Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 527
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Republiek Kroatië,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

De Republiek Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Unie of „de EU” genoemd, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna „EURATOM” genoemd

enerzijds, en

DE REPUBLIEK MOLDAVIË

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

GEZIEN de gemeenschappelijke waarden en sterke banden van de partijen, die in het verleden in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, zijn tot stand gekomen en worden ontwikkeld binnen het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap, en erkennende de gemeenschappelijke wens van de partijen hun betrekkingen verder te ontwikkelen, te versterken en uit te breiden;

MET INACHTNEMING VAN de Europese ambities en Europese keuze van de Republiek Moldavië;

ERKENNEND dat de gemeenschappelijke waarden waarop de EU is gebouwd – democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat – ook aan de basis van de in deze overeenkomst beoogde politieke associatie en economische integratie liggen;

IN AANMERKING NEMEND dat deze overeenkomst geen afbreuk doet aan de betrekkingen tussen de EU en de Republiek Moldavië en ruimte laat voor verdere ontwikkelingen;

ZICH ERVAN BEWUST dat de Republiek Moldavië als Europees land een gezamenlijke geschiedenis en gemeenschappelijke waarden deelt met de lidstaten van de Europese Unie en bereid is deze waarden ten uitvoer te leggen en te bevorderen, die de Republiek Moldavië ertoe hebben aangezet te kiezen voor Europa;

HET BELANG ERKENNEND van het in februari 2005 tussen de EU en de Republiek Moldavië overeengekomen actieplan in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid voor de versterking van de betrekkingen tussen de EU en de Republiek Moldavië en bevordering van de hervormingen en het aanpassingsproces van de Republiek Moldavië om zo bij te dragen tot de geleidelijke economische integratie en de verdieping van de politieke associatie;

STREVEND naar de verdere versterking van de eerbiediging van de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de democratische beginselen, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur;

HERINNEREND AAN, in het bijzonder, hun bereidheid om de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat te bevorderen, onder meer door hiervoor samen te werken binnen het kader van de Raad van Europa;

BEREID ZIJNDE een bijdrage te leveren aan de politieke en sociaal-economische ontwikkeling van de Republiek Moldavië door middel van grootschalige samenwerking op een grote verscheidenheid van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals behoorlijk bestuur, vrijheid, veiligheid en justitie, handelsintegratie en versterkte economische samenwerking, werkgelegenheid en sociaal beleid, financieel beheer, openbaar bestuur en hervorming van het ambtenarenapparaat, participatie van het maatschappelijk middenveld, institutionele opbouw, armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling;

ZICH VERBINDEND TOT alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), in het bijzonder de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen van 1991 en 1992, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948 en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950;

HERINNEREND aan de wil van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten, in het bijzonder door nauw samen te werken binnen het kader van de Verenigde Naties (VN) en de OVSE;

ERKENNEND dat de actieve deelname van de Republiek Moldavië aan regionale samenwerkingsvormen van belang is;

ERNAAR STREVEND de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);

REKENING HOUDEND met de bereidheid van de EU om de internationale inspanningen te ondersteunen die tot doel hebben de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Republiek Moldavië te versterken en bij te dragen tot reïntegratie van het land;

ERKENNEND hoe belangrijk de inzet van de Republiek Moldavië is om te komen tot een levensvatbare oplossing van het conflict in Transnistrië en de bereidheid van de EU om de rehabilitatie na het conflict te ondersteunen;

ZICH INZETTEND VOOR het voorkomen en bestrijden van alle vormen van georganiseerde misdaad, mensenhandel en corruptie en meer samenwerking bij terrorismebestrijding;

ZICH INZETTEND VOOR een verdieping van hun dialoog en samenwerking op het gebied van mobiliteit, migratie, asiel en grensbeheer, in de geest van het externe migratiebeleidskader van de EU, waarbij wordt gestreefd naar samenwerking inzake legale migratie, met inbegrip van circulaire migratie en bestrijding van illegale migratie en waarbij gezorgd wordt voor een efficiënte uitvoering van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven;

ERKENNEND dat er geleidelijke stappen worden gezet om te gelegener tijd een visumvrije regeling in te voeren voor de burgers van de Republiek Moldavië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan;

BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de Republiek Moldavië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de EU, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden is als deel van de EU overeenkomstig artikel 4bis van dit Protocol, moet de Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de Republiek Moldavië onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

BELANG HECHTEND AAN de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de EU bevestigend om bij te dragen tot de economische hervormingen in de Republiek Moldavië;

ZICH INZETTEND VOOR de inachtneming van milieubehoeften met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking en tenuitvoerlegging van multilaterale internationale overeenkomsten en voor de eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling;

STREVEND naar een geleidelijke economische integratie in de interne markt van de EU, zoals in deze overeenkomst is bepaald, onder meer met een diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA) die integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst;

BEREID om een diepe en brede vrijhandelsruimte op te zetten, waarbij wordt voorzien in een verregaande aanpassing van de regelgeving en liberalisering van de markttoegang, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de partijen en de transparante toepassing van die rechten en verplichtingen;

VAN OORDEEL dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische relaties tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en de stimulering van concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

ZICH INZETTEND VOOR de continuïteit van de energievoorziening, de bevordering van de ontwikkeling van geschikte infrastructuur, betere marktintegratie en aanpassing van de regelgeving aan de essentiële punten van het EU-acquis, de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen;

ERKENNEND dat meer samenwerking op energiegebied nodig is, en de partijen het engagement zijn aangegaan om Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap (hierna „het Energiegemeenschapsverdrag” genoemd) uit te voeren;

ERNAAR STREVEND het niveau van de volksgezondheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei;

ZICH INZETTEND VOOR de contacten tussen mensen, onder meer door samenwerking en uitwisselingen op het vlak van onderzoek, ontwikkeling, onderwijs en cultuur;

ZICH INZETTEND VOOR grensoverschrijdende en interregionale samenwerking, in een geest van goed nabuurschap;

BEVESTIGEND dat de Republiek Moldavië heeft toegezegd om haar wetgeving op de relevante terreinen geleidelijk aan te passen aan die van de EU en om deze aanpassingen daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;

BEVESTIGEND dat de Republiek Moldavië heeft toegezegd om haar administratieve en institutionele structuur te ontwikkelen voor zover dit noodzakelijk is om deze overeenkomst te handhaven;

REKENING HOUDEND met de bereidheid van de EU om steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand,

Zijn het volgende overeengekomen[Red: De oorspronkelijke bijlagen bij de Overeenkomst en bij Protocol II liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2014, L 260.]:

Artikel 1. Doelstellingen
1.

Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds.

2.

Deze associatie heeft ten doel:

  • a. een politieke associatie en economische integratie te bevorderen tussen de partijen op basis van gemeenschappelijke waarden en nauwe banden, onder meer door de deelname van de Republiek Moldavië aan het beleid, de programma's en de agentschappen van de EU te vergroten;
  • b. het kader voor een versterkte politieke dialoog verder uit te bouwen op alle terreinen van wederzijds belang, zodat nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen kunnen ontstaan;
  • c. bij te dragen tot de versterking van de democratie en de politieke, economische en institutionele stabiliteit in de Republiek Moldavië;
  • d. vrede en stabiliteit te bevorderen, te bewaren en te versterken, zowel op regionaal als op internationaal niveau, onder meer door de inspanningen te bundelen om bronnen van spanning weg te nemen, de grensbeveiliging te verhogen en grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap te bevorderen;
  • e. de samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht te ondersteunen en uit te bouwen, ter versterking van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, alsook op het vlak van de mobiliteit en de contacten tussen mensen;
  • f. steun te verlenen aan de inspanningen van de Republiek Moldavië voor de ontwikkeling van haar economisch potentieel via internationale samenwerking, ook door de aanpassing van de wetgeving aan die van de EU;
  • g. de voorwaarden te scheppen voor sterkere economische banden en handelsrelaties met het oog op de geleidelijke integratie van de Republiek Moldavië in de interne markt van de EU, zoals in deze overeenkomst is bepaald, onder meer door het opzetten van een diepe en brede vrijhandelsruimte, waarbij wordt voorzien in een verregaande aanpassing van de regelgeving en liberalisering van de markttoegang, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de WTO van de partijen en de transparante toepassing van die rechten en verplichtingen; en
  • h. de voorwaarden te scheppen voor steeds nauwere samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang.

TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2
1.

Eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden zoals deze zijn vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en gedefinieerd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa van 1990 vormt de grondslag van het binnen- en buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst. De bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens, verwante materialen en de overbrengingsmiddelen daarvoor is eveneens een essentieel element van deze overeenkomst.

2.

De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, duurzame ontwikkeling en effectief multilateralisme.

3.

De partijen bevestigen dat zij de beginselen van de rechtsstaat en behoorlijk bestuur, alsook hun internationale verplichtingen, met name in het kader van de VN, de Raad van Europa en de OVSE, zullen in acht nemen.

4.

De partijen verbinden zich ertoe samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap te bevorderen, met inbegrip van samenwerking bij de ontwikkeling van projecten van gemeenschappelijk belang, met name die welke betrekking hebben op het voorkomen en bestrijden van corruptie, al dan niet georganiseerde criminele activiteiten, met inbegrip van die met een transnationaal karakter, en terrorisme. Die verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot vrede en stabiliteit in de regio.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMINGEN, SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel 3. Doelstellingen van de politieke dialoog
1.

De politieke dialoog tussen de partijen over alle gebieden van wederzijds belang – zowel kwesties van buitenlands en veiligheidsbeleid als binnenlandse hervormingen – zal verder worden ontwikkeld en versterkt. Hierdoor zal de doeltreffendheid van de politieke samenwerking toenemen en zal de convergentie op het vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid worden bevorderd.

2.

De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:

  • a. een diepere politieke associatie en meer convergentie en doeltreffendheid op het vlak van politiek en veiligheidsbeleid;
  • b. meer internationale stabiliteit en veiligheid, op basis van efficiënt multilateralisme;
  • c. meer samenwerking en dialoog tussen de partijen over internationale veiligheid en crisisbeheersing, in het bijzonder om wereldwijde en regionale problemen en de belangrijkste dreigingen aan te pakken;
  • d. meer resultaatgerichte en praktische samenwerking tussen de partijen om te komen tot vrede, veiligheid en stabiliteit op het Europese continent;
  • e. meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de mensenrechten en fundamentele vrijheden, met inbegrip van de rechten van personen die behoren tot minderheden, en bijdragen tot consolidering van binnenlandse politieke hervormingen;
  • f. verdere dialoog en meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie; en
  • g. eerbiediging en bevordering van de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit, onschendbaarheid en onafhankelijkheid.
Artikel 4. Binnenlandse hervormingen

De partijen werken samen op de volgende terreinen:

  • a. ontwikkeling, consolidatie en verhoging van de stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat;
  • b. eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;
  • c. verdere vooruitgang op het vlak van gerechtelijke en wettelijke hervormingen, om de onafhankelijkheid van de rechtspraak te waarborgen, de bestuurlijke capaciteit van de rechterlijke macht te versterken en de onpartijdigheid en doeltreffendheid van de rechtshandhavingsinstanties te garanderen;
  • d. voortzetting van de hervormingen van de overheidsdiensten en opbouw van een verantwoordelijk, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat; en
  • e. een doeltreffende corruptiebestrijding, in het bijzonder met het oog op de versterking van de internationale samenwerking inzake corruptiebestrijding en een doeltreffende tenuitvoerlegging van de desbetreffende internationale rechtsinstrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003.
Artikel 5. Buitenlands en veiligheidsbeleid
1.

De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking en ondersteunen de geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), en besteden bijzondere aandacht aan conflictpreventie en crisisbeheersing, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en uitvoercontrole. Samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke belangen, is gericht op meer convergentie en doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora.

2.

De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van respect voor soevereiniteit en territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en onafhankelijkheid als bepaald in het Handvest van de Verenigde Naties en in de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, en dat zij deze beginselen ondersteunen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen.

Artikel 6. Internationaal Strafhof
1.

De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal en internationaal niveau, onder meer in het Internationaal Strafhof (ICC).

2.

De partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het ICC een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. De partijen komen overeen het ICC te ondersteunen door het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof en de bijhorende instrumenten ten uitvoer te leggen, met passende aandacht voor de integriteit van het Statuut.

Artikel 7. Conflictpreventie en crisisbeheersing

De partijen intensiveren de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheersing, in het bijzonder met het oog op de mogelijke deelname van de Republiek Moldavië aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheersing onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, die van geval tot geval en na een eventueel verzoek van de EU tot stand komt.

Artikel 8. Regionale stabiliteit
1.

De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op voor meer stabiliteit, veiligheid en democratische ontwikkeling in de regio, en in het bijzonder om samen te werken aan een vreedzame oplossing voor de regionale conflicten.

2.

De partijen bevestigen dat zij blijven streven naar een blijvende oplossing van het conflict in Transnistrië, met volledige inachtneming van de soevereiniteit en territoriale integriteit van de Republiek Moldavië, en met het oog op een gezamenlijke wederopbouw na het conflict. In afwachting van een oplossing voor het conflict in Transnistrië en zonder afbreuk te doen aan de vastgestelde onderhandelingsformule, blijft dit vraagstuk een van de essentiële punten op de agenda van de politieke dialoog en samenwerking tussen de partijen, alsook in het kader van de dialoog en de samenwerking met andere belanghebbende actoren.

3.

Die inspanningen verlopen volgens de gezamenlijke beginselen voor handhaving van internationale vrede en veiligheid als bepaald in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en andere relevante multilaterale documenten.

Artikel 9. Massavernietigingswapens
1.

De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en stabiliteit vormt. De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.

2.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door:

  • a. maatregelen te nemen, gericht op de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan; en
  • b. een effectief stelsel van nationale exportcontroles op te zetten met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.
3.

De partijen stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.

Artikel 10. Controle op de uitvoer van handvuurwapens, lichte wapens en conventionele wapens
1.

De partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede de buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.

2.

De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.

3.

De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en toe te zien op de coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor en de vernietiging van overtollige voorraden, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau.

4.

Daarnaast stemmen de partijen ermee in te blijven samenwerken op het vlak van de controle op de uitvoer van conventionele wapens in het licht van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie.

5.

De partijen stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze maatregelen.

Artikel 11. Internationale samenwerking bij terrorismebestrijding
1.

De partijen komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, overeenkomstig het internationale recht, de desbetreffende VN-resoluties, de internationale mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het humanitaire recht.

2.

Daartoe werken zij in het bijzonder samen ter verdieping van de internationale consensus over de bestrijding van terrorisme, met inbegrip van de juridische definitie van terroristische daden, en door te streven naar overeenstemming over het Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme.

3.

In het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 (2001) van de VN-Veiligheidsraad en andere relevante VN-instrumenten, toepasselijke internationale verdragen en instrumenten wisselen de partijen informatie uit over terroristische organisaties en groeperingen en hun activiteiten en de netwerken die hen ondersteunen, overeenkomstig het internationale recht en de wetgeving van de partijen.

TITEL III. VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

Artikel 12. Rechtsstaat
1.

Bij hun samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht hechten de partijen bijzonder belang aan de bevordering van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces.

2.

De partijen werken nauw samen voor een doeltreffend functioneren van de instellingen op het gebied van rechtshandhaving en rechtsbedeling.

3.

Respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden is de leidraad voor alle samenwerking inzake vrijheid, veiligheid en recht.

Artikel 13. Bescherming van persoonsgegevens
1.

De partijen komen overeen samen te werken om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen overeenkomstig de rechtsinstrumenten en -normen van de EU, de Raad van Europa en op internationaal vlak.

2.

Op elke verwerking van persoonsgegevens zijn de in bijlage I bij deze overeenkomst bedoelde wettelijke bepalingen van toepassing. De overdracht van persoonsgegevens tussen de partijen vindt alleen plaats wanneer een dergelijke overdracht nodig is voor de uitvoering door de bevoegde autoriteiten van de partijen van deze of andere overeenkomsten die tussen de partijen zijn gesloten.

Artikel 14. Migratie, asiel en grensbeheer
1.

De partijen herbevestigen het belang van het gezamenlijk beheer van migratiestromen tussen hun grondgebieden en verdiepen de bestaande brede dialoog over alle migratiegerelateerde kwesties, waaronder legale migratie, internationale bescherming, illegale migratie, mensensmokkel en mensenhandel.

2.

De samenwerking wordt gebaseerd op een analyse van de specifieke behoeften, die in onderling overleg door de partijen wordt verricht, en wordt overeenkomstig de desbetreffende wetgeving uitgevoerd. De samenwerking richt zich in het bijzonder op:

  • a. de achterliggende oorzaken en gevolgen van migratie;
  • b. de ontwikkeling en uitvoering van nationale wetgeving en praktijken met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het Verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het bijbehorende protocol van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, en teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van non-refoulement gerespecteerd wordt;
  • c. de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;
  • d. de opzet van een doelmatige en preventieve aanpak van illegale immigratie, smokkel van migranten en mensenhandel, onder meer door netwerken en criminele organisaties van handelaars en smokkelaars te bestrijden en de slachtoffers van deze praktijken te beschermen;
  • e. het bevorderen en vergemakkelijken van de terugkeer van illegale migranten; en
  • f. wat betreft het beheer van de grenzen en de beveiliging van documenten, op organisatie, opleiding, beste praktijken en andere operationele vraagstukken alsook op de versterking van de samenwerking tussen het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX) en de grensbewakingsdiensten van de Republiek Moldavië.
3.

Samenwerking kan ook de circulaire migratie bevorderen en aldus bijdragen tot de ontwikkeling.

Artikel 15. Verkeer van personen
1.

De partijen zorgen voor de volledige tenuitvoerlegging van

  • a. de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, die op 1 januari 2008 in werking is getreden, en
  • b. de op 1 januari 2008 in werking getreden overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, als gewijzigd op 27 juni 2012.
2.

De partijen streven naar meer mobiliteit van burgers en blijven geleidelijk evolueren in de richting van de gemeenschappelijke doelstelling van een op termijn visumvrije regeling, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan, als bepaald in het actieplan voor visumliberalisering.

Artikel 16. Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie en andere illegale activiteiten
1.

De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, met inbegrip van die met een transnationaal karakter, zoals:

  • a. mensensmokkel en mensenhandel;
  • b. goederensmokkel en illegale handel in goederen, met inbegrip van handvuurwapens en drugs;
  • c. illegale economische en financiële activiteiten, zoals namaak, fiscale fraude en fraude bij openbare aanbestedingen;
  • d. fraude, zoals omschreven in titel VI (Financiële bijstand, fraudebestrijding en controle) van deze overeenkomst, bij door internationale donoren gefinancierde projecten;
  • e. actieve en passieve corruptie, zowel in de particuliere als openbare sector, met inbegrip van het misbruik van functies en ongeoorloofde beïnvloeding;
  • f. het vervalsen van documenten en het afleggen van onjuiste verklaringen; en
  • g. computercriminaliteit.
2.

De partijen verbeteren de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, waarbij zij onder meer de samenwerking versterken tussen de Europese Politiedienst (Europol) en de desbetreffende autoriteiten van de Republiek Moldavië. De partijen verbinden zich tot de effectieve tenuitvoerlegging van de desbetreffende internationale normen, in het bijzonder die welke zijn vastgelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (UNTOC) van 2000 en de drie protocollen daarbij, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003 en de desbetreffende instrumenten van de Raad van Europa tot het voorkomen en bestrijden van corruptie.

Artikel 17. Bestrijding van drugs
1.

Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsvraagstukken. Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om drugs te bestrijden, het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar drugs, waarbij de gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt, en op het doeltreffender voorkomen dat chemische stoffen onrechtmatig worden gebruikt voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen.

2.

De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op onderling overeengekomen beginselen, overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen, EU-drugsstrategie (2013-2020), de Politieke Verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen, goedgekeurd door de twintigste speciale zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties inzake drugs van juni 1998.

Artikel 18. Witwassen van geld en financiering van terrorisme
1.

De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële sectoren worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten, alsmede voor de financiering van terrorisme. Deze samenwerking strekt zich uit tot inbeslagneming van vermogensbestanddelen of gelden die uit de opbrengsten van criminele activiteiten zijn verkregen.

2.

Door de samenwerking op dit vlak moet het mogelijk worden relevante informatie uit te wisselen in het kader van de respectieve wetgevingen en passende normen vast te stellen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, die vergelijkbaar zijn met die van de internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force (FATF).

Artikel 19. Bestrijding van terrorisme

De partijen komen overeen samen te werken aan preventie en bestrijding van terroristische daden met volledige inachtneming van de rechtsstaat, het internationale recht inzake de mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het humanitaire recht, en overeenkomstig de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN van 2006 en hun respectievelijke wet- en regelgeving. Zij doen dit in het bijzonder in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van de resoluties 1267 (1999), 1373 (2001), 1540 (2004) en 1904 (2009) van de VN-Veiligheidsraad en andere relevante VN-instrumenten en toepasselijke internationale overeenkomsten en instrumenten:

  • a. door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;
  • b. door van gedachten te wisselen over terroristische tendensen en manieren en methoden om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme; en
  • c. door goede praktijken uit te wisselen betreffende de bescherming van de mensenrechten in het kader van de strijd tegen het terrorisme.
Artikel 20. Juridische samenwerking
1.

De partijen komen overeen justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken uit te bouwen, in het bijzonder wat betreft de onderhandeling, ratificatie en tenuitvoerlegging van multilaterale verdragen inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, waaronder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.

2.

Wat de juridische samenwerking in strafzaken betreft, streven de partijen naar verbetering van de samenwerking inzake wederzijdse juridische bijstand. Waar nodig impliceert dit de toetreding tot en uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de Verenigde Naties en de Raad van Europa, en nauwere samenwerking met Eurojust.

TITEL IV. ECONOMISCHE EN ANDERE SECTORALE SAMENWERKING

HOOFDSTUK 1. HERVORMING VAN HET OPENBARE BESTUUR

Artikel 21

De samenwerking is gericht op de ontwikkeling van een doeltreffend en verantwoordelijk openbaar bestuur in de Republiek Moldavië, met het oog op steun voor de tenuitvoerlegging van de rechtsstaat, zodat de openbare instellingen ten dienste staan van de hele bevolking van de Republiek Moldavië en een vlotte ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en haar partners kan worden bevorderd. Er zal bijzondere aandacht gaan naar de modernisering en de ontwikkeling van uitvoerende functies, om de burgers van de Republiek Moldavië kwaliteitsvolle dienstverlening te bieden.

Artikel 22

De samenwerking omvat de volgende gebieden:

  • a. de institutionele en functionele ontwikkeling van de overheid, met het oog op een doeltreffender werking en een doeltreffend, participatief en transparant besluitvormings- en strategische-planningsproces;
  • b. de modernisering van de overheidsdiensten, met inbegrip van de invoering en uitvoering van e-bestuur, voor een doeltreffender dienstverlening aan de burgers en goedkoper zakendoen;
  • c. het opzetten van een professionele openbare dienst op basis van het beginsel van de verantwoordingsplicht van beheerders en de doeltreffende overdracht van bevoegdheid, alsook eerlijke en transparante indienstneming, opleiding, evaluatie en bezoldiging;
  • d. doeltreffend en professioneel beheer van menselijke hulpbronnen en carrièreverloop; en
  • e. de bevordering van ethische waarden in de overheidsdienst.
Artikel 23

De samenwerking heeft betrekking op alle overheidsniveaus, met inbegrip van lokaal bestuur.

HOOFDSTUK 2. ECONOMISCHE DIALOOG

Artikel 24
1.

De Europese Unie en de Republiek Moldavië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door beter inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën. De samenwerking tussen de partijen streeft naar een economisch beleid dat pertinent is voor een goed functionerende markteconomie, alsook naar de formulering en tenuitvoerlegging van een dergelijk beleid.

2.

De Republiek Moldavië streeft ernaar een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en haar beleid geleidelijk aan te passen aan het beleid van de EU, overeenkomstig de leidende beginselen van een gezond macro-economisch en budgettair beleid, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de centrale bank en prijsstabiliteit, gezonde overheidsfinanciën en een houdbare betalingsbalans.

Artikel 25
1.

Tot dit doel komen de partijen overeen om samen te werken op de volgende gebieden:

  • a. uitwisseling van informatie over macro-economisch beleid en structurele hervormingen, alsook over macro-economische prestaties en vooruitzichten, en strategieën voor economische ontwikkeling;
  • b. gezamenlijke analyse van economische kwesties van wederzijds belang, met inbegrip van economische beleidsmaatregelen en instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan, zoals methoden voor het opstellen van economische prognosen en strategische beleidsdocumenten, teneinde de beleidsvorming in de Republiek Moldavië te versterken overeenkomstig de beginselen en de werkwijzen van de EU; en
  • c. uitwisseling van expertise op macro-economisch en macrofinancieel gebied, met inbegrip van de overheidsfinanciën, ontwikkelingen en regelgeving in de financiële sector, monetair en wisselkoersbeleid en kaders, externe financiële bijstand, economische statistieken.
2.

De samenwerking omvat tevens de uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie.

Artikel 26

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 3. VENNOOTSCHAPSRECHT, BOEKHOUDING EN BOEKHOUDKUNDIGE CONTROLE EN CORPORATE GOVERNANCE

Artikel 27
1.

De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van het handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van vennootschapsrecht en corporate governance noodzakelijk zijn, alsook op het gebied van boekhouding en boekhoudkundige controle, en komen daartoe overeen samen te werken:

  • a. inzake de bescherming van aandeelhouders, crediteuren en andere belanghebbenden, overeenkomstig de EU-voorschriften op dit gebied;
  • b. inzake de invoering van relevante internationale normen op nationaal niveau en de geleidelijke aanpassing van de regelgeving van de Republiek Moldavië aan die van de EU op het gebied van boekhouding en boekhoudkundige controle; en
  • c. inzake de verdere ontwikkeling van het beleid voor corporate governance overeenkomstig de internationale normen, alsmede de geleidelijke aanpassing van de regelgeving van de Republiek Moldavië aan de EU-voorschriften en -aanbevelingen op dit gebied.
2.

De relevante EU-voorschriften en aanbevelingen zijn opgesomd in bijlage II bij deze overeenkomst.

Artikel 28

De partijen streven ernaar informatie en expertise uit te wisselen over zowel de bestaande systemen als relevante nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Voorts streven de partijen naar een verbetering van de uitwisseling van informatie tussen de bedrijfsregisters van de lidstaten en het nationale register van de bedrijven in de Republiek Moldavië.

Artikel 29

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 30

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage II bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 4. WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN

Artikel 31

De partijen versterken hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de agenda voor waardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, de sociale bescherming, sociale integratie, gelijke kansen en antidiscriminatie, en sociale rechten, en dragen aldus bij tot de bevordering van meer en betere banen, armoedebestrijding, betere sociale samenhang, duurzame ontwikkeling en betere levenskwaliteit.

Artikel 32

De samenwerking die is gebaseerd op de uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen, kan een aantal kwesties bestrijken op een van de volgende gebieden:

  • a. de armoedebestrijding en grotere sociale samenhang;
  • b. het werkgelegenheidsbeleid, met het oog op meer en betere banen met correcte arbeidsvoorwaarden, teneinde de informele economie en informele werkgelegenheid terug te brengen;
  • c. de bevordering van actieve arbeidsmarktmaatregelen en van doeltreffende arbeidsbemiddelingsdiensten ter modernisering van de arbeidsmarkt en tot aanpassing aan de behoeften van de arbeidsmarkt;
  • d. de bevordering van een meer inclusieve arbeidsmarkt en meer inclusieve sociale-opvangsystemen ter integratie van benadeelde bevolkingsgroepen, zoals gehandicapten en personen uit minderheidsgroepen;
  • e. een doeltreffend beheer van arbeidsmigratie, teneinde het positieve effect ervan op de ontwikkeling te versterken;
  • f. gelijke kansen, ter bevordering van de gelijkheid tussen de geslachten en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, alsook ter bestrijding van alle vormen van discriminatie;
  • g. sociaal beleid voor een betere sociale-beschermingsniveau, met inbegrip van sociale bijstand en sociale zekerheid, de modernisering van de sociale-zekerheidssystemen, wat betreft kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;
  • h. de bevordering van de deelname van de sociale partners en van de sociale dialoog, onder meer door een versterking van de capaciteit van alle relevante belanghebbenden; en
  • i. de bevordering van gezondheid en veiligheid op het werk.
Artikel 33

De partijen moedigen de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, in het bijzonder maatschappelijke organisaties en de sociale partners, in de beleidsontwikkeling en de beleidshervormingen in de Republiek Moldavië en in de samenwerking tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst.

Artikel 34

De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties.

Artikel 35

De partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in het Global Compact van de Verenigde Naties en de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de ILO.

Artikel 36

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 37

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage III bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 5. CONSUMENTENBESCHERMING

Artikel 38

De partijen streven samen naar een hoog niveau van consumentenbescherming en verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.

Artikel 39

Om deze doelstellingen te verwezenlijken omvat de samenwerking indien nodig:

  • a. het streven naar aanpassing van de consumentenwetgeving, gebaseerd op de prioriteiten van bijlage IV bij deze overeenkomst, met vermijding van handelsbelemmeringen tot garandering van een reële keuze voor de consument;
  • b. de bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenscherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, met inbegrip van markttoezicht, systemen en hulpmiddelen voor de informatie van consumenten, consumentenopvoeding, eigen verantwoordelijkheid en schadeloosstelling van consumenten, en verkoop- en dienstenovereenkomsten tussen handelaren en consumenten;
  • c. de bevordering van opleidingsactiviteiten voor overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen; en
  • d. de bevordering van de ontwikkeling van onafhankelijke consumentenverenigingen, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties, en van contacten tussen consumentenvertegenwoordigers, alsook samenwerking tussen de autoriteiten en ngo's op het gebied van consumentenbescherming.
Artikel 40

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage IV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 6. STATISTIEK

Artikel 41

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistieken en dragen zo bij tot hun langetermijndoelstelling tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. De verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in de EU en in de Republiek Moldavië en hen in staat stelt op basis hiervan gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het acquis van de EU op statistisch gebied, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde het nationale statistische stelsel af te stemmen op de Europese normen.

Artikel 42

De samenwerking is gericht op:

  • a. verdere versterking van de capaciteit van het nationale stelsel voor statistiek, met nadruk op een gezonde wettelijke grondslag, de productie van adequate gegevens en metagegevens, verspreiding en gebruiksvriendelijkheid, rekening houdend met diverse gebruikersgroepen, met inbegrip van openbare en particuliere, academici en andere gebruikers;
  • b. verdere aanpassing van het statistische stelsel van de Republiek Moldavië aan het Europees statistisch systeem;
  • c. verfijning van de gegevensverstrekking aan de EU, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methoden, waaronder statistische indelingen;
  • d. verbetering van de professionele capaciteit en de beheerscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de EU te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het statistische stelsel van de Republiek Moldavië;
  • e. uitwisseling tussen de partijen van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis; en
  • f. bevordering van integrale kwaliteitszorg voor alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.
Artikel 43

De partijen werken samen in het kader van het Europees statistisch systeem, waarbinnen Eurostat de Europese autoriteit voor de statistiek is. De samenwerking wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a. demografische statistieken, met inbegrip van tellingen en sociale statistieken;
  • b. landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen en milieustatistieken;
  • c. bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;
  • d. macro-economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen, statistieken in verband met buitenlandse handel, en statistieken in verband met buitenlandse rechtstreekse investeringen;
  • e. energiestatistieken, met inbegrip van energiebalansen;
  • f. regionale statistieken; en
  • g. horizontale activiteiten, met inbegrip van statistische indelingen, kwaliteitsbeheer, opleiding, verspreiding en gebruik van moderne informatietechnologieën.
Artikel 44

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma’s reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de afstemming op het acquis van de EU op statistisch gebied, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het statistische stelsel van de Republiek Moldavië, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees statistisch systeem. Bij de productie van statistische gegevens ligt de nadruk op de verdere ontwikkeling van steekproefenquêtes en het gebruik van administratieve gegevens, rekening houdende met de noodzaak om de belasting voor de respondenten te verminderen. De gegevens moeten relevant zijn voor de opzet en de monitoring van het beleid op sleutelgebieden van het sociale en economische leven.

Artikel 45

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Voor zover mogelijk moeten de activiteiten binnen het Europees statistisch systeem, met inbegrip van de opleiding, openstaan voor deelname van de Republiek Moldavië.

Artikel 46
1.

De partijen verbinden zich ertoe een programma op te zetten en geregeld te herzien van geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Moldavië aan de EU-wetgeving op het gebied van statistiek.

2.

Het acquis op statistisch gebied is opgenomen in het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst wordt beschouwd (bijlage V).

HOOFDSTUK 7. BEHEER VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN: BEGROTINGSBELEID, INTERNE CONTROLE, FINANCIËLE INSPECTIE EN EXTERNE AUDIT

Artikel 47

De samenwerking op het gebied van dit hoofdstuk zal zich richten op de uitvoering van internationale normen en optimale werkwijzen van de EU op dit gebied, hetgeen zal bijdragen tot de ontwikkeling van een modern beheer van de overheidsfinanciën in de Republiek Moldavië, overeenkomstig de fundamentele beginselen van de EU en de internationale gemeenschap voor transparantie, verantwoordingsplicht, economie, doeltreffendheid en doelmatigheid.

Artikel 48. Begroting en boekhoudsystemen

De partijen werken samen met betrekking tot:

  • a. de verbetering en systematisering van de regelgevingsdocumenten voor de budgettaire, financiële, boekhoudkundige en rapportagesystemen en de harmonisatie daarvan op basis van internationale normen, tevens rekening houdend met de optimale werkwijzen in de openbare sector van de EU;
  • b. de voortdurende ontwikkeling van meerjarige begrotingsplanning en de aanpassing aan de optimale werkwijzen van de EU;
  • c. de bestudering van de praktijken van de Europese landen voor interbudgettaire betrekkingen, met het oog op verbeteringen op dit punt in de Republiek Moldavië;
  • d. de bevordering van de aanpassing van aanbestedingsprocedures aan de bestaande praktijken in de EU; en
  • e. de uitwisseling van informatie, ervaringen en goede praktijken, ook door de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding ter zake.
Artikel 49. Interne controle, financiële inspectie en externe audit

De partijen werken ook samen met betrekking tot:

  • a. de verdere verbetering van het interne-controlesysteem (met inbegrip van een functioneel onafhankelijke interne-auditfunctie) in nationale en lokale autoriteiten door middel van harmonisering met algemeen aanvaarde internationale normen en methoden en optimale EU-werkwijzen;
  • b. de ontwikkeling van een adequaat financieel-inspectiesysteem ter aanvulling van de interne-auditfunctie (zonder deze te overlappen) en ter verzekering van een adequaat controlebereik voor de overheidsinkomsten en -uitgaven tijdens een overgangsperiode en daarna;
  • c. doeltreffende samenwerking tussen de actoren die betrokken zijn bij financieel beheer en controle, audit en insepctie en de actoren voor begroting, financiën en boekhouding voor een beter bestuur;
  • d. de versterking van de bevoegdheden van de centrale harmonisatie-eenheid van de interne controle op overheidsfinanciën (PIFC);
  • e. de tenuitvoerlegging van internationaal aanvaarde externe-auditnormen van de Internationale Organisatie van Hoge Controle-instanties (INTOSAI); en
  • f. de uitwisseling van informatie, ervaringen en goede praktijken, ook door de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding ter zake.
Artikel 50. Bestrijding van fraude en corruptie

De partijen werken ook samen met betrekking tot:

  • a. de uitwisseling van informatie, ervaring en goede praktijken;
  • b. betere methoden ter bestrijding en voorkoming van fraude en corruptie op de gebieden die door dit hoofdstuk worden bestreken, met inbegrip van samenwerking tussen de relevante overheidsorganen; en
  • c. het garanderen van doeltreffende samenwerking met de relevante EU-instellingen en organen, in het geval van controles ter plaatse, inspecties en audits die verband houden met het beheer en de controle van EU-middelen, volgens de relevante regels en procedures.
Artikel 51

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 8. BELASTINGEN

Artikel 52

De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren.

Artikel 53

Ten aanzien van artikel 52 van deze overeenkomst erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op EU-niveau onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van legitieme belastingen en het treffen van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten.

Artikel 54

De partijen intensiveren en versterken tevens hun samenwerking tot verbetering en ontwikkeling van het belastingstelsel en de belastingdienst van de Republiek Moldavië, met inbegrip van verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, waarbij zij specifieke aandacht schenken aan de procedures voor de terugbetaling van belasting over de toegevoegde waarde (btw), teneinde de opeenhoping van achterstallen te vermijden, doeltreffende belastinginning te verzekeren en de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking te versterken. De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude, in het bijzonder carrouselfraude.

Artikel 55

De partijen ontwikkelen hun samenwerking en harmoniseren hun beleid om fraude met en smokkel van accijnsproducten te voorkomen en te bestrijden. Deze samenwerking omvat onder meer de geleidelijke onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor tabaksproducten, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de beperkingen die de regionale context met zich meebrengt, onder meer door middel van een dialoog op regionaal niveau en overeenkomstig het kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging van 2003. De partijen zullen hiertoe streven naar versterking van hun samenwerking in regionaal verband.

Artikel 56

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 57

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 9. FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 58

De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van hun onderlinge handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van financiële diensten noodzakelijk zijn, en komen daartoe overeen samen te werken op het gebied van financiële diensten teneinde:

  • a. de aanpassing van de regelgeving voor financiële diensten aan de behoeften van een open markteconomie te steunen;
  • b. toe te zien op passende en doeltreffende bescherming van investeerders en andere consumenten van financiële diensten;
  • c. de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel van de Republiek Moldavië in zijn geheel te verzekeren;
  • d. de samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties, te bevorderen; en
  • e. onafhankelijk en doeltreffend toezicht te waarborgen.
Artikel 59
1.

De partijen moedigen de samenwerking tussen bevoegde regelgevende en toezichthoudende autoriteiten aan, met inbegrip van de uitwisseling van informatie en expertise inzake de financiële markten en dergelijke maatregelen.

2.

Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de ontwikkeling van de administratieve capaciteit van dergelijke autoriteiten, onder meer door middel van de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding.

Artikel 60

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 61

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXVIII-A bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 10. INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID

Artikel 62

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op het midden- en kleinbedrijf. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingsnetwerk voor bedrijven uit de EU en de Republiek Moldavië die in de EU en in de Republiek Moldavië actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het mkb-beleid van de EU, rekening houdende met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied.

Artikel 63

De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:

  • a. uitvoering van strategieën voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf op basis van het Europees handvest voor kleine ondernemingen en toezicht op het uitvoeringsproces door regelmatige rapportage en dialoog. Deze samenwerking zal tevens aandacht hebben voor micro-ondernemingen die van zeer groot belang zijn zowel voor de economie van de EU als die van de Republiek Moldavië;
  • b. totstandbrenging van betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en goede praktijken. Deze samenwerking omvat het beheer van structuurwijzigingen (herstructureringen), de ontwikkeling van publiek-particuliere partnerschappen en milieu- en energievraagstukken, zoals energie-efficiëntie en schonere productie;
  • c. vereenvoudiging en rationalisering van de regelgeving en de praktijk op dat gebied, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van goede praktijken inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de EU betreft;
  • d. aanmoediging van de ontwikkeling van een innovatiebeleid door middel van uitwisseling van informatie en goede praktijken over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven), ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;
  • e. aanmoediging van meer contacten tussen bedrijven uit de EU en bedrijven uit de Republiek Moldavië en tussen deze bedrijven en de autoriteiten van de EU en de Republiek Moldavië;
  • f. ondersteuning van activiteiten op het gebied van exportpromotie in de Republiek Moldavië; en
  • g. ondersteuning voor de modernisering en herstructurering van de industrie van de Republiek Moldavië in bepaalde sectoren.
Artikel 64

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Hierbij zullen ook vertegenwoordigers worden betrokken van EU-bedrijven en bedrijven uit de Republiek Moldavië.

HOOFDSTUK 11. MIJNBOUW EN GRONDSTOFFEN

Artikel 65

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake de mijnbouw en de handel in grondstoffen om het wederzijds begrip te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en informatie-uitwisseling en samenwerking inzake vraagstukken op ander dan energiegebied te bevorderen, in het bijzonder wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen.

Artikel 66

De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:

  • a. onderlinge uitwisseling van informatie over ontwikkelingen in de sector mijnbouw en grondstoffen;
  • b. uitwisseling van informatie over kwesries in verband met grondstoffen met het oog op de bevordering van bilaterale uitwisselingen;
  • c. uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen in verband met duurzame ontwikkeling in de mijnbouw; en
  • d. uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen in verband met opleiding, vaardigheden en veiligheid in de mijnbouw.

HOOFDSTUK 12. LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

Artikel 67

De partijen werken samen ter bevordering van de ontwikkeling van de landbouw en het platteland, in het bijzonder door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.

Artikel 68

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere de volgende gebieden:

  • a. vergroten van wederzijds begrip van het beleid met betrekking tot landbouw en plattelandsontwikkeling;
  • b. verbeteren van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren en tenuitvoerleggen van beleid overeenkomstig de EU-regelgeving en optimale werkwijzen;
  • c. bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;
  • d. delen van kennis en optimale werkwijzen op het gebied van plattelandsontwikkeling ter bevordering van het economische welzijn van plattelandsgemeenschappen;
  • e. verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector, de efficiëntie en transparantie van de markten;
  • f. bevorderen van een kwalitatief beleid en controlemechanismen daarvoor, meer bepaald geografische aanduidingen en biologische landbouw;
  • g. verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten; en
  • h. verbeteren van de harmonisering van kwesties binnen het kader van internationale organisaties waarvan de partijen lid zijn.
Artikel 69

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 70

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 13. VISSERIJ EN MARITIEM BELEID

AFDELING 1. VISSERIJBELEID

Artikel 71

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking over kwesties in verband met visserij en goed maritiem bestuur, waarbij zij nauwere bilaterale en multilaterale samenwerking ontwikkelen in de visserijsector. De partijen moedigen ook een geïntegreerde aanpak aan van visserijkwesties en ondersteunen duurzame ontwikkeling in de visserij.

Artikel 72

De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:

  • a. goed bestuur en optimale werkwijzen met betrekking tot visserijbeheer, met het oog op de instandhouding en het beheer van de visbestanden, op duurzame wijze en op basis van de ecosysteemaanpak;
  • b. verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer overeenkomstig de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden; en
  • c. samenwerking via passende regionale organisaties die verantwoordelijk zijn voor beheer en behoud van levende aquatische hulpbronnen.
Artikel 73

De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid, onder meer:

  • a. beheer van visserij en aquacultuurhulpbronnen;
  • b. inspectie en controle van visserijactiviteiten, en de ontwikkeling van de bijbehorende administratieve en gerechtelijke structuren die passende maatregelen kunnen toepassen;
  • c. inzameling van gegevens over de vangst en de aanvoer, en biologische en economische gegevens;
  • d. efficiëntere markten, in het bijzonder door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid; en
  • e. ontwikkeling van een structureel beleid voor de vijsserijsector, met speciale aandacht voor de duurzame ontwikkeling van de visserijgebieden die zijn gedefinieerd als gebieden aan een meeroever of met vijvers of een riviermonding, en met een significante werkgelegenheid in de visserijsector.

AFDELING 2. MARITIEM BELEID

Artikel 74

Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, transport, milieu en andere maritieme beleidsgebieden, ontwikkelen de partijen tevens samenwerking en onderlinge bijstand, waar nodig, inzake maritieme kwesties, meer bepaald door actief steun te verlenen aan een geïntegreerde aanpak van maritieme zaken en goed bestuur in de Zwarte Zee in de relevante internationale fora.

Artikel 75

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 14. SAMENWERKING INZAKE ENERGIE

Artikel 76

De partijen komen overeen hun huidige samenwerking op energiegebied voort te zetten op basis van de beginselen van partnerschap, wederzijds respect, transparantie en voorspelbaarheid. Deze samenwerking moet streven naar energie-efficiëntie, marktintegratie en convergentie van de regelgeving in de energiesector, rekening houdend met de noodzaak van concurrentievermogen en de toegang tot veilige, milieubewuste en betaalbare energie, met inbegrip van de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap.

Artikel 77

De onderlinge samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden en doelstellingen:

  • a. energiestrategieën en -beleid;
  • b. de ontwikkeling van concurrentiële, transparante, niet-discriminerende energiemarkten overeenkomstig EU-normen, met inbegrip van de verplichtingen volgens het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, via hervormingen van de regelgeving en de deelname aan regionale energiesamenwerking;
  • c. de ontwikkeling van een aantrekkelijk en stabiel investeringsklimaat door het aanpakken van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden;
  • d. energie-infrastructuur, met inbegrip van projecten van gezamenlijk belang, ter diversifiëring van de energiebronnen, de leveranciers en de vervoersroutes op een economisch doeltreffende en milieubewuste wijze, onder meer door facilitering van op leningen en subsidies gebaseerde investeringen;
  • e. de verbetering en versterking van stabiliteit op de lange termijn en van veiligheid van de energietoevoer en -handel, -doorvoer en -transport op een wederzijds voordelige en niet-discriminerende wijze overeenkomstig de EU-voorschriften en internationale voorschriften;
  • f. de bevordering van energie-efficiëntie en energiebesparing, onder meer inzake de energieprestatie van gebouwen, en de ontwikkeling van en steun aan duurzame energie op een economisch verantwoorde en milieubewuste wijze;
  • g. het terugbrengen van broeikas-emissies, onder mee door energie-efficiëntie en duurzame-energieprojecten;
  • h. wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie voor de ontwikkeling en verbetering van technologieën voor de productie, het vervoer, de levering en het eindgebruik van energie, met bijzondere aandacht voor energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën; en
  • i. mogelijke voortzetting van de samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, overeenkomstig de beginselen en normen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de relevante internationale verdragen en overeenkomsten die binnen het kader van de IAEA zijn gesloten, alsook overeenkomstig, waar van toepassing, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
Artikel 78

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 79

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VIII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 15. VERVOER

Artikel 80

De partijen:

  • a. vergroten en versterken hun samenwerking op vervoersgebied, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;
  • b. bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen; en
  • c. streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.
Artikel 81

Deze samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden:

  • a. ontwikkeling van een duurzaam nationaal vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, in het bijzonder om de efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van de vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van deze overwegingen met betrekking tot vervoer in andere beleidsgebieden te bevorderen;
  • b. ontwikkeling van sectorale strategieën in verband met het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, door de lucht en over zee en het intermodale vervoer (onder meer de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen); dit omvat tevens tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;
  • c. verbetering van het infrastructuurbeleid, zodat infrastructuurprojecten voor de diverse vervoerswijzen beter kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd;
  • d. uitwerking van financieringsstrategieën voor onderhoud, capaciteitsknelpunten en ontbrekende infrastructuurverbindingen, en aansporing en bevordering van de deelname van de particuliere sector aan vervoersprojecten;
  • e. toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;
  • f. wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van vervoerstechnologieën zoals intelligente vervoerssystemen; en
  • g. bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtesystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer.
Artikel 82
1.

Met de samenwerking wordt tevens gestreefd naar verbetering van het verkeer van personen en goederen en de doorstroming van het vervoer tussen de Republiek Moldavië, de EU en derde landen in de regio door administratieve en technische en andere belemmeringen weg te nemen, de vervoersnetwerken te verbeteren en de infrastructuur te moderniseren, in het bijzonder van de belangrijkste verkeersnetwerken tussen de partijen. Deze samenwerking omvat maatregelen ter vergemakkelijking van grensoverschrijdend verkeer.

2.

De samenwerking omvat informatie-uitwisseling en gezamenlijke activiteiten:

  • a. op regionaal niveau, in het bijzonder met inachtneming en met integratie van de vooruitgang die bereikt is in het kader van diverse regionale regelingen voor vervoerssamenwerking, zoals de Transportcorridor Europa-Kaukasus-Azië (Traceca), de transportsamenwerking binnen het kader van het Oosters Partnerschap en andere vervoersinitiatieven; en
  • b. op internationaal niveau, onder meer ten aanzien van internationale vervoersorganisaties en internationale overeenkomsten en verdragen die door de partijen zijn geratificeerd, en in het kader van de verschillende vervoersagentschappen van de EU.
Artikel 83

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 84

De partijen werken samen voor een verbetering van de transportverbindingen volgens de bepalingen van bijlage IX bij deze overeenkomst.

Artikel 85

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage X en in bijlage XXVIII-D bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlagen.

HOOFDSTUK 16. MILIEU

Artikel 86

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieuaangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en een groenere economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in de EU en in de Republiek Moldavië, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieuefficiëntie, integratie van het milieu in andere beleidsterreinen, het gebruik van modernere en schonere technologieën die bijdragen aan duurzamere productiepatronen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied.

Artikel 87

De samenwerking is gericht op behoud, bescherming, verbetering en herstel van de kwaliteit van het milieu, bescherming van de menselijke gezondheid, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en bevordering van maatregelen op internationaal niveau voor het aanpakken van regionale of mondiale milieuproblemen, onder andere op het gebied van:

  • a. goed bestuur op milieugebied en horizontale kwesties, onder meer milieueffectbeoordeling en strategische effectbeoordeling, onderwijs en opleiding, milieu-aansprakelijkheid, bestrijding van milieumisdrijven, grensoverschrijdende samenwerking, toegang tot milieu-informatie, besluitvormingsprocedures en doeltreffende administratieve en gerechtelijke herzieningsprocedures;
  • b. luchtkwaliteit;
  • c. waterkwaliteit en bronnenbeheer, met inbegrip van de beheersing van overstromingsrisico's, waterschaarste en droogten;
  • d. afvalbeheer, beheer van middelen en vervoer van afval;
  • e. natuurbescherming, met inbegrip van behoud en bescherming van biodiversiteit en landschapsdiversiteit;
  • f. industriële verontreiniging en industriële risico’s;
  • g. chemische stoffen;
  • h. geluidshinder;
  • i. bodembescherming;
  • j. stads- en plattelandsontwikkeling;
  • k. milieuheffingen en taksen;
  • l. systemen voor toezicht en milieu-informatie;
  • m. inspectie en handhaving; en
  • n. milieu-innovatie met inbegrip van de beste beschikbare technologieën.
Artikel 88

De partijen zorgen voor onder meer het volgende:

  • a. uitwisseling van informatie en deskundigheid;
  • b. uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie over schonere technologieën;
  • c. planning voor de aanpak van industriële risico's en ongevallen;
  • d. uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieuovereenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd en, in voorkomend geval, gezamenlijke activiteiten in het kader van de betrokken instanties.

De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken en regionale samenwerking.

Artikel 89

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a. ontwikkeling van een algemene milieustrategie met geplande institutionele hervormingen (voorzien van een tijdschema) om de tenuitvoerlegging en handhaving van de milieuwetgeving te waarborgen; verdeling van de bevoegdheden voor het milieubeheer over de nationale, regionale en gemeentelijke overheden; procedures voor de besluitvorming en voor de uitvoering van besluiten; procedures voor het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen; bevordering van maatregelen voor een groene economie en eco-innovatie, vaststelling van de nodige personele en financiële middelen en een mechanisme voor controle; en
  • b. ontwikkeling van sectorale strategieën inzake luchtkwaliteit, waterkwaliteit en de watervoorraden; afvalbeheer en beheer van hulpbronnen; biodiversiteit en natuurbeschermingsgebieden; industriële verontreiniging en industriële risico’s en chemicaliën, geluidsoverlast, bodembescherming, stads- en plattelandsontwikkeling, eco-innovatie, met vaststelling van duidelijke tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsstrategieën voor investeringen in infrastructuur en technologie.
Artikel 90

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 91

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 17. KLIMAATACTIE

Artikel 92

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking voor de bestrijding van de klimaatverandering. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en de bilaterale en multilaterale overeenkomsten op dit gebied.

Artikel 93

Met de samenwerking worden maatregelen bevorderd op nationaal, regionaal en internationaal niveau, onder meer inzake:

  • a. matiging van de klimaatverandering;
  • b. aanpassing aan de klimaatverandering;
  • c. emissierechtenhandel;
  • d. onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, exploitatie en verspreiding van veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën;
  • e. geleidelijke opname van klimaataspecten in het sectorale beleid; en
  • f. bewustmaking, onderwijs en opleiding.
Artikel 94

De partijen zorgen voor onder meer het volgende:

  • a. uitwisseling van informatie en deskundigheid;
  • b. uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie over schone technologieën;
  • c. uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieuovereenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd en, in voorkomend geval, gezamenlijke activiteiten in het kader van de betrokken instanties.

De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken en regionale samenwerking.

Artikel 95

De onderlinge samenwerking bestrijkt onder meer de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van:

  • a. een algemene klimaatstrategie en een actieplan op de lange termijn voor verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering;
  • b. evaluaties van de kwetsbaarheid en de aanpassing;
  • c. een nationale strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering;
  • d. een strategie voor koolstofarme ontwikkeling;
  • e. maatregelen op de lange termijn voor het terugbrengen van broeikas-emissies;
  • f. maatregelen ter voorbereiding van emissierechtenhandel;
  • g. maatregelen ter bevordering van technologie-overdracht op basis van een evaluatie van de technologiebehoeften;
  • h. maatregelen voor de geleidelijke opname van klimaataspecten in het sectorale beleid; en
  • i. maatregelen inzake de ozonlaag afbrekende stoffen.
Artikel 96

Over de vraagstukken die door die hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 97

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 18. INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

Artikel 98

De partijen stimuleren de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij om burgers en bedrijven voordelen te brengen door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en hoogwaardiger diensten tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking moet streven naar betere toegang tot elektronische-communicatiemarkten, aanmoediging van de concurrentie en investeringen in de sector, de bevordering van de ontwikkeling van openbare diensten online.

Artikel 99

De samenwerking kan de volgende onderwerpen omvatten:

  • a. uitwisseling van informatie en optimale werkwijzen over de uitvoering van nationale informatie-maatschappijstrategieën, onder meer met initiatieven ter bevordering van breedbandtoegang, ter verbetering van de netwerkbeveiliging en tot invoering van openbare onlinediensten;
  • b. uitwisseling van informatie, optimale werkwijzen en ervaringen ter bevordering van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie, en meer bepaald ter versterking van de bestuurlijke capaciteit van de nationale administratie voor informatie- en communicatietechnologie, alsook van de onafhankelijke regelgevende instantie, voor een beter gebruik van spectrumbronnen en ter bevordering van de interoperabiliteit van netwerken in de Republiek Moldavië en met de EU;
  • c. aanmoediging en bevordering van de installatie van ICT-apparatuur voor beter bestuur, e-leren en onderzoek, openbare gezondheidszorg, de digitalisering van het culturele erfgoed, de ontwikkeling van digitale inhoud en elektronische handel; en
  • d. verbetering van het veiligheidsniveau van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in elektronische communicatie.
Artikel 100

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)