Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)

Type AMvB
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-07-14
State In force
Source BWB
artikelen 3321
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.267, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als:

  • a. voor totaal stof de maatregelen, bedoeld in artikel 4.268, worden getroffen;
  • b. voor chroom VI-verbindingen, berekend als chroom, en beryllium en berylliumverbindingen, berekend als beryllium, de maatregelen, bedoeld in artikel 4.269, worden getroffen; en
  • c. voor lood en loodverbindingen, berekend als lood, de maatregelen, bedoeld in artikel 4.270, worden getroffen.
Artikel 4.273. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.273.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.271 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Overig 40
Artikel 4.274. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.17. Solderen van metalen

Artikel 4.275. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het solderen van metalen.

Artikel 4.276. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.275, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.277. (stofklassen)

Bijlage III bevat de onderverdeling van stoffen in de stofklassen ERS, MVP1, MVP2, gA, gO, totaal stof, sO en sA.

Artikel 4.278. (lucht: gesloten ruimte)

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden metalen in een gesloten ruimte gesoldeerd.

Artikel 4.279. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.280. (lucht: emissies)
1.

Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.280, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.280, niet overschrijdt.

Stof of stofklasse Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 5 100
Cadmium en cadmiumverbindingen, berekend als cadmium 0,05 0,075
Zwaveldioxide 50 1.000
Stikstofoxide 200 1.000
Waterstofchloride 3 7,5
Waterstoffluoride 3 7,5
Ammoniak 30 75
gA.1 0,5 1,25
gA.2 3 7,5
gA.3 30 75
gO.1 20 50
gO.2 50 250
Artikel 4.281. (lucht: maatregelen totaal stof)

Aan artikel 4.280, eerste lid, wordt voor totaal stof in ieder geval voldaan als:

  • a. bij zachtsolderen per jaar ten hoogste 250 ton soldeermiddel wordt gebruikt; of
  • b. de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.
Artikel 4.282. (lucht: maatregel cadmium en cadmiumverbindingen)

Aan artikel 4.280, eerste lid, wordt voor cadmium en cadmiumverbindingen, berekend als cadmium, in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies afkomstig van hardsolderen met cadmiumhoudend soldeermiddel door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Artikel 4.283. (lucht: maatregelen stoffen en stofklassen)

Aan artikel 4.280, eerste lid, wordt voor zwaveldioxide, stikstofoxide, waterstofchloride, waterstoffluoride, ammoniak en de stofklassen gA en gO bij het solderen met vloeimiddelen die leiden tot gasvormige emissies in de lucht in ieder geval voldaan als:

  • a. per jaar ten hoogste 100 kg vloeimiddelen wordt gebruikt;
  • b. de afgezogen emissies bij het solderen met vloeimiddelen die vluchtige organische stoffen bevatten door een geschikt adsorptiefilter worden gevoerd; en
  • c. de afgezogen emissies bij het solderen met zure vloeimiddelen door een geschikte gaswasser, een geschikt aerosolfilter of een geschikt mistfilter worden gevoerd.
Artikel 4.284. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen en de stoffen ingedeeld in de stofklassen, bedoeld in tabel 4.280, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor zwaveldioxide: NEN-EN 14791;
  • b. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619;
  • c. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • d. voor zware metalen: NEN-EN 14385;
  • e. voor zoutzuur: NEN-EN 1911;
  • f. voor waterstoffluoride: NEN-ISO 15713;
  • g. voor ammoniak: NEN 2826;
  • h. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • i. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • j. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.285. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.280, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als:

  • a. voor totaal stof de maatregelen, bedoeld in artikel 4.281, worden getroffen;
  • b. voor cadmium en cadmiumverbindingen, berekend als cadmium, de maatregel, bedoeld in artikel 4.282, wordt getroffen; en
  • c. voor gA en gO de maatregelen, bedoeld in artikel 4.283, worden getroffen.
Artikel 4.286. (lucht: eenmalige meting)
1.

De eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.286.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.284 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stofklasse Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Overig 40
Artikel 4.287. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.287a. (overgangsrecht: emissies)

Tot vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit is de emissiegrenswaarde in mg/Nm3 voor stofklasse gO.2, bedoeld in artikel 4.280, niet van toepassing op emissie door het solderen van metalen van stoffen die tot de inwerkingtreding van dit besluit onder stofklasse gO.3 vielen, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit. Tot eerstgenoemde datum geldt in dat geval voor deze stofklassen een emissiegrenswaarde van 100 mg/Nm3 bij een ondergrens van 250 kg/jaar.

§ 4.18. Mechanisch en thermisch bewerken van metalen

Artikel 4.288. (toepassingsbereik)
1.

Deze paragraaf is van toepassing op het spaanloos bewerken, verspanend bewerken, thermisch bewerken en mechanisch afwerken van metalen.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het smelten en gieten van metalen, bedoeld in paragraaf 4.12.

Artikel 4.289. (melding)
1.

Het is verboden een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 4.288 te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.290. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 4.288 wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.291. (bodem: bodembeschermende voorziening)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met olie, smeermiddel en koelvloeistof wordt metaal spaanloos of verspanend bewerkt, thermisch bewerkt, of afgewerkt boven een aaneengesloten bodemvoorziening, als daarbij olie, smeermiddel of koelvloeistof wordt gebruikt.

2.

Het scheiden van afvalstoffen door ze te laten uitlekken, bedoeld in artikel 4.303a, vindt plaats boven een lekbak.

Artikel 4.292. (water: droog reinigen en opnieuw gebruiken)

Met het oog op het beperken van de hoeveelheid afvalwater wordt bij het mechanisch bewerken van metalen:

  • a. droog gereinigd, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is; en
  • b. water dat als koelmiddel, spoelmiddel of smeermiddel wordt toegepast, zo veel mogelijk opnieuw gebruikt.
Artikel 4.293. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van mechanisch bewerken van metalen geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.294. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

  • a. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of
  • b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.
Artikel 4.295. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.

Artikel 4.296. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.297. (lucht en geluid: gesloten ruimte)

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidhinder worden metalen in een gesloten ruimte mechanisch of thermisch bewerkt.

Artikel 4.298. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.299. (lucht: emissies)
1.

Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.299, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.299, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt voor totaal stof in ieder geval voldaan als de emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

4.

Aan het eerste lid wordt voor chroom VI-verbindingen, berekend als chroom, in ieder geval voldaan als de emissies afkomstig van droogverspanende bewerkingen, mechanische eindafwerking van roestvast staal en thermische bewerkingen door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

5.

Aan het eerste lid wordt voor koper en koperverbindingen, berekend als koper, in ieder geval voldaan als de emissies afkomstig van het snijden van koper door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Stof Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 5 100
Chroom VI-verbindingen, berekend als chroom 0,1 0,075
Koper en koperverbindingen, met uitzondering van koperrook, berekend als koper 5 5
Koperrook, berekend als koper 0,5 1,25
Artikel 4.300. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen, bedoeld in tabel 4.299, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • b. voor chroom VI-verbindingen, berekend als chroom: NEN-ISO 16740;
  • c. voor zware metalen: NEN-EN 14385;
  • d. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • e. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.301. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.299, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als:

  • b. voor chroom VI-verbindingen, berekend als chroom, de maatregel, bedoeld in artikel 4.299, vierde lid, wordt getroffen; en
  • c. voor koper en koperverbindingen, berekend als koper, de maatregel, bedoeld in artikel 4.299, vijfde lid, wordt getroffen.
Artikel 4.302. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.302.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.300 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Overig 40
Artikel 4.303. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.303a. (afval: scheiden afvalstoffen)

Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden afvalstoffen van verspanende metaalbewerking waarbij olie, smeermiddel of koelvloeistof is gebruikt gescheiden in een metaalfractie en een vloeistoffractie door ze te centrifugeren of 48 uur te laten uitlekken.

§ 4.19. Mechanisch bewerken van steen

Artikel 4.304. (toepassingsbereik)
1.

Deze paragraaf is van toepassing op het mechanisch bewerken van steen.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het mobiel breken van bouwafval en sloopafval, bedoeld in afdeling 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 4.305. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.304, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Een melding bevat een opsomming van de steensoorten die worden bewerkt.

3.

Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

4.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.306. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.304, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.307. (bodem: bodembeschermende voorziening)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met olie en koelvloeistof wordt steen mechanisch bewerkt boven een aaneengesloten bodemvoorziening als een apparaat met een oliecircuit of koelvloeistofcircuit wordt gebruikt.

Artikel 4.308. (water: droog reinigen en opnieuw gebruiken)

Met het oog op het beperken van de hoeveelheid afvalwater wordt:

  • a. droog gereinigd, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is; en
  • b. het water dat als koelmiddel, spoelmiddel of smeermiddel of tegen stuiven wordt gebruikt, opnieuw gebruikt.
Artikel 4.309. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het mechanisch bewerken van steen anders dan natuursteen of beton geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.310. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)
1.

Het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, wordt door een bezinkvoorziening geleid.

2.

Voor dat afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.

Artikel 4.311. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Op het analyseren van een monster is voor onopgeloste stoffen NEN-EN 872 van toepassing.

Artikel 4.312. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.313. (lucht en geluid: gesloten ruimte)
1.

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidhinder wordt steen in een gesloten ruimte mechanisch bewerkt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als:

  • a. het stralen van steen plaatsvindt met gereedschap dat is uitgerust met een geïntegreerde stofafzuiginstallatie; of
  • b. het breken van puin plaatsvindt met een puinbreker met doelmatige stofbestrijdingstechnieken.
3.

Als doelmatige stofbestrijdingstechnieken in het tweede lid, onder b, worden aangemerkt:

  • a. effectieve natte werkmethoden waarbij de waterstraal of het watergordijn zo is gedimensioneerd dat geen visueel waarneembare stofverspreiding optreedt op een afstand van 2 m van de stofbron; of
  • b. effectieve mechanische stofafzuiging waarbij de emissies door een geschikte filterende afscheider worden geleid zodat geen visueel waarneembare stofverspreiding optreedt bij de uitgang van de filterinstallatie.
Artikel 4.314. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt bij het bewerken van steen in een gesloten ruimte de lucht afgezogen.

Artikel 4.315. (lucht: emissie totaal stof)
1.

Voor de emissie in de lucht bij het bewerken van steen als bedoeld in artikel 4.313, eerste en tweede lid, onder a, en derde lid, onder b, is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Artikel 4.316. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.317. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.315, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.318. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.316 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.319. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.20. Mechanisch bewerken van diverse materialen

Artikel 4.320. (toepassingsbereik)
1.

Deze paragraaf is van toepassing op het mechanisch bewerken van rubber, kunststof, papier, karton, textiel, bont, leer, kurk, hout of houtachtig materiaal.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het verkleinen van houtachtige resten van planten met een mobiel werktuig in de directe nabijheid van de locatie waar de te verkleinen resten zijn vrijgekomen.

Artikel 4.321. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.320, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.322. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.320, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.323. (water: droog reinigen en opnieuw gebruiken)

Met het oog op het beperken van de hoeveelheid afvalwater bij het mechanisch bewerken van de materialen, bedoeld in artikel 4.320, wordt:

  • a. droog gereinigd, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is; en
  • b. water dat als koelmiddel, spoelmiddel of smeermiddel wordt gebruikt, opnieuw gebruikt.
Artikel 4.324. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van mechanisch bewerken van de materialen, bedoeld in artikel 4.320, geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.325. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

  • a. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of
  • b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.
Artikel 4.326. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.

Artikel 4.327. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.328. (bodem: bodembeschermende voorziening)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met olie en koelvloeistof worden de materialen, bedoeld in artikel 4.320, mechanisch bewerkt boven een aaneengesloten bodemvoorziening als een apparaat met een oliecircuit of koelvloeistofcircuit wordt gebruikt.

Artikel 4.329. (lucht en geluid: gesloten ruimte)

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of beperken van geluidhinder worden de materialen, bedoeld in artikel 4.320, in een gesloten ruimte mechanisch bewerkt.

Artikel 4.330. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.331. (lucht: emissie totaal stof)
1.

Voor de emissie in de lucht is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Artikel 4.332. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.333. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden voor totaal stof wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.331, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.334. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.332 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.335. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.21. Reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen

Artikel 4.336. (toepassingsbereik)
1.

Deze paragraaf is van toepassing op:

  • a. het lijmen en coaten van rubber, kunststof, metalen, keramisch materiaal, steen, papier, karton, gips, kurk, hout of houtachtig materiaal, bont, leer, textiel, planten of delen van planten; en
  • b. het reinigen van rubber, kunststof, metalen, keramisch materiaal, steen, papier, karton, gips, hout of houtachtig materiaal als dit plaatsvindt in combinatie met het lijmen of coaten of een andere manier van bewerken van het materiaal.
2.

Onder het lijmen en coaten van textiel wordt ook het veredelen van textiel verstaan.

3.

Onder het reinigen van steen wordt ook het chemisch behandelen van steen verstaan.

4.

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

Artikel 4.337. (melding)
1.

Het is verboden een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 4.336 te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.338. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 4.336 wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.339. (geen gebruik perfluoroctaansulfonaten)

Met het oog op het beschermen van het milieu worden geen perfluoroctaansulfonaten gebruikt.

Artikel 4.340. (bodem: bodembeschermende voorziening)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden bodembedreigende stoffen verwerkt boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

2.

Een dompelbad dat zich automatisch vult, heeft een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als het dompelbad vol is.

Artikel 4.341. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen, lijmen of coaten, bedoeld in artikel 4.336, geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.342. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)

Voor het afvalwater afkomstig van het reinigen van metalen, dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

  • a. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of
  • b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.
Artikel 4.343. (water: emissiegrenswaarden lozing in een vuilwaterriool)

Voor het afvalwater afkomstig van het verwijderen van verflagen van hout dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.343, gemeten in een steekmonster of in een etmaalmonster.

Stof Emissiegrenswaarden in mg/l, gemeten in een steekmonster Emissiegrenswaarden in mg/l, gemeten in een etmaalmonster
Lood 6 2
Zink 6 2
Adsorbeerbare organisch gebonden halogenen 3 1
Artikel 4.344. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:

  • a. voor adsorbeerbare organisch gebonden halogenen: NEN-EN-ISO 9562;
  • b. voor lood en zink: NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en
  • c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2.
Artikel 4.345. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.346. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.347. (lucht en geur: afvoeren emissies)
1.

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht en het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder worden dampen en gassen die vrijkomen aan de bron afgezogen bij:

  • a. het reinigen, lijmen of coaten van voorwerpen door het vernevelen van vluchtige organische stoffen met een nevelspuit;
  • b. het coaten van voorwerpen door het opbrengen van poeder;
  • c. het reinigen, lijmen of coaten van voorwerpen met vluchtige organische stoffen door dompeling in open of halfgesloten baden;
  • d. het lijmen of coaten van voorwerpen met producten die vluchtige organische stoffen bevatten; en
  • e. het aansluitend aan het reinigen, lijmen of coaten, bedoeld onder a tot en met d, drogen of uitharden van oppervlakken met vluchtige organische stoffen behandelde materialen of het moffelen van materialen met een poedercoating.
2.

Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing op hoogkokende stoffen.

3.

Emissies in de lucht worden bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

Artikel 4.348. (lucht: emissie totaal stof)
1.

Voor de emissie in de lucht is de emissiegrenswaarde voor totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.

3.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Artikel 4.349. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.

Artikel 4.350. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.348, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.351. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste 15 minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.349 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Artikel 4.352. (lucht: oplosmiddelarme producten en applicatiemethoden)
1.

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden bij het reinigen, lijmen of coaten waarbij aan organische oplosmiddelen ten minste 1.000 kg/jaar wordt gebruikt, oplosmiddelarme producten en applicatiemethoden toegepast.

2.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als producten, met uitzondering van planten of delen van planten:

  • a. een gehalte vluchtige organische stof van ten hoogste 150 g/l voor gebruiksklare producten hebben;
  • c. een gehalte vluchtige organische stof van ten hoogste 30 volumeprocent in reinigingsmiddelen hebben.
3.

Aan het eerste lid wordt bij het coaten van planten of delen van planten in ieder geval voldaan als een dompelmethode wordt gebruikt met:

  • a. een volledig watergedragen verfbad bij droogbloemen; of
  • b. een watergedragen verfbad met ten hoogste 15 volumeprocent vluchtige organische stoffen die bestaan uit vloeibare kleurstoffen en, voor zover nodig, uitvloeimiddelen, bevochtigingsmiddelen of anti-schuimmiddelen bij snijbloemen.
Artikel 4.353. (lucht: maatregelen bij reiniging)
1.

Met het oog op het beperken van emissies in de lucht worden bij het reinigen waarbij aan organische oplosmiddelen ten minste 1.000 kg/jaar wordt gebruikt de volgende maatregelen getroffen:

  • a. droog reinigen als dit mogelijk is;
  • b. reiniging met waterige middelen als droog reinigen technisch niet mogelijk is;
  • c. reiniging met organische oplosmiddelen in een procesbad dat is uitgevoerd in een gesloten systeem als reiniging met waterige middelen technisch niet mogelijk is; of
  • d. reiniging met hoogkokende niet-gehalogeneerde oplosmiddelen als reiniging in een gesloten systeem technisch niet mogelijk is.
2.

In een gesloten systeem wordt de inneemzone en uitneemzone ten minste een minuut gesloten gehouden na beëindiging van het gebruik van de pompinstallatie of persluchtinstallatie.

Artikel 4.354. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden de afgezogen emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.22. Onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen

Artikel 4.355. (toepassingsbereik)
1.

Deze paragraaf is van toepassing op het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren of gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

  • d. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;
  • e. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;
  • f. het schoonmaken van pleziervaartuigen, bedoeld in paragraaf 4.24;
  • j. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90.
Artikel 4.356. (melding)
1.

Het is verboden een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 4.355 te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.357. (melding: treffen gelijkwaardige maatregel)
1.

Als een gelijkwaardige maatregel betrekking heeft op maatregelen als bedoeld in artikel 4.359, is:

  • b. het verboden de maatregel te treffen zonder dit ten minste vier weken van tevoren te melden.
2.

Een melding bevat:

  • a. een beschrijving van de maatregel die zal worden getroffen; en
  • b. gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.
Artikel 4.358. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 4.355 wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.359. (externe veiligheid: PGS 26)

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.355, voldaan aan PGS 26, als voor de verbrandingsmotor of het voertuig, vaartuig of werktuig CNG of LNG wordt gebruikt als brandstof.

Artikel 4.360. (bodem: bodembeschermende voorziening)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met olie en koelvloeistof worden onderdelen die deze stoffen bevatten onderhouden en gerepareerd boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.361. (water: lozingsroute)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het onderhouden of repareren van onderdelen van voertuigen geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.362. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)

Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:

  • a. volgens NEN-EN 858-1 en NEN-EN 858-2; of
  • b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.
Artikel 4.363. (water: meetmethoden)
1.

Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.

2.

Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.

3.

Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.

Artikel 4.364. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.365. (afval: aantal wrakken)
1.

Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen zijn op een locatie voor het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen niet meer dan vier wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen en vier autowrakken of andere voertuigwrakken aanwezig.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen plaatsvindt op een locatie waarop ook:

  • a. ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen worden gedemonteerd als bedoeld in paragraaf 3.5.1;
  • b. autowrakken, wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen en andere voertuigwrakken worden opgeslagen bij het verlenen van hulp voor gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in paragraaf 3.8.1; of
  • c. autowrakken, wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen en andere voertuigwrakken worden opgeslagen in het kader van onderzoek door politie of justitie.
Artikel 4.366. (afval: niet verwijderen of nuttig toepassen)
1.

Met het oog op een doelmatig beheer van afvalstoffen worden autowrakken en wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen met de daarin aanwezige materialen of onderdelen niet verwijderd of nuttig toegepast.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

  • a. het opslaan van autowrakken en wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen met de daarin aanwezige materialen of onderdelen;
  • b. accessoires die worden gedemonteerd omdat de laatste eigenaar of houder van het autowrak of wrak van een tweewielig gemotoriseerd voertuig hierom anders dan in het uitoefenen van zijn beroep of bedrijf heeft verzocht en met als doel die accessoires opnieuw te gebruiken voor een ander gemotoriseerd voertuig waarvan hij eigenaar of houder is; en
  • c. het onderhouden of repareren van gemotoriseerde voertuigen dat plaatsvindt op een locatie waarop ook ingezamelde of afgegeven autowrakken of wrakken van tweewielige gemotoriseerde voertuigen worden gedemonteerd als bedoeld in paragraaf 3.5.1.

§ 4.23. Proefdraaien van verbrandingsmotoren

Artikel 4.367. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het proefdraaien van verbrandingsmotoren.

Artikel 4.368. (geluid: gesloten ruimte)

Met het oog op het voorkomen of beperken van geluidhinder vindt het proefdraaien van verbrandingsmotoren plaats in een gesloten ruimte.

§ 4.24. Schoonmaken van pleziervaartuigen

Artikel 4.369. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het uitwendig reinigen van pleziervaartuigen.

Artikel 4.370. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.369, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.371. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.369, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.372. (bodem: bodembeschermende voorziening)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden pleziervaartuigen gereinigd boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.373. (water: lozingsroutes)
1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het uitwendig reinigen van pleziervaartuigen geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.

Artikel 4.374

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.375

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 4.376. (water: riooltekening)

Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:

  • a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
  • b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
  • c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.

§ 4.25. Verwerken van rubbercompounds

Artikel 4.377. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het verwerken van rubbercompounds.

Artikel 4.378. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.377, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.379. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.377, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.380. (bodem: bodembeschermende voorziening)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met olievloeistof en koelvloeistof worden rubbercompounds verwerkt boven een aaneengesloten bodemvoorziening, als een apparaat met een oliecircuit en koelvloeistofcircuit wordt gebruikt.

Artikel 4.381. (lucht: diffuse emissies)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt de lucht afgezogen.

Artikel 4.382. (lucht: emissies)
1.

Voor de emissie in de lucht zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.382, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.382, niet overschrijdt.

3.

Aan het eerste lid wordt bij het wegen en mengen van rubbercompounds in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.

Stof Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Totaal stof 5 100
Som van benzylbutylftalaat, dibutylftalaat, di-ethylhexylftalaat en di-isobutylftalaat 0,05 0,075
Artikel 4.383. (lucht: meetmethoden)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen, bedoeld in tabel 4.382, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • b. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619;
  • c. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • d. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • e. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.384. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
1.

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.382, wordt voldaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als bij het wegen en mengen van rubbercompounds de maatregel, bedoeld in artikel 4.382, derde lid, wordt getroffen.

Artikel 4.385. (lucht: eenmalige meting)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.385.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.383 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Overig 40
Artikel 4.386. (lucht: afvoeren emissies)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden bij het wegen of mengen van rubbercompounds emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.26. Verwerken van thermoplastisch kunststof

Artikel 4.387. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof waarbij geen ander blaasmiddel wordt gebruikt dan lucht, kooldioxide of stikstof.

Artikel 4.388. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.387, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.389. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.387, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.390. (bodem: bodembeschermende voorziening bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel)

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met olie en koelvloeistof wordt het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel, gedaan boven een aaneengesloten bodemvoorziening, als een apparaat met een oliecircuit of koelvloeistofcircuit wordt gebruikt.

Artikel 4.391. (lucht: diffuse emissies bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel)

Met het oog op het voorkomen of beperken van diffuse emissies in de lucht wordt bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel, de lucht afgezogen.

Artikel 4.392. (lucht: emissies bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel)
1.

Voor de emissie in de lucht van de stoffen waarvoor een minimalisatieverplichting geldt die vrijkomen bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.392, gemeten in een eenmalige meting.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie de ondergrens, bedoeld in tabel 4.392, niet overschrijdt.

Stof Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 Ondergrens in kg/jaar
Som van benzylbutylftalaat, dibutylftalaat, di-ethylhexylftalaat en di-isobutylftalaat 0,05 0,075
Artikel 4.393. (lucht: meetmethoden bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel)
1.

Op het verrichten van emissiemetingen van de stoffen, bedoeld in tabel 4.392, is NEN-EN 15259 van toepassing.

2.

Op het verrichten van een eenmalige meting is van toepassing:

  • a. voor totaal stof: NEN-EN 13284-1;
  • b. voor onverbrande koolwaterstoffen: NEN-EN 12619;
  • c. voor individuele gasvormige organische componenten: NPR-CEN/TS 13649;
  • d. voor vocht: NEN-EN 14790; en
  • e. voor debiet: NEN-EN-ISO 16911-1.
Artikel 4.394. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel)

Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in tabel 4.392, wordt voldaan.

Artikel 4.395. (lucht: eenmalige meting bij het verhitten en vormgeven van thermoplastisch kunststof, met uitzondering van het lassen van textiel)
1.

Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste 15 minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.

2.

Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan het percentage van de emissiegrenswaarde, bedoeld in tabel 4.395.

3.

De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.

4.

De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.393 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.

Stof Percentage meetonzekerheid
Totaal stof 30
Overig 40
Artikel 4.396. (lucht: afvoeren emissies bij het lassen van textiel)

Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden bij het lassen van textiel emissies bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.

§ 4.27. Verwerken van polyesterhars

Artikel 4.397. (toepassingsbereik)

Deze paragraaf is van toepassing op het verwerken van polyesterhars waarbij 1 kg of meer organische peroxiden van ADR-klasse 5.2 aanwezig is.

Artikel 4.398. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.397, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Een melding bevat de maximale verwerkingscapaciteit en de ligging van de geuremissiepunten.

3.

Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

4.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

Artikel 4.399. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.397, wordt voldaan aan de regels over:

Artikel 4.400. (bodem: bodembeschermende voorziening)
1.

Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met oplosmiddelen wordt polyesterhars verwerkt boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

2.

Apparatuur die wordt gebruikt bij het verwerken van polyesterhars wordt gereinigd boven een aaneengesloten bodemvoorziening.

Artikel 4.401. (geur: voorkomen of beperken geurhinder)
1.

Met het oog op het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder wordt de emissie van styreen beperkt.

2.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als:

  • a. harsen worden toegepast met additieven die verdamping van styreen bij het uitdampen beperken;
  • b. harsen worden toegepast met een verlaagd styreengehalte;
  • c. harsen worden toegepast waarin styreen deels is vervangen door dicyclopentadieen;
  • d. spuittechnieken worden toegepast zonder persluchtondersteuning;
  • e. een lagedruk polyesterharssysteem wordt toegepast;
  • f. naar een gesloten malsysteem wordt overgeschakeld;
  • g. naar een vacuümfoliesysteem wordt overgeschakeld;
  • h. emmers en vaten worden afgedekt;
  • i. een gesloten leidingsysteem voor oplosmiddelen en hars wordt toegepast; en
  • j. cryocondensatie, thermische of katalytische naverbranding, een bioreactor of een zuurstofradicaalgenerator wordt toegepast.

§ 4.28. Voedingsmiddelenindustrie

Artikel 4.402. (toepassingsbereik)
1.

Deze paragraaf is van toepassing op het maken en bewerken van levensmiddelen of voeder.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing als de activiteit, bedoeld in het eerste lid, wordt verricht:

  • a. in een ippc-installatie;
  • b. tijdens het slachten van dieren en het uitsnijden van vlees of vis;
  • c. tijdens de extractie van plantaardige oliën of veredeling van vetten; of
  • d. bij de productie van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren of dieren die worden gehouden voor hun pels.
Artikel 4.403. (melding)
1.

Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.402, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Een melding bevat:

  • a. de maximale verwerkingscapaciteit en de ligging van de geuremissiepunten; en
  • b. als in een vuilwaterriool zuurstofbindende stoffen met een jaargemiddelde vervuilingswaarde van 5.000 inwonerequivalenten of meer worden geloosd: een overzicht van de spreiding van de lozing over het jaar.
3.

Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.

4.

Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)