Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 454
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
  • het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
  • het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen en het verwijderen van de als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c of andere verplaatsbare mijnbouwinstallatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d;
  • B. het addendum gebruik:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
  • het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
  • het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
  • C. het addendum grote wijzigingen:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
  • het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van de procedure en de beheersmaatregelen gedurende de constructieactiviteiten; en
  • het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.

Bijlage VIII. behorend bij artikel 3.14

De informatie met betrekking tot het noodplan, bedoeld in artikel 3.14, betreft:

  • a. een beschrijving van de organisatiestructuur van de werkgever en de en verantwoordelijke personen in geval van nood alsmede een overzicht van hun taken en bevoegdheden;
  • b. een beschrijving van de organisatie van de personen belast met het gebruik van en het geoefend zijn in het gebruik van evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen alsmede de personen belast met speciale taken bij het evacueren en redden van personen op een mijnbouwinstallatie;
  • c. de wijze van alarmering;
  • d. de regeling van de hulpverlening;
  • e. het aantal, soort en type evacuatie-, ontsnappings-, en reddingsmiddelen, alsmede de persoonlijke reddingsmiddelen die op de mijnbouwinstallatie in gebruik zijn;
  • f. de criteria voor de capaciteit van bijstandschepen en helikopters, inclusief de reactietijd daarvan;
  • g. het aantal personen, dat ervaren is in het gebruik van het materieel, bedoeld in onderdeel e en f van deze bijlage;
  • h. een schematische overzichtstekening waarop de evacuatie-, ontsnappings- en reddingsmiddelen op de mijnbouwinstallatie zijn aangegeven;
  • i. het soort en de frequentie van de te houden oefeningen;
  • j. de te nemen maatregelen ter verzekering van de veiligheid en gezondheid van met reddingswerk belaste personen, met name met het oog op de aan het verrichten van reddingswerk in een atmosfeer, waarin verstikkende of giftige gassen aanwezig zijn, of in een met radioactieve stoffen besmette atmosfeer verbonden gevaren.

Bijlage IX. behorend bij artikel 4.1, onder t

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 10

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • De ladingtanks zijn gesloten.

Ligplaats

Niet aan de werf of het reparatiebedrijf.

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur tenminste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 11

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • De ladingtanks zijn gesloten en verzegeld.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Echter alleen naar een veilige ligplaats (= een ligplaats waar binnen een afstand van 25 meter van de ladingzone geen vuur aanwezig is of naar redelijke verwachting kan ontstaan).

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1

Toestand van de ladingzone

  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
  • Een gedeelte van de ladingzone is aangemerkt als zijnde veilig voor mensen en veilig voor vuur.

In het laatste geval is de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 een voorloper van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2.

Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2

Toestand van de ladingzone

  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
  • Een gedeelte van de ladingzone is zowel veilig voor mensen als veilig voor vuur.

De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien gebleken is dat de ruimten waarin met vuur moet worden gewerkt veilig voor mensen en veilig voor vuur zijn gebleven, terwijl ook in de toestand van de andere ruimten binnen de ladingzone geen wijziging mag zijn opgetreden.

Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk boven of buiten de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.

Aangezien echter de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 de voorloper is van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 zal men er voor zorg moeten dragen dat de gehele ladingzone veilig voor vuur is. De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Deze vastgestelde toestand is ongewijzigd gebleven na de uitreiking van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1. Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur in, boven en buiten de gehele ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 20

Toestand van de ladingzone

  • De ladingzone is geheel of gedeeltelijk veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur in besloten ruimten buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur boven en buiten de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur in de gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 31

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur buiten of boven de ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 32

Toestand van de ladingzone

  • Een gedeelte van de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Een gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Het resterende gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur buiten of boven de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 33

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur in, boven of buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30

Toestand van de ladingzone

  • De K3-ruimten buiten de ladingzone zijn veilig voor vuur.

De toestand van de ruimten binnen de ladingzone wordt op deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring niet opgenomen.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur in K3-ruimten buiten de ladingzone.

De Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 is een zogenaamde “Combinatie Veiligheids- en gezondheidsverklaring”. Dat betekent, dat een Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 nooit alleen afgegeven mag worden. Altijd zal dit moeten gebeuren in combinatie met een Veiligheids- en gezondheidsverklaring, welke de toestand van de ladingzone aangeeft.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4

Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring is bedoeld om een Veiligheids- en gezondheidsverklaring welke zijn geldigheid heeft verloren weer geldig te maken

Toestand van de ladingzone

De toestand van de ladingzone is gelijk aan de toestand zoals die vermeld wordt op de Veiligheids- en gezondheidsverklaring die door het uitreiken van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4 zijn geldigheid herkrijgt.

De modellen, bedoeld in deze bijlage, liggen ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage X. behorend bij artikel 4.16 van de Arbeidsomstandighedenregeling

4.7.1. Inleiding

4.7. Bezwaarprocedure

4.7.2. Werkwijze

5.2. Uitvoering van het examen

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

6. Toezicht

Lijst van wettelijke grenswaarden op grond van de artikelen 4.3, eerste lid, en 4.16, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit

6.3. Uitvoering van het toezicht

6.3.2. Beoordeling van een praktijkverrichting

Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f

6.4. Verslag van bevindingen

6.5.3. Weigering

10.2. Beoordelingsmethode

10.1. Toetstermen

10.3. Uitslagregel van het examen

11.2. Beoordelingsmethode

12. Certificaat

3.1. Algemeen

3.3. Actieve partijen

3.3. Actieve partijen

4.5. Geldigheidscondities

4.6.3. Klachtenregeling

4.7. Bezwaarprocedure

4.7.4. Beslissing op het bezwaarschrift

5.1. Algemeen

6. Toezicht

6.4. Verslag van bevindingen

6.5.2. Intrekking

9. Eindtermen

10.1. Toetstermen

13. Geldigheidscondities

3.1. Algemeen

4.7.5. Bestuursrechter

Bijlage XIIa. behorend bij artikel 4.17b

6.6. Melding aan de Inspectie SZW

8. Entreecriteria

Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.18

De grenswaarde voor een gevaarlijke stof geldt in beginsel alleen voor blootstelling aan de stof in zuivere vorm en is niet zonder meer van toepassing indien de stof een bestanddeel is van een mengsel van stoffen, waaraan blootstelling plaatsvindt of kan plaatsvinden.

Het is mogelijk dat het gezondheidkundige gevolg van een dergelijk mengsel de som is van de afzonderlijke stoffen. Hiervan is sprake bij een mengsel van verschillende organische oplosmiddelen. Het is ook mogelijk dat bij een gecombineerde blootstelling het gezondheidkundige gevolg van de afzonderlijke stoffen aanzienlijk worden versterkt of verminderd.

Indien de verschillende stoffen in een mengsel afzonderlijk hetzelfde gezondheidkundige gevolg hebben op hetzelfde orgaansysteem, wordt de beoordeling van het risico van blootstelling aan de voor elk van die stoffen vastgestelde grenswaarde als volgt uitgevoerd:

De som van alle afzonderlijke blootstellingconcentraties als fractie van de afzonderlijke grenswaarden, is kleiner dan één. Of te wel:

10.3. Cesuur van het examen

Paragraaf 6.1. Medewerking aan toezicht

Paragraaf 6.5.3. Weigering

Hoofdstuk 7. Onderwerp van de certificatie en categorieën van duikarbeid

Paragraaf 8.4.1. Opleidingscurriculum A1 SCUBA (geconditioneerde omstandigheden)

Paragraaf 8.4.6. Opleidingscurriculum B2 SSE (tot en met 30 meter)

Paragraaf 8.4.7. Opleidingscurriculum B3 SSE (tot 50 meter)

Paragraaf 8.4.9. Opleidingscurriculum C Gesloten duikklok (met ademgas)

Paragraaf 8.5. Algemene eisen duiklogboek

Hoofdstuk 10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie

Paragraaf 11.1. Toetscriteria voor hercertificatie

Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.18

De grenswaarde voor een gevaarlijke stof geldt in beginsel alleen voor blootstelling aan de stof in zuivere vorm en is niet zonder meer van toepassing indien de stof een bestanddeel is van een mengsel van stoffen, waaraan blootstelling plaatsvindt of kan plaatsvinden.

Het is mogelijk dat het gezondheidkundige gevolg van een dergelijk mengsel de som is van de afzonderlijke stoffen. Hiervan is sprake bij een mengsel van verschillende organische oplosmiddelen. Het is ook mogelijk dat bij een gecombineerde blootstelling het gezondheidkundige gevolg van de afzonderlijke stoffen aanzienlijk worden versterkt of verminderd.

Indien de verschillende stoffen in een mengsel afzonderlijk hetzelfde gezondheidkundige gevolg hebben op hetzelfde orgaansysteem, wordt de beoordeling van het risico van blootstelling aan de voor elk van die stoffen vastgestelde grenswaarde als volgt uitgevoerd:

De som van alle afzonderlijke blootstellingconcentraties als fractie van de afzonderlijke grenswaarden, is kleiner dan één. Of te wel:

Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.18

De grenswaarde voor een gevaarlijke stof geldt in beginsel alleen voor blootstelling aan de stof in zuivere vorm en is niet zonder meer van toepassing indien de stof een bestanddeel is van een mengsel van stoffen, waaraan blootstelling plaatsvindt of kan plaatsvinden.

Het is mogelijk dat het gezondheidkundige gevolg van een dergelijk mengsel de som is van de afzonderlijke stoffen. Hiervan is sprake bij een mengsel van verschillende organische oplosmiddelen. Het is ook mogelijk dat bij een gecombineerde blootstelling het gezondheidkundige gevolg van de afzonderlijke stoffen aanzienlijk worden versterkt of verminderd.

Indien de verschillende stoffen in een mengsel afzonderlijk hetzelfde gezondheidkundige gevolg hebben op hetzelfde orgaansysteem, wordt de beoordeling van het risico van blootstelling aan de voor elk van die stoffen vastgestelde grenswaarde als volgt uitgevoerd:

De som van alle afzonderlijke blootstellingconcentraties als fractie van de afzonderlijke grenswaarden, is kleiner dan één. Of te wel:

2. Definities

Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28

4.3. Certificatiebeslissing

4.5. Geldigheidscondities

6.5.2. Intrekking

4.7.1. Inleiding

6.3. Uitvoering van het toezicht

6.5.3. Weigering

10.3. Uitslagregel van het examen

11. Hercertificatie

1. Inleiding

4. Certificatiereglement

4.5. Geldigheidscondities

4.5. Geldigheidscondities

4.6. Klachtenregeling

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Algemeen:

5.2. Uitvoering van het examen

5.4.2. Algemene regels

6.3.3. Beoordeling van een praktijkverrichting

6.5. Maatregelen

6.5.2. Intrekking

6.5.3. Weigering

6.6. Melding aan de Inspectie SZW

7. Onderwerp van de certificatie

9. Eindtermen

9.2. Duikploegleider

10. Toetsmethodiek bij initiële certificatie

10.1.1. Duikploegleider

10.2. Beoordelingsmethode

11.3. Uitslagregel van de beoordeling

13. Geldigheidscondities

Paragraaf 8.4.3. Opleidingscurriculum A3 SCUBA (tot en met 30 meter)

Paragraaf 8.4.9. Opleidingscurriculum C Gesloten duikklok (met ademgas)

Hoofdstuk 9. Eindtermen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Paragraaf 10.1.3. C. Gesloten duikklok

Paragraaf 10.2.1. Beoordeling opleidingsportfolio

Praktijkexamen B4

In de omschrijving van de eind- en toetstermen wordt gesproken over elementaire kennis en uitgebreide kennis. Deze indicaties van het kennisniveau worden in dit certificatieschema als volgt geïnterpreteerd:

Document: WSCS-WOD-B

2. Definities

4. Certificatiereglement

4.2. Certificatieprocedure

De geldigheidsduur van het certificaat beperkt duikmedische begeleider (EHBO duikarbeid), duikmedisch begeleider (mad A) en uitgebreid duikmedisch begeleider (mad B) is op grond van de risicoanalyse twee kalenderjaren. De risico’s van de werkzaamheden worden beperkt door praktische bedrevenheid in de verrichtingen, vertrouwdheid met de werkomgeving en bekendheid met het functioneren van een duikploeg. Na vier jaar volgt de certificaathouder een herhalingsopleiding en moet opnieuw een theorie- en praktijkexamen afleggen. De herhalingsopleiding en examinering is noodzakelijk, omdat de vakbekwaamheid verrichtingen betreft die slechts in noodsituaties worden toegepast en waarin de certificaathouder normaliter geen praktijkervaring opdoet. Voor de uitgebreid duikmedisch begeleider (mad B) is de geldigheid op basis van andere wet en regelgeving beperkt tot 1 jaar vanwege de voorbehouden medische handelingen.

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

4.7. Bezwaarprocedure

4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding

5.4.2. Algemene regels

6.2. Frequentie van het toezicht

6.5. Maatregelen

6.6. Melding aan de Inspectie SZW

8. Entreecriteria

4.10. Aanvraag van het certificaat bij herintreding

De vakbekwaamheidseisen zijn weergegeven als eindtermen en worden in het volgende hoofdstuk uitgewerkt in toetstermen. In de omschrijving van de eind- en toetstermen wordt gesproken over elementaire kennis en uitgebreide kennis. Deze indicaties van het kennisniveau worden in dit certificatieschema als volgt geïnterpreteerd:

11. Hercertificatie

11.1. Toetstermen voor hercertificatie

11.2. Beoordelingsmethode

11.2.2. Hercertificatie uitgebreid duikmedische begeleider (WSCS-WOD-B-B3)

Op het certificaat moeten minimaal de volgende gegevens vermeld zijn:

Op het certificaat moeten minimaal de volgende gegevens vermeld zijn:

13. Geldigheidscondities

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Duikploegleider bij de brandweer

Document: WSCS-WOD-F

1. Inleiding

6.5.2. Intrekking

2. Definities

3.4. Risicoanalyse en afbreukcriteria

4.2. Certificatieprocedure

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

4.7. Bezwaarprocedure

4.7.2. Werkwijze

4.7.4. Beslissing op het bezwaarschrift

De CKI voert indien nodig tussentijdse controles uit. De CKI moet een certificaathouder in elk geval tussentijds controleren in de volgende situaties:

6.2. Frequentie van het toezicht

De kandidaat wordt toegelaten tot het certificatieproces ter verkrijging van het wettelijk vereiste persoonscertificaat duikploegleider, indien hij voldoet aan de volgende entreecriteria:

De leidinggevende ervaring van de kandidaat wordt beoordeeld aan de hand van gegevens uit het duikploegleiderlogboek, waarin ten minste melding wordt gemaakt van:

Voor de wijze van beoordelen van de toetstermen is het document ‘Proeve van vakbekwaamheid duikploegleider’ zoals vastgesteld door het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens (Nbbe) van toepassing.

INHOUD

Het beoordelen en aanwijzen van CKI’s voor persooncertificatie vindt plaats op basis van de NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012 en de eisen die gesteld worden aan de CKI op grond van aanwijzing (4.5). Hieronder volgt een werkveldspecifieke invulling van de NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012.

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

Document: WSCS-WOD-F

4.1.5. Onderaanneming

Paragraaf 9.6 van NEN-EN-ISO/IEC 17024: 2012 is niet van toepassing. In plaats daarvan geldt:

Deze incidenten kunnen worden voorkomen door:

4.6.1. Klachten over de CKI

4.1. Doelstelling

2. Examenprotocol

4.7.1. Inleiding

10.2.2. Theorie-examen SCUBA

6.3.2. Inzage in het duikploegleiderlogboek

6.4. Verslag van bevindingen

5.2. Praktijkexamen

6.5.2. Intrekking

6.1. Medewerking aan toezicht

8. Entreecriteria

5.2.4. specifiek materieel machinist autolaadkraan W4-04

6. Eisen t.a.v. de exameninstelling

10.3.1. Praktijkexamen

10.4. Cesuur van het examen

3.4. Risicoanalyse en afbreukcriteria

11.2.2. Beoordeling duikploegleiderlogboek en toetskaart

Bij één examenkandidaat kan worden volstaan met één examinator.

1. Inleiding

11.1. Toetstermen voor hercertificatie

11.2.2. Hercertificatie uitgebreid duikmedische begeleider (WSCS-WOD-B-B3)

11.3. Cesuur van de beoordeling

3. Werkveldspecifieke kenmerken

6. Maatregelen

Bijlage 1. TCVT reglement gebruik tcvt beeldmerk v-800

4.3. Certificatiebeslissing

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

4.6.2. Klachten over het bedrijf of de persoon

Werkwijze

Een toetsmatrijs geeft een duidelijke omschrijving van de exameninhoud in de vorm van een grove verdeling van de examenvragen over onderwerpen of groepen eindtermen. Hierin is het aantal toetsvragen af te lezen.

6.4. Verslag van bevindingen

8. Entreecriteria

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

10.2. Beoordelingsmethode

12. Het certificaat

10.3. Opbouw van het examen

10.4. Cesuur van het examen

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

Hijsen en aanslaan van lasten is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen, het hijs- en hefgereedschap en het aanslaan van lasten kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde machines en hijs- en hefgereedschappen enerzijds en gecertificeerde machinisten en hijsbegeleiders anderzijds, is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:

4.7.2. Werkwijze

4. Certificatiereglement

Het resultaat van zowel het theorie- als praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht.

De maximale geldigheidsduur van een persoonscertificaat is 5 jaar.

4.6. Klachtenregeling

5.2. Uitvoering van het examen

6.1. Medewerking aan toezicht

5. Examenreglement

6.3.4. Beoordeling naar aanleiding van klachten

4.6. Klachtenregeling

Bijlage 1. TCVT reglement gebruik tcvt beeldmerk v-800

6.5.2. Intrekking

Vormgeving en gebruik

6. Toezicht

Beslissing op het bezwaarschrift

Voor materieel en hijsmiddelen geldt dat het TCVT Goedkeuringssticker op een voor derden duidelijk zichtbare plaats is aangebracht.

10.3.1. Praktijkexamen

11.2.1. Algemeen

10.3. Cesuur

Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het origineel TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring te worden voorgelegd aan de certificatie-instelling. De ontvangst wordt binnen een kalenderweek bevestigd met een verklaring, waarmee opdrachtgevers kunnen worden geïnformeerd over de reden van de afwezigheid van het originele TCPR-boekje.

Het theorie-examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen op basis van de toetstermen zoals omschreven in punt 10.1. Het theorie-examen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De maximale tijd om het theorie-examen af te leggen bedraagt 90 minuten.

Werkveldspecifiek certificatieschema personen: voor het persoonscertificaat Machinist Mobiele Kraan

4.2. Certificatieprocedure

De kandidaat machinist mobiele kraan dient bij een CKI, in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in voor het persoonscertificaat machinist mobiele kraan. Vervolgens verstrekt de CKI alle relevante informatie over de gang van zaken bij het gehele certificatieproces.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

5.1. Algemeen

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

De CKI zal, bij het gegrond verklaren van het bezwaar, de beslissing herroepen en een nieuwe beslissing ter zake nemen.

Eerdere intrekking is mogelijk indien de certificaathouder tussentijds niet voldaan heeft aan de eisen t.a.v. de beheersing van de onder 9. genoemende eindtemrne (zie voor de voorwaarden 4.5).

6.3.1. Uitvoeringsplan

5.4. Eisen te stellen aan het examen

De examinering geschiedt onder verantwoordelijkheid van de certificatie-instelling en bestaat uit de volgende delen:

5.2. De exameninstelling

De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:

Bijlage XIIIc. behorend bij Artikel 4.27

1. Inleiding

De houder van het certificaat dient misbruik van het certificaat door derden tegen te gaan en vermissing van dit certificaat schriftelijk binnen 10 dagen aan de certificatie-instelling te melden. De houder van het certificaat machinist verticaal transport is verplicht veranderingen van woonplaats en huisadres schriftelijk te melden aan de certificatie-instelling. De houder van het certificaat machinist verticaal transport dient door derden tegen hem/haar ingediende klachten, die met de strekking van dit certificaat verband houden, te melden aan de certificatie-instelling die het betreffende certificaat heeft afgegeven.

4.1. Persoonscertificatie

3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico

In de bouw hijsen kraanmachinisten vaak onbekende en onstabiele lasten over grote groepen bouwvakkers heen en lossen ze de last in de directe nabijheid van personen die niets met de hijsactiviteit te maken hebben. De last wordt vaak aangeslagen door niet-deskundigen. De machinist draagt echter wel de verantwoordelijkheid voor het hijsen van de last. Met het hijsen op zich gaat vervolgens weinig fout, maar wel met de last (schuiven, vallen, haakbreuk etc.). Oorzaak van dit risico is het werken met onveilig materieel, ondeskundig personeel, tijdgebrek en het ontbreken van een hijsplan.

6.4. Verslag van bevindingen

4.1.10. Logo TCVT

4.2. Certificatieprocedure

De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de certificatie-instelling heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.

Werkveldspecifiek certificatieschema personen: voor het persoonscertificaat Machinist Mobiele Kraan

4.7. Bezwaarprocedure

4.8. Register voor vakbekwaamheid

De exameninstelling dient het examenreglement te hanteren. Hierin zijn de volgende zaken opgenomen:

4. Onjuist gebruik

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Voor het theorie-examen wordt door de exameninstelling een toezichthouder aangesteld.

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

8. Entreecriteria

De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:

Medewerkers van de certificatie-/exameninstelling dragen zorg voor de absolute geheimhouding van de examenopgaven, voor zover deze opgaven geen onderdeel uitmaken van een publieke norm. Verificatie en implementatie hiervan dient te geschieden door de certificatie-instelling. Medewerkers van de exameninstelling hebben een verklaring van geheimhouding ondertekend.

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten. Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC. Het praktijkexamen wordt in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen. De kandidaat moet tijdens het examen voldoende kunnen communiceren.

Criteria

Het theorie-examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen op basis van de toetstermen zoals omschreven in punt 10.1. Het theorie-examen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De maximale tijd om het theorie-examen af te leggen bedraagt 90 minuten. De maximale waardering voor de meerkeuzevragen is 50 punten (1 punt per goed antwoord). Een kandidaat is geslaagd indien hij 42 punten of meer heeft behaald. Het resultaat wordt in een voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Het praktijkexamen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De examenopdrachten moeten binnen 240 minuten worden uitgevoerd. De TCVT examinatoren-instructie bepaald de beoordeling van het praktijkexamen.

Bijlage XIIId. behorend bij Artikel 4.27

6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)

Hijsen en aanslaan van lasten is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen, het hijs- en hefgereedschap en het aanslaan van lasten kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde machines en hijs- en hefgereedschappen enerzijds en gecertificeerde machinisten en hijsbegeleiders anderzijds, is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot.

4.1.9. Gebruik van het beeldmerk

8. Entreecriteria

3. Werkveldspecifieke kenmerken

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Hijsen is een risicovolle beroepsactiviteit. Om het maatschappelijke belang – veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de vakbekwaamheid van machinist mobile kraan.

Klachten over de CKI

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

4.6. Klachtenregeling

Inleiding

Binnen het kader van dit werkveldspecifieke certificatieschema zijn actief:

Bij de aanvraag voor hercertificatie dient het originele TCPR-boekje met de daarin opgenomen registraties van de praktijkervaring en de scholing te worden voorgelegd aan de CKI. De ontvangst wordt binnen één kalenderweek bevestigd (deze bevestiging is een bewijs richting opdrachtgevers inzake de afwezigheid van het TCPR-boekje). De CKI controleert de registratie en toets of voldaan wordt aan de eisen van scholing en praktijkervaring. De aanvrager wordt hieromtrent binnen één kalenderweek geïnformeerd.

Indien er sprake is van een sanctie wordt dit aan de certificaathouder kenbaar gemaakt. Relevante informatie over de sanctie dient door de CKI ingebracht te worden in een centraal registratiesysteem. Deze meldingsplicht dient nauwkeurig uitgewerkt te worden, in verband met de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en de contractuele relatie tussen CKI en klant. Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. Bij het opleggen van een sanctie dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan. De CKI dient voor verstrekking van een certificaat bij het centraal registratiesysteem te verifiëren of er geen sprake is van een intrekking met de daaraan gekoppelde wachtperiode.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Deel II: Normen

8. Entreecriteria

11.2. Beoordelingsmethode

11.3. Censuur bij hercertificatie

Theorie

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

3.1. Beschrijving schema

3.2. Actieve partijen

Criteria

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

Theorie

Klachten over de CKI

Inleiding

11.1. Toetstermen hercertificatie

4. Certificatiereglement

Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

Examenpersoneel moet voldoen aan de algemene, vakinhoudelijke en onafhankelijkheidseisen van de CKI zoals opgenomen in competentieprofielen en andere relevante documenten. Het selectieproces moet garanderen dat examenpersoneel dat (een deel van) een examen afneemt ten minste voldoet aan de eisen zoals geformuleerd in het TCVT examenprotocol.

Werkwijze

Algemeen:

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

8. Entreecriteria

Het totale aantal vragen per toetsterm is onderstaand aangegeven.

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

Verklaring van codes:

Bijlage XIIIf. behorend bij Artikel 4.28

De kandidaat wordt ingelicht welk type machine hij kan verwachten.

5. Examenreglement

Deel II: Normen

Theorie

4. Certificatiereglement

Deze condities zijn:

4.1. Doelstelling

Klachten over de CKI

De certificatiebeslissing wordt genomen door een functionaris van de CKI die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures die de CKI heeft op grond van het werkveldspecifieke schema voor aanwijzing en toezicht.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

4.7. Bezwaarprocedure

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Klachten over het bedrijf of de persoon

5.1. Doelstelling

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid

5.4.1. Beslotenheid van examens

5.4.1. Beslotenheid van examens

Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a

Belastende situatie in de gebruiksfase Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht
Beschermingsmaatregel Maatregelen ter bescherming van de gezondheid
Bijzondere belastende omstandigheden Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting
C1–C5 Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden:
C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen.
C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen.
C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie
C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden
C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling
Dauwpunt De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak
Derivaten Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn
Droge ruimte Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd
Enige luchtvervuiling Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem
Hoge luchtvervuiling Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond
NEN 12944 ( NPR 7452) Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld.
Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt
Schone atmosfeer Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden
VOS Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen.

Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid

Groepen VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel
Spuitenreinigers 850 gr/liter
Oppervlaktereinigers 200 gr/liter
Washprimers 780 gr/liter
Primer surfacer, 540 gr/liter
1 of 2 component
Sealer 540 gr/liter
1-laags aflaksysteem 420 gr/liter
en chassiscoating
2-laagsaflaksysteem bestaande uit: 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter.
basiskleurlak en blanke lak
Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. 840 gr/liter
Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. 150 gr/liter

Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid

6.2. Frequentie van toezicht

7. Onderwerp van certificatie

Deel II: normen

8. Entreecriteria

10.1. Toetstermen

De corrector beoordeelt binnen de TCVT antwoord-macro’s en de gestelde termijn de uitwerkingen van de theorie-examens en verbindt hier een waardering aan volgens de methodiek zoals vastgelegd in het betreffende TCVT-certificatieschema.

10.2. Beoordelingsmethode

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

Het praktijkexamen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De examenopdrachten moeten binnen 240 minuten worden uitgevoerd. De TCVT examinatoren-instructie bepaald de beoordeling van het praktijkexamen. De volgende zaken komen op het praktijkexamen aan de orde:

11.1. Toetstermen hercertificatie

11.3. Controle op de registratie van de praktijkervaring bij hercertificatie

Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Grondverzetmachine met Hijsfunctie

Bij het uitleggen en verplaatsen van rijplaten en/of draglineschotten

7. Onderwerp van de certificatie

INHOUD

1. Inleiding

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Met het inhijsen van een op de grond liggende paal naar de verticale positie onder het blok zijn veiligheidsrisico’s gemoeid. De last kan door een verkeerde werkmethode of door het bezwijken van hijsgereedschap (om)vallen. Dit geldt zowel voor betonpalen als andere langwerpige funderingselementen die onder het heiblok worden geplaatst en die aan de bovenzijde uitsluitend door de muts worden omsloten.

4.5. Geldigheidscondities

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Klachten over het bedrijf of de persoon

Inleiding

4.8. Register voor vakbekwaamheid

5.4.1. Beslotenheid van examens

6.1. Medewerking aan toezicht

6.1. Medewerking aan toezicht

11.3. Cesuur van de beoordeling

Het praktijkexamen wordt uitsluitend verstrekt vanuit de TCVT-itembank. De examenopdrachten moeten binnen 240 minuten worden uitgevoerd. De TCVT examinatoren-instructie bepaald de beoordeling van het praktijkexamen. De volgende zaken komen op het praktijkexamen aan de orde:

6.4. Verslag van bevindingen

Verklaring van vraagcode:

13. Geldigheidscondities

11. Hercertificatie

10.1. Toetstermen

11. Hercertificatie

Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid

Onderstaand zijn de condities aangegeven voor de verwijdering uit het TCVT certificaatregister. Certificaathouders die niet voldoen aan de eisen die met het certificaat samenhangen, worden verwijderd uit het register van certificaathouders. De volgende redenen kunnen leiden tot verwijdering uit het register:

3.1. Beschrijving schema

Gegevens:

Tijdens het oprichten en strijken

4.7. Bezwaarprocedure

Voor het hijsen van stalen buizen, staalprofielen en damwanden zijn uitsluitend de onderstaande methoden toegestaan:

1. Stabiliteit funderingsmachine

Indien in dergelijke situaties de volgende maatregelen worden getroffen, kan het werken binnen het valbereik van funderingsmachines, maar ook het werken met hijskranen en mobiele kranen, waarbij gevaar door omvallen aanwezig is, tot een aanvaardbaar risico worden teruggebracht.

4.1. Doelstelling

6.2. Frequentie van het toezicht

4.5. Geldigheidscondities

6.4. Verslag van bevindingen

Voor de eerste afgifte van het wettelijk verplichte persoonscertificaat machinist autolaadkraan volgt onderstaand een opsomming van de eisen.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

5.1. Doelstelling

De exameninstelling dient het examenreglement te hanteren. Hierin zijn de volgende zaken opgenomen:

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

11. Hercertificatie

11.2. Beoordelingsmethode

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder.

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

6. Toezicht

6.2. Frequentie van toezicht

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

6.4. Verslag van bevindingen

6.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)

Criteria

Dit WSCS voor personen is door het CCvD-TCVT opgesteld. Het betreft certificatie van veilig hijsen door een machinist grote funderingsmachine. De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van funderings- en/of hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een funderingsmachine:

2. Definities

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

4.5. Geldigheidscondities

Het resultaat van zowel het theorie- als het praktijkexamen wordt in voldoende/onvoldoende tot uiting gebracht. Kandidaten die voor het onderdeel theorie of praktijk of beide onderdelen geen voldoende hebben behaald, hebben recht op een herexamen. Hierbij gelden de eisen zoals gesteld in artikel 4.2

Klachten over het bedrijf of de persoon

11.2. Beoordelingsmethode

Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid

Gedurende de looptijd gelden de volgende condities waar de certificaathouder zich aan moet houden. Indien niet voldaan wordt aan deze condities kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

4.9. Norminterpretatie

De gegevens (inclusief intrekking van het certificaat) van de deelnemer worden geregistreerd in het TCVT personenregister.

5. Examenreglement

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

1. Inleiding

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

3.1. Beschrijvingschema

3.2. Actieve partijen

3.3. Risicoanalyse en afbreukrisico

In verband met de stabiliteit van de machine en de beloopbaarheid door het personeel dienen de draglineschotten bij voorkeur aaneengesloten te liggen.

Het theorie-examen wordt schriftelijk en in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen aan een persoon van 18 jaar en ouder. Wanneer er gegronde redenen zijn voor een mondeling theorie-examen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld bij kandidaten die aantoonbaar dyslectisch zijn) kan de certificatie-instelling daartoe besluiten. Dit alternatief dient te voldoen aan dezelfde voorwaarden als het reguliere theorie-examen en het CEC dient hiermee in te stemmen. Het uitgeschreven mondelinge examen wordt afgenomen door een daartoe door de CKI aanvullend geautoriseerde examinator en een toezichthouder. Van deze alternatieve afname dient door de exameninstelling een registratie te worden bijgehouden met een (minimaal jaarlijkse) rapportage naar de CEC. Het praktijkexamen wordt in de Nederlandse taal afgenomen. Indien de kandidaat het Nederlands onvoldoende beheerst, kan een alternatief theorie-examen in de Duitse of Engelse taal worden afgenomen. Het certificaat wordt afgegeven conform de taal van het examen. De kandidaat moet tijdens het examen voldoende kunnen communiceren.

Volgens artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit dient bij iedere montage van een arbeidsmiddel, dus ook voor alle demontabele funderingsmachines, op een nieuwe locatie een (opstellings-)keuring uitgevoerd te worden door een deskundige. Een opstellingskeuring dient uitgevoerd te worden na iedere montage op een nieuwe locatie. Uitgangspunt daarbij is dat de machine, het hulpmaterieel en de uit te voeren werkzaamheden alsmede de bouwlocatie worden beoordeeld op een veilige uitvoering binnen de gestelde capaciteitseisen. Deze keuring kan worden uitgevoerd door een door de gebruiker aan te wijzen deskundige.

Als de machine niet als hijskraan is ingericht, is hijsen alleen toegestaan voor:

Deel II: Normen

Voor het hijsen van stalen buizen, staalprofielen en damwanden zijn uitsluitend de onderstaande methoden toegestaan:

7. Onderwerp van certificatie

Indien in dergelijke situaties de volgende maatregelen worden getroffen, kan het werken binnen het valbereik van funderingsmachines, maar ook het werken met hijskranen en mobiele kranen, waarbij gevaar door omvallen aanwezig is, tot een aanvaardbaar risico worden teruggebracht.

Praktijk

4.2. Certificatieprocedure

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

11. Hercertificatie

11.2. Beoordelingsmethode

Inleiding

Na een positief certificatie besluit ontvangt de kandidaat binnen 4 weken een TCVT-certificaat en een TCPR-boekje. Beide documenten zijn wettig bewijsmiddel.

Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het TCVT persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine

Van de toezichthouder wordt verwacht dat hij:

3. Werkveldspecifieke kenmerken

5.4. Eisen te stellen aan het examen

De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.

6.4. Verslag van bevindingen

De CKI is gehouden om haar bevindingen t.a.v. 6.2 aan de certificaathouder binnen twee kalenderweken kenbaar te maken.

Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze. Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij. De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident. Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

Elke eindterm wordt uitgewerkt in toetstermen. Deze toetstermen zijn in onderstaande schema’s geordend per eindterm.

Verklaring van codes:

4.9. Norminterpretatie

5. Examenreglement

10.3. Cesuur

11. Hercertificatie

5.1. Algemeen

Certificaathouders die niet voldoen aan de eisen die met het certificaat samenhangen, worden verwijderd uit het register van certificaathouders. De volgende redenen kunnen leiden tot verwijdering uit het register:

De CKI is gehouden om haar bevindingen t.a.v. 6.2 aan de certificaathouder binnen twee kalenderweken kenbaar te maken.

Criteria

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat voor vakbekwaamheid in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:

7. Onderwerp van certificatie

De kandidaat dient te voldoen aan de volgende entreecriteria:

9. Eindtermen

De kandidaat voldoet aan de volgende eindtermen en is dientengevolge vakbekwaam:

De kandidaat voldoet aan de volgende eindtermen en is dientengevolge vakbekwaam:

10. toetsmethodiek bij initiële certificatie

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

10.1.1. Duikarbeid verricht door de brandweer

Geldigheidsduur van het resultaat van het examen

11. Hercertificatie

Bij het praktijkexamen dient voor alle onderdelen een voldoende gehaald te worden. Elk onderdeel wordt beoordeeld aan de hand van een beoordelingsprotocol.

11. Hercertificatie

Bovendien zal de certificatie-instelling ongeacht of het een machinist als werknemer of als zelfstandige machinist betreft, bij de aanvraag voor hercertificatie, onaangekondigd een 5%-steekproefsgewijze controle uitvoeren op de betrouwbaarheid van de invulling van praktijkervaring. Voor de registratie van de praktijkervaring dient er een deugdelijke administratie gevoerd te worden. Deze dient minimaal 5 jaar beschikbaar te blijven.

12. Het certificaat

12. Het certificaat

13. Geldigheidscondities

De te certificeren vakbekwaamheid betreft het veilig uitvoeren van funderings- en/of hijswerkzaamheden op bouwplaatsen met een funderingsmachine:

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Hijsen is een risicovolle beroepsactiviteit. Om het maatschappelijke belang -veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid- te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de vakbekwaamheid van machinist mobile kraan.

Het WSCS-VT Machinist Grote Funderingsmachine is door TCVT voorgesteld en door het ministerie van SZW -inclusief eventuele aanpassingen- vastgesteld. De minister van SZW kan ook op eigen initiatief wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde schema vervangt eerdere versies.

Binnen het kader van dit werkveldspecifieke certificatieschema zijn actief:

Bij het in- en uithijsen van funderingselementen en/of grondstoffen

Tijdens het installeren of verwijderen van funderingselementen

Funderingsmachines hebben over het algemeen een hoogliggend zwaartepunt. De stabiliteit van deze machines wordt beïnvloed door verschillende factoren. Hierbij is de stabiliteit van de ondergrond in de eerste plaats van belang en dient deze volgens de bestaande methoden te worden bepaald.

4.1.6. Deskundigheid personeel

Gekeurde en gecertificeerde middelen waarmee een last aan een hijs- of hefwerktuig wordt bevestigd voor het hijsen of heffen van lasten. Voorbeelden van hijsgereedschappen zijn: sluitingen, kettingen, staaldraadstroppen, hijsbanden, hijsbalken en klemmen. Hijsbanden mogen worden toegepast in die gevallen waarbij voldoende afronding aanwezig is (zoals buizen) en waarbij voldoende wordt aangetoond dat geen overbelasting optreedt.

Het positioneren van een paal onder de funderingsmachine

De paaltakel moet het gewicht van de paal plus het gewicht van het heiblok en muts kunnen opnemen, tenzij er voorzieningen zijn die het optreden van deze belastingen voorkomen. In dat geval kan het heiblok op de paal worden afgezet en kan het gezamenlijke gewicht met de paaltakel worden beheerst. De wijze van stroppen en aanslaan luistert zeer nauw. Voor het vanuit de horizontale toestand hijsen van palen enz. naar de verticale positie onder het heiblok, het trilblok enz. is het gebruik van kettingen niet toegestaan.

Het positioneren van een paal onder de funderingsmachine

Hijsen van draglineschotten

De risico’s moeten worden onderkend, vastgelegd in een TRA (taak-/risicoanalyse), besproken met betrokkenen en dienovereenkomstige maatregelen (m.n. draagkrachtig werkniveau) worden genomen dat het risico van omvallen, aanstoten etc. tot bijna nihil wordt teruggebracht. Het funderingsbedrijf dient zijn personeel duidelijk te instrueren en de hiervoor genoemde risico’s en aanbevelingen ter voorkoming van gevaren vast te leggen in werkinstructies.

Indien in dergelijke situaties de volgende maatregelen worden getroffen, kan het werken binnen het valbereik van funderingsmachines, maar ook het werken met hijskranen en mobiele kranen, waarbij gevaar door omvallen aanwezig is, tot een aanvaardbaar risico worden teruggebracht.

4. Certificatiereglement

De kandidaat machinist grote funderingsmachine dient bij een CKI, in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in voor het persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine. Vervolgens verstrekt de CKI alle relevante informatie over de gang van zaken bij het gehele certificatieproces.

Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedures van aanvraag, de examinering, de wijze waarop de uitslag bekend gemaakt wordt en condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van een verzoek om herziening.

4.2. Certificatieprocedure

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat.

Klachten over de CKI

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Klachten over de CKI

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

Klachten over het bedrijf of de persoon

In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.

Wanneer iemand probeert een klacht telefonisch of mondeling te melden, wordt aan hem/haar gevraagd deze schriftelijk te verwoorden. Als een klacht schriftelijk binnenkomt wordt deze meteen naar de kwaliteitsmanager gebracht en indien de klachtafhandelaar duidelijk is krijgt hij/zij meteen een kopie van de klacht.

4. Onjuist gebruik

Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij.

De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident.

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

4.7. Bezwaarprocedure

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

Werkwijze

Algemeen:

Beslissing op het bezwaarschrift

Algemeen:

De CKI registreert de gegevens van de certificaathouder. Deze gegevens worden conform de overeenkomst met TCVT tenminste zo vaak als mutaties zich voordoen elektronisch verzonden aan Bureau TCVT ten behoeve van het TCVT Personenregister, dat wordt opgezet conform wettelijke bepalingen. Dit register is via internet toegankelijk gemaakt. De BHST is verantwoordelijk voor het beheer van het register.

4.8. Register voor vakbekwaamheid

De CKI registreert de gegevens van de certificaathouder. Deze gegevens worden conform de overeenkomst met TCVT tenminste zo vaak als mutaties zich voordoen elektronisch verzonden aan Bureau TCVT ten behoeve van het TCVT Personenregister, dat wordt opgezet conform wettelijke bepalingen. Dit register is via internet toegankelijk gemaakt. De BHST is verantwoordelijk voor het beheer van het register.

De CKI registreert de gegevens van de certificaathouder. Deze gegevens worden conform de overeenkomst met TCVT tenminste zo vaak als mutaties zich voordoen elektronisch verzonden aan Bureau TCVT ten behoeve van het TCVT Personenregister, dat wordt opgezet conform wettelijke bepalingen. Dit register is via internet toegankelijk gemaakt. De BHST is verantwoordelijk voor het beheer van het register.

De CKI registreert de gegevens van de certificaathouder. Deze gegevens worden conform de overeenkomst met TCVT tenminste zo vaak als mutaties zich voordoen elektronisch verzonden aan Bureau TCVT ten behoeve van het TCVT Personenregister, dat wordt opgezet conform wettelijke bepalingen. Dit register is via internet toegankelijk gemaakt. De BHST is verantwoordelijk voor het beheer van het register.

Dit reglement bevat bepalingen voor de voorbereiding, uitvoering en beoordeling van examens ten behoeve van het TCVT persoonscertificaat machinist grote funderingsmachine

Indien de exameninstelling geen organisatorisch onderdeel is van de CKI, hebben beide zich aan elkaar verbonden door middel van een overeenkomst. De CKI dient zich hierbij te houden aan artikel 4.5 ‘subcontracting’ van NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012. De CKI is verplicht aan de BHST te melden dat examens worden afgenomen door een externe exameninstelling en welke instelling het betreft.

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

Van de toezichthouder wordt verwacht dat hij:

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Duikploegleider bij de brandweer

De corrector beoordeelt binnen de TCVT antwoord-macro’s en de gestelde termijn de uitwerkingen van de theorie-examens en verbindt hier een waardering aan volgens de methodiek zoals vastgelegd in het betreffende TCVT-certificatieschema.

Voor het praktijkexamen wordt door de exameninstelling een examinator aangesteld.

Het examenpersoneel is onafhankelijk. Al het examenpersoneel tekent een verklaring waarin geheimhouding en onafhankelijkheid worden gegarandeerd en waarin zij verklaart geen werkzaamheden bij c.q. voor een opleider te verrichten. Zij verklaart zich onafhankelijk van de kandidaat en de eventuele opleider/werkgever van de kandidaat. Mocht tijdens het examen blijken dat er toch een relatie, van welke aard dan ook, bestaat tussen de kandidaat en het betreffende examenpersoneelslid, dan dient de examinator dit tijdig aan de exameninstelling te melden. Het is onder geen enkele voorwaarde toegestaan dat de betreffende examinator deze kandidaat examineert op straffe van ongeldigheid van het examen.

5.4.1. Beslotenheid van examens

5.4. Eisen te stellen aan het examen

5.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van examens

Het doel van het toezicht is om de vakbekwaamheid van gecertificeerd personeel te borgen. De CKI is verplicht te beoordelen of de certificaathouder voldoet aan de gestelde eisen. Afhankelijk van het onderwerp van certificatie, de periode van certificatie en de risicoanalyse wordt het toezicht ingevuld.

De certificaathouder is verplicht mee te werken aan toezicht door de CKI, het TCVT erkende opleidingsinstituut voor bijscholing, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW. In de overeenkomst tussen de CKI en de certificaathouder worden de hiertoe benodigde bepalingen opgenomen.

6.2. Frequentie van toezicht

Het TCVT erkende opleidingsinstituut beoordeelt op het moment van scholing (2 maal in een periode van 5 jaar) elk TCPR-boekje ten aanzien van de scholing en de praktijkervaring. Indien een certificaathouder niet meer voldoet aan de eisen, wordt de CKI hiervan binnen drie werkdagen in kennis gesteld.

6.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)