Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)

Type AMvB
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-07-14
State In force
Source BWB
artikelen 3321
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.149. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.147, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.150. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.148 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.151. (lucht: afvoeren emissies bij het doseren en mengen van goederen tot betonmortel)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden bij het doseren en mengen van goederen tot betonmortel emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.9. Vormgeven betonproducten

Artikel 4.152. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het maken van producten met betonmortel.

Artikel 4.153. (melding: lozing op een oppervlaktewaterlichaam)
1.

Het is verboden het afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.152, te lozen op een oppervlaktewaterlichaam zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Een melding bevat:

  • a. de locaties van de lozingspunten; en
  • b. het maximale lozingsdebiet in kubieke meters per uur.
3.

Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

4.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.154. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.152, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.155. (bodem: bodembeschermende voorziening bij het uitwassen van beton)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met betonmortel wordt beton uitgewassen boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.156. (bodem: bodembeschermende voorziening bij het aanbrengen van ontkistingsmiddel op bekisting en het opslaan van betonproducten in bekisting)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met ontkistingsmiddelen wordt ontkistingsmiddel op bekisting aangebracht boven een aaneengesloten bodemvoorziening, tenzij het aanbrengen plaatsvindt bij een bouwplaats.

2.

Betonproducten in bekisting, waaruit ontkistingsmiddelen kunnen lekken, worden opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening, tenzij het opslaan plaatsvindt bij een bouwplaats.

Artikel 4.157. (water: plantaardige of oplosmiddelvrije ontkistingsmiddelen)

Er worden alleen plantaardige of oplosmiddelvrije ontkistingsmiddelen gebruikt, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 4.158. (water: lozingsroutes)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.

Artikel 4.159. (water: emissiegrenswaarden lozing op een oppervlaktewaterlichaam)

Voor het afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l en voor chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l, gemeten in een steekmonster.

Artikel 4.160

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.161. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Op het analyseren van een monster is van toepassing:

  • a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; en
  • b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705.
Artikel 4.162. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.

§ 4.10. Grafische processen

Artikel 4.163. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van de volgende grafische processen:

  • a. heatsetrotatieoffset;
  • b. illustratiediepdruk;
  • c. rotatiediepdruk;
  • d. rotatiezeefdruk;
  • e. flexodruk;
  • f. zeefdruk;
  • g. vellenoffset;
  • h. het mengen van inkten, verdunningsmiddelen, reinigingsmiddelen en toevoegingsmiddelen;
  • i. het destilleren van oplosmiddelresten; en
  • j. het spoelen van verpakkingen van inkten, verdunningsmiddelen, reinigingsmiddelen en toevoegingsmiddelen.
Artikel 4.164. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.163, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.165. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.163, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.166. (geen gebruik chroom en bepaalde reinigingsmiddelen)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu worden:

  • a. geen hulpstoffen met chroom gebruikt; en
  • b. bij zeefdruk alleen reinigingsmiddelen met een vlampunt van hoger dan 55 °C gebruikt.
Artikel 4.167. (externe veiligheid: destillatie oplosmiddelresten)

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid worden oplosmiddelresten gedestilleerd in een brandcompartiment.

Artikel 4.168. (bodem: bodembeschermende voorziening)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met inkten, verdunningsmiddelen, reinigingsmiddelen en toevoegingsmiddelen worden grafische processen boven een aaneengesloten bodemvoorziening uitgevoerd.

Artikel 4.169. (water: werkinstructie en voorzieningen afvalwater)
1.

Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam en de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater:

  • a. is er een werkinstructie over het voorkomen van verontreiniging van afvalwater opgesteld; en
  • b. zijn voorzieningen aanwezig die zijn afgestemd op de werkzaamheden die worden verricht.
2.

In de werkinstructie is in ieder geval beschreven:

  • a. welke werkwijze wordt gevolgd bij het reinigen van de installaties voor grafische processen; en
  • b. welke werkwijze wordt gevolgd en welke maatregelen worden getroffen om het lozen van stoffen te beperken.
Artikel 4.170. (water: maatregelen bij zeefdrukken)
1.

Met het oog op het beperken van verontreiniging van het afvalwater geldt bij zeefdrukken:

  • a. dat bij het reinigen van zeefdrukramen inkt in stappen wordt verwijderd; en
  • b. dat het verwijderen van inkt en het strippen van het sjabloon procesmatig worden gescheiden.
2.

Aan het eerste lid, onder b, wordt in ieder geval voldaan als inkt aan de zeefdrukmachine wordt verwijderd en een automatische drukvormwasinstallatie of een drukvormspoelmeubel wordt gebruikt.

Artikel 4.171. (water: alleen naspoelwater lozen)

Met het oog op de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater wordt alleen het naspoelwater afkomstig van het polijsten, ontvetten of ontwikkelen van zeefdrukgaas of het strippen van een sjabloon geloosd.

Artikel 4.172. (water: lozingsroute naspoelwater)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen naspoelwater geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen naspoelwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.173. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.174. (lucht: emissie totaal stof bij het bedrukken met vellenoffset)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het bedrukken met vellenoffset is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als:

  • a. de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd; of
  • b. het gebruik van anti-smetpoeder niet meer is dan 500 kg/jaar.
Artikel 4.175. (lucht: meetmethoden bij het bedrukken met vellenoffset)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.176. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht bij het bedrukken met vellenoffset)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als een maatregel als bedoeld in artikel 4.174, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.177. (lucht: eenmalige meting bij het bedrukken met vellenoffset)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste 15 minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.175 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.178. (lucht en geur: afvoeren emissies bij alle grafische processen)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder worden emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.11. Aanbrengen van lagen op metalen

Artikel 4.179. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van anorganische deklagen, metaallagen of conversielagen op metalen.

Artikel 4.180. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.179, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.181. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.179, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.182. (geen gebruik perfluoroctaansulfonaten en kwik)

Met het oog op het beschermen van het milieu worden geen perfluoroctaansulfonaten en kwik gebruikt.

Artikel 4.183. (bodem: bodembeschermende voorziening bij het aanbrengen van anorganische deklagen)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met emaille worden anorganische deklagen op metalen aangebracht boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.184. (bodem: bodembeschermende voorziening bij het aanbrengen van conversielagen)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met chroomzuur en zwavelzuur worden conversielagen op metalen aangebracht boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

2.

Een dompelbad dat zich automatisch vult, heeft een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als het dompelbad vol is.

Artikel 4.185. (bodem: bodembeschermende voorziening bij het aanbrengen van metaallagen)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met zwavelzuur en chroom worden metaallagen op metalen aangebracht boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

2.

Een dompelbad dat zich automatisch vult, heeft een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als het dompelbad vol is.

Artikel 4.186. (bodem: bodembeschermende voorziening bij het thermisch aanbrengen)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden metaallagen thermisch op metalen aangebracht boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

2.

Een dompelbad dat zich automatisch vult, heeft een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als het dompelbad vol is.

Artikel 4.187. (water: werkinstructie en voorzieningen)
1.

Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam en de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater:

  • a. is er een werkinstructie over het voorkomen van verontreiniging van afvalwater opgesteld; en
  • b. zijn voorzieningen aanwezig die zijn afgestemd op de werkzaamheden die worden verricht.
2.

In de werkinstructie is in ieder geval beschreven welke werkwijze wordt gevolgd en welke maatregelen worden getroffen om het lozen van stoffen te beperken, waaronder de manier waarop de oversleep wordt beperkt.

Artikel 4.188. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het aanbrengen van lagen op metalen geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.189. (water: emissiegrenswaarden lozing in een vuilwaterriool)
1.

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.189, gemeten in een steekmonster of in een etmaalmonster.

2.

De som van de vrachten, bedoeld in tabel 4.189, is de som van de vrachten van de metalen chroom, koper, nikkel, lood, zink, tin en zilver in het afvalwater, gemeten na het aanbrengen van lagen op metalen, maar voordat het afvalwater een zuiveringsstap heeft doorlopen.

Stof Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een steekmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een steekmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een steekmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een etmaalmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een etmaalmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een etmaalmonster
Stof Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag
Stof Vanaf 200 80 – 200 Minder dan 80 Vanaf 200 80 – 200 Minder dan 80
Chroom 1,5 3,0 Som 45 0,5 1,0 Som 15
Chroom VI 0,3 0,3 Som 45 0,1 0,1 Som 15
Koper 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Lood 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Nikkel 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Zilver 0,3 3,0 Som 45 0,1 1,0 Som 15
Tin 6,0 9,0 Som 45 2,0 3,0 Som 15
Zink 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Vrij cyanide 0,6 3,0 – 0,2 1,0 –
Artikel 4.190. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

  • a. voor chroom VI: NEN-ISO 11083;
  • b. voor chroom, koper, lood, nikkel, tin, zilver en zink: NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965, waarbij elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en
  • c. voor vrij cyanide: NEN-EN-ISO 14403.
Artikel 4.191. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.192. (lucht: stofklassen)

Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP2, gA, gO, totaal stof, sO en sA.

Artikel 4.193. (lucht: aanbrengen van anorganische deklagen op metalen in gesloten ruimte)
1.

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht worden anorganische deklagen op metalen in een gesloten ruimte aangebracht.

2.

Bij het aanbrengen van anorganische deklagen op metalen wordt geschoopeerd in een gesloten ruimte waar onderdruk heerst en afzuiging is.

Artikel 4.194. (lucht: diffuse emissies bij het aanbrengen van metaallagen op metalen)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt bij het aanbrengen van metaallagen op metalen de lucht afgezogen.

Artikel 4.195. (lucht: emissies bij het aanbrengen van anorganische deklagen op metalen)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het aanbrengen van anorganische deklagen op metalen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.195, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.195, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Stofklasse Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
MVP1 0,05 0,075
Totaal stof 5 100
sA.1 0,05 0,125
sA.2 0,5 1,25
sA.3 0,5 5
Artikel 4.196. (lucht: emissies bij het aanbrengen van conversielagen op metalen)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het aanbrengen van conversielagen op metalen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.196, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.196, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt voor chroom VI-verbindingen, berekend als chroom, in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies door een geschikte gaswasser, een geschikt aerosolfilter of een geschikt mistfilter worden gevoerd.

4.

Aan het eerste lid wordt voor zwavelzuur in ieder geval voldaan als:

  • a. de temperatuur van de zwavelzuurbaden voor het zwavelzuuranodiseren minder is dan 60 °C; en
  • b. de afgezogen emissies door een geschikte gaswasser, een geschikt aerosolfilter of een geschikt mistfilter worden gevoerd.
Stof Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Chroom VI-verbindingen, berekend als chroom 0,1 0,075
Zwavelzuur 3 7,5
Artikel 4.197. (lucht: emissies bij het aanbrengen van metaallagen op metalen)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het aanbrengen van metaallagen op metalen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.197, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.197, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt voor chroom VI-verbindingen, cadmium en cadmiumverbindingen in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte gaswasser, een geschikt aerosolfilter of een geschikt mistfilter worden gevoerd.

Stoffen Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Chroom VI-verbindingen, berekend als chroom 0,1 0,075
Cadmium en cadmiumverbindingen, berekend als cadmium 0,05 0,125
Artikel 4.198. (lucht: emissies bij het thermisch aanbrengen van metaallagen op metalen)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het thermisch aanbrengen van metaallagen op metalen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.198, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.198, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt voor totaal stof en zinkchloride in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

4.

Aan het eerste lid wordt voor chloorverbindingen, berekend als waterstofchloride, anders dan zinkchloride, in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte gaswasser worden gevoerd.

Stof Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 5 100
Zinkchloride (rook) 5 5
Chloorverbindingen, berekend als waterstofchloride, anders dan zinkchloride 30 75
Artikel 4.199. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen en de stoffen, ingedeeld in de stofklassen, bedoeld in de tabellen 4.195, 4.196, 4.197 en 4.198, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting zijn van toepassing:

  • a. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • b. voor chroom VI-verbindingen, berekend als chroom: NEN-ISO 16740;
  • c. voor zwaveldioxide: NEN-EN 14791;
  • d. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619;
  • e. voor zware metalen: NEN-EN 14385;
  • f. voor zoutzuur: NEN-EN 1911;
  • g. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • h. voor dioxinen en furanen: NEN-EN 1948-1, 1948-2 en 1948-3;
  • i. voor kwik: NEN-EN 13211;
  • j. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • k. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.200. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabellen 4.195, 4.196, 4.197, en 4.198, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing bij het aanbrengen van anorganische deklagen als een maatregel als bedoeld in artikel 4.195, derde lid, wordt getroffen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing bij het aanbrengen van conversielagen op metalen als de maatregelen, bedoeld in artikel 4.196, derde en vierde lid, worden getroffen.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing bij het aanbrengen van metaallagen op metalen als een maatregel als bedoeld in artikel 4.197, derde lid, wordt getroffen.

5.

Het eerste lid is niet van toepassing bij het thermisch aanbrengen van metaallagen op metalen als de maatregelen, bedoeld in artikel 4.198, derde en vierde lid, worden getroffen.

Artikel 4.201. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.201.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.199 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Zwaveldioxide 20
Totaal stof 30
Debiet 20
Overig 40
Artikel 4.202. (lucht en geur: afvoeren emissies bij het aanbrengen van lagen op metalen)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder worden afgezogen emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.202a. (overgangsrecht: emissies)

Tot vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit is de emissiegrenswaarde in mg/Nm3 voor sA.3, bedoeld in artikel 4.195, niet van toepassing op het aanbrengen van anorganische deklagen op metalen, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit. Tot eerstgenoemde datum geldt in dat geval een emissiegrenswaarde van 5 mg/Nm3 bij een ondergrens van 5 kg/jaar.

§ 4.12. Smelten en gieten van metalen

Artikel 4.203. (toepassingsbereik)
1.

Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van het smeltproces of gietproces van metalen, dat bestaat uit:

  • a. het smelten en gieten van metalen;
  • b. het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch gebonden zand voor het gieten van metalen;
  • c. het maken van croningkernen en coldboxkernen voor het gieten van metalen;
  • d. het uitbreken en ontzanden van gietstukken;
  • e. de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen; en
  • f. het maken van een vorm met behulp van was, met inbegrip van het verwijderen van de was.
2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het minder dan 500 kg/jaar smelten en gieten van:

  • a. goud;
  • b. zilver;
  • c. platina; of
  • d. legeringen met ten minste 30% goud, zilver of platina.
Artikel 4.204. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.203, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.205. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.203, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.206. (bodem: bodembeschermende voorziening)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met aluminium, lood, zink, tin, koper, nikkel, oplosmiddelen en harsen gebeurt het smeltproces en gietproces boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.207. (lucht: stofklassen)

Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP2, gA, gO, totaal stof, sO en sA.

Artikel 4.208. (lucht: emissie totaal stof bij vormen en kernen van zand, koude regeneratie van zand en gietstukken)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch zand voor het gieten van metalen, bij de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen en bij het uitbreken en ontzanden van gietstukken is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

3.

Aan het eerste lid wordt bij het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch zand voor het gieten van metalen en bij de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

4.

Aan het eerste lid wordt bij het uitbreken en ontzanden van gietstukken in ieder geval voldaan als:

  • a. de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd; en
  • b. gietstukken worden uitgebroken en ontzand in een gesloten ruimte met gesloten deuren en ramen.
Artikel 4.209. (lucht: emissie dioxinen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen bij het smelten van metalen)

Met het oog op het voorkomen of het beperken van de emissie van dioxinen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht worden bij het smelten van metalen alleen de volgende metalen gesmolten:

  • a. metaal dat voldoet aan de technische standaarden voor reguliere toepassing van het metaal;
  • b. metaal waarvan de soort legering en de verhouding van metalen in de legering bekend is en kan worden aangetoond;
  • c. metaal dat zichtbaar vrij is van olie, olie-emulsies, smeermiddelen of vet, met uitzondering van hoeveelheden die geen druppelvorming tot gevolg hebben; en
  • d. metaal dat geen eigenschappen bezit van bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen, waarbij de eigenschappen van het metaal zelf of metalen in de legering zelf niet relevant zijn.
Artikel 4.210. (lucht: emissie lood en loodverbindingen bij het smelten van metalen)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het smelten van metalen is de emissiegrenswaarde van lood en loodverbindingen, berekend als lood, 0,5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van lood en loodverbindingen, berekend als lood, niet meer is dan 1,25 kg/jaar.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als:

  • a. bij het smelten van koper en koperlegeringen, aluminium en aluminiumlegeringen, zink en zinklegeringen en tin en tinlegeringen, de legering minder dan 2% lood bevat;
  • b. bij het smelten van koper en koperlegeringen, aluminium en aluminiumlegeringen, zink en zinklegeringen en tin en tinlegeringen, de legering minder dan 5% lood bevat en de smeltoven minder dan 200 uur per jaar in bedrijf is;
  • c. bij het smelten van koper en koperlegeringen, aluminium en aluminiumlegeringen, zink en zinklegeringen en tin en tinlegeringen, de legering minder dan 10% lood bevat en de smeltoven minder dan 100 uur per jaar in bedrijf is; of
  • d. de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.
Artikel 4.211. (lucht: emissies bij het maken van croningkernen en coldboxkernen voor het gieten van metalen)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het maken van croningkernen en coldboxkernen voor het gieten van metalen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.211, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.211, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte gaswasser worden gevoerd.

Stoffen of stofklasse Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 20 100
Aminen 5 50
Artikel 4.212. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen, bedoeld in de artikelen 4.208 en 4.210 en tabel 4.211, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor totaal stof: is NEN-EN 13284-1;
  • b. voor zware metalen: NEN-EN 14385;
  • c. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • d. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • e. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.213. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht bij vormen en kernen van zand, koude regeneratie van zand en gietstukken)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof, bedoeld in artikel 4.208, eerste lid, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als bij het maken en coaten van vormen en kernen in kleigebonden of chemisch gebonden zand voor het gieten van metalen de maatregel, bedoeld in artikel 4.208, derde lid, wordt getroffen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing als bij het uitbreken en ontzanden van gietstukken de maatregelen, bedoeld in artikel 4.208, vierde lid, worden getroffen.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing als bij de koude regeneratie van zand voor het gieten van metalen de maatregel, bedoeld in artikel 4.208, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.214. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht bij het smelten van metalen)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor lood en loodverbindingen, bedoeld in artikel 4.210, eerste lid, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.210, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.215. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht bij het maken van croningkernen en coldboxkernen voor het gieten van metalen)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.211, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.211, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.216. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.216.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.212 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Debiet 20
Overig 40
Artikel 4.217. (lucht en geur: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder worden afgezogen emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.13. Stralen van metalen

Artikel 4.218. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het stralen van metalen.

Artikel 4.219. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.218, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.220. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.218, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.221. (bodem: bodembeschermende voorziening bij vloeibare straalmiddelen)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met straalmiddelen en gebruikt straalwater worden metalen gestraald boven een vloeistofdichte bodemvoorziening als vloeibare straalmiddelen worden gebruikt.

2.

Bij een gesloten proces worden metalen gestraald boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.222. (bodem: bodembeschermende voorziening bij vaste straalmiddelen)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met vaste straalmiddelen, verfdeeltjes of metaaldeeltjes worden metalen gestraald boven een aaneengesloten bodemvoorziening als vaste straalmiddelen worden gebruikt.

Artikel 4.223. (water: niet lozen)

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van een vloeistofdichte bodemvoorziening niet geloosd.

Artikel 4.224. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van stralen van metalen geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.225. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.226. (lucht: stofklassen)

Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP2, gA, gO, totaal stof, sO en sA.

Artikel 4.227. (lucht en geluid: gesloten ruimte)

Met het oog op het beperken van diffuse emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidhinder worden metalen in een gesloten ruimte gestraald.

Artikel 4.228. (lucht: emissies)
1.

Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.228, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.228, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider of een geschikt elektrostatisch filter worden gevoerd.

Stofklasse Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 5 100
MVP1 0,05 0,075
sA.1 0,05 0,125
sA.2 0,5 1,25
sA.3 0,5 5
Artikel 4.229. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen en de stoffen, ingedeeld in de stofklassen, bedoeld in tabel 4.228, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619;
  • b. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • c. voor chroom VI-verbindingen: NEN-ISO 16740;
  • d. voor zware metalen: NEN-EN 14385;
  • e. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • f. voor dioxinen en furanen: NEN-EN 1948-1, NEN-EN 1948-2 en NEN-EN 1948-3;
  • g. voor kwik: NEN-EN 13211;
  • h. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • i. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.230. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.228, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als een maatregel als bedoeld in artikel 4.228, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.231. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste 15 minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.231.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.229 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Overig 40
Artikel 4.232. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden de emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.232a. (overgangsrecht: emissies)

Tot vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit is de emissiegrenswaarde in mg/Nm3 voor sA.3, bedoeld in artikel 4.228, niet van toepassing op het stralen van metalen, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit. Tot eerstgenoemde datum geldt in dat geval een emissiegrenswaarde van 5 mg/Nm3 bij een ondergrens van 5 kg/jaar.

§ 4.14. Schoonbranden van metalen

Artikel 4.233. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het schoonbranden van metalen.

Artikel 4.234. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.233, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.235. (niet lozen na schoonbranden van metalen)

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van het nabehandelen van de emissie die vrijkomt bij het schoonbranden van metalen in een gaswasser niet geloosd.

Artikel 4.236. (lucht: stofklassen)

Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP2, gA, gO, totaal stof, sO en sA.

Artikel 4.237. (lucht: niet schoonbranden bij halogeenverbindingen)

Met het oog op het voorkomen van emissies in de lucht worden lood, geïsoleerde kabels, oliegekoelde transformatoren en metaaloppervlakken die zijn verontreinigd met halogeenverbindingen niet schoongebrand.

Artikel 4.238. (lucht: verwijderen andere materialen)

Met het oog op het voorkomen van emissies in de lucht worden metalen voorafgaand aan het schoonbranden vrijgemaakt van materialen die op andere wijze dan door schoonbranden kunnen worden verwijderd.

Artikel 4.239. (lucht: emissies)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het schoonbranden van metalen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.239, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.239, niet overschrijdt.

Stofklasse Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 25 100
gA.3 20 75
gO.2 50 250
Artikel 4.240. (lucht: maatregel elektrische oven)

Aan artikel 4.239, eerste lid, wordt in ieder geval voldaan als een elektrische oven wordt gebruikt en de hieruit afgezogen dampen via condensatie of absorptie worden behandeld en teruggeleid naar de oven zonder dat een emissie in de lucht optreedt.

Artikel 4.241. (lucht: maatregel kleine gasgestookte oven)

Aan artikel 4.239, eerste lid, wordt in ieder geval voldaan als een gasgestookte oven wordt gebruikt met een capaciteit voor het reinigen van producten van minder dan 5 ton, en:

  • a. de rookgassen uit de gasgestookte oven worden geleid door een geschikte naverbrander, die zo is ingeregeld dat:
  • 1°. de temperatuur tot het einde van de cyclus ten minste 850 °C is;
  • 2°. de naverbrander op temperatuur is voordat het schoonbranden begint;
  • 3°. de verblijftijd van de rookgassen ten minste twee seconden is; en
  • 4°. de emissieconcentratie van koolmonoxide lager is dan 100 mg/Nm3;
  • b. de rookgassen alleen via de naverbrander uit de gasgestookte oven kunnen worden afgevoerd; en
  • c. het temperatuurverloop van de gasgestookte oven en de naverbrander continu wordt geregistreerd.
Artikel 4.242. (lucht: maatregel grote gasgestookte oven)

Aan artikel 4.239, eerste lid, wordt in ieder geval voldaan als een gasgestookte oven wordt gebruikt met een capaciteit voor het reinigen van producten van ten minste 5 ton en:

  • a. de rookgassen uit de gasgestookte oven worden geleid door een geschikte naverbrander, die zo is ingeregeld dat:
  • 1°. tot het einde van de cyclus de temperatuur ten minste 850 °C is;
  • 2°. de naverbrander op temperatuur is voordat het schoonbranden begint;
  • 3°. de verblijftijd van de rookgassen ten minste twee seconden is; en
  • 4°. de emissieconcentratie van koolmonoxide lager is dan 100 mg/Nm3;
  • b. de rookgassen alleen via de naverbrander uit de gasgestookte oven kunnen worden afgevoerd;
  • c. het zuurstofpercentage in de rookgassen na de naverbrander ten minste 6% is;
  • d. via beveiligingen is geborgd dat het schoonbranden niet kan starten als de naverbrander niet werkt en dat de naverbrander niet kan worden uitgeschakeld als de oven in bedrijf is;
  • e. de maximale belading van de gasgestookte oven is vastgesteld en niet kan worden overschreden;
  • f. de nabrandtijd van de naverbrander vast staat ingesteld op de waarde die in een controlemeting bij de maximale belading is vastgesteld en voldoende is om bij maximale belading alle dampen te verbranden;
  • g. het temperatuurverloop van de gasgestookte oven en de naverbrander continu wordt geregistreerd; en
  • h. het zuurstofgehalte en het koolmonoxidegehalte van de rookgassen continu worden gemeten en geregistreerd.
Artikel 4.243. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen, ingedeeld in de stofklassen, bedoeld in tabel 4.239, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619;
  • b. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • c. voor zware metalen: NEN-EN 14385;
  • d. voor zoutzuur: NEN-EN 1911;
  • e. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • f. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • g. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.244. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.239, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als een maatregel als bedoeld in artikel 4.240, 4.241 of 4.242 wordt getroffen.

Artikel 4.245. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.245.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.243 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Overig 40

§ 4.15. Etsen en beitsen van metalen

Artikel 4.246. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het etsen en beitsen van metalen.

Artikel 4.247. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.246, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.248. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.246, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.249. (geen gebruik perfluoroctaansulfonaten)

Met het oog op het beschermen van het milieu worden geen perfluoroctaansulfonaten gebruikt.

Artikel 4.250. (bodem: bodembeschermende voorziening)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden metalen geëtst en gebeitst boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

2.

Een dompelbad dat zich automatisch vult, heeft een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als het dompelbad vol is.

Artikel 4.251. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van etsen en beitsen van metalen geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.252. (water: emissiegrenswaarden lozing in een vuilwaterriool)
1.

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.252, gemeten in een steekmonster of in een etmaalmonster.

2.

De som van de vrachten, bedoeld in tabel 4.252, is de som van de vrachten van de metalen chroom, koper, nikkel, lood, zink, tin en zilver in het afvalwater, gemeten na het etsen of beitsen van metalen, maar voordat het afvalwater een zuiveringsstap heeft doorlopen.

Stof Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een steekmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een steekmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een steekmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een etmaalmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een etmaalmonster Emissiegrenswaarde in mg/l, gemeten in een etmaalmonster
Stof Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag Som van de vrachten, g/dag
Stof Vanaf 200 80 – 200 Minder dan 80 Vanaf 200 80 – 200 Minder dan 80
Chroom 1,5 3,0 Som 45 0,5 1,0 Som 15
Chroom VI 0,3 0,3 Som 45 0,1 0,1 Som 15
Koper 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Lood 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Nikkel 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Zilver 0,3 3,0 Som 45 0,1 1,0 Som 15
Tin 6,0 9,0 Som 45 2,0 3,0 Som 15
Zink 1,5 6,0 Som 45 0,5 2,0 Som 15
Vrij cyanide 0,6 3,0 – 0,2 1,0 –
Artikel 4.253. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

  • a. voor chroom, koper, lood, nikkel, tin, zilver en zink: NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2;
  • b. voor chroom VI: NEN-ISO 11083; en
  • c. voor vrij cyanide: NEN-EN-ISO 14403.
Artikel 4.254. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.255

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.256. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.257. (lucht: emissies)
1.

Voor de emissie in de lucht, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.257, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.257, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als:

  • a. de totale oppervlakte van de aanwezige etsbaden en beitsbaden met eenzelfde werkzame badvloeistof minder is dan 3 m2, de temperatuur van de baden niet hoger is dan 50 °C en er geen agitatie van de vloeistof in de baden is; of
  • b. de emissies die vrijkomen bij het etsen en beitsen van metalen door een geschikte gaswasser, een geschikt aerosolfilter of een geschikt mistfilter worden gevoerd.
Stofklasse Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Waterstoffluoride 3 7,5
Zwavelzuur 3 7,5
Zoutzuur 10 75
Salpeterzuur 30 75
Azijnzuur 50 250
Artikel 4.258. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen, bedoeld in tabel 4.257, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor zwaveldioxide: NEN-EN 14791;
  • b. voor zoutzuur: NEN-EN 1911;
  • c. voor waterstoffluoride: NEN-ISO 15713;
  • d. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • e. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • f. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.259. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.257, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als een maatregel als bedoeld in artikel 4.257, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.260. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.260.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.258 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Debiet 20
Overig 40
Artikel 4.261. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden de afgezogen emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.16. Lassen van metalen

Artikel 4.262. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het lassen van metalen.

Artikel 4.263. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.262, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.264. (lucht: klassenindeling bij het lassen van metalen)
1.

In deze paragraaf wordt onder klasse III verstaan:

  • a. lassen met beklede elektroden van alle materialen met uitzondering van roestvast staal, berylliumlegeringen en vanadiumlegeringen en met uitzondering van geverfde materialen;
  • b. MAG-lassen met gevulde draad van alle materialen met uitzondering van roestvast staal en geverfde materialen; en
  • c. MIG/MAG-lassen met massieve draad van alle materialen met uitzondering van koperlegeringen, berylliumlegeringen en vanadiumlegeringen en met uitzondering van geverfde materialen.
2.

In deze paragraaf wordt onder klasse IV verstaan: het lassen van geverfde materialen, met uitzondering van loodmenie, met behulp van een van de volgende technieken:

  • a. TIG-lassen, met uitzondering van het lassen van aluminium, plasmalassen, druklassen, autogeenlassen, en onder poeder lassen; en
  • b. het lassen met beklede elektroden, MAG-lassen met gevulde draad en MIG/MAG-lassen met massieve draad.
3.

In deze paragraaf wordt onder klasse V, VI en VII verstaan:

  • a. het lassen met beklede elektroden, van de materialen: roestvast staal, vanadiumlegeringen en berylliumlegeringen;
  • b. MAG-lassen met gevulde draad van het materiaal: roestvast staal;
  • c. het lassen met gelegeerde elektrode of met gelegeerde gevulde draad;
  • d. MIG-lassen met gevulde draad of massieve draad van de materialen: koperlegeringen, berylliumlegeringen en vanadiumlegeringen;
  • e. het lassen met gevulde draad van de materialen: ongelegeerd en gelegeerd staal; en
  • f. het lassen van het materiaal: geverfd staal met loodmenie.
Artikel 4.265. (lucht en geluid: gesloten ruimte)

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidhinder worden metalen in een gesloten ruimte gelast.

Artikel 4.266. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.267. (lucht: emissies)
1.

Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.267, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.267, niet overschrijdt.

Stof of stofklasse Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 5 100
Chroom VI-verbindingen, berekend als chroom 0,1 0,075
Beryllium en berylliumverbindingen, berekend als beryllium 0,05 0,075
Lood en loodverbindingen, berekend als lood 0,5 1,25
Artikel 4.268. (lucht: maatregelen totaal stof)

Aan artikel 4.267, eerste lid, wordt voor totaal stof in ieder geval voldaan als:

  • a. per jaar niet meer dan:
  • 1°. 6.500 kg lastoevoegmateriaal en laselektroden wordt gebruikt bij laswerkzaamheden van klasse III; en
  • 2°. 200 kg lastoevoegmateriaal en laselektroden wordt gebruikt bij laswerkzaamheden van klasse V, VI en VII, waarbij roestvast staal wordt gelast met beklede elektroden of met MAG gevulde draad, of andere materialen worden gelast met gelegeerde elektrode of met gelegeerde gevulde draad; of
  • b. bij laswerkzaamheden van klasse III tot en met VII:
  • 1°. de afgezogen lucht wordt gerecirculeerd; of
  • 2°. de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider of een geschikt elektrostatisch filter worden gevoerd.
Artikel 4.269. (lucht: maatregelen chroom VI-verbindingen, beryllium en berylliumverbindingen)

Aan artikel 4.267, eerste lid, wordt voor chroom VI-verbindingen, berekend als chroom, en beryllium en berylliumverbindingen, berekend als beryllium, in ieder geval voldaan als:

  • a. de afgezogen lucht afkomstig van laswerkzaamheden van klasse III tot en met VII wordt gerecirculeerd;
  • b. bij laswerkzaamheden van klasse V, VI en VII waarbij roestvast staal wordt gelast met beklede elektroden of met MAG gevulde draad, of als andere materialen gelast worden met gelegeerde elektrode of met gelegeerde gevulde draad, per jaar niet meer dan 200 kg lastoevoegmateriaal en laselektroden wordt gebruikt; of
  • c. de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider of een geschikt elektrostatisch filter worden gevoerd.
Artikel 4.270. (lucht: maatregelen lood en loodverbindingen)

Aan artikel 4.267, eerste lid, wordt voor lood en loodverbindingen, berekend als lood, in ieder geval voldaan als:

  • a. de afgezogen lucht afkomstig van laswerkzaamheden van klasse III tot en met VII wordt gerecirculeerd; of
  • b. de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd bij laswerkzaamheden van klasse V, VI en VII waarbij met loodmenie geverfd staal wordt gelast.
Artikel 4.271. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen en de stoffen ingedeeld in de stofklassen, bedoeld in tabel 4.267, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • b. voor chroom VI-verbindingen: NEN-ISO 16740;
  • c. voor zware metalen: NEN-EN 14385;
  • d. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • e. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.272. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)