VOOR VALID FOR VALABLE POUR
10. AFGIFTEDATUM DATE OF ISSUE DATE D’ÉMISSION
11. VERVALDATUM DATE OF EXPIRY DATE D’EXPIRATION
12. AFGEGEVEN DOOR ISSUED BY DÉLIVRÉ PAR
13. AANGEWEZEN DOOR AUTHORISED BY AUTORISÉ PAR
14. BEPERKINGEN/VERMELDINGEN RESTRICTIONS/MENTIONS RESTRICTIONS/MENTIONS
STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl

Bijlage 7.5. Model-ICC, als bedoeld in artikel 7.1

(85 mm x 54 mm – achtergrond blauw)

NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT
Pasfoto 6 1.
2. 5.
3.
4. 8.
9.
Handtekening 7 10. 11.
12. 13.
14.
INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT (resolution 40 of the UN/ECE Working Party On Inland Water Transport) CERTIFICATE INTERNATIONAL DE CONDUCTEUR DE BATEAU DE PLA’SANCE (Résolution No. 40 de groupe de travail CEE-ONU des transports par voie navigable) CERTIFICATE INTERNATIONAL DE CONDUCTEUR DE BATEAU DE PLA’SANCE (Résolution No. 40 de groupe de travail CEE-ONU des transports par voie navigable)
--- --- ---
1. ACHTERNAAM SURNAME NOM
2. VOORNAMEN FIRST NAMES PRÉNOMS
3. GEBOORTEDATUM EN- PLAATS DATE AND PLACE OF BIRTH DATE ET LIEU DE NAISSANCE
4. NATIONALITEIT NATIONALITY NATIONALITÉ
5. BURGER SERVICE NUMMER CITIZEN SERVICE NUMBER NUMÉRO DE SERVICE CITOYEN
6. PASFOTO VAN DE HOUDER PHOTOGRAPH OF HOLDER PHOTO DE DÉTENTEUR
7. HANDTEKENING VAN DE HOUDER SIGNATURE OF HOLDER SIGNATURE DU TITULAIRE
8. VAARBEWIJSNUMMER CERTIFICATE NUMBER NUMÉRO DU CERTIFICAT
9. GELDIG VOOR VALID FOR VALABLE POUR
10. AFGIFTEDATUM DATE OF ISSUE DATE D’ÉMISSION
11. VERVALDATUM DATE OF EXPIRY DATE D’EXPIRATION
12. AFGEGEVEN DOOR ISSUED BY DÉLIVRÉ PAR
13. AANGEWEZEN DOOR AUTHORISED BY AUTORISÉ PAR
14. BEPERKINGEN/VERMELDINGEN RESTRICTIONS/MENTIONS RESTRICTIONS/MENTIONS
STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl

Bijlage 8.1. : Model rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 8.2, eerste lid

Bijlage 8.2. : Model verklaring, als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid

Bijlage 7.2. Erkende bewijzen van vaarbekwaamheid, onderscheidenlijk diploma’s en opleidingen, die geheel respectievelijk gedeeltelijk dispensatie geven van het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid om een schip te voeren als bedoeld in artikel 7.12

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

§ 7. Erkenning keuringsinstanties
Artikel 3.24

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • NEN-EN-ISO/IEC 17020 (2004): de met de desbetreffende aanduiding overeenkomende norm, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut te Delft;
Artikel 3.25
1.

De minister wijst als keuringsinstantie aan rechtspersonen, die:

  • a. naar zijn oordeel in staat zijn het onderzoek, waar dan ook in Nederland, te verrichten;
  • b. zijn ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
  • c. beschikken over een vestiging of vertegenwoordiging in Nederland; en
  • d. beschikken over een accreditatieverklaring, afgegeven door de Raad voor Accreditatie of een andere accreditatie-instelling die erkend is in een lidstaat van de Europese Unie, waaruit blijkt dat de werkzaamheden bedoeld in artikel 3.27, conform NEN-EN-ISO/IEC 17020 (2004) worden uitgevoerd.
2.

Rechtspersonen die nog niet aan het eerste lid, onderdeel d, voldoen, kunnen voorlopig worden aangewezen, indien zij de aanvraag voor accreditatie hebben ingediend bij de Raad voor Accreditatie en blijkens een verklaring van de Raad redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de desbetreffende rechtspersoon zal voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. Een voorlopige aanwijzing is ten hoogste een jaar geldig.

Artikel 3.26

Een keuringsinstantie wordt aangewezen voor het onderzoek van een of meer in de bijlage 3.11 opgenomen pakketten van scheepstypen.

Artikel 3.27

De aangewezen keuringsinstantie is belast met het volledige onderzoek, onverminderd haar bevoegdheid om met inachtneming van de voorwaarden voor accreditatie, onderdelen van het onderzoek uit te besteden aan derden.

Artikel 3.28

De aangewezen keuringsinstantie voert het onderzoek uit met inachtneming van de voorschriften ingevolge de Binnenvaartwet en, indien van toepassing, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, alsmede de beleidsregels, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet.

Artikel 3.29

De aangewezen keuringsinstantie meldt ernstige mankementen die aan een schip worden geconstateerd onverwijld aan de minister, indien de eigenaar niet bereid is deze onverwijld te herstellen.

Artikel 3.30
1.

De aangewezen keuringsinstantie neemt deel in de commissie, bedoeld in artikel 1.20.

2.

De keuringsinstantie verstrekt de minister onvoorwaardelijk en kosteloos informatie, benodigd voor het uitoefenen van toezicht. Deze omvat in ieder geval de door de accrediterende instelling opgestelde auditrapporten.

3.

De keuringsinstantie verleent de minister onvoorwaardelijk medewerking aan audits en steekproeven.

4.

De keuringsinstantie verstrekt de minister jaarlijks voor 1 maart een schriftelijke rapportage, overeenkomstig de daarvoor door de minister te stellen voorschriften of aanwijzingen, over de in het voorgaande kalenderjaar verrichtte onderzoeken.

Artikel 3.31
1.

De aangewezen keuringsinstantie stelt de minister tenminste dertien weken voor de voorgenomen datum van beëindiging van haar werkzaamheden van dit voornemen in kennis.

2.

De keuringsinstantie stelt de minister onverwijld in kennis van:

  • a. wijzigingen van het ter zake van de keuringsinstantie in het handelsregister ingeschrevene met betrekking tot haar naam en adresgegevens;
  • b. wijziging, voornemen tot schorsing, schorsing of beëindiging van haar accreditatie.
Artikel 3.32

De minister kan de aanwijzing van een keuringsinstantie intrekken, indien:

  • b. de betrokken keuringsinstantie in strijd handelt met deze regeling; of
  • c. de betrokken keuringsinstantie door handelen of nalaten te handelen naar het oordeel van de minister gevaar voor de veiligheid of het milieu veroorzaakt.

Hoofdstuk 4. Meetbrief

§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvraag van de meting en de voorwaarden waaronder de meting plaatsheeft
§ 2. Aanvraag van de meting en de voorwaarden waaronder de meting plaatsheeft
§ 4. Hermeting
§ 5. Meetbrief
§ 6. Ijkschalen, ijkplaten en ijkmerken

Hoofdstuk 5. Vaartijden en bemanningssterkte

§ 1. Inleidende bepalingen
§ 3. Bemanningssterkte
§ 4. Controlemiddelen
§ 5. Vrijstellingen

Hoofdstuk 6. Geneeskundig onderzoek

Hoofdstuk 7. Vaarbewijzen, radarpatenten en ICC’s

§ 1. Vaarbewijzen en vrijstellingen
§ 2. Erkenningen
§ 2. Erkenningen
§ 4. Examens
§ 5. Vervanging en afgifte van duplicaten van vaarbewijzen
§ 6. Gegevensverstrekking
§ 5. Vervanging en afgifte van duplicaten van vaarbewijzen

Hoofdstuk 8. Overige documenten

Hoofdstuk 9. Registratie en statistiek

Hoofdstuk 10. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 11. Bestuurlijke boete

§ 1. Overgangsbepalingen
§ 1. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 13. Slotbepalingen

Bijlage 1.1. : Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid

Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995

Bijlage 1.2. : Patentreglement Rijn als bedoeld in artikel 1.9

Vervallen

Bijlage 1.1. : Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid

Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995

Bijlage 1.1. : Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid

Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995

Artikel 3

De tachograaf wordt zodanig op het schip geïnstalleerd, dat alle met de tachograaf verband houdende bestanddelen deugdelijk tegen beschadiging zijn beschermd.

§ 1. Typegoedkeuring

Artikel 6

De Dienst Wegverkeer kan een erkenning als installateur of reparateur intrekken als aan de voorschriften in deze regeling of in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 niet wordt voldaan.

1. Minimumeisen aan en aanbevelingen voor de elektronische binnenvaartkaarten

Bijlage 1.2. : Patentreglement Rijn als bedoeld in artikel 1.9

Vervallen

Bijlage 1.3. : Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen (RVP) als bedoeld in artikel 1.13

Vervallen

Bijlage 1.4. Voorschriften met betrekking tot typegoedkeuring en installatie tachografen Rijnvaart als bedoeld in artikel 1.8

Bijlage 1.6. : Voorschriften omtrent de minimum eisen en de keuringsvoorwaarden voor radarinstallaties voor de Rijnvaart, als bedoeld in artikel 1.15, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1.7. : Voorschriften omtrent de minimum eisen en de keuringsvoorwaarden voor bochtaanwijzers voor de Rijnvaart, als bedoeld in artikel 1.16, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1.8. : Voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers voor de rijnvaart, als bedoeld in de artikelen 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid

Vervallen

Minimumeisen:

Het vrijboord bedraagt ten minste 0,40 m.

3. Minimumeisen aan en aanbevelingen voor de software waarmee elektronische binnenvaartkaarten gevisualiseerd kunnen worden

Aanbeveling:

Voor passagiersschepen wordt de totale massa P van het boeganker berekend volgens de formule:

Bijlage 3.1. Aanvullende voorschriften voor passagiersschepen op zone 2 als bedoeld in artikel 3.3

Artikel 1

Het vrijboord bedraagt ten minste 0,40 m.

Artikel 2

Aanbevelingen:

Bijlage 3.3. : Technische eisen voor rondvaartboten van het Amsterdams grachtentype als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel b

Onverminderd het in deze bijlage bepaalde, voldoen Amsterdamse dekschuiten aan ES-TRIN met uitzondering van de artikelen 8.08, 13.01, 13.02, 13.07, 13.08, eerste lid, en 14.02, tweede en vierde lid.

Onverminderd het in deze bijlage bepaalde, voldoen Amsterdamse dekschuiten aan ES-TRIN met uitzondering van de artikelen 8.08, 13.01, 13.02, 13.07, 13.08, eerste lid, en 14.02, tweede en vierde lid.

Indien passagiers plaats kunnen nemen in een open kuip of op een open dek, worden de vaste verschansingen of relingen ten minste 0,20 m binnen de buitenzijde van het schip, berghouten daarbij inbegrepen, geplaatst.

Artikel 13. Onderdelen van de CNG-installatie

Bijlage 3.4. : Technische eisen voor open rondvaartboten als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel c

Artikel 33. Vrij uitzicht vanuit de stuurstand

Open rondvaartboten zijn bij gebruik op de binnenwateren van zone 3 van een anker met ankertros van voldoende lengte voor het betrokken vaarwater voorzien. Het gewicht van dit anker bedraagt ten minste 25 kg.

Bijlage 3.5. Technische eisen voor skûtsjes als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel d

Aan boord is ten minste de volgende uitrusting in bruikbare staat aanwezig:

Op veerponten met een lengtewaterlijn van 35 m of meer, zijn luidsprekers aanwezig waarmee alle passagiers kunnen worden bereikt.

Bijlage 3.7. Technische eisen voor veerboten als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel f

Met de in deze bijlage vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

In een dwarsschot is het toegestaan een sprong of nis aan te brengen, mits alle delen van de sprong binnen de in artikel 2.2, vierde lid, bedoelde veilige zone zijn gelegen.

Met de in deze bijlage vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Artikel 4.1. Stabiliteit algemeen

De ladingtanks zijn gebouwd voor of aangepast aan opslag en levering van gasolie, dieselolie of benzine.

Bijlage 3.8. Technische eisen voor bunkerstations als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel g

Naast de in de richtlijn voorgeschreven uitrusting hebben veerboten de volgende uitrusting aan boord:

Het bunkerstation is voorzien van duidelijke borden met het toegangsverbod en het rookverbod. De borden zijn aan beide zijden van het bunkerstation zowel overdag als ’s nachts duidelijk zichtbaar. Zo nodig wordt aan boord aangegeven waar en onder welke omstandigheden een verbod niet van kracht is.

Artikel 32. Vuur en onbeschermd licht

Het bewijs van beproeving van brandblustoestellen, bedoeld in artikel 35, onderdeel f, wordt tevens aangebracht op de toestellen.

Gasolie, dieselolie of benzine wordt opgeslagen in de ladingtanks.

Artikel 45. Bunkercontrolelijst

In de ladingzone en in ruimten die niet behoren tot de woning, de winkel of een kantoor geldt een rookverbod en is gebruik van open vuur verboden.

Bijlage 3.9. : Technische eisen voor patrouillevaartuigen als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel h

In de ladingzone en in ruimten die niet behoren tot de woning, de winkel of een kantoor geldt een rookverbod en is gebruik van open vuur verboden.

In de ladingzone en in ruimten die niet behoren tot de woning, de winkel of een kantoor geldt een rookverbod en is gebruik van open vuur verboden.

In de ladingzone en in ruimten die niet behoren tot de woning, de winkel of een kantoor geldt een rookverbod en is gebruik van open vuur verboden.

Artikel 61. Reparatie- en onderhoudswerkzaamheden

Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen

P = C × B × T

B: de grootste breedte van het schip in m;

Bij open patrouillevaartuigen waarvan de voortstuwingsmotor in een open kuip staat opgesteld, behoeft het verblijf niet gasdicht van deze ruimte gescheiden te zijn. De motor is geheel omsloten door een brandvertragende omkasting.

Bijlage 3.10. Model van het certificaat van onderzoek voor bunkerstations als bedoeld in 3.9, zesde lid

Bijlage 3.10. Model van het certificaat van onderzoek voor bunkerstations als bedoeld in 3.9, zesde lid

Bijlage 5.2. : Minimumbemanning voor schepen voor dagtochten als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1. Toegestaan aantal passagiers: tot en met 75 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 – – 1 – – 1 – – 1 – – 2 – – 1 – – 2 – – 2 – – 2 – – 1 1 –
2. Toegestaan aantal passagiers: van 76 tot en met 250 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – – 1 1 – 1 – – – – 1 1 – – 1 1 – 2 – – – 1* 1 2 – – 1 1* 1
3. Toegestaan aantal passagiers: van 251 tot en met 600 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – 1 – – 1 1 – 1 – 2 – 1 – 1 – 1 – 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
4. Toegestaan aantal passagiers: van 601 tot en met 1000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 1 – 1 1* 1 1 1 – 1 1* 1 1 1 – – 2* 1 2 – – 2 – 1 2 – – 1 1 1 3 – – 2 – 1 3 – – 1 1 1
5. Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 2 of – – 3 – 1 2 – – 2 2 1 2 – – 2 1 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 3 – – 3 1* 1 3 – – 2 2* 1
6. Toegestaan aantal passagiers: meer dan 2000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 2 – – 3 1* 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 2 – – 4 – 1 2 – – 3 1 1 3 – – 4 1* 1 3 – – 3 2* 1
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen, die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

***De minimumbemanning:

a)

in groep 2, exploitatiewijze A 1, Standaard S2; en

b)

in de groepen 3 en 5, exploitatiewijze A1, Standaard S1

kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning worden met een periode van minimaal één maand onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool wordt aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven.

B: de grootste breedte van het schip in m;

Artikel 14

Bijlage 3.11. bedoeld in artikel 3.26

Pakket 1a. Tankschepen gevaarlijke stoffen onder klasse
Dit pakket is bij wet voorbehouden aan klassenbureaus
Pakket 1b. Tankschepen gevaarlijke stoffen geen klasse
Motortankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Tankduwbak
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Sleeptankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Bunkerboot
Bilgeboot
Schoonmaak-bewaarschip
Bunkerstation
Bunkerponton
Pakket 2. Vervoer van droge lading
Zeeschip (vervoer droge lading)
Motorvrachtschip
Vrachtduwbak
Ponton
Kopbak
Dekschuit
Zeeschipbak
Motortankschip (zonder vervoer ADN)
Sleepvrachtschip
Sleeptankschip (zonder vervoer ADN)
Amsterdamse dekschuit
Pakket 3. Overige schepen en passagiersschepen tot een lengte van 45m.
Sleepboot
Sleepboot met duwsteven
Sleep-Duwboot
Duwboot
Passagiersschepen
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Amsterdams grachtentype
Open rondvaartboot
Skûtsje
Veerpont
Auto
Fiets/voet
Patrouillevaartuig
Patrouillevaartuig
Oliebestrijdingsvaartuig
Brandblusboot
Reddingsboot
Pleziervaartuig
Snel schip (verplicht klasse na 2023) >40km/h
Drijvend werktuig
Werkvaartuig
Pompoverslagboot
Drijvend voorwerp
Pakket 4. Passagiersschepen vanaf 45 m
Passagiersschip
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Veerboten
Veerpont
Auto
Fiets/voet

Bijlage 3.12. Technische eisen voor kleine drijvende werktuigen als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel i

Bijlage 5.1. : Minimumbemanning van hechte samenstellen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S1 S2 S2
1. Afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 – – 1 – – 1 – – 1 – – 2 – – – – – 2 – – 1 1* – 2 – – 1 1* – 2 – – – 2* *** – 2 – – – 2* *** –
2. Afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of – 1 – – – 1 – – 1 1 – 1 – – 1 1 – * 2 – – – 1* – 2 – – 2 – – 2 – – 2 – – 2 – – 1 1 – 2 – – 1 1 –
3. Duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of 1 – 1 – – * 1 1 – – 2 – 1 1 – 1 – 2 – – 1 1* – 2 – – – 2* – 2 of 1 – 2 – – 2 1** – 1 – – 2 1 – 1 1 – 2 1 – 1 1 –
4. Duwboot + 2 duwbakken) motorschip + 1 duwbak) schipper stuurman volmatroos matroos **** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 1 – 1 1* – 1 1 – 1 1* – 1 1 – – 2* – 2 – – 2 1* – 2 – – 1 2* – 2 of 1 – 2 – 1 2 1** – 2 – – 2 of 1 – 1 1 1 2 1** – 1 1 –
5. Duwboot + 3 of 4 duwbakken) motorschip + 2 of 3 duwbakken) schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos Machinist of motordrijver 1 of 1 – 2 – 1 1 1 – 2 2 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 2 1* 1 2 – – 1 2* 1 2 of 1 – 2 1* 1 2 1** – 2 – 1 2 of 1 – 1 2 1 2 1** – 1 1 1
6. Duwboot + meer dan 4 duwbakken*) schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of matroos-motordrijver 1 of 1 – 3 – 1 * 1 1 – 2 2 1 1 1 1 1 1 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 2 of 1 – 3 1* 1 2 1** – 3 – 1 2 of 1 – 2 2* 1 2 1** – 2 1 1
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De stuurman bezit de bekwaamheid van schipper als bedoeld in artikel 2.9, tweede lid.

*** Een van de lichtmatrozen is ouder dan 18 jaar.

**** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

* De minimumbemanning:

a)

in de groep 2, exploitatiewijze A 1, Standaard S2; en

b)

in de groep 3, 5 en 6 exploitatiewijze A1, Standaard S1

kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning worden met een periode van minimaal één maand onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool wordt aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de lichtmatroos, bedoeld in noot ****.

*) In de groepen 4, 5 en 6 van deze tabel wordt als duwbak aangemerkt al datgene wat tijdens transport geduwd of langszij meegevoerd wordt.

Bovendien is de volgende gelijkwaardigheid van toepassing: 1 duwbak = meerdere duwbakken met een totale lengte tot en met 76,50 m en een totale breedte tot en met 15 m.

Bijlage 3.12. Technische eisen voor kleine drijvende werktuigen als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel i

Bijlage 3.11. bedoeld in artikel 3.26

Pakket 1a. Tankschepen gevaarlijke stoffen onder klasse
Dit pakket is bij wet voorbehouden aan klassenbureaus
Pakket 1b. Tankschepen gevaarlijke stoffen geen klasse
Motortankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Tankduwbak
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Sleeptankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Bunkerboot
Bilgeboot
Schoonmaak-bewaarschip
Bunkerstation
Bunkerponton
Pakket 2. Vervoer van droge lading
Zeeschip (vervoer droge lading)
Motorvrachtschip
Vrachtduwbak
Ponton
Kopbak
Dekschuit
Zeeschipbak
Motortankschip (zonder vervoer ADN)
Sleepvrachtschip
Sleeptankschip (zonder vervoer ADN)
Amsterdamse dekschuit
Pakket 3. Overige schepen en passagiersschepen tot een lengte van 45m.
Sleepboot
Sleepboot met duwsteven
Sleep-Duwboot
Duwboot
Passagiersschepen
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Amsterdams grachtentype
Open rondvaartboot
Skûtsje
Veerpont
Auto
Fiets/voet
Patrouillevaartuig
Patrouillevaartuig
Oliebestrijdingsvaartuig
Brandblusboot
Reddingsboot
Pleziervaartuig
Snel schip (verplicht klasse na 2023) >40km/h
Drijvend werktuig
Werkvaartuig
Pompoverslagboot
Drijvend voorwerp
Pakket 4. Passagiersschepen vanaf 45 m
Passagiersschip
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Veerboten
Veerpont
Auto
Fiets/voet

Bijlage 3.12. Technische eisen voor kleine drijvende werktuigen als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel i

Door passende voorzieningen wordt voorkomen dat machinekamers worden betreden wanneer de motor in bedrijf is.

De veiligheidsafstand van het drijvend werktuig bedraagt minimaal 150 mm.

Wanneer de geluidsdruk tijdens het normale bedrijf van het drijvend werktuig 70 dB(A) of meer kan bedragen, zijn passende persoonlijke beschermingsmiddelen tegen gehoorschade aanwezig.

Artikel 8

Artikel 1. Begripsbepalingen

Behoudens het bepaalde in artikel 8, tweede lid, wordt het inbeitelen van de ijk- en metingsmerken, dan wel het plaatsen van de ijkplaten door een bekwaam vakman onder toezicht en volgens aanwijzing van de minister gedaan.

Voor binnenschepen die niet bestemd zijn of gebruikt worden voor het vervoer van goederen en beschikken over een normale scheepsvorm, worden de metingen van de verlangde waterverplaatsingen als volgt aan boord, zo nodig met behulp van betrouwbare tekeningen, uitgevoerd:

U kunt hiervoor terecht bij een arts naar keuze. De kosten van het doktersbezoek zijn voor uw eigen rekening.

Het metingsmerk wordt ingebeiteld op het achterschip in de nabijheid van de roerkoning. In de regel is de achterwand van de roef hiertoe het meest geschikt. Het merk wordt aangebracht op een van buiten in het oog vallende plaats. Een aantekening omtrent de plaats van het merk op het achterschip wordt in de meetbrief vermeld.

(achterzijde)

Bijlage 5.5. Minimumbemanning voor veerboten1Indien zonder passagiers gevaren wordt, kan volstaan worden met een schipper, een stuurman, een 1e machinist en een 2e machinist. als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep naar toegestaan aantal passagiers Bemanningsleden Aantal bemanningsleden
1. max. 300 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist 2 deksman 1 1 1 1 1
2. max. 600 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist 2 deksman 1 1 1 1 2
3. max. 900 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist 2 deksman 1 1 1 1 3
4. max. 1200 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist 2 deksman 1 1 1 1 4
5. max. 1500 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist 2 deksman 1 1 1 1 5
6. max. 1750 passagiers schipper stuurman 1e machinist 2e machinist 2 deksman 1 1 1 1 6

2De 2e machinist kan vervallen indien er sprake is van een eenmansbediening met betrekking tot de voortstuwingsmiddelen en de stuurinrichting.

Artikel 2. Overleg met de medisch adviseur

1.1. Voor het groot vaarbewijs en beperkt groot vaarbewijs op alle binnenwateren

Bijlage 5.4. Minimumbemanning voor hotelschepen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1. Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist 1 – 1 – – 1** 1 – 1 – – 1** 1 – – – 2 1** 2 – – 1 – 1*** 2 – – – 1 1*** 3 – – 1 – 1*** 3 – – – 1 1***
2. Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of volmatroos 1 1 – 1 – 1 1 1 – 1 – 1 1 1 – – 1 1 2 – – 1 – 1 2 – – – 1 1 3 – – 1 – 1 3 – – – 1 1
3. Toegestaan aantal bedden: meer dan 100 schipper stuurman volmatroos matroos lichtmatroos machinist of volmatroos 1 of 1 – 2 – 1 1 1 – 1 2* 1 1 1 – 1 1 1 2 – – 3 – 1 2 – – 2 1 1 3 – – 3 – 1 3 – – 2 1 1
  • De minimumbemanning
a)

in groep 1, exploitatiewijze A1, Standaard S2 en

b)

in groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1, kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning moeten door een periode van minimaal een maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven.

** De machinist mag worden vervangen door een matroos.

*** De machinist mag worden vervangen door een volmatroos.

Hoofdstuk 1. Algemene keuringsaanwijzingen

Bijlage 5.8. Minimumbemanning snelle veerponten als bedoeld in artikel 5.6, zesde lid

De minimumbemanning van veerponten die een snelheid van meer dan 30 km per uur, maar niet meer dan 40 km per uur, kunnen bereiken bestaat uit:

Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden A1 A2 B
1. tot en met 75 personen Schipper Matroos 1 1 2 1 2 2
2. van 76 tot en met 250 personen Schipper volmatroos Lichtmatroos 1 1* – 2 1 1* 2 2 1*
3. van 251 tot en met 600 personen Schipper Volmatroos 1 2 2 2 3 2-
  • Op wateren van de zone 3 en 4 mag één volmatroos worden vervangen door een matroos.

** De lichtmatroos is ten minste 18 jaar oud.

Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen toegestane aantal passagiers Bemanningsleden A1 A1 A2 B
1. tot en met 75 personen Schipper Matroos 2 – 2 – 3 – 4 –
2. van 76 tot en met 250 personen Schipper Matroos Lichtmatroos 2 – – 2 – – 3 – 1** 4 – 1**
3. van 251 tot en met 600 personen Schipper Volmatroos 2 1 – 2 1 – 3 1 4 1

** De lichtmatroos is ten minste 18 jaar oud.

Indien bij de beoordeling van de geschiktheid twijfels rijzen, vindt daarover overleg plaats met de medisch adviseur scheepvaart. De verantwoordelijkheid voor de beslissing blijft echter bij de keurend arts.

Indien bij de beoordeling van de geschiktheid twijfels rijzen, vindt daarover overleg plaats met de medisch adviseur scheepvaart. De verantwoordelijkheid voor de beslissing blijft echter bij de keurend arts.

Artikel 8

medisch ongeschikt voor de binnenvaart is de persoon, die lijdt aan een ziekte, afwijking of verwonding:

Rekening wordt gehouden met het feit dat er aan boord vele werkzaamheden zijn waarbij langdurige concentratie is vereist:

medisch ongeschikt voor de binnenvaart is de persoon, die lijdt aan een ziekte, afwijking of verwonding:

Bijlage 6.4. Model eigen verklaring als bedoeld in artikel 6.9

Vervallen

Bijlage 7.1. Erkende vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.11 en met het groot pleziervaartbewijs gelijkgestelde vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.8, eerste lid

Bijlage 8.2. : Model verklaring, als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid

Bijlage 7.5. Model-ICC, als bedoeld in artikel 7.1

(85 mm x 54 mm – achtergrond blauw)

NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT NL INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT
Pasfoto 6 1.
2. 5.
3.
4. 8.
9.
Handtekening 7 10. 11.
12. 13.
14.
INTERNATIONAL CERTIFICATE FOR OPERATORS OF PLEASURE CRAFT (resolution 40 of the UN/ECE Working Party On Inland Water Transport) CERTIFICATE INTERNATIONAL DE CONDUCTEUR DE BATEAU DE PLA’SANCE (Résolution No. 40 de groupe de travail CEE-ONU des transports par voie navigable) CERTIFICATE INTERNATIONAL DE CONDUCTEUR DE BATEAU DE PLA’SANCE (Résolution No. 40 de groupe de travail CEE-ONU des transports par voie navigable)
--- --- ---
1. ACHTERNAAM SURNAME NOM
2. VOORNAMEN FIRST NAMES PRÉNOMS
3. GEBOORTEDATUM EN- PLAATS DATE AND PLACE OF BIRTH DATE ET LIEU DE NAISSANCE
4. NATIONALITEIT NATIONALITY NATIONALITÉ
5. BURGER SERVICE NUMMER CITIZEN SERVICE NUMBER NUMÉRO DE SERVICE CITOYEN
6. PASFOTO VAN DE HOUDER PHOTOGRAPH OF HOLDER PHOTO DE DÉTENTEUR
7. HANDTEKENING VAN DE HOUDER SIGNATURE OF HOLDER SIGNATURE DU TITULAIRE
8. VAARBEWIJSNUMMER CERTIFICATE NUMBER NUMÉRO DU CERTIFICAT
9. GELDIG VOOR VALID FOR VALABLE POUR
10. AFGIFTEDATUM DATE OF ISSUE DATE D’ÉMISSION
11. VERVALDATUM DATE OF EXPIRY DATE D’EXPIRATION
12. AFGEGEVEN DOOR ISSUED BY DÉLIVRÉ PAR
13. AANGEWEZEN DOOR AUTHORISED BY AUTORISÉ PAR
14. BEPERKINGEN/VERMELDINGEN RESTRICTIONS/MENTIONS RESTRICTIONS/MENTIONS
STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl STICHTING VAMEX + 31 (88) 4564567 WWW.VAMEX.NL info@vamex.nl

Bijlage 6.2

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Bijlage 1.2. : Patentreglement Rijn als bedoeld in artikel 1.9

Vervallen

Bijlage 1.1. Reglement onderzoek schepen op de Rijn

Reglement onderzoek schepen op de Rijn

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)