Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels
- 4°. het materieel en gereedschappen, zoals die bij het werken met of aan mobiele kranen worden gebruikt, alsmede het onderhoud van dat materieel en gereedschappen, de normen tot afkeuring daarvan en de voorschriften voor opslag;
- enige kennis hebben van:
- 1°. de werking en het onderhoud van de in mobiele kranen in gebruik zijnde aandrijfsystemen en apparatuur;
- 2°. de leer van hydrauliek en pneumatiek, de toepassing en het onderhoud van in mobiele kranen toegepaste hydraulische en pneumatische systemen;
- 3°. natuurkunde en mechanica;
- 4°. elektriciteit in het algemeen en elektrische installaties van mobiele kranen;
- 5°. het berekenen van lasten;
- 6°. de invloed van de weersomstandigheden;
- 7°. de voor een machinist van een mobiele kraan van belang zijnde wettelijke bepalingen en voorschriften zoals normbladen;
- 8°. de organisatie op bouwplaatsen en de taak, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van een machinist van een mobiele kraan, een opzichter en een uitvoerder.
- Eindtermen met betrekking tot mobiele hei-installaties van de categorieën mobiele hei-installatie met leiders, mobiele hei-installatie met makelaar en tafel, mobiele hei-installatie met trilblok of mobiele hei-installatie met schroefboorpaalmachine
- Het met mobiele hei-installaties van de betrokken categorie kunnen uitvoeren van alle bewegingen teneinde werkzaamheden te kunnen verrichten waarvoor de machines bestemd zijn; hiertoe behoort ook het kunnen bedienen van de bij de betrokken mobiele hei-installaties toegepaste hulpapparatuur zoals diverse typen hei- en trilblokken;
- het kunnen werken met hijstabellen van mobiele hei-installaties van de betrokken categorie;
- het kunnen beoordelen van de bodemgesteldheid onder en in de omgeving van mobiele hei-installaties;
- het kunnen werken op en met dragline-schotten;
- het met mobiele hei-installaties van de betrokken categorie kunnen uitvoeren van door middel van genormaliseerde hand- en armseinen en anderszins gegeven opdrachten tot het verplaatsen van lasten, in soort en gewicht verschillend;
- het door middel van genormaliseerde hand- en armseinen en anderszins kunnen geven van opdrachten tot het verplaatsen van lasten;
- het globaal kunnen bepalen van de massa van lasten;
- het kunnen aanslaan en onder de stelling van de betrokken categorie brengen van lasten, en het kunnen stellen van heipalen, damwandprofielen, etcetera, zowel voor te lood als voor schoor heien;
- het kunnen inschatten van de invloed van weersomstandigheden;
- het kunnen inspecteren van mobiele hei-installaties van de betrokken categorie met de daarbij toegepaste hulpapparatuur en de ondersteuning (zoals schotten), met inbegrip van de beveiligingen, alsmede het kunnen onderkennen en lokaliseren van storingen en gebreken aan de betrokken mobiele hei-installaties met de daarbij toegepaste hulpapparatuur, de ondersteuning en de beveiligingen, en het kunnen verrichten van eenvoudige herstelwerkzaamheden overeenkomstig de fabrikanteninstructies;
- het kunnen onderkennen van slijtageverschijnselen aan het hijsgereedschap, de hijsmiddelen en de hulpapparatuur zoals de diverse hei- en trilblokken;
- het kunnen uitvoeren van de volgende onderhoudswerkzaamheden:
- 1°. het smeren van mobiele hei-installaties en de hulpapparatuur;
- 2°. het verversen van de olie, zoals van de verbrandingsmotor, van het hydraulische systeem en van de oliesystemen in de hulpapparatuur;
- 3°. het schoonmaken van de in diverse systemen voorkomende filters;
- 4°. het afstellen van in mobiele hei-installaties en de hulpapparatuur voorkomende aandrijfsystemen en remmen;
- 5°. het vernieuwen van de staalkabels;
- het kunnen nemen van passende veiligheidsmaatregelen;
- het kunnen schrijven van een eenvoudig rapport en het kunnen bijhouden van een onderhouds-/controlelijst;
- kennis hebben van:
- 1°. de beveiliging van mobiele hei-installaties;
- 2°. de verschillende soorten mobiele hei-installaties, de wijze van opstellen en in gebruik stellen hiervan, en de gebruiksmogelijkheden van elke soort;
- 3°. de aan de ondergrond, waarop mobiele hei-installaties werken, te stellen eisen;
- 4°. de beginselen van de grondmechanica, het palenplan, de soorten palen en damwandprofielen met hun toepassingsgebieden, de heimuts, etcetera;
- 5°. het materieel en gereedschappen, zoals die bij het werken met of aan mobiele hei-installaties worden gebruikt, alsmede het onderhoud van dat materieel en gereedschappen, de normen tot afkeuring daarvan en de voorschriften voor opslag;
- enige kennis hebben van:
- 1°. de werking en het onderhoud van de in mobiele hei-installaties in gebruik zijnde aandrijfsystemen en apparatuur;
- 2°. de werking en het onderhoud van bij mobiele hei-installaties toegepaste hulpapparatuur zoals diverse hei- en trilblokken;
- 3°. de leer van hydrauliek en pneumatiek, de toepassing en het onderhoud van in mobiele hei-installaties toegepaste hydraulische en pneumatische systemen;
- 4°. natuurkunde en mechanica;
- 5°. elektriciteit in het algemeen en elektrische installaties van mobiele hei-installaties;
- 6°. het berekenen van lasten;
- 7°. de invloed van de weersomstandigheden;
- 8°. de voor een machinist van een mobiele hei-installatie van belang zijnde wettelijke bepalingen en andere voorschriften zoals normbladen;
- 9°. de organisatie op bouwplaatsen en de taak, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van een machinist van een mobiele hei-installatie, een opzichter en een uitvoerder.
Bijlage XIA. behorend bij artikel 8.10
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- driehoekig;
- zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rond;
- wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Intrinsieke kenmerken:
- rechthoekig of vierkant;
- wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.
Bijlage XIB. behorend bij artikel 8.26
| A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren | A. Algemene Gebaren |
|---|---|---|
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| BEGIN Pas op! Begin van commando | Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven | |
| STOP Onderbreking Einde van de beweging | De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden | |
| EINDE Einde van de werkzaamheden | Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd | |
| B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen | B. Verticale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| HIJSEN | Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VIEREN | Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt | |
| VERTICALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen | C. Horizontale bewegingen |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| VOORUIT | Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt | |
| ACHTERUIT | Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt | |
| NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt | |
| NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever | Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt | |
| HORIZONTALE AFSTAND | De afstand wordt met de handen aangegeven | |
| D. Gevaar | D. Gevaar | D. Gevaar |
| --- | --- | --- |
| Betekenis | Beschrijving | Illustratie |
| GEVAAR | Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren | |
| SNELLE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd | |
| TRAGE BEWEGING | De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd |
Bijlage III. behorend bij artikel 3.1
Model kennisgeving bouwwerk
- Aard van het bouwwerk:
- Volledig adres van de bouwplaats:
- Telefoon:
- Fax:
- Namen en adressen van de betrokken partijen
- Opdrachtgever(s)
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Ontwerpende partij(en)
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Coördinator(en) in de ontwerpfase
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Uitvoerende partij(en)
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Coördinator(en) in de uitvoeringsfase
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Vermoedelijke aanvangsdatum van de bouwwerkzaamheden:
- Vermoedelijke bouwtijd:
- Vermoedelijke maximum aantal werknemers dat gelijktijdig op de bouwplaats aanwezig zal zijn:
- Vermoedelijk aantal werkgevers en zelfstandigen op de bouwplaats:
- Namen van reeds geselecteerde ondernemingen:
- Datum van kennisgeving:
- Handtekening opdrachtgever:
Bijlage IV. behorend bij artikel 3.9, onderdeel b
De informatie, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel b, betreft voor zover van toepassing:
- a. een locatiekaart waarop de inter- en intrafieldpijpleidingen alsmede de onder water afgewerkte boorgaten zijn aangeduid;
- b. algemene tekeningen van ligging en plattegrond van het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a, of de opbouw en configuratie van de mijnbouwinstallatie, bedoel in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen b, c en d;
- c. voor- en zijaanzichten van het mijnbouwwerk;
- d. een stroomdiagram dat het gehele behandelingsproces van delfstoffen omvat met een massabalans;
- e. tekeningen van pijpen, instrumentatie voor de processystemen en de ondersteunende systemen (deze tekeningen worden alleen op verzoek van een toezichthouder opgestuurd);
- f. tekeningen van gevarenzones;
- g. oorzaak- en gevolgtekeningen die behoren bij de alarm- en insluitsystemen;
- h. tekeningen van de aanleg en situering van brand- en gasdetectiesystemen;
- i. tekeningen van brandbeschermende voorzieningen;
- j. tekeningen van reddingsmiddelen en ontsnappingsroutes;
- k. Heating Ventilation Air Conditioning (HVAC)-tekeningen;
- l. een diagram van alle oproep-, alarmerings- en communicatiesystemen;
- m. tekeningen van de indeling van het oproep- en alarmsysteem;
- n. een beschrijving van het elektrisch systeem aan de hand van een één-lijndiagram waarop de noodsystemen zijn aangegeven;
- p. de locatie en capaciteit van opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen;
- q. de locatie van opslagplaatsen voor chemische stoffen, en
- r. de locatie van opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen.
Bijlage I. behorend bij artikel 2.0
In het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a, tweede lid, van het besluit komen aan de orde:
- a. die onderdelen van het algemene managementsysteem waartoe de organisatorische structuur, de verantwoordelijkheden, de gebruiken, de procedures, de toegepaste werkmethoden en productiemethoden en de hulpmiddelen behoren welke het mogelijk maken het beleid ter voorkoming van zware ongevallen te bepalen en uit te voeren;
- b. de organisatie en het personeel: de taken en verantwoordelijkheden van het personeel dat op alle organisatorische niveaus bij het beheersen van de risico’s van zware ongevallen is betrokken, het onderkennen van de behoeften aan opleiding van dat personeel, de organisatie van die opleiding en de deelname daaraan door het personeel, de aannemers en de onderaannemers;
- c. de identificatie van de gevaren en de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, van het besluit;
- d. het toezicht op de uitvoering: de vaststelling en de toepassing van procedures en instructies voor de beheersing van de veiligheid van de bedrijfsvoering, met inbegrip van het onderhoud van de installaties en de tijdelijke onderbrekingen;
- e. de wijze waarop wordt gehandeld bij wijzigingen: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de planning van wijzigingen met betrekking tot het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of de toegepaste werkmethoden en productiemethoden dan wel met betrekking tot het ontwerpen van nieuwe werkmethoden of productiemethoden;
- f. de planning voor noodsituaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische identificatie van noodsituaties alsmede voor het uitwerken, beoefenen, en toetsen van de noodplannen. Bij het oefenen van noodplannen worden alle werknemers op de locatie betrokken, met inbegrip van relevante aannemers en onderaannemers;
- g. het toezicht op de prestaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de permanente beoordeling van de inachtneming van de doelstellingen van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van het veiligheidsbeheerssysteem, alsmede de invoering van regelingen voor onderzoek en correctie bij het niet in acht nemen daarvan. Tot deze procedures behoren het systeem voor de melding van zware ongevallen en bijna-ongevallen, met name die waarbij de beschermende maatregelen hebben gefaald, het onderzoek daarnaar en de nazorg, een en ander op grond van de ervaringen uit het verleden;
- h. audits en beoordeling: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische periodieke evaluatie van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van de doeltreffendheid en van de deugdelijkheid van het veiligheidsbeheerssysteem alsmede voor de met documenten gestaafde analyse door de werkgever van de resultaten van het gevoerde beleid, van het veiligheidsbeheerssysteem en van de actualisering daarvan.
Bijlage I. behorend bij artikel 2.0
In het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a, tweede lid, van het besluit komen aan de orde:
- a. die onderdelen van het algemene managementsysteem waartoe de organisatorische structuur, de verantwoordelijkheden, de gebruiken, de procedures, de toegepaste werkmethoden en productiemethoden en de hulpmiddelen behoren welke het mogelijk maken het beleid ter voorkoming van zware ongevallen te bepalen en uit te voeren;
- b. de organisatie en het personeel: de taken en verantwoordelijkheden van het personeel dat op alle organisatorische niveaus bij het beheersen van de risico’s van zware ongevallen is betrokken, het onderkennen van de behoeften aan opleiding van dat personeel, de organisatie van die opleiding en de deelname daaraan door het personeel, de aannemers en de onderaannemers;
- c. de identificatie van de gevaren en de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, van het besluit;
- d. het toezicht op de uitvoering: de vaststelling en de toepassing van procedures en instructies voor de beheersing van de veiligheid van de bedrijfsvoering, met inbegrip van het onderhoud van de installaties en de tijdelijke onderbrekingen;
- e. de wijze waarop wordt gehandeld bij wijzigingen: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de planning van wijzigingen met betrekking tot het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of de toegepaste werkmethoden en productiemethoden dan wel met betrekking tot het ontwerpen van nieuwe werkmethoden of productiemethoden;
- f. de planning voor noodsituaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische identificatie van noodsituaties alsmede voor het uitwerken, beoefenen, en toetsen van de noodplannen. Bij het oefenen van noodplannen worden alle werknemers op de locatie betrokken, met inbegrip van relevante aannemers en onderaannemers;
- g. het toezicht op de prestaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de permanente beoordeling van de inachtneming van de doelstellingen van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van het veiligheidsbeheerssysteem, alsmede de invoering van regelingen voor onderzoek en correctie bij het niet in acht nemen daarvan. Tot deze procedures behoren het systeem voor de melding van zware ongevallen en bijna-ongevallen, met name die waarbij de beschermende maatregelen hebben gefaald, het onderzoek daarnaar en de nazorg, een en ander op grond van de ervaringen uit het verleden;
- h. audits en beoordeling: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische periodieke evaluatie van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van de doeltreffendheid en van de deugdelijkheid van het veiligheidsbeheerssysteem alsmede voor de met documenten gestaafde analyse door de werkgever van de resultaten van het gevoerde beleid, van het veiligheidsbeheerssysteem en van de actualisering daarvan.
Bijlage 0. , behorend bij Artikel 1.7a
Vervallen
Bijlage 0. , behorend bij Artikel 1.7a
Vervallen
Bijlage I
Bijlage 0. behorend bij Artikel 1.7a
Bijlage II. behorend bij artikel 2.0c
Het intern noodplan als bedoeld in artikel 2.5c van het besluit bevat de volgende gegevens en beschrijvingen:
- a. de naam en functie van de personen die bevoegd zijn om noodprocedures in werking te laten treden en van de persoon die belast is met de leiding en coördinatie van de maatregelen ter bestrijding van een ongeval binnen het bedrijf of inrichting;
- b. de naam en functie van de persoon die verantwoordelijk is voor de contacten met de voor het externe noodplan verantwoordelijke autoriteiten;
- c. voor voorzienbare omstandigheden of gebeurtenissen die een doorslaggevende rol kunnen spelen bij het ontstaan van een zwaar ongeval, een beschrijving van de te nemen maatregelen ter beheersing van de toestand of de gebeurtenis en ter beperking van de gevolgen daarvan, met inbegrip van een beschrijving van de beschikbare veiligheidsuitrusting en middelen;
- d. de maatregelen ter beperking van het risico voor personen binnen het bedrijf of de inrichting, waaronder het alarmsysteem en de gedragsregels bij het afgaan van het alarm;
- e. de regelingen om de autoriteit die verantwoordelijk is voor het in werking laten treden van het externe noodplan bij een ongeval snel in te lichten, de inlichtingen die onmiddellijk moeten worden verstrekt en de regelingen voor het verstrekken van uitvoeriger inlichtingen, wanneer deze beschikbaar komen;
- f. de regelingen om de werknemers op te leiden voor het vervullen van de taken die van hen verwacht worden en indien nodig de coördinatie hiervan met de externe hulpdiensten;
- g. de regelingen voor de verlening van steun aan externe bestrijdingsmaatregelen.
Bijlage III. behorend bij artikel 3.1
Model kennisgeving bouwwerk
- Aard van het bouwwerk:
- Volledig adres van de bouwplaats:
- Telefoon:
- Fax:
- Namen en adressen van de betrokken partijen
- Opdrachtgever(s)
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Ontwerpende partij(en)
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Coördinator(en) in de ontwerpfase
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Uitvoerende partij(en)
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Coördinator(en) in de uitvoeringsfase
- Naam:
- Adres:
- Postcode/plaats:
- Contactpersoon:
- Telefoon:
- Fax:
- Vermoedelijke aanvangsdatum van de bouwwerkzaamheden:
- Vermoedelijke bouwtijd:
- Vermoedelijke maximum aantal werknemers dat gelijktijdig op de bouwplaats aanwezig zal zijn:
- Vermoedelijk aantal werkgevers en zelfstandigen op de bouwplaats:
- Namen van reeds geselecteerde ondernemingen:
- Datum van kennisgeving:
- Handtekening opdrachtgever:
Bijlage 0. , behorend bij Artikel 1.7a
Vervallen
Bijlage 0. , behorend bij Artikel 1.7a
Vervallen
Bijlage I. behorend bij artikel 2.0
In het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a, tweede lid, van het besluit komen aan de orde:
- a. die onderdelen van het algemene managementsysteem waartoe de organisatorische structuur, de verantwoordelijkheden, de gebruiken, de procedures, de toegepaste werkmethoden en productiemethoden en de hulpmiddelen behoren welke het mogelijk maken het beleid ter voorkoming van zware ongevallen te bepalen en uit te voeren;
- b. de organisatie en het personeel: de taken en verantwoordelijkheden van het personeel dat op alle organisatorische niveaus bij het beheersen van de risico’s van zware ongevallen is betrokken, het onderkennen van de behoeften aan opleiding van dat personeel, de organisatie van die opleiding en de deelname daaraan door het personeel, de aannemers en de onderaannemers;
- c. de identificatie van de gevaren en de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, van het besluit;
- d. het toezicht op de uitvoering: de vaststelling en de toepassing van procedures en instructies voor de beheersing van de veiligheid van de bedrijfsvoering, met inbegrip van het onderhoud van de installaties en de tijdelijke onderbrekingen;
- e. de wijze waarop wordt gehandeld bij wijzigingen: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de planning van wijzigingen met betrekking tot het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of de toegepaste werkmethoden en productiemethoden dan wel met betrekking tot het ontwerpen van nieuwe werkmethoden of productiemethoden;
- f. de planning voor noodsituaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische identificatie van noodsituaties alsmede voor het uitwerken, beoefenen, en toetsen van de noodplannen. Bij het oefenen van noodplannen worden alle werknemers op de locatie betrokken, met inbegrip van relevante aannemers en onderaannemers;
- g. het toezicht op de prestaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de permanente beoordeling van de inachtneming van de doelstellingen van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van het veiligheidsbeheerssysteem, alsmede de invoering van regelingen voor onderzoek en correctie bij het niet in acht nemen daarvan. Tot deze procedures behoren het systeem voor de melding van zware ongevallen en bijna-ongevallen, met name die waarbij de beschermende maatregelen hebben gefaald, het onderzoek daarnaar en de nazorg, een en ander op grond van de ervaringen uit het verleden;
- h. audits en beoordeling: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische periodieke evaluatie van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van de doeltreffendheid en van de deugdelijkheid van het veiligheidsbeheerssysteem alsmede voor de met documenten gestaafde analyse door de werkgever van de resultaten van het gevoerde beleid, van het veiligheidsbeheerssysteem en van de actualisering daarvan.
B. Afgifte Nederlands certificaat; eisen aan de CKI
Lijst van stoffen, behorend bij artikel 2.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit
Lijst van stoffen, behorend bij artikel 2.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit
Bijlage I
Bijlage IIf. behorend bij Artikel 2.17
Vervallen
Bijlage III. behorend bij artikel 3.1
Vervallen
Bijlage IV. behorend bij artikel 3.9, onderdeel b
De informatie, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel b, betreft voor zover van toepassing:
- a. een locatiekaart waarop de inter- en intrafieldpijpleidingen alsmede de onder water afgewerkte boorgaten zijn aangeduid;
- b. algemene tekeningen van ligging en plattegrond van het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a, of de opbouw en configuratie van de mijnbouwinstallatie, bedoel in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen b, c en d;
- c. voor- en zijaanzichten van het mijnbouwwerk;
- d. een stroomdiagram dat het gehele behandelingsproces van delfstoffen omvat met een massabalans;
- e. tekeningen van pijpen, instrumentatie voor de processystemen en de ondersteunende systemen (deze tekeningen worden alleen op verzoek van een toezichthouder opgestuurd);
- f. tekeningen van gevarenzones;
- g. oorzaak- en gevolgtekeningen die behoren bij de alarm- en insluitsystemen;
- h. tekeningen van de aanleg en situering van brand- en gasdetectiesystemen;
- i. tekeningen van brandbeschermende voorzieningen;
- j. tekeningen van reddingsmiddelen en ontsnappingsroutes;
- k. Heating Ventilation Air Conditioning (HVAC)-tekeningen;
- l. een diagram van alle oproep-, alarmerings- en communicatiesystemen;
- m. tekeningen van de indeling van het oproep- en alarmsysteem;
- n. een beschrijving van het elektrisch systeem aan de hand van een één-lijndiagram waarop de noodsystemen zijn aangegeven;
- p. de locatie en capaciteit van opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen;
- q. de locatie van opslagplaatsen voor chemische stoffen, en
- r. de locatie van opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen.
Bijlage V. behorend bij artikel 3.9, onderdeel c
De informatie met betrekking tot het brandbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel c, betreft:
-
- een plattegrond van het mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, en, voor zover nodig, een situatieschets van elk van de op het mijnbouwwerk aanwezige installaties, verblijven of overige lokalen, waarop zijn aangegeven:
- a. de plaatsen en ruimten waar stoffen, voor welke verhoogd brandgevaar bestaat, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen zomede de plaatsen en ruimten, waar stoffen, die direct of indirect gevaar voor ontploffing kunnen veroorzaken, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen, met de naaste omgeving daarvan;
- b. de plaatsen, waar gas of vloeistof, eventueel ter verbranding, wordt afgevoerd;
- c. de plaatsen waar handbediende en automatische brandmeldinstallaties met bijbehorende alarmsignalen zijn geïnstalleerd; de soort signalering dient te worden vermeld;
- d. de plaatsen, waar brandblusinstallaties of grote blusmiddelen zijn opgesteld, met vermelding van type, soort (handbediend of automatisch) en capaciteit van elk der installaties en middelen;
- e. het globale aantal en de soort handbrandblusapparaten per ruimte; de plaatsen, waar pompen voor de bluswatervoorziening zijn opgesteld, de capaciteit van deze pompen, de plaatsen waar hydranten en brandslangen aanwezig zijn en brandslangen aan de bluswaterleiding kunnen worden aangesloten;
- f. indien het brandbestrijdingsplan betrekking heeft op een mijnbouwwerk op het land als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a: de aanwezigheid van vijvers en sloten, indien bluswater zonodig aan het oppervlaktewater zal worden onttrokken;
-
- de organisatie van de brandbestrijdingsdienst;
-
- de wijze van brandmelding en van alarmering;
-
- de regeling van de hulpverlening bij brand of ontploffing;
-
- gegevens betreffende ademhalingsbeschermingsmiddelen voor de met het bestrijden van brand belaste personen.
Bijlage VI. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i
Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of iedere vast opgestelde mijnbouwinstallatie, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b betreft ten aanzien van:
- A. het voorontwerprapport:
- I. het identificeren en evalueren van gevaren en de daarmee samenhangende risico's van de verschillende overwogen ontwerpopties;
- II. van het gekozen ontwerp:
- het vaststellen van beheersmaatregelen die risico's uitsluiten of verminderen;
- het evalueren van risicoverminderende systemen;
- het vaststellen van noodzakelijke beheerssystemen, en
- het evalueren van voorlopige berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies.
- B. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het voorontwerprapport;
- het vaststellen van de soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
- het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
- het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
- het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
- het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
- het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
- het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten;
- het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
- het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen van het boorwerk of de vast opgestelde mijnbouwinstallatie.
- C. het addendum gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
- het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
- het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
- D. het addendum grote wijzigingen:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten; en
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
- E. het addendum verlaten en verwijderen:
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de verwijderingsmethoden en -technieken;
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen; en
- het aantonen dat de hoeveelheid koolwaterstoffen, toxische stoffen en chemische stoffen geminimaliseerd is.
Bijlage VII. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i
Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot iedere als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c en iedere andere verplaatsbare installatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in of aan een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d betreft ten aanzien van:
- A. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
- het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
- het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
- het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
- het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
- het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
- het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
- het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
- het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
- het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen en het verwijderen van de als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c of andere verplaatsbare mijnbouwinstallatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d;
- B. het addendum gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
- het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
- het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
- C. het addendum grote wijzigingen:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van de procedure en de beheersmaatregelen gedurende de constructieactiviteiten; en
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
Bijlage VIII. behorend bij artikel 3.14
De informatie met betrekking tot het noodplan, bedoeld in artikel 3.14, betreft:
- a. een beschrijving van de organisatiestructuur van de werkgever en de en verantwoordelijke personen in geval van nood alsmede een overzicht van hun taken en bevoegdheden;
- b. een beschrijving van de organisatie van de personen belast met het gebruik van en het geoefend zijn in het gebruik van evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen alsmede de personen belast met speciale taken bij het evacueren en redden van personen op een mijnbouwinstallatie;
- c. de wijze van alarmering;
- d. de regeling van de hulpverlening;
- e. het aantal, soort en type evacuatie-, ontsnappings-, en reddingsmiddelen, alsmede de persoonlijke reddingsmiddelen die op de mijnbouwinstallatie in gebruik zijn;
- f. de criteria voor de capaciteit van bijstandschepen en helikopters, inclusief de reactietijd daarvan;
- g. het aantal personen, dat ervaren is in het gebruik van het materieel, bedoeld in onderdeel e en f van deze bijlage;
- h. een schematische overzichtstekening waarop de evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen op de mijnbouwinstallatie zijn aangegeven;
- i. het soort en de frequentie van de te houden oefeningen;
- j. de te nemen maatregelen ter verzekering van de veiligheid en gezondheid van met reddingswerk belaste personen, met name met het oog op de aan het verrichten van reddingswerk in een atmosfeer, waarin verstikkende of giftige gassen aanwezig zijn, of in een met radioactieve stoffen besmette atmosfeer verbonden gevaren.
Bijlage IX. behorend bij artikel 4.1, onder t
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 10
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De ladingtanks zijn gesloten.
Ligplaats
Niet aan de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur tenminste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 11
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De ladingtanks zijn gesloten en verzegeld.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Echter alleen naar een veilige ligplaats (= een ligplaats waar binnen een afstand van 25 meter van de ladingzone geen vuur aanwezig is of naar redelijke verwachting kan ontstaan).
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
- Een gedeelte van de ladingzone is aangemerkt als zijnde veilig voor mensen en veilig voor vuur.
In het laatste geval is de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 een voorloper van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2.
Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
- Een gedeelte van de ladingzone is zowel veilig voor mensen als veilig voor vuur.
De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien gebleken is dat de ruimten waarin met vuur moet worden gewerkt veilig voor mensen en veilig voor vuur zijn gebleven, terwijl ook in de toestand van de andere ruimten binnen de ladingzone geen wijziging mag zijn opgetreden.
Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.
Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk boven of buiten de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
Aangezien echter de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 de voorloper is van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 zal men er voor zorg moeten dragen dat de gehele ladingzone veilig voor vuur is. De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.
Ligplaats
Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Deze vastgestelde toestand is ongewijzigd gebleven na de uitreiking van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1. Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in, boven en buiten de gehele ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 20
Toestand van de ladingzone
- De ladingzone is geheel of gedeeltelijk veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
- Werk met vuur in besloten ruimten buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur boven en buiten de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in de gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 31
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur buiten of boven de ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 32
Toestand van de ladingzone
- Een gedeelte van de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Een gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
- Het resterende gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur buiten of boven de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring 33
Toestand van de ladingzone
- De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.
Ligplaats
Het schip mag overal ligplaats nemen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Koud werk in de gehele ladingzone.
- Werk met vuur in, boven of buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30
Toestand van de ladingzone
- De K3-ruimten buiten de ladingzone zijn veilig voor vuur.
De toestand van de ruimten binnen de ladingzone wordt op deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring niet opgenomen.
Toegestane werkzaamheden
- Koud werk in K3-ruimten buiten de ladingzone.
- Werk met vuur in K3-ruimten buiten de ladingzone.
De Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 is een zogenaamde “Combinatie Veiligheids- en gezondheidsverklaring”. Dat betekent, dat een Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 nooit alleen afgegeven mag worden. Altijd zal dit moeten gebeuren in combinatie met een Veiligheids- en gezondheidsverklaring, welke de toestand van de ladingzone aangeeft.
Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4
Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring is bedoeld om een Veiligheids- en gezondheidsverklaring welke zijn geldigheid heeft verloren weer geldig te maken
Toestand van de ladingzone
De toestand van de ladingzone is gelijk aan de toestand zoals die vermeld wordt op de Veiligheids- en gezondheidsverklaring die door het uitreiken van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4 zijn geldigheid herkrijgt.
De modellen, bedoeld in deze bijlage, liggen ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage X. behorend bij artikel 4.16 van de Arbeidsomstandighedenregeling
Vervallen
Bijlage XI. behorend bij Artikel 4.17e
Vervallen
Artikel 9.2f. Overgangsbepaling certificering arbeid met asbest
Vervallen
Bijlage 0. , behorend bij Artikel 1.7a
Vervallen
Lijst van stoffen, behorend bij artikel 2.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit
Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f
Vervallen
Artikel 1.12. Vergoeding uitvoeringskosten aangewezen instelling als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
De minister en de door de minister aangewezen instelling, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet leggen jaarlijks de afspraken over de uitoefening van de taken door de aangewezen instelling en de samenwerking vast in uitvoeringsafspraken.
Op verzoek van en in overleg met de minister dient de aangewezen instelling uiterlijk 1 december van enig kalenderjaar een jaarplan in voor het daaropvolgende kalenderjaar. Het jaarplan bevat een begroting. De minister beslist over de goedkeuring van het jaarplan.
Op verzoek van de minister en in overleg met de aangewezen instelling kunnen gedurende het kalenderjaar wijzigingen in het jaarplan worden aangebracht indien deze verband houden met nadere afspraken die in het verlengde liggen van de gemaakte uitvoeringsafspraken, bedoeld in het eerste lid. De minister beslist over de goedkeuring van een wijziging in het jaarplan.
De minister en de aangewezen instelling voeren jaarlijks ten minste tweemaal overleg over de voortgang en uitvoering van het jaarplan.
Enkel daadwerkelijk door de aangewezen instelling binnen de goedgekeurde begroting gemaakte kosten worden door de minister vergoed. De aangewezen instelling voert een gescheiden en op het jaarplan aansluitende administratie met betrekking tot de daadwerkelijk gemaakte kosten en verrichte activiteiten.
De aangewezen instelling dient uiterlijk voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het jaarplan betrekking heeft een verantwoording van het jaarplan in. De verantwoording bestaat uit:
- a. een inhoudelijk verslag met het oog op de beoordeling van de resultaten van de verrichte activiteiten;
- b. een financiële verantwoording die aansluit bij de goedgekeurde begroting, en
- c. een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bedoelde register een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van die wet.
Na acceptatie van de eindverantwoording verricht de minister de eindbetaling. Indien de activiteiten niet binnen de vastgestelde termijn zijn verricht op een wijze die aan de uitvoeringsafspraken voldoet, kan een bedrag in mindering worden gebracht.
In afwijking van het tweede lid geldt voor het jaar 2018 dat het jaarplan over dat jaar uiterlijk 15 januari 2018 wordt ingediend.
Paragraaf 1.5. Vrijstelling
Hoofdstuk 2. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, deskundigen en arbodiensten
Paragraaf 1.5. Vrijstelling
Paragraaf 2.2. Taken van deskundigen en arbodiensten
Paragraaf 2.1. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen
Paragraaf 2.4. EG-verklaring
Paragraaf 2.5. Vrijstelling
Hoofdstuk 3. Bouwproces en winningsindustrieën met behulp van boringen
Paragraaf 2.4. EG-verklaring
Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen
Paragraaf 4.1. Veiligheid aan op of in tankschepen
Paragraaf 4.1a. Werkpleketikettering
Paragraaf 4.4a. Nadere voorschriften over het werken met lood
Hoofdstuk 5. Beeldschermarbeid
Paragraaf 6.1. Certificatie
Hoofdstuk 6. Arbeid onder overdruk
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en Slotbepalingen
Bijlage I. behorend bij artikel 1.10
1. Werkgever
Naam:
Adres:
(geen Postbusnummer)
Postcode en plaats:
Registratienummer Kamer van Koophandel:
(voorzover van toepassing)
Aantal werkzame personen:
2. Getroffene(n)
Naam:
Adres:
Postcode en woonplaats:
Geboortedatum en geslacht:
Nationaliteit:
De getroffene is: werknemer/stagiair/uitzendkracht/leerling/student/overig *doorhalen wat niet van toepassing is
Datum indiensttreding:
Soort letsel:
Plaats van het letsel:
Noodzaak ziekenhuisopname: ja/nee*
Dodelijke afloop: ja/nee*
Vermoedelijke verzuimduur:
3. Omstandigheden van het arbeidsongeval
Plaats van het arbeidsongeval:
Indien het arbeidsongeval niet plaatsvond op het adres van de werkgever tevens:
Naam bedrijf (voorzover van toepassing):
Adres:
Postcode en plaats:
Datum en tijdstip arbeidsongeval:
Direct voorafgaand aan het arbeidsongeval door getroffene verrichte werkzaamheden:
Aard van het arbeidsongeval:
Eventueel betrokken arbeidsmiddelen of stoffen:
Bijlage IA. behorend bij artikel 2.0
In het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a, tweede lid, van het besluit komen aan de orde:
- a. die onderdelen van het algemene managementsysteem waartoe de organisatorische structuur, de verantwoordelijkheden, de gebruiken, de procedures, de toegepaste werkmethoden en productiemethoden en de hulpmiddelen behoren welke het mogelijk maken het beleid ter voorkoming van zware ongevallen te bepalen en uit te voeren;
- b. de organisatie en het personeel: de taken en verantwoordelijkheden van het personeel dat op alle organisatorische niveaus bij het beheersen van de risico’s van zware ongevallen is betrokken, het onderkennen van de behoeften aan opleiding van dat personeel, de organisatie van die opleiding en de deelname daaraan door het personeel, de aannemers en de onderaannemers;
- c. de identificatie van de gevaren en de beoordeling van de risico’s van zware ongevallen, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, van het besluit;
- d. het toezicht op de uitvoering: de vaststelling en de toepassing van procedures en instructies voor de beheersing van de veiligheid van de bedrijfsvoering, met inbegrip van het onderhoud van de installaties en de tijdelijke onderbrekingen;
- e. de wijze waarop wordt gehandeld bij wijzigingen: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de planning van wijzigingen met betrekking tot het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of de toegepaste werkmethoden en productiemethoden dan wel met betrekking tot het ontwerpen van nieuwe werkmethoden of productiemethoden;
- f. de planning voor noodsituaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische identificatie van noodsituaties alsmede voor het uitwerken, beoefenen, en toetsen van de noodplannen. Bij het oefenen van noodplannen worden alle werknemers op de locatie betrokken, met inbegrip van relevante aannemers en onderaannemers;
- g. het toezicht op de prestaties: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de permanente beoordeling van de inachtneming van de doelstellingen van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van het veiligheidsbeheerssysteem, alsmede de invoering van regelingen voor onderzoek en correctie bij het niet in acht nemen daarvan. Tot deze procedures behoren het systeem voor de melding van zware ongevallen en bijna-ongevallen, met name die waarbij de beschermende maatregelen hebben gefaald, het onderzoek daarnaar en de nazorg, een en ander op grond van de ervaringen uit het verleden;
- h. audits en beoordeling: de vaststelling en de toepassing van procedures voor de systematische periodieke evaluatie van het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en van de doeltreffendheid en van de deugdelijkheid van het veiligheidsbeheerssysteem alsmede voor de met documenten gestaafde analyse door de werkgever van de resultaten van het gevoerde beleid, van het veiligheidsbeheerssysteem en van de actualisering daarvan.
3. Maatregelen
Bijlage I
Bijlage 0. , behorend bij Artikel 1.7a
Vervallen
Artikel 4.20c. Aanwijzing
Als kankerverwekkende processen, bedoeld in artikel 4.11, onderdeel c, onder 2°, van het besluit worden de processen waarbij de volgende mengsels van stoffen vrijkomen aangewezen:
- a. dieselmotoremissies;
- b. een mengsel van N-[3-hydroxy-2-(2-methylacryloylaminomethoxy)-propoxymethyl]-2-methylacrylamide en N-[2,3-bis-(2-methylacryloylaminomethoxy)propoxymethyl]-2-methylacrylamide en methacrylamide en 2-methyl-N-(2-methylacryloylaminomethoxymethyl)acrylamide en N-(2,3-dihydroxypropoxymethyl)-2-methylacrylamide, of;
- c. C.I. Basic Violet 3 met 0,1% of meer Michlers keton.
Paragraaf 4.1a. Werkpleketikettering
Paragraaf 4.2a. Veilig werken met professioneel vuurwerk
Paragraaf 4.2b. Opsporen van ontplofbare oorlogsresten
Paragraaf 4.3. Beoordeling risico van blootstelling aan gevaarlijke stoffen in combinatie
Paragraaf 4.5. Meetmethodes asbest
Paragraaf 4.5. Meetmethodes asbest
Hoofdstuk 6. Arbeid onder overdruk
Paragraaf 6.2. Opleidingen
Hoofdstuk 5. Beeldschermarbeid
Paragraaf 6.1. Certificatie
Paragraaf 6.1. Certificatie
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen
Hoofdstuk 9. Overgangs- en Slotbepalingen
Lijst van stoffen, behorend bij artikel 2.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit
Bijlage II. behorend bij artikel 2.0c
Het intern noodplan als bedoeld in artikel 2.5c van het besluit bevat de volgende gegevens en beschrijvingen:
- a. de naam en functie van de personen die bevoegd zijn om noodprocedures in werking te laten treden en van de persoon die belast is met de leiding en coördinatie van de maatregelen ter bestrijding van een ongeval binnen het bedrijf of inrichting;
- b. de naam en functie van de persoon die verantwoordelijk is voor de contacten met de voor het externe noodplan verantwoordelijke autoriteiten;
- c. voor voorzienbare omstandigheden of gebeurtenissen die een doorslaggevende rol kunnen spelen bij het ontstaan van een zwaar ongeval, een beschrijving van de te nemen maatregelen ter beheersing van de toestand of de gebeurtenis en ter beperking van de gevolgen daarvan, met inbegrip van een beschrijving van de beschikbare veiligheidsuitrusting en middelen;
- d. de maatregelen ter beperking van het risico voor personen binnen het bedrijf of de inrichting, waaronder het alarmsysteem en de gedragsregels bij het afgaan van het alarm;
- e. de regelingen om de autoriteit die verantwoordelijk is voor het in werking laten treden van het externe noodplan bij een ongeval snel in te lichten, de inlichtingen die onmiddellijk moeten worden verstrekt en de regelingen voor het verstrekken van uitvoeriger inlichtingen, wanneer deze beschikbaar komen;
- f. de regelingen om de werknemers op te leiden voor het vervullen van de taken die van hen verwacht worden en indien nodig de coördinatie hiervan met de externe hulpdiensten;
- g. de regelingen voor de verlening van steun aan externe bestrijdingsmaatregelen.
Bijlage IIa. behorend bij Artikel 2.14
Bijlage V. behorend bij artikel 3.9, onderdeel c
De informatie met betrekking tot het brandbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel c, betreft:
-
- een plattegrond van het mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, en, voor zover nodig, een situatieschets van elk van de op het mijnbouwwerk aanwezige installaties, verblijven of overige lokalen, waarop zijn aangegeven:
- a. de plaatsen en ruimten waar stoffen, voor welke verhoogd brandgevaar bestaat, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen zomede de plaatsen en ruimten, waar stoffen, die direct of indirect gevaar voor ontploffing kunnen veroorzaken, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen, met de naaste omgeving daarvan;
- b. de plaatsen, waar gas of vloeistof, eventueel ter verbranding, wordt afgevoerd;
- c. de plaatsen waar handbediende en automatische brandmeldinstallaties met bijbehorende alarmsignalen zijn geïnstalleerd; de soort signalering dient te worden vermeld;
- d. de plaatsen, waar brandblusinstallaties of grote blusmiddelen zijn opgesteld, met vermelding van type, soort (handbediend of automatisch) en capaciteit van elk der installaties en middelen;
- e. het globale aantal en de soort handbrandblusapparaten per ruimte; de plaatsen, waar pompen voor de bluswatervoorziening zijn opgesteld, de capaciteit van deze pompen, de plaatsen waar hydranten en brandslangen aanwezig zijn en brandslangen aan de bluswaterleiding kunnen worden aangesloten;
- f. indien het brandbestrijdingsplan betrekking heeft op een mijnbouwwerk op het land als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a: de aanwezigheid van vijvers en sloten, indien bluswater zonodig aan het oppervlaktewater zal worden onttrokken;
-
- de organisatie van de brandbestrijdingsdienst;
-
- de wijze van brandmelding en van alarmering;
-
- de regeling van de hulpverlening bij brand of ontploffing;
-
- gegevens betreffende ademhalingsbeschermingsmiddelen voor de met het bestrijden van brand belaste personen.
-
- Indien het brandbestrijdingsplan betrekking heeft op een mijnbouwwerk op het land als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a moet op de plattegrond, bedoeld in het eerste lid, onder a, bovendien zijn aangegeven de plaats, waar zich een brandweerkazerne bevindt, en moet het plan gegevens bevatten betreffende het aantal en soort van de grote mobiele brandbluseenheden in die kazerne.
Bijlage VI. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i
Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of iedere vast opgestelde mijnbouwinstallatie, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b betreft ten aanzien van:
- A. het voorontwerprapport:
- I. het identificeren en evalueren van gevaren en de daarmee samenhangende risico's van de verschillende overwogen ontwerpopties;
- II. van het gekozen ontwerp:
- het vaststellen van beheersmaatregelen die risico's uitsluiten of verminderen;
- het evalueren van risicoverminderende systemen;
- het vaststellen van noodzakelijke beheerssystemen, en
- het evalueren van voorlopige berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies.
- B. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het voorontwerprapport;
- het vaststellen van de soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
- het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
- het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
- het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
- het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
- het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
- het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten;
- het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
- het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen van het boorwerk of de vast opgestelde mijnbouwinstallatie.
- C. het addendum gebruik:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
- het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
- het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
- D. het addendum grote wijzigingen:
- het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
- het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten; en
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
- E. het addendum verlaten en verwijderen:
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het uitvoeren van een risico-analyse van de verwijderingsmethoden en -technieken;
- het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen; en
- het aantonen dat de hoeveelheid koolwaterstoffen, toxische stoffen en chemische stoffen geminimaliseerd is.
Bijlage VII. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i
Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot iedere als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c en iedere andere verplaatsbare installatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in of aan een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d betreft ten aanzien van:
- A. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
- het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
- het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
- het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
- het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
- het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
- het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
- het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
- het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
- het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
- het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
- het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)