Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving)
Voor de emissie in de lucht is de emissiegrenswaarde van totaal stof 5 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.
Het eerste lid is niet van toepassing als de emissie van totaal stof niet meer is dan 100 kg/jaar.
Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als de afgezogen emissies door een geschikte filtrerende afscheider worden gevoerd.
Artikel 4.695. (lucht: meetmethoden)
Op het verrichten van emissiemetingen van totaal stof is NEN-EN 15259 van toepassing.
Op het verrichten van een eenmalige meting is voor totaal stof NEN-EN 13284-1 van toepassing.
Artikel 4.696. (lucht: meetplicht en uitzondering meetplicht)
Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof wordt voldaan.
Het eerste lid is niet van toepassing als de maatregel, bedoeld in artikel 4.694, derde lid, wordt getroffen.
Artikel 4.697. (lucht: eenmalige meting)
Een eenmalige meting bestaat uit drie deelmetingen van ten minste vijftien minuten en ten hoogste een half uur. Dit geldt niet als een langere bemonsteringstijd voortvloeit uit de meetmethode of de representatieve wijze van bemonsteren.
Het resultaat van de eenmalige meting zijn de gevalideerde meetresultaten. Dat zijn de meetresultaten van de deelmetingen, verminderd met de aangetoonde meetonzekerheid, die niet meer is dan 30% van de emissiegrenswaarde.
De meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95% betrouwbaarheidsinterval van individuele metingen.
De meting wordt verricht door een laboratorium met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 voor de norm die volgens artikel 4.695 van toepassing is op de stof die wordt gemeten.
Artikel 4.698. (lucht: afvoeren emissies)
Met het oog op het beschermen van de gezondheid worden emissies in de lucht bovendaks en omhoog gericht afgevoerd.
§ 4.60. Buitenschietbaan
Artikel 4.699. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een schietbaan die ligt in de buitenlucht.
Deze paragraaf is niet van toepassing op het exploiteren van een kleiduivenbaan.
Artikel 4.700. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.699, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.701. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.699, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en
- b. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
Artikel 4.702. (externe veiligheid: constructie schietbaan)
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt voorkomen dat kogels buiten de schietbaan kunnen komen.
De schietbaan voldoet aan tabel 4.702.
| Deel of kenmerk van de schietbaan | Bij het schieten met: – vuistvuurwapens met een kaliber tot en met .22, – schoudervuurwapens met een kaliber tot en met .22, of – randvuurmunitie tot en met .22 Long Rifle | Bij het schieten met: – vuistvuurwapens met een kaliber tot .50, – overige vuurwapens met pistoolmunitie met een kaliber tot .50, of – historische vuistvuurwapens | Bij het schieten met: – vuistvuurwapens met een kaliber van .45 tot .50, – overige vuurwapens met pistoolmunitie met een kaliber van .45 tot .50, – schoudervuurwapens met een kaliber tot .50, of – historische schoudervuurwapens |
|---|---|---|---|
| Constructie van afscherming om uittreden kogels aan bovenkant tegen te gaan | 50 mm beton, 100 mm gasbeton of 5 mm staalplaat | 100 mm beton, 150 mm gasbeton of 8 mm staalplaat | 200 mm beton of gasbeton of 12 mm staalplaat, als dit wordt toegepast op minder dan 100 m van het wapen, of 150 mm beton of gasbeton of 10 mm staalplaat, als dit wordt toegepast op 100 m of meer van het wapen |
| Plaatsing afscherming om uittreden van kogels aan bovenkant tegen te gaan | Schoten afgevuurd in de richting van de baanas onder een hoek met de horizontaal van 45 graden voor vuistvuurwapens en 20 graden bij schoudervuurwapens worden door de afscherming opgevangen. Ricochets onder een hoek tot 21 graden met de bodem worden door de afscherming opgevangen. | Schoten afgevuurd in de richting van de baanas onder een hoek met de horizontaal van 45 graden voor vuistvuurwapens en 20 graden bij schoudervuurwapens worden door de afscherming opgevangen. Ricochets onder een hoek tot 21 graden met de bodem worden door de afscherming opgevangen. | Schoten afgevuurd in de richting van de baanas onder een hoek met de horizontaal van 45 graden voor vuistvuurwapens en 20 graden bij schoudervuurwapens worden door de afscherming opgevangen. Ricochets onder een hoek tot 21 graden met de bodem worden door de afscherming opgevangen. |
| Afscherming om uittreden van kogels aan de zijkant van de schietbaan tegen te gaan | 100 mm metselwerk of kalkzandsteen of 75 mm beton of aarden wal en ten minste 40 graden, aansluitend op de kogelvanger | 200 mm metselwerk of kalkzandsteen of 100 mm beton of aarden wal en ten minste 40 graden, aansluitend op de kogelvanger | 200 mm metselwerk of kalkzandsteen of 200 mm beton of aarden wal en ten minste 40 graden, aansluitend op de kogelvanger |
| Bescherming van stenen, betonnen of stalen afschermingen op minder dan 20 m van de schietpunten | Aan kant van schutter: vurenhout van 20 mm of cementvezelplaat van 25 mm op regels van 25 mm | Aan kant van schutter: vurenhout van 25 mm of cementvezelplaat van 50 mm op regels van 30 mm | Aan kant van schutter: vurenhout van 25 mm of cementvezelplaat van 50 mm op regels van 30 mm |
| Bescherming overige aanschietbare harde delen | Vurenhout van 20 mm op regels van 25 mm | Vurenhout van 25 mm op regels van 30 mm | Vurenhout van 25 mm op regels van 30 mm |
| Onverharde bodem of vloer tussen de standplaats van de schutter en de kogelvanger | Vlak zand of met gras begroeid vlak, zonder harde bestanddelen met afmetingen groter dan 5 mm | Vlak zand of met gras begroeid vlak, zonder harde bestanddelen met afmetingen groter dan 5 mm | Vlak zand of met gras begroeid vlak, zonder harde bestanddelen met afmetingen groter dan 5 mm |
| Verharde bodem of vloer tussen de standplaats van de schutter en de kogelvanger | Harde ondergrond met een zachte afwerklaag van hout, zandcement, kunststof of fijn asfalt, ten minste 25 mm dik | Harde ondergrond met een zachte afwerklaag van hout, zandcement, kunststof of fijn asfalt, ten minste 25 mm dik | Harde ondergrond met een zachte afwerklaag van hout, zandcement, kunststof of fijn asfalt, ten minste 25 mm dik |
Artikel 4.703. (externe veiligheid: constructie zandkogelvanger)
Een zandkogelvanger voldoet aan tabel 4.703.
| Deel of kenmerk van de kogelvanger | Bij het schieten met: – vuistvuurwapens met een kaliber tot en met .22, – schoudervuurwapens met een kaliber tot en met .22, of – randvuurmunitie tot en met .22 Long Rifle | Bij het schieten met: – vuistvuurwapens met een kaliber tot .50, – overige vuurwapens met pistoolmunitie met een kaliber tot .50, of – historische vuistvuurwapens | Bij het schieten met: – schoudervuurwapens met een kaliber tot .50, of – historische schoudervuurwapens |
|---|---|---|---|
| Zandkogelvanger | Helling ten minste 34 graden met horizontaal, nabij hoogst mogelijke inslag 0,75 m diepte | Helling ten minste 34 graden met horizontaal, nabij hoogst mogelijke inslag 1,0 m diepte | Helling ten minste 34 graden met horizontaal, nabij hoogst mogelijke inslag 1,2 m diepte |
Artikel 4.704. (bodem: bodembeschermende voorziening)
Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem met kogelresten, kruit en patroonhulzen wordt geschoten boven een aaneengesloten bodemvoorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen.
Een kogelvanger heeft een overkapping tegen inregenen, en is, met uitzondering van een zandkogelvanger, opgesteld boven een aaneengesloten bodemvoorziening.
§ 4.61. Kleiduivenbaan
Artikel 4.705. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een schietbaan die ligt in de buitenlucht waar met hagelgeweren op kleiduiven wordt geschoten.
Artikel 4.706. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.705, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat gegevens en bescheiden over de omvang en ligging van het gebied waarin hagel afkomstig uit vuurwapens tijdens het schieten kan neerkomen.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.707. (aanwijzing modules: eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.705, wordt voldaan aan de regels over:
- a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en
- b. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
Artikel 4.708. (externe veiligheid: constructie schietbaan)
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft de schietbaan een gebied in de vorm van een cirkelsector die voldoet aan tabel 4.708, waarin hagel afkomstig uit vuurwapens kan neerkomen tijdens het schieten.
In het gebied zijn tijdens het schieten geen personen aanwezig.
Het gebied ligt binnen de afgebakende begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
| Eigenschap van gebied waarin hagel afkomstig van vuurwapens kan neerkomen tijdens schieten | Baan met meerdere in halve cirkel gelegen schietposten (skeetbaan) | Baan met een of twee rijen naast elkaar gelegen schietposten (trapbaan) | Baan met doelen die onder 1,0 m hoogte blijven (hazenbaan) | Baan met overige opstellingen van schietposten en doelen |
|---|---|---|---|---|
| Middelpunt | Post 8 (middelpunt halve cirkel) | 15 m midden achter voorste rij schietposten | 10 m achter middelste schietpost | 10 m achter midden van de achterste schietpost(en) |
| Hoek van de cirkelsector | 158 graden | 63 graden | Zichthoek op doel vanuit middelpunt tot doelgebied + 20 graden | 90 graden |
| Lengte van de sector | 225 m | 240 m | 200 m | 260 m |
Artikel 4.709. (bodem: bodembeschermende voorziening)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt geschoten boven een aaneengesloten bodemvoorziening als:
- a. op de kleiduivenbaan met loodhagelpatronen of zinkhagelpatronen wordt geschoten; of
- b. kleiduiven worden gebruikt of voorhanden zijn die stoffen bevatten in een hogere concentratie dan aangegeven in tabel 4.709.
Langs deze aaneengesloten bodemvoorziening zijn vangnetten of schermen aangebracht als delen van patronen of kleiduiven hierbuiten kunnen komen.
Het gehalte aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen wordt berekend als de som van naftaleen, antraceen, fenantreen, fluoranteen, benzo(a)antraceen, chryseen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen, benzo(k)fluoranteen en indeno(1,2,3-cd)pyreen.
| Stof | Concentratie in mg/kg droge stof |
|---|---|
| Arseen | 29 |
| Barium | 160 |
| Cadmium | 0,8 |
| Chroom | 100 |
| Kobalt | 9 |
| Koper | 36 |
| Kwik | 0,3 |
| Lood | 85 |
| Molybdeen | 3 |
| Nikkel | 35 |
| Zink | 140 |
| Polycyclische aromatische koolwaterstoffen | 10 |
§ 4.62. Aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen
Artikel 4.710. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen.
Artikel 4.711. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.710, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.712. (aanwijzing modules: bodembeschermende voorzieningen)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.710, wordt voldaan aan de regels over bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
Artikel 4.713. (bescherming fysieke leefomgeving)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de fysieke leefomgeving wordt een gebruikte verpakking van gewasbeschermingsmiddelen of biociden na het legen onverwijld en grondig gereinigd, zodat niet meer dan 0,01% van het oorspronkelijk in de ongeopende verpakking aanwezige middel resteert.
Artikel 4.714. (bodem: bodembeschermende voorziening)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen aangemaakt boven een aaneengesloten bodemvoorziening en zijn de vaste leidingen voor het transport ervan bovengronds gelegd.
Artikel 4.715. (water: opnieuw gebruiken)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen of het reinigen van verpakkingen opnieuw gebruikt.
Artikel 4.716. (water: niet lozen)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen of het reinigen van verpakkingen niet geloosd.
Artikel 4.717. (water: preventie verontreiniging oppervlaktewaterlichaam)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt bij het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen voldoende afstand gehouden tot een oppervlaktewaterlichaam.
§ 4.63. Aanmaken gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op landbouwgronden
Artikel 4.718. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op landbouwgronden.
Artikel 4.719
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 4.720. (bescherming fysieke leefomgeving)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de fysieke leefomgeving wordt een gebruikte verpakking van gewasbeschermingsmiddelen na het legen onverwijld en grondig gereinigd:
- a. zodat niet meer dan 0,01% van het oorspronkelijk in de ongeopende verpakking aanwezige middel resteert; en
- b. waarbij het afvalwater opnieuw wordt gebruikt voor het aanmaken van dezelfde gewasbeschermingsmiddelen.
Artikel 4.721. (water: opnieuw gebruiken)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of bladmeststoffen of het reinigen van verpakkingen opnieuw gebruikt.
Artikel 4.722. (water: niet lozen)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of bladmeststoffen of het reinigen van verpakkingen niet geloosd.
Artikel 4.723. (water: preventie verontreiniging oppervlaktewaterlichaam)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt bij het aanmaken van gewasbeschermingsmiddelen of bladmeststoffen voldoende afstand gehouden tot een oppervlaktewaterlichaam.
§ 4.64. Gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op braakliggende landbouwgronden of bij het telen van gewassen in de openlucht
Artikel 4.723a. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op braakliggende landbouwgronden of bij het telen van gewassen in de openlucht.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt in uiterwaarden en buitendijkse gebieden onder oppervlaktewaterlichaam verstaan: beddingen waarin op het moment van het lozen aan het aardoppervlak en de openlucht grenzend water voorkomt.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. windhaag: barrière van bomen of struiken bedoeld om het verwaaien van spuitvloeistof bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of bladmeststoffen buiten de locatie waarop de activiteit wordt verricht te beperken;
- b. emissiescherm: aaneengesloten voorziening voor het beperken van de drift van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen naar een oppervlaktewaterlichaam die:
- 1°. aan de grond is verankerd;
- 2°. zo is geplaatst dat geen afdruipende spuitvloeistoffen in een oppervlaktewaterlichaam kunnen komen;
- 3°. is vervaardigd van niet-doorlaatbaar materiaal of van gaas met een windreductie van ten minste 50%; en
- 4°. ten minste van gelijke hoogte is als die van het te bespuiten gewas en als die van de hoogste in gebruik zijnde spuitdop; en
- c. teeltvrije zone: strook tussen de insteek van een oppervlaktewaterlichaam en het te telen gewas waarop, met uitzondering van grasland, geen gewas of niet hetzelfde gewas als op de rest van het perceel wordt geteeld.
Artikel 4.723b. (melding lozing op een oppervlaktewaterlichaam)
Het is verboden stoffen afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.723a, te lozen op een oppervlaktewaterlichaam, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.723c. (water en gezondheid: driftreducerende technieken bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam en het beschermen van de gezondheid wordt bij het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht een techniek toegepast die een driftreductie bereikt van ten minste 75% ten opzichte van een referentietechniek als bedoeld in tabel 4.723c.
De driftreductie van de techniek wordt getest. Op het testen hiervan is het Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken van toepassing.
Het eerste lid is niet van toepassing op een met de hand gedragen spuit.
| Gewassen | Referentietechniek |
|---|---|
| Veldgewassen | – Traditionele veldspuit met neerwaarts spuitende doppen volgens BCPC-klassegrens fijn of midden of vergelijkbare spuitdoppen met eenzelfde druppelgroottespectrum – Spuitdoppen ten hoogste 50 cm boven het te bespuiten oppervlak – Afstand tussen de spuitdoppen op spuitboom 50 cm – Spuitdruk 3 bar – Rijsnelheid 6,5 km/u – Spuitvolume 300 l/ha |
| Fruit | – Munckhof dwarsstroomspuit met zijwaarts spuitende Albuz ATR lila spuitdoppen – Luchtondersteuning in lage stand in de kale boom situatie en vollucht luchtondersteuning in volbladsituatie – Spuitdruk 7 bar – Rijsnelheid 6,7 km/u – Spuitvolume 200 l/ha |
| Boomkwekerijgewassen (op- en zijwaartse bespuiting) | – Axiaalspuit met zij- en opwaarts spuitende TeeJet TXB8003 werveldoppen – Vollucht luchtondersteuning – Spuitdruk 8 bar – Rijsnelheid 4 km/u – Spuitvolume 400 – 450 l/ha |
| Onkruid bij boom- en fruitteelt | – Onkruidspuit met een spuitboom met neerwaarts spuitende doppen TeeJet XR11004 – Spuitdoppen ten hoogste 30 cm boven de grond – Afstand tussen de spuitdoppen op spuitboom van 30 cm – Spuitdruk 2 bar – Rijsnelheid 5 km/u – Spuitvolume 450 l/ha |
Artikel 4.723d. (water: teeltvrije zone bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt bij het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen langs een oppervlaktewaterlichaam een teeltvrije zone aangehouden waarbij wordt voldaan aan tabel 4.723d.
De teeltvrije zone wordt gemeten vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam en strekt zich uit tot het hart van de buitenste planten van de te telen gewassen, met uitzondering van de teelt van grasland.
In afwijking van het eerste lid hoeft geen teeltvrije zone te worden aangehouden langs een oppervlaktewaterlichaam als wordt voldaan aan tabel 4.723da.
In afwijking van het eerste lid wordt langs een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in bijlage 1 bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet een teeltvrije zone van ten minste 500 cm aangehouden.
| Soort gewas | Teeltvrije zone in cm | Aanvullende voorwaarden |
|---|---|---|
| Aardappelen, uien, bloembollen en bloemknollen, aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, wortelen en vaste planten | 150 of meer | – |
| Aardappelen, uien, bloembollen en bloemknollen, aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, wortelen en vaste planten | 100 of meer | Gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90% ten opzichte van een referentietechniek als bedoeld in tabel 4.723c |
| Boomkwekerijgewassen | 150 of meer | Neerwaarts bespuiten |
| Boomkwekerijgewassen | 100 of meer | Neerwaarts bespuiten Gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90% ten opzichte van een referentietechniek als bedoeld in tabel 4.723c |
| Boomkwekerijgewassen | 500 of meer | Op- en zijwaarts bespuiten |
| Pit- en steenvruchten | 450 of meer | – |
| Pit- en steenvruchten | 300 of meer | – Gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90% ten opzichte van een referentietechniek; of – gebruik van een biologische productiemethode |
| Overige gewassen | 50 of meer | – |
| Soort gewas | Voorwaarde | |
| --- | --- | |
| Pit- en steenvruchten | – Laagste gesteltak van een boom ontspringt op 175 cm of hoger uit de stam en binnen een afstand van ten minste 900 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt; of – grenzend aan gegraven waterloop die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden geen water bevat | |
| Andere gewassen dan pit- en steenvruchten | – Gebruik van biologische productiemethoden; – grenzend aan gegraven waterloop die van 1 april tot 1oktober onder normale omstandigheden geen water bevat; of – gebruik emissiescherm |
Artikel 4.723e. (water en gezondheid: geen gewasbeschermingsmiddelen bij wind)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam en het beschermen van de gezondheid worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt als de windsnelheid meer is dan 5 m/s, gemeten op:
- a. 2 m boven de grond bij neerwaarts bespuiten; en
- b. 1 m boven boomhoogte bij op- en zijwaarts bespuiten.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. als kan worden aangetoond dat niet anders dan door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan 5 m/s een teeltbedreigende situatie kan worden voorkomen; of
- b. op een overkapte beddenspuit.
Artikel 4.723f. (water: gebruik gewasbeschermingsmiddelen binnen teeltvrije zone)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam met gewasbeschermingsmiddelen worden binnen een teeltvrije zone gewasbeschermingsmiddelen niet druppelsgewijs gebruikt.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. bij pleksgewijze onkruidbestrijding met een afgeschermde dop; of
- b. bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op overhangend loof van niet meer dan een halve gewasrij in de teeltvrije zone als niet richting een oppervlaktewaterlichaam wordt gespoten.
Artikel 4.723g. (water: gebruik gewasbeschermingsmiddelen op een talud)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam met gewasbeschermingsmiddelen worden deze op een talud bij een oppervlaktewaterlichaam pleksgewijs en driftvrij gebruikt.
Artikel 4.723h. (water: gebruik gewasbeschermingsmiddelen op braakliggende landbouwgronden)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam worden op braakliggende landbouwgronden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt binnen 50 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam.
Artikel 4.723i. (water: gebruik meststoffen)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam met meststoffen worden binnen een teeltvrije zone als bedoeld in artikel 4.723d geen meststoffen gebruikt.
Het eerste lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan tabel 4.723i of als bladmeststoffen worden gebruikt en een emissiescherm wordt gebruikt.
Bij het gebruik van bladmeststoffen wordt bij:
- a. op- en zijwaarts bespuiten van gewassen bij het bespuiten van de buitenste gewasrij niet richting een oppervlaktewaterlichaam gespoten; en
- b. neerwaarts bespuiten van gewassen bij de eerste werkgang direct naast de teeltvrije zone een techniek gebruikt die een driftreductie bereikt van ten minste 50% ten opzichte van een referentietechniek als bedoeld in tabel 4.723c.
| Gewassen | Aanvullende voorwaarden |
|---|---|
| Boomkwekerijgewassen en pitvruchten en steenvruchten | – Bemesten op een afstand van meer dan 50 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam – Binnen de teeltvrije zone wordt alleen gras geteeld – De teeltvrije zone ligt niet aan een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in bijlage 1 bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
| Windhagen | – Bemesten op een afstand van meer dan 50 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam – Pleksgewijs bemesten – De teeltvrije zone ligt niet bij een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in bijlage 1 bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
Artikel 4.723j. (water: gebruik meststoffen op braakliggende landbouwgronden)
Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam worden op braakliggende landbouwgronden geen meststoffen gebruikt binnen 50 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam.
§ 4.65. Behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen
Artikel 4.724. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het behandelen van geoogste gewassen met gewasbeschermingsmiddelen in dompelbaden of douche-installaties.
Artikel 4.725. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.724, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.726. (aanwijzing modules: bodembeschermende voorzieningen)
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.724, wordt voldaan aan de regels over bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
Artikel 4.727. (bodem: bodembeschermende voorziening)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem is een dompelbad of douche-installatie opgesteld boven een lekbak of een aaneengesloten bodemvoorziening.
Gedompelde of gedouchte gewassen of gebruikte verpakkingen waar gewasbeschermingsmiddelen uit kunnen lekken worden bewaard:
- a. in de douche-installatie;
- b. boven een lekbak; of
- c. boven een aaneengesloten bodemvoorziening.
Een buitenopslag voor gedompelde of gedouchte gewassen of gebruikte verpakkingen is tegen inregenen beschermd.
Artikel 4.728. (water: niet lozen)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.724, niet geloosd.
§ 4.66. Reinigen van verpakkingen voor biologisch geteelde gewassen
Artikel 4.729. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het reinigen van verpakkingen voor het opslaan van biologisch geteelde gewassen.
Artikel 4.730. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.729, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Het is verboden het afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.729, te lozen op een oppervlaktewaterlichaam zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat:
- a. de lozingsroutes; en
- b. als op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd: de locaties van de lozingspunten.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.731. (water: lozingsroutes)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.729, geloosd op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een vuilwaterriool.
Artikel 4.732. (water: emissiegrenswaarde lozing op een oppervlaktewaterlichaam)
Voor het afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, is de emissiegrenswaarde 100 mg/l voor onopgeloste stoffen, gemeten in een steekmonster.
Artikel 4.733. (water: emissiegrenswaarde lozing in een vuilwaterriool)
Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde 300 mg/l voor onopgeloste stoffen, gemeten in een steekmonster.
Artikel 4.734. (water: meetmethoden)
Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.
Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.
Op het analyseren van een monster voor onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.
Artikel 4.735. (water: riooltekening)
Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:
- a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
- b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
- c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
§ 4.67. Reinigen van verpakkingen voor niet-biologisch geteelde gewassen
Artikel 4.736. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het reinigen van verpakkingen voor het opslaan van niet-biologisch geteelde gewassen.
Artikel 4.737. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.736, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat de lozingsroutes.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.738. (water: lozingsroutes)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.736, geloosd op of in de bodem of in een vuilwaterriool.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd op of in de bodem of in een vuilwaterriool of via die andere route.
Artikel 4.739. (water: emissiegrenswaarde lozingen in een vuilwaterriool)
Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde 300 mg/l voor onopgeloste stoffen, gemeten in een steekmonster.
Artikel 4.740. (water: meetmethoden)
Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.
Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.
Op het analyseren van een monster voor onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.
Artikel 4.741. (water: riooltekening)
Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:
- a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
- b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
- c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
§ 4.68. Spoelen van gewassen
Artikel 4.742. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het spoelen van gewassen, met uitzondering van bloembollen, bloemknollen of biologisch geteelde gewassen.
Artikel 4.743. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.742, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat de lozingsroutes.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.744. (bodem: slib gelijkmatig verspreiden)
Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem kan het slib dat ontstaat bij het spoelen van gewassen gelijkmatig worden verspreid over landbouwgronden waar de gewassen zijn geteeld.
Artikel 4.745. (water: opnieuw gebruiken spoelwater)
Met het oog op het beperken van de hoeveelheid afvalwater en de verontreiniging hiervan wordt bij het spoelen:
- a. het spoelproces onderverdeeld in voorspoelen en naspoelen;
- b. het spoelwater opnieuw gebruikt; en
- c. de hoeveelheid naspoelwater geminimaliseerd.
Het eerste lid is niet van toepassing op het spoelen van drooggeschoonde prei of asperges.
Artikel 4.746. (water: niet lozen voorspoelwater)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt voorspoelwater niet geloosd.
Artikel 4.747. (water: lozingsroutes)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen spoelwater afkomstig van het spoelen van drooggeschoonde prei of asperges of het naspoelwater afkomstig van het spoelen van andere gewassen gelijkmatig verspreid over landbouwgronden.
Het afvalwater kan ook worden geloosd in een vuilwaterriool als het verspreiden over landbouwgronden redelijkerwijs niet mogelijk is.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd via die andere route.
Artikel 4.748. (water: emissiegrenswaarde lozingen in een vuilwaterriool)
Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.
Artikel 4.749. (water: meetmethoden)
Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.
Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.
Op het analyseren van een monster voor onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.
Artikel 4.750. (water: riooltekening)
Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:
- a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
- b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
- c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
§ 4.69. Spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen
Artikel 4.751. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het spoelen van niet-biologisch geteelde bloembollen of bloemknollen.
Artikel 4.752. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.751, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.753
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 4.754. (bodem: bodembeschermende voorziening)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt bij het spoelen een bezinkbassin gebruikt dat voldoet aan de Handreiking aanleg, beheer en monitoring bezinkbassins voor de bloembollensector.
Artikel 4.755. (water: opnieuw gebruiken spoelwater)
Met het oog op het beperken van de hoeveelheid afvalwater en de verontreiniging hiervan wordt bij het spoelen:
- a. het spoelproces onderverdeeld in voorspoelen en naspoelen;
- b. het spoelwater opnieuw gebruikt; en
- c. de hoeveelheid naspoelwater geminimaliseerd.
Artikel 4.756. (water: niet lozen spoelwater)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt voorspoelwater niet geloosd.
Artikel 4.757. (water: lozingsroute)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen naspoelwater gelijkmatig verspreid over landbouwgronden.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen naspoelwater gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd via die andere route.
Artikel 4.758. (water: riooltekening)
Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:
- a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
- b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
- c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
§ 4.70. Spoelen van biologisch geteelde gewassen
Artikel 4.759. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het spoelen van biologisch geteelde gewassen.
Artikel 4.760. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.759, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.761. (water: lozingsroutes)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.759, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd via die andere route.
Artikel 4.762
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 4.763
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 4.764. (water: meetmethoden)
Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.
Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.
Op het analyseren van een monster voor onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.
Artikel 4.765. (water: riooltekening)
Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:
- a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
- b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
- c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
§ 4.71. Sorteren van niet-biologisch geteeld fruit
Artikel 4.766. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het met water sorteren van niet-biologisch geteeld fruit.
Artikel 4.767. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.766, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Een melding bevat de lozingsroutes.
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.768. (water: lozingsroutes)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.766, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere route.
Artikel 4.769. (water: lozingen in een vuilwaterriool)
Afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool wordt geleid door een zuiveringsvoorziening die ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen vermindert.
De zuiveringsvoorziening bestaat uit het voorzuiveren met een lamellenfilter en het nazuiveren met een ozoninstallatie en actief koolfilter.
De zuiveringsvoorziening voldoet aan tabel 4.769.
| Voorwaarden zuiveringsvoorziening | Sorteerinstallatie met een capaciteit tot en met 8 m3 water | Sorteerinstallatie met een capaciteit van meer dan 8 tot en met 16 m3 water |
|---|---|---|
| Inhoud lamellenfilter in m3 | 1,5 | 6 |
| Capaciteit lamellenfilter in m3 per uur | 2 | 4 |
| Capaciteit ozonfilter in m3 per uur | 1 | 3 |
| Verbruik ozon in gram per m3 afvalwater dat wordt behandeld | 20 | 20 |
| Contacttijd in ozoninstallatie in minuten | 30 | 30 |
| Contacttijd in actief koolfilter in minuten | 20 | 20 |
Artikel 4.770. (water: riooltekening)
Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:
- a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
- b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en
- c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
§ 4.72. Sorteren van biologisch geteeld fruit
Artikel 4.771. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het met water sorteren van biologisch geteeld fruit.
Artikel 4.772. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.771, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.773. (water: lozingsroutes)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.771, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd via die andere route.
Artikel 4.774
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 4.775
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 4.776
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Artikel 4.777
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
§ 4.73. Substraatteelt van gewassen in de openlucht
Artikel 4.778. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het op substraat telen van gewassen in de openlucht.
Deze paragraaf is niet van toepassing op het op substraat telen van gewassen op stellingen of in een gotensysteem.
Artikel 4.779. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.778, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.780. (bodem: voorkomen uitspoeling bij substraatteelt op doorlatende ondergrond)
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bij het bemesten bij de activiteit, bedoeld in artikel 4.778, eerste lid, op een doorlatende ondergrond:
- a. worden alleen kunstmeststoffen gebruikt die over een langere periode de werkzame bestanddelen afgeven; of
- b. wordt een druppelsysteem gebruikt waarbij de waterafgifte en de kunstmeststoffenafgifte zijn afgestemd op de behoefte van het gewas.
Artikel 4.781. (water: opnieuw gebruiken bij substraatteelt op niet-doorlatende ondergrond)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater en het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij substraatteelt op een niet-doorlatende ondergrond:
- a. wordt het drainwater opgevangen in een opvangvoorziening en opnieuw gebruikt; en
- b. wordt na het bemesten of het bespuiten van de gewassen met gewasbeschermingsmiddelen de eerste 50 m3 drainwater en hemelwater per hectare teeltoppervlakte opgevangen in de opvangvoorziening en opnieuw gebruikt.
Dit artikel is niet van toepassing:
- a. als bij het bemesten van de gewassen alleen kunstmeststoffen worden gebruikt die over een langere periode werkzame stoffen afgeven en de teeltoppervlakte niet meer dan 500 m2 is; of
- b. op de teelt van aardbeienplanten op trayvelden.
Artikel 4.782. (water: aardbeienplanten op trayvelden op niet-doorlatende ondergrond)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater en het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij de teelt van aardbeienplanten op trayvelden op een niet-doorlatende ondergrond:
- a. wordt het drainwater opgevangen in een opvangvoorziening en opnieuw gebruikt; en
- b. wordt na het bemesten of het bespuiten van de gewassen met gewasbeschermingsmiddelen de eerste 30 m3 drainwater en hemelwater per hectare teeltoppervlakte opgevangen in een opvangvoorziening en opnieuw gebruikt.
Artikel 4.783. (water: niet lozen drainwater bij substraatteelt op niet-doorlatende ondergrond)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt drainwater afkomstig van substraatteelt op een niet-doorlatende ondergrond en hemelwater afkomstig uit een opvangvoorziening niet geloosd.
§ 4.74. Substraatteelt van gewassen op stellingen of in een gotensysteem in de openlucht
Artikel 4.784. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het op substraat telen van gewassen op stellingen of in een gotensysteem in de openlucht.
Artikel 4.785. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.784, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.786. (water: opnieuw gebruiken bij stellingen en goten)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het drainwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.784, opgevangen en opnieuw gebruikt.
Artikel 4.787. (water: niet lozen drainwater)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt drainwater afkomstig van de activiteit, bedoeld in artikel 4.784, niet geloosd.
§ 4.75. Assimilatiebelichting
Artikel 4.788. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiken van assimilatiebelichting in een kas.
Artikel 4.789. (melding)
Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.788, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.790. (lichthinder)
Met het oog op het beperken van lichthinder bij het gebruik van assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van 15.000 lux of meer is de lichtuitstraling van zonsondergang tot zonsopgang verminderd door:
- a. de bovenzijde van de kas te voorzien van een lichtscherminstallatie waardoor de lichtvermindering ten minste 98% is; en
- b. de gevel van de kas zo af te schermen dat op een afstand van 10 m van de gevel de lichtvermindering ten minste 95% is en de in de kas gebruikte lampen niet zichtbaar zijn.
Bij het gebruik van assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van minder dan 15.000 lux is de lichtuitstraling verminderd door:
- a. de bovenzijde van de kas te voorzien van een lichtscherminstallatie waardoor de lichtvermindering:
- 1°. ten minste 98% is tijdens de donkerteperiode; en
- 2°. ten minste 74% tijdens de nanacht; en
- b. de gevel van de kas van zonsondergang tot zonsopgang zo af te schermen dat op een afstand van 10 m van de gevel de lichtvermindering ten minste 95% is en de in de kas gebruikte lampen niet zichtbaar zijn.
De donkerteperiode is de periode van 1 november tot 1 april van 18.00 tot 24.00 uur en van 1 april tot 1 mei en van 1 september tot 1 november van het tijdstip van een half uur na zonsondergang tot 02.00 uur.
De nanacht is de periode van 1 november tot 1 april van 24.00 uur tot het tijdstip van zonsopgang en van 1 april tot 1 mei en van 1 september tot 1 november van 02.00 uur tot het tijdstip van zonsopgang.
§ 4.76. Drainwater of spoelwater van filters bij substraatteelt in een kas
Artikel 4.791. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het bij het telen van gewassen op substraat in een kas:
- a. gebruiken van water voor het telen;
- b. lozen van drainwater; of
- c. lozen van spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen van filters van een waterdoseringsinstallatie.
Artikel 4.791a. (melding)
Het is verboden water te lozen afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.791, aanhef en onder b en c, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.791b. (water: lozingsroute)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen drainwater of spoelwater geloosd in een vuilwaterriool.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.
Artikel 4.791c. (water: gebruik natriumarm gietwater en recirculeren)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater bij het lozen van drainwater:
- a. wordt een hemelwateropvangvoorziening van ten minste 500 m3/ha teeltoppervlakte gebruikt; of
- b. wordt water gebruikt met een natriumgehalte dat niet hoger is dan dat van hemelwater.
Drainwater wordt gerecirculeerd met een recirculatiesysteem.
Het eerste en tweede zijn niet van toepassing als bij het lozen van drainwater de hoeveelheid toegediende totaal stikstof, bedoeld in artikel 4.791e, niet meer is dan 25 kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar of als in een kas de totale teeltoppervlakte voor het telen van gewassen op substraat kleiner is dan 2.500 m2.
Artikel 4.791d. (water: zuivering gewasbeschermingsmiddelen)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt drainwater of spoelwater, dat gewasbeschermingsmiddelen bevat, voor het lozen door een zuiveringsvoorziening geleid die ten minste 95% van de werkzame stoffen die bestaan uit organische verbindingen afkomstig van de gewasbeschermingsmiddelen uit het water verwijdert.
Het eerste lid is niet van toepassing als het drainwater of het spoelwater na het lozen wordt geleid door een zuiveringsvoorziening of een zuiveringtechnisch werk waarmee ten minste 95% van de werkzame stoffen die bestaan uit organische verbindingen afkomstig van de gewasbeschermingsmiddelen uit het water wordt verwijderd.
Het zuiveringsrendement van de zuiveringsvoorziening wordt bepaald volgens het Meetprotocol voor het testen van het zuiveringsrendement van zuiveringsinstallaties glastuinbouw.
Artikel 4.791e. (water: emissiegrenswaarden lozing in een vuilwaterriool)
Voor het drainwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool, zijn de emissiegrenswaarden voor totaal stikstof per gewas de waarden, bedoeld in tabel 4.791e.
De hoeveelheid totaal stikstof wordt berekend door de hoeveelheid drainwater dat in een jaar wordt geloosd te vermenigvuldigen met het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof, dat daarin aanwezig is.
Het eerste lid is niet van toepassing als de totale teeltoppervlakte kleiner is dan 2.500 m2.
| Categorie gewassen | Tot 1 januari 2025 | Vanaf 1 januari 2025 |
|---|---|---|
| Emissiegrenswaarde totaal stikstof in kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar | Emissiegrenswaarde totaal stikstof in kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar | |
| Anthurium, kuipplanten, perkplanten | 17 | 8 |
| Orchidee (Cymbidium) | 25 | 13 |
| Tulp, eenjarige zomerbloeiers | 33 | 17 |
| Tomaat, kruiden | 42 | 21 |
| Komkommer, potplant, uitgangsmateriaal sierteelt, overig sierteelt | 50 | 35 |
| Aardbei, aubergine, paprika | 67 | 33 |
| Gerbera, roos, uitgangsmateriaal groenten | 83 | 42 |
| Phalaenopsis, overige potorchidee | 125 | 100 |
| Overige groenten | 12,5 | 6 |
Artikel 4.791f. (water: meten)
Voor het vaststellen van de hoeveelheid totaal stikstof in drainwater worden aan de hand van de gewassen die worden geteeld, de teeltoppervlakte en de teeltperiode per gewas gemeten:
- a. de hoeveelheid drainwater die wordt geloosd in kubieke meters, waarbij de afwijking van het instrument dat voor de meting wordt gebruikt ten hoogste 10% is; en
- b. het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof in het drainwater.
De hoeveelheid en het gehalte worden gemeten:
- a. per periode van vier weken, beginnend op de eerste dag van de eerste week voor de parameter, bedoeld in het eerste lid, onder a; en
- b. ten minste eenmaal per acht weken en ten minste eenmaal in de weken 49 tot 52 voor de parameters, bedoeld in het eerste lid, onder b.
De resultaten van de metingen worden ten minste vijf jaar bewaard.
Artikel 4.791fa. (gegevens en bescheiden: rapportage)
Jaarlijks wordt uiterlijk op 30 april aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, een rapportage verstrekt met de volgende gegevens over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar:
- a. de parameters, bedoeld in artikel 4.791f, eerste lid;
- b. de hoeveelheid totaal stikstof, bedoeld in artikel 4.791e, over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar, vastgesteld aan de hand van de gegevens, bedoeld in artikel 4.791f, eerste lid, onder a en b; en
- c. de hoeveelheid totaal stikstof over het aan die datum voorafgaande kalenderjaar, berekend aan de hand van de gegevens, bedoeld in artikel 4.791f, eerste lid, onder a en b.
Artikel 4.791g. (water: riooltekening)
Er is een tekening beschikbaar waarop is aangegeven:
- a. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;
- b. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of schoonwaterriool; en
- c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen.
Artikel 4.791ga. (overgangsrecht: water)
Artikel 4.791b is niet van toepassing op het lozen van drainwater of spoelwater op een oppervlaktewaterlichaam dat voor de inwerkingtreding van dit besluit al rechtmatig werd verricht, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Het eerste lid is van toepassing tot het tijdstip dat:
- a. na de inwerkingtreding van dit besluit volledig op het vuilwaterriool kan worden geloosd waarop tot de inwerkingtreding van dit besluit gedeeltelijk werd geloosd; of
- b. na de inwerkingtreding van dit besluit op een afstand van 40 m of minder op een vuilwaterriool kan worden geloosd.
Het eerste en tweede lid zijn vanaf 1 januari 2027 niet van toepassing.
§ 4.77. Drainagewater of spoelwater van filters bij grondgebonden teelt in een kas
Artikel 4.791h. (toepassingsbereik)
Deze paragraaf is van toepassing op het bij het telen van gewassen in een kas op materiaal dat in verbinding staat met de ondergrond:
- a. gebruiken van water voor het telen;
- b. lozen van drainagewater; of
- c. lozen van spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen van filters van een waterdoseringsinstallatie.
Artikel 4.791i. (melding)
Het is verboden water te lozen afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.791h, aanhef en onder b en c, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Artikel 4.791j. (water: lozingsroute)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen drainagewater of spoelwater geloosd in een vuilwaterriool.
Als een maatwerkvoorschrift is gesteld of een voorschrift aan een omgevingsvergunning is verbonden waarin een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.
Artikel 4.791k. (water: zuivering gewasbeschermingsmiddelen)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt drainagewater of spoelwater, dat gewasbeschermingsmiddelen bevat, voor het lozen door een zuiveringsvoorziening geleid die ten minste 95% van de werkzame stoffen die bestaan uit organische verbindingen afkomstig van de gewasbeschermingsmiddelen uit het water verwijdert.
Het eerste lid is niet van toepassing als het drainagewater of het spoelwater na het lozen wordt geleid door een zuiveringsvoorziening of een zuiveringtechnisch werk waarmee ten minste 95% van de werkzame stoffen die bestaan uit organische verbindingen afkomstig van de gewasbeschermingsmiddelen uit het water wordt verwijderd.
Het zuiveringsrendement van de zuiveringsvoorziening wordt bepaald volgens het Meetprotocol voor het testen van het zuiveringsrendement van zuiveringsinstallaties glastuinbouw.
Artikel 4.791l. (water: gebruik natriumarm gietwater, recirculeren en gebruiksnormen)
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater bij het lozen van drainagewater:
- a. wordt een hemelwateropvangvoorziening van ten minste 500 m3/ha teeltoppervlakte gebruikt; of
- b. wordt water gebruikt met een natriumgehalte dat niet hoger is dan dat van hemelwater.
Drainagewater wordt gerecirculeerd met een recirculatiesysteem.
De hoeveelheid toegediende totaal stikstof is afgestemd op de behoefte van het gewas en is niet meer dan de gebruiksnorm voor totaal stikstof in kilogram per hectare teeltoppervlakte per kalenderjaar, genoemd in tabel 4.791la, per categorie gewas.
De hoeveelheid toegediende totaal fosfor is afgestemd op de behoefte van het gewas en is niet meer dan de gebruiksnorm voor totaal fosfor in kilogram per hectare teeltoppervlakte per kalenderjaar, bedoeld in tabel 4.791lb, per categorie gewas.
Bij het doorspoelen van de bodem bij een volgteelt van bladgroentegewassen wordt niet meer water gebruikt dan 3.000 m3/ha gestoomde bodem.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als in een kas de totale teeltoppervlakte voor het telen van gewassen op materiaal dat in verbinding staat met de ondergrond kleiner is dan 2.500 m2.
| Categorie van gewassen | Gebruiksnorm totaal stikstof in kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar |
|---|---|
| Sierteelt | |
| Alstroemeria belicht | 2.500 |
| Alstroemeria onbelicht | 2.000 |
| Amaryllis | 1.500 |
| Anjer | 1.500 |
| Chrysant belicht en onbelicht | 2.500 |
| Freesia | 1.500 |
| Iris belicht en onbelicht | 1.000 |
| Lelie belicht en onbelicht | 1.250 |
| Lisianthus belicht en onbelicht | 3.250 |
| Snijgroen | 1.000 |
| Zomerbloemen jaarrondteelt | 2.500 |
| Zomerbloemen overig | 1.000 |
| Sierteelt overig | 1.000 |
| Fruit | 1.000 |
| Groenten | |
| Sla | 2.000 |
| Bladgewassen overig | 2.000 |
| Radijs | 1.500 |
| Vruchtgroenten | 2.000 |
| Groenten (overig) | 1.000 |
| Categorie van gewassen | Gebruiksnorm totaal fosfor in kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar |
| --- | --- |
| Sierteelt | |
| Alstroemeria belicht en onbelicht | 350 |
| Amaryllis | 550 |
| Anjer | 350 |
| Chrysant belicht en onbelicht | 350 |
| Freesia | 350 |
| Iris belicht | 350 |
| Iris onbelicht | 150 |
| Lelie belicht | 350 |
| Lelie onbelicht | 150 |
| Lisianthus belicht en onbelicht | 350 |
| Snijgroen | 750 |
| Zomerbloemen jaarrondteelt | 550 |
| Zomerbloemen overig | 350 |
| Sierteelt overig | 350 |
| Fruit | 150 |
| Groenten | |
| Sla | 350 |
| Bladgewassen overig | 750 |
| Radijs | 350 |
| Vruchtgroenten | 550 |
| Overig | 150 |
Artikel 4.791m. (water: meten en berekenen)
Bij de teelt van gewassen worden de volgende gegevens gemeten of berekend:
- a. de hoeveelheid voedingswater die wordt toegediend in kubieke meters;
- b. de hoeveelheid drainagewater die wordt hergebruikt in kubieke meters;
- c. de hoeveelheid drainagewater die wordt geloosd in kubieke meters;
- d. het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof en totaal fosfor in het geloosde drainagewater;
- e. per gewas of groep van gewassen met eenzelfde bemestingsniveau: het gehalte aan totaal stikstof en totaal fosfor in de bodem op basis van een representatief grondmonster;
- f. na elk gebruik: de hoeveelheid in kilogram per hectare toegediende meststoffen onder vermelding van de samenstelling van de meststof;
- g. de gewassen die worden geteeld, de teeltoppervlakte en de teeltperiode per gewas; en
- h. jaarlijks: de op 1 januari aanwezige meststoffen onder vermelding van de merknaam zoals die op de verpakking is vermeld, de naam en het adres van de leveranciers en de hoeveelheid, uitgedrukt in kilogrammen of liters.
Het verbruik aan totaal stikstof en totaal fosfor wordt uitgedrukt in kilogrammen totaal stikstof en totaal fosfor en berekend door voor elke te onderscheiden samenstelling van de meststoffen het verbruik van totaal stikstof en totaal fosfor te berekenen en vervolgens de som van de uitkomsten van die berekeningen te nemen.
De afwijking van de nauwkeurigheid van de instrumenten die worden gebruikt voor het meten van de hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste 10%.
Artikel 4.791n. (water: registreren)
De hoeveelheid voedingswater en drainagewater, bedoeld in artikel 4.791m, eerste lid, onder a, b en c, wordt geregistreerd per periode van vier weken, beginnend op de eerste dag van de eerste week.
Het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof en totaal fosfor, bedoeld in artikel 4.791m, eerste lid, onder d, wordt geregistreerd per periode van dertien weken, beginnend op dag een van week een.
Om de behoefte van de gewassen, genoemd in artikel 4.791l te bepalen, wordt per gewas of groep van gewassen met hetzelfde bemestingsniveau:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)