Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 69
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • c. In de in paragrafen a en b bedoelde gevallen, indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om een aanvullingsoctrooi, een aanvullingscertificaat, een aanvulling van een uitvinderscertificaat of een aanvulling van een gebruikscertificaat, vermeldt de aanvrager bij het verrichten van de handelingen bedoeld in artikel 22, de desbetreffende hoofdaanvrage, het hoofdoctrooi of een ander verleend hoofdrecht.
  • d. Indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om voortzetting of gedeeltelijke voortzetting van een eerdere aanvrage, meldt de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, dit aan het aangewezen bureau en vermeldt daarbij de desbetreffende hoofdaanvrage.
  • e. Wanneer de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen geen uitdrukkelijke melding ingevolge paragraaf a heeft gedaan, maar de door hem betaalde nationale taks bedoeld in artikel 22 overeenkomt met de nationale taks voor een specifiek soort bescherming, wordt de betaling van die taks beschouwd als melding van de wens van de aanvrager dat de internationale aanvrage dient te worden behandeld als een aanvrage om dat soort bescherming en stelt het aangewezen bureau de aanvrager daarvan in kennis.

49bis.2. Tijdstip voor meldingen

  • a. Aangewezen bureaus mogen niet verlangen dat de aanvrager, vóór het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, meldingen doet als bedoeld in Regel 49bis.1, of, indien van toepassing, meldt of hij verlening van een nationaal octrooi of een regionaal octrooi verlangt.
  • b. De aanvrager kan, indien zulks is toegestaan krachtens de nationale wetgeving die moet worden toegepast door het betrokken aangewezen bureau, op een later tijdstip een dergelijke melding doen of, indien van toepassing, van de ene soort bescherming overstappen op de andere.

Regel 50. Bevoegdheid ingevolge artikel 22, derde lid

50.1. Uitoefening van bevoegdheid

  • a). Een Verdragsluitende Staat die een termijn toestaat welke later verstrijkt dan de in artikel 22, eerste of tweede lid, bepaalde termijnen, dient het Internationale Bureau de vastgestelde termijnen mede te delen.
  • b). Een door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen mededeling wordt door het Internationale Bureau onverwijld bekendgemaakt in het mededelingenblad.
  • c). Mededelingen over de verkorting van de voordien vastgestelde termijn hebben rechtsgevolgen voor de internationale aanvragen, ingediend na het verstrijken van 3 maanden na de datum waarop de mededeling door het Internationale Bureau is bekendgemaakt.
  • d). Mededelingen over de verlenging van de voordien vastgestelde termijn worden van kracht op het tijdstip van de bekendmaking door het Internationale Bureau in het mededelingenblad ten aanzien van internationale aanvragen die op dat tijdstip aanhangig zijn of die na de datum van deze bekendmaking zijn ingediend, dan wel, indien de Verdragsluitende Staat die de mededeling doet een latere datum vaststelt, met ingang van die latere datum.

Regel 51. Beoordeling door aangewezen bureaus

51.1. Termijn voor indiening van het verzoek afschriften te zenden

De termijn bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder c, is twee maanden, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving gezonden aan de aanvrager ingevolge de Regels 20.7 i, 24.2 c of 29.1 ii.

51.2. Afschrift van de kennisgeving

Wanneer de aanvrager, nadat hij een negatieve beslissing ingevolge artikel 11, eerste lid, heeft ontvangen, het Internationale Bureau ingevolge artikel 25, eerste lid, verzoekt, afschriften van het dossier van de beweerde internationale aanvrage toe te zenden aan een bureau dat hij heeft gepoogd aan te wijzen, dient hij aan zijn verzoek een afschrift te hechten van de kennisgeving bedoeld in Regel 20.7 (i).

51.3. Termijn voor betaling van de nationale taks en verstrekking van een vertaling

De termijn bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a) verstrijkt op hetzelfde tijdstip als de termijn voorgeschreven in Regel 51.1.

Regel 51bis. Bepaalde nationale vereisten toegestaan krachtens artikel 27

51bis.1. Bepaalde toegestane nationale vereisten

  • a). Onverminderd Regel 51 bis 2 kan het door het aangewezen bureau toe te passen nationale recht, in overeenstemming met artikel 27, vereisen dat de aanvrager in het bijzonder verstrekt:
  • i. een document inzake de identiteit van de uitvinder,
  • ii. een document inzake het recht van de aanvrager een octrooi aan te vragen of verleend te krijgen ,
  • iii. een document met een bewijs van het recht van de aanvrager om een beroep te doen op een recht van voorrang op grond van een eerdere aanvrage wanneer de aanvrager niet de aanvrager is die de eerdere aanvrage heeft ingediend of wanneer de naam van de aanvrager gewijzigd is sinds de datum waarop de eerdere aanvrage werd ingediend,
  • iv. wanneer de internationale aanvrage een Staat aanwijst waarvan de nationale wetgeving op 9 oktober 2012 de eis stelt dat een eed of verklaring van uitvinderschap wordt ingediend, een document met een eed of verklaring van uitvinderschap,
  • v. een bewijs betreffende onschadelijke openbaarmaking of een op gebrek aan nieuwheid te maken uitzondering, zoals openbaarmaking als gevolg van misbruik, openbaarmaking bij bepaalde tentoonstellingen en openbaarmaking door de aanvrager gedurende een bepaald tijdvak;
  • vi. bevestiging van de internationale aanvrage door ondertekening door een aanvrager voor de aangewezen Staat die het verzoekschrift niet ondertekend heeft;
  • vii. ontbrekende vermeldingen die vereist zijn ingevolge Regel 4.5 a ii. en iii. ten aanzien van een aanvrager voor de aangewezen Staat;
  • viii. in de gevallen bedoeld in Regel 82ter.1, een vertaling van elk abusievelijk ingediend element of onderdeel verwijderd uit de internationale aanvrage in overeenstemming met Regel 20.5bis b of c.
  • b). De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, zevende lid, verplicht stellen:
  • (i). dat de aanvrager wordt vertegenwoordigd door een gemachtigde die gerechtigd is aanvragers voor dat bureau te vertegenwoordigen en/of dat hij een adres in de aangewezen Staat heeft voor het ontvangen van kennisgevingen,
  • (ii). dat de gemachtigde, voorzover die er is, die de aanvrager vertegenwoordigt, naar behoren door de aanvrager is benoemd.
  • c). De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, eerste lid, de eis stellen dat de internationale aanvrage, de vertaling daarvan of enig ander document daarop betrekking hebbend, in meer dan één afschrift wordt verstrekt.
  • d). De nationale wetgeving toe te passen door het aangewezen bureau kan, in overeenstemming met artikel 27, tweede lid, onder ii, de eis stellen dat de vertaling van de internationale aanvrage zoals door de aanvrager verstrekt ingevolge artikel 22:
  • i. door de aanvrager of de persoon die de internationale aanvrage heeft vertaald wordt bevestigd in een verklaring dat de vertaling, naar zijn beste weten, volledig en waarheidsgetrouw is;
  • ii. door een openbare autoriteit of beëdigd vertaler wordt gelegaliseerd, maar slechts wanneer het aangewezen bureau redelijkerwijs de nauwkeurigheid van de vertaling kan betwijfelen.
  • e). De door het aangewezen bureau toe te passen nationale wetgeving kan in overeenstemming met artikel 27 de eis stellen dat de aanvrager een vertaling van het voorrangsbewijs verstrekt, met dien verstande dat een dergelijke vertaling alleen kan worden vereist:
  • i. indien de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is om te bepalen of de desbetreffende uitvinding octrooieerbaar is; of
  • ii. indien de datum van internationale indiening is toegekend door het ontvangende bureau ingevolge Regel 20.3 b ii, 20.5 d of 20.5bisd op grond van opneming door middel van verwijzing ingevolge de Regels 4.18 en 20.6 van een element of onderdeel teneinde ingevolge Regel 82ter 1 b te bepalen of dat element of onderdeel volledig vervat is in het desbetreffende voorrangsbewijs, in welk geval het door het aangewezen bureau toe te passen nationale recht van de aanvrager tevens kan verlangen dat hij in het geval van een deel van de beschrijving, conclusies of tekeningen vermeldt waar dat onderdeel vervat is in de vertaling van het voorrangsbewijs.

51bis.2. Bepaalde omstandigheden waarin documenten of bewijs niet vereist mogen worden

Het aangewezen bureau vereist, tenzij het redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van de desbetreffende gegevens of verklaring, geen document of bewijs:

  • (i). inzake de identiteit van de uitvinder (Regel 51bis.1(a)(i)) (niet zijnde een document met een eed of verklaring van uitvinderschap (Regel 51bis.1(a)(iv)), indien vermeldingen betreffende de uitvinder, in overeenstemming met Regel 4.6, zijn opgenomen in het verzoekschrift of indien een verklaring inzake de identiteit van de uitvinder, in overeenstemming met Regel 4.17(i), is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
  • ii. inzake het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een octrooi aan te vragen en verleend te krijgen (Regel 51bis.1 a ii), indien een verklaring inzake die aangelegenheid in overeenstemming met Regel 4.17 ii is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
  • (iii). inzake het recht van de aanvrager, op de datum van internationale indiening, om een beroep te doen op het recht van voorrang op grond van een eerdere aanvrage (Regel 51bis.1(a)(iii)), indien een verklaring inzake die aangelegenheid, in overeenstemming met Regel 4.17(iii), is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau;
  • (iv). met een eed of verklaring van uitvinderschap (Regel 51bis.1(a)(iv)), indien een verklaring van uitvinderschap, in overeenstemming met Regel 4.17(iv), is opgenomen in het verzoekschrift of rechtstreeks wordt ingediend bij het aangewezen bureau.

51bis.3. Mogelijkheid om te voldoen aan nationale vereisten

  • a. Wanneer aan een van de vereisten bedoeld in Regel 51bis.1 a i tot en met iv en c tot en met e, of aan een ander vereiste van de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving dat dat bureau kan toepassen in overeenstemming met artikel 27, eerste of tweede lid, niet reeds is voldaan gedurende hetzelfde tijdvak waarbinnen moet worden voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 22, nodigt het aangewezen bureau de aanvrager uit aan het vereiste te voldoen binnen een termijn die niet korter is dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de uitnodiging. Ieder aangewezen bureau mag verlangen dat de aanvrager een taks betaalt voor het voldoen aan nationale vereisten in antwoord op de uitnodiging.
  • b. Wanneer aan een vereiste van de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving dat dat bureau kan toepassen in overeenstemming met artikel 27, zesde of zevende lid, niet reeds is voldaan gedurende hetzelfde tijdvak waarbinnen moet worden voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 22, heeft de aanvrager de mogelijkheid om aan het vereiste te voldoen na het verstrijken van dat tijdvak.
  • c. Indien op 17 maart 2000 paragraaf a onverenigbaar is met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving met betrekking tot de in die paragraaf bedoelde termijn, is genoemde paragraaf niet van toepassing ten aanzien van dat bureau met betrekking tot die termijn zolang de bedoelde paragraaf onverenigbaar blijft met die wetgeving, mits het genoemde bureau het Internationale Bureau vóór 30 november 2000 daarover inlicht. De ontvangen inlichtingen worden door het Internationale Bureau terstond gepubliceerd in het mededelingenblad.

Regel 52. Wijziging van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen voor aangewezen bureaus

52.1. Termijn

  • a). In een aangewezen Staat waar de behandeling of beoordeling zonder speciaal verzoek begint, dient de aanvrager, indien hij zulks wenst, het recht ingevolge artikel 28 uit te oefenen binnen een maand nadat aan de vereisten ingevolge artikel 22 is voldaan, met dien verstande dat, indien de toezending ingevolge Regel 47.1 niet vóór het verstrijken van de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn is gedaan, hij genoemd recht dient uit te oefenen uiterlijk vier maanden na deze datum van verstrijken. In beide gevallen kan de aanvrager dit recht op elk later tijdstip uitoefenen, indien de nationale wetgeving van de genoemde Staat zulks toestaat.
  • b). In een aangewezen Staat waarin de nationale wetgeving bepaalt dat de beoordeling slechts op speciaal verzoek begint, dient de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop de aanvrager het recht ingevolge artikel 28 kan uitoefenen dezelfde of hetzelfde te zijn als die welke bij de nationale wetgeving is bepaald voor de indiening van wijzigingen in het geval van beoordeling, op speciaal verzoek, van nationale aanvragen, met dien verstande dat deze termijn niet mag zijn verstreken vóór, of dit tijdstip niet mag vallen vóór, het verstrijken van de ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) van toepassing zijnde termijn.

DEEL C. Voorschriften betreffende hoofdstuk II van het Verdrag

Regel 53. Het verzoek

53.1. Vorm

  • a. Het verzoek dient te worden gesteld op een gedrukt formulier of te worden ingediend in de vorm van een computeruitdraai. De nadere bijzonderheden van het gedrukte formulier en het in de vorm van een computeruitdraai ingediende verzoek worden voorgeschreven in de Administratieve Instructies.
  • b. Exemplaren van gedrukte formulieren voor het verzoek worden kosteloos verstrekt door het ontvangende bureau of de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

53.2. Inhoud

  • a). Het verzoek dient te bevatten:
  • (i). een verzoek,
  • (ii). gegevens betreffende de aanvrager en de gemachtigde, indien er een gemachtigde is,
  • (iii). gegevens over de internationale aanvrage waarop zij betrekking heeft,
  • (iv). een verklaring inzake wijzigingen, indien van toepassing.
  • b). Het verzoek dient te zijn ondertekend.

53.3. Het verzoek

Het verzoek dient de volgende strekking te hebben en bij voorkeur als volgt te luiden: „Verzoek ingevolge artikel 31 van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien: De ondergetekende verzoekt dat de hieronder nader aangegeven internationale aanvrage zal worden onderworpen aan een internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”.

53.4. De aanvrager

Ten aanzien van de gegevens betreffende de aanvrager zijn de Regels 4.4 en 4.16 van toepassing en is Regel 4.5 van overeenkomstige toepassing.

53.5. De gemachtigde of gemeenschappelijke vertegenwoordiger

Indien er een gemachtigde of een gemeenschappelijke vertegenwoordiger is benoemd, dient het verzoek zulks te vermelden. Regels 4.4 en 4.16 zijn van toepassing en Regel 4.7 is van overeenkomstige toepassing.

53.6. Gegevens over de internationale aanvrage

De internationale aanvrage dient te worden aangegeven door de naam en het adres van de aanvrager, de titel van de uitvinding, de datum van de internationale indiening (indien deze de aanvrager bekend is) en het nummer van de internationale aanvrage of, wanneer dit nummer de aanvrager niet bekend is, de naam van het ontvangende bureau waarbij de internationale aanvrage werd ingediend.

53.7. Keuze van Staten

Het indienen van een verzoek geldt als de keuze van alle Verdragsluitende Staten die zijn aangewezen en gebonden zijn door Hoofdstuk II van het Verdrag.

53.8. Ondertekening

  • a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, dient het verzoek te zijn ondertekend door de aanvrager, of, indien er meer aanvragers zijn, door alle aanvragers die het verzoek doen.
  • b. Wanneer door meer dan één aanvrager een verzoek wordt ingediend waarin een Staat wordt gekozen waarvan de nationale wetgeving voorschrijft dat de nationale aanvragen moeten worden ingediend door de uitvinder en wanneer een aanvrager voor die gekozen Staat die een uitvinder is, heeft geweigerd het verzoek te ondertekenen of na naarstige pogingen niet kon worden gevonden of bereikt, behoeft het verzoek niet te worden ondertekend door die aanvrager („de betrokken aanvrager”) indien het door ten minste één aanvrager is ondertekend en
  • i. een verklaring wordt overgelegd waarin, ten genoegen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, het ontbreken van de handtekening van de betrokken aanvrager wordt toegelicht, of
  • ii. de betrokken aanvrager het verzoekschrift niet heeft ondertekend, maar aan de vereisten van Regel 4.15 b werd voldaan.

53.9. Verklaring betreffende wijzigingen

  • a. Indien wijzigingen ingevolge artikel 19 zijn aangebracht, dient de verklaring betreffende wijzigingen aan te geven of, met het oog op de internationale voorlopige beoordeling, de aanvrager wenst dat die wijzigingen
  • i. in aanmerking worden genomen, in welk geval een afschrift van de wijzigingen bij voorkeur met het verzoek moet worden ingediend, of
  • ii. worden geacht te zijn achterhaald door een wijziging ingevolge artikel 34.
  • b. Indien geen wijzigingen ingevolge artikel 19 zijn aangebracht en de termijn voor de indiening van zodanige wijzigingen niet is verstreken, kan in de verklaring worden aangeven dat, indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling tegelijkertijd met het internationale nieuwheidsonderzoek overeenkomstig Regel 69.1 b wenst aan te vangen, de aanvrager de aanvang van de internationale voorlopige beoordeling wenst uit te stellen overeenkomstig Regel 69.1 d.
  • c. Indien er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek, dient dit in de verklaring te worden vermeld.

Regel 54. De aanvrager die bevoegd is een verzoek te doen

54.1. Woonplaats en nationaliteit

  • a. Behoudens het in paragraaf b bepaalde, worden de woonplaats en de nationaliteit van de aanvrager voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, bepaald overeenkomstig Regel 18.1 a en b.
  • b. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling verzoekt, in de in de Administratieve Instructies genoemde omstandigheden, het ontvangende bureau of, indien de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau, het nationale bureau van, of dat optreedt voor, de betrokken Verdragsluitende Staat te beslissen over de vraag of de aanvrager inwoner of onderdaan is van de Verdragsluitende Staat waarvan hij beweert inwoner of onderdaan te zijn. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling stelt de aanvrager van een eventueel verzoek hiertoe in kennis. De aanvrager dient de mogelijkheid te hebben rechtstreeks aan het betrokken bureau argumenten voor te leggen. Het betrokken bureau beslist onverwijld over deze vraag.

54.2. Het recht om een verzoek te doen

Het recht om een verzoek te doen ingevolge artikel 31, tweede lid, bestaat indien de aanvrager die het verzoek doet of, indien er twee of meer aanvragers zijn, ten minste een van hen, domicilie heeft of onderdaan is van een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II, en de internationale aanvrage is ingediend bij een ontvangend bureau van, of bij een bureau dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door Hoofdstuk II.

54.3. Internationale aanvragen ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau

Wanneer de internationale aanvrage wordt ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, wordt voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, a, het Internationale Bureau geacht op te treden voor de Verdragsluitende Staat waarvan de aanvrager inwoner of onderdaan is.

54.4. De aanvrager die niet bevoegd is een verzoek te doen

Indien de aanvrager niet gerechtigd een verzoek te doen of, in het geval van meer dan één aanvrager, indien geen van hen gerechtigd is een verzoek te doen ingevolge Regel 54.2, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd.

Regel 54bis. Termijn voor het indienen van een verzoek

54bis.1. Termijn voor het indienen van een verzoek

  • a. Een verzoek kan te allen tijde worden gedaan voor het verstrijken van een van de volgende termijnen die als laatste verstrijkt:
  • i. drie maanden na de datum van verzending aan de aanvrager van het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek of van de in artikel 17, tweede lid, onder a bedoelde verklaring en van het schriftelijke oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis. 1; of
  • ii. 22 maanden na de datum van voorrang.
  • b. Verzoeken ingediend na het verstrijken van de ingevolge paragraaf a toepasselijke termijn worden aangemerkt als zijnde niet ingediend en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling geeft een dienovereenkomstige verklaring af.

Regel 55. Talen (internationale voorlopige beoordeling)

55.1. Taal van het verzoek

Het verzoek dient te zijn gesteld in de taal van de internationale aanvrage of, indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan die waarin zij wordt gepubliceerd, in de taal van de publikatie. Indien er echter een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 55.2, dient het verzoek te zijn gesteld in de taal van die vertaling.

55.2. Vertaling van de internationale aanvrage

  • a. Wanneer noch de taal waarin de internationale aanvrage wordt ingediend, noch de taal waarin de internationale aanvrage wordt gepubliceerd, door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die de internationale voorlopige beoordeling moet uitvoeren wordt geaccepteerd, dient de aanvrager, onverminderd paragraaf b, tezamen met het verzoek een vertaling van de internationale aanvrage te verstrekken in een taal die zowel:
  • i. door die Instantie wordt geaccepteerd, als
  • ii. een taal van publicatie is.
  • b. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage in een in paragraaf a bedoelde taal ingevolge Regel 23.1 b aan de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is toegezonden en de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling deel uitmaakt van hetzelfde nationale bureau of dezelfde intergouvernementele organisatie als de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, behoeft de aanvrager geen vertaling ingevolge paragraaf a te verstrekken. In dat geval wordt, tenzij de aanvrager een vertaling verstrekt ingevolge paragraaf a, de internationale voorlopige beoordeling verricht op basis van de ingevolge Regel 23.1 b toegezonden vertaling.
  • c. Indien niet wordt voldaan aan het vereiste ingevolge paragraaf a en paragraaf b niet van toepassing is, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de vereiste vertaling te verstrekken binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is. De termijn dient niet korter te zijn dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging. De termijn kan door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te allen tijde worden verlengd voordat een beslissing wordt genomen.
  • d. Indien de aanvrager binnen de in paragraaf c genoemde termijn aan de uitnodiging gevolg geeft, wordt de genoemde eis als verwezenlijkt beschouwd. Indien de aanvrager dat nalaat, wordt het verzoek beschouwd als niet ingediend en zal de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dit bekendmaken.

55.3. Vertaling van wijzigingen

  • a. Wanneer een vertaling van de internationale aanvrage vereist is ingevolge Regel 55.2, dienen wijzigingen waarnaar wordt verwezen in de verklaring betreffende wijzigingen ingevolge Regel 53.9 en die de aanvrager in aanmerking wenst te doen nemen voor de internationale voorlopige beoordeling, alsmede wijzigingen ingevolge artikel 19 die ingevolge Regel 66.1 c in aanmerking moeten worden genomen, te zijn gesteld in de taal van die vertaling. Wanneer deze wijzigingen zijn of worden ingediend in een andere taal, dient ook een vertaling te worden verstrekt.
  • b. Wanneer de vereiste vertaling van een in paragraaf a bedoelde wijziging niet wordt verstrekt, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de ontbrekende vertaling te verstrekken binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is. De termijn dient niet korter te zijn dan een maand te rekenen van de datum van de uitnodiging. De termijn kan door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te allen tijde worden verlengd voordat een beslissing wordt genomen.
  • c. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf b bedoelde termijn aan de uitnodiging gevolg geeft, wordt de wijziging niet in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.

Regel 56. Latere keuzen

Vervallen

Regel 57. De behandelingstaks

57.1. Vereiste van betaling

Voor elk verzoek om een internationale voorlopige beoordeling is een taks ten gunste van het Internationale Bureau („behandelingstaks”) verschuldigd, te innen door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling waarbij het verzoek is ingediend.

57.2. Bedrag

  • a). Het bedrag van de behandelingstaks is vermeld in de Taksenschaal.
  • b). Vervallen.
  • c). De behandelingstaks dient te worden betaald in de valuta of een van de valuta’s die door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zijn voorgeschreven (,,voorgeschreven valuta’’), met dien verstande dat zij, wanneer zij door die Instantie worden overgemaakt naar het Internationaal Bureau, vrij inwisselbaar dienen te zijn in Zwitserse valuta. Het bedrag van de behandelingstaks wordt, in elke voorgeschreven valuta, voor elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die betaling van de behandelingstaks voorschrijft in een andere valuta dan de Zwitserse valuta, door de Directeur-Generaal vastgesteld na overleg met het bureau waarmee overleg plaatsvindt ingevolge Regel 15.2 b met betrekking tot die valuta, of, bij gebreke van zo’n bureau, met de instantie die betaling in die valuta voorschrijft. Het op die manier vastgestelde bedrag zal het equivalent in ronde bedragen zijn van het in de taksenschaal genoemde bedrag in Zwitserse valuta. Het wordt door het Internationaal Bureau bekendgemaakt aan elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die betaling in die voorgeschreven valuta voorschrijft en in het mededelingenblad gepubliceerd.
  • d). Wanneer het in de Taksenschaal vermelde bedrag wordt gewijzigd, worden de overeenkomstige bedragen in de voorgeschreven valuta van kracht met ingang van dezelfde datum als het in de gewijzigde Taksenschaal vermelde bedrag.
  • e). Wanneer de wisselkoers tussen de Zwitserse valuta en een voorgeschreven valuta gaat verschillen van de laatst toegepaste wisselkoers, stelt de Directeur-Generaal het nieuwe bedrag in de voorgeschreven valuta vast volgens door de Algemene Vergadering gestelde richtlijnen. Het nieuw vastgestelde bedrag wordt twee maanden na de datum van de bekendmaking daarvan in het mededelingenblad van kracht met dien verstande, dat de betrokken Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en de Directeur-Generaal een datum kunnen overeenkomen die binnen genoemde periode van twee maanden valt, in welk geval bedoeld bedrag voor dat bureau met ingang van die datum van kracht wordt.

57.3. Termijn voor betaling; te betalen bedrag

  • a. Onverminderd het bepaalde onder de paragrafen b en c dient de behandelingstaks te worden betaald binnen een maand na de datum waarop het verzoek is ingediend of 22 maanden na de datum van voorrang, naar gelang van welke termijn het laatst verstrijkt.
  • b. Onverminderd het bepaalde onder paragraaf c dient, wanneer het verzoek ingevolge Regel 59.3 verzonden is aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, de behandelingstaks te worden betaald binnen een maand na de datum van ontvangst door die Instantie of 22 maanden na de datum van voorrang, naar gelang van welke termijn het laatst verstrijkt.
  • c. Wanneer, in overeenstemming met Regel 69.1 b de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de internationale voorlopige beoordeling gelijktijdig met het internationale nieuwheidsonderzoek wenst te starten, nodigt deze Instantie de aanvrager uit de behandelingstaks binnen 1 maand na de datum van de uitnodiging te betalen.
  • d. Het bedrag van de behandelingstaks is het bedrag dat van toepassing is op de datum van betaling.

57.4. Vervallen.

57.5. Vervallen.

57.6. Terugbetaling

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling betaalt de behandelingstaks aan de aanvrager terug:

  • i. indien het verzoek wordt ingetrokken voordat het door die Instantie is toegezonden aan het Internationale Bureau, of
  • ii. indien het verzoek ingevolge Regel 54.4 of 54bis. 1 b. als niet ingediend wordt beschouwd.

Regel 58. De taks voor voorlopige beoordeling

58.1. Het recht een taks te vragen

  • a. Elke Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan verlangen dat de aanvrager te haren gunste een taks betaalt („taks voor voorlopige beoordeling”) voor het verrichten van de internationale voorlopige beoordeling en voor het vervullen van alle andere taken die ingevolge het Verdrag en dit Reglement aan Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zijn opgedragen.
  • b. Het bedrag van de taks voor voorlopige beoordeling, indien verschuldigd, wordt vastgesteld door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Met betrekking tot de termijn voor betaling van de taks voor voorlopige beoordeling en het te betalen bedrag zijn de bepalingen van Regel 57.3 inzake de behandelingstaks van overeenkomstige toepassing.
  • c. De taks voor voorlopige beoordeling dient rechtstreeks aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden betaald. Wanneer deze Instantie een nationaal bureau is, dient de taks te worden betaald in de door dat bureau voorgeschreven valuta en wanneer de Instantie een intergouvernementele organisatie is, dient de taks te worden betaald in de valuta van de Staat waarin de intergouvernementele organisatie is gevestigd of in een andere valuta die vrij inwisselbaar is in de valuta van de genoemde Staat.

58.2. Vervallen.

58.3. Terugbetaling

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling deelt het Internationale Bureau mede of zij, en zo ja, in welke mate en onder welke voorwaarden, een bedrag dat als taks voor voorlopige beoordeling is betaald zal terugbetalen, indien het verzoek als niet ingediend wordt beschouwd, en het Internationale Bureau zal zodanige mededeling onverwijld publiceren.

Regel 58bis. Verlenging van de termijnen voor de betaling van taksen

58.bis.1. Uitnodiging door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

  • a. Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat:
  • i. het aan haar betaalde bedrag niet voldoende is om de behandelingstaks en de taks voor de voorlopige beoordeling te dekken; of
  • ii. op het moment waarop zij verschuldigd zijn ingevolge de Regels 57.3 en 58.1 b aan haar geen taksen zijn betaald; nodigt de Instantie de aanvrager uit het benodigde bedrag te betalen teneinde die taksen te dekken, tezamen met de eventuele taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis. 2, binnen de termijn van een maand na de datum van de uitnodiging.
  • b. Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een uitnodiging ingevolge paragraaf a heeft toegezonden en de aanvrager niet binnen de in die paragraaf genoemde termijn het verschuldigde bedrag volledig heeft voldaan, met inbegrip van de eventuele taks wegens te late betaling ingevolge Regel 58bis 2, zal het verzoek, onverminderd paragraaf c, als niet ingediend worden beschouwd en zal de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dat bekendmaken.
  • c. Een betaling die de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ontvangt voordat die Instantie de uitnodiging ingevolge paragraaf a verzendt, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van de in Regel 57.3 c.q. 58.1 b genoemde termijn.
  • d. Een betaling die de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling ontvangt voordat die Instantie overgaat tot de handelingen ingevolge paragraaf b, wordt beschouwd als ontvangen voor het verstrijken van de in paragraaf a genoemde termijn.

58bis 2. Taks wegens te late betaling

  • a. De betaling van taksen naar aanleiding van een uitnodiging ingevolge Regel 58bis 1 a kan door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling worden onderworpen aan de betaling van een taks wegens te late betaling ten gunste van die Instantie. Deze taks bedraagt:
  • i. 50% van het bedrag van onbetaalde taksen dat in de uitnodiging is genoemd, of,
  • ii. indien het ingevolge i berekende bedrag minder is dan de behandelingstaks, een bedrag gelijk aan de behandelingstaks.
  • b. Het bedrag van de taks wegens te late betaling mag echter niet hoger zijn dan het dubbele van het bedrag van de behandelingstaks.

Regel 59. De bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

59.1. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, a

  • a. Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, a, dient elk ontvangend bureau van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door de bepalingen van Hoofdstuk II, overeenkomstig de van toepassing zijnde overeenkomst bedoeld in artikel 32, tweede en derde lid, het Internationale Bureau mede te delen welke Instantie(s) voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is (zijn) voor de internationale voorlopige beoordeling van internationale aanvragen die bij dat bureau zijn ingediend. Het Internationale Bureau maakt deze inlichtingen onverwijld bekend. Wanneer meer dan één Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is, zijn de bepalingen van Regel 35.2 van overeenkomstige toepassing.
  • b. Wanneer de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, is Regel 35.3 a en b, van overeenkomstige toepassing. Het in paragraaf a van de onderhavige Regel bepaalde is niet van toepassing op het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.

59.2. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b)

Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b), geeft de Algemene Vergadering, bij het aanwijzen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die bevoegd is voor internationale aanvragen ingediend bij een nationaal bureau dat een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, de voorkeur aan die Instantie; indien het nationale bureau geen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, dient de Algemene Vergadering de voorkeur te geven aan de door dat bureau aanbevolen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

59.3. Toezending van een verzoek aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

  • a. Indien het verzoek wordt ingediend bij een ontvangend bureau, een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die niet bevoegd is voor de internationale voorlopige beoordeling van de desbetreffende internationale aanvrage, zal dat bureau of die Instantie de datum van ontvangst op het verzoek vermelden en het, tenzij het besluit over te gaan tot de handelingen ingevolge paragraaf f, zo spoedig mogelijk aan het Internationaal Bureau toezenden.
  • b. Indien het verzoek wordt ingediend bij het Internationaal Bureau, vermeldt het Internationaal Bureau de datum van ontvangst op het verzoek.
  • c. Wanneer het verzoek aan het Internationaal Bureau wordt toegezonden ingevolge paragraaf a of bij dit Bureau wordt ingediend ingevolge paragraaf b, zal het Internationaal Bureau onverwijld:
  • i. indien er slechts één bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, het verzoek aan die Instantie toezenden en de aanvrager daarvan op de hoogte brengen, of
  • ii. indien twee of meer Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd zijn, de aanvrager uitnodigen binnen de ingevolge Regel 54bis. 1 a toepasselijke termijn of 15 dagen na de datum van de uitnodiging, naargelang van welke datum het laatst is, aan te geven aan welke bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling het verzoek moet worden toegezonden.
  • d. Wanneer een vermelding als vereist ingevolge paragraaf c ii wordt verstrekt, zendt het Internationaal Bureau het verzoek zo spoedig mogelijk aan de door de aanvrager aangewezen bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Wanneer deze vermelding niet wordt verstrekt, wordt het verzoek beschouwd als niet ingediend en zal het Internationaal Bureau dit bekendmaken.
  • e. Wanneer het verzoek ingevolge paragraaf c wordt toegezonden aan een bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, wordt het beschouwd als ontvangen namens die Instantie op de ingevolge paragraaf a dan wel b erop vermelde datum, en wordt het aldus toegezonden verzoek beschouwd als op die datum door die Instantie ontvangen.
  • f. Wanneer een bureau of Instantie waarbij het verzoek ingevolge paragraaf a is ingediend besluit dat verzoek rechtstreeks aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling toe te zenden, zijn de paragrafen c tot en met e van overeenkomstige toepassing.

Regel 60. Bepaalde gebreken in het verzoek

60.1. Gebreken in het verzoek

  • a. Onverminderd het bepaalde onder de paragrafen a-bis en a-ternodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, indien het verzoek niet voldoet aan de vereisten neergelegd in de Regels 53.1, 53.2 a i tot en met iii, 53.2 b, 53.3 tot en met 53.8 en 55.1, de aanvrager uit de gebreken te verbeteren binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn. Die termijn mag niet korter zijn dan een maand na de datum van de uitnodiging. De termijn kan te allen tijde voordat een besluit is genomen worden verlengd door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • a-bis. Voor de toepassing van Regel 53.4 volstaat het, wanneer er meer dan een aanvrager is, dat de gegevens bedoeld in Regel 4.5 a ii. en iii. ten aanzien van een van hen worden verstrekt die ingevolge Regel 54.2 het recht heeft een verzoek in te dienen.
  • a-ter. Voor de toepassing van Regel 53.8 volstaat het, indien er meer dan een aanvrager is, dat het verzoek door een van hen wordt ondertekend.
  • b. Indien de aanvrager binnen de in paragraaf a genoemde termijn gevolg geeft aan het verzoek, wordt het verzoek beschouwd als ontvangen op de feitelijke datum van indiening, mits de internationale aanvrage aan de hand van het ingediende verzoek kan worden achterhaald; in het andere geval wordt het verzoek beschouwd als ontvangen op de datum waarop de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de verbetering ontvangt.
  • c. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf a bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging, wordt het verzoek als niet ingediend beschouwd en wordt dit bekendgemaakt door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • d. Vervallen.
  • e. Indien het gebrek wordt ontdekt door het Internationale Bureau, brengt het het gebrek ter kennis van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, die vervolgens handelt zoals voorzien in de paragrafen a tot en met c.
  • f. Indien het verzoek geen verklaring betreffende wijzigingen bevat, handelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling als bepaald in de Regels 66.1 en 69.1 a of b.
  • g. Wanneer de verklaring betreffende wijzigingen een vermelding bevat dat er wijzigingen ingevolge artikel 34 worden ingediend met het verzoek (Regel 53.9 c), maar er in feite geen wijzigingen zijn ingediend ingevolge artikel 34, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager uit de wijzigingen in te dienen binnen een in de uitnodiging vastgestelde termijn en handelt zij als bepaald in Regel 69.1 e.

Regel 61. Kennisgeving van het verzoek en de keuzen

61.1. Kennisgeving aan het Internationale Bureau en de aanvrager

  • a). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vermeldt op het verzoek de datum van ontvangst of, wanneer van toepassing, de datum bedoeld in Regel 60.1 b. De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling zal zo spoedig mogelijk hetzij het verzoek aan het Internationaal Bureau toezenden en een afschrift in haar dossiers bewaren, hetzij een afschrift aan het Internationaal Bureau toezenden en het verzoek in haar dossiers bewaren.
  • b). De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling stelt de aanvrager onverwijld in kennis van de datum van ontvangst van het verzoek. Indien het verzoek ingevolge de Regels 54.4, 55.2 d, 58bis. 1 b of 60.1 c als niet-ingediend wordt beschouwd, stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager en het Internationale Bureau daarvan in kennis.

61.2. Kennisgeving aan de gekozen bureaus

  • a). De kennisgeving bedoeld in artikel 31, zevende lid, wordt verricht door het Internationale Bureau.
  • b). De kennisgeving dient het nummer en de datum van indiening van de internationale aanvrage te vermelden, alsmede de naam van de aanvrager, de datum van indiening van de aanvrage op grond waarvan het recht van voorrang wordt ingeroepen (indien een recht van voorrang wordt ingeroepen) en de datum van ontvangst van het verzoek door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • c). De kennisgeving wordt aan het gekozen bureau gezonden te zamen met de in artikel 20 bedoelde toezending. Van keuzen die na deze toezending plaatsvinden, wordt onverwijld kennisgeving gedaan nadat deze zijn geschied.
  • d). Wanneer de aanvrager voorafgaand aan de internationale publicatie van de internationale aanvrage een uitdrukkelijk verzoek ingevolge artikel 40, tweede lid, indient bij een gekozen bureau, voert het Internationaal Bureau op verzoek van de aanvrager of het gekozen bureau onverwijld de in artikel 20 voorziene toezending uit aan dat bureau.

61.3. Mededeling aan de aanvrager

Het Internationale Bureau doet de aanvrager schriftelijk mededeling van de in Regel 61.2 bedoelde kennisgeving en van de gekozen bureaus die in kennis zijn gesteld ingevolge artikel 31, zevende lid.

61.4. Publicatie in het mededelingenblad

Onverwijld na de indiening van het verzoek doch niet voor de internationale publicatie van de internationale aanvrage, publiceert het Internationaal Bureau in het mededelingenblad informatie over het verzoek en de betrokken gekozen Staten, zoals voorzien in de Administratieve Instructies.

Regel 62. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen ingevolge artikel 19 voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

62.1. Afschrift van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek en van wijzigingen aangebracht voordat het verzoek wordt ingediend

Na ontvangst van een verzoek, of van een afschrift daarvan, van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, doet het Internationaal Bureau haar onverwijld toekomen:

  • i. een afschrift van het schriftelijk oordeel opgesteld ingevolge Regel 43bis.1, tenzij het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek is opgetreden, tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling; en
  • ii. een afschrift van een wijziging ingevolge artikel 19, en een eventuele verklaring als bedoeld in dat artikel, tenzij de Instantie heeft aangegeven dat zij een dergelijk afschrift reeds heeft ontvangen.

62.2. Wijzigingen aangebracht nadat het verzoek is ingediend

Indien op het tijdstip van indiening van wijzigingen ingevolge artikel 19 reeds een verzoek is ingediend, behoort de aanvrager op het tijdstip waarop hij de wijzigingen indient bij het Internationaal Bureau, bij voorkeur ook bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift van die wijzigingen en een eventuele in dat artikel bedoelde verklaring in te dienen. In elk geval zendt het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk een afschrift van die wijzigingen en verklaring toe aan die Instantie.

Regel 62bis. Vertaling voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling van het schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

62bis.1. Vertaling en commentaar

  • a. Op verzoek van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 opgestelde schriftelijke oordeel, wanneer het niet in de Engelse taal of een andere door die Instantie aanvaarde taal is opgesteld, door of onder de verantwoordelijkheid van het Internationaal Bureau vertaald in het Engels.
  • b. Het Internationaal Bureau doet binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om een vertaling een afschrift van de vertaling toekomen aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en doet tegelijkertijd een afschrift toekomen aan de aanvrager.
  • c. De aanvrager kan schriftelijk commentaar leveren inzake de juistheid van de vertaling en een afschrift daarvan zenden aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling en aan het Internationaal Bureau.

Regel 63. Minimumvereisten voor de Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

63.1. Omschrijving van de minimumvereisten

De in artikel 32, derde lid, bedoelde minimumvereisten zijn de volgende:

  • (i). het nationale bureau of de intergouvernementele organisatie moet ten minste 100 personeelsleden met een volledige dagtaak in dienst hebben die over voldoende technische bekwaamheden beschikken om beoordelingen te verrichten;
  • (ii). dat bureau of die organisatie moet onmiddellijk kunnen beschikken over ten minste de minimumdocumentatie bedoeld in Regel 34, op de juiste wijze gerangschikt voor beoordelingen;
  • (iii). dat bureau of die organisatie moet beschikken over personeel dat in staat is de beoordelingen op de vereiste technische gebieden te verrichten en dat over de talenkennis beschikt om althans die talen te begrijpen waarin de in Regel 34 bedoelde minimumdocumentatie is gesteld of vertaald;
  • (iv). dat bureau of die organisatie moet zijn aangewezen als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek.

Regel 64. Stand van de techniek voor de internationale voorlopige beoordeling

64.1. Stand van de techniek

  • a). Voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, wordt alles wat, waar ook ter wereld, ter beschikking van het publiek is gesteld door middel van schriftelijke publikatie (met inbegrip van tekeningen en andere illustraties) als stand van de techniek beschouwd, mits dit ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond voor de van belang zijnde datum.
  • b). Voor de toepassing van het bepaalde onder paragraaf a) is de van belang zijnde datum:
  • (i). onverminderd het bepaalde sub (ii), de datum van internationale indiening van de internationale aanvrage ten aanzien waarvan een internationale voorlopige beoordeling wordt verricht;
  • (ii). wanneer voor de in internationale voorlopige beoordeling zijnde internationale aanvrage een rechtsgeldig beroep op voorrang wordt gedaan op grond van een eerdere aanvrage, de indieningsdatum van die eerdere aanvrage.

64.2. Niet-schriftelijke openbaarmakingen

In gevallen waarin het ter beschikking stellen van het publiek plaatsvond door middel van een mondelinge uiteenzetting, een gebruik, een tentoonstelling of op andere niet-schriftelijke wijze („niet-schriftelijke openbaarmaking”) voor de van belang zijnde datum als omschreven in Regel 64.1 b en de datum van deze niet-schriftelijke openbaarmaking is aangegeven in een schriftelijke publikatie die ter beschikking van het publiek is gesteld op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, wordt de niet-schriftelijke openbaarmaking voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze niet-schriftelijke openbaarmaking te vestigen op de in Regel 70.9 voorgeschreven wijze.

64.3. Bepaalde gepubliceerde literatuurplaatsen

In gevallen waarin een aanvrage die, of een octrooi dat voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, zou behoren tot de stand van de techniek, indien zij of het zou zijn gepubliceerd voor de in Regel 64.1 bedoelde van belang zijnde datum, werd gepubliceerd op een datum die dezelfde is als, of later valt dan, de van belang zijnde datum, doch werd ingediend voor de van belang zijnde datum of daarbij een beroep werd gedaan op een recht van voorrang ten aanzien van een eerdere aanvrage die was ingediend voor de van belang zijnde datum, wordt deze gepubliceerde aanvrage of dit gepubliceerde octrooi voor de toepassing van artikel 33, tweede en derde lid, niet tot de stand van de techniek gerekend. Niettemin dient het verslag van de internationale voorlopige beoordeling de aandacht op deze aanvrage of dit octrooi te vestigen op de in Regel 70.10 voorgeschreven wijze.

Regel 65. Uitvinderswerkzaamheid of niet voor de hand liggen

65.1. Samenhang met de stand van de techniek

Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, wordt bij de internationale voorlopige beoordeling rekening gehouden met de samenhang tussen een bepaalde conclusie en de stand van de techniek in zijn geheel. Er dient rekening te worden gehouden met de samenhang van de conclusie niet alleen met afzonderlijke literatuurplaatsen of afzonderlijk daarvan beschouwde delen, maar ook met haar samenhang met combinaties van deze literatuurplaatsen of delen van literatuurplaatsen, wanneer deze combinaties voor een deskundige voor de hand liggen.

65.2. Van belang zijnde datum

Voor de toepassing van artikel 33, derde lid, is de van belang zijnde datum voor de beoordeling van uitvinderswerkzaamheid (het niet voor de hand liggen) de in Regel 64.1 voorgeschreven datum.

Regel 66. Procedure voor de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

66.1. Grondslag van de internationale voorlopige beoordeling

  • a. Behoudens het in de paragrafen b tot en met d bepaalde, wordt de internationale voorlopige beoordeling gebaseerd op de internationale aanvrage zoals ingediend.
  • b. De aanvrager kan wijzigingen ingevolge artikel 34 indienen bij de indiening van het verzoek of, onverminderd Regel 66.4bis, totdat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling wordt opgesteld.
  • c. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht voordat het verzoek werd ingediend, worden in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling, tenzij deze worden vervangen, of worden geacht te zijn achterhaald, door een wijziging ingevolge artikel 34.
  • d. Wijzigingen ingevolge artikel 19 die zijn aangebracht nadat het verzoek werd ingediend en wijzigingen ingevolge artikel 34 die zijn ingediend bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, worden, onverminderd Regel 66.4bis, in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.
  • e. Conclusies met betrekking tot uitvindingen ten aanzien waarvan geen verslag van een internationaal nieuwheidsonderzoek is opgesteld, behoeven niet het voorwerp te vormen van de internationale voorlopige beoordeling.

66.1bis. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek

  • a. Onverminderd paragraaf b., wordt het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijke oordeel beschouwd als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a.
  • b. Een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan het Internationaal Bureau ervan in kennis stellen dat op de voor haar te voeren procedure paragraaf a. niet van toepassing is ter zake van schriftelijke oordelen ingevolge Regel 43bis.1, opgesteld door de in de kennisgeving vermelde Instantie of Instanties voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, met dien verstande dat deze kennisgeving niet van toepassing is op gevallen waarin het nationaal bureau of de intergouvernementele organisatie die is opgetreden als Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek tevens optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Het Internationaal Bureau publiceert een dergelijke kennisgeving onverwijld in het mededelingenblad.
  • c. Wanneer het ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgestelde schriftelijk oordeel, uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., stelt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling de aanvrager dienovereenkomstig schriftelijk daarvan in kennis.
  • d. Een ingevolge Regel 43bis. 1 door de Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek opgesteld schriftelijk oordeel, dat uit hoofde van een kennisgeving ingevolge paragraaf b., niet wordt aangemerkt als een schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling voor de toepassing van Regel 66.2 a., wordt desalniettemin door de Instantie voor de Internationale Voorlopige beoordeling in aanmerking genomen in de procedure ingevolge Regel 66.2 a.

66.2. Schriftelijk oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

  • a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling optreedt, niet toestaat dat er meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een andere wijze dan voorgeschreven in de tweede en derde volzin van Regel 6.4 a, kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval de conclusies niet op die wijze worden ingediend, artikel 34, vierde lid, b, toepassen. In dat geval dient zij de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen.
  • (i). van oordeel is dat er sprake is van een van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde omstandigheden,
  • (ii). van oordeel is dat het verslag van de internationale voorlopige beoordeling negatief dient te zijn ten aanzien van enige conclusie omdat de uitvinding waarvoor daarin bescherming wordt gevraagd niet nieuw lijkt te zijn, niet op uitvinderswerkzaamheid lijkt te berusten (niet voor de hand lijkt te liggen) of niet vatbaar lijkt voor toepassing op het gebied van de nijverheid,
  • (iii). opmerkt dat er een gebrek is in de vorm of de inhoud van de internationale aanvrage ingevolge het Verdrag of dit Reglement,
  • (iv). van oordeel is dat een wijziging verder gaat dan de openbaarmaking in de internationale aanvrage zoals ingediend,
  • (v). het verslag van de internationale voorlopige beoordeling vergezeld wenst te doen gaan van opmerkingen over de duidelijkheid van de conclusies, de beschrijving en de tekeningen of de vraag of de conclusies ten volle door de beschrijving worden ondersteund, dient genoemde Instantie de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Wanneer de nationale wetgeving van het nationale bureau dat optreedt als Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet toestaat dat meervoudig afhankelijke conclusies worden opgesteld op een wijze die afwijkt van hetgeen is aangegeven in de tweede en derde zin van Regel 6.4 a), kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, ingeval van niet-volgen van die wijze van opstellen, artikel 34, vierde lid, onder b) toepassen. In zo'n geval stelt het de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis,
  • (vi). van oordeel is dat een conclusie betrekking heeft op een uitvinding ten aanzien waarvan geen verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek is opgesteld en heeft besloten geen internationale voorlopige beoordeling te verrichten ten aanzien van die conclusie, of
  • (vii). van oordeel is dat er geen sequentie-opsomming van nucleotiden en/of aminozuren beschikbaar is in zodanige vorm dat er een zinvolle internationale voorlopige beoordeling kan worden verricht,
  • b). De kennisgeving dient een volledige uiteenzetting te geven van de redenen voor het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.
  • c). In de kennisgeving wordt de aanvrager uitgenodigd een schriftelijk antwoord in te dienen, waar passend vergezeld van wijzigingen.
  • d). In de kennisgeving wordt een termijn vastgesteld voor het antwoord. De termijn dient redelijk te zijn gegeven de omstandigheden. De termijn bedraagt gewoonlijk twee maanden vanaf de datum van de kennisgeving. In geen geval mag de termijn korter zijn dan een maand na de bedoelde datum. De termijn dient ten minste twee maanden na de bedoelde datum te zijn wanneer het verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek tegelijkertijd met de kennisgeving wordt verzonden. De termijn mag, onverminderd paragraaf e. niet langer zijn dan drie maanden na de bedoelde datum.
  • e). De termijn voor het beantwoorden van de kennisgeving kan worden verlengd indien de aanvrager voor het verstrijken ervan daarom verzoekt.

66.3. Formeel antwoord aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

  • a). De aanvrager kan aan de in Regel 66.2 c) bedoelde uitnodiging van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling gehoor geven door wijzigingen aan te brengen, of - indien hij het niet eens is met het oordeel van die Instantie - door argumenten aan te voeren, al naar het geval, dan wel beide doen.
  • b). Een antwoord dient rechtstreeks bij de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling te worden ingediend.

66.4. Bijkomende gelegenheid voor het indienen van wijzigingen of het aanvoeren van argumenten

  • a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een of meer bijkomende schriftelijke oordelen wenst te geven, kan zij zulks doen; in dit geval zijn de Regels 66.2 en 66.3 van toepassing.
  • b). Op verzoek van de aanvrager kan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling hem één of meer bijkomende gelegenheden bieden om wijzigingen in te dienen of argumenten aan te voeren.

66.4bis. In aanmerking nemen van wijzigingen en argumenten

Wijzigingen of argumenten behoeven door de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet in aanmerking te worden genomen voor een schriftelijk oordeel of het verslag van de internationale voorlopige beoordeling indien deze worden ontvangen nadat die Instantie is begonnen met het opstellen van dat oordeel of verslag.

66.5. Wijziging

Een andere verandering dan de rechtzetting van duidelijke fouten in de conclusies, de beschrijving of de tekeningen, met inbegrip van het schrappen van conclusies, het weglaten van passages in de beschrijving of het weglaten van bepaalde tekeningen, wordt als een wijziging beschouwd.

66.6. Informele contacten met de aanvrager

De Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan te allen tijde informeel, telefonisch, schriftelijk of door middel van persoonlijke gesprekken contact met de aanvrager onderhouden. De genoemde Instantie beslist naar eigen goeddunken, of zij meer dan één persoonlijk onderhoud wenst toe te staan, indien de aanvrager daarom verzoekt, dan wel of zij wenst te antwoorden op een informele schriftelijke mededeling van de aanvrager.

66.7. Afschrift en vertaling van een eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen

  • a). Indien de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling een afschrift nodig heeft van de eerdere aanvrage op grond waarvan de voorrang wordt ingeroepen in de internationale aanvrage, dient het Internationaal Bureau dat desgevraagd onverwijld te verstrekken. Indien dat afschrift niet wordt verstrekt aan de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, omdat de aanvrager verzuimd heeft te voldoen aan de vereisten van Regel 17.1 en indien de eerdere aanvrage niet was ingediend bij die Instantie in haar hoedanigheid van nationaal bureau of indien het voorrangsbewijs voor die Instantie niet beschikbaar is via een digitale bibliotheek in overeenstemming met de Administratieve Instructies, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld als zou geen voorrang zijn ingeroepen.
  • b). Indien de aanvrage op grond waarvan in de internationale aanvrage een recht van voorrang is ingeroepen in een andere taal is gesteld dan de taal of een van de talen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling kan die Instantie, wanneer de geldigheid van het beroep op een recht van voorrang van betekenis is voor het formuleren van het in artikel 33, eerste lid, bedoelde oordeel, de aanvrager uitnodigen een vertaling in die taal of een van die talen te verstrekken binnen 2 maanden te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. Indien de vertaling niet wordt verstrekt binnen die termijn, kan het verslag van de internationale voorlopige beoordeling worden opgesteld alsof het recht van voorrang niet was ingeroepen.

66.8. Vorm van de wijzigingen

  • a. Onverminderd paragraaf b wordt van de aanvrager verlangd dat hij een vervangend blad indient voor elk blad van de internationale aanvrage dat wegens wijziging verschilt van het eerder ingediende blad. De begeleidende brief bij de vervangende bladen dient de aandacht te vestigen op de verschillen tussen de vervangen en de vervangende bladen en bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging te verklaren.
  • b. Wanneer de wijziging bestaat in het schrappen van passages of in kleine veranderingen of toevoegingen, kan het in paragraaf a genoemde vervangende blad een afschrift van het desbetreffende blad van de internationale aanvrage met de veranderingen of toevoegingen zijn, mits de duidelijkheid en de mogelijkheid tot directe verveelvoudiging van dat blad niet nadelig worden beïnvloed. Voor zover een wijziging leidt tot het vervallen van een geheel blad, wordt deze wijziging medegedeeld in een brief die bij voorkeur ook de redenen voor de wijziging verklaart.

66.9. Taal van de wijzigingen

  • a. Indien de internationale aanvrage is ingediend in een andere taal dan de taal waarin zij is gepubliceerd, dient elke wijziging, evenals elke in Regel 66.8 genoemde brief, onverminderd de paragrafen b en c, te worden ingediend in de taal van publicatie.
  • b. Indien de internationale voorlopige beoordeling overeenkomstig Regel 55.2 wordt verricht op basis van een vertaling van de internationale aanvrage, dient elke wijziging, alsmede elke brief bedoeld in paragraaf a, te worden ingediend in de taal van die vertaling.
  • c. Onverminderd het in Regel 55.3 bepaalde, nodigt de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, indien een wijziging of een brief niet wordt ingediend in een ingevolge paragraaf a of b vereiste taal, de aanvrager uit, indien zulks gelet op de termijn voor het opstellen van het verslag van de internationale voorlopige beoordeling uitvoerbaar is, de wijziging of de brief te verstrekken in de vereiste taal binnen een termijn die gezien de omstandigheden redelijk is.
  • d. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf c bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging om een wijziging in de vereiste taal te verstrekken, wordt de wijziging niet in aanmerking genomen voor de internationale voorlopige beoordeling. Indien de aanvrager niet binnen de in paragraaf c bedoelde termijn gevolg geeft aan de uitnodiging om een in paragraaf a bedoelde brief te verstrekken in de vereiste taal, behoeft de desbetreffende wijziging niet in aanmerking te worden genomen voor de internationale voorlopige beoordeling.

Regel 67. Onderwerpen ingevolge artikel 34, vierde lid, onder a) sub (i)

67.1. Begripsomschrijving

Van een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling mag niet worden verlangd, dat zij een internationale voorlopige beoordeling verricht van een internationale aanvrage, indien en voor zover het onderwerp op een van de onderstaande gebieden ligt:

  • (i). natuurwetenschappelijke en wiskundige theorieën,
  • (ii). planten- of dierenrassen of werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten en dieren, die geen microbiologische werkwijzen en hierdoor verkregen voortbrengselen zijn,
  • (iii). stelsels, regels of methoden voor de bedrijfsvoering, voor het verrichten van uitsluitend geestelijke handelingen of voor het spelen,
  • (iv). methoden voor de behandeling van het menselijke of het dierlijke lichaam door chirurgische ingrepen of geneeskundige behandeling, alsmede methoden voor het stellen van een diagnose,
  • (v). enkele presentatie van gegevens,
  • (vi). programma's voor rekenautomaten voor zover de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling niet is uitgerust voor het verrichten van een internationale voorlopige beoordeling van zodanige programma's.

Regel 68. Gebrek aan eenheid van uitvinding (internationale voorlopige beoordeling)

68.1. Geen uitnodiging tot beperking of betaling

Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager niet uit te nodigen de conclusies te beperken of bijkomende taksen te betalen, zet zij de internationale voorlopige beoordeling voort, behoudens artikel 34, vierde lid, b, en Regel 66.1 e, ten aanzien van de gehele internationale aanvrage, maar vermeldt zij in elk schriftelijk oordeel en het verslag van de internationale voorlopige beoordeling dat zij van oordeel is dat niet is voldaan aan het vereiste van eenheid van uitvinding en geeft zij de redenen daarvoor aan.

68.2. Uitnodiging tot beperking of betaling

Wanneer de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling vaststelt dat niet is voldaan aan de vereiste eenheid van uitvinding en verkiest de aanvrager uit te nodigen, naar zijn keuze, de conclusies te beperken of aanvullende taksen te betalen, dient in de uitnodiging:

  • i. ten minste een mogelijkheid tot beperking te worden aangegeven die naar het oordeel van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling in overeenstemming zou zijn met het van toepassing zijnde vereiste;
  • ii. aangegeven te worden op welke gronden de internationale aanvrage geacht wordt niet te voldoen aan de vereiste eenheid van uitvinding;
  • iii. de aanvrager te worden uitgenodigd binnen een maand na de datum van de uitnodiging te voldoen aan de uitnodiging;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)