Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 454
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

De certificerende instelling stelt binnen een week na ontvangst van een melding als bedoeld in het eerste lid, een onderzoek in.

3.

De certificerende instelling rondt het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, binnen twee weken af met het vaststellen van haar conclusie ter zake en indien die conclusie inhoudt dat sprake is van een of meer afwijkingen, de bepaling van de sanctie die zij overeenkomstig artikel 12a voornemens is te treffen.

4.

De certificerende instelling registreert de meldingen, bedoeld in het eerste lid, de conclusies van de verrichte onderzoeken en de sancties die zijn getroffen.

Artikel 13. Gegevens certificaat

De volgende gegevens worden op het certificaat in ieder geval vermeld:

  • a. naam en initialen van de certificaathouder;
  • b. geboortedatum en geboorteplaats van de certificaathouder;
  • c. het burgerservicenummer;
  • d. uniek en eenduidig documentnummer of certificaatnummer afgegeven door de beheerstichting;
  • e. naam van de certificerende instelling die het certificaat verleend heeft;
  • f. verwijzing naar de geldende normen waaraan getoetst is;
  • g. scope van het certificaat, inclusief de eisen die zijn opgenomen in de certificatieovereenkomst, bedoeld in artikel 14;
  • h. de ingangsdatum van het certificaat en de datum waarop het certificaat ophoudt geldig te zijn; en
  • i. een verklaring van de certificerende instelling dat de certificaathouder voldoet aan de eisen zoals vastgesteld in deze bijlage.
Artikel 14. Certificatieovereenkomst
1.

De certificaathouder en de certificerende instelling sluiten een certificatieovereenkomst waarin ten minste de in het tweede en derde lid genoemde verplichtingen van de certificaathouder respectievelijk de certificerende instelling zijn opgenomen.

2.

De certificaathouder:

  • a. blijft gedurende de looptijd van het certificaat voldoen aan de eisen uit deze bijlage;
  • b. verleent medewerking aan controles door de certificerende instelling;
  • c. legt bij een schorsing binnen vier weken na die schorsing opnieuw examen af waarbij bij goed gevolg de schorsing wordt opgeheven;
  • d. stuurt een ongeldig geworden certificaat terug aan de certificerende instelling, binnen 14 dagen na een aangetekend verzoek hiertoe; en
  • e. geeft wijzigingen door in zijn omstandigheden die voor het certificaat van belang kunnen zijn.
3.

De certificerende instelling:

  • a. informeert de beheerstichting over de afgifte van een certificaat nadat de kandidaat is geslaagd voor het examen en heeft voldaan aan de betalingsverplichtingen ten behoeve van het certificaatregister; en
  • b. besluit tot intrekking van het certificaat wanneer na een in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde schorsing niet met goed gevolg examen is afgelegd.
Artikel 15. Entreecriteria DAV-1
1.

De entreecriteria voor de certificaathouder DAV-1 houden in dat de aanvrager:

  • a. minimaal de leeftijd van 18 jaar heeft;
  • b. aantoonbaar minder dan twaalf maanden voor het afleggen van het examen een facefit-test heeft uitgevoerd;
  • c. de beschikking heeft over een masker van het juiste model en de goede maat; en
  • d. deel 1 van het online-instructieprogramma adembescherming heeft afgerond en dat kan aantonen.
2.

In aanvulling op het eerste lid geldt als entreecriterium dat in de voorgaande twaalf maanden geen certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA van de aanvrager is ingetrokken.

Artikel 19. Herexamen DAV-1
1.

Een kandidaat kan uiterlijk zes maanden na het behalen van een voldoende resultaat voor ofwel zijn praktijkexamen ofwel voor zijn theorie-examen herexamen doen voor het nog als onvoldoende gekwalificeerde examengedeelte theorie of praktijk.

2.

In de in het eerste lid bedoelde situatie kan de kandidaat maximaal twee maal een herexamen afleggen.

3.

Wanneer de kandidaat in de in het tweede lid bedoelde situatie niet geslaagd is na een herexamen, of na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, wordt zowel het theorie- als het praktijkexamen opnieuw afgelegd.

4.

Er is geen maximum verbonden aan het aantal af te leggen gecombineerde praktijk- en theorie-examens.

Artikel 20. Entreecriteria DAV-2
1.

De entreecriteria voor de certificaathouder DAV-2 houden in dat de aanvrager:

  • a. in bezit is van een DAV-certificaat dat is afgegeven voor 1 maart 2016;
  • b. in het bezit is of is geweest van een DAV-2 certificaat of van een DTA-certificaat; of.
  • c. in het bezit is van een DAV-1 certificaat dat geldig is op de datum waarop het examen wordt afgelegd of op dat tijdstip niet langer dan drie maanden verlopen is, waarbij de aanvrager het praktijkservaringsdeel in een bedrijf met het procescertificaat asbestverwijdering heeft uitgevoerd en dit aantoonbaar is:
  • 1°. door middel van tijdens de asbestverwijderingswerkzaamheden verkregen logboekregistraties van ten minste 120 pakuren, waarvan ten minste 30 in containment, gewerkt in ten minste 40 dagen, waarin ten minste 1 pakuur is gewerkt; en
  • 2°. door een volledig ingevulde DAV-1 opdrachtenset.
2.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat de aanvrager:

  • a. aantoonbaar minder dan twaalf maanden voor het afleggen van het examen een facefit-test heeft uitgevoerd;
  • b. beschikt over een masker van het juiste model en de goede maat; en
  • c. deel 2 van het online-instructieprogramma adembescherming heeft afgerond en dat kan aantonen.
3.

In aanvulling op het eerste en tweede lid geldt als entreecriterium dat in de voorgaande twaalf maanden geen certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA van de aanvrager is ingetrokken.

Artikel 22. Kerntaken, eindtermen en toetstermen DAV-2
1.

Voor de DAV-2 gelden de kerntaken, eindtermen en toetstermen die in de drie hierna opgenomen tabellen zijn vermeld.

KERNTAAK 1 KERNTAAK 1 Verwijderen van asbest Verwijderen van asbest Verwijderen van asbest Verwijderen van asbest
Eindterm 1 Eindterm 1 Het overeenkomstig de geldende regelgeving uitvoeren van vakinhoudelijke werkzaamheden van asbestsanering Het overeenkomstig de geldende regelgeving uitvoeren van vakinhoudelijke werkzaamheden van asbestsanering Het overeenkomstig de geldende regelgeving uitvoeren van vakinhoudelijke werkzaamheden van asbestsanering Het overeenkomstig de geldende regelgeving uitvoeren van vakinhoudelijke werkzaamheden van asbestsanering
Code Toetsterm Toetsterm DAV-2 DAV-2 DAV-2
Code Toetsterm Toetsterm Toetstermen Toetsmatrijs Toetsmatrijs
Code Toetsterm Toetsterm Beheersings-niveau Theorie-examen Praktijk-examen
1.1 Herkennen van asbestverdachte toepassingen Herkennen van asbestverdachte toepassingen T 0 of 1
1.2 Verschillend te werk gaan bij hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest Verschillend te werk gaan bij hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest T 0 of 1
1.3 Benoemen van de van belang zijnde nutsvoorzieningen Benoemen van de van belang zijnde nutsvoorzieningen B 0 of 1
1.4 Inrichten van een werkplek Inrichten van een werkplek T 0 of 1 0 of 1
1.5 Behouden van orde en netheid op de werkplek Behouden van orde en netheid op de werkplek T 0 of 1 0 of 1
1.6 Bouwen van een containment/werkgebied, incl. de onderdrukmachine Bouwen van een containment/werkgebied, incl. de onderdrukmachine T 0 of 1
1.7 In gebruik nemen van de onderdrukmachine In gebruik nemen van de onderdrukmachine T 0 of 1
1.8 Benoemen van de juiste onderdruk en ventilatievoud Benoemen van de juiste onderdruk en ventilatievoud T 1
1.9 Controleren van de filterweerstand van de onderdrukmachine Controleren van de filterweerstand van de onderdrukmachine T 0 of 1
1.10 Tot stand brengen van de juiste onderdruk en ventilatievoud Tot stand brengen van de juiste onderdruk en ventilatievoud T 0 of 1
1.11 Onderdrukwaarde in het containment controleren Onderdrukwaarde in het containment controleren T 0 of 1
1.12 Controleren van de decontaminatie-unit op de juiste werking Controleren van de decontaminatie-unit op de juiste werking T 0 of 1
1.13 Uitvoeren van de decontaminatieprocedure met of zonder transit Uitvoeren van de decontaminatieprocedure met of zonder transit T 1 1-1
1.14 Op de juiste manier verwijderen van asbesthoudend materiaal Op de juiste manier verwijderen van asbesthoudend materiaal T 0 of 1
1.15 Kiezen van het voor asbestverwijdering geschikte (hand)gereedschap Kiezen van het voor asbestverwijdering geschikte (hand)gereedschap T 0, 1 of 2 0 of 1
1.16 Juist gebruiken van (hand)gereedschap Juist gebruiken van (hand)gereedschap T 0, 1 of 2 0 of 1
1.17 Het nemen van de juiste maatregelen om vezelemissie te beperken voorafgaand aan het werken met de vloerfrees Het nemen van de juiste maatregelen om vezelemissie te beperken voorafgaand aan het werken met de vloerfrees T 0 of 1
1.18 Schoonmaken van het containment / werkgebied Schoonmaken van het containment / werkgebied T 1 0 of 1
1.19 Juist gebruiken van de stofzuiger Juist gebruiken van de stofzuiger T 0 of 1
1.20 Ontmantelen van het containment / werkgebied Ontmantelen van het containment / werkgebied T 0, 1 of 2 0 of 1
1.21 Werken conform werkplan onder leiding van DTA Werken conform werkplan onder leiding van DTA T 0, 1 of 2
1.22 De verschillen kennen tussen de risico’s van amfiboolsaneringen en chrysotielsaneringen De verschillen kennen tussen de risico’s van amfiboolsaneringen en chrysotielsaneringen B 1
1.23 Weten dat er verschillende risicoklasses zijn Weten dat er verschillende risicoklasses zijn T 1
KERNTAAK 2 KERNTAAK 2 AFVOER AFVALSTOFFEN AFVOER AFVALSTOFFEN AFVOER AFVALSTOFFEN AFVOER AFVALSTOFFEN
--- --- --- --- --- ---
Eindterm 2 Eindterm 2 Het op veilige wijze verpakken en afvoeren van afvalstoffen, conform de vigerende regels Het op veilige wijze verpakken en afvoeren van afvalstoffen, conform de vigerende regels Het op veilige wijze verpakken en afvoeren van afvalstoffen, conform de vigerende regels Het op veilige wijze verpakken en afvoeren van afvalstoffen, conform de vigerende regels
Code Toetsterm Toetsterm DAV-2 DAV-2 DAV-2
Code Toetsterm Toetsterm Toetstermen Toetsmatrijs Toetsmatrijs
Code Toetsterm Toetsterm Beheersings-niveau Theorie-examen Praktijk-examen
2.1 Weten waarom het belangrijk is om asbesthoudend materiaal veilig te verpakken Weten waarom het belangrijk is om asbesthoudend materiaal veilig te verpakken B O, 1 of 2
2.2 Op veilige wijze verpakken van asbesthoudend materiaal Op veilige wijze verpakken van asbesthoudend materiaal T 0, 1 of 2 1
2.3 Asbesthoudend materiaal dusdanig verpakken dat een buitenstaander het herkent als asbest Asbesthoudend materiaal dusdanig verpakken dat een buitenstaander het herkent als asbest T 0, 1 of 2 O of 1
2.4 Asbesthoudend materiaal veilig uit het containment / werkgebied brengen Asbesthoudend materiaal veilig uit het containment / werkgebied brengen T O of 1
KERNTAAK 3 KERNTAAK 3 VEILIG WERKEN VEILIG WERKEN VEILIG WERKEN VEILIG WERKEN
--- --- --- --- --- ---
Eindterm 3 Eindterm 3 Werkzaamheden conform de vigerende regels uitvoeren op een veilige manier voor zichzelf, collega’s en omgeving Werkzaamheden conform de vigerende regels uitvoeren op een veilige manier voor zichzelf, collega’s en omgeving Werkzaamheden conform de vigerende regels uitvoeren op een veilige manier voor zichzelf, collega’s en omgeving Werkzaamheden conform de vigerende regels uitvoeren op een veilige manier voor zichzelf, collega’s en omgeving
Code Toetsterm Toetsterm DAV-2 DAV-2 DAV-2
Code Toetsterm Toetsterm Toetstermen Toetsmatrijs Toetsmatrijs
Code Toetsterm Toetsterm Beheersings-niveau Theorie-examen Praktijk-examen
3.1 Benoemen dat gezondheidsschade van asbestvezels ontstaat door inademing Benoemen dat gezondheidsschade van asbestvezels ontstaat door inademing B 1 of 2
3.2 Benoemen van de ziekten die kunnen ontstaan door inademing van asbestvezels Benoemen van de ziekten die kunnen ontstaan door inademing van asbestvezels B 0, 1 of 2
3.3 Benoemen dat de werkgever verplicht is werknemers in de gelegenheid te stellen een medisch onderzoek te ondergaan Benoemen dat de werkgever verplicht is werknemers in de gelegenheid te stellen een medisch onderzoek te ondergaan K 1
3.4 Veilig handelen bij een calamiteit Veilig handelen bij een calamiteit B 0 of 1
3.5 Benoemen van het belang van emissiearm werken Benoemen van het belang van emissiearm werken B 1 of 2
3.6 Emissiearm werken passend bij de situatie Emissiearm werken passend bij de situatie T 1
3.7 Benoemen wanneer een ruimte zonder persoonlijke beschermingsmiddelen betreden mag worden Benoemen wanneer een ruimte zonder persoonlijke beschermingsmiddelen betreden mag worden B 1
3.8 Het juiste adembeschermingsmiddel gebruiken, passend bij de situatie Het juiste adembeschermingsmiddel gebruiken, passend bij de situatie T 0 of 1
3.9 Weten waarom er jaarlijks een facefit-test moet worden gedaan Weten waarom er jaarlijks een facefit-test moet worden gedaan B 1
3.10 Werken met adembeschermingsmiddelen volgens de regels uit het programma adembescherming op www.vezelveiligheid.nl/ adembescherming Werken met adembeschermingsmiddelen volgens de regels uit het programma adembescherming op www.vezelveiligheid.nl/ adembescherming T 1
3.11 Benoemen waarom er op een werkdag niet aaneengesloten in het containment gewerkt mag worden Benoemen waarom er op een werkdag niet aaneengesloten in het containment gewerkt mag worden B 0, 1 of 2
3.12 Beoordelen of machines en gereedschap geschikt zijn voor gebruik Beoordelen of machines en gereedschap geschikt zijn voor gebruik T 0 of 1
3.13 De risico’s van werken op hoogte kennen De risico’s van werken op hoogte kennen 0 of 1
3.14 De juiste voorzorgsmaatregelen nemen bij werken op daken De juiste voorzorgsmaatregelen nemen bij werken op daken T 0 of 1
3.15 De juiste voorzorgsmaatregelen kennen bij werken op daken De juiste voorzorgsmaatregelen kennen bij werken op daken 0 of 1
3.16 Gebruiken van het juiste klimmaterieel voor een bepaalde situatie Gebruiken van het juiste klimmaterieel voor een bepaalde situatie T 0, 1 of 2 0 of 1
3.17 Begrijpen in welke uitzonderingssituaties met ladders en trappen gewerkt mag worden Begrijpen in welke uitzonderingssituaties met ladders en trappen gewerkt mag worden B 1 0 of 1
3.18 Gebruiken van de voorgeschreven valbeveiligingsmiddelen Gebruiken van de voorgeschreven valbeveiligingsmiddelen T 0, 1 of 2 0 of 1
3.19 Opbouwen van rolsteigers conform de veiligheidsregels Opbouwen van rolsteigers conform de veiligheidsregels K 0 of 1 0 of 1
3.20 Gebruiken van (rol)steigers conform de veiligheidsregels Gebruiken van (rol)steigers conform de veiligheidsregels T 1 0 of 1
3.21 Afbreken van rolsteigers conform de veiligheidsregels Afbreken van rolsteigers conform de veiligheidsregels T 0, 1 of 2 0 of 1
3.22 De risico’s van werken met elektriciteit kennen De risico’s van werken met elektriciteit kennen
3.23 Veilig werken met elektriciteit Veilig werken met elektriciteit T 0, 1 of 2 0 of 1
3.24 De risico’s van werken in besloten ruimten kennen De risico’s van werken in besloten ruimten kennen 0 of 1
3.25 Benoemen welke voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden bij werken in besloten ruimten Benoemen welke voorzorgsmaatregelen genomen dienen te worden bij werken in besloten ruimten B 1 0 of 1
3.26 Zich houden aan de veiligheidsvoorschriften bij het werken in besloten ruimten Zich houden aan de veiligheidsvoorschriften bij het werken in besloten ruimten T 0, 1 of 2 0 of 1
2.

De DAV-2 begrijpt wat de consequenties zijn van het niet juist uitvoeren van de in het eerste lid bedoelde kerntaken en de daaraan gerelateerde eindtermen en toetstermen en kan uitleggen waarom zijn handelen daarmee in overeenstemming is.

Artikel 23. Toetsmatrijs DAV-2

De verdeling van de vragen en opdrachten over de kerntaken en eindtermen vindt plaats op basis van de toetsmatrijs die is weergegeven in de hierna opgenomen tabel waarin de letter K staat voor kennis, de letter B voor begrip en de letter T voor toepassen.

Theorie: Gesloten vragen Theorie: Gesloten vragen Theorie: Gesloten vragen Theorie: Gesloten vragen Praktijk: Toetstermen Praktijk: Toetstermen
Aantal K B T verplicht optioneel
Kerntaak 1 Eindterm 1 Toetstermen 1.1 tot en met 1.23 12 1 1 10 1
Kerntaak 2 Eindterm 2 Toetstermen 2.1 tot en met 2.4 4 2 2 1 11 of meer
Kerntaak 3 Eindterm 3 Toetstermen 3.1 tot en met 3.26 14 2 8 4 2
Totaal aantal vragen en opdrachten 30 3 11 16 15 of meer 15 of meer
Artikel 24. Herexamen DAV-2
1.

Een kandidaat kan uiterlijk zes maanden na het behalen van een voldoende resultaat voor ofwel zijn praktijkexamen ofwel voor zijn theorie-examen herexamen doen voor het nog als onvoldoende gekwalificeerde examengedeelte theorie of praktijk.

2.

In de in het eerste lid bedoelde situatie kan de kandidaat maximaal twee maal een herexamen afleggen.

3.

Wanneer de kandidaat in de in het tweede lid bedoelde situatie niet geslaagd is na het herexamen, of na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, wordt zowel het theorie- als het praktijkexamen opnieuw afgelegd.

4.

Er is geen maximum verbonden aan het aantal af te leggen gecombineerde praktijk- en theorie-examens.

Artikel 25. Entreecriteria DTA
1.

De entreecriteria voor de certificaathouder DTA houden in dat de aanvrager:

  • a. in bezit is van een DAV-certificaat dat is afgegeven voor 1 maart 2016, een DAV-2 certificaat of van een DTA-certificaat, die geldig zijn op de datum van het afleggen van het examen of dan niet langer dan één jaar verlopen zijn;
  • b. aantoonbaar minder dan twaalf maanden voor het afleggen van het examen een facefit-test heeft uitgevoerd;
  • c. beschikt over een masker van het juiste model en de goede maat; en
  • d. deel 2 van het online-instructieprogramma adembescherming heeft afgerond en dat kan aantonen.
2.

In aanvulling op het eerste lid geldt als entreecriterium dat in de voorgaande twaalf maanden geen certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA van de aanvrager is ingetrokken.

Artikel 26. Duur en cesuur theorie-examen DTA
1.

Het theorie-examen duurt maximaal 90 minuten.

2.

Het theorie-examen bestaat uit:

  • a. deel A, bestaande uit 35 gesloten vragen; en
  • b. deel B, bestaande uit 5 open vragen.
3.

Een kandidaat is geslaagd voor het totale theorie-examen als hij voor deel A ten minste 24 van de 35 punten heeft behaald en voor deel B ten minste 275 van de 500 te behalen punten heeft gescoord.

4.

Voor deel A geldt de volgende staffel:

Aantal punten 0 1–5 6–10 11–15 16–20 21–22 23 24 25–26 27 28–29 30 31 32 33 34 35
Cijfer 0 1 2 3 4 4,5 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 9,5 10
Artikel 27. Duur en cesuur praktijk examen DTA
1.

Het praktijkexamen duurt maximaal 90 minuten.

2.

Het praktijkexamen bestaat uit vier opdrachten.

3.

In elke opdracht worden ook de communicatieve vaardigheden getoetst, met uitzondering van de opdracht inzake het herkennen van asbestverdachte toepassingen.

4.

De kandidaat is geslaagd voor het praktijk examen als hij:

  • a. voor elke opdracht minimaal 70% van de te behalen punten heeft gehaald; en
  • b. geen fatale fout heeft gemaakt.
Artikel 28. Cesuur gehele DTA examen en geldigheidsduur certificaat
1.

Een kandidaat is geslaagd als hij heeft voldaan aan de eisen in de artikelen 26, derde lid, en 27, vierde lid.

2.

Het DTA certificaat is maximaal 3 jaar geldig.

Artikel 29. Eindtermen DTA theorie-examen

Voor het theorie-examen gelden de volgende eindtermen:

    1. In het kader van de soorten en toepassingen kan de aanvrager:
  • a. de verschillende soorten asbest en asbesthoudend materiaal noemen; en
  • b. de verschillende toepassingen van asbest of asbesthoudend materiaal noemen en kan hij de situaties waarin het werd toegepast noemen en herkennen.
    1. In relatie tot de regelgeving:
  • a. heeft de aanvrager kennis van de bestaande arbeidsbeschermende voorschriften op het gebied van asbest in het algemeen en op het gebied van het slopen of verwijderen van asbest in het bijzonder;
  • c. heeft de aanvrager kennis van de milieuvoorschriften die gelden bij het verwijderen van asbest;
  • d. heeft de aanvrager kennis van de voor een deskundig asbestverwijderingsbedrijf relevante regelgeving; en
  • e. kan de aanvrager de instanties noemen die de controle op de naleving van voornoemde voorschriften uitvoeren en kent hij hun bevoegdheden.
    1. De aanvrager kan de taken van een DAV-1 en DAV-2 noemen en toelichten.
    1. In relatie tot de risicobeoordeling kan de aanvrager:
  • a. de risico’s voor de gezondheid bij het verwijderen van asbest herkennen en beoordelen en weet hij maatregelen te noemen om deze risico’s te voorkomen;
  • b. het doel, de werking en de aspecten van alternatieven voor verwijdering benoemen en uitleggen.
    1. In relatie tot de asbestinventarisatie:
  • a. weet de aanvrager in welke gevallen er een asbestinventarisatieplicht is, door wie deze inventarisatie verricht wordt en kent hij de uitzonderingen op deze verplichting;
  • b. kent de aanvrager de verschillende typen asbestinventarisaties, weet hij de verschillen en kent hij de geldigheidsduur van de rapporten;
  • c. kan de aanvrager beoordelen of een asbestinventarisatierapport volledig is en handelend optreden indien dit niet het geval is.
    1. In relatie tot de indeling in risicoklassen:
  • a. weet de aanvrager wie bevoegd zijn om risicoklassen te bepalen en hoe deze bepaald worden;
  • b. kent de aanvrager de voorwaarden voor het eventueel aanpassen van de risicoklasse en kent hij de concentraties die aan de indeling in klassen ten grondslag liggen; en
  • c. kent de aanvrager de eisen met betrekking tot de werkmethoden, opleiding van personeel, meldingsplicht, gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en de eindinspectie.
    1. In relatie tot de procesbeheersing:
  • a. is de aanvrager op de hoogte van de meldingsplicht en kan hij de aan het certificatieschema Procescertificaat Asbestverwijdering verbonden meldingsplicht uitvoeren;
  • b. kan de aanvrager een werkplan voor het verwijderen van asbest samenstellen en beoordelen en weet hij wanneer een werkplan noodzakelijk is;
  • c. kan de aanvrager de kwaliteit van de bij het slopen of verwijderen van asbest gebruikte hulpmiddelen beoordelen;
  • d. kan de aanvrager maatregelen benoemen en beschrijven om vezelemissie zo veel mogelijk te voorkomen;
  • e. is de aanvrager op de hoogte van de voorschriften voor het omgaan met asbesthoudend afval en kan hij deze voorschriften toepassen; en
  • f. kan de aanvrager aan de hand van documenten de benodigde kwaliteits- en veiligheidsregistraties op de werkplek benoemen en uitvoeren.
    1. In relatie tot de eindinspecties kent de aanvrager:
  • a. de voorwaarden van de visuele inspectie die door de DTA uitgevoerd wordt voordat de inspectie-instelling een eindcontrole komt uitvoeren;
  • b. de randvoorwaarden en condities van eindinspectie die behoren bij de verschillende verwijdering technieken en risicoklassen; en
  • c. de verantwoordelijkheden van de DTA en de inspectie-instelling bij de eindinspectie.
    1. De aanvrager kan de relaties tussen de beheerstichting, de certificerende instellingen en een certificaathouder duidelijk maken en kent de relevante certificatieschema’s en overige relevante documenten van de beheerstichting.
Artikel 30. Eindtermen DTA praktijkexamen

Voor het praktijkexamen gelden de volgende eindtermen. De aanvrager kan:

  • a. een mondelinge instructie of voorlichting verzorgen;
  • b. toezicht houden op de werkzaamheden en zo nodig corrigerend optreden; en
  • c. asbestverdachte materialen herkennen.
Artikel 31. Toetsmatrijs theorie-examen DTA

De verdeling van de vragen en opdrachten van het theorie-examen over de in artikel 29 genoemde eindtermen vindt plaats op basis van de hierna opgenomen tabel waarin de letter K staat voor kennis, de letter B voor begrip en de letter T voor toepassen.

Onderdeel Eindtermen artikel 29 Aantal vragen K B T Deel A Deel B
*Soorten en toepassingen* Eindterm 1a 4 4 0 0 0
*Soorten en toepassingen* Eindterm 1b 4 4 0 0 0
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 3 0
*Wettelijk kader:* Eindterm 2a 8 8 0 0 0
*Wettelijk kader:* Eindterm 2b 5 5 0 0 0
*Wettelijk kader:* Eindterm 2c 2 2 0 0 0
*Wettelijk kader:* Eindterm 2d 3 2 0 0 0
*Wettelijk kader:* Eindterm 2e 9 9 0 0 0
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 7 0
*Taken, verantwoordelijkheden* Eindterm 3 3 3 0 0 0
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 1 0
*Risicobeoordeling* Eindterm 4a 17 3 0 0 0
*Risicobeoordeling* Eindterm 4b 5 3 0 0 0
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 5 0
*Asbestinventarisatie* Eindterm 5a 3 3 0 0 0
*Asbestinventarisatie* Eindterm 5b 6 6 0 0 0
*Asbestinventarisatie* Eindterm 5c 7 5 2 0 1
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 3 1
*Risicoklassen* Eindterm 6a 2 2 0 0 0
*Risicoklassen* Eindterm 6b 5 5 0 0 0
*Risicoklassen* Eindterm 6c 4 4 0 0 0
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 4 0
*Procesbeheersing* Eindterm 7a 4 3 0 1 1
*Procesbeheersing* Eindterm 7b 6 2 0 4 1 of 2
*Procesbeheersing* Eindterm 7c 6 6 0 0 0
*Procesbeheersing* Eindterm 7d 8 6 2 0 0 of 1
*Procesbeheersing* Eindterm 7e 8 8 0 0 0
*Procesbeheersing* Eindterm 7f 3 0 0 3 O of 1
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 8 4
*Eindinspecties* Eindterm 8 3 3 0 0 0
Eindterm 8b 10 10 0 0 0
Eindterm 8c 4 4 0 0 0
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 3 0
*Betrokken partijen* Eindterm 9 16 16 0 0 0
Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen Onderdelen in examen 1 0
Totaal in het examen Totaal in het examen Totaal in het examen Totaal in het examen Totaal in het examen Totaal in het examen 35 5
Artikel 32. Toetsmatrijs praktijkexamen DTA

De verdeling van de vragen en opdrachten van het praktijkexamen over de eindtermen, genoemd in artikel 29, vindt plaats op basis van de hierna opgenomen tabel.

Eindtermen / toetstermen Aantal toetstermen %
Eindterm 1. Het kunnen geven van een mondelinge voorlichting of instructie 1 25
Toetstermen Toetstermen Toetstermen
1.1 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om werknemers die betrokken zijn bij het verwijderen van asbest volgens het werkplan te instrueren en te beoordelen of de instructie begrepen is en opgevolgd kan worden. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden. 1.1 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om werknemers die betrokken zijn bij het verwijderen van asbest volgens het werkplan te instrueren en te beoordelen of de instructie begrepen is en opgevolgd kan worden. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden. 1.1 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om werknemers die betrokken zijn bij het verwijderen van asbest volgens het werkplan te instrueren en te beoordelen of de instructie begrepen is en opgevolgd kan worden. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden.
1.2 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om opdrachtgevers en derden die betrokken zijn bij het verwijderen van asbest volgens het werkplan te instrueren en voor te lichten en te beoordelen of de voorlichting begrepen is. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden. 1.2 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om opdrachtgevers en derden die betrokken zijn bij het verwijderen van asbest volgens het werkplan te instrueren en voor te lichten en te beoordelen of de voorlichting begrepen is. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden. 1.2 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om opdrachtgevers en derden die betrokken zijn bij het verwijderen van asbest volgens het werkplan te instrueren en voor te lichten en te beoordelen of de voorlichting begrepen is. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden.
1.3 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om controlerende instanties tijdens de werkzaamheden effectief van de stand van zaken op de hoogte te brengen en de juiste documenten te laten zien. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden. 1.3 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om controlerende instanties tijdens de werkzaamheden effectief van de stand van zaken op de hoogte te brengen en de juiste documenten te laten zien. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden. 1.3 Beschikt over de communicatieve vaardigheden om controlerende instanties tijdens de werkzaamheden effectief van de stand van zaken op de hoogte te brengen en de juiste documenten te laten zien. Kandidaat is daarbij in staat om zijn gekozen methodiek te verdedigen en inhoudelijke vragen adequaat te beantwoorden.
Eindtermen / toetstermen Aantal toetstermen %
Eindterm 2. Het kunnen houden van toezicht bij de diverse werkzaamheden en zo nodig corrigerend optreden 5 50
Toetstermen Toetstermen Toetstermen
2.1 Kan zijn toezichthoudende taak -mede op basis van zijn leidinggevende capaciteiten en sociale vaardigheden- uitvoeren. 2.1 Kan zijn toezichthoudende taak -mede op basis van zijn leidinggevende capaciteiten en sociale vaardigheden- uitvoeren. 2.1 Kan zijn toezichthoudende taak -mede op basis van zijn leidinggevende capaciteiten en sociale vaardigheden- uitvoeren.
2.2 Kan -zowel in technische als in sociale zin- corrigerend optreden wanneer er niet op juiste wijze omgegaan wordt met de hulpmiddelen en de persoonlijke beschermingsmiddelen. 2.2 Kan -zowel in technische als in sociale zin- corrigerend optreden wanneer er niet op juiste wijze omgegaan wordt met de hulpmiddelen en de persoonlijke beschermingsmiddelen. 2.2 Kan -zowel in technische als in sociale zin- corrigerend optreden wanneer er niet op juiste wijze omgegaan wordt met de hulpmiddelen en de persoonlijke beschermingsmiddelen.
2.3 Kan effectief handelend optreden bij het wegvallen van de onderdruk. 2.3 Kan effectief handelend optreden bij het wegvallen van de onderdruk. 2.3 Kan effectief handelend optreden bij het wegvallen van de onderdruk.
2.4 Kan effectief handelend optreden bij te veel onderdruk. 2.4 Kan effectief handelend optreden bij te veel onderdruk. 2.4 Kan effectief handelend optreden bij te veel onderdruk.
2.5 Kan effectief handelend optreden bij een ongeval met persoonlijk letsel. 2.5 Kan effectief handelend optreden bij een ongeval met persoonlijk letsel. 2.5 Kan effectief handelend optreden bij een ongeval met persoonlijk letsel.
2.6 Kan effectief handelend optreden bij het open gaan van een afvalzak. 2.6 Kan effectief handelend optreden bij het open gaan van een afvalzak. 2.6 Kan effectief handelend optreden bij het open gaan van een afvalzak.
2.7 Kan effectief handelend optreden bij het uitvallen van stroom. 2.7 Kan effectief handelend optreden bij het uitvallen van stroom. 2.7 Kan effectief handelend optreden bij het uitvallen van stroom.
2.8 Kan effectief handelend optreden bij het wegvallen van de watervoorziening. 2.8 Kan effectief handelend optreden bij het wegvallen van de watervoorziening. 2.8 Kan effectief handelend optreden bij het wegvallen van de watervoorziening.
2.9 Kan effectief handelend optreden bij het openscheuren van het containment. 2.9 Kan effectief handelend optreden bij het openscheuren van het containment. 2.9 Kan effectief handelend optreden bij het openscheuren van het containment.
2.10 Kan opdracht geven tot het plaatsen van afzettingen, er op toezien dat deze handelingen op de juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.10 Kan opdracht geven tot het plaatsen van afzettingen, er op toezien dat deze handelingen op de juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.10 Kan opdracht geven tot het plaatsen van afzettingen, er op toezien dat deze handelingen op de juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.11 Kan opdracht geven tot het uitvoeren van werkzaamheden met de glovebag, kan er op toezien dat de werkzaamheden met de glovebag techniek op een juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.11 Kan opdracht geven tot het uitvoeren van werkzaamheden met de glovebag, kan er op toezien dat de werkzaamheden met de glovebag techniek op een juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.11 Kan opdracht geven tot het uitvoeren van werkzaamheden met de glovebag, kan er op toezien dat de werkzaamheden met de glovebag techniek op een juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.12 Kan opdracht geven tot het opbouwen van een containment, er op toezien dat een containment op de juiste wijze wordt opgebouwd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. Kan tevens de inrichting testen op effectiviteit. 2.12 Kan opdracht geven tot het opbouwen van een containment, er op toezien dat een containment op de juiste wijze wordt opgebouwd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. Kan tevens de inrichting testen op effectiviteit. 2.12 Kan opdracht geven tot het opbouwen van een containment, er op toezien dat een containment op de juiste wijze wordt opgebouwd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. Kan tevens de inrichting testen op effectiviteit.
2.13 Kan opdracht geven tot het opstellen en aansluiten van een decontaminatie-unit, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. Kan tevens de decontaminatie-unit testen op juiste werking. 2.13 Kan opdracht geven tot het opstellen en aansluiten van een decontaminatie-unit, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. Kan tevens de decontaminatie-unit testen op juiste werking. 2.13 Kan opdracht geven tot het opstellen en aansluiten van een decontaminatie-unit, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. Kan tevens de decontaminatie-unit testen op juiste werking.
2.14 Kan opdracht geven tot het opbouwen van een transitsluis, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.14 Kan opdracht geven tot het opbouwen van een transitsluis, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.14 Kan opdracht geven tot het opbouwen van een transitsluis, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.15 Kan opdracht geven tot het verpakken en in de afvalsluis plaatsen van asbesthoudend afval, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.15 Kan opdracht geven tot het verpakken en in de afvalsluis plaatsen van asbesthoudend afval, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.15 Kan opdracht geven tot het verpakken en in de afvalsluis plaatsen van asbesthoudend afval, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.16 Kan opdracht geven tot het uitsluizen van asbesthoudend afval inclusief de administratieve handelingen, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.16 Kan opdracht geven tot het uitsluizen van asbesthoudend afval inclusief de administratieve handelingen, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.16 Kan opdracht geven tot het uitsluizen van asbesthoudend afval inclusief de administratieve handelingen, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.17 Kan opdracht geven tot het verwijderen van materiaal waarbij gebruik wordt gemaakt van bronmaatregelen, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.17 Kan opdracht geven tot het verwijderen van materiaal waarbij gebruik wordt gemaakt van bronmaatregelen, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.17 Kan opdracht geven tot het verwijderen van materiaal waarbij gebruik wordt gemaakt van bronmaatregelen, er op toezien dat dit juist en veilig geschiedt en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.18 Kan beoordelen of hulpmiddelen en apparatuur zijn gekeurd. 2.18 Kan beoordelen of hulpmiddelen en apparatuur zijn gekeurd. 2.18 Kan beoordelen of hulpmiddelen en apparatuur zijn gekeurd.
2.19 Kan opdracht geven tot het inplakken van een onderdrukmachine, er op toezien dat de machine op de juiste wijze wordt geplaatst en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.19 Kan opdracht geven tot het inplakken van een onderdrukmachine, er op toezien dat de machine op de juiste wijze wordt geplaatst en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.19 Kan opdracht geven tot het inplakken van een onderdrukmachine, er op toezien dat de machine op de juiste wijze wordt geplaatst en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.20 Kan opdracht geven tot het inschakelen van een onderdrukmachine, er op toezien dat de machine op de juiste wijze wordt ingeschakeld en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.20 Kan opdracht geven tot het inschakelen van een onderdrukmachine, er op toezien dat de machine op de juiste wijze wordt ingeschakeld en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.20 Kan opdracht geven tot het inschakelen van een onderdrukmachine, er op toezien dat de machine op de juiste wijze wordt ingeschakeld en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.21 Kan een effectieve luchtverversing en een gewenste onderdruk in een concrete situatie bereiken door instructies te geven aan de DAV-1 en DAV-2. 2.21 Kan een effectieve luchtverversing en een gewenste onderdruk in een concrete situatie bereiken door instructies te geven aan de DAV-1 en DAV-2. 2.21 Kan een effectieve luchtverversing en een gewenste onderdruk in een concrete situatie bereiken door instructies te geven aan de DAV-1 en DAV-2.
2.22 kan de werking van apparatuur en hulpmiddelen tijdens het gebruik beoordelen op functionaliteit, veiligheid en effectiviteit. 2.22 kan de werking van apparatuur en hulpmiddelen tijdens het gebruik beoordelen op functionaliteit, veiligheid en effectiviteit. 2.22 kan de werking van apparatuur en hulpmiddelen tijdens het gebruik beoordelen op functionaliteit, veiligheid en effectiviteit.
2.23 Kan de decontaminatieprocedure uitleggen, er op toezien dat deze veilig wordt uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.23 Kan de decontaminatieprocedure uitleggen, er op toezien dat deze veilig wordt uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.23 Kan de decontaminatieprocedure uitleggen, er op toezien dat deze veilig wordt uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.24 Kan opdracht geven tot het wisselen van een voor- en tussenfilter van een onderdrukmachine, er op toezien dat deze handelingen op de juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.24 Kan opdracht geven tot het wisselen van een voor- en tussenfilter van een onderdrukmachine, er op toezien dat deze handelingen op de juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is. 2.24 Kan opdracht geven tot het wisselen van een voor- en tussenfilter van een onderdrukmachine, er op toezien dat deze handelingen op de juiste wijze worden uitgevoerd en kan handelend optreden indien dit niet het geval is.
2.25 Kan tijdens de werkzaamheden het logboek invullen waarin alle van belang zijnde gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden worden geregistreerd. 2.25 Kan tijdens de werkzaamheden het logboek invullen waarin alle van belang zijnde gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden worden geregistreerd. 2.25 Kan tijdens de werkzaamheden het logboek invullen waarin alle van belang zijnde gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden worden geregistreerd.
Eindtermen / toetstermen Aantal toetstermen %
Eindterm 3. Het herkennen van asbestverdachte materialen 2 25
Toetstermen Toetstermen Toetstermen
3.1 Kan op basis van een set van 10 materialen in monsterpotjes, een bijbehorende omschrijving en een foto beoordelen of de materialen al dan niet asbestverdacht zijn. 3.1 Kan op basis van een set van 10 materialen in monsterpotjes, een bijbehorende omschrijving en een foto beoordelen of de materialen al dan niet asbestverdacht zijn. 3.1 Kan op basis van een set van 10 materialen in monsterpotjes, een bijbehorende omschrijving en een foto beoordelen of de materialen al dan niet asbestverdacht zijn.
Totaal 8 100
Artikel 33. Herexamen DTA
1.

Een kandidaat kan uiterlijk zes maanden na het behalen van een voldoende resultaat voor ofwel zijn praktijkexamen ofwel voor zijn theorie-examen herexamen doen voor het nog als onvoldoende gekwalificeerde examengedeelte theorie of praktijk.

2.

In de in het eerste lid bedoelde situatie kan de kandidaat kan maximaal twee maal een herexamen afleggen.

3.

Wanneer de kandidaat in de in het tweede lid bedoelde situatie niet geslaagd is na een herexamen, of na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, wordt zowel het theorie- als het praktijkexamen afgelegd.

4.

Er is geen maximum verbonden aan het aantal af te leggen gecombineerde praktijk- en theorie-examens.

Artikel 34. Eindtermen en handelwijze DTA

De DTA begrijpt wat de consequenties zijn wanneer hij niet in overeenstemming met de in artikel 29 en 30 geformuleerde eindtermen handelt en kan uitleggen waarom zijn handelen daarmee in overeenstemming is.

Artikel 35. Overgangsbepalingen in verband met wijzigingen met ingang van 1 januari 2012
1.

Een deskundig asbestverwijderaar (DAV) die is gecertificeerd voor of op 1 oktober 2013 wordt, zolang dat certificaat geldig is, geacht te voldoen aan de eisen die in deze bijlage gesteld worden aan de certificaathouder DAV-2.

2.

Een deskundig toezichthouder asbestverwijdering (DTA) die is gecertificeerd voor of op 1 maart 2013 wordt, zolang dat certificaat geldig is, geacht te voldoen aan de eisen die in deze bijlage gesteld worden aan de certificaathouder DTA.

Artikel 36. Overgangsregelingen in verband met wijzigingen met ingang van 1 maart 2016
1.

Een deskundig toezichthouder asbestverwijdering als bedoeld in artikel 4.27, onderdeel c, van de Arbeidsomstandighedenregeling die beschikt over een certificaat DTA dat is afgegeven voor 1 maart 2016, wordt gedurende de looptijd van dat certificaat geacht te voldoen aan de eisen voor de deskundig toezichthouder asbestverwijdering zoals neergelegd in deze bijlage, met dien verstande het certificaat kan worden geschorst of ingetrokken indien de certificaathouder zich niet houdt aan de voor het gebruik van het certificaat geldende voorschriften.

2.

Een deskundig asbestverwijderaar als bedoeld in artikel 4.27, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenregeling die beschikt over een certificaat DAV dat is afgegeven voor 1 maart 2016, wordt gedurende de looptijd van dat certificaat geacht te voldoen aan de eisen voor de deskundig asbestverwijderaar niveau 2 zoals neergelegd in deze bijlage, met dien verstande het certificaat kan worden geschorst of ingetrokken indien de certificaathouder zich niet houdt aan de voor het gebruik van het certificaat geldende voorschriften.

Bijlage XIIIe. behorend bij Artikel 4.28

Bijlage XIIIe. behorend bij Artikel 4.28

Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28

Artikel 1. Definities en afkortingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • DAV: deskundig asbestverwijderaar;
  • DAV-1: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 1 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DAV-2: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 2 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DTA: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig toezichthouder asbestverwijdering overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • NEN-EN-ISO/IEC 17024: algemene eisen voor instellingen die certificatie van personen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden in 2012.
Artikel 2. Beoordeling en aanwijzing

Het beoordelen en aanwijzen van certificerende instellingen vindt plaats op basis van de normen gesteld in NEN-EN-ISO/IEC 17024 en de criteria, bedoeld in artikel 3, die gesteld worden aan de certificerende instelling op grond van de aanwijzing.

Artikel 3. Criteria voor aanwijzing
    1. Bij deze beoordeling wordt gelet op de volgende aspecten:
  • a. de aan te wijzen certificerende instelling en diens medewerkers die met werkzaamheden in het kader van de afgifte van certificaten zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit;
  • b. de certificerende instelling heeft een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt in een gedragscode en bestuurders en medewerkers tekenen een integriteitsverklaring en handelen overeenkomstig dat integriteitsbeleid;
  • c. de certificerende instelling treedt integer op en handelt binnen haar bevoegdheden;
  • d. de aan te wijzen certificerende instelling heeft de volgende procedures op schrift gesteld:
Artikel 4. Aanvullende eisen aan een certificerende instelling
    1. Een certificerende instelling neemt deel aan het door het Centrale Commissie van Deskundigen georganiseerde harmonisatieoverleg.
    1. Een certificerende instelling voert de tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg vastgestelde en bekend gemaakte afspraken over de geharmoniseerde uitvoering van de certificatie-eisen uit.
    1. De certificerende instellingen melden het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan de andere certificerende instellingen die op hetzelfde werkveld werkzaam zijn.
    1. Afwijkingen worden geregistreerd door de certificerende instelling.
    1. Een certificerende instelling besteedt de afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing over de initiële certificatie en de hercertificatie niet uit aan derden.
Artikel 5. Overeenkomst certificerende instelling en beheerstichting
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt dat de certificerende instelling zich aansluit bij de door de beheerstichting ingestelde Centrale Commissie van Deskundigen en de daaronder ressorterende Centrale Examencommissie.
    1. Indien er meerdere certificerende instellingen zijn, kunnen deze instellingen overeenkomen dat zij gezamenlijk een vertegenwoordiger aanwijzen die de betreffende certificerende instellingen vertegenwoordigt bij de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. Indien er verschil van inzicht bestaat tussen een certificerende instelling en een certificaathouder over de interpretatie van bijlage XIIIc of de onderhavige bijlage, legt de certificerende instelling dit voor aan de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat:
  • a. de beheerstichting ten behoeve van het examen dat door de aanvrager van een certificaat wordt afgelegd, een itembank beheert waarin door de beheerstichting gegenereerde examenpakketten zijn opgenomen;
  • b. de beheerstichting en de certificerende instelling geen informatie aan derden verstrekken over de inhoud van de itembank, bedoeld in onderdeel a;
  • c. in afwijking van onderdeel b, de beheerstichting de Stichting Raad voor Accreditatie toegang verleent tot de itembank, bedoeld in onderdeel a, indien dat voor de beoordeling en tussentijdse controles van de certificerende instelling naar het oordeel van de Stichting Raad voor Accreditatie nodig is;
  • d. de beheerstichting er zorg voor draagt dat tekortkomingen in de itembank die tijdens de in onderdeel c genoemde beoordelingen en controles kunnen blijken, zo spoedig mogelijk worden opgelost zodat dit een positieve beoordeling van de certificerende instelling door de Stichting Raad voor Accreditatie niet in de weg kan staan.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan eisen bevatten inzake de procedures, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, van deze bijlage.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat de certificerende instelling de beheerstichting informeert zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.
Artikel 6. Eisen aan het certificatiepersoneel
    1. De certificerende instelling beschikt voor de verificatie van de competenties inzake kennis, kunde en houding van het certificatiepersoneel over een specifieke verificatiemethode.
    1. De certificerende instelling zet alleen competent personeel in.
    1. Een certificerende instelling beschikt over de volgende deskundigen:
  • a. een toezichthouder theorie-examen die zorg draagt voor de naleving en uitvoering van het examenreglement en de daarin opgenomen uitvoeringsvoorschriften voor het afnemen van het theorie-examen;
  • b. een examinator praktijkexamen DAV respectievelijk DTA die belast is met de vaststelling of, en in welke mate kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het praktijkexamen en die toeziet op de naleving en uitvoering van het examenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de exameneisen bij de afname van het praktijkexamen;
  • c. een beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen die binnen de door de certificerende instelling gestelde termijn de resultaten van theorie- en praktijkexamens beoordeelt op basis van de waarderingsmethodiek zoals vastgelegd in bijlage XIIIc; en
  • d. een certificaatbeslisser die de bevoegdheid heeft om certificatiebeslissingen te nemen.
    1. De in het derde lid bedoelde deskundigen voldoen aan de volgende algemene eisen:
  • a. zij zijn in staat zich in woord en geschrift doeltreffend in de Nederlandse taal uit te drukken;
  • b. zij kunnen onafhankelijk en zelfstandig handelen;
  • c. zij beschikken over voldoende communicatieve en contactuele vaardigheden voor de uitoefening van hun taken; en
  • d. zij hebben een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid, getekend in verband met geheimhouding, onafhankelijkheid van kandidaat en opleider en beslotenheid van de examens.
    1. Ten aanzien van een toezichthouder theorie-examen geldt tevens dat hij:
  • a. objectief en zonder vooroordelen kan examineren;
  • b. in staat is om tijdens een examen regelend en besluitvaardig op te treden;
  • c. op basis van een overeenkomst met de certificerende instelling werkzaam is.
    1. Ten aanzien van een examinator praktijkexamen DAV en DTA geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. voldoet aan alle eisen gesteld aan de toezichthouder theorie-examen;
  • b. in staat is te oordelen op basis van feiten en de beoordelingscriteria;
  • c. in staat is te verantwoorden hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en hij dat schriftelijk kan vastleggen;
  • d. gedegen kennis heeft van het certificatieschema zoals opgenomen als bijlage XIIIc bij de regeling;
  • e. aantoonbaar minimaal twee jaar relevante werkervaring heeft in het vakgebied; en
  • f. beschikt over een geldig DTA certificaat of het diploma Asbestdeskundige van de beheerstichting.
    1. Ten aanzien van de beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. actuele vakinhoudelijke kennis heeft van en inzicht in de werkzaamheden van de DAV en DTA;
  • b. gedegen kennis heeft het in bijlage XIIIc bij de regeling opgenomen certificatieschema;
  • c. de examenresultaten en het examenproces kan beoordelen;
  • d. niet betrokken is bij de directe afname van theorie-examens en praktijkexamens; en
  • e. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. Ten aanzien van de certificaatbeslisser geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. gedegen kennis heeft van het examenreglement;
  • b. gedegen kennis heeft van de NEN-EN-ISO/IEC 17024;
  • c. niet betrokken is bij de directe afname en de beoordeling van de resultaten van theorie-examen en praktijkexamen; en
  • d. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. De certificerende instelling houdt een register bij van het certificatiepersoneel en van hun inzet bij de examens.
    1. De certificerende instelling beschikt over persoonsdossiers van het certificatiepersoneel waarin ten minste zijn opgenomen:
  • a. een curriculum vitae;
  • b. een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid; en
  • c. beoordelingsformulieren en andere relevante, persoonsgebonden documenten.
Artikel 7. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid certificerende instelling
    1. De certificerende instelling en haar certificatiepersoneel handelt en treedt onpartijdig en onafhankelijk op en heeft geen belang bij de uitslag van een examen of het verlenen van een certificaat.
    1. Het certificatiepersoneel verricht geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden of andere activiteiten van welke aard dan ook, in welke hoedanigheid dan ook, in opdracht van het opleidingsinstituut van de aanvrager of in opdracht van een met dat opleidingsinstituut gelieerde onderneming.
    1. Ieder lid van het certificatiepersoneel tekent een integriteitsverklaring waarin de betrokkene verklaart onafhankelijk te zullen optreden en handelen en zich te houden aan de in verband met de examens noodzakelijke geheimhouding.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een aandeelhouder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd aandeelhouder zijn bij:
  • a. een asbestverwijderingsbedrijf; of
  • b. een opleidinginstelling die opleidt voor het certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een bestuurder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd bestuurder zijn bij een asbestverwijderingsbedrijf.
    1. De certificerende instelling beschrijft haar juridische structuur, de bestuurlijke verhoudingen, de eigendomsverhoudingen, de personele invulling van het management, doel en aard van de onderneming en van haar dienstverlening.
    1. De in het zesde lid bedoelde beschrijving wordt door alle bestuurders ondertekend.
Artikel 8. Administratie in Nederlandse taal

De certificerende instelling gebruikt in haar administratie uitsluitend de Nederlandse taal.

Artikel 9. Jaarverslag van certificerende instelling

De certificerende instelling stelt op grond van artikel 1.5e, eerste lid, van het besluit een jaarverslag op waarin informatie wordt gegeven over de in artikel 1.1a van de regeling genoemde onderwerpen.

Artikel 10. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan minister bij beëindiging
    1. Een certificerende instelling die haar activiteiten als certificerende instelling geheel of gedeeltelijk beëindigt of voornemens is te beëindigen informeert de minister hierover zo spoedig mogelijk en volgt vervolgens de aanwijzingen van de minister op met betrekking tot overdracht van dossiers.
    1. Een certificerende instelling informeert de minister zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een ander werkveldspecifiek certificatieschema in het kader van de wet.
Artikel 11. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan RvA Inspectie SZW en certificaathouders
    1. De certificerende instelling verstrekt overeenkomstig artikel 1.5e, tweede lid, van het besluit desgevraagd informatie aan de Stichting Raad voor Accreditatie over onder meer de wijze waarop de certificerende instelling omgaat met:
  • a. de afhandeling van klachten;
  • b. de afhandeling van geconstateerde afwijkingen;
  • c. de verstrekking van certificaten en beoordeling naar aanleiding van klachten en meldingen; en
  • d. het uitvoeren van controles van certificaathouders qua frequentie, aard en duur.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW, de Stichting Raad voor Accreditatie en haar certificaathouders alsmede degenen die een aanvraag tot certificatie hebben ingediend wanneer zij voornemens is een of meer van haar taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW en de beheerstichting over individuele certificaathouders aan wie een sanctie is opgelegd.

Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28

Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid

Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid

Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid

Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid

4.1. Doelstelling

4.1. Doelstelling

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

3. Werkveldspecifieke kenmerken

7. Onderwerp van certificatie

4.6. Klachtenregeling

10.3. Cesuur

6.4. Verslag van bevindingen

7. Onderwerp van de certificatie

11.1. Toetstermen hercertificatie

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

4.7. Bezwaarprocedure

11.2. Beoordelingsmethode

Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7

1. Inleiding

3.2. Actieve partijen

Tijdens het installeren of verwijderen van funderingselementen

4.2. Certificatieprocedure

Indien de exameninstelling geen organisatorisch onderdeel is van de CKI, hebben beide zich aan elkaar verbonden door middel van een overeenkomst. De CKI dient zich hierbij te houden aan artikel 4.5 ‘subcontracting’ van NEN-EN-ISO/IEC 17024:2012. De CKI is verplicht aan de BHST te melden dat examens worden afgenomen door een externe exameninstelling en welke instelling het betreft.

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

Praktijk

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

13. Geldigheidscondities

Inleiding

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

Werkveldspecifiek certificatieschema personen: voor het persoonscertificaat Machinist Mobiele Kraan

5.2. De exameninstelling

5.4. Eisen te stellen aan het examen

7. Onderwerp van certificatie

Deel II: normen

Theorie

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het persoonscertificaat Machinist Grondverzetmachine met Hijsfunctie

6. Toezicht

9. Eindtermen

13. Geldigheidscondities

13. Geldigheidscondities

1. Inleiding

5.4.1. Beslotenheid van examens

Deel II: Normen

Theorie

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Klachten over het bedrijf of de persoon

4.7. Bezwaarprocedure

6.1. Medewerking aan toezicht

6.4. Verslag van bevindingen

Deel II: Normen

Theorie

11.2. Beoordelingsmethode

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

3.2. Actieve partijen

5.4.1. Beslotenheid van examens

5.4. Eisen te stellen aan het examen

11.1. Toetstermen hercertificatie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)