Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 69
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • iv. het bedrag van de te betalen vereiste bijkomende taksen te worden aangegeven, mocht de aanvrager daartoe besluiten; en
  • v. dient de aanvrager, indien van toepassing, te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging de in Regel 68.3 e bedoelde protesttaks te betalen en dient het te betalen bedrag te worden vermeld.

68.3. Bijkomende taksen

  • a. Het bedrag voor de bijkomende taksen verschuldigd voor een internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, wordt bepaald door de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • b. De ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, verschuldigde bijkomende taksen voor de internationale voorlopige beoordeling dienen rechtstreeks te worden betaald aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • c. Een aanvrager kan de bijkomende taksen onder protest betalen, dat wil zeggen, vergezeld van een met redenen omklede uiteenzetting dat de internationale aanvrage voldoet aan de vereiste eenheid van uitvinding of dat het bedrag van de vereiste bijkomende taksen buitensporig hoog is. Een zodanig protest dient te worden onderzocht door een in het kader van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ingesteld toetsingsorgaan, dat, voorzover het het protest gerechtvaardigd acht, beveelt dat de bijkomende taksen geheel of gedeeltelijk aan de aanvrager dienen te worden terugbetaald. Op verzoek van de aanvrager worden de tekst van het protest en van de beslissing dienaangaande als bijlage bij het verslag omtrent de internationale voorlopige beoordeling ter kennis van de gekozen bureaus gebracht.
  • d. In het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan kan de persoon zitting hebben die de beslissing nam waarop het protest betrekking heeft, met dien verstande dat deze niet het enige lid van het orgaan mag zijn.
  • e. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het onderzoek naar aanleiding van een protest zoals bedoeld in paragraaf c afhankelijk stellen van de betaling ten gunste van de Instantie van een protesttaks. Indien de aanvrager verzuimt binnen de termijn ingevolge Regel 68.2 v de vereiste protesttaks te betalen, wordt het protest geacht niet te zijn aangetekend en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zal dienaangaande een verklaring doen uitgaan. De protesttaks wordt aan de aanvrager terugbetaald indien het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan van oordeel is dat het protest volledig gerechtvaardigd was.

68.4. Procedure in geval van onvoldoende beperking van de conclusies

Indien de aanvrager de conclusies beperkt, doch niet voldoende om te voldoen aan het vereiste van eenheid van uitvinding, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zoals bepaald in artikel 34, derde lid, onder c).

68.5. Hoofduitvinding

In geval van twijfel welke uitvinding de hoofduitvinding is voor de toepassing van artikel 34, derde lid, onder c), wordt de als eerste in de conclusies genoemde uitvinding als de hoofduitvinding beschouwd.

Regel 69. Aanvang van en termijn voor de internationale voorlopige beoordeling

69.1. Aanvang van de internationale voorlopige beoordeling

  • a. Onverminderd de paragrafen b tot en met e vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling aan zodra zij beschikt over al het volgende: met dien verstande dat de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aanvangt voor het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 54bis 1 a, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk verzoekt om eerdere aanvang.
  • i. het verzoek;
  • ii. het (volledige) verschuldigde bedrag voor de behandelingstaks en de taks voor de voorlopige beoordeling, met inbegrip van, indien van toepassing, de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis. 2; en
  • iii. hetzij het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, hetzij de verklaring door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a, dat er geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld en het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis 1;
  • b. Indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, kan de internationale voorlopige beoordeling, indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie zulks wenst en met inachtneming van de paragrafen d. en e., op hetzelfde tijdstip aanvangen als het internationale nieuwheidsonderzoek.
  • b-bis. Indien, in overeenstemming met paragraaf b, het nationaal bureau dat of de intergouvernementele organisatie die optreedt als zowel de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek als de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst aan te vangen en oordeelt dat aan alle in artikel 34, tweede lid, onder c., i. tot en met iii. genoemde voorwaarden is voldaan, behoeft dat nationaal bureau of die intergouvernementele organisatie, in zijn of haar hoedanigheid van Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, geen schriftelijk oordeel ingevolge Regel 43bis. 1 op te stellen.
  • c. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat wijzigingen ingevolge artikel 19 in aanmerking moeten worden genomen (Regel 53.9 a i), begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij een afschrift van de desbetreffende wijzigingen heeft ontvangen.
  • d. Indien in de verklaring inzake wijzigingen wordt vermeld dat de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling dient te worden uitgesteld (Regel 53.9 b), vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aan vóór de zich het eerst voordoende van de volgende situaties:
  • i. voordat zij een afschrift van de wijzigingen ingevolge artikel 19 heeft ontvangen;
  • ii. voordat zij een kennisgeving van de aanvrager heeft ontvangen dat hij geen wijzigingen ingevolge artikel 19 wenst door te voeren; of
  • iii. het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 46.1
  • e. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen ingevolge artikel 34 zijn ingediend, begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij de wijzigingen heeft ontvangen of voordat de termijn vastgesteld in de in Regel 60.1 g bedoelde uitnodiging is verstreken, naar gelang van welke datum het eerst valt.

69.2. Termijn voor de internationale voorlopige beoordeling

De termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is van een van de volgende tijdvakken degene die het laatst verstrijkt:

  • i. 28 maanden te rekenen van de datum van voorrang, of
  • ii. zes maanden, te rekenen vanaf het tijdstip ingevolge Regel 69.1 voor de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling; of
  • iii. zes maanden te rekenen van de datum van ontvangst door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van de ingevolge Regel 55.2 verstrekte vertaling,

Regel 70. Internationaal voorlopig verslag inzake octrooieerbaarheid door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling (verslag van de internationale voorlopige beoordeling)

70.1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze Regel wordt onder „verslag” verstaan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling.

70.2. Grondslag van het verslag

  • a). Indien de conclusies zijn gewijzigd wordt verslag uitgebracht over de gewijzigde conclusies.
  • b). Indien op grond van Regel 66.7 a) of b) het verslag wordt opgesteld alsof er geen voorrang was ingeroepen, dient het verslag zulks te vermelden.
  • c). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat een wijziging verder gaat dan hetgeen in de ingediende internationale aanvrage is geopenbaard, dient het verslag te worden opgesteld alsof deze wijziging niet was aangebracht en dient het verslag zulks te vermelden. Die Instantie dient ook de redenen aan te geven waarom zij van oordeel is dat de wijziging verder gaat dan hetgeen is geopenbaard.
  • c-bis). Indien de conclusies, beschrijving of tekeningen zijn gewijzigd, maar het vervangende blad of de vervangende bladen niet vergezeld ging of gingen van een brief waarin de grond voor de wijziging van de aanvrage zoals ingediend werd aangeduid, zoals vereist ingevolge Regel 46.5(b)(iii) zoals van toepassing ingevolge Regel 66.8(c) of Regel 66.8(a), al naar gelang van het geval, kan het verslag worden vastgesteld alsof de wijziging niet was aangebracht, hetgeen het verslag in dat geval vermeldt.
  • d). Indien conclusies betrekking hebben op uitvindingen ten aanzien waarvan geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld en deze derhalve niet het voorwerp van internationale voorlopige beoordeling zijn geweest, dient dit in het verslag van de internationale voorlopige beoordeling te worden vermeld.
  • e). Indien een verbetering van een kennelijke fout ingevolge Regel 66.1 in aanmerking wordt genomen, dient zulks gemeld te worden in het verslag. Indien een verbetering van een kennelijke fout ingevolge Regel 66.4bis niet in aanmerking wordt genomen, dient zulks zo mogelijk te worden aangegeven in het verslag; bij ontstentenis daarvan dient de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling het Internationale Bureau dienovereenkomstig in kennis te stellen en handelt het Internationale Bureau zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
  • f). Het verslag dient de datum waarop het aanvullende nieuwheidsonderzoek ingevolge Regel 66.1ter is uitgevoerd te vermelden of een verklaring te bevatten dat er geen aanvullend nieuwheidsonderzoek is uitgevoerd.

70.3. Vermeldingen

Het verslag dient de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die het heeft opgesteld aan te geven door de naam van deze Instantie te vermelden, en de internationale aanvrage door het nummer van de internationale aanvrage, de naam van de aanvrager en de datum van de internationale indiening te vermelden.

70.4. Data

Het verslag dient te vermelden:

  • (i). de datum waarop het verzoek is ingediend, en
  • (ii). de datum van het verslag; deze datum dient de datum te zijn waarop het verslag werd voltooid.

70.5. Classificatie

  • a). Het verslag dient de classificatie te herhalen die ingevolge Regel 43.3 was toegekend, indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling met deze classificatie instemt.
  • b). Indien dit niet het geval is, dient de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling in het verslag de classificatie aan te geven, tenminste overeenkomstig de Internationale Classificatie van Octrooien, die zij juist acht.

70.6. Verklaring ingevolge artikel 35, tweede lid

  • a). De verklaring bedoeld in artikel 35, tweede lid, dient te bestaan uit de woorden „JA” of „NEEN” of het equivalent daarvan in de taal van het verslag, of een passend teken zoals bepaald in de Administratieve Instructies en zij dient vergezeld te gaan van de eventuele aanhalingen, toelichtingen en opmerkingen bedoeld in de laatste zin van artikel 35, tweede lid.
  • b). Indien aan een van de drie maatstaven genoemd in artikel 35, tweede lid (d.w.z. nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen), vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid) niet is voldaan, dient de verklaring negatief te zijn. Indien in zulk een geval aan een der maatstaven, afzonderlijk beschouwd, is voldaan, dient het verslag de maatstaf of maatstaven waaraan is voldaan aan te geven.

70.7. Aanhalingen ingevolge artikel 35, tweede lid

  • a). In het verslag dienen de literatuurplaatsen te worden aangehaald die van belang worden geacht ter staving van de ingevolge artikel 35, tweede lid, afgelegde verklaringen, ongeacht of deze documenten al dan niet worden aangehaald in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek. Documenten die worden aangehaald in het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek dienen alleen in het verslag te worden aangehaald wanneer zij door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling als relevant worden beschouwd.
  • b). De bepalingen van Regel 43.5 b) en e) zijn ook van toepassing op het verslag.

70.8. Toelichtingen ingevolge artikel 35, tweede lid

De Administratieve Instructies dienen richtlijnen te bevatten voor de gevallen waarin de toelichtingen bedoeld in artikel 35, tweede lid, wel of niet dienen te worden gegeven en de vorm van zulke toelichtingen. Deze richtlijnen dienen te zijn gebaseerd op de volgende beginselen:

  • (i). er dienen toelichtingen te worden gegeven wanneer de verklaring betreffende een conclusie negatief is;
  • (ii). er dienen toelichtingen te worden gegeven wanneer de verklaring positief is, tenzij de reden voor het aanhalen van een literatuurplaats gemakkelijk voorstelbaar is op basis van raadpleging van de aangehaalde literatuurplaats;
  • (iii). over het algemeen dienen toelichtingen te worden gegeven, indien het geval bedoeld in de laatste zin van Regel 70.6 b) zich voordoet.

70.9. Niet-schriftelijke openbaarmakingen

Niet-schriftelijke openbaarmakingen waarnaar in het verslag uit hoofde van Regel 64.2 wordt verwezen dienen te worden vermeld door het aangeven van de soort, de datum waarop de schriftelijke uiteenzetting, verwijzend naar de niet-schriftelijke openbaarmaking, ter beschikking van het publiek is gesteld en de datum waarop de niet-schriftelijke openbaarmaking in het publiek geschiedde.

70.10. Bepaalde openbaar gemaakte literatuurplaatsen

Een openbaar gemaakte aanvrage of een octrooi waarnaar in het verslag uit hoofde van Regel 64.3 wordt verwezen, dient als zodanig te worden vermeld en vergezeld te gaan van een vermelding van haar datum van publikatie, van haar indieningsdatum en de mogelijke ingeroepen datum van voorrang. Ten aanzien van de datum van voorrang van zulk een document kan het verslag aangeven dat deze datum, naar het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, niet rechtsgeldig is ingeroepen.

70.11. Vermelding van wijzigingen

Indien wijzigingen zijn aangebracht ten overstaan van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, dient dit feit in het verslag te worden vermeld. Wanneer een wijziging heeft geleid tot het vervallen van een geheel blad, dient ook dit feit nader te worden aangegeven.

70.12. Vermelding van bepaalde gebreken en andere zaken

Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van oordeel is dat op het tijdstip waarop zij het verslag opstelt:

  • (i). de internationale aanvrage een van de gebreken bevat bedoeld in Regel 66.2 a) (iii), dient zij dit oordeel en de redenen daarvoor op te nemen in het verslag;
  • (ii). de internationale aanvrage aanleiding geeft tot een van de opmerkingen bedoeld in Regel 66.2 a) (v), kan zij dit oordeel opnemen in het verslag en indien zij zulks doet, dient zij in het verslag tevens de gronden voor dit oordeel aan te geven;
  • (iii). er sprake is van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde omstandigheden, dient zij dit oordeel en de redenen daarvoor aan te geven in het verslag;
  • (iv). er geen sequentie-opsomming van nucleotiden en/of aminozuren beschikbaar is in zodanige vorm dat er een zinvolle internationale voorlopige beoordeling kan worden verricht, dient zij dit in het verslag te vermelden.

70.13. Opmerkingen betreffende de eenheid van uitvinding

Indien de aanvrager bijkomende taksen voor de internationale voorlopige beoordeling heeft betaald of indien de internationale aanvrage of de internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 34, derde lid, is beperkt, dient het verslag dit aan te geven. Bovendien dient het verslag, wanneer de internationale voorlopige beoordeling ten aanzien van beperkte conclusies (artikel 34, derde lid, a) of alleen ten aanzien van de hoofduitvinding (artikel 34, derde lid, c) is verricht, aan te geven welke delen van de internationale aanvrage wel en welke delen niet het voorwerp van de internationale voorlopige beoordeling zijn geweest. Het verslag dient de in Regel 68.1 bedoelde vermeldingen te bevatten wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling heeft verkozen de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen.

70.14. Bevoegde functionaris

Het verslag dient de naam te vermelden van de voor het verslag verantwoordelijke functionaris van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

70.15. Vorm, titel

  • a. De vormvereisten voor het verslag worden voorgeschreven in de Administratieve Instructies.
  • b. Het verslag heeft als titel „Internationaal voorlopig verslag inzake octrooieerbaarheid (Hoofdstuk II van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien)” onder vermelding dat het het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is, opgesteld door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

70.16. Bijlagen bij het verslag

  • (a). De volgende vervangende bladen en brieven worden als bijlage bij het verslag gevoegd:
  • (i). elk vervangend blad ingevolge Regel 66.8 dat wijzigingen ingevolge artikel 34 bevat en elke brief ingevolge Regel 66.8(a), Regel 66.8(b) en Regel 46.5(b), zoals van toepassing ingevolge Regel 66.8(c);
  • (iii). elk vervangend blad ingevolge Regel 26.4 zoals van toepassing ingevolge Regel 91.2, dat een door die Instantie ingevolge Regel 91.1(b)(iii) goedgekeurde verbetering van een kennelijke fout bevat en elke brief ingevolge Regel 26.4, zoals van toepassing ingevolge Regel 91.2; tenzij een dergelijk vervangend blad is vervangen of achterhaald door een later vervangend blad of een wijziging die leidt tot het vervallen van een geheel blad ingevolge Regel 66.8(b); en
  • (iv). wanneer het verslag gegevens bevat als bedoeld in Regel 70.2(e), elk blad en elke brief ter zake van een verbetering van een kennelijke fout die ingevolge Regel 66.4bis niet in aanmerking is genomen.
  • (b). Onverminderd paragraaf (a) wordt elk vervangen of achterhaald blad bedoeld in die paragraaf en elke brief bedoeld in die paragraaf met betrekking tot dat vervangen of achterhaalde blad tevens bij het verslag gevoegd wanneer
  • (i). de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van mening is dat de desbetreffende tot vervanging of achterhaald zijn leidende wijziging buiten het kader van de uiteenzetting in de internationale aanvrage zoals ingediend valt en het verslag gegevens bevat als bedoeld in Regels 70.2 (c);
  • (ii). de desbetreffende tot vervanging of achterhaald zijn leidende wijziging niet vergezeld ging van een brief die de grond voor de wijziging van de aanvrage zoals ingediend vermeldt, en het verslag is vastgesteld alsof de wijziging niet heeft plaatsgevonden en een vermelding genoemd in Regel 70.2 (c-bis) bevat.

In dat geval wordt het vervangen of achterhaalde vervangende blad voorzien van de aantekeningen bedoeld in de Administratieve Instructies.

70.17. Talen van het verslag en de bijlagen

Het verslag en iedere bijlage dienen te zijn gesteld in de taal waarin de internationale aanvrage waarop zij betrekking hebben, wordt gepubliceerd of, indien de internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig Regel 55.2 wordt verricht op basis van een vertaling van de internationale aanvrage, in de taal van die vertaling.

Regel 71. Toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en bijbehorende documenten

71.1. Ontvangers

  • a). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zendt op dezelfde dag een exemplaar van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en van de mogelijke bijlagen daarbij toe aan het Internationale Bureau en een exemplaar aan de aanvrager.
  • b). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zendt exemplaren van andere documenten van het dossier van de internationale voorlopige beoordeling naar het Internationale Bureau in overeenstemming met de Administratieve Instructies.

71.2. Afschriften van aangehaalde literatuurplaatsen

  • a). Het verzoek ingevolge artikel 36, vierde lid, kan op elk tijdstip worden ingediend gedurende 7 jaar te rekenen van de datum van internationale indiening van de internationale aanvrage waarop het verslag betrekking heeft.
  • b). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan verlangen dat de partij (aanvrager of gekozen bureau) die het verzoek overlegt, haar de kosten voor het maken en per post verzenden van de afschriften betaalt. Het tarief van de kosten voor het maken van afschriften wordt bepaald in de in artikel 32, tweede lid, bedoelde overeenkomsten tussen de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau.
  • c). Vervallen.
  • d). Een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan de verplichtingen bedoeld in de paragrafen a en b vervullen door bemiddeling van een ander bureau dat tegenover haar verantwoordelijk is.

Regel 72. Vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

72.1. Talen

  • a). Een gekozen Staat kan verlangen dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling, opgesteld in een andere taal dan de officiële taal of één van de officiële talen van zijn nationale bureau, wordt vertaald in het Engels.
  • b). Dit verlangen dient ter kennis te worden gebracht van het Internationale Bureau, dat het onverwijld bekendmaakt in het mededelingenblad.

72.2. Afschrift van de vertaling voor de aanvrager

Het Internationale Bureau zendt een afschrift van de in Regel 72.1 a bedoelde vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling toe aan de aanvrager op het tijdstip waarop het die vertaling doet toekomen aan het betrokken gekozen bureau of de betrokken gekozen bureaus.

72.2bis. Vertaling van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld ingevolge Regel 43bis. 1

In het geval bedoeld in Regel 73.2 b. ii. wordt het door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel op verzoek van het betrokken gekozen bureau door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationaal Bureau vertaald in het Engels. Het Internationaal Bureau doet binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om een vertaling een afschrift van de vertaling aan het betrokken gekozen bureau toekomen en doet tegelijkertijd een afschrift toekomen aan de aanvrager.

72.3. Commentaar op de vertaling

De aanvrager kan schriftelijk commentaar leveren op de juistheid van de vertaling van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling of van het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel en zendt een afschrift van het commentaar aan elk van de betrokken gekozen bureaus en aan het Internationaal Bureau.

Regel 73. Toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling of van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

73.1. Het maken van afschriften

Het Internationale Bureau maakt de afschriften van de ingevolge artikel 36, derde lid, onder a), toe te zenden documenten.

73.2. Toezending aan de gekozen bureaus

  • a. Het Internationaal Bureau verzorgt de toezending voorzien in artikel 36, derde lid, onder a. aan elk gekozen bureau in overeenstemming met Regel 93bis. 1, echter niet voor het verstrijken van de termijn van 30 maanden na de datum van voorrang.
  • b. Indien de aanvrager een uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 40, tweede lid, indient bij een gekozen bureau, zal het Internationaal Bureau op verzoek van dat bureau of van de aanvrager,
  • i. indien het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ingevolge Regel 71.1 reeds verzonden is aan het Internationaal Bureau, onverwijld de in artikel 36, derde lid, onder a. voorziene toezending verzorgen aan dat bureau;
  • ii. indien het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ingevolge Regel 71.1 niet verzonden is aan het Internationaal Bureau, onverwijld een afschrift van de ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke beoordeling toezenden aan dat bureau.
  • c. Wanneer de aanvrager het verzoek of een keuze danwel alle keuzes heeft ingetrokken, vindt, indien het Internationaal Bureau het verslag van de internationale voorlopige beoordeling heeft ontvangen, de in paragraaf a. voorziene toezending aan het gekozen bureau of de gekozen bureaus waarop de intrekking van toepassing is desalniettemin plaats.

Regel 74. Vertaling van bijlagen bij het verslag van de internationale voorlopige beoordeling en toezending daarvan

74.1. Inhoud van de vertaling en termijn voor toezending daarvan

  • a. Wanneer het gekozen bureau verlangt dat ingevolge artikel 39, eerste lid, een vertaling van de internationale aanvrage wordt verstrekt, dient de aanvrager, binnen de ingevolge artikel 39, eerste lid, geldende termijn, een vertaling toe te zenden van elk in regel 70.16 bedoeld vervangend blad dat als bijlage aan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is gehecht, tenzij dit blad is gesteld in de taal van de vereiste vertaling van de internationale aanvrage. Dezelfde termijn geldt wanneer het verstrekken van een vertaling van de internationale aanvrage aan het gekozen bureau, wegens een verklaring afgelegd ingevolge artikel 64, tweede lid, a, i, dient te geschieden binnen de ingevolge artikel 22 geldende termijn.
  • b. Wanneer het gekozen bureau niet verlangt dat ingevolge artikel 39, eerste lid, een vertaling van de internationale aanvrage wordt verstrekt, kan dat bureau van de aanvrager verlangen dat deze, binnen de ingevolge dat artikel geldende termijn, van elk in Regel 70.16 bedoeld vervangend blad dat als bijlage aan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is gehecht en dat niet in die taal is gesteld, een vertaling verstrekt in de taal waarin de internationale aanvrage werd gepubliceerd.

Regel 75. Intrekking van het verzoek of van keuzen

Vervallen

Regel 76. Vertaling van het voorrangsbewijs; Toepassing van bepaalde regels op procedures voor gekozen bureaus

76.1. Vervallen.

76.2. Vervallen.

76.3. Vervallen.

76.4. Termijn voor vertaling van het voorrangsbewijs

Van de aanvrager wordt niet verlangd dat hij een gekozen bureau een vertaling van het voorrangsbewijs verstrekt vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 39 van toepassing zijnde termijn.

76.5. Toepassing van bepaalde regels op procedures voor gekozen bureaus

De Regels 13ter.3, 20.8 c, 22.1 g, 47.1, 49, 49bis, 49ter en 51bis zijn van toepassing, met dien verstande dat:

  • (i). elke verwijzing in hogergenoemde Regels naar het aangewezen bureau of naar de aangewezen Staat wordt uitgelegd als een verwijzing naar het gekozen bureau, respectievelijk de gekozen Staat;
  • (iii). in Regel 49.1 c) de woorden „internationale aanvragen die .....worden ingediend.” worden vervangen door de woorden „een verzoek dat ..... wordt ingediend;
  • (iv). voor de toepassing van artikel 39, eerste lid, indien een verslag van de internationale voorlopige beoordeling is opgesteld, een vertaling van een wijziging ingevolge artikel 19 alleen vereist is indien de wijziging als bijlage aan dat verslag is gehecht;

Regel 77. Bevoegdheid ingevolge artikel 39, eerste lid, onder b)

77.1. Uitoefening van bevoegdheid

  • a). Een Verdragsluitende Staat die een termijn toestaat welke op een ter tijdstip verstrijkt dan de in artikel 39, eerste lid, onder a) bepaalde termijn, dient het Internationale Bureau in kennis te stellen van de aldus vastgestelde termijn.
  • b). Een door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen kennisgeving wordt onverwijld door het Internationale Bureau bekendgemaakt in het mededelingenblad.
  • c). Kennisgevingen betreffende de verkorting van de voordien vastgestelde termijn gelden met betrekking tot verzoeken ingediend na het verstrijken van 3 maanden te rekenen van de datum waarop de kennisgeving door het Internationale Bureau is bekendgemaakt.
  • d). Kennisgevingen betreffende de verlenging van de voordien vastgestelde termijn worden van kracht bij bekendmaking door het Internationale Bureau in het mededelingenblad ten aanzien van op dat tijdstip aanhangige of na de datum van deze bekendmaking overgelegde verzoeken dan wel, indien de Verdragsluitende Staat die de kennisgeving doet, een latere datum vaststelt, met ingang van die latere datum.

Regel 78. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor gekozen bureaus

78.1. Termijn

  • a. Wanneer de aanvrager dat wenst, oefent hij het recht ingevolge artikel 41 om de conclusies, de beschrijving en de tekeningen te wijzigen bij het betrokken gekozen bureau uit binnen een maand nadat is voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 39, eerste lid, onder a., met dien verstande dat indien de toezending van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 36, eerste lid, niet heeft plaatsgevonden bij het verstrijken van de ingevolge artikel 39 geldende termijn, hij dit recht uiterlijk vier maanden na deze datum van verstrijken dient uit te oefenen. In beide gevallen kan de aanvrager dit recht op elk later tijdstip uitoefenen, indien de nationale wetgeving van de genoemde Staat zulks toestaat.
  • b. In een gekozen Staat waarvan de nationale wetgeving bepaalt dat de beoordeling slechts begint op speciaal verzoek, kan de nationale wetgeving bepalen dat de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop de aanvrager het recht ingevolge artikel 41 kan uitoefenen dezelfde of hetzelfde is als de termijn die of het tijdstip dat door de nationale wetgeving is bepaald voor de indiening van wijzigingen in het geval van de beoordeling, op speciaal verzoek, van nationale aanvragen, met dien verstande dat deze termijn niet mag verstrijken voor, of dit tijdstip niet mag vallen voor het verstrijken van de ingevolge paragraaf a. geldende termijn.

78.2. Vervallen.

78.3. Gebruiksmodellen

De bepalingen van de Regels 6.5 en 13.5 zijn van overeenkomstige toepassing voor gekozen bureaus. Indien de keuze werd verricht voor het verstrijken van de 19de maand te rekenen van de datum van voorrang, wordt de verwijzing naar de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn vervangen door een verwijzing naar de ingevolge artikel 39 van toepassing zijnde termijn.

DEEL D. Regels betreffende hoofdstuk III van het Verdrag

Regel 79. Tijdrekening

79.1. De weergave van data

Aanvragers, nationale bureaus, ontvangende bureaus, Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en het Internationale Bureau geven voor de toepassing van het Verdrag en het Reglement data weer in de Christelijke jaartelling en de Gregoriaanse tijdrekening of, indien zij andere jaartellingen en tijdrekeningen gebruiken, dienen zij deze ook aan te geven in de Christelijke jaartelling en de Gregoriaanse tijdrekening.

Regel 80. Berekening van termijnen

80.1. In jaren aangegeven tijdvakken

Wanneer een tijdvak is aangegeven ais een jaar of een bepaald aantal jaren, begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis plaats heeft gevonden en verstrijkt het tijdvak in het desbetreffend daarop volgende jaar in de maand met dezelfde naam en op de dag met hetzelfde rangnummer als de maand en de dag waarop de genoemde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat indien de desbetreffende daarop volgende maand geen dag met hetzelfde rangnummer heeft, het tijdvak verstrijkt op de laatste dag van die maand.

80.2. In maanden aangegeven tijdvakken

Wanneer een tijdvak is aangegeven als een maand of een bepaald aantal maanden, begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verstrijkt het tijdvak in de desbetreffende daarop volgende maand op de dag die hetzelfde rangnummer heeft als de dag waarop genoemde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat indien de desbetreffende daarop volgende maand geen dag met hetzelfde rangnummer heeft, het tijdvak verstrijkt op de laatste dag van die maand.

80.3. In dagen aangegeven tijdvakken

Wanneer een tijdvak is aangegeven in een bepaald aantal dagen begint de berekening op de dag volgend op de dag waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden en verstrijkt het tijdvak op de dag waarop de laatste dag van de telling is bereikt.

80.4. Plaatselijke data

  • a). De datum die in aanmerking wordt genomen als de begindatum voor de berekening van een tijdvak is de datum ter plaatse op het tijdstip waarop de desbetreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.
  • b). De datum waarop een tijdvak verstrijkt is de datum ter plaatse waar het vereiste document moet worden ingediend of de vereiste taks betaald.

80.5. Verstrijken op een dag die geen werkdag is of op een officiële feestdag

Indien het tijdvak waarbinnen een document of een taks een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie moet bereiken verstrijkt op een dag

  • i. waarop dat bureau of die organisatie niet voor het publiek open is voor het afhandelen van officiële aangelegenheden;
  • ii. waarop gewone post niet wordt bezorgd in de plaats waarin dat bureau of die organisatie is gevestigd;
  • iii. die, indien dat bureau of die organisatie gevestigd is op meer dan een plaats, een officiële feestdag is op ten minste een van de plaatsen waar dat kantoor of die organisatie gevestigd is, en dat in de omstandigheden voorzien in het nationale recht dat door dat bureau of die organisatie ten aanzien van nationale aanvragen wordt toegepast, in zo'n geval het tijdvak verstrijkt op de volgende dag; of
  • iv. die, indien dat bureau de overheidsinstantie van een Verdragsluitende Partij is belast met het verlenen van octrooien, in dat deel van die Verdragsluitende Staat een officiële feestdag is en dat in de gevallen waarin door het door dat bureau ten aanzien van nationale aanvragen toegepaste recht wordt voorzien, in zo'n geval het tijdvak verstrijkt op de volgende dag;

verstrijkt het tijdvak op de eerstvolgende dag waarop geen van de vier genoemde omstandigheden zich meer voordoet.

80.6. Datum van documenten

Wanneer een tijdvak begint op de datum van de dagtekening van een document of brief, afkomstig van een nationaal bureau of een intergouvernementele organisatie, wordt een betrokken partij in staat gesteld te bewijzen, dat genoemd document of genoemde brief op een latere dan de daarop vermelde datum per post is verzonden, in welk geval de datum van de werkelijke verzending per post, voor de berekening van het tijdvak, wordt beschouwd als de datum waarop het tijdvak begint. Ongeacht de datum waarop zulk een document of brief per post werd verzonden, beschouwt het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie, indien de aanvrager het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie het voor het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie overtuigende bewijs levert dat het document of de brief meer dan 7 dagen na de daarop vermelde datum werd ontvangen, het tijdvak dat begint op de datum van het document of de brief, te zijn verlengd met het aantal dagen dat het document of de brief later werd ontvangen dan zeven dagen na de daarop vermelde datum.

80.7. Einde van de werkdag

  • a). Een op een bepaalde dag verstrijkend tijdvak verstrijkt op het tijdstip waarop het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie waarbij het document moet worden ingediend of waaraan de taks moet worden betaald, zijn of haar werkzaamheden op die dag beëindigt.
  • b). Een bureau of organisatie kan van het bepaalde onder paragraaf a) afwijken door het tijdvak te verlengen tot middernacht op de betrokken dag.

Regel 81. Wijziging van in het Verdrag vastgestelde termijnen

81.1. Voorstel

  • a). Een Verdragsluitende Staat of de Directeur-Generaal kan ingevolge artikel 47, tweede lid, een wijziging voorstellen.
  • b). Door een Verdragsluitende Staat gedane voorstellen dienen te worden ingediend bij de Directeur-Generaal.

81.2. Besluit door de Algemene Vergadering

  • a). Wanneer het voorstel wordt voorgelegd aan de Algemene Vergadering, dient de Directeur-Generaal de tekst daarvan aan alle Verdragsluitende Staten toe te zenden ten minste 2 maanden vóór de zitting van de Algemene Vergadering op de agenda waarvan het voorstel is geplaatst.
  • b). Tijdens de bespreking van het voorstel in de Algemene Vergadering kan het voorstel worden gewijzigd of kunnen daaruit voortvloeiende amendementen worden voorgesteld.
  • c). Het voorstel wordt als aangenomen beschouwd, indien geen der op het tijdstip van de stemming aanwezige Verdragsluitende Staten tegen het voorstel stemt.

81.3. Schriftelijke stemming

  • a). Wanneer gekozen wordt voor schriftelijke stemming, wordt het voorstel verwerkt in een schriftelijke mededeling van de Directeur-Generaal aan de Verdragsluitende Staten, waarin zij worden uitgenodigd hun stem schriftelijk uit te brengen.
  • b). In de uitnodiging wordt de termijn bepaald waarbinnen het antwoord met de schriftelijk uitgebrachte stem het Internationale Bureau moet bereiken. Die termijn dient niet korter te zijn dan 3 maanden te rekenen van de datum van de uitnodiging.
  • c). Antwoorden moeten positief of negatief zijn. Voorstellen tot wijziging of opmerkingen worden niet als stem beschouwd.
  • d). Het voorstel wordt als aangenomen beschouwd, indien geen der Verdragsluitende Staten zich tegen de wijziging verzet en indien ten minste de helft van de Verdragsluitende Staten mededeling doet van goedkeuring, geen mening te hebben of van onthouding.

Regel 82. Storingen in het postverkeer

82.1. Vertraging of verlies van in bestelling zijnde post

  • a). Een betrokken partij kan bewijs aanbieden dat hij het document of de brief 5 dagen vóór het verstrijken van de termijn per post heeft verzonden. Behalve in gevallen waarin land- en zeepost gewoonlijk binnen 2 dagen na verzending op haar bestemming aankomt, of wanneer geen luchtpostdienst beschikbaar is, kan bewijs alleen worden aangeboden, indien de verzending per luchtpost is geschied. In elk geval kan bewijs alleen worden aangeboden, indien de verzending geschiedde per door de postdiensten aangetekende post.
  • b). Indien de verzending, overeenkomstig het in paragraaf a bepaalde, van een document of brief ten genoegen van het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die de geadresseerde is, wordt bewezen, wordt de vertraging in aankomst niet aangerekend of, indien het document of de brief in de post verloren is gegaan, wordt vervanging daarvan door een nieuw exemplaar toegestaan, mits de betrokken partij ten genoegen van genoemd bureau of genoemde organisatie bewijst dat het als vervanging aangeboden document of de als vervanging aangeboden brief identiek is met het verloren gegane document of de verloren gegane brief.
  • c). In de gevallen bedoeld onder paragraaf b) dient het bewijs van verzending binnen de voorgeschreven termijn en, wanneer het document of de brief verloren is gegaan, ook het vervangende document of de vervangende brief alsmede het bewijs van de volkomen gelijkheid ervan met het document dat of de brief die verloren is gegaan, te worden overgelegd binnen een maand na de datum waarop de betrokken partij de vertraging of het verlies heeft vastgesteld - of zou hebben behoren vast te stellen - en in geen geval later dan 6 maanden na het verstrijken van de in het bepaalde geval van toepassing zijnde termijn.
  • d). Een nationaal bureau dat, of een intergouvernementele organisatie die het Internationale Bureau te kennen geeft dat het c.q. zij hiertoe overgaat, dient, wanneer van een andere bezorgdienst dan de postdiensten gebruik wordt gemaakt om een document of brief te verzenden, het in de paragrafen a tot en met c bepaalde toe te passen alsof het de postdienst betrof. In dat geval is de laatste volzin van paragraaf a niet van toepassing, maar kan het bewijs alleen worden geleverd indien gegevens betreffende de verzending werden opgetekend door de bezorgdienst op het tijdstip van verzending. De kennisgeving kan een vermelding bevatten dat zij alleen van toepassing is op verzendingen waarbij gebruik wordt gemaakt van bepaalde bezorgdiensten of bezorgdiensten die voldoen aan bepaalde criteria. Het Internationale Bureau publiceert de aldus kenbaar gemaakte informatie in het mededelingenblad.
  • e). Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan handelen overeenkomstig paragraaf d:
  • i. zelfs indien, wanneer van toepassing, de bezorgdienst waarvan gebruik werd gemaakt, niet behoorde tot die welke waren genoemd, of niet voldeed aan de criteria die waren genoemd in de desbetreffende kennisgeving ingevolge paragraaf d, of
  • ii. zelfs indien dat bureau of die organisatie het Internationale Bureau niet een kennisgeving ingevolge paragraaf d heeft gezonden.

82.2. Vervallen.

Regel 82bis. Het niet-aanrekenen door de aangewezen of gekozen Staat van vertraging bij het nakomen van bepaalde termijnen

82bis. 1. Betekenis van „termijn” in artikel 48, tweede lid

De verwijzing naar „een termijn” in artikel 48, tweede lid, wordt uitgelegd als omvattend een verwijzing:

  • (i). naar een in het Verdrag of in dit Reglement vastgestelde termijn;
  • (ii). naar een termijn vastgesteld door het ontvangende bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling of het Internationale Bureau of toe te passen door het ontvangende bureau ingevolge zijn nationale wetgeving;
  • (iii). naar een termijn vastgesteld door, of in de nationale wetgeving toe te passen door, het aangewezen of gekozen bureau, voor het verrichten van een handeling door de aanvrager ten overstaan van dat bureau.

82bis.2. Herstel van rechten en andere bepalingen waarop artikel 48, tweede lid, van toepassing is

De bepalingen van de nationale wetgeving waarnaar wordt verwezen in artikel 48, tweede lid, betreffende het niet-aanrekenen, door de aangewezen of gekozen Staat, van enige vertraging bij het nakomen van een termijn, zijn die bepalingen die voorzien in herstel van rechten, teruggave, „restitutio in integrum” of verdere behandeling ondanks het niet voldoen aan een termijn, en elke andere bepaling die voorziet in de verlenging van de termijnen of het niet-aanrekenen van vertragingen bij het nakomen van termijnen.

Regel 82ter. Verbetering van fouten gemaakt door het ontvangende bureau of door het Internationale Bureau

82ter 1. Fouten betreffende de datum van de internationale indiening en het beroep op een recht van voorrang

  • a. Indien de aanvrager ten genoegen van een aangewezen of gekozen bureau aantoont dat de datum van internationale indiening onjuist is vanwege een fout gemaakt door het ontvangende bureau of dat het beroep op een recht van voorrang door het ontvangende bureau of het Internationale Bureau abusievelijk als nietig wordt beschouwd, en indien de fout van dien aard is dat indien deze zou zijn gemaakt door het aangewezen of gekozen bureau zelf, dat bureau deze fout overeenkomstig de nationale wetgeving of de nationale praktijk zou verbeteren, dient genoemd bureau de fout te verbeteren en de internationale aanvrage te behandelen alsof daaraan de verbeterde datum van internationale indiening was toegekend, of alsof het beroep op een recht van voorrang niet als nietig was beschouwd.
  • b. Indien de datum van internationale indiening ingevolge Regel 20.3 b ii, 20.5 d of 20.5bis d is toegekend op grond van opneming door middel van verwijzing ingevolge de Regels 4.18 en 20.6 van een element of onderdeel maar het aangewezen bureau vaststelt dat:
  • iii. het element of onderdeel niet volledig opgenomen is in het desbetreffende voorrangsbewijs; kan het aangewezen of gekozen bureau, met inachtneming van paragraaf c, de internationale aanvrage behandelen als was de datum van internationale indiening toegekend ingevolge Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5bis b, of verbeterd ingevolge Regel 20.5 c of 20.5bis c, naargelang hetgeen van toepassing is, met dien verstande dat Regel 17.1 c van overeenkomstige toepassing is.
  • c. Het aangewezen of gekozen bureau behandelt de internationale aanvrage ingevolge paragraaf b niet als was de datum van internationale indiening toegekend ingevolge Regel 20.3 b i, 20.5 b of 20.5bis b of verbeterd ingevolge Regel 20.5 c of 20.5bis c zonder de aanvrager in de gelegenheid te stellen binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn bezwaar te maken tegen de beoogde behandeling of een verzoek in te dienen ingevolge paragraaf d.
  • d. Indien het aangewezen of gekozen bureau in overeenstemming met paragraaf c de aanvrager ervan in kennis heeft gesteld te beogen de internationale aanvrage te behandelen als was de datum van internationale indiening verbeterd ingevolge Regel 20.5 c of 20.5bisc, kan de aanvrager in een binnen de in paragraaf c bedoelde termijn bij dat bureau ingediende kennisgeving verzoeken dat het desbetreffende ontbrekende onderdeel of het desbetreffende correcte element of onderdeel, wordt genegeerd ten behoeve van de nationale behandeling voor dat bureau, in welk geval dat ontbrekende onderdeel, of dat correcte element of onderdeel, geacht wordt niet te zijn verstrekt en dat bureau behandelt de internationale aanvrage niet als was de datum van internationale indiening verbeterd.

Regel 83. Recht op te treden voor internationale instanties

83.1. Bewijs van het recht

Het Internationale Bureau, de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de bevoegde Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kunnen overlegging verlangen van het bewijs van het recht op te treden als bedoeld in artikel 49.

83.1bis. Wanneer het Internationale Bureau het ontvangende bureau is

  • a. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager, of indien er meer aanvragers zijn, een van de aanvragers inwoner of onderdaan is, is bevoegd met betrekking tot de internationale aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau in de hoedanigheid van ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
  • b. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het Internationale Bureau in de hoedanigheid van ontvangend bureau met betrekking tot een internationale aanvrage, is bevoegd met betrekking tot die aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau in iedere andere hoedanigheid en voor de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

83.2. Mededeling

  • a). Het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie, waarvoor de betrokken persoon beweert een recht tot optreden te hebben deelt, op verzoek, aan het Internationale Bureau, de bevoegde Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling mede of deze persoon het recht heeft voor hem of haar op te treden.
  • b). Deze mededeling is bindend voor, al naar het geval, het Internationale Bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

DEEL E. Regels betreffende hoofdstuk V van het Verdrag

Regel 84. Kosten van delegaties

84.1. Door Regeringen gedragen kosten

De kosten van elke delegatie die aan de werkzaamheden van een bij of ingevolge het Verdrag ingesteld orgaan deelneemt, worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.

Regel 85. Ontbreken van het quorum in de Algemene Vergadering

85.1. Schriftelijke stemming

In het geval bepaald in artikel 53, vijfde lid, onder b), brengt het Internationale Bureau de besluiten van de Algemene Vergadering (anders dan die welke de procedure van de Algemene Vergadering zelf betreffen) ter kennis van de Verdragsluitende Staten die niet vertegenwoordigd waren en verzoekt hun binnen een termijn van 3 maanden te rekenen van de datum van de kennisgeving schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal Verdragsluitende Staten die aldus hun stem hebben uitgebracht of hun onthouding hebben kenbaar gemaakt, het aantal Verdragsluitende Staten bereikt dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen deze besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid verkregen blijft.

Regel 86. Het mededelingenblad

86.1. Inhoud

  • a. Het mededelingenblad bedoeld in artikel 55, vierde lid, bevat:

Het mededelingenblad bedoeld in artikel 55, vierde lid, bevat:

  • (i). voor elke gepubliceerde internationale aanvrage, de in de Administratieve Instructies genoemde gegevens, overgenomen van het voorblad van de gepubliceerde internationale aanvrage, de eventueel op dit voorblad voorkomende tekening en het uittreksel;
  • (ii). een overzicht van alle aan de ontvangende bureaus, het Internationale Bureau, de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te betalen taksen;
  • (iii). kennisgevingen die ingevolge het Verdrag of dit Reglement gepubliceerd dienen te worden;
  • (iv). informatie, ter kennis zijn gebracht van het Internationaal Bureau ingevolge Regel 95.1, inzake gebeurtenissen bij de aangewezen en gekozen bureaus met betrekking tot gepubliceerde internationale aanvragen;
  • (v). andere nuttige inlichtingen voorgeschreven in de Administratieve Instructies, mits de toegang tot deze gegevens niet ingevolge het Verdrag of dit Reglement is verboden.

86.2. Talen; vorm en middelen van publicatie; tijdstippen

  • a). Het mededelingenblad wordt gelijktijdig in het Engels en het Frans gepubliceerd. Het Internationale Bureau draagt zorg voor de vertalingen in het Engels en Frans.
  • b). De Algemene Vergadering kan opdracht geven tot de publikatie van het mededelingenblad in andere talen dan die bedoeld onder paragraaf d).
  • c). De vorm waarin en de middelen waarmee het mededelingenblad wordt gepubliceerd worden bepaald door de Administratieve Instructies.
  • d). Het Internationale Bureau draagt er zorg voor dat voor elke gepubliceerde internationale aanvrage de in Regel 86.1 i bedoelde informatie zo spoedig mogelijk na de datum van publicatie van de internationale aanvrage in het mededelingenblad wordt gepubliceerd.

86.3. Tijdstippen van verschijning

De tijdstippen van verschijning van het mededelingenblad worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.

86.4. Verkoop

De abonnementsprijs en andere verkoopprijzen van het mededelingenblad worden vastgesteld door de Directeur-Generaal.

86.5. Titel

De titel van het mededelingenblad wordt vastgesteld door de Directeur-Generaal.

86.6. Nadere bijzonderheden

Nadere bijzonderheden betreffende het mededelingenblad kunnen worden bepaald in de Administratieve Instructies.

Regel 87. Verzending van publicaties

87.1. Verzending van publicaties op verzoek

Het Internationale Bureau verzendt kosteloos op verzoek van de desbetreffende instantie of het desbetreffende bureau elke gepubliceerde internationale aanvrage, het mededelingenblad en iedere andere door het Internationale Bureau in verband met het Verdrag of dit Reglement gepubliceerde publicatie van algemeen belang aan de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en de nationale bureaus. Verdere details betreffende de vorm waarin en de middelen waarmee publicaties worden verzonden worden bepaald door de Administratieve Instructies.

Regel 88. Wijziging van het Reglement

88.1. Eenparigheid van stemmen vereist

Voor de wijziging van de volgende bepalingen van dit Reglement is vereist dat geen Staat die het recht heeft in de Algemene Vergadering zijn stem uit te brengen, tegen de voorgestelde wijziging stemt:

  • (i). Regel 14.1 (Toezendingstaks),
  • (ii). vervallen,
  • (iii). Regel 22.3 (Termijn ingevolge artikel 12, derde lid),
  • (iv). Regel 33 (Stand van de techniek die voor het internationale nieuwheidsonderzoek van belang is),
  • (v). Regel 64 (Stand van de techniek voor de internationale voorlopige beoordeling),
  • (vi). Regel 81 (Wijziging van in het Verdrag vastgestelde termijnen),
  • (vii). deze paragraaf (d.w.z. Regel 88.1).

88.2. Vervallen.

88.3. Vereiste van geen verzet van bepaalde Staten

Voor de wijziging van de volgende bepalingen van dit Reglement is vereist dat geen in artikel 58, derde lid, onder a), sub (iii) bedoelde Staat die het recht heeft in de Algemene Vergadering zijn stem uit te brengen, tegen de voorgestelde wijziging stemt:

  • (i). Regel 34 (Minimumdocumentatie),
  • (ii). Regel 39 (Onderwerpen ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a), sub (i)),
  • (iii). Regel 67 (Onderwerpen ingevolge artikel 34, vierde lid, onder a), sub (i)),
  • (iv). deze paragraaf (d.w.z. Regel 88.3).

88.4. Procedure

Voorstellen tot wijziging van een bepaling genoemd in de Regels 88.1 of 88.3 dienen, indien in de Algemene Vergadering over het voorstel moet worden beslist, aan alle Verdragsluitende Staten ten minste 2 maanden voor de opening van die zitting van de Algemene Vergadering die een beslissing ten aanzien van het voorstel dient te nemen, te worden toegezonden.

Regel 89. Administratieve Instructies

89.1. Draagwijdte

  • a). De Administratieve Instructies bevatten bepalingen:
  • (i). over aangelegenheden ten aanzien waarvan dit Reglement uitdrukkelijk naar deze Instructies verwijst,
  • (ii). over bijzonderheden ten aanzien van de toepassing van dit Reglement.
  • b). De Administratieve Instructies mogen niet in strijd zijn met de bepalingen van het Verdrag, met dit Reglement of met overeenkomsten gesloten door het Internationale Bureau met een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek of een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

89.2. Bron

  • a). De Administratieve Instructies worden opgesteld en uitgevaardigd door de Directeur-Generaal na overleg met de ontvangende bureaus en de Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • b). Zij kunnen door de Directeur-Generaal worden gewijzigd na overleg met de bureaus of instanties die rechtstreeks bij de voorgestelde wijziging betrokken zijn.
  • c). De Algemene Vergadering kan de Directeur-Generaal verzoeken de Administratieve Instructies te wijzigen en de Directeur-Generaal handelt dienovereenkomstig.

89.3. Publikatie en inwerkingtreding

  • a). De Administratieve Instructies en wijzigingen daarin worden in het mededelingenblad bekendgemaakt.
  • b). Elke publikatie dient de datum aan te geven waarop de bekendgemaakte bepalingen in werking treden. De data kunnen verschillen voor verschillende bepalingen, met dien verstande dat geen bepaling vóór haar bekendmaking in het mededelingenblad in werking kan treden.

DEEL E. Regels betreffende hoofdstuk V van het Verdrag

Regel 89bis. Indiening, behandeling en toezending van internationale aanvragen en andere documenten in elektronische vorm of met elektronische middelen

89bis 1. Internationale aanvragen

  • a. Met inachtneming van de paragrafen b tot en met e kunnen internationale aanvragen in elektronische vorm of met elektronische middelen worden ingediend en behandeld, in overeenstemming met de Administratieve Instructies.
  • b. Dit Reglement is van overeenkomstige toepassing op internationale aanvragen die in elektronische vorm of met elektronische middelen worden ingediend, met inachtneming van eventuele bijzondere bepalingen in de Administratieve Instructies.
  • c. In de Administratieve Instructies zijn de bepalingen en vereisten opgenomen met betrekking tot de indiening en behandeling van internationale aanvragen die geheel of gedeeltelijk in elektronische vorm of met elektronische middelen worden ingediend, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, bepalingen en vereisten met betrekking tot ontvangstbevestiging, procedures inzake het toekennen van een internationale datum van indiening, vormvoorschriften en de gevolgen van het niet nakomen daarvan, het ondertekenen van documenten, de middelen voor het waarmerken van documenten en het legaliseren van de identiteit van partijen die communiceren met bureaus en instanties, en de werking van artikel 12 met betrekking tot het archiefexemplaar, het oorspronkelijke exemplaar en het exemplaar voor het nieuwheidsonderzoek, en zij kunnen verschillende bepalingen en vereisten bevatten met betrekking tot internationale aanvragen die in verschillende talen worden ingediend.
  • d. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie is niet verplicht internationale aanvragen die in elektronische vorm of met elektronische middelen zijn ingediend in ontvangst te nemen of te behandelen, tenzij het (zij) het Internationaal Bureau te kennen heeft gegeven dat het (zij) daartoe bereid is in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van de Administratieve Instructies. Het Internationaal Bureau zal de aldus bekendgemaakte informatie publiceren in het mededelingenblad.
  • dbis. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie anders dan het Internationale Bureau, dat of die een kennisgeving uit hoofde van paragraaf d heeft gedaan kan het Internationale Bureau ervan in kennis stellen dat hij of zij uitsluitend internationale aanvragen in ontvangst zal nemen indien deze in elektronische vorm of met elektronische middelen zijn ingediend. Het Internationale Bureau publiceert een kennisgeving uit hoofde van deze paragraaf in het mededelingenblad.
  • dter. Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie die een kennisgeving uit hoofde van paragraaf d, maar niet uit hoofde van paragraaf dbis heeft gedaan, kan het Internationale Bureau ervan in kennis stellen dat een op papier ingediende aanvrage opnieuw dient te worden ingediend met elektronische middelen binnen twee maanden na de datum van de uitnodiging door dit bureau of deze organisatie. Indien de overeenkomstige documenten niet tijdig worden ontvangen, wordt de internationale aanvrage als ingetrokken beschouwd en verklaart het ontvangende bureau dit. Het Internationale Bureau publiceert een kennisgeving uit hoofde van deze paragraaf in het mededelingenblad.
  • e. Een ontvangend bureau dat het Internationaal Bureau ingevolge paragraaf d een kennisgeving heeft doen toekomen kan niet weigeren een in elektronische vorm of met elektronische middelen ingediende internationale aanvrage die voldoet aan de toepasselijke voorschriften van de Administratieve Instructies in behandeling te nemen.

89bis 2. Andere documenten

Regel 89bis 1 is van overeenkomstige toepassing op andere documenten en correspondentie inzake internationale aanvragen, op voorwaarde dat, wanneer een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie een kennisgeving heeft gedaan uit hoofde van regel 89bis 1 (dter), documenten of correspondentie die op papier zijn ingediend en niet binnen twee maanden opnieuw zijn ingediend met elektronische middelen buiten beschouwing worden gelaten.

89bis 3. Toezending tussen bureaus

Wanneer het Verdrag, dit Reglement of de Administratieve Instructies bepalen dat internationale aanvragen, kennisgevingen, mededelingen, correspondentie of andere documenten door een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie aan een ander bureau of andere organisatie moeten worden toegezonden, kan die toezending, wanneer zowel de afzender als de ontvanger daarmee instemmen, in elektronische vorm of met elektronische middelen plaatsvinden.

Regel 89ter. Afschriften in elektronische vorm van op papier ingediende documenten

89ter 1. Afschriften in elektronische vorm van op papier ingediende documenten

Een nationaal bureau of intergouvernementele organisatie kan bepalen dat, wanneer een internationale aanvrage of ander document inzake een internationale aanvrage op papier is ingediend, een afschrift daarvan in elektronische vorm overeenkomstig de Administratieve Instructies door de aanvrager kan worden verstrekt.

Regel 90. Gemachtigden en gemeenschappelijke vertegenwoordigers

90.1. Benoeming tot gemachtigde

  • a. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau waar de internationale aanvrage wordt ingediend, of, indien de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau, het recht heeft ter zake van de internationale aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau als het ontvangende bureau, kan door de aanvrager worden benoemd tot gemachtigde teneinde hem te vertegenwoordigen voor het ontvangende bureau, het Internationale Bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, elke voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • b. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek fungeert, kan door de aanvrager tot zijn gemachtigde worden benoemd om hem speciaal voor die Instantie te vertegenwoordigen.
  • b-bis. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die fungeert als de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie kan door de aanvrager worden benoemd tot gemachtigde teneinde hem specifiek voor die Instantie te vertegenwoordigen.
  • c. Een persoon die het recht heeft op te treden voor het nationale bureau dat of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling fungeert, kan door de aanvrager tot zijn gemachtigde worden benoemd om hem speciaal voor die Instantie te vertegenwoordigen.
  • d. Een ingevolge paragraaf a benoemde gemachtigde kan, tenzij anders bepaald in het document inzake zijn benoeming, een of meer subgemachtigden benoemen teneinde de aanvrager te vertegenwoordigen als diens gemachtigde:
  • i. voor het ontvangende bureau, het Internationale Bureau, de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, elke voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, mits de aldus tot subgemachtigde benoemde persoon het recht heeft op te treden voor het nationale bureau waar de internationale aanvrage is ingediend of ter zake van de internationale aanvrage op te treden voor het Internationale Bureau als het ontvangende bureau, al naar gelang van het geval;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)