Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 oktober 2021, nr. WJZ/20222966, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021)
Artikel 5.8.5.2. Hoogte subsidie
De hoogte van de subsidie bedraagt ten minste € 125.000 en ten hoogste € 8.000.000.
De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdelen a tot en met d, samen niet meer dan 25% van de totale subsidiabele kosten bedragen en met dien verstande dat de kosten, bedoeld in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel g, niet meer dan 10% van de totale subsidiabele kosten bedragen.
Artikel 5.8.5.3. Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen in aanmerking kosten die verband houden met alle aspecten van de samenwerking ten behoeve van de uitvoering van het project, overeenkomstig de tabel van bijlage 3 en voor zover deze zien op:
- a. kosten voor de uitwerking van het plan van samenwerkingsverband-watersysteem, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 1c;
- b. kosten voor communicatie, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 3;
- c. kosten voor rapportage, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 4;
- d. kosten voor projectmanagement of projectadministratie, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 2c;
- e. kosten voor niet-productieve investeringen in de verbetering van het watersysteem, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 7a, met uitzondering van investeringen in gemalen;
- f. kosten van een waterschap voor het vergoeden van de waardedaling van landbouwgrond die niet in het bezit is van een overheidsinstantie, ten gevolge van de verandering van de functie naar water of de verandering in een natuurvriendelijke oever, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 7b;
- g. kosten voor de aankoop van grond door een overheidsinstantie, bedoeld in bijlage 3, onderdeel 8, waarbij de restwaarde van de grond op de kosten in mindering wordt gebracht;
- h. kosten die samenhangen met de transacties genoemd in de onderdelen f en g, bedoeld in de onderdelen 7c en 8b.
De aanvrager berekent de subsidiabele kosten overeenkomstig artikel 5.1.3, eerste lid, onderdeel a, tweede en derde lid.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, komen niet in aanmerking voor vergoeding voor zover het arbeidskosten voor medewerkers van een overheidsinstantie betreft.
Voor subsidie komen niet in aanmerking:
- a. kosten voor vrijwilligers;
- b. bijdragen in natura;
- c. kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 5 en 6.
Artikel 5.8.5.4. Verdeling subsidieplafond
De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
Artikel 5.8.5.5. Start- en realisatietermijn
Met de uitvoering van het project wordt uiterlijk binnen twee maanden na de subsidieverlening gestart.
Het project is uiterlijk op 31 december 2028 afgerond.
Artikel 5.8.5.6. Afwijzingsgronden
Onverminderd artikel 2.11 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening, indien:
- a. er bij het samenwerkingsverband-watersysteem geen sprake is van een nieuwe samenwerkingsvorm of van het verrichten van nieuwe activiteiten door een bestaande samenwerkingsvorm;
- b. aan een aanvraag minder dan 12 punten zijn toegekend;
- c. in de aanvraag een activiteit als bedoeld in bijlage 3, onderdelen 5 en 6, is opgenomen;
- d. een deelnemer aan het samenwerkingsverband-watersysteem, niet zijnde een landbouwer, een onderneming is die geen kleine, middelgrote of micro-onderneming is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de landbouwvrijstellingsverordening.
Artikel 5.8.5.7. Rangschikkingscriteria
De Minister kent aan een aanvraag gericht op het verbeteren van het watersysteem in veenweidegebieden een hoger aantal punten toe naarmate:
- a. de mate van effectiviteit hoger is;
- b. de haalbaarheid hoger is;
- c. de mate van efficiëntie hoger is; en
- d. de mate van urgentie hoger is.
Voor elk van de criteria, genoemd in de onderdelen a tot en met d van het eerste lid, worden ten hoogste 5 punten en wordt ten minste 1 punt toegekend.
De criteria wegen even zwaar.
Artikel 5.8.5.8. Verplichtingen subsidieontvanger
De subsidieontvanger maakt de resultaten van het project openbaar via het EIP-netwerk, bedoeld in artikel 154 van Verordening 2021/2115, en andere geëigende netwerken.
De subsidieontvanger verleent medewerking aan monitoring en evaluatie van de effecten van de uitgevoerde activiteiten voor zover deze medewerking redelijkerwijs van de subsidieontvanger verlangd kan worden.
De verplichting tot medewerking, genoemd in het tweede lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.
De vergoeding voor de waardedaling van landbouwgrond genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, wordt verstrekt onder de voorwaarden dat:
- a. binnen een termijn van twee jaar na de subsidieverlening een overeenkomst tussen de eigenaar van de grond en het waterschap tot stand komt waarin voor de grondeigenaar een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen inhoudend na te laten wat de instandhouding van de natuurvriendelijke oever of watergang op de desbetreffende grond in gevaar brengt of verstoort;
- b. van de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, een notariële akte wordt opgemaakt die door het waterschap wordt ingeschreven in de openbare registers.
Artikel 5.8.5.9. Informatieverplichtingen
Onverminderd artikel 2.9 bevat de aanvraag tot subsidieverlening de volgende gegevens:
- a. een beschrijving van de beoogde activiteiten die door het samenwerkingsverband-watersysteem uitgevoerd worden en een begroting van de kosten van die activiteiten volgens de omschrijving in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8;
- b. een toelichting op de niet-productieve investeringen in het watersysteem en op vergoedingen voor waardedaling van landbouwgrond, genoemd in bijlage 3, onderdelen 7 en 8, inclusief intekening van de maatregelen op een omgevingskaart en een beschrijving van de effecten van het project op de rangschikkingscriteria;
- c. offertes horend bij de in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdelen a tot en met e en h, genoemde subsidiabele kosten, overeenkomstig bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7a, 7c en 8b;
- d. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdelen f en g, deel uitmaken van het project, taxaties of de publicatie van het Kadaster van de gemiddelde grondwaarde van landbouwgrond in de betreffende provincie, overeenkomstig bijlage 3, onderdelen 7b en 8a;
- e. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel g, deel uitmaken van het project, een berekening van het verschil tussen de kosten van aankoop van grond en de restwaarde, overeenkomstig bijlage 3, onderdeel 8a;
- f. indien de kosten genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, deel uitmaken het project een berekening van de waardedaling bedoeld in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel f, overeenkomstig bijlage 3, onderdeel 7b.
De subsidieontvanger dient jaarlijks een rapportage als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, in bij de Minister.
Onverminderd artikel 2.19, vierde en vijfde lid, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:
- a. ondertekende offerten van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7a, 7c en 8b;
- b. facturen van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8b;
- c. betaalbewijzen van de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdelen 1c, 2c, 3, 4, 7 en 8;
- d. taxaties van de aangekochte grond, de restwaarde en de in waarde gedaalde landbouwgrond, genoemd in bijlage 3, onderdelen 7b en 8a;
- e. een afschrift van de notariële akte, bedoeld in artikel 5.8.5.8, vierde lid, onderdeel b, bij de subsidiabele kosten genoemd in bijlage 3, onderdeel 8a.
- f. een afschrift van de notariële akte van levering behorend bij de aankoop van grond, genoemd in artikel 5.8.5.3, eerste lid, onderdeel g;
- g. urenstaten ten behoeve van de berekening van de arbeidskosten, bedoeld in artikel 5.8.5.3, tweede lid.
Artikel 5.8.5.10. Voorschot en deelbetaling
Er wordt ambtshalve een voorschot verstrekt dat 20% van de verleende subsidie bedraagt.
Er kunnen deelbetalingen worden verstrekt. Een deelbetaling bedraagt ten minste € 50.000. Een deelbetaling kan maximaal twee keer per jaar worden aangevraagd.
De subsidieontvanger dient een aanvraag voor een deelbetaling in, onder bijvoeging van de in artikel 5.8.5.9, derde lid, bedoelde documenten.
Onverminderd artikel 5.1.8 bedragen de deelbetalingen en het voorschot samen ten hoogste 90% van de verleende subsidie.
Artikel 5.8.5.11. Subsidievaststelling
In afwijking van artikel 2.19, eerste lid, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling ingediend uiterlijk binnen twee maanden na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.
Artikel 5.8.5.12. Gegevensverwerking
De Minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen, wijzigingsverzoeken en betalingsverzoeken op grond van deze paragraaf gebruik maken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in voor de Minister beschikbare registraties op grond van de Meststoffenwet en de Landbouwwet.
§ 5.8.6. Slotbepalingen
Artikel 5.8.6.1. Vervaltermijn
Deze titel en de bijlagen 2 en 3 vervallen met ingang van 1 oktober 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Titel 5.9. Subsidie voor de vestiging van jonge landbouwers
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen
Procedure als bedoeld in de artikelen 3.1.9 en 4.2.18 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021
Kopieën of volledig digitale documenten kunnen worden geaccepteerd als bewijsstuk. In deze bijlage worden de procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 en verantwoording op grond van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231) en op grond van Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247) kunnen worden gebruikt.
1. Typen documenten
De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:
2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c
De in 1, onderdelen a, b en c, bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:
De in 1, onderdelen a, b en c, bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:
Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.
3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld onder 1, onderdeel d
Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen.
Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen.
Bijlage 1. Behorende bij de artikelen 3.1.9 en 4.2.18 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021
Bijlage 2. Behorende bij de artikelen 5.8.1, 5.8.2.7, vijfde lid en 5.8.4.7, vijfde lid
stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden als bedoeld in artikel 5.8.1 (begripsomschrijving overgangsgebieden N2000) en de score urgentie als bedoeld in de artikelen 5.8.2.7, vijfde lid en 5.8.4.7, vijfde lid.
| provincie | Groningen | score urgentie |
|---|---|---|
| Lieftinghsbroek (21)1 | 3,0 | |
| provincie | Friesland | score urgentie |
| Alde Feanen (13) | 3,0 | |
| Bakkeveense duinen (17) | 3,5 | |
| Duinen Ameland (5) | 4,0 | |
| Duinen Schiermonnikoog (6) | 3,5 | |
| Duinen Terschelling (4) | 3,5 | |
| Duinen Vlieland (3) | 3,0 | |
| Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving (10) | 2,9 | |
| Rottige Meenthe & Brandemeer (18) | 3,5 | |
| Van Oordt's Mersken (15) | 3,0 | |
| Wijnjeterper Schar (16) | 3,0 | |
| provincie | Drenthe | score urgentie |
| Bargerveen (33) | 4,5 | |
| Drents-Friese Wold & Leggelderveld (27) | 5,0 | |
| Drentsche Aa-gebied (25) | 4,0 | |
| Drouwenerzand (26) | 3,0 | |
| Dwingelderveld (30) | 5,0 | |
| Elperstroomgebied (28) | 3,0 | |
| Fochteloërveen (23) | 5,0 | |
| Holtingerveld (29) | 4,0 | |
| Mantingerbos (31) | 3,0 | |
| Mantingerzand (32) | 3,5 | |
| Norgerholt (22) | 3,0 | |
| provincie | Overijssel | score urgentie |
| Aamsveen (55) | 4,5 | |
| Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek (47) | 3,0 | |
| Bergvennen & Brecklenkampse Veld (46) | 4,0 | |
| Boetelerveld (41) | 3,5 | |
| Borkeld (44) | 3,5 | |
| Buurserzand & Haaksbergerveen (53) | 4,5 | |
| De Wieden (35) | 3,5 | |
| Dinkelland (49) | 3,0 | |
| Engbertsdijksvenen (40) | 4,5 | |
| Landgoederen Oldenzaal (50) | 3,0 | |
| Lemselermaten (48) | 3,0 | |
| Lonnekermeer (51) | 4,0 | |
| Olde Maten & Veerslootslanden (37) | 3,5 | |
| Sallandse Heuvelrug (42) | 4,0 | |
| Springendal & Dal van de Mosbeek (45) | 3,5 | |
| Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (36) | 2,9 | |
| Vecht- en Beneden-Reggegebied (39) | 5,0 | |
| Weerribben (34) | 4,0 | |
| Wierdense Veld (43) | 4,0 | |
| Witte Veen (54) | 3,5 | |
| provincie | Gelderland | score urgentie |
| Bekendelle (63) | 3,0 | |
| De Bruuk (69) | 3,0 | |
| Korenburgerveen (61) | 5,0 | |
| Landgoederen Brummen (58) | 3,5 | |
| Lingegebied & Diefdijk Zuid (70) | 3,0 | |
| Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem (71) | 2,9 | |
| Rijntakken (38) | 3,0 | |
| Stelkampsveld (60) | 3,5 | |
| Veluwe (57) | 5,0 | |
| Willinks Weust (62) | 3,0 | |
| Wooldse Veen (64) | 4,5 | |
| provincie | Utrecht | score urgentie |
| Binnenveld (65) | 3,0 | |
| Botshol (83) | 3,5 | |
| Kolland & Overlangbroek (81) | 3,0 | |
| Uiterwaarden Lek (82) | 3,0 | |
| Zouweboezem (105) | 2,9 | |
| provincie | Noord-Holland | score urgentie |
| Duinen Den Helder – Callantsoog (84) | 3,5 | |
| Duinen en Lage Land Texel (2) | 3,5 | |
| Eilandspolder (89) | 3,0 | |
| Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (92) | 3,0 | |
| Kennemerland-Zuid (88) | 4,5 | |
| Naardermeer (94) | 4,0 | |
| Noordhollands Duinreservaat (87) | 5,0 | |
| Oostelijke Vechtplassen (95) | 4,0 | |
| Polder Westzaan (91) | 3,0 | |
| Schoorlse Duinen (86) | 4,0 | |
| Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder (90) | 3,0 | |
| Zwanenwater & Pettemerduinen (85) | 3,0 | |
| provincie | Zuid-Holland | score urgentie |
| Coepelduynen (96) | 3,0 | |
| Duinen Goeree & Kwade Hoek (101) | 3,5 | |
| Meijendel & Berkheide (97) | 3,5 | |
| Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (103) | 3,5 | |
| Solleveld & Kapittelduinen (99) | 4,0 | |
| Voornes Duin (100) | 4,0 | |
| Westduinpark & Wapendal (98) | 4,0 | |
| provincie | Zeeland | score urgentie |
| Canisvliet (125) | 2,9 | |
| Groote Gat (124) | 2,9 | |
| Kop van Schouwen (116) | 4,5 | |
| Manteling van Walcheren (117) | 4,5 | |
| Vogelkreek (126) | 2,9 | |
| Yerseke en Kapelse Moer (121) | 2,9 | |
| Zwin & Kievittepolder (123) | 2,9 | |
| provincie | Noord-Brabant | score urgentie |
| Biesbosch (112) | 3,0 | |
| Brabantse Wal (128) | 5,0 | |
| Deurnsche Peel & Mariapeel (139) | 5,0 | |
| Groote Peel (140) | 4,5 | |
| Kampina & Oisterwijkse Vennen (133) | 5,0 | |
| Kempenland-West (135) | 4,5 | |
| Langstraat (130) | 3,5 | |
| Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136) | 4,0 | |
| Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (131) | 4,5 | |
| Oeffelter Meent (141) | 2,9 | |
| Regte Heide & Riels Laag (134) | 3,5 | |
| Strabrechtse Heide & Beuven (137) | 4,0 | |
| Ulvenhoutse Bos (129) | 4,0 | |
| Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (132) | 3,5 | |
| provincie | Limburg | score urgentie |
| Bemelerberg & Schiepersberg (156) | 3,0 | |
| Boschhuizerbergen (144) | 4,5 | |
| Brunssummerheide (155) | 3,0 | |
| Bunder- en Elslooërbos (153) | 3,0 | |
| Geleenbeekdal (154) | 3,0 | |
| Geuldal (157) | 4,0 | |
| Kunderberg (158) | 3,0 | |
| Leudal (147) | 3,0 | |
| Maasduinen (145) | 5,0 | |
| Meinweg (149) | 4,0 | |
| Noorbeemden & Hoogbos (161) | 3,0 | |
| Roerdal (150) | 3,0 | |
| Sarsven en De Banen (146) | 4,5 | |
| Savelsbos (160) | 3,5 | |
| Sint Jansberg (142) | 3,0 | |
| Sint Pietersberg & Jekerdal (159) | 3,5 | |
| Swalmdal (148) | 2,9 | |
| Weerter- en Budelerbergen & Ringselven (138) | 4,5 | |
| Zeldersche Driessen (143) | 3,0 | |
| Ministerie | van I&W | score urgentie |
| Grevelingen (115) | 3,5 | |
| Krammer-Volkerak (114) | 2,9 | |
| Noordzeekustzone (7) | 2,9 | |
| Oosterschelde (118) | 3,0 | |
| Voordelta (113) | 2,9 | |
| Waddenzee (1) | 3,0 | |
| Westerschelde & Saeftinghe (122) | 2,9 | |
| Ministerie | van Defensie | score urgentie |
| Witterveld (24) | 4,0 |
1 De nummering tussen haakjes betreft de 162 aangewezen N2000 gebieden als vermeld op de website www.natura2000.nl.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 3. Behorende bij titel 5.8, paragraaf 5.8.3, paragraaf 5.8.4 en paragraaf 5.8.5
| 1 | 2 | 3 | 3 |
|---|---|---|---|
| Product/activiteit | Omschrijving resultaat | berekeningsmethode | berekeningsmethode |
| 1. Uitwerking | 1. Uitwerking | 1. Uitwerking | 1. Uitwerking |
| a. uitwerking op het niveau van het samenwerkings-verband | Document met een inhoudelijke beschrijving van de uit te voeren activiteiten in het samenwerkingsverband met: a. een uitwerking op het niveau van het samenwerkingsverband voor onderstaande doelen: 1°. Reductie CO2-emissie uit veenweidepercelen of; 2°. Reductie ammoniakemissie in overgangsgebieden N2000; b. een beschrijving van de huidige situatie in het samenwerkingsverband in het licht van de doelen, bedoeld in onderdeel a; c. een beschrijving van de beoogde activiteiten op de percelen in het samenwerkingsverband zoals omschreven in onderdelen 5 en 6 van deze tabel; d. een beschrijving van de overige activiteiten van het samenwerkingsverband, zoals omschreven in onderdelen 1b t/m 4, die op effectieve en efficiënte wijze kunnen bijdragen aan het behalen van een van de doelen, bedoeld in onderdeel a; e. de verwachte uitkomsten van de activiteiten bedoeld in onderdelen 5 en 6; f. een beschrijving van de rol en de taken van de bij de uitvoering van het plan betrokken partijen; g. een kaart waarop is aangegeven op welke percelen de activiteiten, bedoeld in onderdelen 5 en 6, uitgevoerd gaan worden; h. (een inschatting van) de (neven)effecten op andere actoren binnen of buiten het projectgebied; en i. de planning van de uitvoering van het project. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten: per aanvraag; | Offerten: per aanvraag; |
| b. bedrijfsplan per deelnemend agrarisch bedrijf of grondeigenaar | Document met een beschrijving van de activiteiten van een deelnemend bedrijf of grondeigenaar en de bijdrage die hiermee aan het beoogde doel geleverd wordt, waaronder: – onderbouwing keuze voor te ontwikkelen doelen en uit te voeren activiteiten, waarbij ook de opbouw van kennis en ervaring wordt toegelicht; – relaties met andere deelnemende bedrijven of partners; – begroting van de kosten van de activiteiten in onderdelen 5 en 6 van deze tabel; – een kaart waarin is aangegeven op welke percelen de activiteiten, bedoeld in onderdelen 5 en 6 worden uitgevoerd. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten: per deelnemend agrarisch bedrijf of grondeigenaar | Offerten: per deelnemend agrarisch bedrijf of grondeigenaar |
| c. uitwerking plan van samenwerkingsverband-watersysteem | Documenten met de beschrijving van de uit te voeren activiteiten in het samenwerkingsverband-watersysteem met: a. een uitwerking van de verwachte verbeteringen voor het watersysteem met daarvoor: 1°.een beschrijving van de huidige situatie waarbij de relatie met projecten om de grondwaterstand in het veenweidegebied te verhogen wordt toegelicht; 2°. een beschrijving van de knelpunten, die samenhangen met de in onderdeel 1° genoemde projecten, of de knelpunten zien op wateroverlast watertekort of de waterkwaliteit, en op welke manier die knelpunten worden weggenomen; 3°. een beschrijving van de beoogde activiteiten zoals omschreven in de onderdelen 7 en 8 en een inschatting van de verwachte resultaten; b. een beschrijving van de rol en de taken van de bij de uitvoering van het plan betrokken partijen; c. een inschatting van de (neven)effecten op andere actoren; d. de planning van de uitvoering van het project. Aantonen aan de hand van offerten, ondertekende offerten, factuur en betaalbewijs | Offerten: per aanvraag | Offerten: per aanvraag |
| 2. Begeleiding projecten | 2. Begeleiding projecten | 2. Begeleiding projecten | 2. Begeleiding projecten |
| a. werven deelnemers | Voeren van individuele gesprekken met potentiële deelnemers om te komen tot afspraken over deelname aan het project of over het opstellen van een bedrijfsplan. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur betaalbewijs | Offerten: per potentiële deelnemer | Offerten: per potentiële deelnemer |
| b. begeleiden deelnemers | Begeleiding van deelnemers bij de uitvoering van het bedrijfsplan. Bepalen aan de hand van gemaakte bedrijfsplannen. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten: per deelnemer | Offerten: per deelnemer |
| c. Projectmanagement samenwerkingsverband-watersysteem | Begeleiding van de realisatie van het project tot verbetering van het watersysteem. Aantonen aan de hand van offerten, ondertekende offerten, factuur en betaalbewijs | Offerten | Offerten |
| 3. Communicatie | 3. Communicatie | 3. Communicatie | 3. Communicatie |
| a. communicatieplan | Document met een overkoepelend communicatieplan voor het project met aandacht voor: – producten – doelgroepen – begroting op basis van de productenlijst – fasering In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan de bijdrage die het project levert aan de doelstelling van het project. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten | Offerten |
| b. kleine bijeenkomst | Bijeenkomst van maximaal 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten per bijeenkomst | Offerten per bijeenkomst |
| c. grote bijeenkomst | Bijeenkomst van meer dan 15 personen; voorbereiding, facilitaire zaken en verslaglegging. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten per bijeenkomst | Offerten per bijeenkomst |
| 4. Rapportage | 4. Rapportage | 4. Rapportage | 4. Rapportage |
| a. tussenrapportage | Document met inhoudelijke beschrijving van de voortgang van het project, evaluatie, leerpunten, evt. aanpassingen in het project. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten per tussenrapportage; | Offerten per tussenrapportage; |
| b. eindrapportage | Document met inhoudelijke beschrijving van de resultaten van het project, evaluatie en leerpunten. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | Offerten | Offerten |
| 5. Niet-productieve investeringen veenweide | 5. Niet-productieve investeringen veenweide | 5. Niet-productieve investeringen veenweide | 5. Niet-productieve investeringen veenweide |
| a. aanschaf en plaatsen van waterinfiltratie-systemen, zoals onderwaterdrainage of drukdrainage | Waterinfiltratiesystemen, zoals onderwaterdrainage en drukdrainage, die voldoen aan de KIWA beoordelingsrichtlijn 1411, zijn niet-productieve investeringen met als doel de grondwaterstand in veenweidepercelen te verhogen. Dit kan alleen op grasland, zowel op landbouwareaal als op niet-landbouwareaal. De drainagebuizen hebben een omhulsel van natuurlijk materiaal. Met de KIWA beoordelingsrichtlijn 1411 wordt gelijkgesteld een beoordelingsrichtlijn opgesteld door een onafhankelijke certificeringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke beoordelingsrichtlijn vereisten bevat die ten minste gelijkwaardig zijn aan het niveau dat met de KIWA beoordelingsrichtlijn 1411 wordt nagestreefd. Voor berekeningen van de CO2 -emissie wordt bij drukdrainage alleen gerekend met de medium variant in het CO2-rekenmodel (www.nobveenweiden.nl/bevindingen). Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs | werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs | werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs |
| b. aanschaf en plaatsen van grondwaterpeil-buizen | Grondwaterpeilbuizen geven inzicht in de grondwaterstand in veenweidepercelen. Vanwege de benodigde datalevering zijn digitale meetsystemen noodzakelijk. Dit kan alleen op grasland, zowel op landbouwareaal als op niet-landbouwareaal. Aantonen aan de hand van offerteverzoek, offerten, opdracht, factuur en betaalbewijs. | Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs | Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs |
| c. onderhoud waterinfiltratie-systeem en grondwaterpeil-buizen | Voor onderhoud ter zake van onderdelen 5a en 5b zijn geen jaarlijkse bijdragen voorzien maar kan per keer een factuur en betaalbewijs worden overgelegd. In de begroting van het project kan maximaal 10% van de subsidiabele kosten van 5a en 5b gezamenlijk worden opgenomen. | Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs | Werkelijke kosten op basis van factuur en betaalbewijs |
| 6. Uitvoeren beheeractiviteiten | 6. Uitvoeren beheeractiviteiten | 6. Uitvoeren beheeractiviteiten | 6. Uitvoeren beheeractiviteiten |
| a. geringere drooglegging | Het verschil tussen het peil rondom het perceel (in cm ten opzichte van het NAP) en de gemiddelde hoogte van het maaiveld van het perceel (in cm ten opzichte van het NAP) voor de periode van april tot en met september leidt tot de berekende subsidie. - De hoogte van het peil rondom het perceel, het peilvak of een deel daarvan, voor de genoemde periode is schriftelijk vastgelegd in bijvoorbeeld een peilbesluit, vergunning of ontheffing van het waterschap. – De hoogte van het maaiveld van het perceel is af te lezen op de AHN-viewer (www.ahn.nl). – De percelen moeten landbouwareaal en grasland betreffen. – Per samenwerkingsverband moet minimaal 90% van het areaal van deze percelen onder de definitie veenweidegebied vallen. Bij combinatie van deze beheeractiviteit met extensiveren (onderdeel 6b) wordt de subsidie voor deze beheeractiviteit berekend met de lagere referentie gewasopbrengst door extensiveren | Drooglegging is max. 40 cm: € 545 per ha/jr Drooglegging is max. 30 cm: € 790 per ha/jr Drooglegging is max. 20 cm: € 1.355 per ha/jr Combinatie met extensiveren (6b): bij 150 kg N dierexcretie/ha/bedrijf: 40 cm = € 450 per ha 30 cm = € 645 per ha 20 cm = € 1.105 per ha bij 100 kg N dierexcretie/ha/bedrijf: 40 cm = € 410 per ha 30 cm = € 585 per ha 20 cm = € 995 per ha | Drooglegging is max. 40 cm: € 545 per ha/jr Drooglegging is max. 30 cm: € 790 per ha/jr Drooglegging is max. 20 cm: € 1.355 per ha/jr Combinatie met extensiveren (6b): bij 150 kg N dierexcretie/ha/bedrijf: 40 cm = € 450 per ha 30 cm = € 645 per ha 20 cm = € 1.105 per ha bij 100 kg N dierexcretie/ha/bedrijf: 40 cm = € 410 per ha 30 cm = € 585 per ha 20 cm = € 995 per ha |
| b. extensiveren melkveehouderijbedrijf | Het dierexcretie- en bemestingsvolume van het melkveehouderijbedrijf is maximaal 150 of 100 kg stikstof per ha landbouwareaal per bedrijf waarbij het gebruik van stikstofhoudende kunstmest niet is toegestaan. Voor de aanvraag gericht op extensivering in overgangsgebieden N2000 (paragraaf 5.8.4.): Voor de puntenberekening van de weidegang wordt gekeken naar de ecoactiviteit weiden. | Max. 150 kg N dierexcretie/ha per bedrijf: € 1.680 per ha/jr Max. 100 kg N dierexcretie/ha per bedrijf: € 2.430 per ha/jr | Max. 150 kg N dierexcretie/ha per bedrijf: € 1.680 per ha/jr Max. 100 kg N dierexcretie/ha per bedrijf: € 2.430 per ha/jr |
| c. extensiveren akkerbouwbedrijf | Het bemestingsvolume van het akkerbouwbedrijf is maximaal 150 of 100 kg stikstof per ha landbouwareaal per bedrijf. Het akkerbouwbedrijf kan ervoor kiezen om alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen die zijn opgenomen in de Skal inputlijst te gebruiken. | Max. 150 kg N bemesting/ha per bedrijf: € 375 per ha/jr Max 100 kg N bemesting/ha per bedrijf: € 1.020 per ha/jr Max. 150 kg N bemesting/ha per bedrijf met gebruik van de Skal inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 2.675 per ha/jr Max. 100 kg N bemesting/ ha per bedrijf met gebruik van de Skal inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 3.130 per ha/jr Ingeval het akkerbouwbedrijf tevens de eco-activiteit rustgewassen aanvraagt worden de bovenstaande vergoedingen verminderd met € 105 per ha. | Max. 150 kg N bemesting/ha per bedrijf: € 375 per ha/jr Max 100 kg N bemesting/ha per bedrijf: € 1.020 per ha/jr Max. 150 kg N bemesting/ha per bedrijf met gebruik van de Skal inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 2.675 per ha/jr Max. 100 kg N bemesting/ ha per bedrijf met gebruik van de Skal inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 3.130 per ha/jr Ingeval het akkerbouwbedrijf tevens de eco-activiteit rustgewassen aanvraagt worden de bovenstaande vergoedingen verminderd met € 105 per ha. |
| 7. Niet productieve investeringen watersysteem | 7. Niet productieve investeringen watersysteem | 7. Niet productieve investeringen watersysteem | 7. Niet productieve investeringen watersysteem |
| a. aanleg, inrichten, aanschaf, plaatsen van investeringen die het watersysteem verbeteren | De niet-productieve investeringen in het watersysteem hangen samen met reeds genomen of nog te nemen maatregelen tot geringere drooglegging of plaatsing van waterinfiltratiesystemen. De investeringen zien op het oplossen van watertekort, wateroverlast of verminderde waterkwaliteit, die samenhangen met de verhoging van de grondwaterstand. Zoals vergroten van aanvoer- of afvoerwatergangen, aanleg van duikers, stuwtjes of natuurvriendelijke oevers. Investeringen in gemalen vallen hier niet onder Aantonen aan de hand van offerten, ondertekende offerten, factuur en betaalbewijs. Arbeidskosten worden aangetoond aan de hand van urenstaten. | Offerten | Offerten |
| b. vergoeding grondaankoop | Het verschil tussen de kosten van aankoop en de restwaarde van grond, die ten behoeve van het project door een overheidsinstantie wordt aangekocht. Dit wordt vergoed tot maximaal 10% van de totale projectkosten. De (waarde van de grond bij aankoop en de restwaarde) wordt bepaald door een onafhankelijk taxateur. Aantonen aan de hand van taxaties, facturen, afschrift van de notariële akte van leveringen betaalbewijs. Arbeidskosten worden aangetoond aan de hand van urenstaten. | Taxaties of een publicatie van het Kadaster van de gemiddelde grondwaarde van landbouwgrond in de betreffende provincie. Een berekening van het verschil tussen de kosten van aankoop van grond en de restwaarde. In het geval de grond verandert in water kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 5.000,– per hectare. In het geval er op de grond een natuurvriendelijke oever wordt aangelegd kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 10.000,– per hectare | Taxaties of een publicatie van het Kadaster van de gemiddelde grondwaarde van landbouwgrond in de betreffende provincie. Een berekening van het verschil tussen de kosten van aankoop van grond en de restwaarde. In het geval de grond verandert in water kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 5.000,– per hectare. In het geval er op de grond een natuurvriendelijke oever wordt aangelegd kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 10.000,– per hectare |
| c. overige kosten transactie grondaankoop | Bij het aankopen van grond worden kosten gemaakt voor de taxateur, de notaris en het Kadaster. Aantonen aan de hand van offerten, ondertekende offerten, factuur en betaalbewijs. | Offerten | Offerten |
| 8. Vergoeding waardedaling landbouwgrond | 8. Vergoeding waardedaling landbouwgrond | 8. Vergoeding waardedaling landbouwgrond | 8. Vergoeding waardedaling landbouwgrond |
| a. vergoeding waardedaling landbouwgrond | Bij het graven van nieuwe of het vergroten van bestaande aanvoer- of afvoerwatergangen of aanleg van natuurvriendelijke oevers verandert de functie of het gebruik van grond (landbouwgrond wordt water en/of een natuurvriendelijke oever). Vergoeding van de waardedaling van landbouwgrond vindt plaats op basis van taxatie door een onafhankelijk taxateur, waarbij 1 januari 2026 de peildatum is voor de waardebepaling. Aantonen aan de hand van taxaties, afschrift van de notariële akte en betaalbewijs. Arbeidskosten worden aangetoond aan de hand van urenstaten. | Taxaties of een publicatie van het Kadaster van de gemiddelde grondwaarde van landbouwgrond in de betreffende provincie. Een berekening van de waardedaling van de grond. In het geval de grond verandert in water kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 5.000,– per hectare. In het geval er op de grond een natuurvriendelijke oever wordt aangelegd kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 10.000,– per hectare. | Taxaties of een publicatie van het Kadaster van de gemiddelde grondwaarde van landbouwgrond in de betreffende provincie. Een berekening van de waardedaling van de grond. In het geval de grond verandert in water kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 5.000,– per hectare. In het geval er op de grond een natuurvriendelijke oever wordt aangelegd kan in de aanvraag worden uitgegaan van een restwaarde van minimaal € 10.000,– per hectare. |
| b. overige kosten transactie waardedaling grond | Bij het verstrekken van een vergoeding voor de waardedaling van landbouwgrond worden kosten gemaakt voor de taxateur, de notaris en het Kadaster. Aantonen aan de hand van offerten, ondertekende offerten, factuur en betaalbewijs. | Offerten | Offerten |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5.3.4a. Subsidie jonge of nieuwe landbouwers
Het percentage, bedoeld in artikel 52, lid 5a van verordening 2021/2115, wordt verleend voor een investering in een duurzaam productiemiddel in het kader van de sectorale doelstellingen productieplanning en organisatie, concentratie van het aanbod en in de handel brengen van de producten, en verbetering van het concurrentievermogen, bedoeld in artikel 46, aanhef en onderdelen a, b, en c, van verordening 2021/2115, op het bedrijf, waarvan het bedrijfshoofd een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer is die voor het eerst lid is van een producentenorganisatie, en in die hoedanigheid voor het eerst deelneemt aan een operationeel programma of gedurende de drie jaar na de datum waarop de jonge landbouwer of nieuwe landbouwer het lidmaatschap bij een producentenorganisatie heeft verkregen.
Een jonge landbouwer wordt geacht voor het eerst deel te nemen aan een operationeel programma, wanneer deze:
- a. bedrijfshoofd is van een lid dat het lidmaatschap bij een producentenorganisatie heeft verkregen gedurende de looptijd van het operationeel programma van die producentenorganisatie;
- b. gedurende de looptijd van een operationeel programma bedrijfshoofd wordt van een lid van een producentenorganisatie;
Een nieuwe landbouwer wordt geacht voor het eerst deel te nemen aan een operationeel programma, wanneer deze:
- a. voor het eerst bedrijfshoofd is van een lid dat het lidmaatschap bij een producentenorganisatie heeft verkregen gedurende de looptijd van het operationeel programma van die producentenorganisatie;
- b. gedurende de looptijd van een operationeel programma voor het eerst bedrijfshoofd wordt van een lid van een producentenorganisatie.
Een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer is bedrijfshoofd als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze op de datum van indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 5.2.48, derde lid:
- a. voor ten minste 50 procent zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf;
- b. als natuurlijk persoon daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft in een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 dat, behoudens de datum, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, van overeenkomstige toepassing is; en
- c. belast of mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering.
Van de 50 procent zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is sprake, ingeval een jonge landbouwer en nieuwe landbouwer:
- a. ten minste 50 procent van een bedrijf juridisch in eigendom of onder het recht van reguliere pacht of erfpacht heeft; of
- b. ten minste 50 procent van de aandelen bezit in geval van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.
Indien aan het bedrijf meerdere jonge landbouwers of nieuwe landbouwers als bedrijfshoofd deelnemen, dan hebben de jonge landbouwers of nieuwe landbouwers individueel de vereiste daadwerkelijke langdurige zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, en gezamenlijk ten minste het percentage van de zeggenschap, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a.
Een jonge landbouwer of nieuwe landbouwer beschikt over een passende opleiding of passende vaardigheden, als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, indien deze beschikt over:
- a. een diploma of een getuigschrift van een opleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau middelbaar beroepsonderwijs; of
- b. een bewijs van tenminste twee jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie, op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 5.2.48, tellend vanaf het moment dat de leeftijd van 16 jaar is bereikt.
Op verzoek van de minister overlegt de producentenorganisatie bewijsstukken om aan te tonen dat het bedrijfshoofd van een lid kwalificeert als jonge landbouwer of nieuwe landbouwer.
Afdeling 5.3.2. Subsidiabele activiteiten en sectorale doelstellingen
§ 2. Productieplanning en -organisatie
§ 3. Concentratie van het aanbod en in de handel brengen van de producten
§ 3.1. Algemeen
§ 3.2. Investering in een duurzaam productiemiddel
§ 4. Verbetering van het concurrentievermogen
§ 6. Afzetbevordering, ontwikkeling en uitvoering ten behoeve van duurzaamheid
§ 8. Verhoging van de handelswaarde en de kwaliteit van de producten
§ 8.1. Algemene bepalingen
§ 9. Afzetbevordering en marketing van producten
§ 9.2. Uitgaven voor overige kosten
§ 10. Verhoging van de consumptie van producten van de sector groenten en fruit
§ 9.2. Uitgaven voor overige kosten
§ 10.2. Uitgaven voor overige kosten
§ 12. Verbetering van de arbeidsvoorwaarden en handhaving van de werkgeversverplichtingen en van de vereisten voor gezondheid en veiligheid op het werk
§ 12.2. Investering in een duurzaam productiemiddel
§ 12.3. Uitgaven voor overige kosten
Afdeling 5.3.3. Subsidievaststelling en gedeeltelijke betalingen
Afdeling 5.3.3. Subsidievaststelling en gedeeltelijke betalingen
Titel 5.4. Sectorale interventie bijenteelt
§ 2. Voorschriften inzake de verzekeraar
Titel 5.6. Samenwerken aan innovatie door operationele groepen in het kader van EIP
Titel 5.7. Stimuleren van kennisoverdracht via de Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie (SABE)
§ 5.7.2. Projectsubsidies
§ 5.7.4. Verstrekking subsidie aan een kennisinstelling of erkende bedrijfsadviseur
§ 5.7.5. Verstrekking van opleidingsvoucher aan een bedrijfsadviseur
Titel 5.8. Samenwerking in veenweiden en overgangsgebieden N2000
§ 5.8.1. Algemene bepalingen
§ 5.7.9. Verstrekking subsidie aan een erkende bedrijfsadviseur
§ 5.8.2. Oprichten samenwerkingsverband of opstellen gebiedsplan
§ 5.8.4. Extensivering in overgangsgebieden N2000
§ 5.8.5. Verbetering watersysteem veenweidegebieden
§ 5.8.6. Slotbepalingen
Titel 5.9. Subsidie voor de vestiging van jonge landbouwers
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen en slotbepalingen
Bijlage 1. Behorende bij de artikelen 3.1.9 en 4.2.18 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021
Procedure als bedoeld in de artikelen 3.1.9 en 4.2.18 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021
Kopieën of volledig digitale documenten kunnen worden geaccepteerd als bewijsstuk. In deze bijlage worden de procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 en verantwoording op grond van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231) en op grond van Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247) kunnen worden gebruikt.
1. Typen documenten
De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:
2. Procedure voor het gebruik van de documenten, bedoeld onder 1, onderdelen a, b en c
Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.
3. Procedure voor het bewaren van stukken die uitsluitend in een elektronische versie bestaan, bedoeld onder 1, onderdeel d
Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:
Bijlage 4. Behorende bij titel 5.8, paragraaf 5.8.4
| gewascode 2024 | Rustgewasplus (hoofdteelt) op bouwland |
|---|---|
| 233 | tarwe, winter- |
| 234 | tarwe, zomer- |
| 235 | gerst, winter- |
| 236 | gerst, zomer- |
| 238 | haver |
| 246 | karwijzaad |
| 247 | blauwmaanzaad |
| 258 | luzerne |
| 266 | grasland, tijdelijk |
| 314 | triticale |
| 346 | tagetes erecta (afrikaantje) |
| 347 | tagetes patula (afrikaantje) |
| 381 | teff |
| 382 | spelt |
| 428 | gele mosterd |
| 655 | zwarte mosterd |
| 666 | lijnzaad niet van vezelvlas (olievlas) |
| 669 | zwaardherik (aaltjesvanggewas) |
| 670 | japanse haver |
| 1022 | quinoa |
| 1037 | peterselie, productie |
| 1038 | peterselie, zaden en opkweekmateriaal |
| 1922 | koolzaad, winter (incl. boterzaad) |
| 1923 | koolzaad, zomer (incl. boterzaad) |
| 2652 | granen overig |
| 3504 | bladrammenas |
| 3510 | boekweit |
| 3514 | niger |
| 3517 | sarepta mosterd/caliente |
| 3519 | soedangras/sorghum |
| 6746 | beemdlangbloem, graszaad |
| 6750 | engels raaigras, graszaad |
| 6752 | festulolium, graszaad |
| 6754 | italiaans raaigras, graszaad |
| 6762 | klaver, rode, groenbemesting, vanggewas |
| 6763 | klaver, rode, klaverzaad |
| 6764 | klaver, witte, groenbemesting, vanggewas |
| 6765 | klaver, witte, klaverzaad |
| 6768 | overig graszaad |
| 6782 | rietzwenkgras, graszaad |
| 6784 | roodzwenkgras, graszaad |
| 6786 | timothee, graszaad |
| 6788 | veldbeemdgras, graszaad |
| 6790 | westerwolds raaigras, graszaad |
| 7123 | raapzaad, zomer |
| 7124 | raapzaad, winter |
| 7129 | rogge, groenvoedergewas |
| 7130 | rogge, korrelgewas |
| 7131 | rogge, groenbemesting, vanggewas |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
§ 3.8. Steun voor hogere bedrijfskosten visserij
Artikel 3.8.1. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- controleverordening: verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU 2009, L 343);
- eigenaar van een vissersvaartuig: visserijonderneming die de eigendom heeft van een vissersvaartuig en onder wiens naam het in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is ingeschreven;
- garnalenvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling visserij;
- gasolie: gasolie als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van Richtlijn (EU) 2016/802 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen (PbEU 2016, L 132);
- logboekgegevens: de gegevens die overeenkomstig artikel 14 van controleverordening, gelezen in samenhang met artikel 104 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, of overeenkomstig artikel 104a van de Uitvoeringsregeling zeevisserij met betrekking tot een vissersvaartuig zijn verstrekt;
- uitvoeringsverordening controleverordening: Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2196 van de Commissie van 17 oktober 2025 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad wat betreft de toegang tot de wateren en hulpbronnen, visserijcontrole, bewaking, inspectie en handhaving, verlaging van quota en visserijinspanningen, gegevens en informatie, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie;
vismachtiging:vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening.
Artikel 3.8.2. Subsidieverstrekking
De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een eigenaar van een vissersvaartuig ter ondersteuning voor de hogere bedrijfskosten van diens vissersvaartuig door de situatie in het Midden-Oosten.
Een eigenaar van een vissersvaartuig kan per openstellingsperiode één aanvraag per vissersvaartuig indienen.
Artikel 3.8.3. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.
De hoogte van de subsidie bedraagt per vissersvaartuig maximaal:
- a. € 189.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 221 kW en niet meer dan 1471 kW waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig TBB, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;
- b. € 68.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 221 kW en niet meer dan 1100 kW waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig OTB, OTT, PTB, SDN, SSC of SPR, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;
- c. € 55.000, voor een vissersvaartuig waarvoor aan de eigenaar van het vissersvaartuig een vergunning als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij is verleend voor het machinaal vissen op strandschelpen (Spisula spp.) of zwaardscheden en mesheften (Ensis spp.);
- d. € 38.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 190 kW en niet meer dan 221 kW waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig TBB, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 80 mm, geldt;
- e. € 34.000, voor een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor het kweken van mossels;
- f. € 23.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 190 kW en niet meer dan 221 kW waarvoor:
- 1°. een garnalenvergunning geldt; of
- 2°. een vismachtiging voor het type vistuig OTB, OTT, PTB, SDN, SSC of SPR, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;
- g. € 13.000, voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van niet meer dan 190 kW waarvoor:
- 1°. een garnalenvergunning geldt; of
- 2°. een vismachtiging voor het type vistuig TBB, OTB, OTT, PTB, SDN, SSC of SPR, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;
- h. € 5.000, voor een vissersvaartuig:
- 1°. waarvoor een visvergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening is verleend waarop is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen met kruisnetten, met kieuwnetten of warnetten of met vallen als bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening;
- 2°. waarvoor een vismachtiging voor het type vistuig GN, bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening, geldt;
- 3°. dat is gekoppeld aan een vergunning als bedoeld in artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij voor het vissen met kruisnetten, met kieuwnetten of warnetten of met vallen als bedoeld in bijlage XVI bij de uitvoeringsverordening controleverordening;
- 4°. dat wordt gebruikt voor het handmatig vissen op kokkels; of
- 5°. dat wordt gebruikt voor het kweken van oesters.
Per vissersvaartuig kan per openstellingsperiode voor één en dezelfde van de in het tweede lid genoemde onderdelen subsidie worden aangevraagd.
Artikel 3.8.4. Subsidiabele kosten
Voor subsidie komen in aanmerking de hogere bedrijfskosten van een vissersvaartuig dat in eigendom van een visserijonderneming is, die rechtstreeks het gevolg zijn van de aanzienlijke verstoring van de markt als bedoeld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/889 van de Commissie van 16 april 2026 tot vaststelling dat de situatie in het Midden-Oosten sinds 28 februari 2026 een buitengewone gebeurtenis is die een aanzienlijke verstoring van de markten veroorzaakt, voor zover deze kosten gemaakt zijn in de periode van 1 maart 2026 tot en met 30 juni 2026 ten opzichte van de gemiddelde bedrijfskosten in 2025.
De hogere bedrijfskosten, bedoeld in het eerste lid, betreffen uitsluitend de hogere kosten voor gasolie. De hogere kosten voor gasolie worden berekend door het aantal hele liters gebunkerde gasolie te vermenigvuldigen met het verschil tussen de prijs per liter van gasolie volgens het European Market Observatory for Fisheries and Aquaculture Products in de maand waarin de gasolie geleverd is en de gemiddelde prijs per liter van gasolie in 2025, zijnde € 0,52. Het aantal liters wordt naar beneden afgerond.
Artikel 3.8.5. Verdeling subsidieplafond
De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 3.8.6. Afwijzingsgronden
Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening, indien:
- a. het vissersvaartuig waarop de aanvraag betrekking heeft op 1 juni 2026 geen vissersvaartuig was als bedoeld in het onderdeel van artikel 3.8.3, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft;
- b. op 1 juni 2026 geen vergunning of vismachtiging, bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdelen a tot en met d, f, g of h, onder 1°, 2° of 3°, voor het vissersvaartuig waarop de aanvraag betrekking heeft was verleend of eraan was gekoppeld;
- c. uit de logboekgegevens blijkt dat het vissersvaartuig, niet zijnde een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel e of h, aanhef en onder 5°, of in het vlootsegment AQU:
- 1°. in geen van de jaren 2024, 2025 of 2026 ten minste 30 kalenderdagen visserijactiviteiten heeft verricht;
- 2°. in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 of in de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 geen visserijactiviteiten heeft verricht die kunnen en mogen worden verricht door een vissersvaartuig als bedoeld in het onderdeel van artikel 3.8.3, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft; of
- 3°. in dezelfde periode, genoemd onder 2°, niet ten minste 25% van het totale gewicht van de aanlandingen van het desbetreffende vissersvaartuig:
- –. is gevangen met het vistuig, genoemd in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel a, b, d, f, onder 2°, of g, onder 2°, indien de aanvraag betrekking heeft op een vissersvaartuig als bedoeld in die onderdelen; of
- –. uit garnalen bestaat indien de aanvraag betrekking heeft op een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel f, aanhef en onder 1°, of g, aanhef en onder 1°;
- d. uit de data van tijdstippen en locaties gegenereerd door het blackbox-systeem van het desbetreffende vissersvaartuig in beheer van Dekimo Goes B.V. blijkt dat het vissersvaartuig in geen van de jaren 2024, 2025 of 2026 ten minste 30 kalenderdagen activiteiten heeft verricht door buiten een haven te varen, indien de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdelen e of h, aanhef en onder 5°, of in het vlootsegment AQU betreft;
- e. er al een subsidie als bedoeld in artikel 3.8.2, eerste lid, is verstrekt die in dezelfde openstellingsperiode is aangevraagd ten behoeve van het vissersvaartuig waar de subsidie voor is aangevraagd.
De artikelen 1.3, tweede lid, en 2.11, tweede lid, aanhef en onderdeel c, zijn niet van toepassing op aanvragen op grond van deze paragraaf.
Artikel 3.8.7. Informatieverplichtingen
Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:
- a. het CFR-nummer van het vissersvaartuig;
- b. indien de aanvraag wordt gedaan voor een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 3.8.3, tweede lid, onderdeel e en h, aanhef en onder 5°, of in het vlootsegment AQU, een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager ermee instemt dat de Minister gegevens als bedoeld in artikel 3.8.6, eerste lid, onderdeel d, opvraagt, ontvangt en verwerkt van Dekimo Goes B.V. om vast te stellen of de desbetreffende afwijzingsgrond van toepassing is;
- c. facturen aan de eigenaar van het vissersvaartuig van de levering van gasolie met:
- 1°. de naam, de combinatie van lettertekens en het nummer, het CFR-nummer of het IMO-nummer van het betreffende vissersvaartuig;
- 2°. indien de gegevens, genoemd onder 1°, niet uit de facturen blijken, de naam van de visserijonderneming en aanvullende gegevens die de levering van gasolie aan het desbetreffende vissersvaartuig aantonen;
- 3°. de datum van levering; en
- 4°. het aantal gebunkerde liters gasolie.
Artikel 3.8.8. Subsidievaststelling
In afwijking van de artikelen 2.19 en 3.1.6 houdt de beschikking tot subsidieverlening tevens de beschikking tot subsidievaststelling in.
Artikel 3.8.9. Beslistermijn
In afwijking van artikel 2.12, tweede lid, geeft de Minister een beschikking op de aanvraag om subsidie binnen tachtig dagen na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 3.8.10. Vervaltermijn
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.
Hoofdstuk 4. Europees fonds voor regionale ontwikkeling
§ 4.2. Regels omtrent subsidieverstrekking door de beheerautoriteit in het kader van de landsdelige EFRO-programma’s
Hoofdstuk 5. Europees Landbouwgarantiefonds en Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling
Titel 5.1. Algemene bepalingen
Titel 5.2. Operationele programma’s
Afdeling 5.2.1. Erkenningen
§ 1. Erkenningsvereisten
§ 1.3. Verplichtingen voor producentenorganisaties
§ 1.4. Eisen aan de statuten van producentenorganisaties
Afdeling 5.2.2. Actiefonds en waarde afgezette productie
§ 2. Beheer van het actiefonds
Afdeling 5.2.3. Operationele programma’s
§ 3. Algemene voorschriften voor subsidiabele uitgaven
§ 3.1. Algemeen
Titel 5.3. Interventietypes in de sector groenten en fruit
Afdeling 5.3.1. Algemene bepalingen
Afdeling 5.3.2. Subsidiabele activiteiten en sectorale doelstellingen
§ 1. Algemeen
§ 3.2. Investering in een duurzaam productiemiddel
§ 3.3. Uitgaven voor overige kosten
§ 4. Verbetering van het concurrentievermogen
§ 5. Onderzoek naar en ontwikkeling van duurzame productietechnieken
§ 5.1. Algemene bepalingen
§ 5.3. Uitgaven voor overige kosten
§ 6. Afzetbevordering, ontwikkeling en uitvoering ten behoeve van duurzaamheid
§ 6.2. Investering in een duurzaam productiemiddel
§ 7. Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering
§ 11. Crisispreventie en risicobeheer
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)