Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 454
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

4.5. Geldigheidscondities

4. Certificatiereglement

4.2. Certificatieprocedure

Klachten over de CKI

Inleiding

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

Deel II: Normen

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

10.1. Toetstermen

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd

10.1. Toetstermen

2. Definities

Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze. Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij. De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident. Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

4.9. Norminterpretatie

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

4.2. Certificatieprocedure

6.2. Frequentie van toezicht

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

6.4. Verslag van bevindingen

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

7. Onderwerp van certificatie

Vaak wordt in kleine ruimtes gewerkt. De machines zijn daar immers voor ontworpen. Het bedienend personeel wordt volledig blootgesteld aan geluid. Ook laat de ventilatie vaak te wensen over. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan stof en DME (dieselmotorenemissie).

11.1. Toetstermen hercertificatie

Klachten over de CKI

Klachten over het bedrijf of de persoon

3.2. Actieve partijen

4.9. Norminterpretatie

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie van dit certificatieschema. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen.

5.1. Doelstelling

5.2. De exameninstelling

Theorie

Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling

Tijdens het oprichten en strijken van de machine mogen geen andere werkende machines noch andere dan bij het funderingswerk betrokken personen binnen het valbereik van de machine aanwezig zijn.

Bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en/of draglineschotten

Het betreft hier:

Theorie

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

De risico’s moeten worden onderkend, vastgelegd in een TRA (taak-/risicoanalyse), besproken met betrokkenen en dienovereenkomstige maatregelen (m.n. draagkrachtig werkniveau) worden genomen dat het risico van omvallen, aanstoten etc. tot bijna nihil wordt teruggebracht. Het funderingsbedrijf dient zijn personeel duidelijk te instrueren en de hiervoor genoemde risico’s en aanbevelingen ter voorkoming van gevaren vast te leggen in werkinstructies.

4. Certificatiereglement

Klachten over het bedrijf of de persoon

5.2. De exameninstelling

6.1. Medewerking aan toezicht

Theorie

Praktijk

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

10.1. Toetstermen

10.2. Beoordelingsmethode

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

12. Het certificaat

13. Geldigheidscondities

Deze condities dienen te zijn opgenomen in de certificatieovereenkomst tussen certificatie instelling en certificaathouder.

De houder van het certificaat dient misbruik van het certificaat door derden tegen te gaan en vermissing van dit certificaat schriftelijk binnen 10 dagen aan de certificatie-instelling te melden.

De houder van het certificaat machinist verticaal transport is verplicht veranderingen van woonplaats en huisadres schriftelijk te melden aan de certificatie-instelling.

De houder van het certificaat machinist verticaal transport dient door derden tegen hem/haar ingediende klachten, die met de strekking van dit certificaat verband houden, te melden aan de certificatie-instelling die het betreffende certificaat heeft afgegeven.

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd

10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie

11.3. Cesuur van de beoordeling

13. Geldigheidscondities

3.1. Algemeen

6.5.1. Schorsing

4.7.2. Werkwijze

11.3. Uitslagregel van de beoordeling

Bijlage IIf. behorend bij Artikel 2.17

7. Onderwerp van de certificatie

10.2.6. Praktijkexamen

13. Geldigheidscondities

Paragraaf 6.5.4. Waarschuwing

Paragraaf 8.4.4. Opleidingscurriculum B0 SSE (geconditioneerde omstandigheden)

Paragraaf 8.4.4. Opleidingscurriculum B0 SSE (geconditioneerde omstandigheden)

Paragraaf 8.6. Beoordeling van de entreecriteria

3.1. Algemeen

Bijlage III. behorend bij artikel 3.1

Vervallen

Bijlage IV. behorend bij artikel 3.9, onderdeel b

De informatie, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel b, betreft voor zover van toepassing:

  • a. een locatiekaart waarop de inter- en intrafieldpijpleidingen alsmede de onder water afgewerkte boorgaten zijn aangeduid;
  • c. voor- en zijaanzichten van het mijnbouwwerk;
  • d. een stroomdiagram dat het gehele behandelingsproces van delfstoffen omvat met een massabalans;
  • e. tekeningen van pijpen, instrumentatie voor de processystemen en de ondersteunende systemen (deze tekeningen worden alleen op verzoek van een toezichthouder opgestuurd);
  • f. tekeningen van gevarenzones;
  • g. oorzaak- en gevolgtekeningen die behoren bij de alarm- en insluitsystemen;
  • h. tekeningen van de aanleg en situering van brand- en gasdetectiesystemen;
  • i. tekeningen van brandbeschermende voorzieningen;
  • j. tekeningen van reddingsmiddelen en ontsnappingsroutes;
  • k. Heating Ventilation Air Conditioning (HVAC)-tekeningen;
  • l. een diagram van alle oproep-, alarmerings- en communicatiesystemen;
  • m. tekeningen van de indeling van het oproep- en alarmsysteem;
  • n. een beschrijving van het elektrisch systeem aan de hand van een één-lijndiagram waarop de noodsystemen zijn aangegeven;
  • p. de locatie en capaciteit van opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen;
  • q. de locatie van opslagplaatsen voor chemische stoffen, en
  • r. de locatie van opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen.

Bijlage V. behorend bij artikel 3.9, onderdeel c

De informatie met betrekking tot het brandbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel c, betreft:

    1. een plattegrond van het mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, en, voor zover nodig, een situatieschets van elk van de op het mijnbouwwerk aanwezige installaties, verblijven of overige lokalen, waarop zijn aangegeven:
  • a. de plaatsen en ruimten waar stoffen, voor welke verhoogd brandgevaar bestaat, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen zomede de plaatsen en ruimten, waar stoffen, die direct of indirect gevaar voor ontploffing kunnen veroorzaken, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen, met de naaste omgeving daarvan;
  • b. de plaatsen, waar gas of vloeistof, eventueel ter verbranding, wordt afgevoerd;
  • c. de plaatsen waar handbediende en automatische brandmeldinstallaties met bijbehorende alarmsignalen zijn geïnstalleerd; de soort signalering dient te worden vermeld;
  • d. de plaatsen, waar brandblusinstallaties of grote blusmiddelen zijn opgesteld, met vermelding van type, soort (handbediend of automatisch) en capaciteit van elk der installaties en middelen;
  • e. het globale aantal en de soort handbrandblusapparaten per ruimte; de plaatsen, waar pompen voor de bluswatervoorziening zijn opgesteld, de capaciteit van deze pompen, de plaatsen waar hydranten en brandslangen aanwezig zijn en brandslangen aan de bluswaterleiding kunnen worden aangesloten;
  • f. indien het brandbestrijdingsplan betrekking heeft op een mijnbouwwerk op het land als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a: de aanwezigheid van vijvers en sloten, indien bluswater zonodig aan het oppervlaktewater zal worden onttrokken;
    1. de organisatie van de brandbestrijdingsdienst;
    1. de wijze van brandmelding en van alarmering;
    1. de regeling van de hulpverlening bij brand of ontploffing;
    1. gegevens betreffende ademhalingsbeschermingsmiddelen voor de met het bestrijden van brand belaste personen.
    1. Indien het brandbestrijdingsplan betrekking heeft op een mijnbouwwerk op het land als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a moet op de plattegrond, bedoeld in het eerste lid, onder a, bovendien zijn aangegeven de plaats, waar zich een brandweerkazerne bevindt, en moet het plan gegevens bevatten betreffende het aantal en soort van de grote mobiele brandbluseenheden in die kazerne.

Bijlage III. behorend bij artikel 3.1

Vervallen

Bijlage IV. behorend bij artikel 3.9, onderdeel b

De informatie, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel b, betreft voor zover van toepassing:

  • a. een locatiekaart waarop de inter- en intrafieldpijpleidingen alsmede de onder water afgewerkte boorgaten zijn aangeduid;
  • c. voor- en zijaanzichten van het mijnbouwwerk;
  • d. een stroomdiagram dat het gehele behandelingsproces van delfstoffen omvat met een massabalans;
  • e. tekeningen van pijpen, instrumentatie voor de processystemen en de ondersteunende systemen (deze tekeningen worden alleen op verzoek van een toezichthouder opgestuurd);
  • f. tekeningen van gevarenzones;
  • g. oorzaak- en gevolgtekeningen die behoren bij de alarm- en insluitsystemen;
  • h. tekeningen van de aanleg en situering van brand- en gasdetectiesystemen;
  • i. tekeningen van brandbeschermende voorzieningen;
  • j. tekeningen van reddingsmiddelen en ontsnappingsroutes;
  • k. Heating Ventilation Air Conditioning (HVAC)-tekeningen;
  • l. een diagram van alle oproep-, alarmerings- en communicatiesystemen;
  • m. tekeningen van de indeling van het oproep- en alarmsysteem;
  • n. een beschrijving van het elektrisch systeem aan de hand van een één-lijndiagram waarop de noodsystemen zijn aangegeven;
  • p. de locatie en capaciteit van opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen;
  • q. de locatie van opslagplaatsen voor chemische stoffen, en
  • r. de locatie van opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen.

Bijlage V. behorend bij artikel 3.9, onderdeel c

De informatie met betrekking tot het brandbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 3.9, onderdeel c, betreft:

    1. een plattegrond van het mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, en, voor zover nodig, een situatieschets van elk van de op het mijnbouwwerk aanwezige installaties, verblijven of overige lokalen, waarop zijn aangegeven:
  • a. de plaatsen en ruimten waar stoffen, voor welke verhoogd brandgevaar bestaat, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen zomede de plaatsen en ruimten, waar stoffen, die direct of indirect gevaar voor ontploffing kunnen veroorzaken, worden verkregen, behandeld, verwerkt, gebezigd, vervoerd of opgeslagen, met de naaste omgeving daarvan;
  • b. de plaatsen, waar gas of vloeistof, eventueel ter verbranding, wordt afgevoerd;
  • c. de plaatsen waar handbediende en automatische brandmeldinstallaties met bijbehorende alarmsignalen zijn geïnstalleerd; de soort signalering dient te worden vermeld;
  • d. de plaatsen, waar brandblusinstallaties of grote blusmiddelen zijn opgesteld, met vermelding van type, soort (handbediend of automatisch) en capaciteit van elk der installaties en middelen;
  • e. het globale aantal en de soort handbrandblusapparaten per ruimte; de plaatsen, waar pompen voor de bluswatervoorziening zijn opgesteld, de capaciteit van deze pompen, de plaatsen waar hydranten en brandslangen aanwezig zijn en brandslangen aan de bluswaterleiding kunnen worden aangesloten;
  • f. indien het brandbestrijdingsplan betrekking heeft op een mijnbouwwerk op het land als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a: de aanwezigheid van vijvers en sloten, indien bluswater zonodig aan het oppervlaktewater zal worden onttrokken;
    1. de organisatie van de brandbestrijdingsdienst;
    1. de wijze van brandmelding en van alarmering;
    1. de regeling van de hulpverlening bij brand of ontploffing;
    1. gegevens betreffende ademhalingsbeschermingsmiddelen voor de met het bestrijden van brand belaste personen.

Bijlage VI. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i

Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot het mijnbouwwerk op het land, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of iedere vast opgestelde mijnbouwinstallatie, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b betreft ten aanzien van:

  • A. het voorontwerprapport:
  • I. het identificeren en evalueren van gevaren en de daarmee samenhangende risico's van de verschillende overwogen ontwerpopties;
  • II. van het gekozen ontwerp:
  • het vaststellen van beheersmaatregelen die risico's uitsluiten of verminderen;
  • het evalueren van risicoverminderende systemen;
  • het vaststellen van noodzakelijke beheerssystemen, en
  • het evalueren van voorlopige berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies.
  • B. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het voorontwerprapport;
  • het vaststellen van de soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
  • het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
  • het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
  • het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
  • het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
  • het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
  • het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
  • het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
  • het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
  • het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten;
  • het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
  • het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen van het boorwerk of de vast opgestelde mijnbouwinstallatie.
  • C. het addendum gebruik:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
  • het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
  • het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
  • D. het addendum grote wijzigingen:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
  • het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van procedures en beheersmaatregelen gedurende de constructie activiteiten; en
  • het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.
  • E. het addendum verlaten en verwijderen:
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het uitvoeren van een risico-analyse van de verwijderingsmethoden en -technieken;
  • het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen; en
  • het aantonen dat de hoeveelheid koolwaterstoffen, toxische stoffen en chemische stoffen geminimaliseerd is.

4.6.3. Klachtenregeling

6.3.1. Uitvoeringsplan

6.1.1. Wet- en regelgeving

Bijlage XI. behorend bij Artikel 4.17e

6.5.2. Intrekking

6.5.3. Weigering

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

Vervallen

Inhoudsopgave

2. Definities

8. Entreecriteria

9. Eindtermen

Bijlage XIIa. behorend bij artikel 4.17b

6.3. Uitvoering van het toezicht

6.4. Verslag van bevindingen

10.2.5. Theorie-examen voor duikploegleider

Bijlage XIIb. behorend bij artikel 4.17b

Hoofdstuk 9. Eindtermen

Paragraaf 11.4. Beoordeling bij hercertificatie

Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.18

De grenswaarde voor een gevaarlijke stof geldt in beginsel alleen voor blootstelling aan de stof in zuivere vorm en is niet zonder meer van toepassing indien de stof een bestanddeel is van een mengsel van stoffen, waaraan blootstelling plaatsvindt of kan plaatsvinden.

Het is mogelijk dat het gezondheidkundige gevolg van een dergelijk mengsel de som is van de afzonderlijke stoffen. Hiervan is sprake bij een mengsel van verschillende organische oplosmiddelen. Het is ook mogelijk dat bij een gecombineerde blootstelling het gezondheidkundige gevolg van de afzonderlijke stoffen aanzienlijk worden versterkt of verminderd.

Indien de verschillende stoffen in een mengsel afzonderlijk hetzelfde gezondheidkundige gevolg hebben op hetzelfde orgaansysteem, wordt de beoordeling van het risico van blootstelling aan de voor elk van die stoffen vastgestelde grenswaarde als volgt uitgevoerd:

De som van alle afzonderlijke blootstellingconcentraties als fractie van de afzonderlijke grenswaarden, is kleiner dan één. Of te wel:

Bijlage XIII. behorend bij artikel 4.19, eerste lid

Bijlage XIIIa. behorend bij Artikel 4.27

5.2. Uitvoering van het examen

4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding

5.4. Eisen te stellen aan het examen

4.6. Klachtenregeling

4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding

6.3.3. Beoordeling van een praktijkverrichting

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

8.4.6. Opleidingscurriculum B3 (SSE op tot 50 meter)

8.4.7. Opleidingscurriculum B4 (SSE met open duikklok)

4.7.2. Werkwijze

6.1. Medewerking aan toezicht

13. Geldigheidscondities

10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie

De exameninstelling beschikt over een kwaliteits- en procedurehandboek dat onderdeel uitmaakt van het kwaliteitssysteem dat voldoet aan de vigerende normserie NEN-ISO 9001.

12. Certificaat

7.1. Examenreglement

6.5.2. Intrekking

4.6.2. Klachten over het bedrijf of de persoon

2. Definities

5.1. Doelstelling

Bijlage XIIIc. , behorend bij artikel 4.27

6.1. Medewerking aan toezicht

5.1. Doelstelling

Klachten over het bedrijf of de persoon

Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid

Bijlage XIIIe. behorend bij Artikel 4.28

Bijlage XIIIf. behorend bij Artikel 4.28

4.5. Geldigheidscondities

Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a

Belastende situatie in de gebruiksfase Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht
Beschermingsmaatregel Maatregelen ter bescherming van de gezondheid
Bijzondere belastende omstandigheden Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting
C1–C5 Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden:
C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen.
C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen.
C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie
C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden
C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling
Dauwpunt De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak
Derivaten Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn
Droge ruimte Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd
Enige luchtvervuiling Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem
Hoge luchtvervuiling Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond
NEN 12944 ( NPR 7452) Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld.
Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt
Schone atmosfeer Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden
VOS Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen.

Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid

Groepen VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel
Spuitenreinigers 850 gr/liter
Oppervlaktereinigers 200 gr/liter
Washprimers 780 gr/liter
Primer surfacer, 540 gr/liter
1 of 2 component
Sealer 540 gr/liter
1-laags aflaksysteem 420 gr/liter
en chassiscoating
2-laagsaflaksysteem bestaande uit: 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter.
basiskleurlak en blanke lak
Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. 840 gr/liter
Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. 150 gr/liter

Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid

6.4. Verslag van bevindingen

Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid

Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid

Deel II: Normen

Klachten over het bedrijf of de persoon

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

11. Hercertificatie

4.6. Klachtenregeling

11.1. Toetstermen voor hercertificatie

3. Het TCVT-Certificaat van Vakbekwaamheid

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

3.1. Algemeen

6. Toezicht

10.2. Beoordelingsmethode

Hercertificatie kan als volgt worden ingevuld:

11.2. Beoordelingsmethode

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

Deel II: Normen

Theorie

11. Hercertificatie

12. Het certificaat

Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7

6. Toezicht

1. Inleiding

Inleiding

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

6.2. Frequentie van toezicht

8. Entreecriteria

Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

12. Het certificaat

3.1. Beschrijving schema

4.3. Certificatiebeslissing

5.4.1. Beslotenheid van examens

7. Onderwerp van certificatie

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

3. Werkveldspecifieke kenmerken

3.2. Actieve partijen

5.4. Eisen te stellen aan het examen

4.9. Norminterpretatie

4.9. Norminterpretatie

5.4.1. Beslotenheid van examens

5.4.1. Beslotenheid van examens

6.5. Maatregelen

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

4.1. Doelstelling

4.6. Klachtenregeling

4.9. Norminterpretatie

Inleiding

5.1. Doelstelling

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

6.1. Medewerking aan toezicht

Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan. De CKI dient voor verstrekking van een certificaat bij het centraal registratiesysteem te verifiëren of er geen sprake is van een intrekking met de daaraan gekoppelde wachtperiode.

Deel II: Normen

Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling

9. Eindtermen

11. Hercertificatie

3. Werkveldspecifieke kenmerken

3.1. Beschrijving schema

4. Certificatiereglement

4.1. Doelstelling

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder.

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

Criteria

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Grote Funderingsmachine

3. Werkveldspecifieke kenmerken

1. Inleiding

Stalen buizen, staalprofielen en damwanden hijsen

Inleiding

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

5.1. Doelstelling

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

11.2. Beoordelingsmethode

12. Het certificaat

7. Onderwerp van certificatie

11.2. Beoordelingsmethode

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

3. Werkveldspecifieke kenmerken

3.1. Beschrijving schema

3. Werken in bestaande gebouwen

Klachten over de CKI

5.2. De exameninstelling

5.4. Eisen te stellen aan het examen

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)

Deel II: Normen

9. Eindtermen

Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling

1. Inleiding

Het positioneren van een paal onder de funderingsmachine

4.1. Doelstelling

Inleiding

Werkwijze

4.8. Register voor vakbekwaamheid

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

5.4.1. Beslotenheid van examens

6. Toezicht

8. Entreecriteria

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

10.3. Cesuur

11. Hercertificatie

11.1. Toetstermen hercertificatie

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd

6. Toezicht

6.5.1. Schorsing

12. Certificaat

De risico’s bij het verrichten van duikwerkzaamheden liggen op het gebied van:

6.5. Maatregelen

8. Entreecriteria

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

8.4.4. Opleidingscurriculum B1 (SSE tot en met 15 meter/max duiktijd 60 min)

5.4.2. Algemene regels

11.1. Toetstermen voor hercertificatie

9.1. Algemeen

6.5.1. Schorsing

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat

7.2. Dekking eind- en toetstermen

6. Toezicht

9. Eindtermen

Bestuursrechter

4.3. Certificatiebeslissing

6.3.4. Beoordeling naar aanleiding van klachten

Bijlage XIIIc. , behorend bij artikel 4.27

Artikel 1. Definities en afkortingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • Aanvrager: een persoon die bij een certificerende instelling een aanvraag doet voor het afgeven van een certificaat van vakbekwaamheid;
  • Certificerende instelling procescertificatie: een certificerende instelling als bedoeld in artikel 4.27, onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenregeling;
  • DAV-1: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 1;
  • DAV-2: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 2;
  • DTA: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig toezichthouder asbestverwijdering;
  • Eindtermen: een omschrijving van het geheel aan kennis, ervaring, attitude en praktische vaardigheden van een specifiek vakbekwaamheidgebied ten behoeve van het toetsen van een aanvrager;
  • Entreecriteria: criteria, zoals opleiding en werkervaring, waaraan de aanvrager voldoet om toegelaten te worden tot de certificatieprocedure;
  • Fatale fout: een handeling tijdens het praktijkexamen die kan leiden tot blootstelling aan asbest en daardoor gevaar kan opleveren voor de kandidaat of de omgeving;
  • Itembank: een door de beheerstichting beheerd totaalbestand van vragen en opdrachten ten behoeve van het examen;
  • NEN-EN-ISO/IEC 17024: algemene eisen voor instellingen die certificatie van personen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden in 2012;
  • Toetsterm: een omschrijving van een eindterm of een element van een eindterm in de vorm van een kennisaspect, een vaardigheid of de attitude zodanig dat deze toetsbaar is.
Artikel 2. Uitwerking eisen

De eisen in NEN-EN-ISO/IEC 17024 zijn onverkort van toepassing voor het verlenen van een certificaat overeenkomstig deze bijlage en worden in deze bijlage nader uitgewerkt.

Artikel 3. Certificatieprocedure
1.

De certificerende instelling is verantwoordelijk voor de afgifte van een persoonscertificaat en draagt zorg voor de uitvoering van de volgende werkzaamheden:

  • a. fase 1: examineren van de kandidaat met onderscheid in theorie en praktijkexamen;
  • b. fase 2: beoordelen van de examenresultaten van de kandidaat;
  • c. fase 3: beslissen omtrent verlening, en eventueel intrekking, van het certificaat.
2.

De in het eerste lid, onder a, bedoelde werkzaamheden kunnen worden uitbesteed aan een exameninstelling, mits de certificerende instelling een overeenkomst met deze exameninstelling heeft afgesloten en hiervan een afschrift heeft verstrekt aan de beheerstichting. De certificerende instelling blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van het examen.

3.

De werkwijze voor certificatie wordt de certificerende instelling in een certificatieprocedure vastgelegd. Deze certificatieprocedure bevat ten minste de volgende elementen:

  • a. de wijze van controle op de entreecriteria;
  • b. de wijze van registratie van de gegevens van de kandidaat;
  • c. de wijze en frequentie van het doorgegeven van mutaties ten behoeve van het certificaatregister;
  • d. de verplichting tot het gebruik van de itembank welke wordt beheerd door de beheerstichting;
  • e. de wijze van omgaan met de examenopgaven en de maatregelen die genomen worden om de vertrouwelijkheid van deze gegevens te waarborgen;
  • f. de verplichting om interpretatieverschillen met betrekking tot vragen of opdrachten uit de itembank voor te leggen aan de beheerstichting;
  • g. de wijze van beoordeling van de examenresultaten door de beoordelaar;
  • h. de wijze van beslissing tot verlening, weigering of intrekking van een certificaat; en
  • i. eisen en wijze van beoordeling ten aanzien van de erkenning van buitenlandse certificaten.
4.

De certificerende instelling controleert vooraf of de kandidaat reeds een certificaat heeft gehad bij een andere certificerende instelling en of dit certificaat is geschorst of ingetrokken. Indien het certificaat in een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag is geschorst of ingetrokken, accepteert de certificerende instelling de aanvraag niet en verwijst de kandidaat terug naar zijn oorspronkelijke certificerende instelling. De certificerende instelling beslist binnen vier weken nadat aan alle eisen is voldaan.

Artikel 4. Hercertificatie
1.

Voor hercertificatie gelden dezelfde procedures en eisen als voor initiële certificatie.

2.

Hercertificatie vindt plaats nadat het gehele praktijk- en theorie-examen met goed gevolg is afgelegd.

3.

Indien de positieve hercertificatiebeslissing valt binnen drie maanden voor de vervaldatum van het lopende certificaat, dan is deze vervaldatum tevens de ingangsdatum van het vervolgcertificaat.

4.

Indien de positieve hercertificatiebeslissing valt voor de drie maanden voorafgaand aan de vervaldatum van het lopende certificaat dan is de datum van de hercertificatiebeslissing de ingangsdatum van het vervolgcertificaat.

5.

Een nieuw certificaat wordt slechts verstrekt onder het gelijktijdig intrekken of ongeldig maken van het eerder afgegeven certificaat.

Artikel 5. Eisen aan het examen
1.

Het examen bestaat uit een praktijkexamen en een theorie-examen.

2.

De certificerende instelling beschikt over een examenreglement dat ten minste de volgende elementen bevat:

  • a. de wijze waarop de deelname en oproep worden bevestigd;
  • b. de wijze van identificatie van de deelnemers;
  • c. een regeling inzake toelating en afwezigheid;
  • d. de wijze van examinering;
  • e. gedragsregels voor kandidaten;
  • f. een regeling inzake alternatieven voor het theorie-examen;
  • g. de wijze van bekendmaking van de uitslag door de certificerende instelling aan de kandidaat;
  • h. een regeling inzake het vaststellen van de bewaartermijn van de examendocumenten zoals uitwerkingen en beoordelingsformulieren; en
  • i. een regeling inzake het inzagerecht.
3.

De vragen en opdrachten voor het examen worden ontleend aan de itembank die wordt beheerd door de beheerstichting.

4.

De certificerende instelling informeert de kandidaat over de kosten van het examen.

Artikel 6. Algemene eisen theorie-examen

Het theorie-examen wordt in de Nederlandse taal afgenomen waarbij de tekst van de vragen op papier of in elektronische vorm kan worden aangeboden.

Artikel 7. Alternatieven voor theorie-examen
1.

De volgende alternatieve wijzen voor het afnemen van een theorie-examen worden onderscheiden:

  • a. een voorleesexamen door middel van een geluidsdrager; of
  • b. een verlengd examen.
2.

Een voorleesexamen kan alleen en onder de in het zesde lid opgenomen voorwaarden worden afgenomen bij een DAV-1 of DAV-2 kandidaat, maar niet bij DTA kandidaten. Een voorleesexamen wordt door de beheerstichting beschikbaar gesteld.

3.

Een verlengd examen kan alleen worden afgenomen bij kandidaten die een door een psycholoog of orthopedagoog afgegeven dyslexieverklaring kunnen overleggen.

4.

Een kandidaat richt een schriftelijk verzoek voor het mogen afleggen van een alternatief theorie-examen aan de certificerende instelling.

5.

Voor een alternatief theorie-examen kunnen hogere kosten in rekening worden gebracht. De kandidaat wordt over deze kosten vooraf geïnformeerd door de certificerende instelling.

6.

Bij een voorleesexamen geldt het volgende:

  • a. de toezichthouder instrueert de kandidaat;
  • b. de kandidaat krijgt het examen aangeboden op een geluidsdrager of computer en kan zelf vragen opnieuw afspelen binnen de beschikbare tijd;
  • c. de kandidaat duidt en noteert zelf het antwoord, en
  • d. de beschikbare tijd is gelijk aan die voor het reguliere examen.
7.

Voor een verlengd examen is de beschikbare tijd 150% van de reguliere maximale examenduur.

Artikel 8. Algemene eisen praktijkexamen
1.

De locatie van het praktijkexamen is geschikt voor het afnemen van de betreffende praktijkexamens.

2.

Tijdens het praktijkexamen wordt gecommuniceerd in de Nederlandse taal.

Artikel 9. Medewerking aan controles door certificerende instelling procescertificaat
1.

De certificaathouder verleent desgevraagd medewerking aan controles van een certificerende instelling procescertificatie, voor zover het een controle betreft van een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf waarvoor de certificaathouder werkzaamheden verricht.

2.

Indien een certificerende instelling procescertificatie met betrekking tot het functioneren van een certificaathouder DTA of DAV-1 of DAV-2 afwijkingen constateert van hetgeen is voorgeschreven in deze bijlage en dit rapporteert aan de certificerende instelling die het betreffende persoonscertificaat heeft afgegeven, dan onderzoekt de laatstbedoelde certificerende instelling deze melding en gaat deze zo nodig over tot het opleggen van sancties jegens de betreffende certificaathouder.

Artikel 10. Toezicht door toezichthoudende overheidsinstelling
1.

Indien een toezichthoudende overheidsinstelling, waaronder in ieder geval begrepen de Inspectie SZW, met betrekking tot het functioneren van een certificaathouder DTA of DAV-1 of DAV-2 afwijkingen constateert van hetgeen is voorgeschreven in deze bijlage en dit rapporteert aan de certificerende instelling die het betreffende persoonscertificaat heeft afgegeven, dan onderzoekt de laatstbedoelde instelling deze melding en gaat deze zo nodig over tot het opleggen van sancties jegens de betreffende certificaathouder. Indien de certificerende instelling besluit dit niet te doen, legt zij dit besluit inclusief de onderbouwing daarvan schriftelijk vast en zorgt zij voor een deugdelijke archivering hiervan.

2.

Indien de toezichthoudende overheidsinstelling daarom verzoekt, wordt deze door de certificerende instelling schriftelijk geïnformeerd over haar besluit en over de redenen die aan dat besluit ten grondslag liggen.

Artikel 11. Meldingen inzake gedragingen certificaathouder
1.

Indien de certificerende instelling een melding ontvangt over gedragingen van een certificaathouder anders dan op basis van artikel 9 of artikel 10, beoordeelt de certificerende instelling of sprake is van een afwijking van de eisen en of die afwijking toe te rekenen is aan de certificaathouder.

2.

De certificerende instelling meldt schriftelijk aan degene die de melding gedaan heeft of naar haar oordeel sprake was van een afwijking en deze heeft geleid tot oplegging van een sanctie.

Artikel 12. Onderzoek inzake vermeende afwijkingen door certificaathouder
1.

De certificerende instelling onderzoekt naar aanleiding van een melding van een certificerende instelling voor het Procescertificaat Asbestverwijdering dan wel van een toezichthoudende overheidsinstelling, of een certificaathouder niet voldoet of voldaan heeft aan of één meer bepalingen opgenomen in bijlage 1 en daarmee sprake is van een of meer afwijkingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)