Regeling houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten gestelde regels

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-19
State In force
Source BWB
artikelen 454
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XIX. behorend bij artikel 8.26

A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren A. Algemene Gebaren
Betekenis Beschrijving Illustratie
BEGIN Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar boven
STOP Onderbreking Einde van de beweging  De rechterhand is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden
EINDE Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd
B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen B. Verticale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
HIJSEN Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VIEREN Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt
VERTICALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen C. Horizontale bewegingen
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
VOORUIT Beide armen worden gebogen, palmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt
ACHTERUIT Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage beweging van het lichaam af gemaakt
NAAR RECHTS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage, richting aanwijzende bewegingen gemaakt
NAAR LINKS ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt
HORIZONTALE AFSTAND De afstand wordt met de handen aangegeven
D. Gevaar D. Gevaar D. Gevaar
--- --- ---
Betekenis Beschrijving Illustratie
GEVAAR Beide handen opgeheven, handpalmen naar voren
SNELLE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de beweging worden zeer snel uitgevoerd
TRAGE BEWEGING De gecodeerde, bevelende gebaren ter aangeving van de bewegingen worden zeer langzaam uitgevoerd

Bijlage XVIII. behorend bij artikel 8.10

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • zwart pictogram op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • driehoekig;
  • zwart pictogram op gele achtergrond, zwarte rand. De gele kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rond;
  • wit pictogram op blauwe achtergrond. De blauwe kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op groene achtergrond. De groene kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Intrinsieke kenmerken:

  • rechthoekig of vierkant;
  • wit pictogram op rode achtergrond. De rode kleur beslaat ten minste 50% van het oppervlak van het bord.

Paragraaf 4.6. Certificatiebepalingen arbeid met asbest

Paragraaf 4.6. Certificatiebepalingen arbeid met asbest

Hoofdstuk 6. Arbeid onder overdruk

Hoofdstuk 5. Beeldschermarbeid

Paragraaf 6.2. Opleidingen

Paragraaf 6.4. Vrijstelling

Paragraaf 6.4. Vrijstelling

Hoofdstuk 8. Veiligheids- en Gezondheidssignalering

Hoofdstuk 9. Overgangs- en Slotbepalingen

Hoofdstuk 9. Overgangs- en Slotbepalingen

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

Vervallen

Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28

Artikel 1. Definities en afkortingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • DAV: deskundig asbestverwijderaar;
  • DAV-1: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 1 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DAV-2: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 2 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DTA: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig toezichthouder asbestverwijdering overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • NEN-EN-ISO/IEC 17024: algemene eisen voor instellingen die certificatie van personen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden in 2012.
Artikel 2. Beoordeling en aanwijzing

Het beoordelen en aanwijzen van certificerende instellingen vindt plaats op basis van de normen gesteld in NEN-EN-ISO/IEC 17024 en de criteria, bedoeld in artikel 3, die gesteld worden aan de certificerende instelling op grond van de aanwijzing.

Artikel 3. Criteria voor aanwijzing
    1. Bij deze beoordeling wordt gelet op de volgende aspecten:
  • a. de aan te wijzen certificerende instelling en diens medewerkers die met werkzaamheden in het kader van de afgifte van certificaten zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit;
  • b. de certificerende instelling heeft een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt in een gedragscode en bestuurders en medewerkers tekenen een integriteitsverklaring en handelen overeenkomstig dat integriteitsbeleid;
  • c. de certificerende instelling treedt integer op en handelt binnen haar bevoegdheden;
  • d. de aan te wijzen certificerende instelling heeft de volgende procedures op schrift gesteld:
Artikel 4. Aanvullende eisen aan een certificerende instelling
    1. Een certificerende instelling neemt deel aan het door het Centrale Commissie van Deskundigen georganiseerde harmonisatieoverleg.
    1. Een certificerende instelling voert de tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg vastgestelde en bekend gemaakte afspraken over de geharmoniseerde uitvoering van de certificatie-eisen uit.
    1. De certificerende instellingen melden het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan de andere certificerende instellingen die op hetzelfde werkveld werkzaam zijn.
    1. Afwijkingen worden geregistreerd door de certificerende instelling.
    1. Een certificerende instelling besteedt de afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing over de initiële certificatie en de hercertificatie niet uit aan derden.
Artikel 5. Overeenkomst certificerende instelling en beheerstichting
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt dat de certificerende instelling zich aansluit bij de door de beheerstichting ingestelde Centrale Commissie van Deskundigen en de daaronder ressorterende Centrale Examencommissie.
    1. Indien er meerdere certificerende instellingen zijn, kunnen deze instellingen overeenkomen dat zij gezamenlijk een vertegenwoordiger aanwijzen die de betreffende certificerende instellingen vertegenwoordigt bij de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. Indien er verschil van inzicht bestaat tussen een certificerende instelling en een certificaathouder over de interpretatie van bijlage XIIIc of de onderhavige bijlage, legt de certificerende instelling dit voor aan de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat:
  • a. de beheerstichting ten behoeve van het examen dat door de aanvrager van een certificaat wordt afgelegd, een itembank beheert waarin door de beheerstichting gegenereerde examenpakketten zijn opgenomen;
  • b. de beheerstichting en de certificerende instelling geen informatie aan derden verstrekken over de inhoud van de itembank, bedoeld in onderdeel a;
  • c. in afwijking van onderdeel b, de beheerstichting de Stichting Raad voor Accreditatie toegang verleent tot de itembank, bedoeld in onderdeel a, indien dat voor de beoordeling en tussentijdse controles van de certificerende instelling naar het oordeel van de Stichting Raad voor Accreditatie nodig is;
  • d. de beheerstichting er zorg voor draagt dat tekortkomingen in de itembank die tijdens de in onderdeel c genoemde beoordelingen en controles kunnen blijken, zo spoedig mogelijk worden opgelost zodat dit een positieve beoordeling van de certificerende instelling door de Stichting Raad voor Accreditatie niet in de weg kan staan.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan eisen bevatten inzake de procedures, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, van deze bijlage.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat de certificerende instelling de beheerstichting informeert zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.
Artikel 6. Eisen aan het certificatiepersoneel
    1. De certificerende instelling beschikt voor de verificatie van de competenties inzake kennis, kunde en houding van het certificatiepersoneel over een specifieke verificatiemethode.
    1. De certificerende instelling zet alleen competent personeel in.
    1. Een certificerende instelling beschikt over de volgende deskundigen:
  • a. een toezichthouder theorie-examen die zorg draagt voor de naleving en uitvoering van het examenreglement en de daarin opgenomen uitvoeringsvoorschriften voor het afnemen van het theorie-examen;
  • b. een examinator praktijkexamen DAV respectievelijk DTA die belast is met de vaststelling of, en in welke mate kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het praktijkexamen en die toeziet op de naleving en uitvoering van het examenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de exameneisen bij de afname van het praktijkexamen;
  • c. een beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen die binnen de door de certificerende instelling gestelde termijn de resultaten van theorie- en praktijkexamens beoordeelt op basis van de waarderingsmethodiek zoals vastgelegd in bijlage XIIIc; en
  • d. een certificaatbeslisser die de bevoegdheid heeft om certificatiebeslissingen te nemen.
    1. De in het derde lid bedoelde deskundigen voldoen aan de volgende algemene eisen:
  • a. zij zijn in staat zich in woord en geschrift doeltreffend in de Nederlandse taal uit te drukken;
  • b. zij kunnen onafhankelijk en zelfstandig handelen;
  • c. zij beschikken over voldoende communicatieve en contactuele vaardigheden voor de uitoefening van hun taken; en
  • d. zij hebben een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid, getekend in verband met geheimhouding, onafhankelijkheid van kandidaat en opleider en beslotenheid van de examens.
    1. Ten aanzien van een toezichthouder theorie-examen geldt tevens dat hij:
  • a. objectief en zonder vooroordelen kan examineren;
  • b. in staat is om tijdens een examen regelend en besluitvaardig op te treden;
  • c. op basis van een overeenkomst met de certificerende instelling werkzaam is.
    1. Ten aanzien van een examinator praktijkexamen DAV en DTA geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. voldoet aan alle eisen gesteld aan de toezichthouder theorie-examen;
  • b. in staat is te oordelen op basis van feiten en de beoordelingscriteria;
  • c. in staat is te verantwoorden hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en hij dat schriftelijk kan vastleggen;
  • d. gedegen kennis heeft van het certificatieschema zoals opgenomen als bijlage XIIIc bij de regeling;
  • e. aantoonbaar minimaal twee jaar relevante werkervaring heeft in het vakgebied; en
  • f. beschikt over een geldig DTA certificaat of het diploma Asbestdeskundige van de beheerstichting.
    1. Ten aanzien van de beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. actuele vakinhoudelijke kennis heeft van en inzicht in de werkzaamheden van de DAV en DTA;
  • b. gedegen kennis heeft het in bijlage XIIIc bij de regeling opgenomen certificatieschema;
  • c. de examenresultaten en het examenproces kan beoordelen;
  • d. niet betrokken is bij de directe afname van theorie-examens en praktijkexamens; en
  • e. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. Ten aanzien van de certificaatbeslisser geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. gedegen kennis heeft van het examenreglement;
  • b. gedegen kennis heeft van de NEN-EN-ISO/IEC 17024;
  • c. niet betrokken is bij de directe afname en de beoordeling van de resultaten van theorie-examen en praktijkexamen; en
  • d. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. De certificerende instelling houdt een register bij van het certificatiepersoneel en van hun inzet bij de examens.
    1. De certificerende instelling beschikt over persoonsdossiers van het certificatiepersoneel waarin ten minste zijn opgenomen:
  • a. een curriculum vitae;
  • b. een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid; en
  • c. beoordelingsformulieren en andere relevante, persoonsgebonden documenten.
Artikel 7. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid certificerende instelling
    1. De certificerende instelling en haar certificatiepersoneel handelt en treedt onpartijdig en onafhankelijk op en heeft geen belang bij de uitslag van een examen of het verlenen van een certificaat.
    1. Het certificatiepersoneel verricht geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden of andere activiteiten van welke aard dan ook, in welke hoedanigheid dan ook, in opdracht van het opleidingsinstituut van de aanvrager of in opdracht van een met dat opleidingsinstituut gelieerde onderneming.
    1. Ieder lid van het certificatiepersoneel tekent een integriteitsverklaring waarin de betrokkene verklaart onafhankelijk te zullen optreden en handelen en zich te houden aan de in verband met de examens noodzakelijke geheimhouding.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een aandeelhouder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd aandeelhouder zijn bij:
  • a. een asbestverwijderingsbedrijf; of
  • b. een opleidinginstelling die opleidt voor het certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een bestuurder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd bestuurder zijn bij een asbestverwijderingsbedrijf.
    1. De certificerende instelling beschrijft haar juridische structuur, de bestuurlijke verhoudingen, de eigendomsverhoudingen, de personele invulling van het management, doel en aard van de onderneming en van haar dienstverlening.
    1. De in het zesde lid bedoelde beschrijving wordt door alle bestuurders ondertekend.
Artikel 8. Administratie in Nederlandse taal

De certificerende instelling gebruikt in haar administratie uitsluitend de Nederlandse taal.

Artikel 9. Jaarverslag van certificerende instelling

De certificerende instelling stelt op grond van artikel 1.5e, eerste lid, van het besluit een jaarverslag op waarin informatie wordt gegeven over de in artikel 1.1a van de regeling genoemde onderwerpen.

Artikel 10. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan minister bij beëindiging
    1. Een certificerende instelling die haar activiteiten als certificerende instelling geheel of gedeeltelijk beëindigt of voornemens is te beëindigen informeert de minister hierover zo spoedig mogelijk en volgt vervolgens de aanwijzingen van de minister op met betrekking tot overdracht van dossiers.
    1. Een certificerende instelling informeert de minister zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een ander werkveldspecifiek certificatieschema in het kader van de wet.
Artikel 11. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan RvA Inspectie SZW en certificaathouders
    1. De certificerende instelling verstrekt overeenkomstig artikel 1.5e, tweede lid, van het besluit desgevraagd informatie aan de Stichting Raad voor Accreditatie over onder meer de wijze waarop de certificerende instelling omgaat met:
  • a. de afhandeling van klachten;
  • b. de afhandeling van geconstateerde afwijkingen;
  • c. de verstrekking van certificaten en beoordeling naar aanleiding van klachten en meldingen; en
  • d. het uitvoeren van controles van certificaathouders qua frequentie, aard en duur.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW, de Stichting Raad voor Accreditatie en haar certificaathouders alsmede degenen die een aanvraag tot certificatie hebben ingediend wanneer zij voornemens is een of meer van haar taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW en de beheerstichting over individuele certificaathouders aan wie een sanctie is opgelegd.

Bijlage XV. behorend bij artikel 4.32f, tweede lid, onder a en vierde lid

Groepen VOS 1Het VOS-gehalte is bepaald conform de methodiek ASTM – D 3960-96 voor gebruiksklare mengsels. in het gebruiks-/spuitklare mengsel
Spuitenreinigers 850 gr/liter
Oppervlaktereinigers 200 gr/liter
Washprimers 780 gr/liter
Primer surfacer, 540 gr/liter
1 of 2 component
Sealer 540 gr/liter
1-laags aflaksysteem 420 gr/liter
en chassiscoating
2-laagsaflaksysteem bestaande uit: 420 gr/liter 2Het gemiddelde wordt bepaald door het VOSgehalte per laag te hanteren in de formule (a. L1 + b.L2)/ ( a + b)Dit gemiddelde is gelijk aan of minder dan 420 gram/liter spuitklaar product. Hierbij is L1 het VOS-gehalte van de basiskleurlaag en L2 het VOS-gehalte van de blanke lak, waarbij a en b staan voor de aangemaakte hoeveelheid in gram van resp. L1 en L2. De hoeveelheden hebben betrekking op spuitklare producten en géén van de lagen mag méér VOS bevatten dan 480 gr/liter.
basiskleurlak en blanke lak
Speciale producten 3Speciale producten zijn bedoeld voor speciale behandelingen (zoals bijvoorbeeld motorfietskleuren en speciale designkleuren waar inkten voor worden gebruikt die niet met een gewone basecoat gemaakt kunnen worden) en speciale toepassingen (bijvoorbeeld moeilijk hechtende ondergronden). Deze groep producten betreft ook additieven die worden toegevoegd aan bestaande producten om speciale effecten te realiseren zoals ruwheid, mattering, etc. Dit betekent dat producten waar deze specifieke additieven aan zijn toegevoegd het maximum gehalte aan VOS/liter van dat product kunnen overschrijden. Speciale reinigers (siliconen, lakverwijdering) zijn toegevoegd omdat zij niet onder de aangegeven spuitreinigers en oppervlaktereinigers vallen.De groep speciale producten bevat elastificeermiddelen, (ver)harders, versnellers/activeerders, vertragers, matteringsmiddelen, structuurmiddelen, effectmiddelen, antisiliconen, basisverf en inkt ten behoeve van speciale kleuren (design), matte lak, hechtprimer voor speciale kunststof- of metaalondergronden (waar geen gewone (wash)primer gebruikt kan worden), spuitbussen, uitspuitverdunning, kunststofreiniger, siliconenverwijderaar en lakverwijderaar. 840 gr/liter
Overige producten 44 Overige producten zijn: polijst- en poetsmiddelen, vulmiddelen, kitten, lijmen en plamuren. 150 gr/liter

Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid

Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid

Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIg. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder g, Arbeidsomstandighedenregeling

5.1. Doelstelling

Artikel 4.19b. Inhoud plan van aanpak bij overschrijding van een grenswaarde

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4.3, vierde en vijfde lid, of artikel 4.16, vierde tot en met zesde lid, van het besluit worden in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet per te realiseren stap van blootstellingsverlaging, in ieder geval opgenomen:

  • a. welke doeltreffende maatregelen zijn genomen om schade aan de gezondheid van de werknemers te voorkomen zolang de grenswaarde wordt overschreden;
  • b. welke maatregelen gericht op blootstellingsverlaging in een zo kort mogelijke tijdsspanne worden genomen, waarbij de feitelijk te verwachten blootstelling wordt aangegeven alsmede het tijdstip waarop blootstelling onder de grenswaarde wordt gerealiseerd;
  • c. een onderbouwing dat de gehanteerde overschrijding van de grenswaarde, gezien de mate en de duur, niet tot onaanvaardbare effecten op de gezondheid van de werknemers leidt; en
  • d. een onderbouwing dat verdergaande maatregelen niet eerder dan in de voorgestelde fasering van de blootstellingsverlaging kunnen worden genomen.

Paragraaf 4.9. Vervallen

Hoofdstuk 6. Arbeid onder overdruk

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen

Paragraaf 7.1. Certificatie hijskranen

Paragraaf 7.3. Registratie of herregistratie machinisten hijskranen en funderingsmachines

Hoofdstuk 8. Veiligheids- en Gezondheidssignalering

Hoofdstuk 9. Overgangs- en Slotbepalingen

Hoofdstuk 9. Overgangs- en Slotbepalingen

Bijlage XIIIc. behorend bij artikel 4.27

Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28

Artikel 1. Definities en afkortingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • DAV: deskundig asbestverwijderaar;
  • DAV-1: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 1 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DAV-2: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 2 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DTA: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig toezichthouder asbestverwijdering overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • NEN-EN-ISO/IEC 17024: algemene eisen voor instellingen die certificatie van personen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden in 2012.
Artikel 2. Beoordeling en aanwijzing

Het beoordelen en aanwijzen van certificerende instellingen vindt plaats op basis van de normen gesteld in NEN-EN-ISO/IEC 17024 en de criteria, bedoeld in artikel 3, die gesteld worden aan de certificerende instelling op grond van de aanwijzing.

Artikel 3. Criteria voor aanwijzing
    1. Bij deze beoordeling wordt gelet op de volgende aspecten:
  • a. de aan te wijzen certificerende instelling en diens medewerkers die met werkzaamheden in het kader van de afgifte van certificaten zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit;
  • b. de certificerende instelling heeft een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt in een gedragscode en bestuurders en medewerkers tekenen een integriteitsverklaring en handelen overeenkomstig dat integriteitsbeleid;
  • c. de certificerende instelling treedt integer op en handelt binnen haar bevoegdheden;
  • d. de aan te wijzen certificerende instelling heeft de volgende procedures op schrift gesteld:
Artikel 4. Aanvullende eisen aan een certificerende instelling
    1. Een certificerende instelling neemt deel aan het door het Centrale Commissie van Deskundigen georganiseerde harmonisatieoverleg.
    1. Een certificerende instelling voert de tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg vastgestelde en bekend gemaakte afspraken over de geharmoniseerde uitvoering van de certificatie-eisen uit.
    1. De certificerende instellingen melden het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan de andere certificerende instellingen die op hetzelfde werkveld werkzaam zijn.
    1. Afwijkingen worden geregistreerd door de certificerende instelling.
    1. Een certificerende instelling besteedt de afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing over de initiële certificatie en de hercertificatie niet uit aan derden.
Artikel 5. Overeenkomst certificerende instelling en beheerstichting
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt dat de certificerende instelling zich aansluit bij de door de beheerstichting ingestelde Centrale Commissie van Deskundigen en de daaronder ressorterende Centrale Examencommissie.
    1. Indien er meerdere certificerende instellingen zijn, kunnen deze instellingen overeenkomen dat zij gezamenlijk een vertegenwoordiger aanwijzen die de betreffende certificerende instellingen vertegenwoordigt bij de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. Indien er verschil van inzicht bestaat tussen een certificerende instelling en een certificaathouder over de interpretatie van bijlage XIIIc of de onderhavige bijlage, legt de certificerende instelling dit voor aan de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat:
  • a. de beheerstichting ten behoeve van het examen dat door de aanvrager van een certificaat wordt afgelegd, een itembank beheert waarin door de beheerstichting gegenereerde examenpakketten zijn opgenomen;
  • b. de beheerstichting en de certificerende instelling geen informatie aan derden verstrekken over de inhoud van de itembank, bedoeld in onderdeel a;
  • c. in afwijking van onderdeel b, de beheerstichting de Stichting Raad voor Accreditatie toegang verleent tot de itembank, bedoeld in onderdeel a, indien dat voor de beoordeling en tussentijdse controles van de certificerende instelling naar het oordeel van de Stichting Raad voor Accreditatie nodig is;
  • d. de beheerstichting er zorg voor draagt dat tekortkomingen in de itembank die tijdens de in onderdeel c genoemde beoordelingen en controles kunnen blijken, zo spoedig mogelijk worden opgelost zodat dit een positieve beoordeling van de certificerende instelling door de Stichting Raad voor Accreditatie niet in de weg kan staan.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan eisen bevatten inzake de procedures, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, van deze bijlage.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat de certificerende instelling de beheerstichting informeert zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.
Artikel 6. Eisen aan het certificatiepersoneel
    1. De certificerende instelling beschikt voor de verificatie van de competenties inzake kennis, kunde en houding van het certificatiepersoneel over een specifieke verificatiemethode.
    1. De certificerende instelling zet alleen competent personeel in.
    1. Een certificerende instelling beschikt over de volgende deskundigen:
  • a. een toezichthouder theorie-examen die zorg draagt voor de naleving en uitvoering van het examenreglement en de daarin opgenomen uitvoeringsvoorschriften voor het afnemen van het theorie-examen;
  • b. een examinator praktijkexamen DAV respectievelijk DTA die belast is met de vaststelling of, en in welke mate kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het praktijkexamen en die toeziet op de naleving en uitvoering van het examenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de exameneisen bij de afname van het praktijkexamen;
  • c. een beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen die binnen de door de certificerende instelling gestelde termijn de resultaten van theorie- en praktijkexamens beoordeelt op basis van de waarderingsmethodiek zoals vastgelegd in bijlage XIIIc; en
  • d. een certificaatbeslisser die de bevoegdheid heeft om certificatiebeslissingen te nemen.
    1. De in het derde lid bedoelde deskundigen voldoen aan de volgende algemene eisen:
  • a. zij zijn in staat zich in woord en geschrift doeltreffend in de Nederlandse taal uit te drukken;
  • b. zij kunnen onafhankelijk en zelfstandig handelen;
  • c. zij beschikken over voldoende communicatieve en contactuele vaardigheden voor de uitoefening van hun taken; en
  • d. zij hebben een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid, getekend in verband met geheimhouding, onafhankelijkheid van kandidaat en opleider en beslotenheid van de examens.
    1. Ten aanzien van een toezichthouder theorie-examen geldt tevens dat hij:
  • a. objectief en zonder vooroordelen kan examineren;
  • b. in staat is om tijdens een examen regelend en besluitvaardig op te treden;
  • c. op basis van een overeenkomst met de certificerende instelling werkzaam is.
    1. Ten aanzien van een examinator praktijkexamen DAV en DTA geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. voldoet aan alle eisen gesteld aan de toezichthouder theorie-examen;
  • b. in staat is te oordelen op basis van feiten en de beoordelingscriteria;
  • c. in staat is te verantwoorden hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en hij dat schriftelijk kan vastleggen;
  • d. gedegen kennis heeft van het certificatieschema zoals opgenomen als bijlage XIIIc bij de regeling;
  • e. aantoonbaar minimaal twee jaar relevante werkervaring heeft in het vakgebied; en
  • f. beschikt over een geldig DTA certificaat of het diploma Asbestdeskundige van de beheerstichting.
    1. Ten aanzien van de beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. actuele vakinhoudelijke kennis heeft van en inzicht in de werkzaamheden van de DAV en DTA;
  • b. gedegen kennis heeft het in bijlage XIIIc bij de regeling opgenomen certificatieschema;
  • c. de examenresultaten en het examenproces kan beoordelen;
  • d. niet betrokken is bij de directe afname van theorie-examens en praktijkexamens; en
  • e. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. Ten aanzien van de certificaatbeslisser geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. gedegen kennis heeft van het examenreglement;
  • b. gedegen kennis heeft van de NEN-EN-ISO/IEC 17024;
  • c. niet betrokken is bij de directe afname en de beoordeling van de resultaten van theorie-examen en praktijkexamen; en
  • d. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. De certificerende instelling houdt een register bij van het certificatiepersoneel en van hun inzet bij de examens.
    1. De certificerende instelling beschikt over persoonsdossiers van het certificatiepersoneel waarin ten minste zijn opgenomen:
  • a. een curriculum vitae;
  • b. een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid; en
  • c. beoordelingsformulieren en andere relevante, persoonsgebonden documenten.
Artikel 7. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid certificerende instelling
    1. De certificerende instelling en haar certificatiepersoneel handelt en treedt onpartijdig en onafhankelijk op en heeft geen belang bij de uitslag van een examen of het verlenen van een certificaat.
    1. Het certificatiepersoneel verricht geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden of andere activiteiten van welke aard dan ook, in welke hoedanigheid dan ook, in opdracht van het opleidingsinstituut van de aanvrager of in opdracht van een met dat opleidingsinstituut gelieerde onderneming.
    1. Ieder lid van het certificatiepersoneel tekent een integriteitsverklaring waarin de betrokkene verklaart onafhankelijk te zullen optreden en handelen en zich te houden aan de in verband met de examens noodzakelijke geheimhouding.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een aandeelhouder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd aandeelhouder zijn bij:
  • a. een asbestverwijderingsbedrijf; of
  • b. een opleidinginstelling die opleidt voor het certificaat DAV-1, DAV-2 of DTA.
    1. Gezien de vereiste onafhankelijkheid van de certificerende instelling kan een bestuurder bij een certificerende instelling niet tegelijkertijd bestuurder zijn bij een asbestverwijderingsbedrijf.
    1. De certificerende instelling beschrijft haar juridische structuur, de bestuurlijke verhoudingen, de eigendomsverhoudingen, de personele invulling van het management, doel en aard van de onderneming en van haar dienstverlening.
    1. De in het zesde lid bedoelde beschrijving wordt door alle bestuurders ondertekend.
Artikel 8. Administratie in Nederlandse taal

De certificerende instelling gebruikt in haar administratie uitsluitend de Nederlandse taal.

Artikel 9. Jaarverslag van certificerende instelling

De certificerende instelling stelt op grond van artikel 1.5e, eerste lid, van het besluit een jaarverslag op waarin informatie wordt gegeven over de in artikel 1.1a van de regeling genoemde onderwerpen.

Artikel 10. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan minister bij beëindiging
    1. Een certificerende instelling die haar activiteiten als certificerende instelling geheel of gedeeltelijk beëindigt of voornemens is te beëindigen informeert de minister hierover zo spoedig mogelijk en volgt vervolgens de aanwijzingen van de minister op met betrekking tot overdracht van dossiers.
    1. Een certificerende instelling informeert de minister zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een ander werkveldspecifiek certificatieschema in het kader van de wet.
Artikel 11. Informatieverstrekking door certificerende instelling aan RvA Inspectie SZW en certificaathouders
    1. De certificerende instelling verstrekt overeenkomstig artikel 1.5e, tweede lid, van het besluit desgevraagd informatie aan de Stichting Raad voor Accreditatie over onder meer de wijze waarop de certificerende instelling omgaat met:
  • a. de afhandeling van klachten;
  • b. de afhandeling van geconstateerde afwijkingen;
  • c. de verstrekking van certificaten en beoordeling naar aanleiding van klachten en meldingen; en
  • d. het uitvoeren van controles van certificaathouders qua frequentie, aard en duur.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW, de Stichting Raad voor Accreditatie en haar certificaathouders alsmede degenen die een aanvraag tot certificatie hebben ingediend wanneer zij voornemens is een of meer van haar taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen.
    1. De certificerende instelling informeert de Inspectie SZW en de beheerstichting over individuele certificaathouders aan wie een sanctie is opgelegd.

Bijlage XIIIg. behorend bij artikel 4.29 Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVI. behorend bij Artikel 6.1, 2e lid

Bijlage XVIa. behorend bij Artikel 6.5, 1e lid

Bijlage XVIb. behorend bij Artikel 6.5, 2e lid

Bijlage XVIc. behorend bij Artikel 6.5, 3e lid

Bijlage XVId. behorend bij Artikel 6.5, 4e lid

Bijlage XVIe. behorend bij Artikel 6.6, 1e lid

Bijlage XVIf. behorend bij Artikel 6.6, 2e lid

4.8. Register voor vakbekwaamheid

Bijlage XVII. behorend bij artikel 7.7

Bijlage XVIIa. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder a, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIb. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder b, Arbeidsomstandighedenregeling

5.3. Eisen te stellen aan het examenpersoneel

Bijlage XVIIc. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder c, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIId. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder d, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIe. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder e, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIf. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder f, Arbeidsomstandighedenregeling

Bijlage XVIIh. behorend bij artikel 7.7, tweede lid onder h, Arbeidsomstandighedenregeling

Hoofdstuk 2. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, deskundigen en arbodiensten

Paragraaf 2.2. Taken van deskundigen en arbodiensten

Paragraaf 2.4. EG-verklaring

Hoofdstuk 3. Winningsindustrieën met behulp van boringen

Paragraaf 3.2. Winningsindustrieën met behulp van boringen

Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen

Paragraaf 4.1. Veiligheid aan op of in tankschepen

Paragraaf 4.8. Werken met zandsteen

Hoofdstuk 8. Veiligheids- en Gezondheidssignalering

Hoofdstuk 8a. Overtredingen en maatregelen

Bijlage XII. behorend bij Artikel 4.17f

Vervallen

Bijlage IIc. behorend bij Artikel 2.14

Bijlage IId. behorend bij Artikel 2.15

Bijlage IIe. behorend bij Artikel 2.16

6.5.3. Weigering

Paragraaf 6.5.2. Intrekking

Bijlage XI. behorend bij Artikel 4.17e

Bijlage XIIIe. behorend bij artikel 4.28

Vervallen

Bijlage XIIa. behorend bij artikel 4.17b

Bijlage XIIIa. behorend bij artikel 4.27

Vervallen

Bijlage XIIc. behorend bij artikel 4.18

De grenswaarde voor een gevaarlijke stof geldt in beginsel alleen voor blootstelling aan de stof in zuivere vorm en is niet zonder meer van toepassing indien de stof een bestanddeel is van een mengsel van stoffen, waaraan blootstelling plaatsvindt of kan plaatsvinden.

Het is mogelijk dat het gezondheidkundige gevolg van een dergelijk mengsel de som is van de afzonderlijke stoffen. Hiervan is sprake bij een mengsel van verschillende organische oplosmiddelen. Het is ook mogelijk dat bij een gecombineerde blootstelling het gezondheidkundige gevolg van de afzonderlijke stoffen aanzienlijk worden versterkt of verminderd.

Indien de verschillende stoffen in een mengsel afzonderlijk hetzelfde gezondheidkundige gevolg hebben op hetzelfde orgaansysteem, wordt de beoordeling van het risico van blootstelling aan de voor elk van die stoffen vastgestelde grenswaarde als volgt uitgevoerd:

De som van alle afzonderlijke blootstellingconcentraties als fractie van de afzonderlijke grenswaarden, is kleiner dan één. Of te wel:

Bijlage XIII. behorend bij artikel 4.19, eerste lid

Bijlage XIIIa. behorend bij artikel 4.27

Bijlage XIIIb. behorend bij Artikel 4.27

Vervallen

Bijlage XIIIc. behorend bij artikel 4.27

Bijlage XIIIf. behorend bij artikel 4.28

Artikel 1. Definities en afkortingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • DAV: deskundig asbestverwijderaar;
  • DAV-1: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 1 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DAV-2: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig asbestverwijderaar niveau 2 overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • DTA: persoon die in het bezit is van een persoonscertificaat deskundig toezichthouder asbestverwijdering overeenkomstig bijlage XIIIc;
  • NEN-EN-ISO/IEC 17024: algemene eisen voor instellingen die certificatie van personen uitvoeren, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidden in 2012.
Artikel 2. Beoordeling en aanwijzing

Het beoordelen en aanwijzen van certificerende instellingen vindt plaats op basis van de normen gesteld in NEN-EN-ISO/IEC 17024 en de criteria, bedoeld in artikel 3, die gesteld worden aan de certificerende instelling op grond van de aanwijzing.

Artikel 3. Criteria voor aanwijzing
    1. Bij deze beoordeling wordt gelet op de volgende aspecten:
  • a. de aan te wijzen certificerende instelling en diens medewerkers die met werkzaamheden in het kader van de afgifte van certificaten zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit;
  • b. de certificerende instelling heeft een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt in een gedragscode en bestuurders en medewerkers tekenen een integriteitsverklaring en handelen overeenkomstig dat integriteitsbeleid;
  • c. de certificerende instelling treedt integer op en handelt binnen haar bevoegdheden;
  • d. de aan te wijzen certificerende instelling heeft de volgende procedures op schrift gesteld:
Artikel 4. Aanvullende eisen aan een certificerende instelling
    1. Een certificerende instelling neemt deel aan het door het Centrale Commissie van Deskundigen georganiseerde harmonisatieoverleg.
    1. Een certificerende instelling voert de tijdens het in het eerste lid bedoelde overleg vastgestelde en bekend gemaakte afspraken over de geharmoniseerde uitvoering van de certificatie-eisen uit.
    1. De certificerende instellingen melden het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan de andere certificerende instellingen die op hetzelfde werkveld werkzaam zijn.
    1. Afwijkingen worden geregistreerd door de certificerende instelling.
    1. Een certificerende instelling besteedt de afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing over de initiële certificatie en de hercertificatie niet uit aan derden.
Artikel 5. Overeenkomst certificerende instelling en beheerstichting
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt dat de certificerende instelling zich aansluit bij de door de beheerstichting ingestelde Centrale Commissie van Deskundigen en de daaronder ressorterende Centrale Examencommissie.
    1. Indien er meerdere certificerende instellingen zijn, kunnen deze instellingen overeenkomen dat zij gezamenlijk een vertegenwoordiger aanwijzen die de betreffende certificerende instellingen vertegenwoordigt bij de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. Indien er verschil van inzicht bestaat tussen een certificerende instelling en een certificaathouder over de interpretatie van bijlage XIIIc of de onderhavige bijlage, legt de certificerende instelling dit voor aan de Centrale Commissie van Deskundigen.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat:
  • a. de beheerstichting ten behoeve van het examen dat door de aanvrager van een certificaat wordt afgelegd, een itembank beheert waarin door de beheerstichting gegenereerde examenpakketten zijn opgenomen;
  • b. de beheerstichting en de certificerende instelling geen informatie aan derden verstrekken over de inhoud van de itembank, bedoeld in onderdeel a;
  • c. in afwijking van onderdeel b, de beheerstichting de Stichting Raad voor Accreditatie toegang verleent tot de itembank, bedoeld in onderdeel a, indien dat voor de beoordeling en tussentijdse controles van de certificerende instelling naar het oordeel van de Stichting Raad voor Accreditatie nodig is;
  • d. de beheerstichting er zorg voor draagt dat tekortkomingen in de itembank die tijdens de in onderdeel c genoemde beoordelingen en controles kunnen blijken, zo spoedig mogelijk worden opgelost zodat dit een positieve beoordeling van de certificerende instelling door de Stichting Raad voor Accreditatie niet in de weg kan staan.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan eisen bevatten inzake de procedures, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, van deze bijlage.
    1. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst bepaalt tevens dat de certificerende instelling de beheerstichting informeert zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.
Artikel 6. Eisen aan het certificatiepersoneel
    1. De certificerende instelling beschikt voor de verificatie van de competenties inzake kennis, kunde en houding van het certificatiepersoneel over een specifieke verificatiemethode.
    1. De certificerende instelling zet alleen competent personeel in.
    1. Een certificerende instelling beschikt over de volgende deskundigen:
  • a. een toezichthouder theorie-examen die zorg draagt voor de naleving en uitvoering van het examenreglement en de daarin opgenomen uitvoeringsvoorschriften voor het afnemen van het theorie-examen;
  • b. een examinator praktijkexamen DAV respectievelijk DTA die belast is met de vaststelling of, en in welke mate kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eisen voor het praktijkexamen en die toeziet op de naleving en uitvoering van het examenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de exameneisen bij de afname van het praktijkexamen;
  • c. een beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen die binnen de door de certificerende instelling gestelde termijn de resultaten van theorie- en praktijkexamens beoordeelt op basis van de waarderingsmethodiek zoals vastgelegd in bijlage XIIIc; en
  • d. een certificaatbeslisser die de bevoegdheid heeft om certificatiebeslissingen te nemen.
    1. De in het derde lid bedoelde deskundigen voldoen aan de volgende algemene eisen:
  • a. zij zijn in staat zich in woord en geschrift doeltreffend in de Nederlandse taal uit te drukken;
  • b. zij kunnen onafhankelijk en zelfstandig handelen;
  • c. zij beschikken over voldoende communicatieve en contactuele vaardigheden voor de uitoefening van hun taken; en
  • d. zij hebben een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid, getekend in verband met geheimhouding, onafhankelijkheid van kandidaat en opleider en beslotenheid van de examens.
    1. Ten aanzien van een toezichthouder theorie-examen geldt tevens dat hij:
  • a. objectief en zonder vooroordelen kan examineren;
  • b. in staat is om tijdens een examen regelend en besluitvaardig op te treden;
  • c. op basis van een overeenkomst met de certificerende instelling werkzaam is.
    1. Ten aanzien van een examinator praktijkexamen DAV en DTA geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. voldoet aan alle eisen gesteld aan de toezichthouder theorie-examen;
  • b. in staat is te oordelen op basis van feiten en de beoordelingscriteria;
  • c. in staat is te verantwoorden hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en hij dat schriftelijk kan vastleggen;
  • d. gedegen kennis heeft van het certificatieschema zoals opgenomen als bijlage XIIIc bij de regeling;
  • e. aantoonbaar minimaal twee jaar relevante werkervaring heeft in het vakgebied; en
  • f. beschikt over een geldig DTA certificaat of het diploma Asbestdeskundige van de beheerstichting.
    1. Ten aanzien van de beoordelaar van theorie-examen en praktijkexamen geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. actuele vakinhoudelijke kennis heeft van en inzicht in de werkzaamheden van de DAV en DTA;
  • b. gedegen kennis heeft het in bijlage XIIIc bij de regeling opgenomen certificatieschema;
  • c. de examenresultaten en het examenproces kan beoordelen;
  • d. niet betrokken is bij de directe afname van theorie-examens en praktijkexamens; en
  • e. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. Ten aanzien van de certificaatbeslisser geldt tevens dat hij naast de in het vierde lid genoemde eisen:
  • a. gedegen kennis heeft van het examenreglement;
  • b. gedegen kennis heeft van de NEN-EN-ISO/IEC 17024;
  • c. niet betrokken is bij de directe afname en de beoordeling van de resultaten van theorie-examen en praktijkexamen; en
  • d. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met de certificerende instelling.
    1. De certificerende instelling houdt een register bij van het certificatiepersoneel en van hun inzet bij de examens.
    1. De certificerende instelling beschikt over persoonsdossiers van het certificatiepersoneel waarin ten minste zijn opgenomen:
  • a. een curriculum vitae;
  • b. een integriteitsverklaring als bedoeld in artikel 7, derde lid; en
  • c. beoordelingsformulieren en andere relevante, persoonsgebonden documenten.
Artikel 7. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid certificerende instelling
    1. De certificerende instelling en haar certificatiepersoneel handelt en treedt onpartijdig en onafhankelijk op en heeft geen belang bij de uitslag van een examen of het verlenen van een certificaat.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)