Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 69
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Staten,

Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de wetenschap en de technologische kennis,

Geleid door de wens de wettelijke bescherming van uitvindingen te vervolmaken,

Geleid door de wens het verkrijgen van bescherming voor uitvindingen, wanneer deze bescherming wordt aangevraagd in meer dan één land, te vereenvoudigen en goedkoper te maken,

Geleid door de wens het publiek gemakkelijker en sneller toegang te verschaffen tot de technische gegevens, vervat in documenten die nieuwe uitvindingen beschrijven,

Geleid door de wens de economische ontwikkeling van ontwikkelingslanden te bevorderen en te bespoedigen door het nemen van maatregelen die zijn gericht op de verhoging van de doeltreffendheid van hun ter bescherming van uitvindingen uitgevaardigde nationale zowel als regionale wettelijke stelsels, door gemakkelijk toegankelijke gegevens te verstrekken over de beschikbaarheid van technologische oplossingen die kunnen worden toegepast op hun bijzondere behoeften en door de toegang tot de voortdurend in omvang toenemende moderne technologische kennis te vergemakkelijken,

De overtuiging toegedaan, dat samenwerking tussen de naties het bereiken van deze doeleinden ten zeerste zal vergemakkelijken,

Hebben het onderhavige Verdrag gesloten.

Inleidende bepalingen

Artikel 1. Oprichting van een Unie

(1). De Staten die partij zijn bij dit Verdrag (hierna te noemen „de Verdragsluitende Staten”) vormen een Unie voor samenwerking bij de indiening, het nieuwheidsonderzoek en de beoordeling van aanvragen voor de bescherming van uitvindingen en voor het verlenen van bijzondere technische diensten. De Unie zal bekend staan onder de naam Internationale Unie voor samenwerking inzake octrooien.

(2). Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag worden uitgelegd als een beperking van de rechten voorzien in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van enig onderdaan of inwoner van enig land dat partij is bij laatstgenoemd Verdrag.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag en het Reglement en tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald:

  • (i). wordt onder „aanvrage” verstaan een aanvrage voor de bescherming van een uitvinding; verwijzingen naar een „aanvrage” gelden als verwijzingen naar aanvragen voor octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
  • (ii). gelden verwijzingen naar een „octrooi” als verwijzingen naar octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
  • (iii). wordt onder „nationaal octrooi” verstaan een door een nationale instantie verleend octrooi;
  • (iv). wordt onder „regionaal octrooi” verstaan een octrooi verleend door een nationale of een intergouvernementele instantie die bevoegd is octrooien te verlenen die in meer dan in één Staat rechtskracht hebben;
  • (v). wordt onder „regionale aanvrage” verstaan een aanvrage om een regionaal octrooi;
  • (vi). gelden verwijzingen naar een „nationale aanvrage” als verwijzingen naar andere dan ingevolge dit Verdrag ingediende aanvragen om nationale octrooien en regionale octrooien;
  • (vii). wordt onder „internationale aanvrage” verstaan een ingevolge dit Verdrag ingediende aanvrage;
  • (viii). gelden verwijzingen naar een „aanvrage” als verwijzingen naar internationale aanvragen en nationale aanvragen;
  • (ix). gelden verwijzingen naar een „octrooi” als verwijzingen naar nationale octrooien en regionale octrooien;
  • (x). gelden verwijzingen naar de „nationale wetgeving” als verwijzingen naar de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, of, indien het een regionale aanvrage of een regionaal octrooi betreft, als verwijzingen naar het verdrag dat voorziet in de indiening van regionale aanvragen of de verlening van regionale octrooien;
  • (xi). wordt onder „datum van voorrang” voor de berekening van termijnen verstaan:
  • a). indien de internationale aanvrage een beroep op een recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het depot van de aanvrage waarop het beroep op recht van voorrang berust;
  • b). indien de internationale aanvrage een beroep op meer dan één recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het depot van de eerste aanvrage waarop het beroep op recht van voorrang berust;
  • c). indien de internationale aanvrage geen beroep op een recht van voorrang ingevolge artikel 8 bevat, de dagtekening van het internationale depot van een zodanige aanvrage;
  • (xii). wordt onder „nationaal bureau” verstaan de overheidsinstantie van een Verdragsluitende Staat die belast is met de verlening van octrooien; verwijzingen naar een „nationaal bureau” gelden tevens als verwijzingen naar enige intergouvernementele instantie die door meer dan één Staat is belast met de taak regionale octrooien te verlenen, mits ten minste één van deze Staten een Verdragsluitende Staat is en mits de genoemde Staten deze instantie hebben gemachtigd de verplichtingen op zich te nemen en de bevoegdheden uit te oefenen waarin dit Verdrag en het Reglement ten aanzien van nationale bureaus voorzien;
  • (xiii). wordt onder „aangewezen bureau” verstaan het nationale bureau van of optredend voor de Staat, door de aanvrager ingevolge Hoofdstuk I van dit Verdrag aangewezen;
  • (xiv). wordt onder „gekozen bureau” verstaan het nationale bureau van of optredend voor de Staat, door de aanvrager ingevolge Hoofdstuk II van dit Verdrag gekozen;
  • (xv). wordt onder „ontvangend bureau” verstaan het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie waarbij de internationale aanvrage is ingediend;
  • (xvi). wordt onder „Unie” verstaan de Internationale Unie voor samenwerking inzake octrooien;
  • (xvii). wordt onder „Algemene Vergadering” verstaan de Algemene Vergadering van de Unie;
  • (xviii). wordt onder „Organisatie” verstaan de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
  • (xix). wordt onder „Internationaal Bureau” verstaan het Internationale Bureau van de Organisatie en, zolang deze blijven voortbestaan, de Verenigde Internationale Bureaus voor de Bescherming van de Intellectuele Eigendom (BIRPI);
  • (xx). wordt onder „Directeur-Generaal” verstaan de Directeur-Generaal van de Organisatie en, zolang de BIRPI blijft voortbestaan, de Directeur van de BIRPI.

HOOFDSTUK I. Internationale aanvrage en internationaal nieuwheidsonderzoek

Artikel 3. De internationale aanvrage

(1). Aanvragen voor de bescherming van uitvindingen in de Verdragsluitende Staten kunnen worden ingediend als internationale aanvragen ingevolge dit Verdrag.

(2). Een internationale aanvrage dient, zoals aangegeven in dit Verdrag en het Reglement, een verzoekschrift, een beschrijving, één of meer conclusies, één of meer tekeningen (indien nodig) en een uittreksel te bevatten.

(3). Het uittreksel is alleen bedoeld als technische informatie en kan niet in aanmerking komen voor enig ander doel, in het bijzonder niet voor de uitlegging van de omvang van de gevraagde bescherming.

(4). De internationale aanvrage dient:

  • (i). gesteld te zijn in een voorgeschreven taal;
  • (ii). te voldoen aan de vormvoorschriften;
  • (iii). te voldoen aan het voorgeschreven vereiste van eenheid van uitvinding;
  • (iv). onderworpen te zijn aan de betaling van de voorgeschreven taksen.

Artikel 4. Het verzoekschrift

(1). Het verzoekschrift bevat:

  • (i). een verzoek dat de internationale aanvrage overeenkomstig dit Verdrag wordt behandeld;
  • (ii). de aanwijzing van de Verdragsluitende Staat of Staten waarin bescherming voor de uitvinding wordt verlangd op de grondslag van de internationale aanvrage („aangewezen Staten”); indien voor een aangewezen Staat een regionaal octrooi kan worden verkregen en de aanvrager liever een regionaal octrooi dan een nationaal octrooi wenst te verkrijgen, dient zulks in het verzoekschrift te worden vermeld; indien, ingevolge een verdrag betreffende een regionaal octrooi, de aanvrager zijn aanvrage niet kan beperken tot bepaalde Staten die partij zijn bij dat verdrag, worden de aanwijzing van één van deze Staten en de vermelding van de wens ter verkrijging van het regionale octrooi behandeld als een aanwijzing van alle Staten die partij zijn bij dat verdrag; indien, ingevolge de nationale wetgeving van de aangewezen Staat, de aanwijzing van die Staat als een aanvrage om een regionaal octrooi geldt, wordt de aanwijzing van genoemde Staat behandeld als een vermelding van de wens ter verkrijging van het regionale octrooi;
  • (iii). de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de aanvrager en de mogelijke gemachtigde;
  • (iv). de titel van de uitvinding;
  • (v). de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder, indien de nationale wetgeving van ten minste één van de aangewezen Staten vereist dat deze gegevens worden verstrekt op het tijdstip van indiening van een nationale aanvrage. In andere gevallen kunnen de genoemde gegevens worden verstrekt hetzij in het verzoekschrift, hetzij in afzonderlijke kennisgevingen gericht tot elk aangewezen bureau welks nationale wetgeving het verstrekken van de genoemde gegevens vereist, doch toestaat dat zij worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage.

(2). Iedere aanwijzing is onderworpen aan de betaling van de voorgeschreven taks binnen de voorgeschreven termijn.

(3). Tenzij de aanvrager om een van de andere soorten van bescherming als genoemd in artikel 43 verzoekt, betekent de aanwijzing dat de verlangde bescherming bestaat uit de verlening van een octrooi door of voor de aangewezen Staat. Voor de toepassing van dit lid is artikel 2, (ii) niet van toepassing.

(4). Het niet vermelden in het verzoekschrift van de naam van en de andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van zodanige gegevens vereist, doch toestaat dat zij worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage. Het niet verstrekken van de genoemde gegevens in een afzonderlijke kennisgeving heeft geen gevolgen in een aangewezen Staat welks nationale wetgeving het verstrekken van de genoemde gegevens niet vereist.

Artikel 5. De beschrijving

De beschrijving dient de uitvinding voldoende duidelijk en volledig weer te geven om door een deskundige te kunnen worden toegepast.

Artikel 6. De conclusies

De conclusie of conclusies omschrijven datgene waarvoor bescherming wordt gevraagd. De conclusies dienen duidelijk en beknopt te zijn. Zij dienen volledig steun te vinden in de beschrijving.

Artikel 7. De tekeningen

(1). Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, onder (ii), zijn tekeningen vereist indien zij nodig zijn voor het begrijpen van de uitvinding.

(2). Indien, zonder dat zulks nodig is voor het begrijpen van de uitvinding, de aard van de uitvinding door tekeningen kan worden toegelicht:

  • (i). kan de aanvrager zodanige tekeningen bij de indiening in de internationale aanvrage opnemen,
  • (ii). kan een aangewezen bureau verlangen dat de aanvrager binnen de voorgeschreven termijn zodanige tekeningen bij hem indient.

Artikel 8. Beroep op een recht van voorrang

(1). De internationale aanvrage kan een verklaring bevatten, zoals voorgeschreven in het Reglement, waarin een beroep op een recht van voorrang wordt gedaan op grond van één of meer aanvragen, die eerder zijn ingediend in of voor een land dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

  • b). De internationale aanvrage waarvoor een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang op grond van een of meer aanvragen, die eerder in of voor een Verdragsluitende Staat zijn ingediend, kan de aanwijzing van die Staat bevatten. Indien in de internationale aanvrage een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang op grond van een of meer nationale aanvragen, ingediend in of voor een aangewezen Staat of indien een beroep wordt gedaan op het recht van voorrang van een internationale aanvrage waarin slechts één Staat is aangewezen, worden de vereisten voor en de rechtsgevolgen van het beroep op het recht van voorrang in die Staat geregeld door de nationale wetgeving van die Staat.

Artikel 9. De aanvrager

(1). Elke inwoner of onderdaan van een Verdragsluitende Staat kan een internationale aanvrage indienen.

(2). De Algemene Vergadering kan besluiten de inwoners en onderdanen van een land, dat partij is bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, maar dat geen Partij is bij het onderhavige Verdrag, toe te staan internationale aanvragen in te dienen.

(3). De begrippen woonplaats en nationaliteit en de toepassing van deze begrippen ingeval er meer dan één aanvrager is of ingeval de aanvragers niet dezelfde zijn voor alle aangewezen Staten, worden omschreven in het Reglement.

Artikel 10. Het ontvangende bureau

De internationale aanvrage wordt ingediend bij het voorgeschreven ontvangende bureau, dat de aanvrage zal controleren en verder behandelen zoals bepaald in dit Verdrag en in het Reglement.

Artikel 11. Dagtekening van depot en rechtsgevolgen van de internationale aanvrage

(1). Het ontvangende bureau kent als dagtekening van het internationale depot de datum van ontvangst van de internationale aanvrage toe, mits dat bureau heeft vastgesteld, dat op het tijdstip van ontvangst:

  • (i). de aanvrager niet wegens zijn woonplaats of nationaliteit klaarblijkelijk onbevoegd is een internationale aanvrage bij het ontvangende bureau in te dienen;
  • (ii). de internationale aanvrage in de voorgeschreven taal is gesteld;
  • (iii). de internationale aanvrage ten minste de volgende elementen bevat:
  • a). een aanduiding dat zij als een internationale aanvrage is bedoeld;
  • b). de aanwijzing van ten minste één Verdragsluitende Staat;
  • c). de naam van de aanvrager, zoals voorgeschreven;
  • d). een deel dat op het eerste gezicht een beschrijving lijkt te zijn;
  • e). een deel dat op het eerste gezicht een conclusie of de conclusies lijkt te zijn.
  • a). Indien het ontvangende bureau vaststelt dat de internationale aanvrage op het tijdstip van ontvangst niet voldeed aan de vereisten opgesomd in het eerste lid, verzoekt het de aanvrager, zoals bepaald in het Reglement, de vereiste verbetering(en) in te dienen.
  • b). Indien de aanvrager aan het verzoek voldoet, zoals bepaald in het Reglement, kent het ontvangende bureau als dagtekening van het internationale depot de datum van ontvangst van de vereiste verbetering toe.

(3). Onverminderd artikel 64, vierde lid, zijn aan internationale aanvragen die voldoen aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid, onder (i) tot en met (iii) en waaraan een dagtekening van het internationale depot is toegekend de rechtsgevolgen verbonden van een regelmatige nationale aanvrage in elke aangewezen Staat met ingang van de dagtekening van het internationale depot die als de werkelijke dagtekening van het depot in elke aangewezen Staat geldt.

(4). Een internationale aanvrage die voldoet aan de vereisten, opgesomd in het eerste lid onder (i) tot en met (iii), is gelijkwaardig aan een regelmatig nationaal depot in de zin van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

Artikel 12. Toezending van de internationale aanvrage aan het Internationale Bureau en de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

(1). Eén exemplaar van de internationale aanvrage wordt bewaard door het ontvangende bureau („archiefexemplaar”), één exemplaar („oorspronkelijk exemplaar”) wordt toegezonden aan het Internationale Bureau en een ander exemplaar („exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek”) wordt, zoals bepaald in het Reglement, toegezonden aan de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, bedoeld in artikel 16.

(2). Het oorspronkelijke exemplaar wordt beschouwd als het rechtsgeldige exemplaar van de internationale aanvrage.

(3). De internationale aanvrage wordt als ingetrokken beschouwd, indien het oorspronkelijke exemplaar niet binnen de voorgeschreven termijn door het Internationale Bureau is ontvangen.

Artikel 13. Beschikbaarheid van een afschrift van de internationale aanvrage voor de aangewezen bureaus

(1). Elk aangewezen bureau kan het Internationale Bureau verzoeken om toezending van een afschrift van de internationale aanvrage vooruitlopend op de mededeling, voorzien in artikel 20 en het Internationale Bureau zendt een zodanig afschrift zo spoedig mogelijk na het verstrijken van een jaar na de datum van voorrang toe aan het aangewezen bureau.

  • a). De aanvrager kan te allen tijde een afschrift van zijn internationale aanvrage aan een aangewezen bureau toezenden.
  • b). De aanvrager kan te allen tijde het Internationale Bureau verzoeken een afschrift van zijn internationale aanvrage toe te zenden aan een aangewezen bureau en het Internationale Bureau zendt een zodanig afschrift zo spoedig mogelijk toe aan het aangewezen bureau.
  • c). Een nationaal bureau kan het Internationale Bureau mededelen dat het geen afschriften wenst te ontvangen zoals voorgeschreven onder b), in welk geval het bepaalde onder b) niet van toepassing is ten aanzien van dat bureau.

Artikel 14. Bepaalde gebreken in de internationale aanvrage

  • a). Het ontvangende bureau onderzoekt of de internationale aanvrage één van de volgende gebreken bevat, d.w.z.:
  • (i). zij is niet ondertekend zoals voorgeschreven in het Reglement;
  • (ii). zij bevat niet de voorgeschreven gegevens betreffende de aanvrager;
  • (iii). zij bevat geen titel;
  • (iv). zij bevat geen uittreksel;
  • (v). zij voldoet niet in de mate als voorzien in het Reglement aan de gestelde vormvoorschriften.
  • b). Indien het ontvangende bureau één van de genoemde gebreken vaststelt, verzoekt het de aanvrager de internationale aanvrage binnen de voorgeschreven termijn te verbeteren, bij gebreke waarvan die aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd en het ontvangende bureau dit verklaart.

(2). Indien de internationale aanvrage verwijst naar tekeningen die in feite niet in die aanvrage zijn opgenomen, geeft het ontvangende bureau de aanvrager daarvan kennis en de aanvrager kan het bureau binnen de voorgeschreven termijn die tekeningen verstrekken en indien hij zulks doet is de dagtekening van het internationale depot de datum waarop de tekeningen door het ontvangende bureau worden ontvangen. In het andere geval wordt een verwijzing naar de genoemde tekeningen als ongedaan beschouwd.

  • a). Indien het ontvangende bureau vaststelt dat de taksen voorgeschreven ingevolge artikel 3, vierde lid, onder (iv), niet binnen de voorgeschreven termijnen zijn betaald of geen taks voorgeschreven ingevolge artikel 4, tweede lid, is betaald met betrekking tot welke aangewezen Staat ook, wordt de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit.
  • b). Indien het ontvangende bureau vaststelt, dat de ingevolge artikel 4, tweede lid, voorgeschreven taks met betrekking tot een of meer, maar niet alle, aangewezen Staten binnen de voorgeschreven termijn is betaald, wordt de aanwijzing van Staten waarvoor de taks niet binnen de voorgeschreven termijn is betaald, als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit.

(4). Indien het ontvangende bureau, na de internationale aanvrage een dagtekening van internationaal depot te hebben toegekend, binnen de voorgeschreven termijn vaststelt, dat op dat tijdstip niet aan een van de eisen opgesomd in artikel 11, eerste lid, onder (i) tot en met (iii), was voldaan, wordt genoemde aanvrage als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit.

Artikel 15. Het internationale nieuwheidsonderzoek

(1). Elke internationale aanvrage wordt aan een internationaal nieuwheidsonderzoek onderworpen.

(2). Het internationale nieuwheidsonderzoek heeft ten doel de van belang zijnde stand van de techniek na te gaan.

(3). Het internationale nieuwheidsonderzoek geschiedt op grond van de conclusies, met inachtneming van de beschrijving en de mogelijke tekeningen.

(4). De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek bedoeld in artikel 16 tracht zoveel van de van belang zijnde stand van de techniek te vinden als haar mogelijkheden toelaten en raadpleegt in elk geval de in het Reglement aangegeven documentatie.

  • a). Indien de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat zulks toelaat, kan de aanvrager die een nationale aanvrage indient bij het nationale bureau van of optredend voor een zodanige Staat, met inachtneming van de bepalingen van deze wetgeving, verzoeken met betrekking tot een zodanige aanvrage een nieuwheidsonderzoek te verrichten dat gelijksoortig is met een internationaal nieuwheidsonderzoek („nieuwheidsonderzoek van internationaal type”).
  • b). Indien de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat zulks toelaat kan het nationale bureau van of optredend voor een zodanige Staat een bij hem ingediende nationale aanvrage aan een nieuwheidsonderzoek van internationaal type onderwerpen.
  • c). Het nieuwheidsonderzoek van internationaal type wordt verricht door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, bedoeld in artikel 16, die bevoegd zou zijn voor een internationaal nieuwheidsonderzoek indien de nationale aanvrage een internationale aanvrage zou zijn en zou zijn ingediend bij het bureau bedoeld onder a) en b). Indien de nationale aanvrage is gesteld in een taal, waarin de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek zich niet in staat acht die aanvrage te behandelen, wordt het nieuwheidsonderzoek van internationaal type verricht op basis van een vertaling die door de aanvrager is opgesteld in een voor internationale aanvragen voorgeschreven taal die de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek op zich heeft genomen voor internationale aanvragen te aanvaarden. De nationale aanvrage en de eventueel vereiste vertaling worden ingediend in de voor internationale aanvragen voorgeschreven vorm.

Artikel 16. De Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

(1). Het internationale nieuwheidsonderzoek wordt verricht door een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie kan zijn, zoals het Internationaal Octrooi Instituut, tot welks taken behoort het opstellen van verslagen omtrent nieuwheidsonderzoek in de literatuur naar de stand van de techniek met betrekking tot uitvindingen die het voorwerp van aanvragen zijn.

(2). Indien er, hangende de oprichting van één enkele Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, verscheidene instanties voor internationaal nieuwheidsonderzoek zijn, wijst elk ontvangend bureau, overeenkomstig de bepalingen van de van toepassing zijnde overeenkomst, bedoeld in het derde lid, onder b), de Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aan die bevoegd zijn tot het nieuwheidsonderzoek van bij een zodanig bureau ingediende internationale aanvragen.

  • a). Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek worden aangewezen door de Algemene Vergadering. Nationale bureaus en intergouvernementele organisaties die voldoen aan de vereisten vermeld onder c) kunnen worden aangewezen tot Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek.
  • b). De aanwijzing is afhankelijk van de instemming van het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie dat (die) moet worden aangewezen en van de sluiting van een overeenkomst, onderworpen aan de goedkeuring van de Algemene Vergadering, tussen een zodanig bureau of een zodanige organisatie en het Internationale Bureau. De overeenkomst omschrijft de rechten en verplichtingen van de partijen, in het bijzonder de formele verbintenis van genoemd bureau of genoemde organisatie om alle gemeenschappelijke regels van het internationaal nieuwheidsonderzoek toe te passen en in acht te nemen.
  • c). Het Reglement bepaalt de minimumvereisten, in het bijzonder ten aanzien van de personeelssterkte en het documentatiemateriaal, waaraan een bureau of organisatie moet voldoen voordat het of zij kan worden aangewezen en waaraan het of zij moet blijven voldoen zolang de aanwijzing van kracht blijft.
  • d). De aanwijzing geldt voor een vaste termijn en kan met nieuwe termijnen worden verlengd.
  • e). Voordat de Algemene Vergadering een besluit neemt over de aanwijzing van een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie, of over de verlenging van een zodanige aanwijzing, of voordat een zodanige aanwijzing laat vervallen, hoort de Algemene Vergadering het betrokken bureau of de betrokken organisatie en wint zij het advies in van de Commissie voor technische samenwerking genoemd in artikel 56, zodra deze Commissie in het leven is geroepen.

Artikel 17. Procedure voor de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

(1). De procedure voor de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek wordt geregeld door de bepalingen van dit Verdrag, het Reglement en de overeenkomst die het Internationale Bureau, met inachtneming van dit Verdrag en het Reglement, met de genoemde Instantie sluit.

  • a). Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is verklaart genoemde Instantie dit en stelt zij de aanvrager en het Internationale Bureau ervan in kennis dat er geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld.
  • (i). dat de internationale aanvrage betrekking heeft op een onderwerp waarover de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek niet ingevolge het Reglement een nieuwheidsonderzoek behoeft te verrichten, of
  • (ii). dat de beschrijving, de conclusies of de tekeningen niet voldoen aan de voorgeschreven vereisten en wel in die mate dat geen zinvol nieuwheidsonderzoek verricht zou kunnen worden,
  • b). Indien een van de omstandigheden genoemd onder a) alleen in verband met bepaalde conclusies aanwezig wordt geacht, vermeldt het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dit met betrekking tot zodanige conclusies, terwijl voor de andere conclusies genoemd verslag wordt opgesteld zoals bepaald in artikel 18.
  • a). Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek van oordeel is dat de internationale aanvrage niet voldoet aan het vereiste van eenheid van uitvinding zoals neergelegd in het Reglement, verzoekt zij de aanvrager extra taksen te betalen. De Instantie voor internationaal nieuwheidsonderzoek stelt het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek op voor die delen van de internationale aanvrage die betrekking hebben op de uitvinding die als eerste in de conclusies is genoemd („hoofduitvinding”) en, mits de vereiste extra taksen binnen de voorgeschreven termijn zijn betaald, voor die delen van de internationale aanvrage die betrekking hebben op uitvindingen waarvoor de genoemde taksen zijn betaald.
  • b). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat, indien het nationale bureau van die Staat het onder a) bedoelde verzoek van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek gerechtvaardigd acht en indien de aanvrager niet alle extra taksen heeft betaald, die delen van de internationale aanvrage waarvoor bijgevolg geen nieuwheidsonderzoek is verricht, voor zover het de gevolgen in die Staat betreft, als ingetrokken worden beschouwd, tenzij door de aanvrager aan het nationale bureau van die Staat een speciale taks wordt betaald.

Artikel 18. Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek

(1). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek wordt binnen de voorgeschreven termijn en in de voorgeschreven vorm opgesteld.

(2). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek wordt, zodra het is opgesteld, door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek toegezonden aan de aanvrager en aan het Internationale Bureau.

(3). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), wordt vertaald zoals bepaald in het Reglement. De vertalingen worden gemaakt door of onder verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau.

Artikel 19. Wijziging van de conclusies die aan het Internationale Bureau zijn voorgelegd

(1). De aanvrager is, na ontvangst van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, bevoegd éénmaal de conclusies van de internationale aanvrage te wijzigen door binnen de voorgeschreven termijn bij het Internationale Bureau wijzigingen in te dienen. Tegelijkertijd kan hij een korte verklaring indienen, zoals bepaald in het Reglement, waarin de wijzigingen worden toegelicht en de gevolgen worden aangegeven die zodanige wijzigingen zouden kunnen hebben voor de beschrijving en de tekeningen.

(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de internationale aanvrage, zoals zij is ingediend, vallen.

(3). Indien de nationale wetgeving van een aangewezen Staat wijzigingen toestaat die buiten het kader van de genoemde uiteenzetting vallen heeft het niet voldoen aan het tweede lid geen gevolgen in die Staat.

Artikel 20. Toezending aan aangewezen bureaus

  • a). De internationale aanvrage, vergezeld van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek (met inbegrip van de aanduidingen bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder b) of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a), wordt toegezonden aan elk aangewezen bureau, zoals bepaald in het Reglement, tenzij het aangewezen bureau geheel of gedeeltelijk afstand doet van het voldoen aan een zodanig vereiste.
  • b). Eveneens wordt toegezonden de vertaling (zoals voorgeschreven) van het genoemde verslag of de genoemde verklaring.

(2). Indien de conclusies zijn gewijzigd ingevolge artikel 19, eerste lid, wordt toegezonden hetzij de volledige tekst zowel van de ingediende als van de gewijzigde conclusies, hetzij de volledige tekst van de conclusies zoals die is ingediend met vermelding van de wijzigingen, en voorts de eventuele verklaring bedoeld in artikel 19, eerste lid.

(3). Op verzoek van het aangewezen bureau of van de aanvrager zendt de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek genoemd bureau, onderscheidenlijk de aanvrager, afschriften toe van de literatuurplaatsen, aangehaald in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, zoals bepaald in het Reglement.

Artikel 21. Internationale publikatie

(1). Het Internationale Bureau publiceert de internationale aanvragen.

  • a). Onverminderd de uitzonderingen bepaald onder b) en in artikel 64, derde lid, geschiedt de internationale publikatie van de internationale aanvrage onverwijld na het verstrijken van 18 maanden te rekenen van de datum van voorrang van die aanvrage.
  • b). De aanvrager kan het Internationale Bureau verzoeken zijn internationale aanvrage op enig tijdstip voor het verstrijken van de termijn bedoeld onder a) te publiceren. Het Internationale Bureau handelt dienovereenkomstig, zoals bepaald in het Reglement.

(3). Het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of de verklaring bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a) wordt gepubliceerd zoals voorgeschreven in het Reglement.

(4). De taal en de vorm van de internationale publikatie en andere bijzonderheden worden geregeld in het Reglement.

(5). Er vindt geen internationale publikatie plaats, indien de internationale aanvrage is ingetrokken of als ingetrokken wordt beschouwd voordat de technische voorbereidingen voor publikatie zijn voltooid.

(6). Indien de internationale aanvrage uitdrukkingen of tekeningen bevat die naar het oordeel van het Internationale Bureau in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde of indien naar zijn oordeel de internationale aanvrage kleinerende opmerkingen bevat, zoals omschreven in het Reglement, kan het zodanige uitdrukkingen, tekeningen en opmerkingen uit haar publikaties weglaten, met vermelding van de plaats en het aantal woorden of tekeningen dat is weggelaten en kan het op verzoek afzonderlijke afschriften van de weggelaten passages verstrekken.

Artikel 22. Afschrift, vertaling en taks aan aangewezen bureaus

1.

Uiterlijk tot het tijdstip waarop 30 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, verstrekt de aanvrager elk aangewezen bureau een afschrift van de internationale aanvrage (tenzij de toezending voorzien in artikel 20 reeds heeft plaatsgevonden) en een vertaling daarvan (zoals voorgeschreven) en betaalt hij de (eventuele) nationale taks. Wanneer de nationale wetgeving van de aangewezen Staat de vermelding van de naam van en andere voorgeschreven gegevens betreffende de uitvinder vereist, maar toelaat dat deze gegevens worden verstrekt op een later tijdstip dan dat van de indiening van een nationale aanvrage, verstrekt de aanvrager, tenzij de gegevens in het verzoekschrift waren vervat, deze uiterlijk tot het tijdstip waarop 30 maanden vanaf de datum van voorrang zijn verstreken, aan het nationale bureau van of optredend voor die Staat.

2.

Wanneer de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek een verklaring ingevolge artikel 17, tweede lid, onderdeel a, aflegt, dat er geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld, is de termijn voor het verrichten van de handelingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel gelijk aan die voorzien in het eerste lid.

3.

In de nationale wetgevingen kunnen, voor het verrichten van de handelingen bedoeld in het eerste of het tweede lid, termijnen worden vastgesteld die later verstrijken dan de in deze leden bepaalde termijn.

Artikel 23. Uitstel van de nationale procedure

(1). Een aangewezen bureau behandelt of beoordeelt de internationale aanvrage niet vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 geldende termijn.

(2). Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid kan een aangewezen bureau, op uitdrukkelijk verzoek van de aanvrager, de internationale aanvrage te allen tijde behandelen of beoordelen.

Artikel 24. Mogelijk te niet gaan van de rechtsgevolgen in aangewezen Staten

(1). Onverminderd - in het onder (ii) genoemde geval - de bepalingen van artikel 25, gaan de rechtsgevolgen van de internationale aanvrage zoals bepaald in artikel 11, derde lid, in een aangewezen Staat te niet met dezelfde gevolgen als de intrekking van een nationale aanvrage in die Staat:

  • (i). indien de aanvrager zijn internationale aanvrage of de aanwijzing van die Staat intrekt;
  • (ii). indien de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd krachtens artikel 12, derde lid, 14, eerste lid, onder b), 14, derde lid, onder d) of 14, vierde lid, of indien de aanwijzing van die Staat als ingetrokken wordt beschouwd krachtens artikel 14, derde lid, onder b);
  • (iii). indien de aanvrager nalaat binnen de geldende termijn de handelingen te verrichten bedoeld in artikel 22.

(2). Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan elk aangewezen bureau de rechtsgevolgen bepaald in artikel 11, derde lid, handhaven zelfs indien zodanige rechtsgevolgen niet behoeven te worden gehandhaafd krachtens artikel 25, tweede lid.

Artikel 25. Beoordeling door aangewezen bureaus

  • a). Indien het ontvangende bureau heeft geweigerd een dagtekening van internationaal depot toe te kennen of heeft verklaard dat de internationale aanvrage als ingetrokken wordt beschouwd, of indien het Internationale Bureau een gevolgtrekking ingevolge artikel 12, derde lid, heeft gemaakt, zendt het Internationale Bureau onverwijld, op verzoek van de aanvrager, afschriften van enig document dat zich in het dossier bevindt, aan een door de aanvrager genoemd aangewezen bureau.
  • b). Indien het ontvangende bureau heeft verklaard, dat de aanwijzing van een bepaalde Staat als ingetrokken wordt beschouwd, zendt het Internationale Bureau onverwijld, op verzoek van de aanvrager, afschriften van enig document dat zich in het dossier bevindt, aan het nationale bureau van die Staat.
  • c). Het verzoek op grond van het bepaalde onder a) of b) wordt voorgelegd binnen de voorgeschreven termijn.
  • a). Onverminderd het bepaalde onder b), besluit elk aangewezen bureau, mits binnen de voorgeschreven termijn de (eventuele) nationale taks is betaald en de passende vertaling (zoals voorgeschreven) is verstrekt, of de weigering, verklaring of gevolgtrekking bedoeld in het eerste lid gerechtvaardigd was ingevolge de bepalingen van dit Verdrag en van het Reglement en, indien het tot de gevolgtrekking komt dat de weigering of verklaring voortvloeide uit een vergissing of een verzuim van het ontvangende bureau of dat de gevolgtrekking voortvloeide uit een vergissing of een verzuim van het Internationale Bureau, behandelt het de internationale aanvrage, voor zover het gevolgen in de Staat van het aangewezen bureau betreft, alsof een zodanige vergissing of een zodanig verzuim zich niet had voorgedaan.
  • b). Indien het oorspronkelijke exemplaar het Internationale Bureau heeft bereikt na het verstrijken van de termijn, voorgeschreven ingevolge artikel 12, derde lid, wegens een vergissing of een verzuim van de aanvrager, is het bepaalde onder a) alleen van toepassing onder de omstandigheden bedoeld in artikel 48, tweede lid.

Artikel 26. Gelegenheid tot verbetering ten overstaan van de aangewezen bureaus

Een aangewezen bureau mag een internationale aanvrage niet afwijzen op de grond dat niet aan de vereisten van dit Verdrag en van het Reglement is voldaan zonder de aanvrager eerst in de gelegenheid te stellen genoemde aanvrage te verbeteren in de mate en overeenkomstig de procedure in de nationale wetgeving bepaald voor dezelfde of vergelijkbare omstandigheden ten aanzien van nationale aanvragen.

Artikel 27. Nationale vereisten

(1). Geen nationale wetgeving mag de eis stellen dat wordt voldaan aan vereisten betreffende de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage die afwijken van of toegevoegd worden aan de vereisten die in dit Verdrag en in het Reglement zijn gesteld.

(2). De bepalingen van het eerste lid zijn niet van invloed op de toepassing van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, en sluiten evenmin uit dat een nationale wetgeving, zodra de behandeling van de internationale aanvrage in het aangewezen bureau is begonnen, eist dat worden verstrekt:

  • (i). indien de aanvrager een rechtspersoon is, de naam van een functionaris die bevoegd is die rechtspersoon te vertegenwoordigen,
  • (ii). documenten die geen deel van de internationale aanvrage uitmaken, maar die het bewijs vormen van stellingen of verklaringen in die aanvrage gedaan, met inbegrip van de bevestiging van de internationale aanvrage door de handtekening van de aanvrager wanneer die aanvrage, zoals ingediend, was ondertekend door zijn vertegenwoordiger of gemachtigde.

(3). Indien ten opzichte van een aangewezen Staat de aanvrager overeenkomstig de nationale wetgeving van die Staat niet bevoegd is om een nationale aanvrage in te dienen omdat hij niet de uitvinder is, kan de internationale aanvrage door het aangewezen bureau worden afgewezen.

(4). Indien de nationale wetgeving ten aanzien van de vorm of de inhoud van nationale aanvragen eisen stelt, die, vanuit het standpunt van de aanvragers, gunstiger zijn dan de bij dit Verdrag en het Reglement ten aanzien van internationale aanvragen gestelde eisen, kunnen het nationale bureau, de rechterlijke colleges en andere bevoegde organen van of optredend voor de aangewezen Staat op internationale aanvragen de eerstgenoemde eisen toepassen in plaats van de laatstgenoemde, behalve indien de aanvrager aandringt op de toepassing op zijn internationale aanvrage van de bij dit Verdrag en het Reglement gestelde eisen.

(5). Niets in dit Verdrag en het Reglement mag zo worden uitgelegd, dat daardoor iets wordt voorgeschreven dat de vrijheid van elke Verdragsluitende Staat zou beperken om de materiële vereisten voor octrooieerbaarheid voor te schrijven die hij wenst. In het bijzonder dienen de bepalingen van dit Verdrag en het Reglement betreffende de omschrijving van de stand van de techniek uitsluitend de internationale procedure en iedere Verdragsluitende Staat is derhalve vrij om, bij de bepaling van de octrooieerbaarheid van een uitvinding waarvoor in een internationale aanvrage uitsluitende rechten worden verlangd, de maatstaven van zijn nationale wetgeving toe te passen ten aanzien van de stand van de techniek en andere vereisten voor de octrooieerbaarheid, voor zover die geen voorschrift inhouden ten aanzien van de vorm en de inhoud van aanvragen.

(6). De nationale wetgeving kan eisen dat de aanvrager bewijs levert ten aanzien van bij die wetgeving voorgeschreven materiële vereisten voor de octrooieerbaarheid.

(7). Elk ontvangend bureau of, wanneer de behandeling van de internationale aanvrage in het aangewezen bureau is begonnen, dat bureau, kan de nationale wetgeving toepassen voor zover deze betrekking heeft op de verplichte vertegenwoordiging van de aanvrager door een gemachtigde die gerechtigd is aanvragers voor het genoemde bureau te vertegenwoordigen en/of op de verplichte aanwijzing van een adres in de aangewezen Staat voor het ontvangen van kennisgevingen.

(8). Niets in dit Verdrag en het Reglement mag worden uitgelegd als een beperking van de vrijheid van een Verdragsluitende Staat om maatregelen toe te passen die noodzakelijk worden geacht voor het bewaren van zijn nationale veiligheid of om, ter bescherming van de algemene economische belangen van die Staat, het recht van zijn eigen inwoners of onderdanen internationale aanvragen in te dienen, te beperken.

Artikel 28. Wijzigingen van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen ten overstaan van aangewezen bureaus

(1). De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld de conclusies, de beschrijving en de tekeningen ten overstaan van elk aangewezen bureau binnen de voorgeschreven termijn te wijzigen. Een aangewezen bureau verleent geen octrooi of weigert niet een octrooi te verlenen, voordat een zodanige termijn is verstreken, behalve met de uitdrukkelijke toestemming van de aanvrager.

(2). De wijzigingen mogen niet buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage vallen, tenzij de nationale wetgeving van de aangewezen Staat het toelaat.

(3). De wijzigingen dienen op alle punten waarin dit Verdrag en het Reglement niet voorzien, in overeenstemming te zijn met de nationale wetgeving van de aangewezen Staat.

(4). Indien een aangewezen bureau een vertaling van de internationale aanvrage verlangt, dienen de wijzigingen in de taal van de vertaling te zijn gesteld.

Artikel 29. Rechtsgevolgen van de internationale publikatie

(1). Voor zover het de bescherming van enig recht van de aanvrager in een aangewezen Staat betreft, zijn de rechtsgevolgen in die Staat van de internationale publikatie van een internationale aanvrage, onverminderd het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid, dezelfde als die welke de nationale wetgeving van de aangewezen Staat verbindt aan de verplichte nationale publikatie van niet beoordeelde nationale aanvragen als zodanig.

(2). Indien de taal waarin de internationale publikatie is gesteld een andere is dan de taal waarin publikaties krachtens de nationale wetgeving in de aangewezen Staat worden gesteld, kan genoemde nationale wetgeving bepalen dat de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid alleen intreden vanaf het tijdstip waarop:

  • (i). een vertaling in laatstgenoemde taal is gepubliceerd zoals bepaald bij de nationale wetgeving, of
  • (ii). een vertaling in laatstgenoemde taal ter inzage voor het publiek beschikbaar is gesteld, zoals bepaald in de nationale wetgeving, of
  • (iii). een vertaling in de laatstgenoemde taal door de aanvrager is toegezonden aan de feitelijke of vermoedelijke onbevoegde gebruiker van de uitvinding waarvoor in de internationale aanvrage uitsluitende rechten zijn verlangd, of
  • (iv). de beide handelingen genoemd onder (i) en (iii) of de beide handelingen genoemd onder (ii) en (iii) hebben plaatsgevonden.

(3). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat, wanneer de internationale publikatie op verzoek van de aanvrager is verricht voordat 18 maanden zijn verstreken te rekenen van de datum van voorrang, de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid slechts zullen intreden na het verstrijken van 18 maanden te rekenen van de datum van voorrang.

(4). De nationale wetgeving van een aangewezen Staat kan bepalen dat de rechtsgevolgen bedoeld in het eerste lid slechts zullen intreden vanaf de datum waarop een afschrift van de internationale aanvrage gepubliceerd ingevolge artikel 21 bij het nationale bureau van of optredend voor deze Staat is ontvangen. Het genoemde bureau maakt de datum van ontvangst zo spoedig mogelijk bekend in zijn mededelingenblad.

Artikel 30. Vertrouwelijke aard van de internationale aanvrage

  • a). Onverminderd het bepaalde onder b) geven het Internationale Bureau en de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek aan geen persoon of instantie toegang tot de internationale aanvrage voordat de internationale publikatie van die aanvrage is verricht, tenzij zulks is verzocht of daartoe machtiging is verleend door de aanvrager.
  • b). Het bepaalde onder a) is niet van toepassing op toezendingen aan de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, op de toezendingen ingevolge artikel 13 en op mededelingen ingevolge artikel 20.
  • a). Een nationaal bureau geeft aan derden geen toegang tot de internationale aanvrage, tenzij zulks is verzocht of daartoe machtiging is verleend door de aanvrager, vóór de eerste van de onderstaande tijdstippen:
  • (i). de datum van de internationale publikatie van de internationale aanvrage,
  • (ii). de datum van ontvangst van de mededeling van de internationale aanvrage ingevolge artikel 20,
  • (iii). de datum van ontvangst van een afschrift van de internationale aanvrage ingevolge artikel 22.
  • b). Het bepaalde onder a) belet een nationaal bureau niet derden ervan in kennis te stellen dat het is aangewezen of dit feit bekend te maken. Een zodanige inlichting of bekendmaking mag evenwel slechts de volgende gegevens bevatten: identificatie van het ontvangende bureau, naam van de aanvrager, datum van de internationale indiening, nummer van de internationale aanvrage en titel van de uitvinding.
  • c). Het bepaalde onder a) belet een aangewezen bureau niet de gerechtelijke autoriteiten toegang tot de internationale aanvrage te geven.

(3). Het bepaalde in het tweede lid, onder a), is van toepassing op elk ontvangend bureau behalve voor zover het toezendingen ingevolge artikel 12, eerste lid, betreft.

(4). Voor de toepassing van dit artikel omvat de uitdrukking „toegang” alle middelen waardoor derden kennis kunnen verkrijgen, met inbegrip van individuele mededeling en algemene bekendmaking, met dien verstande evenwel dat een nationaal bureau een internationale aanvrage of de vertaling daarvan niet vóór de internationale publikatie algemeen openbaar maakt of, indien de internationale publikatie niet heeft plaats gevonden na het verstrijken van 20 maanden te rekenen van de datum van voorrang, vóór het verstrijken van 20 maanden vanaf genoemde datum van voorrang.

HOOFDSTUK II. Internationale voorlopige beoordeling

Artikel 31. Verzoek om internationale voorlopige beoordeling

(1). Op verzoek van de aanvrager wordt zijn internationale aanvrage onderworpen aan een internationale voorlopige beoordeling zoals voorzien in de onderstaande bepalingen en in het Reglement.

  • a). Een aanvrager die, zoals omschreven in het Reglement, inwoner of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat die gebonden is door Hoofdstuk II en wiens internationale aanvrage is ingediend bij het ontvangende bureau van of optredend voor die Staat kan een verzoek tot een internationale voorlopige beoordeling indienen.
  • b). De Algemene Vergadering kan besluiten, dat personen bevoegd tot het indienen van internationale aanvragen wordt toegestaan een verzoek te doen tot een internationale voorlopige beoordeling, zelfs indien zij inwoners of onderdanen zijn van een Staat die geen partij is bij dit Verdrag of die niet is gebonden door Hoofdstuk II.

(3). Het verzoek tot een internationale voorlopige beoordeling wordt gescheiden van de internationale aanvrage ingediend. Het verzoek dient de voorgeschreven gegevens te bevatten en in de voorgeschreven taal en vorm te zijn gesteld.

  • a). Het verzoek vermeldt de Verdragsluitende Staat of Staten waarin de aanvrager voornemens is de resultaten van de internationale voorlopige beoordeling te gebruiken („gekozen Staten”). Bijkomende Verdragsluitende Staten kunnen later worden gekozen. De keuze kan alleen betrekking hebben op reeds krachtens artikel 4 aangewezen Verdragsluitende Staten.
  • b). Aanvragers bedoeld in het tweede lid, onder a), kunnen elke Verdragsluitende Staat kiezen die gebonden is door Hoofdstuk II. Aanvragers bedoeld in het tweede lid onder b), kunnen alleen die door Hoofdstuk II gebonden Verdragsluitende Staten kiezen, die hebben verklaard dat zij bereid zijn door zodanige aanvragers te worden gekozen.

(5). Het verzoek is onderworpen aan de betaling van de voorgeschreven taksen binnen de voorgeschreven termijn.

  • a). Het verzoek wordt ingediend bij de bevoegde Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling bedoeld in artikel 32.
  • b). Latere keuzen worden voorgelegd aan het Internationale Bureau.

(7). Elk gekozen bureau wordt in kennis gesteld van zijn verkiezing.

Artikel 32. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

(1). De internationale voorlopige beoordeling wordt verricht door de Instantie voor Internationale Voorlopige Beoordeling.

(2). In het geval van verzoeken zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder a), wordt door het ontvangende bureau en, in het geval van verzoeken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder b), wordt (worden) door de Algemene Vergadering, overeenkomstig de van toepassing zijnde overeenkomst tussen de betrokken Instantie of Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau, de Instantie of Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling aangewezen die bevoegd zijn de voorlopige beoordeling te verrichten.

(3). Het bepaalde in artikel 1.6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

Artikel 33. De internationale voorlopige beoordeling

(1). Het doel van de internationale voorlopige beoordeling is een voorlopig oordeel zonder verplichting te formuleren over de vragen of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, nieuw lijkt, op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten, (niet voor de hand lijkt te liggen) en vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid.

(2). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, als nieuw beschouwd indien zij niet bekend is uit de stand van de techniek zoals omschreven in het Reglement.

(3). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, beschouwd op uitvinderswerkzaamheid te berusten indien zij, met inachtneming van de stand van de techniek zoals omschreven in het Reglement niet, op het voorgeschreven toepasselijke tijdstip, voor een deskundige voor de hand ligt.

(4). Voor de internationale voorlopige beoordeling wordt aangenomen dat een uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, vatbaar is voor toepassing op het gebied van de nijverheid, indien zij, al naar haar aard, kan worden vervaardigd of toegepast (in technologische zin) op enig gebied van de nijverheid. „Nijverheid” wordt opgevat in de ruimste zin, zoals in het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

(5). De hiervoor beschreven maatstaven gelden alleen voor de internationale voorlopige beoordeling. Een Verdragsluitende Staat kan bijkomende of andere maatstaven toepassen voor de beslissing of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, in die Staat al dan niet octrooieerbaar is.

(6). Bij de internationale voorlopige beoordeling wordt rekening gehouden met alle in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek aangehaalde literatuurplaatsen. Er kan rekening worden gehouden met alle andere literatuurplaatsen die in het desbetreffende geval van belang worden geacht.

Artikel 34. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

(1). De procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling wordt geregeld door de bepalingen van dit Verdrag, van het Reglement en van de overeenkomst die het Internationale Bureau, met inachtneming van dit Verdrag en van het Reglement, met de genoemde Instantie sluit.

  • a). De aanvrager heeft het recht mondeling en schriftelijk in contact te treden met de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • b). De aanvrager heeft het recht de conclusies, de beschrijving en de tekeningen op de voorgeschreven wijze en binnen de voorgeschreven termijn te wijzigen, voordat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld. De wijziging mag niet buiten het kader van de uiteenzetting in de ingediende internationale aanvrage vallen.
  • c). De aanvrager ontvangt ten minste één schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, tenzij deze Instantie van mening is dat aan alle onderstaande vereisten is voldaan:
  • (ii). de internationale aanvrage voldoet aan de eisen van dit Verdrag en van het Reglement voor zover nagegaan door deze Instantie,
  • d). De aanvrager kan reageren op het schriftelijke oordeel.
  • a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat de internationale aanvrage niet voldoet aan de eis van eenheid van uitvinding zoals vermeld in het Reglement, kan zij de aanvrager verzoeken naar keuze de conclusies te beperken om zo te voldoen aan de eis, of aanvullende taksen te betalen.
  • b). De nationale wetgeving van een gekozen Staat kan bepalen dat, indien de aanvrager verkiest de conclusies te beperken overeenkomstig het bepaalde onder a), die delen van de internationale aanvrage die, tengevolge van de beperking, niet aan een internationale voorlopige beoordeling zullen worden onderworpen, voor zover het rechtsgevolgen in die Staat betreft, als ingetrokken worden beschouwd, tenzij de aanvrager een bijzondere taks betaalt aan het nationale bureau van die Staat.
  • c). Indien de aanvrager niet binnen de voorgeschreven termijn voldoet aan het verzoek bedoeld onder a), stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een verslag op van de internationale voorlopige beoordeling over die delen van de internationale aanvrage die betrekking hebben op wat de hoofduitvinding lijkt te zijn en vermeldt zij de van belang zijnde feiten in het genoemde verslag. De nationale wetgeving van een gekozen Staat kan bepalen dat, wanneer zijn nationale bureau het verzoek van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gerechtvaardigd acht, die delen van de internationale aanvrage die geen betrekking hebben op de hoofduitvinding, voor zover het rechtsgevolgen in die Staat betreft, als ingetrokken worden beschouwd, tenzij de aanvrager een bijzondere taks betaalt aan dat bureau.
  • a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat gaat de genoemde Instantie niet in op de vragen bedoeld in artikel 33, eerste lid, en stelt zij de aanvrager in kennis van haar oordeel en de daaraan ten grondslag liggende redenen.
  • (i). de internationale aanvrage betrekking heeft op een onderwerp waarover de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet krachtens het Reglement een internationale voorlopige beoordeling behoeft te geven en in dat bijzondere geval besluit een zodanige beoordeling niet te geven, of
  • (ii). de beschrijving, de conclusies of de tekeningen zo onduidelijk zijn of de conclusies dusdanig onvoldoende ondersteund worden door de beschrijving dat geen zinvol oordeel kan worden gevormd over de nieuwheid, de uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) of het vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid van de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd,
  • b). Indien een van de omstandigheden bedoeld onder a) slechts aanwezig wordt bevonden ten aanzien van, of in verband met bepaalde conclusies, is het bepaalde onder a) alleen op die conclusies van toepassing.

Artikel 35. Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling

(1). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld binnen de voorgeschreven termijn en in de voorgeschreven vorm.

(2). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling bevat geen verklaring over de vraag of de uitvinding waarvoor uitsluitende rechten worden verlangd, al dan niet octrooieerbaar is of lijkt overeenkomstig de nationale wetgeving. Het verklaart, met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, ten aanzien van elke conclusie, of zij lijkt te voldoen aan de maatstaven van nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) en het vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid, zoals deze voor de internationale voorlopige beoordeling zijn omschreven in artikel 33, eerste tot en met vierde lid. De verklaring gaat vergezeld van de aanhaling van de literatuurplaatsen waarvan wordt aangenomen dat zij de uiteengezette gevolgtrekking staven met de toelichtingen die de omstandigheden van de zaak mogelijk vereisen. De verklaring gaat tevens vergezeld van eventuele andere opmerkingen zoals bepaald in het Reglement.

  • a). Indien, op het tijdstip van opstelling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling van oordeel is dat een van de omstandigheden zoals bedoeld in artikel 34, vierde lid, onder a), bestaat, dient dit verslag haar oordeel en de daaraan ten grondslag liggende redenen te vermelden. Het bevat geen verklaring zoals bepaald in het tweede lid.
  • b). Indien een omstandigheid ingevolge artikel 34, vierde lid, onder b) wordt bevonden te bestaan, dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ten aanzien van de betrokken conclusies de verklaring zoals voorzien onder a) te bevatten, terwijl het, ten aanzien van de andere conclusies, de verklaring zoals voorzien in het tweede lid dient te bevatten.

Artikel 36. Toezending, vertaling en mededeling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling

(1). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, te zamen met de voorgeschreven bijlagen, wordt toegezonden aan de aanvrager en aan het Internationale Bureau.

  • a). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en de bijlagen worden vertaald in de voorgeschreven talen.
  • b). Elke vertaling van genoemd verslag wordt gemaakt door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationale Bureau, terwijl elke vertaling van de genoemde bijlagen door de aanvrager wordt gemaakt.
  • a). Het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, te zamen met de vertaling daarvan (zoals voorgeschreven) en de bijlagen (in de oorspronkelijke taal) worden door het Internationale Bureau toegezonden aan elk gekozen bureau.
  • b). De voorgeschreven vertaling van de bijlagen wordt binnen de voorgeschreven termijn door de aanvrager toegezonden aan de gekozen bureaus.

(4). Het bepaalde in artikel 20, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op afschriften van elke literatuurplaats die in het verslag van internationale voorlopige beoordeling en niet in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is aangehaald.

Artikel 37. Intrekking van het verzoek of de keuze

(1). De aanvrager kan alle of een gedeelte der keuzen intrekken.

(2). Indien de keuze van alle gekozen Staten is ingetrokken, wordt het verzoek als ingetrokken beschouwd.

  • a). Elke intrekking wordt ter kennis gebracht van het Internationale Bureau.
  • b). Het Internationale Bureau brengt deze intrekkingen ter kennis van de betrokken gekozen bureaus en de betrokken Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • a). Onverminderd het bepaalde onder b) wordt de intrekking van het verzoek of van de keuze van een Verdragsluitende Staat, tenzij de nationale wetgeving van die Staat anders bepaalt, beschouwd als intrekking van de internationale aanvrage voor zover het die Staat betreft.
  • b). Intrekking van het verzoek of van de keuze wordt niet beschouwd als intrekking van de internationale aanvrage, indien deze intrekking geschiedt vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 geldende termijn; elke Verdragsluitende Staat kan evenwel in zijn nationale wetgeving bepalen dat het voorgaande alleen geldt indien zijn nationale bureau binnen genoemde termijn een exemplaar van de internationale aanvrage, te zamen met een vertaling (zoals voorgeschreven) en de nationale taks heeft ontvangen.

Artikel 38. Vertrouwelijke aard van de internationale voorlopige beoordeling

(1). Noch het Internationale Bureau noch de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling geeft, tenzij daartoe verzocht of gemachtigd door de aanvrager, te eniger tijd toegang in de zin en met het voorbehoud van artikel 30, vierde lid, tot het dossier van de internationale voorlopige beoordeling aan personen of instanties, behalve aan de gekozen bureaus wanneer het verslag van de internationale voorlopige beoordeling eenmaal is opgesteld.

(2). Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en in de artikelen 36, eerste en derde lid, en 37, derde lid, onder b) verstrekken noch het Internationale Bureau, noch de Instantie voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij daartoe verzocht of gemachtigd door de aanvrager, inlichtingen over het al dan niet uitbrengen van een verslag van de internationale voorlopige beoordeling of over het al dan niet intrekken van het verzoek of van een keuze.

Artikel 39. Afschrift, vertaling en taks voor de gekozen bureaus

  • a). Indien de keuze van een Verdragsluitende Staat is gedaan vóór het verstrijken van de 19de maand, te rekenen van de datum van voorrang, is het bepaalde in artikel 22 niet van toepassing op deze Staat en verstrekt de aanvrager een afschrift van de internationale aanvrage (tenzij de mededeling krachtens artikel 20 reeds heeft plaatsgevonden en een vertaling daarvan (zoals voorgeschreven) en betaalt hij de (eventuele) nationale taks aan elk gekozen bureau vóór het verstrijken van dertig maanden, te rekenen van de datum van voorrang.
  • b). Elke nationale wetgeving kan voor het verrichten van de handelingen bedoeld onder a) termijnen vaststellen die later verstrijken dan de onder a) bepaalde termijn.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)