Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
- f. Indien de paragrafen a tot en met e op 1 oktober 2002 niet verenigbaar zijn met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, zijn deze paragrafen niet van toepassing op dat aangewezen bureau zolang zij niet verenigbaar zijn met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationaal Bureau hiervan in kennis stelt voor 1 januari 2003. De ontvangen informatie wordt door het Internationaal Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
Regel 50. Bevoegdheid ingevolge artikel 22, derde lid
50.1. Uitoefening van bevoegdheid
- a). Een Verdragsluitende Staat die een termijn toestaat welke later verstrijkt dan de in artikel 22, eerste of tweede lid, bepaalde termijnen, dient het Internationale Bureau de vastgestelde termijnen mede te delen.
- b). Een door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen mededeling wordt door het Internationale Bureau onverwijld bekendgemaakt in het mededelingenblad.
- c). Mededelingen over de verkorting van de voordien vastgestelde termijn hebben rechtsgevolgen voor de internationale aanvragen, ingediend na het verstrijken van 3 maanden na de datum waarop de mededeling door het Internationale Bureau is bekendgemaakt.
- d). Mededelingen over de verlenging van de voordien vastgestelde termijn worden van kracht op het tijdstip van de bekendmaking door het Internationale Bureau in het mededelingenblad ten aanzien van internationale aanvragen die op dat tijdstip aanhangig zijn of die na de datum van deze bekendmaking zijn ingediend, dan wel, indien de Verdragsluitende Staat die de mededeling doet een latere datum vaststelt, met ingang van die latere datum.
Regel 51. Bestudering door aangewezen bureaus
51.1. Termijn voor indiening van het verzoek afschriften te zenden
De termijn bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder c, is twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving gezonden aan de aanvrager ingevolge de Regels 20.4 i, 24.2 c of 29.1 ii.
51.2. Afschrift van de kennisgeving
Indien de aanvrager, na een negatieve beslissing ingevolge artikel 11, eerste lid, te hebben ontvangen, het Internationale Bureau ingevolge artikel 25, eerste lid, verzoekt afschriften van het dossier van de als internationaal bedoelde aanvrage toe te zenden aan een van de bureaus die hij heeft gepoogd aan te wijzen, dient hij aan zijn verzoek een afschrift te hechten van de kennisgeving bedoeld in Regel 20.4 i.
51.3. Termijn voor betaling van de nationale taks en verstrekking van een vertaling
De termijn bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a) verstrijkt op hetzelfde tijdstip als de termijn voorgeschreven in Regel 51.1.
Regel 52. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor aangewezen bureaus
52.1. Termijn
- a). In een aangewezen Staat waar de behandeling of beoordeling zonder speciaal verzoek begint, dient de aanvrager, indien hij zulks wenst, het recht ingevolge artikel 28 uit te oefenen binnen een maand nadat aan de vereisten ingevolge artikel 22 is voldaan, met dien verstande dat, indien de toezending ingevolge Regel 47.1 niet vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn is gedaan, hij genoemd recht dient uit te oefenen uiterlijk vier maanden na deze datum van verstrijken. In beide gevallen kan de aanvrager dit recht op elk later tijdstip uitoefenen, indien de nationale wetgeving van de genoemde Staat zulks toestaat.
- b). In een aangewezen Staat waarin de nationale wetgeving bepaalt dat de beoordeling slechts op speciaal verzoek begint, dient de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop de aanvrager het recht ingevolge artikel 28 kan uitoefenen dezelfde of hetzelfde te zijn als die welke bij de nationale wetgeving is bepaald voor de indiening van wijzigingen in het geval van beoordeling, op speciaal verzoek, van nationale aanvragen, met dien verstande dat deze termijn niet mag zijn verstreken vóór, of dit tijdstip niet mag vallen vóór, het verstrijken van de ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) van toepassing zijnde termijn.
DEEL C. Voorschriften betreffende hoofdstuk II van het Verdrag
Regel 53. Het verzoek
53.1. Vorm
- a. Het verzoek dient te worden gesteld op een gedrukt formulier of te worden ingediend in de vorm van een computeruitdraai. De nadere bijzonderheden van het gedrukte formulier en het in de vorm van een computeruitdraai ingediende verzoek worden voorgeschreven in de Administratieve Instructies.
- b. Exemplaren van gedrukte formulieren voor het verzoek worden kosteloos verstrekt door het ontvangende bureau of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
53.2. Inhoud
- a). Het verzoek dient te bevatten:
- (i). een verzoek,
- (ii). gegevens betreffende de aanvrager en de gemachtigde, indien er een gemachtigde is,
- (iii). gegevens over de internationale aanvrage waarop zij betrekking heeft,
- (iv). een verklaring inzake wijzigingen, indien van toepassing.
- b). Het verzoek dient te zijn ondertekend.
53.3. Het verzoek
Het verzoek dient de volgende strekking te hebben en bij voorkeur als volgt te luiden: „Verzoek ingevolge artikel 31 van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien: De ondergetekende verzoekt dat de hieronder nader aangegeven internationale aanvrage zal worden onderworpen aan een internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”.
53.4. De aanvrager
Ten aanzien van de gegevens betreffende de aanvrager zijn de Regels 4.4 en 4.16 van toepassing en is Regel 4.5 van overeenkomstige toepassing.
53.5. De gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger
Indien er een gemachtigde of een gemeenschappelijke vertegenwoordiger is benoemd, dient het verzoek zulks te vermelden. Regels 4.4 en 4.16 zijn van toepassing en Regel 4.7 is van overeenkomstige toepassing.
53.6. Gegevens over de internationale aanvrage
De internationale aanvrage dient te worden aangegeven door de naam en het adres van de aanvrager, de titel van de uitvinding, de datum van de internationale indiening (indien deze de aanvrager bekend is) en het nummer van de internationale aanvrage of, wanneer dit nummer de aanvrager niet bekend is, de naam van het ontvangende bureau waarbij de internationale aanvrage werd ingediend.
53.7. Keuze van Staten
Het indienen van een verzoek geldt als de keuze van alle Verdragsluitende Staten die zijn aangewezen en gebonden zijn door Hoofdstuk II van het Verdrag.
53.8. Ondertekening
- a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, dient het verzoek te zijn ondertekend door de aanvrager, of, indien er meer aanvragers zijn, door alle aanvragers die het verzoek doen.
- b. Wanneer door meer dan één aanvrager een verzoek wordt ingediend waarin een Staat wordt gekozen waarvan de nationale wetgeving voorschrijft dat de nationale aanvragen moeten worden ingediend door de uitvinder en wanneer een aanvrager voor die gekozen Staat die een uitvinder is, heeft geweigerd het verzoek te ondertekenen of na naarstige pogingen niet kon worden gevonden of bereikt, behoeft het verzoek niet te worden ondertekend door die aanvrager („de betrokken aanvrager”) indien het door ten minste één aanvrager is ondertekend en
- i. een verklaring wordt overgelegd waarin, ten genoegen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, het ontbreken van de handtekening van de betrokken aanvrager wordt toegelicht, of
- ii. de betrokken aanvrager het verzoekschrift niet heeft ondertekend, maar aan de vereisten van Regel 4.15 b werd voldaan.
53.9. Verklaring betreffende wijzigingen
- a. Indien wijzigingen ingevolge artikel 19 zijn aangebracht, dient de verklaring betreffende wijzigingen aan te geven of, met het oog op de internationale voorlopige beoordeling, de aanvrager wenst dat die wijzigingen
- i. in aanmerking worden genomen, in welk geval een afschrift van de wijzigingen bij voorkeur met het verzoek moet worden ingediend, of
- ii. worden geacht te zijn achterhaald door een wijziging ingevolge artikel 34.
- b. Indien geen wijzigingen ingevolge artikel 19 zijn aangebracht en de termijn voor de indiening van zodanige wijzigingen niet is verstreken, kan in de verklaring worden aangeven dat, indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling tegelijkertijd met het internationale nieuwheidsonderzoek overeenkomstig Regel 69.1 b wenst aan te vangen, de aanvrager de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling wenst uit te stellen overeenkomstig Regel 69.1 d.
- c. Indien er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek, dient dit in de verklaring te worden vermeld.
Regel 54. De aanvrager die bevoegd is een verzoek te doen
54.1. Woonplaats en nationaliteit
- a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, worden de woonplaats en de nationaliteit van de aanvrager voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, bepaald overeenkomstig Regel 18.1 a en b.
- b. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling verzoekt, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het ontvangende bureau of, indien de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de vraag of de aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het betrokken bureau argumenten voor te leggen. Het betrokken bureau beslist onverwijld over deze vraag.
54.2. Het recht om een verzoek te doen
Het recht om een verzoek te doen ingevolge artikel 31, tweede lid, bestaat indien de aanvrager die het verzoek doet of, indien er twee of meer aanvragers zijn, ten minste een van hen, domicilie heeft of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II, en de internationale aanvrage is ingediend bij een ontvangend bureau van, of bij een bureau dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II.
54.3. Internationale aanvragen ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau
Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, wordt voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, a, het Internationale Bureau geacht op te treden voor de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is.
54.4. De aanvrager die niet bevoegd is een verzoek te doen
Indien de aanvrager niet gerechtigd een verzoek te doen of, in het geval van meer dan één aanvrager, indien geen van hen gerechtigd is een verzoek te doen ingevolge Regel 54.2, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd.
Regel 55. Talen (internationale voorlopige beoordeling)
55.1. Taal van het verzoek
Het verzoek dient te zijn gesteld in de taal van de internationale aanvrage of, indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan die waarin zij wordt gepubliceerd, in de taal van de publikatie. Indien er echter een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 55.2, dient het verzoek te zijn gesteld in de taal van die vertaling.
55.2. Vertaling van de internationale aanvrage
- a. Wanneer noch de taal waarin de internationale aanvrage wordt ingediend, noch de taal waarin de internationale aanvrage wordt gepubliceerd, door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die de internationale voorlopige beoordeling moet uitvoeren wordt geaccepteerd, dient de aanvrager, onverminderd paragraaf b, tezamen met het verzoek een vertaling van de internationale aanvrage te verstrekken in een taal die zowel:
- i. door die Instantie wordt geaccepteerd, als
- ii. een taal van publicatie is.
- a-bis. Een vertaling van de internationale aanvrage in een taal bedoeld in paragraaf a dient een element te bevatten zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder iii d of e, verstrekt door de aanvrager ingevolge Regel 20.3 b of 20.6 a en elk deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen verstrekt door de aanvrager ingevolge Regel 20.5 b of 20.6 a. dat geacht wordt te zijn begrepen in de internationale aanvrage ingevolge Regel 20.6 b.
- a-ter. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling controleert of elke ingevolge paragraaf a verstrekte vertaling aan de in Regel 11 genoemde vormvoorschriften voldoet voor zover dat noodzakelijk is voor een internationale voorlopige beoordeling.
- b. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage in een in paragraaf a bedoelde taal ingevolge Regel 23.1 b aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is toegezonden en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling deel uitmaakt van hetzelfde nationale bureau of dezelfde intergouvernementele organisatie als de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, behoeft de aanvrager geen vertaling ingevolge paragraaf a te verstrekken. In dat geval wordt, tenzij de aanvrager een vertaling verstrekt ingevolge paragraaf a, de internationale voorlopige beoordeling verricht op basis van de ingevolge Regel 23.1 b toegezonden vertaling.
- c. Indien niet voldaan wordt aan een in de paragrafen a, a-bis en a-ter genoemde eis en paragraaf b niet van toepassing is, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de vereiste vertaling of de vereiste verbetering, al naargelang van het geval, te verstrekken binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn. Die termijn mag niet korter zijn dan een maand na de datum van de uitnodiging. De termijn kan te allen tijde voordat een beslissing is genomen worden verlengd door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- d. Indien de aanvrager binnen de in paragraaf c genoemde termijn aan de uitnodiging gevolg geeft, wordt de genoemde eis als verwezenlijkt beschouwd. Indien de aanvrager dat verzuimt, wordt het verzoek geacht niet te zijn ingediend en zal de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dit bekendmaken.
55.3. Vertaling van wijzigingen
- a. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 55.2, dienen wijzigingen waarnaar wordt verwezen in de verklaring betreffende wijzigingen ingevolge Regel 53.9 en die de aanvrager in aanmerking wenst te doen nemen voor de internationale voorlopige beoordeling, alsmede wijzigingen ingevolge artikel 19 die ingevolge Regel 66.1 c in aanmerking moeten worden genomen, te zijn gesteld in de taal van die vertaling. Wanneer deze wijzigingen zijn of worden ingediend in een andere taal, dient ook een vertaling te worden verstrekt.
- b. Wanneer de vereiste vertaling van een in paragraaf a bedoelde wijziging niet wordt verstrekt, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de ontbrekende vertaling te verstrekken binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is. De termijn dient niet korter te zijn dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging. De termijn kan door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te allen tijde worden verlengd voordat een beslissing wordt genomen.
- c. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf b bedoelde termijn aan de uitnodiging gevolg geeft, wordt de wijziging niet in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
Regel 56. Latere keuzen
Vervallen
Regel 57. De behandelingstaks
57.1. Vereiste van betaling
Voor elk verzoek om een internationale voorlopige beoordeling is een taks ten gunste van het Internationale Bureau („behandelingstaks”) verschuldigd, te innen door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling waarbij het verzoek is ingediend.
57.2. Bedrag
- a). Het bedrag van de behandelingstaks is vermeld in de Taksenschaal.
- b). Vervallen.
- c). De behandelingstaks dient te worden betaald in de valuta of een van de valuta’s die door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zijn voorgeschreven (,,voorgeschreven valuta’’), met dien verstande dat zij, wanneer zij door die Instantie worden overgemaakt naar het Internationaal Bureau, vrij inwisselbaar dienen te zijn in Zwitserse valuta. Het bedrag van de behandelingstaks wordt, in elke voorgeschreven valuta, voor elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die betaling van de behandelingstaks voorschrijft in een andere valuta dan de Zwitserse valuta, door de Directeur-Generaal vastgesteld na overleg met het bureau waarmee overleg plaatsvindt ingevolge Regel 15.2 b met betrekking tot die valuta, of, bij gebreke van zo’n bureau, met de instantie die betaling in die valuta voorschrijft. Het op die manier vastgestelde bedrag zal het equivalent in ronde bedragen zijn van het in de taksenschaal genoemde bedrag in Zwitserse valuta. Het wordt door het Internationaal Bureau bekendgemaakt aan elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die betaling in die voorgeschreven valuta voorschrijft en in het mededelingenblad gepubliceerd.
- d). Wanneer het in de Taksenschaal vermelde bedrag wordt gewijzigd, worden de overeenkomstige bedragen in de voorgeschreven valuta van kracht met ingang van dezelfde datum als het in de gewijzigde Taksenschaal vermelde bedrag.
- e). Wanneer de wisselkoers tussen de Zwitserse valuta en een voorgeschreven valuta gaat verschillen van de laatst toegepaste wisselkoers, stelt de Directeur-Generaal het nieuwe bedrag in de voorgeschreven valuta vast volgens door de Algemene Vergadering gestelde richtlijnen. Het nieuw vastgestelde bedrag wordt twee maanden na de datum van de bekendmaking daarvan in het mededelingenblad van kracht met dien verstande, dat de betrokken Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en de Directeur-Generaal een datum kunnen overeenkomen die binnen genoemde periode van twee maanden valt, in welk geval bedoeld bedrag voor dat bureau met ingang van die datum van kracht wordt.
57.3. Termijn voor betaling; te betalen bedrag
- a. Onverminderd het bepaalde onder de paragrafen b en c dient de behandelingstaks te worden betaald binnen een maand na de datum waarop het verzoek is ingediend of 22 maanden na de datum van voorrang, naar gelang van welke termijn het laatst verstrijkt.
- b. Onverminderd het bepaalde onder paragraaf c dient, wanneer het verzoek ingevolge Regel 59.3 verzonden is aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de behandelingstaks te worden betaald binnen een maand na de datum van ontvangst door die Instantie of 22 maanden na de datum van voorrang, naar gelang van welke termijn het laatst verstrijkt.
- c. Wanneer, in overeenstemming met Regel 69.1 b de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst te starten, nodigt deze Instantie de aanvrager uit de behandelingstaks binnen 1 maand na de datum van de uitnodiging te betalen.
- d. Het bedrag van de behandelingstaks is het bedrag dat van toepassing is op de datum van betaling.
57.4. Vervallen.
57.5. Vervallen.
57.6. Terugbetaling
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling betaalt de behandelingstaks aan de aanvrager terug:
- i. indien het verzoek wordt ingetrokken voordat het door die Instantie is toegezonden aan het Internationale Bureau, of
- ii. indien het verzoek ingevolge Regel 54.4 of 54bis. 1 b. als niet ingediend wordt beschouwd.
Regel 58. De taks voor voorlopige beoordeling
58.1. Het recht een taks te vragen
- a. Elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan verlangen dat de aanvrager te haren gunste een taks betaalt („taks voor voorlopige beoordeling”) voor het verrichten van de internationale voorlopige beoordeling en voor het vervullen van alle andere taken die ingevolge het Verdrag en dit Reglement aan Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zijn opgedragen.
- b. Het bedrag van de taks voor voorlopige beoordeling, indien verschuldigd, wordt vastgesteld door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Met betrekking tot de termijn voor betaling van de taks voor voorlopige beoordeling en het te betalen bedrag zijn de bepalingen van Regel 57.3 inzake de behandelingstaks van overeenkomstige toepassing.
- c. De taks voor voorlopige beoordeling dient rechtstreeks aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden betaald. Wanneer deze Instantie een nationaal bureau is, dient de taks te worden betaald in de door dat bureau voorgeschreven valuta en wanneer de Instantie een intergouvernementele organisatie is, dient de taks te worden betaald in de valuta van de Staat waarin de intergouvernementele organisatie is gevestigd of in een andere valuta die vrij inwisselbaar is in de valuta van de genoemde Staat.
58.2. Vervallen.
58.3. Terugbetaling
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling deelt het Internationale Bureau mede of zij, en zo ja, in welke mate en onder welke voorwaarden, een bedrag dat als taks voor voorlopige beoordeling is betaald zal terugbetalen, indien het verzoek als niet ingediend wordt beschouwd, en het Internationale Bureau zal zodanige mededeling onverwijld publiceren.
Regel 59. De bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
59.1. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, a
- a. Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, a, dient elk ontvangend bureau van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door de bepalingen van Hoofdstuk II, overeenkomstig de van toepassing zijnde overeenkomst bedoeld in artikel 32, tweede en derde lid, het Internationale Bureau mede te delen welke Instantie(s) voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is (zijn) voor de internationale voorlopige beoordeling van internationale aanvragen die bij dat bureau zijn ingediend. Het Internationale Bureau maakt deze inlichtingen onverwijld bekend. Wanneer meer dan één Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is, zijn de bepalingen van Regel 35.2 van overeenkomstige toepassing.
- b. Wanneer de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, is Regel 35.3 a en b, van overeenkomstige toepassing. Het in paragraaf a van de onderhavige Regel bepaalde is niet van toepassing op het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.
59.2. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b)
Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b), geeft de Algemene Vergadering, bij het aanwijzen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die bevoegd is voor internationale aanvragen ingediend bij een nationaal bureau dat een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, de voorkeur aan die Instantie; indien het nationale bureau geen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, dient de Algemene Vergadering de voorkeur te geven aan de door dat bureau aanbevolen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
59.3. Toezending van een verzoek aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a. Indien het verzoek wordt ingediend bij een ontvangend bureau, een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die niet bevoegd is voor de internationale voorlopige beoordeling van de desbetreffende internationale aanvrage, zal dat bureau of die Instantie de datum van ontvangst op het verzoek vermelden en het, tenzij het besluit over te gaan tot de handelingen ingevolge paragraaf f, zo spoedig mogelijk aan het Internationaal Bureau toezenden.
- b. Indien het verzoek wordt ingediend bij het Internationaal Bureau, vermeldt het Internationaal Bureau de datum van ontvangst op het verzoek.
- c. Wanneer het verzoek aan het Internationaal Bureau wordt toegezonden ingevolge paragraaf a of bij dit Bureau wordt ingediend ingevolge paragraaf b, zal het Internationaal Bureau onverwijld:
- i. indien er slechts één bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, het verzoek aan die Instantie toezenden en de aanvrager daarvan op de hoogte brengen, of
- ii. indien twee of meer Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd zijn, de aanvrager uitnodigen binnen de ingevolge Regel 54bis. 1 a toepasselijke termijn of 15 dagen na de datum van de uitnodiging, naargelang van welke datum het laatst is, aan te geven aan welke bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling het verzoek moet worden toegezonden.
- d. Wanneer een vermelding als vereist ingevolge paragraaf c ii wordt verstrekt, zendt het Internationaal Bureau het verzoek zo spoedig mogelijk aan de door de aanvrager aangewezen bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Wanneer deze vermelding niet wordt verstrekt, wordt het verzoek beschouwd als niet ingediend en zal het Internationaal Bureau dit bekendmaken.
- e. Wanneer het verzoek ingevolge paragraaf c wordt toegezonden aan een bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, wordt het beschouwd als ontvangen namens die Instantie op de ingevolge paragraaf a dan wel b erop vermelde datum, en wordt het aldus toegezonden verzoek beschouwd als op die datum door die Instantie ontvangen.
- f. Wanneer een bureau of Instantie waarbij het verzoek ingevolge paragraaf a is ingediend besluit dat verzoek rechtstreeks aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling toe te zenden, zijn de paragrafen c tot en met e van overeenkomstige toepassing.
Regel 60. Bepaalde gebreken in het verzoek
60.1. Gebreken in het verzoek
- a. Onverminderd het bepaalde onder de paragrafen a-bis en a-ternodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, indien het verzoek niet voldoet aan de vereisten neergelegd in de Regels 53.1, 53.2 a i tot en met iii, 53.2 b, 53.3 tot en met 53.8 en 55.1, de aanvrager uit de gebreken te verbeteren binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn. Die termijn mag niet korter zijn dan een maand na de datum van de uitnodiging. De termijn kan te allen tijde voordat een besluit is genomen worden verlengd door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- a-bis. Voor de toepassing van Regel 53.4 volstaat het, wanneer er meer dan een aanvrager is, dat de gegevens bedoeld in Regel 4.5 a ii. en iii. ten aanzien van een van hen worden verstrekt die ingevolge Regel 54.2 het recht heeft een verzoek in te dienen.
- a-ter. Voor de toepassing van Regel 53.8 volstaat het, indien er meer dan een aanvrager is, dat het verzoek door een van hen wordt ondertekend.
- b. Indien de aanvrager binnen de in paragraaf a genoemde termijn gevolg geeft aan het verzoek, wordt het verzoek beschouwd als ontvangen op de feitelijke datum van indiening, mits de internationale aanvrage aan de hand van het ingediende verzoek kan worden achterhaald; in het andere geval wordt het verzoek beschouwd als ontvangen op de datum waarop de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de verbetering ontvangt.
- c. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf a bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd en wordt dit bekendgemaakt door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- d. Vervallen.
- e. Indien het gebrek wordt ontdekt door het Internationale Bureau, brengt het het gebrek ter kennis van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, die vervolgens handelt zoals voorzien in de paragrafen a tot en met c.
- f. Indien het verzoek geen verklaring betreffende wijzigingen bevat, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling als bepaald in de Regels 66.1 en 69.1 a of b.
- g. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen zijn ingediend ingevolge artikel 34, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de wijzigingen in te dienen binnen een in de uitnodiging vastgestelde termijn en handelt zij als bepaald in Regel 69.1 e.
Regel 61. Kennisgeving van het verzoek en de keuzen
61.1. Kennisgeving aan het Internationale Bureau en de aanvrager
- a). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vermeldt op het verzoek de datum van ontvangst of, wanneer van toepassing, de datum bedoeld in Regel 60.1 b. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zal zo spoedig mogelijk hetzij het verzoek aan het Internationaal Bureau toezenden en een afschrift in haar dossiers bewaren, hetzij een afschrift aan het Internationaal Bureau toezenden en het verzoek in haar dossiers bewaren.
- b). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling stelt de aanvrager onverwijld in kennis van de datum van ontvangst van het verzoek. Indien het verzoek ingevolge de Regels 54.4, 55.2 d, 58bis. 1 b of 60.1 c als niet-ingediend wordt beschouwd, stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager en het Internationale Bureau daarvan in kennis.
61.2. Kennisgeving aan de gekozen bureaus
- a). De kennisgeving bedoeld in artikel 31, zevende lid, wordt verricht door het Internationale Bureau.
- b). De kennisgeving dient het nummer en de datum van indiening van de internationale aanvrage te vermelden, alsmede de naam van de aanvrager, de datum van indiening van de aanvrage op grond waarvan het recht van voorrang wordt ingeroepen (indien een recht van voorrang wordt ingeroepen) en de datum van ontvangst van het verzoek door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c). De kennisgeving wordt aan het gekozen bureau gezonden te zamen met de in artikel 20 bedoelde toezending. Van keuzen die na deze toezending plaatsvinden, wordt onverwijld kennisgeving gedaan nadat deze zijn geschied.
- d). Wanneer de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 40, tweede lid, indient bij een gekozen bureau, voert het Internationaal Bureau op verzoek van de aanvrager of het gekozen bureau onverwijld de in artikel 20 voorziene toezending uit aan dat bureau.
61.3. Mededeling aan de aanvrager
Het Internationale Bureau doet de aanvrager schriftelijk mededeling van de in Regel 61.2 bedoelde kennisgeving en van de gekozen bureaus die in kennis zijn gesteld ingevolge artikel 31, zevende lid.
61.4. Publicatie in het mededelingenblad
Onverwijld na de indiening van het verzoek doch niet voor de internationale publicatie van de internationale aanvrage, publiceert het Internationaal Bureau in het mededelingenblad informatie over het verzoek en de betrokken gekozen Staten, zoals voorzien in de Administratieve Instructies.
Regel 62. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen ingevolge artikel 19 voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
62.1. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen aangebracht voordat het verzoek wordt ingediend
Na ontvangst van een verzoek, of van een afschrift daarvan, van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, doet het Internationaal Bureau haar onverwijld toekomen:
- i. een afschrift van het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis.1, tenzij het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is opgetreden, tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling; en
- ii. een afschrift van een wijziging ingevolge artikel 19, en een eventuele verklaring als bedoeld in dat artikel, tenzij de Instantie heeft aangegeven dat zij een dergelijk afschrift reeds heeft ontvangen.
62.2. Wijzigingen aangebracht nadat het verzoek is ingediend
Indien op het tijdstip van indiening van wijzigingen ingevolge artikel 19 reeds een verzoek is ingediend, behoort de aanvrager op het tijdstip waarop hij de wijzigingen indient bij het Internationaal Bureau, bij voorkeur ook bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift van die wijzigingen en een eventuele in dat artikel bedoelde verklaring in te dienen. In elk geval zendt het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk een afschrift van die wijzigingen en verklaring toe aan die Instantie.
Regel 63. Minimumvereisten voor de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
63.1. Omschrijving van de minimumvereisten
De in artikel 32, derde lid, bedoelde minimumvereisten zijn de volgende:
- (i). het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie moet ten minste 100 personeelsleden met een volledige dagtaak in dienst hebben die over voldoende technische bekwaamheden beschikken om beoordelingen te verrichten;
- (ii). dat bureau of die organisatie moet onmiddellijk kunnen beschikken over ten minste de minimumdocumentatie bedoeld in Regel 34, op de juiste wijze gerangschikt voor beoordelingen;
- (iii). dat bureau of die organisatie moet beschikken over personeel dat in staat is de beoordelingen op de vereiste technische gebieden te verrichten en dat over de talenkennis beschikt om althans die talen te begrijpen waarin de in Regel 34 bedoelde minimumdocumentatie is gesteld of vertaald;
- (iv). dat bureau of die organisatie moet een kwaliteitsbeheersysteem en een interne beoordelingsprocedure hebben ingesteld in overeenstemming met de gemeenschappelijke regels voor de internationale voorlopige beoordeling;
- (v). dat bureau of die organisatie moet zijn aangewezen als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
Regel 64. Stand van de techniek voor de internationale voorlopige beoordeling
64.1. Stand van de techniek
- a). Voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, wordt alles wat, waar ook ter wereld, ter beschikking van het publiek is gesteld door middel van schriftelijke publikatie (met inbegrip van tekeningen en andere illustraties) als stand van de techniek beschouwd, mits dit ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond voor de van belang zijnde datum.
- b). Voor de toepassing van paragraaf a is de van belang zijnde datum:
- i. onverminderd ii en iii, de datum van internationale indiening van de internationale aanvrage die het voorwerp is van een internationale voorlopige beoordeling;
- ii. indien in de internationale aanvrage die het voorwerp is van een internationale voorlopige beoordeling een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang van een eerdere aanvrage en die aanvrage een datum van internationale indiening heeft die valt binnen de termijn van voorrang, de datum van indiening van de eerdere aanvrage, tenzij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling oordeelt dat het beroep op een recht van voorrang niet rechtsgeldig is;
- iii. indien in de internationale aanvrage die het voorwerp is van een internationale voorlopige beoordeling een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang van een eerdere aanvrage en die aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang verstreek maar minder dan twee maanden na die datum, de datum van indiening van die eerdere aanvrage, tenzij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling oordeelt dat het beroep op een recht van voorrang niet rechtsgeldig is om andere redenen dan het feit dat de internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang verstreek.
64.2. Niet-schriftelijke openbaarmakingen
In gevallen waarin het ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond door middel van een mondelinge uiteenzetting, een gebruik, een tentoonstelling of op andere niet-schriftelijke wijze („niet-schriftelijke openbaarmaking”) voor de van belang zijnde datum als omschreven in Regel 64.1 b en de datum van deze niet-schriftelijke openbaarmaking is aangegeven in een schriftelijke publikatie die ter beschikking van het publiek is gesteld op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, wordt de niet-schriftelijke openbaarmaking voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze niet-schriftelijke openbaarmaking te vestigen op de in Regel 70.9 voorgeschreven wijze.
64.3. Bepaalde gepubliceerde literatuurplaatsen
In gevallen waarin een aanvrage die, of een octrooi dat voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, zou behoren tot de stand van de techniek, indien zij of het zou zijn gepubliceerd voor de in Regel 64.1 bedoelde van belang zijnde datum, werd gepubliceerd op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, doch werd ingediend voor de van belang zijnde datum of daarbij een beroep werd gedaan op een recht van voorrang ten aanzien van een eerdere aanvrage die was ingediend voor de van belang zijnde datum, wordt deze gepubliceerde aanvrage of dit gepubliceerde octrooi voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze aanvrage of dit octrooi te vestigen op de in Regel 70.10 voorgeschreven wijze.
Regel 65. Uitvinderswerkzaamheid of niet voor de hand liggen
65.1. Samenhang met de stand van de techniek
Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, wordt bij de internationale voorlopige beoordeling rekening gehouden met de samenhang tussen een bepaalde conclusie en de stand van de techniek in zijn geheel. Er dient rekening te worden gehouden met de samenhang van de conclusie niet alleen met afzonderlijke literatuurplaatsen of afzonderlijk daarvan beschouwde delen, maar ook met haar samenhang met combinaties van deze literatuurplaatsen of delen van literatuurplaatsen, wanneer deze combinaties voor een deskundige voor de hand liggen.
65.2. Van belang zijnde datum
Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, is de van belang zijnde datum voor de beoordeling van uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) de in Regel 64.1 voorgeschreven datum.
Regel 66. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
66.1. Grondslag van de internationale voorlopige beoordeling
- a. Behoudens het in de paragrafen b tot en met d bepaalde, wordt de internationale voorlopige beoordeling gebaseerd op de internationale aanvrage zoals ingediend.
- b. De aanvrager kan wijzigingen ingevolge artikel 34 indienen bij de indiening van het verzoek of, onverminderd Regel 66.4bis, totdat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld.
- c. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht voordat het verzoek werd ingediend, worden in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij deze worden vervangen, of worden geacht te zijn achterhaald, door een wijziging ingevolge artikel 34.
- d. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht nadat het verzoek werd ingediend en wijzigingen ingevolge artikel 34 die zijn ingediend bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, worden, onverminderd Regel 66.4bis, in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
- d-bis. Een ingevolge Regel 91.1 toegestane verbetering van een kennelijke fout wordt ten behoeve van de internationale voorlopige beoordeling met inachtneming van Regel 66.4bis in aanmerking genomen door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- e. Conclusies met betrekking tot uitvindingen ten aanzien waarvan geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek is opgesteld, behoeven niet het voorwerp te vormen van de internationale voorlopige beoordeling.
66.1bis. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek
- a. Onverminderd paragraaf b., wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke oordeel beschouwd als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a.
- b. Een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het Internationaal Bureau ervan in kennis stellen dat op de voor haar te voeren procedure paragraaf a. niet van toepassing is ter zake van schriftelijke oordelen ingevolge Regel 43bis.1, opgesteld door de in de kennisgeving vermelde Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, met dien verstande dat deze kennisgeving niet van toepassing is op gevallen waarin het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die is opgetreden als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Het Internationaal Bureau publiceert een dergelijke kennisgeving onverwijld in het mededelingenblad.
- c. Wanneer het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel, uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager dienovereenkomstig schriftelijk daarvan in kennis.
- d. Een ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld schriftelijk oordeel, dat uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., wordt desalniettemin door de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling in aanmerking genomen in de procedure ingevolge Regel 66.2 a.
66.2. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling optreedt, niet toestaat dat er meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een andere wijze dan voorgeschreven in de tweede en derde volzin van Regel 6.4 a, kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval de conclusies niet op die wijze worden ingediend, artikel 34, vierde lid, b, toepassen. In dat geval dient zij de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen.
- (i). van oordeel is dat er sprake is van een van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde omstandigheden,
- (ii). van oordeel is dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling negatief dient te zijn ten aanzien van enige conclusie omdat de uitvinding waarvoor daarin bescherming wordt gevraagd niet nieuw lijkt te zijn, niet op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten (niet voor de hand lijkt te liggen) of niet vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid,
- (iii). opmerkt dat er een gebrek is in de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage ingevolge het Verdrag of dit Reglement,
- (iv). van oordeel is dat een wijziging verder gaat dan de openbaarmaking in de internationale aanvrage zoals ingediend,
- (v). het verslag van de internationale voorlopige beoordeling vergezeld wenst te doen gaan van opmerkingen over de duidelijkheid van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen of de vraag of de conclusies ten volle door de beschrijving worden ondersteund, dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de tweede en derde zin van Regel 6.4 a), kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval van niet-volgen van die wijze van opstellen, artikel 34, vierde lid, onder b) toepassen. In zo'n geval stelt het de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis,
- (vi). van oordeel is dat een conclusie betrekking heeft op een uitvinding ten aanzien waarvan geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld en heeft besloten geen internationale voorlopige beoordeling te verrichten ten aanzien van die conclusie, of
- (vii). van oordeel is dat er geen sequentie-opsomming van nucleotiden en/of aminozuren beschikbaar is in zodanige vorm dat er een zinvolle internationale voorlopige beoordeling kan worden verricht,
- b). De kennisgeving dient een volledige uiteenzetting te geven van de redenen voor het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c). In de kennisgeving wordt de aanvrager uitgenodigd een schriftelijk antwoord in te dienen, waar passend vergezeld van wijzigingen.
- d). In de kennisgeving wordt een termijn vastgesteld voor het antwoord. De termijn dient redelijk te zijn gegeven de omstandigheden. De termijn bedraagt gewoonlijk twee maanden vanaf de datum van de kennisgeving. In geen geval mag de termijn korter zijn dan een maand na de bedoelde datum. De termijn dient ten minste twee maanden na de bedoelde datum te zijn wanneer het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek tegelijkertijd met de kennisgeving wordt verzonden. De termijn mag, onverminderd paragraaf e. niet langer zijn dan drie maanden na de bedoelde datum.
- e). De termijn voor het beantwoorden van de kennisgeving kan worden verlengd indien de aanvrager voor het verstrijken ervan daarom verzoekt.
66.3. Formeel antwoord aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling
- a). De aanvrager kan aan de in Regel 66.2 c) bedoelde uitnodiging van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gehoor geven door wijzigingen aan te brengen, of - indien hij het niet eens is met het oordeel van die Instantie - door argumenten aan te voeren, al naar het geval, dan wel beide doen.
- b). Een antwoord dient rechtstreeks bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden ingediend.
66.4. Bijkomende gelegenheid voor het indienen van wijzigingen of het aanvoeren van argumenten
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een of meer bijkomende schriftelijke oordelen wenst te geven, kan zij zulks doen; in dit geval zijn de Regels 66.2 en 66.3 van toepassing.
- b). Op verzoek van de aanvrager kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling hem één of meer bijkomende gelegenheden bieden om wijzigingen in te dienen of argumenten aan te voeren.
66.4bis. In aanmerking nemen van wijzigingen, argumenten en verbeteringen van kennelijke fouten
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling behoeft geen wijzigingen, argumenten en verbeteringen van kennelijke fouten in aanmerking te nemen ten behoeve van een schriftelijk oordeel of het verslag van de internationale voorlopige beoordeling indien deze worden ontvangen of toegestaan door of ter kennis gebracht van die Instantie, naargelang hetgeen van toepassing is, nadat deze begonnen is met het opstellen van dat oordeel of verslag.
66.5. Wijziging
Een verandering, niet zijnde een verbetering van een kennelijke fout, in de conclusies, de beschrijving of de tekeningen, met inbegrip van de intrekking van conclusies, het schrappen van passages in de beschrijving of het schrappen van bepaalde tekeningen wordt aangemerkt als een wijziging.
66.6. Informele contacten met de aanvrager
De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan te allen tijde informeel, telefonisch, schriftelijk of door middel van persoonlijke gesprekken contact met de aanvrager onderhouden. De genoemde Instantie beslist naar eigen goeddunken, of zij meer dan één persoonlijk onderhoud wenst toe te staan, indien de aanvrager daarom verzoekt, dan wel of zij wenst te antwoorden op een informele schriftelijke mededeling van de aanvrager.
66.7. Afschrift en vertaling van een eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen
- a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift nodig heeft van de eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen in de internationale aanvrage, dient het Internationaal Bureau dat desgevraagd onverwijld te verstrekken. Indien dat afschrift niet wordt verstrekt aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, omdat de aanvrager verzuimd heeft te voldoen aan de vereisten van Regel 17.1 en indien de eerdere aanvrage niet was ingediend bij die Instantie in haar hoedanigheid van nationaal bureau of indien het voorrangsbewijs voor die Instantie niet beschikbaar is via een digitale bibliotheek in overeenstemming met de Administratieve Instructies, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld als zou geen voorrang zijn ingeroepen.
- b). Indien de aanvrage op grond waarvan in de internationale aanvrage een recht van voorrang is ingeroepen in een andere taal is gesteld dan de taal of een van de talen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan die Instantie, wanneer de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is voor het formuleren van het in artikel 33, eerste lid, bedoelde oordeel, de aanvrager uitnodigen een vertaling in die taal of een van die talen te verstrekken binnen 2 maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. Indien de vertaling niet wordt verstrekt binnen die termijn, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld alsof het recht van voorrang niet was ingeroepen.
66.8. Vorm van de wijzigingen
- a. Onverminderd paragraaf b wordt van de aanvrager verlangd dat hij een vervangend blad indient voor elk blad van de internationale aanvrage dat wegens wijziging verschilt van het eerder ingediende blad. De begeleidende brief bij de vervangende bladen dient de aandacht te vestigen op de verschillen tussen de vervangen en de vervangende bladen en bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging te verklaren.
- b. Wanneer de wijziging bestaat in het schrappen van passages of in kleine veranderingen of toevoegingen, kan het in paragraaf a genoemde vervangende blad een afschrift van het desbetreffende blad van de internationale aanvrage met de veranderingen of toevoegingen zijn, mits de duidelijkheid en de mogelijkheid tot directe verveelvoudiging van dat blad niet nadelig worden beïnvloed. Voor zover een wijziging leidt tot het vervallen van een geheel blad, wordt deze wijziging medegedeeld in een brief die bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging verklaart.
66.9. Taal van de wijzigingen
- a. Indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan de taal waarin zij is gepubliceerd, dient elke wijziging, evenals elke in Regel 66.8 genoemde brief, onverminderd de paragrafen b en c, te worden ingediend in de taal van publicatie.
- b. Indien de internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig Regel 55.2 wordt verricht op basis van een vertaling van de internationale aanvrage, dient elke wijziging, alsmede elke brief bedoeld in paragraaf a, te worden ingediend in de taal van die vertaling.
- c. Onverminderd het in Regel 55.3 bepaalde, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, indien een wijziging of een brief niet wordt ingediend in een ingevolge paragraaf a of b vereiste taal, de aanvrager uit, indien zulks gelet op de termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling uitvoerbaar is, de wijziging of de brief te verstrekken in de vereiste taal binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is.
- d. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf c bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging om een wijziging in de vereiste taal te verstrekken, wordt de wijziging niet in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf c bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging om een in paragraaf a bedoelde brief te verstrekken in de vereiste taal, behoeft de desbetreffende wijziging niet in aanmerking te worden genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
Regel 67. Onderwerpen ingevolge artikel 34, vierde lid, onder a) sub (i)
67.1. Begripsomschrijving
Van een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling mag niet worden verlangd, dat zij een internationale voorlopige beoordeling verricht van een internationale aanvrage, indien en voor zover het onderwerp op een van de onderstaande gebieden ligt:
- (i). natuurwetenschappelijke en wiskundige theorieën,
- (ii). planten- of dierenrassen of werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten en dieren, die geen microbiologische werkwijzen en hierdoor verkregen voortbrengselen zijn,
- (iii). stelsels, regels of methoden voor de bedrijfsvoering, voor het verrichten van uitsluitend geestelijke handelingen of voor het spelen,
- (iv). methoden voor de behandeling van het menselijke of het dierlijke lichaam door chirurgische ingrepen of geneeskundige behandeling, alsmede methoden voor het stellen van een diagnose,
- (v). enkele presentatie van gegevens,
- (vi). programma's voor rekenautomaten voor zover de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet is uitgerust voor het verrichten van een internationale voorlopige beoordeling van zodanige programma's.
Regel 68. Gebrek aan eenheid van uitvinding (internationale voorlopige beoordeling)
68.1. Geen uitnodiging tot beperking of betaling
Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen, zet zij de internationale voorlopige beoordeling voort, behoudens artikel 34, vierde lid, b, en Regel 66.1 e, ten aanzien van de gehele internationale aanvrage, maar vermeldt zij in elk schriftelijk oordeel en het verslag van de internationale voorlopige beoordeling dat zij van oordeel is dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en geeft zij de redenen daarvoor aan.
68.2. Uitnodiging tot beperking of betaling
Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan de vereiste eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager uit te nodigen, naar zijn keuze, de conclusies te beperken of aanvullende taksen te betalen, dient in de uitnodiging:
- i. ten minste een mogelijkheid tot beperking te worden aangegeven die naar het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling in overeenstemming zou zijn met het van toepassing zijnde vereiste;
- ii. aangegeven te worden op welke gronden de internationale aanvrage geacht wordt niet te voldoen aan de vereiste eenheid van uitvinding;
- iii. de aanvrager te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging te voldoen aan de uitnodiging;
- iv. het bedrag van de te betalen vereiste bijkomende taksen te worden aangegeven, mocht de aanvrager daartoe besluiten; en
- v. dient de aanvrager, indien van toepassing, te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging de in Regel 68.3 e bedoelde protesttaks te betalen en dient het te betalen bedrag te worden vermeld.
68.3. Bijkomende taksen
- a. Het bedrag voor de bijkomende taksen verschuldigd voor een internationale voorlopige beoordeling ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, wordt bepaald door de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- b. De ingevolge artikel 34, derde lid, onder a, verschuldigde bijkomende taksen voor de internationale voorlopige beoordeling dienen rechtstreeks te worden betaald aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
- c. Een aanvrager kan de bijkomende taksen onder protest betalen, dat wil zeggen, vergezeld van een met redenen omklede uiteenzetting dat de internationale aanvrage voldoet aan de vereiste eenheid van uitvinding of dat het bedrag van de vereiste bijkomende taksen buitensporig hoog is. Een zodanig protest dient te worden onderzocht door een in het kader van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ingesteld toetsingsorgaan, dat, voorzover het het protest gerechtvaardigd acht, beveelt dat de bijkomende taksen geheel of gedeeltelijk aan de aanvrager dienen te worden terugbetaald. Op verzoek van de aanvrager worden de tekst van het protest en van de beslissing dienaangaande als bijlage bij het verslag omtrent de internationale voorlopige beoordeling ter kennis van de gekozen bureaus gebracht.
- d. In het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan kan de persoon zitting hebben die de beslissing nam waarop het protest betrekking heeft, met dien verstande dat deze niet het enige lid van het orgaan mag zijn.
- e. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het onderzoek naar aanleiding van een protest zoals bedoeld in paragraaf c afhankelijk stellen van de betaling ten gunste van de Instantie van een protesttaks. Indien de aanvrager verzuimt binnen de termijn ingevolge Regel 68.2 v de vereiste protesttaks te betalen, wordt het protest geacht niet te zijn aangetekend en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zal dienaangaande een verklaring doen uitgaan. De protesttaks wordt aan de aanvrager terugbetaald indien het in paragraaf c bedoelde toetsingsorgaan van oordeel is dat het protest volledig gerechtvaardigd was.
68.4. Procedure in geval van onvoldoende beperking van de conclusies
Indien de aanvrager de conclusies beperkt, doch niet voldoende om te voldoen aan het vereiste van eenheid van uitvinding, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zoals bepaald in artikel 34, derde lid, onder c).
68.5. Hoofduitvinding
In geval van twijfel welke uitvinding de hoofduitvinding is voor de toepassing van artikel 34, derde lid, onder c), wordt de als eerste in de conclusies genoemde uitvinding als de hoofduitvinding beschouwd.
Regel 69. Aanvang van en termijn voor de internationale voorlopige beoordeling
69.1. Aanvang van de internationale voorlopige beoordeling
- a. Onverminderd de paragrafen b tot en met e vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling aan zodra zij beschikt over al het volgende: met dien verstande dat de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aanvangt voor het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 54bis 1 a, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk verzoekt om eerdere aanvang.
- i. het verzoek;
- ii. het (volledige) verschuldigde bedrag voor de behandelingstaks en de taks voor de voorlopige beoordeling, met inbegrip van, indien van toepassing, de taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis. 2; en
- iii. hetzij het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek, hetzij de verklaring door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek ingevolge artikel 17, tweede lid, onder a, dat er geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek zal worden opgesteld en het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis 1;
- b. Indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die optreedt als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, kan de internationale voorlopige beoordeling, indien het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie zulks wenst en met inachtneming van de paragrafen d. en e., op hetzelfde tijdstip aanvangen als het internationale nieuwheidsonderzoek.
- b-bis. Indien, in overeenstemming met paragraaf b, het nationaal bureau dat of de intergouvernementele organisatie die optreedt als zowel de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek als de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst aan te vangen en oordeelt dat aan alle in artikel 34, tweede lid, onder c., i. tot en met iii. genoemde voorwaarden is voldaan, behoeft dat nationaal bureau of die intergouvernementele organisatie, in zijn of haar hoedanigheid van Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, geen schriftelijk oordeel ingevolge Regel 43bis. 1 op te stellen.
- c. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat wijzigingen ingevolge artikel 19 in aanmerking moeten worden genomen (Regel 53.9 a i), begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij een afschrift van de desbetreffende wijzigingen heeft ontvangen.
- d. Indien in de verklaring inzake wijzigingen wordt vermeld dat de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling dient te worden uitgesteld (Regel 53.9 b), vangt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling niet aan vóór de zich het eerst voordoende van de volgende situaties:
- i. voordat zij een afschrift van de wijzigingen ingevolge artikel 19 heeft ontvangen;
- ii. voordat zij een kennisgeving van de aanvrager heeft ontvangen dat hij geen wijzigingen ingevolge artikel 19 wenst door te voeren; of
- iii. het verstrijken van de toepasselijke termijn ingevolge Regel 46.1
- e. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen ingevolge artikel 34 zijn ingediend, begint de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet met de internationale voorlopige beoordeling voordat zij de wijzigingen heeft ontvangen of voordat de termijn vastgesteld in de in Regel 60.1 g bedoelde uitnodiging is verstreken, naar gelang van welke datum het eerst valt.
69.2. Termijn voor de internationale voorlopige beoordeling
De termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling is van een van de volgende tijdvakken degene die het laatst verstrijkt:
- i. 28 maanden te rekenen van de datum van voorrang, of
- ii. zes maanden, te rekenen vanaf het tijdstip ingevolge Regel 69.1 voor de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling; of
- iii. zes maanden te rekenen van de datum van ontvangst door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van de ingevolge Regel 55.2 verstrekte vertaling,
DEEL D. Regels betreffende hoofdstuk III van het Verdrag
DEEL E. Regels betreffende hoofdstuk V van het Verdrag
DEEL F. Regels betreffende verscheidene hoofdstukken van het Verdrag
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Treaty.
DONE at Washington, on June 19, 1970.
Regel 45bis. Aanvullende internationale nieuwheidsonderzoeken
45bis.1. Verzoek om aanvullend internationaal nieuwheidsonderzoek
- a. De aanvrager kan, te allen tijde voor het verstrijken van 22 maanden na de datum van voorrang, verzoeken dat ter zake van de internationale aanvrage een aanvullend internationaal nieuwheidsonderzoek wordt verricht door een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die daartoe ingevolge Regel 45.bis.9 bevoegd is. Dergelijke verzoeken kunnen worden gedaan met betrekking tot meer dan één Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.
- b. Een verzoek ingevolge paragraaf a (Verzoek om aanvullend nieuwheidsonderzoek) wordt ingediend bij het Internationale Bureau en vermeldt:
- i. de naam en het adres van de verzoeker en van de eventuele gemachtigde, de titel van de uitvinding, de datum van internationale indiening en het nummer van de internationale aanvrage;
- ii. de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek die verzocht wordt het aanvullende onderzoek te verrichten („voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie”); en
- iii. indien de internationale aanvrage is ingediend in een taal die niet wordt aanvaard door die Instantie, of een vertaling verstrekt aan het ontvangende bureau ingevolge Regel 12.3 of 12.4 de grondslag vormt voor het aanvullende internationale nieuwheidsonderzoek.
- c. Het verzoek om aanvullend nieuwheidsonderzoek dient in voorkomend geval vergezeld te gaan van:
- i. indien noch de taal waarin de internationale aanvrage is ingediend noch de taal waarin in voorkomend geval een vertaling ingevolge Regel 12.3 of 12.4 is verstrekt wordt aanvaard door de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie, een vertaling van de internationale aanvrage in een taal die wordt aanvaard door die Instantie;
- ii. bij voorkeur een afschrift van een sequentie-opsomming in elektronische vorm die voldoet aan de in de Administratieve Instructies bedoelde norm, indien de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie zulks vereist.
- d. Indien de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek heeft vastgesteld dat de internationale aanvrage niet voldoet aan de vereiste eenheid van uitvinding, kan de aanvrager in het verzoek om aanvullend nieuwheidsonderzoek te kennen geven dat hij het aanvullende internationale nieuwheidsonderzoek wenst te beperken tot een van de uitvindingen vermeld door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, niet zijnde de hoofduitvinding bedoeld in artikel 17, derde lid, onder a.
- e. Het verzoek om aanvullend nieuwheidsonderzoek wordt beschouwd als niet ingediend en het Internationale Bureau zal dit bekendmaken:
- i. indien het wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn bedoeld in paragraaf a; of
- ii. indien de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie in de ingevolge artikel 16, derde lid, onder b, van toepassing zijnde overeenkomst niet verklaard heeft bereid te zijn dergelijke onderzoeken te verrichten of daartoe ingevolge Regel 45bis.9 b niet bevoegd is.
45bis.2. Behandelingstaks voor aanvullend nieuwheidsonderzoek
- a. Het verzoek om aanvullend nieuwheidsonderzoek is onderworpen aan de betaling van een taks ten gunste van het Internationale Bureau („behandelingstaks voor aanvullend nieuwheidsonderzoek”) zoals vermeld in de Taksenschaal.
- b. De behandelingstaks voor aanvullend nieuwheidsonderzoek wordt betaald in de valuta waarin de taks is vermeld in de Taksenschaal of in een andere valuta voorgeschreven door het Internationale Bureau. Het bedrag in de andere valuta is het equivalent, in ronde bedragen, zoals vastgesteld door het Internationale Bureau, van het in de Taksenschaal vermelde bedrag en wordt in het mededelingenblad gepubliceerd.
- c. De behandelingstaks voor aanvullend nieuwheidsonderzoek dient aan het Internationale Bureau te worden betaald binnen een maand na de datum van ontvangst van het verzoek om aanvullend nieuwheidsonderzoek. Het verschuldigde bedrag is het bedrag dat van toepassing is op de datum van betaling.
- d. Het Internationale Bureau betaalt de behandelingstaks voor aanvullend nieuwheidsonderzoek terug aan de aanvrager indien, voordat de documenten bedoeld in Regel 45bis.4 e i tot en met iv worden verzonden naar de voor het aanvullende nieuwheidsonderzoek aangezochte Instantie, de internationale aanvrage wordt ingetrokken of geacht wordt te zijn ingetrokken, of indien het verzoek om aanvullend nieuwheidsonderzoek wordt ingetrokken of geacht wordt niet te zijn gedaan ingevolge Regel 45bis.1 e.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)