Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 454
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
    1. Het certificatiepersoneel verricht geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden of andere activiteiten van welke aard dan ook, in welke hoedanigheid dan ook, in opdracht van het opleidingsinstituut van de aanvrager of in opdracht van een met dat opleidingsinstituut gelieerde onderneming.
    1. Ieder lid van het certificatiepersoneel tekent een integriteitsverklaring waarin de betrokkene verklaart onafhankelijk te zullen optreden en handelen en zich te houden aan de in verband met de examens noodzakelijke geheimhouding.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een aandeelhouder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd aandeelhouder zijn bij:
  • a. een asbestverwijderingsbedrijf; of
  • b. een opleidinginstelling die opleidt voor het certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een bestuurder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd bestuurder zijn bij een asbestverwijderingsbedrijf.
    1. De certificerende instelling beschrijft haar juridische structuur, de bestuurlijke verhoudingen, de eigendomsverhoudingen, de personele invulling van het management, doel en aard van de onderneming en van haar dienstverlening.
    1. De in het zesde lid bedoelde beschrijving wordt door alle bestuurders ondertekend.
Artikel 8. Administratie in Nederlandse taal

De certificerende instelling gebruikt in haar administratie uitsluitend de Nederlandse taal.

Artikel 9. Jaarverslag van certificerende instelling

De certificerende instelling stelt op grond van artikel 1.5e, eerste lid, van het besluit een jaarverslag op waarin informatie wordt gegeven over de in artikel 1.1a van de regeling genoemde onderwerpen.

Artikel 10. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan minister bij beëindiging
    1. Een certificerende instelling die haar activiteiten als certificerende instelling geheel of gedeeltelijk beëindigt of voornemens is te beëindigen informeert de minister hierover zo spoedig mogelijk en volgt vervolgens de aanwijzingen van de minister op met betrekking tot overdracht van dossiers.
    1. Een certificerende instelling informeert de minister zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een ander werkveldspecifiek certificatieschema in het kader van de wet.
Artikel 11. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan RvA Inspectie SZW en certificaathouders
    1. De certificerende instelling verstrekt overeenkomstig artikel 1.5e, tweede lid, van het besluit desgevraagd informatie aan de Stichting Raad voor Accreditatie over onder meer de wijze waarop de certificerende instelling omgaat met:
  • a. de afhandeling van klachten;
  • b. de afhandeling van geconstateerde afwijkingen;
  • c. de verstrekking van certificaten en beoordeling naar aanleiding van klachten en meldingen; en
  • d. het uitvoeren van controles van certificaathouders qua frequentie, aard en duur.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW, de Stichting Raad voor Accreditatie en haar certificaathouders alsmede degenen die een aanvraag tot certificatie hebben ingediend wanneer zij voornemens is een of meer van haar taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW en de beheerstichting over individuele certificaathouders aan wie een sanctie is opgelegd.

Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a

Belastende situatie in de gebruiksfase Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht
Beschermingsmaatregel Maatregelen ter bescherming van de gezondheid
Bijzondere belastende omstandigheden Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting
C1–C5 Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden:
C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen.
C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen.
C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie
C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden
C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling
Dauwpunt De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak
Derivaten Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn
Droge ruimte Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd
Enige luchtvervuiling Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem
Hoge luchtvervuiling Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond
NEN 12944 ( NPR 7452) Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld.
Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt
Schone atmosfeer Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden
VOS Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen.

Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid

Groepen VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel
Spuitenreinigers 850 gr/liter
Oppervlaktereinigers 200 gr/liter
Washprimers 780 gr/liter
Primer surfacer, 540 gr/liter
1 of 2 component
Sealer 540 gr/liter
1-laags aflaksysteem 420 gr/liter
en chassiscoating
2-laagsaflaksysteem bestaande uit: 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter.
basiskleurlak en blanke lak
Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. 840 gr/liter
Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. 150 gr/liter

Bijlage XIV. behorende bij artikel 4.32a, derde lid, onderdeel a

Belastende situatie in de gebruiksfase Belastingen die een belangrijke toename in de corrosie veroorzaken en/of die hogere eisen stellen aan de prestaties van het verfsysteem nadat het is aangebracht
Beschermingsmaatregel Maatregelen ter bescherming van de gezondheid
Bijzondere belastende omstandigheden Situaties in de gebruikersfase die gelijktijdig een verhoogde kans op corrosie veroorzaken door bij voorbeeld gelijktijdig mechanische en chemische belasting
C1–C5 Corrosiesnelheden gekoppeld aan belastingen met voorbeelden:
C1 Verwarmde gebouwen met een schone atmosfeer b.v. kantoren, winkels, scholen, hotels, woningen.
C2 Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden b.v. depots, sporthallen.
C3 Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling b.v. Voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen zuivelindustrie
C4 Productiehallen of gebouwen met een permanente belasting of hoge condensatie b.v. chemische fabrieken, zwembaden
C5 Gebouwen met bijna permanente condensatie of een hoge vervuiling
Dauwpunt De temperatuur waaronder het vocht in de lucht zal condenseren op het oppervlak
Derivaten Afgeleide producten van minerale oliën of combinaties van producten waarin minerale oliën aanwezig zijn
Droge ruimte Een ruimte waarin de relatie luchtvochtigheid en temperatuur van dien aard is dat van een normale geaccepteerde leefomgeving kan worden gesproken, waarin verblijfomstandigheden voor langere duur zijn geaccepteerd
Enige luchtvervuiling Een vervuiling welke incidenteel dan wel permanent wordt gekenmerkt door een chemische verontreiniging welke invloed kan uitoefenen op de kwaliteit van het beschermende verfsysteem
Hoge luchtvervuiling Een vervuiling welke bijna permanent aanwezig is welke gezien de aanwezige chemische stoffen invloed hebben op het verfsysteem en direct negatieve invloed hebben, in corrosieve zin, op een metalen ondergrond
NEN 12944 ( NPR 7452) Norm die de bescherming van metalen door middel van verfsystemen behandelt. In deze norm vertegenwoordigen de aanduidingen C1 t/m C5 corrosiebelastingscategorieën. Aan deze categorie-indeling zijn nu ook vervangings- en beheersmaatregelen gekoppeld.
Onderdompeling langer dan 5 minuten per 24 uur Directe blootstelling aan een vloeistof, welke plaats vindt langer dan 5 minuten en die zoor zijn samenstelling directe deformatie van het beschermende verfsysteem veroorzaakt, dan wel omdat de vloeistof door het verfsysteem heen dringt en dan corrosie van de onderliggende metalen ondergrond veroorzaakt
Schone atmosfeer Een atmosfeer welke zich kenmerkt door zeer weinig of geen verontreiniging en welke gezien wordt als een normale situatie onder normale leefomstandigheden
VOS Vluchtige organische stof. Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.62a wordt hieronder verstaan: organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij 293,15 K (20°C) een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa, dan wel een overeenkomstige vluchtigheid bij de specifieke gebruiksomstandigheden. Blootstelling aan VOS kan schadelijk zijn voor de gezondheid. VOS moeten zoveel mogelijk worden vervangen. In gevallen waarin vervanging onmogelijk is, moeten beschermingsmaatregelen worden genomen.

Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid

Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid

Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd

Bijlage XIIIa. behorend bij artikel 4.27

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

Vervallen

Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28

Artikel 1. Definities en afkortingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • DAV: deskundig asbestverwijderaar;
  • DAV-1: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 1 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DAV-2: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 2 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DTA: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig toezichthouder asbestverwijdering overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • NEN-EN-ISO/IEC 17024: algemene eisen voor instellingen die certificatie van personen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden in 2012.
Artikel 2. Beoordeling en aanwijzing

Het beoordelen en aanwijzen van certificerende instellingen vindt plaats op basis van de normen gesteld in NEN-EN-ISO/IEC 17024 en de criteria, bedoeld in artikel 3, die gesteld worden aan de certificerende instelling op grond van de aanwijzing.

Artikel 3. Criteria voor aanwijzing
    1. Bij deze beoordeling wordt gelet op de volgende aspecten:
  • a. de aan te wijzen certificerende instelling en diens medewerkers die met werkzaamheden in het kader van de afgifte van certificaten zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit;
  • b. de certificerende instelling heeft een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt in een gedragscode en bestuurders en medewerkers tekenen een integriteitsverklaring en handelen overeenkomstig dat integriteitsbeleid;
  • c. de certificerende instelling treedt integer op en handelt binnen haar bevoegdheden;
  • d. de aan te wijzen certificerende instelling heeft de volgende procedures op schrift gesteld:
Artikel 4. Aanvullende eisen aan een certificerende instelling
    1. Een certificerende instelling neemt deel aan het door het Centrale Commissie van Deskundigen georganiseerde harmonisatieoverleg.
    1. Een certificerende instelling voert de tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg vastgestelde en bekend gemaakte afspraken over de geharmoniseerde uitvoering van de certificatie-eisen uit.
    1. De certificerende instellingen melden het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan de andere certificerende instellingen die op hetzelfde werkveld werkzaam zijn.
    1. Afwijkingen worden geregistreerd door de certificerende instelling.
    1. Een certificerende instelling besteedt de afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing over de initiële certificatie en de hercertificatie niet uit aan derden.
Artikel 5. Overeenkomst certificerende instelling en beheerstichting
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt dat de certificerende instelling zich aansluit bij de door de beheerstichting ingestelde Centrale Commissie van Deskundigen en de daaronder ressorterende Centrale Examencommissie.
    1. Indien er meerdere certificerende instellingen zijn, kunnen deze instellingen overeenkomen dat zij gezamenlijk een vertegenwoordiger aanwijzen die de betreffende certificerende instellingen vertegenwoordigt bij de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. Indien er verschil van inzicht bestaat tussen een certificerende instelling en een certificaathouder over de interpretatie van bijlage XIIIc of de onderhavige bijlage, legt de certificerende instelling dit voor aan de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat:
  • a. de beheerstichting ten behoeve van het examen dat door de aanvrager van een certificaat wordt afgelegd, een itembank beheert waarin door de beheerstichting gegenereerde examenpakketten zijn opgenomen;
  • b. de beheerstichting en de certificerende instelling geen informatie aan derden verstrekken over de inhoud van de itembank, bedoeld in onderdeel a;
  • c. in afwijking van onderdeel b, de beheerstichting de Stichting Raad voor Accreditatie toegang verleent tot de itembank, bedoeld in onderdeel a, indien dat voor de beoordeling en tussentijdse controles van de certificerende instelling naar het oordeel van de Stichting Raad voor Accreditatie nodig is;
  • d. de beheerstichting er zorg voor draagt dat tekortkomingen in de itembank die tijdens de in onderdeel c genoemde beoordelingen en controles kunnen blijken, zo spoedig mogelijk worden opgelost zodat dit een positieve beoordeling van de certificerende instelling door de Stichting Raad voor Accreditatie niet in de weg kan staan.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan eisen bevatten inzake de procedures, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, van deze bijlage.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat de certificerende instelling de beheerstichting informeert zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.
Artikel 6. Eisen aan het certificatiepersoneel
    1. De certificerende instelling beschikt voor de verificatie van de competenties inzake kennis, kunde en houding van het certificatiepersoneel over een specifieke verificatiemethode.
    1. De certificerende instelling zet alleen competent personeel in.
    1. Een certificerende instelling beschikt over de volgende deskundigen:
  • a. een toezichthouder theorie-examen die zorg draagt voor de naleving en uitvoering van het examenreglement en de daarin opgenomen uitvoeringsvoorschriften voor het afnemen van het theorie-examen;
  • b. een examinator praktijkexamen DAV respectievelijk DTA die belast is met de vaststelling of, en in welke mate kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het praktijkexamen en die toeziet op de naleving en uitvoering van het examenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de exameneisen bij de afname van het praktijkexamen;
  • c. een beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen die binnen de door de certificerende instelling gestelde termijn de resultaten van theorie- en praktijkexamens beoordeelt op basis van de waarderingsmethodiek zoals vastgelegd in bijlage XIIIc; en
  • d. een certificaatbeslisser die de bevoegdheid heeft om certificatiebeslissingen te nemen.
    1. De in het derde lid bedoelde deskundigen voldoen aan de volgende algemene eisen:
  • a. zij zijn in staat zich in woord en geschrift doeltreffend in de Nederlandse taal uit te drukken;
  • b. zij kunnen onafhankelijk en zelfstandig handelen;
  • c. zij beschikken over voldoende communicatieve en contactuele vaardigheden voor de uitoefening van hun taken; en
  • d. zij hebben een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid, getekend in verband met geheimhouding, onafhankelijkheid van kandidaat en opleider en beslotenheid van de examens.
    1. Ten aanzien van een toezichthouder theorie-examen geldt tevens dat hij:
  • a. objectief en zonder vooroordelen kan examineren;
  • b. in staat is om tijdens een examen regelend en besluitvaardig op te treden;
  • c. op basis van een overeenkomst met de certificerende instelling werkzaam is.
    1. Ten aanzien van een examinator praktijkexamen DAV en DTA geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. voldoet aan alle eisen gesteld aan de toezichthouder theorie-examen;
  • b. in staat is te oordelen op basis van feiten en de beoordelingscriteria;
  • c. in staat is te verantwoorden hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en hij dat schriftelijk kan vastleggen;
  • d. gedegen kennis heeft van het certificatieschema zoals opgenomen als bijlage XIIIc bij de regeling;
  • e. aantoonbaar minimaal twee jaar relevante werkervaring heeft in het vakgebied; en
  • f. beschikt over een geldig DTA certificaat of het diploma Asbestdeskundige van de beheerstichting.
    1. Ten aanzien van de beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. actuele vakinhoudelijke kennis heeft van en inzicht in de werkzaamheden van de DAV en DTA;
  • b. gedegen kennis heeft het in bijlage XIIIc bij de regeling opgenomen certificatieschema;
  • c. de examenresultaten en het examenproces kan beoordelen;
  • d. niet betrokken is bij de directe afname van theorie-examens en praktijkexamens; en
  • e. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. Ten aanzien van de certificaatbeslisser geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. gedegen kennis heeft van het examenreglement;
  • b. gedegen kennis heeft van de NEN-EN-ISO/IEC 17024;
  • c. niet betrokken is bij de directe afname en de beoordeling van de resultaten van theorie-examen en praktijkexamen; en
  • d. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. De certificerende instelling houdt een register bij van het certificatiepersoneel en van hun inzet bij de examens.
    1. De certificerende instelling beschikt over persoonsdossiers van het certificatiepersoneel waarin ten minste zijn opgenomen:
  • a. een curriculum vitae;
  • b. een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid; en
  • c. beoordelingsformulieren en andere relevante, persoonsgebonden documenten.
Artikel 7. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid certificerende instelling
    1. De certificerende instelling en haar certificatiepersoneel handelt en treedt onpartijdig en onafhankelijk op en heeft geen belang bij de uitslag van een examen of het verlenen van een certificaat.
    1. Het certificatiepersoneel verricht geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden of andere activiteiten van welke aard dan ook, in welke hoedanigheid dan ook, in opdracht van het opleidingsinstituut van de aanvrager of in opdracht van een met dat opleidingsinstituut gelieerde onderneming.
    1. Ieder lid van het certificatiepersoneel tekent een integriteitsverklaring waarin de betrokkene verklaart onafhankelijk te zullen optreden en handelen en zich te houden aan de in verband met de examens noodzakelijke geheimhouding.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een aandeelhouder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd aandeelhouder zijn bij:
  • a. een asbestverwijderingsbedrijf; of
  • b. een opleidinginstelling die opleidt voor het certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een bestuurder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd bestuurder zijn bij een asbestverwijderingsbedrijf.
    1. De certificerende instelling beschrijft haar juridische structuur, de bestuurlijke verhoudingen, de eigendomsverhoudingen, de personele invulling van het management, doel en aard van de onderneming en van haar dienstverlening.
    1. De in het zesde lid bedoelde beschrijving wordt door alle bestuurders ondertekend.
Artikel 8. Administratie in Nederlandse taal

De certificerende instelling gebruikt in haar administratie uitsluitend de Nederlandse taal.

Artikel 9. Jaarverslag van certificerende instelling

De certificerende instelling stelt op grond van artikel 1.5e, eerste lid, van het besluit een jaarverslag op waarin informatie wordt gegeven over de in artikel 1.1a van de regeling genoemde onderwerpen.

Artikel 10. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan minister bij beëindiging
    1. Een certificerende instelling die haar activiteiten als certificerende instelling geheel of gedeeltelijk beëindigt of voornemens is te beëindigen informeert de minister hierover zo spoedig mogelijk en volgt vervolgens de aanwijzingen van de minister op met betrekking tot overdracht van dossiers.
    1. Een certificerende instelling informeert de minister zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een ander werkveldspecifiek certificatieschema in het kader van de wet.
Artikel 11. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan RvA Inspectie SZW en certificaathouders
    1. De certificerende instelling verstrekt overeenkomstig artikel 1.5e, tweede lid, van het besluit desgevraagd informatie aan de Stichting Raad voor Accreditatie over onder meer de wijze waarop de certificerende instelling omgaat met:
  • a. de afhandeling van klachten;
  • b. de afhandeling van geconstateerde afwijkingen;
  • c. de verstrekking van certificaten en beoordeling naar aanleiding van klachten en meldingen; en
  • d. het uitvoeren van controles van certificaathouders qua frequentie, aard en duur.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW, de Stichting Raad voor Accreditatie en haar certificaathouders alsmede degenen die een aanvraag tot certificatie hebben ingediend wanneer zij voornemens is een of meer van haar taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW en de beheerstichting over individuele certificaathouders aan wie een sanctie is opgelegd.

Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid

Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid

Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid

9.2. Duikploegleider

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

Vervallen

Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7

5.2.6. specifiek materieel machinist mobiele torenkraan W4-06

Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd

Bijlage VII. behorend bij artikel 3.9, onderdelen f en i

Het onderzoek, bedoeld in artikel 3.9, onderdelen f en i, met betrekking tot iedere als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c en iedere andere verplaatsbare installatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in of aan een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d betreft ten aanzien van:

  • A. het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik:
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het aantonen dat de opgeslagen hoeveelheid koolwaterstoffen geminimaliseerd is;
  • het aantonen van de doeltreffendheid van de geïnstalleerde systemen;
  • het aantonen dat het risico van brand, hittestraling, ontploffing en het vrijkomen van giftige gassen of dampen geminimaliseerd is;
  • het evalueren van definitieve berekeningen van overdruk ten gevolge van explosies;
  • het aantonen dat de veiligheidssystemen doeltreffend beschermd zijn;
  • het aantonen dat de algemene preventie principes in het ontwerp zijn meegenomen;
  • het aantonen dat de kans op binnentreden van rook of gas in de accommodatieruimten geminimaliseerd is;
  • het aantonen dat de kwaliteit van de in te ademen lucht in de accommodatieruimten is gewaarborgd;
  • het aantonen dat de evacuatie-, ontsnappings-, en reddingssystemen doeltreffend zijn;
  • het evalueren van de bestaande systemen van toezicht ten aanzien van de werkzaamheden;
  • het evalueren van de procedures voor het in gebruik nemen en het verwijderen van de als een geheel verplaatsbare mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel c of andere verplaatsbare mijnbouwinstallatie met behulp waarvan boorgaten worden geboord of werkzaamheden in een bestaand boorgat worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d;
  • B. het addendum gebruik:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het gedetailleerd ontwerp, opstarten en gebruik;
  • het nagaan of alle aanbevelingen uit doorlichtingen, inspecties of het onderzoek naar voorvallen, ongevallen en klachten zijn uitgevoerd; en
  • het nagaan of alle veranderingen, bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de verschillende doorlichtingen en inspecties op schrift zijn vastgelegd.
  • C. het addendum grote wijzigingen:
  • het beoordelen van de toepasbaarheid en, indien nodig, het herzien van het addendum gebruik;
  • het vaststellen van het soort, de kans, de gevolgen, de frequentie en de combinaties van gevaren en de daarmee samenhangende risico's;
  • het uitvoeren van een risico-analyse van de voorgestelde grote wijzigingen;
  • het evalueren van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van de procedure en de beheersmaatregelen gedurende de constructieactiviteiten; en
  • het aantonen van de doelgerichtheid en de doeltreffendheid van alle beheerssystemen.

TGG

6. Maatregelen

6. Maatregelen

2. Definities

4.2. Certificatieprocedure

Bijlage IIf. behorend bij Artikel 2.17

6.5.3. Weigering

3.1. Algemeen

10.1. Toetstermen

5.4.2. Algemene regels

6.2. Frequentie van het toezicht

6.1. Medewerking aan toezicht

Bijlage IX. behorend bij artikel 4.1, onder t

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 10

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • De ladingtanks zijn gesloten.

Ligplaats

Niet aan de werf of het reparatiebedrijf.

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur tenminste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 11

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • De ladingtanks zijn gesloten en verzegeld.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Echter alleen naar een veilige ligplaats (= een ligplaats waar binnen een afstand van 25 meter van de ladingzone geen vuur aanwezig is of naar redelijke verwachting kan ontstaan).

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1

Toestand van de ladingzone

  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
  • Een gedeelte van de ladingzone is aangemerkt als zijnde veilig voor mensen en veilig voor vuur.

In het laatste geval is de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 een voorloper van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2.

Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2

Toestand van de ladingzone

  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Een gedeelte van de ruimten binnen de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur
  • Een gedeelte van de ladingzone is zowel veilig voor mensen als veilig voor vuur.

De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/2 kan pas worden uitgereikt indien gebleken is dat de ruimten waarin met vuur moet worden gewerkt veilig voor mensen en veilig voor vuur zijn gebleven, terwijl ook in de toestand van de andere ruimten binnen de ladingzone geen wijziging mag zijn opgetreden.

Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 12/1.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf.

Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk boven of buiten de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.

Aangezien echter de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 de voorloper is van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 zal men er voor zorg moeten dragen dat de gehele ladingzone veilig voor vuur is. De Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2 kan pas worden uitgereikt indien sinds de uitreiking van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1 ten minste 6 uren zijn verstreken. In deze periode mag zich geen wijziging voordoen in de toestand van de gehele ladingzone.

Ligplaats

Het schip mag naar de werf of het reparatiebedrijf. Binnen de 25 meter van de ladingzone mag geen vuur aanwezig zijn of naar redelijke verwachting kunnen ontstaan.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur ten minste 25 meter buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/2

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Deze vastgestelde toestand is ongewijzigd gebleven na de uitreiking van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1. Daarnaast moeten er ten minste 6 uren verstreken zijn na het uitreiken van de bijbehorende Veiligheids- en gezondheidsverklaring 13/1.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur in, boven en buiten de gehele ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 20

Toestand van de ladingzone

  • De ladingzone is geheel of gedeeltelijk veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.
  • Werk met vuur in besloten ruimten buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur boven en buiten de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur in de gehele, of in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 31

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur buiten of boven de ladingzone echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 32

Toestand van de ladingzone

  • Een gedeelte van de ladingzone is niet veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Een gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en niet veilig voor vuur.
  • Het resterende gedeelte van de ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur buiten of boven de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur in een deel van de ladingzone. Het van toepassing zijn van aangegeven werkzaamheden is afhankelijk van de toestand van de ladingzone en wordt aan de hand van die toestand bepaald.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring 33

Toestand van de ladingzone

  • De gehele ladingzone is veilig voor mensen en veilig voor vuur.

Ligplaats

Het schip mag overal ligplaats nemen.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk buiten of boven de ladingzone en in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Koud werk in de gehele ladingzone.
  • Werk met vuur in, boven of buiten de ladingzone, echter niet in K3-ruimten buiten de ladingzone.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30

Toestand van de ladingzone

  • De K3-ruimten buiten de ladingzone zijn veilig voor vuur.

De toestand van de ruimten binnen de ladingzone wordt op deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring niet opgenomen.

Toegestane werkzaamheden

  • Koud werk in K3-ruimten buiten de ladingzone.
  • Werk met vuur in K3-ruimten buiten de ladingzone.

De Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 is een zogenaamde “Combinatie Veiligheids- en gezondheidsverklaring”. Dat betekent, dat een Veiligheids- en gezondheidsverklaring A/30 nooit alleen afgegeven mag worden. Altijd zal dit moeten gebeuren in combinatie met een Veiligheids- en gezondheidsverklaring, welke de toestand van de ladingzone aangeeft.

Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4

Deze Veiligheids- en gezondheidsverklaring is bedoeld om een Veiligheids- en gezondheidsverklaring welke zijn geldigheid heeft verloren weer geldig te maken

Toestand van de ladingzone

De toestand van de ladingzone is gelijk aan de toestand zoals die vermeld wordt op de Veiligheids- en gezondheidsverklaring die door het uitreiken van de Veiligheids- en gezondheidsverklaring A4 zijn geldigheid herkrijgt.

De modellen, bedoeld in deze bijlage, liggen ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage X. behorend bij artikel 4.16 van de Arbeidsomstandighedenregeling

Vervallen

Bijlage XI. behorend bij Artikel 4.17e

Vervallen

Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f

Vervallen

Bijlage XIIa. behorend bij artikel 4.17b

Bijlage XIIa. behorend bij artikel 4.17b

Hoofdstuk 2. Eisen

Hoofdstuk 4. Certificatieprocedure

Paragraaf 4.4. Geldigheidsduur van het certificaat

Bijlage XI. behorend bij Artikel 4.17e

Paragraaf 10.1. Toetscriteria

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

Inhoudsopgave

Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling

Vervallen

Bijlage XIIb. behorend bij artikel 4.17b

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Duikploegleider

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

Vervallen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)