Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 527
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Wanneer de partijen binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn geen overeenstemming over de samenstelling van het arbitragepanel bereiken, kan elke partij binnen vijf dagen na het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel vastgestelde termijn een arbiter benoemen uit haar krachtens artikel 404 van deze overeenkomst opgestelde sublijst. Wanneer een van de partijen verzuimt een arbiter te benoemen, wordt deze op verzoek van de andere partij door de voorzitter van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, of door diens vertegenwoordiger, door middel van loting aangewezen uit de sublijst van die partij die is opgenomen in de krachtens artikel 404 van deze overeenkomst opgestelde lijst.

4.

Tenzij de partijen binnen de in lid 2 van dit artikel vastgestelde termijn overeenstemming bereiken over de voorzitter van het arbitragepanel, wordt deze op verzoek van een van de partijen door de voorzitter van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of diens vertegenwoordiger door middel van loting aangewezen uit de sublijst van voorzitters die is opgenomen in de krachtens artikel 404 van deze overeenkomst opgestelde lijst.

5.

De voorzitter van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of diens vertegenwoordiger wijst binnen vijf dagen na de indiening van het in lid 3 respectievelijk lid 4 bedoelde verzoek van een van de partijen de arbiters aan.

6.

De datum van instelling van het arbitragepanel is die waarop de laatste van de drie aangewezen arbiters de benoeming aanvaardt overeenkomstig de procedureregels in bijlage XXXIII bij deze overeenkomst.

7.

Indien een of meer van de in artikel 404 van deze overeenkomst bedoelde lijsten niet zijn opgesteld of niet voldoende namen bevatten op het tijdstip van indiening van een verzoek als bedoeld in lid 3 respectievelijk lid 4 van dit artikel, worden de arbiters door middel van loting aangewezen uit de personen die door een van de partijen of door beide partijen formeel zijn voorgedragen.

8.

Tenzij de partijen anders overeenkomen, is met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, lid 3, tweede volzin, respectievelijk lid 4 van toepassing zonder dat een beroep op lid 2 kan worden gedaan, en bedraagt de in lid 5 bedoelde periode twee dagen.

Artikel 386. Voorlopige uitspraak inzake dringende aard

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen tien dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht.

Artikel 387. Verslag van arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel legt uiterlijk negentig dagen na de datum van zijn instelling een tussentijds verslag aan de partijen voor, dat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de aan zijn bevindingen en aanbevelingen ten grondslag liggende beweegredenen vermeldt. Wanneer het van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijdse verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijdse verslag later dan honderdtwintig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden voorgelegd.

2.

Een partij kan binnen veertien dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen.

3.

In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijdse verslag binnen vijfenveertig, maar in geen geval later dan zestig dagen na de datum van zijn instelling voor te leggen. Een partij kan binnen zeven dagen nadat zij van het verslag in kennis is gesteld het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijdse verslag te heroverwegen.

4.

Het arbitragepanel kan het tussentijdse verslag naar aanleiding van schriftelijk commentaar van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het panel worden de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten afdoende besproken en wordt duidelijk ingegaan op de vragen en opmerkingen van de partijen.

5.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, wordt het tussentijdse verslag twintig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel voorgelegd, en worden verzoeken ingevolge lid 2 van dit artikel gedaan binnen vijf dagen nadat het schriftelijke verslag is voorgelegd. Het arbitragepanel kan ook besluiten af te zien van het tussentijdse verslag.

Artikel 388. Conciliatie in geval van dringende energiegeschillen
1.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, kan elke partij de voorzitter van het arbitragepanel verzoeken als conciliator op te treden met betrekking tot aangelegenheden in verband met het geschil, door een verzoek tot het arbitragepanel te richten.

2.

De conciliator tracht overeenstemming te bereiken over een oplossing van het geschil of over een procedure om een dergelijke oplossing tot stand te brengen. Indien hij/zij niet binnen vijftien dagen na zijn/haar benoeming een dergelijke overeenstemming heeft bereikt, beveelt hij/zij een oplossing van het geschil of een procedure om een dergelijke oplossing tot stand te brengen aan en bepaalt hij/zij welke voorwaarden in acht moeten worden genomen vanaf een door hem/haar nader te bepalen datum totdat het geschil tot een oplossing is gebracht.

3.

De partijen en de onder hun zeggenschap of jurisdictie vallende entiteiten eerbiedigen de ingevolge lid 2 met betrekking tot de voorwaarden gedane aanbevelingen gedurende drie maanden na het besluit van de conciliator of, indien dat eerder is, totdat het geschil tot een oplossing is gebracht.

4.

De conciliator eerbiedigt de gedragscode bedoeld in bijlage XXXIV bij deze overeenkomst.

Artikel 389. Kennisgeving van uitspraak van arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel stelt de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, binnen honderdtwintig dagen na de datum van zijn instelling in kennis van zijn definitieve uitspraak. Wanneer het van oordeel is dat die termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel denkt kennis te kunnen geven van zijn uitspraak. In geen geval mag van de uitspraak later dan honderdvijftig dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden kennisgegeven.

2.

In dringende gevallen, zoals wanneer het bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen of diensten betreft, stelt het arbitragepanel alles in het werk om binnen zestig dagen na de datum van zijn instelling kennis te geven van zijn uitspraak. In geen geval mag van de uitspraak later dan vijfenzeventig dagen na de datum van zijn instelling worden kennisgegeven.

3.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, geeft het arbitragepanel binnen veertig dagen na de datum van zijn instelling kennis van zijn uitspraak.

ONDERAFDELING 2. NALEVING

Artikel 390. Naleving van uitspraak van arbitragepanel

De partij waartegen de klacht gericht is, neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel onverwijld en te goeder trouw na te leven.

Artikel 391. Redelijke termijn voor naleving
1.

Indien onmiddellijke naleving niet mogelijk is, trachten de partijen overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen de uitspraak moet worden nageleefd. In dat geval stelt de partij waartegen de klacht gericht is uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen, de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, in kennis van de tijd die zij nodig heeft om de uitspraak na te kunnen leven („redelijke termijn”) en vermeldt zij de redenen waarom zij de door haar voorgestelde termijn redelijk acht.

2.

Indien de partijen het niet eens zijn over een redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, verzoekt de klagende partij binnen twintig dagen na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig lid 1 door de partij waartegen de klacht gericht is, het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Binnen twintig dagen na de indiening van het verzoek stelt het oorspronkelijke arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van zijn uitspraak in kennis.

3.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij ten minste dertig dagen voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van de vorderingen die zij maakt bij de naleving van de uitspraak van het arbitragepanel.

4.

De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.

Artikel 392. Onderzoek van maatregelen tot naleving van uitspraak van arbitragepanel
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, voor afloop van de redelijke termijn in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.

2.

Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over het bestaan van een nalevingsmaatregel waarvan overeenkomstig lid 1 is kennisgegeven of over de verenigbaarheid van die maatregel met de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek geeft de klagende partij aan om welke specifieke maatregel het gaat en legt zij uit waarom deze maatregel onverenigbaar is met de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, op zodanige wijze dat de rechtsgrond van de klacht duidelijk is. Binnen vijfenveertig dagen na de indiening van het verzoek stelt het oorspronkelijke arbitragepanel de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken van zijn uitspraak in kennis.

Artikel 393. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
1.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennisgeeft van een maatregel die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat er geen maatregel is getroffen om aan de uitspraak te voldoen of dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 392, lid 1, van deze overeenkomst is kennisgegeven, niet verenigbaar is met de verplichtingen van de partij krachtens de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, biedt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, op verzoek van en na overleg met deze laatste, een tijdelijke compensatie aan.

2.

Indien de klagende partij besluit niet om een aanbod voor tijdelijke compensatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel te verzoeken of, wanneer zij wel daarom verzoekt maar de partijen geen akkoord over compensatie bereiken binnen dertig dagen na afloop van de redelijke termijn of de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel op grond van artikel 392 van deze overeenkomst dat er geen maatregel is getroffen om aan de uitspraak te voldoen of dat een maatregel tot naleving daarvan niet verenigbaar is met de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, is de klagende partij gerechtigd om, na de andere partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, hiervan in kennis te hebben gesteld, de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen op te schorten in een mate die overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. In de kennisgeving wordt gespecificeerd in welke mate de verplichtingen worden opgeschort. De klagende partij kan de opschorting vanaf tien dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is op elk gewenst tijdstip laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig lid 3 van dit artikel om arbitrage heeft verzocht.

3.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is van oordeel is dat de mate van opschorting van de verplichtingen niet overeenstemt met de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor het verstrijken van de in lid 2 bedoelde periode van tien dagen medegedeeld aan de klagende partij en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Het oorspronkelijke arbitragepanel deelt zijn uitspraak over de mate van opschorting van de verplichtingen binnen dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek aan de partijen en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken mede. De verplichtingen worden niet opgeschort voordat het oorspronkelijke arbitragepanel zijn uitspraak heeft medegedeeld, en de eventuele opschorting dient in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het arbitragepanel.

4.

De opschorting van de verplichtingen en de in dit artikel voorziene compensatie zijn van tijdelijke aard en mogen niet meer worden toegepast nadat:

  • a. de partijen ingevolge artikel 398 van deze overeenkomst tot een onderling overeengekomen oplossing zijn gekomen;
  • b. de partijen zijn overeengekomen dat de maatregel waarvan overeenkomstig artikel 392, lid 1, van deze overeenkomst is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen handelt, of
  • c. de maatregel waarvan is vastgesteld dat deze niet verenigbaar is met de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, is ingetrokken of gewijzigd en overeenkomstig artikel 392, lid 1, van deze overeenkomst met die bepalingen in overeenstemming is gebracht.
Artikel 394. Corrigerende maatregelen in geval van dringende energiegeschillen
1.

Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst dat door een partij dringend wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking of dreigende onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit tussen de partijen, zijn de bepalingen van dit artikel inzake corrigerende maatregelen van toepassing.

2.

In afwijking van de artikelen 391, 392 en 393 van deze overeenkomst kan de klagende partij haar uit titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen opschorten in een mate die overeenstemt met de mate waarin haar voordelen worden tenietgedaan of beperkt door de partij die verzuimt de uitspraak van het arbitragepanel binnen vijftien dagen na de kennisgeving ervan na te leven. De opschorting kan direct ingaan. Deze opschorting mag zo lang duren als de partij waartegen de klacht gericht is niet aan de uitspraak van het arbitragepanel heeft voldaan.

3.

Indien de partij waartegen de klacht gericht is, betwist dat zij de uitspraak niet heeft nageleefd dan wel bezwaar maakt tegen de mate van opschorting als gevolg van de niet-naleving, kan zij een procedure uit hoofde van artikel 393, lid 3, en artikel 395 van deze overeenkomst aanhangig maken, waarbij de behandeling van de aangelegenheid op zo kort mogelijke termijn plaatsvindt. De klagende partij is enkel verplicht de opschorting in te trekken of aan te passen nadat het arbitragepanel uitspraak over de aangelegenheid heeft gedaan, en kan de opschorting hangende de procedure handhaven.

Artikel 395. Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen in geval van niet-naleving
1.

De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om na de schorsing van concessies of nadat tijdelijke compensatie is geboden, naar gelang het geval, de uitspraak van het arbitragepanel na te leven. Behalve in de in lid 2 van dit artikel bedoelde gevallen beëindigt de klagende partij de schorsing van concessies binnen dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving. In de gevallen waarin compensatie is geboden, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde gevallen, kan de partij waartegen de klacht gericht is binnen dertig dagen na haar kennisgeving dat zij heeft voldaan aan de uitspraak van het arbitragepanel, die compensatie beëindigen.

2.

Indien de partijen binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de vraag of de maatregel waarvan is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is overeenkomstig de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen handelt, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken binnen vijfenveertig dagen na de indiening van het verzoek in kennis van zijn uitspraak. Indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven in overeenstemming is met de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, wordt de opschorting van de verplichtingen of de compensatie, naar gelang het geval, beëindigd. Voor zover van toepassing, past de klagende partij de mate van schorsing van de concessies aan de door het arbitragepanel bepaalde mate aan.

ONDERAFDELING 3. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 396. Vervanging van arbiters

Indien in een in het kader van dit hoofdstuk gevoerde arbitrageprocedure een of meer leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet in staat zijn om aan de werkzaamheden van het panel deel te nemen, zich terugtrekken of moeten worden vervangen wegens schending van de gedragscode bedoeld in bijlage XXXIV bij deze overeenkomst, is de procedure van artikel 385 van deze overeenkomst van toepassing. De termijn voor kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel wordt verlengd met de tijd die nodig is om een nieuwe arbiter te benoemen, maar in geen geval met meer dan twintig dagen.

Artikel 397. Opschorting en beëindiging van arbitrage- en nalevingsprocedures

Op schriftelijk verzoek van de partijen schort het arbitragepanel te allen tijde zijn werkzaamheden op gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan twaalf opeenvolgende maanden mag bedragen. Op schriftelijk verzoek van alle partijen respectievelijk een van de partijen hervat het arbitragepanel zijn werkzaamheden voor respectievelijk aan het einde van deze periode. De verzoekende partij brengt de voorzitter van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, en de andere partij hiervan op de hoogte. Indien een partij niet bij het verstrijken van de overeengekomen opschortingsperiode het arbitragepanel verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, wordt de procedure beëindigd. De opschorting en beëindiging van de werkzaamheden van het arbitragepanel laten de rechten van de partijen in andere procedures waarop artikel 405 van deze overeenkomst van toepassing is onverlet.

Artikel 398. Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen in voorkomend geval gezamenlijk het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, en de voorzitter van het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Indien ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van de partijen voor de oplossing goedkeuring vereist is, wordt in de kennisgeving naar dit vereiste verwezen en wordt de geschillenbeslechtingsprocedure opgeschort. Indien dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de voltooiing van die interne procedures, wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.

Artikel 399. Procedureregels
1.

Op de procedures voor de beslechting van geschillen in het kader van dit hoofdstuk zijn de procedureregels in bijlage XXXIII bij deze overeenkomst en de gedragscode in bijlage XXXIV bij deze overeenkomst van toepassing.

2.

Alle hoorzittingen van het arbitragepanel zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij in de proceduregels anders wordt bepaald

Artikel 400. Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, alle inlichtingen inwinnen die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen. Op het grondgebied van een partij gevestigde natuurlijke of rechtspersonen kunnen overeenkomstig de procedureregels als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen. Alle in het kader van dit artikel verkregen informatie moet voor commentaar aan elk van de partijen worden voorgelegd.

Artikel 401. Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de in artikel 381 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969 zijn neergelegd. Het arbitragepanel neemt tevens de relevante interpretaties in aanmerking die zijn vastgesteld in de panelverslagen en de verslagen van de Beroepsinstantie die zijn goedgekeurd door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO (Dispute Settlement Body - DSB). De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel 402. Besluiten en uitspraken van arbitragepanel
1.

Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen. In geen geval worden echter afwijkende meningen van arbiters openbaar gemaakt.

2.

De uitspraken van het arbitragepanel worden door de partijen onvoorwaardelijk aanvaard. Zij scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke of rechtspersonen. De uitspraken vermelden de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen bedoeld in artikel 381 van deze overeenkomst, alsmede de aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggende beweegredenen. Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, maakt de volledige uitspraken van het arbitragepanel binnen tien dagen na de kennisgeving ervan openbaar, maar kan besluiten dat niet te doen met het oog op waarborging van de geheimhouding van vertrouwelijke bedrijfsgegevens.

Artikel 403. Verwijzingen naar Hof van Justitie van Europese Unie
1.

De in dit artikel beschreven procedures zijn van toepassing op geschillen over de interpretatie en de toepassing van een bepaling van deze overeenkomst inzake geleidelijke aanpassing die is vervat in hoofdstuk 3 (Technische handelsbelemmeringen), hoofdstuk 4 (Sanitaire en fytosanitaire maatregelen), hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering), hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel), hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) en hoofdstuk 10 (Mededinging) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, of waarbij een partij anderszins een door verwijzing naar een bepaling van Unierecht nader omschreven verplichting wordt opgelegd.

2.

Voor zover een geschil een vraag opwerpt over de interpretatie van een bepaling van Unierecht als bedoeld in lid 1, zal het arbitragepanel niet over deze vraag beslissen, maar het Hof van Justitie van de Europese Unie verzoeken daarover uitspraak te doen. In die gevallen worden de termijnen voor het doen van een uitspraak door het arbitragepanel opgeschort totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak heeft gedaan. De uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie is bindend voor het arbitragepanel.

AFDELING 4. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 404. Lijsten van arbiters
1.

Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, als beschreven in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijftien personen die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden. De lijst bestaat uit drie sublijsten: een sublijst voor elke partij en een sublijst van personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en als voorzitter van het arbitragepanel kunnen optreden. Elke sublijst bevat ten minste vijf personen. Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken ziet erop toe dat de lijst steeds die omvang heeft.

2.

De arbiters beschikken over gespecialiseerde kennis en ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel. Zij zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan, zijn niet verbonden aan de regering van een van de partijen en nemen de gedragscode in bijlage XXXIV bij deze overeenkomst in acht.

3.

Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken kan aanvullende lijsten van twaalf personen met kennis van en ervaring in specifieke onder deze overeenkomst vallende sectoren opstellen. Behoudens instemming van de partijen worden die aanvullende lijsten gebruikt voor de samenstelling van het arbitragepanel overeenkomstig de procedure van artikel 385 van deze overeenkomst.

Artikel 405. Verhouding tot WTO-verplichtingen
1.

Een beroep op de bepalingen van dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige maatregel in het kader van de WTO, waaronder geschillenbeslechtingsprocedures.

2.

Een partij kan met betrekking tot een specifieke maatregel evenwel niet in beide fora een procedure in verband met een in wezen gelijkwaardige verplichting uit hoofde van zowel deze overeenkomst als de WTO-Overeenkomst inleiden. In dat geval mag de partij, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, enkel een procedure in verband met de schending van de in wezen gelijkwaardige verplichting uit hoofde van de andere overeenkomst in het andere forum inleiden wanneer het eerst gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak kan doen in de procedure ten aanzien van de schending van die verplichting.

3.

Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel worden:

  • b. procedures voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 384 van deze overeenkomst een verzoek om instelling van een arbitragepanel indient.
4.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst belet dat een partij de opschorting van de verplichtingen die is toegestaan door het DSB, ten uitvoer legt. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om te beletten dat een partij de verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk opschort.

Artikel 406. Termijnen
1.

Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen arbitragepanels hun uitspraken moeten mededelen, worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop het desbetreffende besluit werd genomen of het desbetreffende feit plaatsvond, tenzij anders wordt bepaald.

2.

Alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen bij het geschil worden gewijzigd. Het arbitragepanel kan de partijen te allen tijde voorstellen alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen te wijzigen, met opgave van de redenen daarvoor.

HOOFDSTUK 15. ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE AANPASSING UIT HOOFDE VAN TITEL V

Artikel 407. Voortgang bij aanpassing op handelsgerelateerde gebieden
1.

Teneinde de beoordeling van de in de artikelen 451 en 452 van deze overeenkomst bedoelde aanpassing van de wetgeving van de Republiek Moldavië aan de wetgeving van de Unie op de handelsgerelateerde gebieden van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) te vergemakkelijken, bespreken de partijen regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar, volgens de overeengekomen tijdschema's als bedoeld in de hoofdstukken 3, 4, 5, 6, 8 en 10 van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, of in een van de op grond van deze overeenkomst ingestelde subcomités daarvan de bij de aanpassing geboekte voortgang.

2.

Op verzoek van de Unie, en ten behoeve van die bespreking, verstrekt de Republiek Moldavië het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken of, naar gelang het geval, een van de subcomités daarvan, met betrekking tot de desbetreffende hoofdstukken van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst schriftelijke informatie over de voortgang bij de aanpassing en over de doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de aangepaste nationale wetgeving.

3.

De Republiek Moldavië brengt de Unie op de hoogte wanneer zij van oordeel is dat zij de aanpassing voor elk van de in lid 1 bedoelde hoofdstukken heeft voltooid.

Artikel 408. Intrekking van strijdig nationaal recht

In het kader van de aanpassing trekt de Republiek Moldavië de bepalingen van nationaal recht in of beëindigt zij de nationale praktijken die op de handelsgerelateerde gebieden van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst in strijd zijn met het Unierecht of met haar aan het Unierecht aangepaste nationale wetgeving.

Artikel 409. Beoordeling van aanpassing op handelsgerelateerde gebieden
1.

De Unie vangt de beoordeling van de aanpassing uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst aan nadat de Republiek Moldavië haar overeenkomstig artikel 407, lid 3, van deze overeenkomst op de hoogte heeft gebracht, tenzij in de hoofdstukken 4 en 8 van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst anders is bepaald.

2.

De Unie beoordeelt of de wetgeving van de Republiek Moldavië is aangepast aan de wetgeving van de Unie en of die wetgeving doeltreffend ten uitvoer wordt gelegd en gehandhaafd. De Republiek Moldavië verstrekt de Unie alle nodige gegevens om die beoordeling mogelijk te maken, in een in onderling overleg overeen te komen taal.

3.

De Unie houdt bij de beoordeling op grond van lid 2 rekening met het bestaan en de werking van de infrastructuur, organen en procedures ter zake in de Republiek Moldavië die nodig zijn voor de doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de wetgeving van de Republiek Moldavië.

4.

De Unie houdt bij de beoordeling op grond van lid 2 rekening met het bestaan van eventuele nationale bepalingen of praktijken die op de handelsgerelateerde gebieden van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst in strijd zijn met het recht van de Unie of met de aan het recht van de Unie aangepaste nationale wetgeving.

5.

De Unie brengt de Republiek Moldavië binnen twaalf maanden na de aanvang van de in lid 1 bedoelde beoordeling op de hoogte van de resultaten van haar beoordeling, tenzij anders is bepaald. De partijen bespreken de beoordeling in het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, of in de desbetreffende subcomités daarvan, overeenkomstig artikel 452 van deze overeenkomst, tenzij anders is bepaald.

Artikel 410. Ontwikkelingen die van belang zijn voor aanpassing
1.

De Republiek Moldavië ziet toe op de doeltreffende tenuitvoerlegging van de aangepaste nationale wetgeving en neemt alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van het recht van de Unie op de handelsgerelateerde gebieden van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst in haar nationale recht wordt weerspiegeld.

2.

De Republiek Moldavië onthoudt zich van alle maatregelen die de doelstelling of het resultaat van de aanpassing uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst zouden kunnen ondergraven.

3.

De Unie brengt de Republiek Moldavië op de hoogte van alle definitieve voorstellen van de Europese Commissie tot vaststelling of wijziging van de wetgeving van de Unie die van belang zijn voor de uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst op de Republiek Moldavië rustende verplichtingen tot aanpassing van de wetgeving.

4.

De Republiek Moldavië brengt de Unie op de hoogte van wetgevingsvoorstellen en maatregelen, met inbegrip van nationale praktijken, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

5.

Op verzoek bespreken de partijen de gevolgen van alle in de leden 3 en 4 van dit artikel bedoelde voorstellen of maatregelen voor de wetgeving van de Republiek Moldavië of voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

6.

Indien de Republiek Moldavië, nadat een beoordeling op grond van artikel 409 van deze overeenkomst is verricht, haar nationale wetgeving wijzigt teneinde rekening te houden met wijzigingen in de hoofdstukken 3, 4, 5, 6, 8 en 10 van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, verricht de Unie op grond van artikel 409 van deze overeenkomst een nieuwe beoordeling. Indien de Republiek Moldavië enige andere maatregel neemt die van invloed zou kunnen zijn op de tenuitvoerlegging en handhaving van de aangepaste nationale wetgeving, kan de Unie op grond van artikel 409 van deze overeenkomst een nieuwe beoordeling verrichten.

7.

Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen de bijzondere voordelen die door de Unie zijn toegekend op basis van een beoordeling dat de wetgeving van de Republiek Moldavië is aangepast aan de wetgeving van de Unie en doeltreffend ten uitvoer is gelegd en gehandhaafd, tijdelijk worden opgeschort overeenkomstig lid 8, indien de Republiek Moldavië haar nationale wetgeving niet aanpast teneinde rekening te houden met wijzigingen van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, indien uit de in lid 6 bedoelde beoordeling blijkt dat de wetgeving van de Republiek Moldavië niet langer is aangepast aan de wetgeving van de Unie of indien de bij artikel 434 van deze overeenkomst ingestelde Associatieraad nalaat een besluit te nemen tot bijwerking van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst overeenkomstig de ontwikkelingen van de wetgeving van de Unie.

8.

Indien de Unie voornemens is die voordelen op te schorten, stelt zij de Republiek Moldavië hiervan onverwijld in kennis. De Republiek Moldavië kan de aangelegenheid binnen een maand na de kennisgeving, met schriftelijke opgave van de redenen daarvoor, voorleggen aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst. Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken bespreekt de aangelegenheid binnen drie maanden nadat deze aan hem is voorgelegd. Indien de aangelegenheid niet aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken wordt voorgelegd of indien de aangelegenheid niet door dat comité kan worden opgelost binnen drie maanden nadat deze aan hem is voorgelegd, kan de Unie overgaan tot opschorting van de voordelen. De opschorting wordt onverwijld ingetrokken, wanneer het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de aangelegenheid vervolgens oplost.

Artikel 411. Uitwisseling van informatie

De uitwisseling van informatie met betrekking tot de aanpassing uit hoofde van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) vindt plaats via de op grond van artikel 358, lid 1, van deze overeenkomst opgerichte contactpunten.

Artikel 412. Algemene bepaling
1.

Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, stelt procedures vast ter vergemakkelijking van de beoordeling van de aanpassing van de wetgeving en ter waarborging van de doeltreffende uitwisseling van informatie betreffende de aanpassing, met inbegrip van de vorm, de inhoud en de taal van de uitgewisselde informatie.

2.

Elke verwijzing naar een specifieke handeling van de Unie in titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst bestrijkt de wijzigingen, supplementen en vervangende maatregelen die vóór 29 november 2013 zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3.

De bepalingen van de hoofdstukken 3, 4, 5, 6, 8 en 10 van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst hebben in geval van strijdigheid voorrang boven de bepalingen van dit hoofdstuk.

4.

Er mag geen schending van de bepalingen van dit hoofdstuk worden aangevoerd in het kader van hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

TITEL VI. FINANCIËLE BIJSTAND, FRAUDEBESTRIJDING EN CONTROLE

HOOFDSTUK 1. FINANCIËLE BIJSTAND

Artikel 413

De Republiek Moldavië komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering. De Republiek Moldavië kan ook een beroep doen op leningen van de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en andere internationale financiële instellingen. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

Artikel 414

De belangrijkste beginselen inzake de financiële bijstand worden vastgelegd in de relevante verordeningen over de financiële instrumenten van de EU.

Artikel 415

De prioritaire gebieden voor de financiële bijstand van de EU worden door de partijen bepaald en vastgelegd in jaarlijkse actieprogramma’s die gebaseerd zijn op meerjarige kaderregelingen waarin de overeengekomen beleidsprioriteiten tot uiting komen. Bij de vaststelling van de bedragen van de bijstand wordt rekening gehouden met de behoeften van de Republiek Moldavië, de sectorale capaciteit en de vorderingen met betrekking tot de hervormingen, in het bijzonder op de werkterreinen die vallen onder deze overeenkomst.

Artikel 416

Om de beschikbare middelen optimaal te benutten streven de partijen ernaar de bijstand uit te voeren in nauwe samenwerking en coördinatie met andere donorlanden, donororganisaties en internationale financiële instellingen en overeenkomstig de internationale beginselen inzake doeltreffendheid van hulp.

Artikel 417

De fundamentele juridische, administratieve en technische grondslag van de financiële bijstand wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen de partijen.

Artikel 418

De Associatieraad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de uitvoering van de financiële bijstand en de impact op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Daartoe zorgen de relevante organen van de partijen op passende wijze en op wederzijdse en permanente basis voor toezicht en evaluatie van informatie.

Artikel 419

De partijen voeren de financiële steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en de Republiek Moldavië te beschermen, overeenkomstig hoofdstuk 2 (Fraudebestrijding en controle) van deze titel.

HOOFDSTUK 2. FRAUDEBESTRIJDING EN CONTROLE

Artikel 420. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van protocol IV van deze overeenkomst.

Artikel 421. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die worden gesloten tussen de partijen en op alle EU-financieringsinstrumenten waarmee de Republiek Moldavië zich eventueel associeert, zonder afbreuk te doen aan andere aanvullende bepalingen inzake audits, verificaties ter plaatse, inspecties, controles en fraudebestrijdingsmaatregelen, onder andere die van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer.

Artikel 422. Maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden

De partijen nemen doeltreffende maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden, onder andere door middel van wederzijdse administratieve en juridische bijstand op de terreinen waarop de overeenkomst van toepassing is.

Artikel 423. Gegevensuitwisseling en verdere samenwerking op operationeel niveau
1.

Met het oog op een goede uitvoering van dit hoofdstuk wisselen de bevoegde instanties van de EU en de Republiek Moldavië regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een van de partijen overleg.

2.

Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding kan met de instanties van de Republiek Moldavië voor fraudebestrijding afspraken maken over verdere samenwerking op het vlak van fraudebestrijding met inbegrip van operationele regelingen met de autoriteiten van de Republiek Moldavië.

3.

Voor de overdracht en verwerking van persoonsgegevens is artikel 13 van titel III (Vrijheid, veiligheid en recht) van deze overeenkomst van toepassing.

Artikel 424. Voorkoming van onregelmatigheden, fraude en corruptie
1.

De autoriteiten van de Republiek Moldavië vergewissen zich er regelmatig van dat de met EU-middelen gefinancierde acties correct zijn uitgevoerd. Zij nemen passende maatregelen om onregelmatigheden en fraude te voorkomen en ongedaan te maken.

2.

De autoriteiten van de Republiek Moldavië nemen passende maatregelen om praktijken van actieve of passieve corruptie te voorkomen en ongedaan te maken en elk belangenconflict te voorkomen in elke fase van de procedure die betrekking heeft op de besteding van EU-middelen.

3.

De autoriteiten van de Republiek Moldavië stellen de Europese Commissie in kennis van elke preventief genomen maatregel.

4.

De Europese Commissie kan zich van bepaalde feiten vergewissen overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

5.

Voorts kan de Europese Commissie zich ervan vergewissen dat de procedures inzake overheidsopdrachten en subsidies voldoen aan de beginselen van transparantie, gelijke behandeling en niet-discriminatie, belangenconflicten voorkomen, dezelfde garanties bieden als de internationaal erkende normen en de naleving van de bepalingen betreffende goed financieel beheer garanderen.

6.

Hiertoe verstrekken de bevoegde autoriteiten van de Republiek Moldavië aan de Europese Commissie alle informatie met betrekking tot de besteding van EU-middelen en stellen zij de Europese Commissie onverwijld van elke wezenlijke wijziging van hun procedures of systemen in kennis.

Artikel 425. Onderzoek en vervolging

De autoriteiten van de Republiek Moldavië zien erop toe dat naar aanleiding van nationale of EU-controles alle vermoedelijke en effectieve gevallen van fraude of corruptie of elke andere onregelmatigheid met inbegrip van belangenconflicten worden onderzocht en vervolgd. In voorkomend geval kan het Europees Bureau voor Fraudebestrijding de bevoegde autoriteiten van de Republiek Moldavië bijstaan bij het vervullen van deze opdracht.

Artikel 426. Melding van fraude, corruptie en onregelmatigheden
1.

De autoriteiten van de Republiek Moldavië stellen de Europese Commissie onverwijld in kennis van ieder onder hun aandacht gebracht feit inzake vermoede en bewezen gevallen van fraude, corruptie of elke andere onregelmatigheid, met inbegrip van belangenconflicten, die verband houden met de besteding van EU-middelen. Bij vermoeden van fraude of corruptie wordt het Europees Bureau voor Fraudebestrijding hiervan ook in kennis gesteld.

2.

De autoriteiten van de Republiek Moldavië brengen ook verslag uit over alle maatregelen die zijn genomen met betrekking tot de in het kader van dit artikel medegedeelde feiten. Indien geen melding moet worden gemaakt van vermoede of bewezen gevallen van fraude, corruptie of elke andere onregelmatigheid, dan stellen de autoriteiten van de Republiek Moldavië na afloop van elk kalenderjaar de Europese Commissie hiervan in kennis.

Artikel 427. Audits
1.

De Europese Commissie en de Europese Rekenkamer zijn gemachtigd de wettigheid en de regelmatigheid te onderzoeken van alle uitgaven met betrekking tot de besteding van EU-middelen en na te gaan of een goed financieel beheer werd gevoerd.

2.

De audits geschieden aan de hand van betalingsverplichtingen en van betalingen. De audits geschieden aan de hand van stukken en, zo nodig, ter plaatse in de gebouwen van elke entiteit die EU-middelen beheert of betrokken is bij de besteding van deze middelen. De audits kunnen worden uitgevoerd voor de indiening van de rekeningen van het desbetreffende begrotingsjaar en gedurende een termijn van vijf jaar na de datum van betaling van het saldo.

3.

Inspecteurs van de Europese Commissie of andere door de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer gemachtigde personen kunnen overgaan tot controles van documenten of tot controles ter plaatse en audits in de lokalen van elke entiteit die de besteding van EU-middelen beheert of hierbij betrokken is en van hun onderaannemers in de Republiek Moldavië.

4.

De Europese Commissie alsook de andere door de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer hiertoe gemachtigde personen krijgen passende toegang tot locaties, werkzaamheden en documenten, alsmede tot alle nodige informatie, met inbegrip van informatie in elektronische vorm, om deze audits naar behoren te kunnen uitvoeren. Dit recht van toegang wordt medegedeeld aan alle openbare instellingen van de Republiek Moldavië en wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten die worden gesloten in uitvoering van de instrumenten waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen.

5.

De in dit artikel bedoelde controles en audits gelden voor alle contractanten en onderaannemers die al dan niet rechtstreeks EU-middelen hebben ontvangen. Bij de uitvoering van hun taken werken de Europese Rekenkamer en de auditinstanties van de Republiek Moldavië samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid.

Artikel 428. Controles ter plaatse
1.

In het kader van deze overeenkomst is het Europees Bureau voor Fraudebestrijding gemachtigd om controles en verificaties ter plaatse uit te voeren om de financiële belangen van de EU tegen fraude en andere onregelmatigheden te beschermen overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraude en andere onregelmatigheden.

2.

Controles en verificaties ter plaatse worden voorbereid en uitgevoerd door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding in nauwe samenwerking met de bevoegde instanties van de Republiek Moldavië voor fraudebestrijding.

3.

De autoriteiten van de Republiek Moldavië worden tijdig in kennis gesteld van voorwerp, doel en rechtsgrondslag van de controles en verificaties teneinde alle nodige hulp te kunnen verstrekken. Te dien einde kunnen ambtenaren van de bevoegde autoriteiten van de Republiek Moldavië aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen.

4.

Wanneer de betrokken instanties van de Republiek Moldavië dat verlangen, worden de controles en verificaties ter plaatse gezamenlijk door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding en henzelf uitgevoerd.

5.

Wanneer een marktdeelnemer zich verzet tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de autoriteiten van de Republiek Moldavië het Europees Bureau voor Fraudebestrijding de nodige assistentie om de aan het Bureau opgedragen controles en verificaties ter plaats tot een goed einde te kunnen brengen.

Artikel 429. Administratieve maatregelen en sancties

De Europese Commissie kan administratieve maatregelen en sancties opleggen overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van 23 december 2002 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 430. Terugvordering
1.

De autoriteiten van de Republiek Moldavië nemen passende maatregelen om ten onrechte betaalde EU-middelen terug te vorderen.

2.

Daar waar de besteding van EU-middelen aan de autoriteiten van de Republiek Moldavië wordt toevertrouwd, is de Europese Commissie gemachtigd ten onrechte betaalde EU-middelen terug te vorderen, in het bijzonder door middel van financiële correcties. De Europese Commissie houdt hierbij rekening met de door de autoriteiten van de Republiek Moldavië genomen maatregelen om het verlies van de desbetreffende EU-middelen te voorkomen.

3.

De Europese Commissie raadpleegt de Republiek Moldavië over de aangelegenheid alvorens een terugvorderingsbesluit te nemen. Betwistingen over terugvordering komen in de Associatieraad aan de orde.

4.

Wanneer de Europese Commissie EU-middelen al dan niet rechtstreeks besteedt door taken tot uitvoering van de begroting toe te vertrouwen aan derden, vormen besluiten van de Europese Commissie die zijn genomen binnen het toepassingsgebied van deze titel van deze overeenkomst en die voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, een executoriale titel in de Republiek Moldavië, overeenkomstig de volgende beginselen:

  • a. de tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht is in de Republiek Moldavië. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de nationale autoriteit die door de regering van de Republiek Moldavië daartoe wordt aangewezen. Van de aanwijzing geeft zij kennis aan de Europese Commissie en aan het Hof van Justitie van de Europese Unie;
  • b. nadat de in punt a) bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende partij zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving van de Republiek Moldavië voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie;
  • c. de tenuitvoerlegging kan niet worden geschorst dan krachtens een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het toezicht op de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging behoort evenwel tot de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de Republiek Moldavië.
5.

De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de autoriteit die daartoe door de regering van de Republiek Moldavië wordt aangewezen. De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de regels van de Republiek Moldavië. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd voor de controle van de rechtsgeldigheid van de uitvoerbare titel.

6.

Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel.

Artikel 431. Vertrouwelijkheid

Ingevolge dit hoofdstuk meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt beschermd op dezelfde wijze als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het recht van de Republiek Moldavië en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de EU-instellingen. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de EU-instellingen, in de lidstaten of in de Republiek Moldavië op grond van hun functie van deze informatie op de hoogte moeten zijn, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

Artikel 432. Aanpassing van de wetgeving

De Republiek Moldavië past haar wetgeving aan die van de EU en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage XXXV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

TITEL VII. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. INSTITUTIONEEL KADER

Artikel 433

Een politieke en beleidsdialoog, inclusief met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met de sectorale samenwerking tussen de partijen, kan op elk niveau plaatsvinden. Op gezette tijden vindt een beleidsdialoog op hoog niveau plaats binnen de bij artikel 434 van deze overeenkomst opgerichte Associatieraad en in het kader van in overleg vast te stellen regelmatige vergaderingen op ministerieel niveau tussen vertegenwoordigers van beide partijen.

Artikel 434
1.

Er wordt een Associatieraad opgericht. De Associatieraad houdt toezicht op en volgt de toepassing en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en toetst regelmatig de werking van de overeenkomst in het licht van de doelstellingen van de overeenkomst.

2.

De Associatieraad komt regelmatig bijeen op ministerieel niveau, ten minste eenmaal per jaar en verder wanneer de omstandigheden zulks vereisen. De Associatieraad kan in om het even welke samenstelling bijeenkomen, die in onderling overleg wordt bepaald.

3.

Naast het toezicht op de toepassing en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst onderzoekt de Associatieraad alle belangrijke vraagstukken in het kader van de overeenkomst en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van wederzijds belang.

Artikel 435
1.

De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, enerzijds, en leden van de regering van de Republiek Moldavië, anderzijds.

2.

De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3.

Het voorzitterschap van het Associatieraad wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Moldavië.

4.

Indien nodig en in overleg kunnen vertegenwoordigers van andere organen als waarnemer deelnemen aan de werkzaamheden van de Associatieraad.

Artikel 436
1.

Om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, heeft de Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan, waaronder indien noodzakelijk optreden door in het kader van deze overeenkomst ingestelde organen. De Associatieraad kan tevens aanbevelingen doen. De Associatieraad stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in overleg tussen de partijen, na voltooiing van hun interne procedures.

2.

Overeenkomstig de in deze overeenkomst vastgelegde doelstelling van geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Moldavië aan die van de Unie vormt de Associatieraad een forum voor de uitwisseling van informatie over de wetgeving van de Europese Unie en de Republiek Moldavië, zowel wetgeving die wordt voorbereid als wetgeving die van kracht is, en over de maatregelen met betrekking tot tenuitvoerlegging, handhaving en naleving.

3.

Overeenkomstig lid 1 van dit artikel is de Associatieraad bevoegd de bijlagen bij deze overeenkomst te actualiseren of te wijzigen, zonder afbreuk te doen aan specifieke bepalingen van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

Artikel 437
1.

Er wordt een Associatiecomité opgericht. Het Associatiecomité staat de Associatieraad bij in de uitvoering van zijn taken.

2.

Het Associatiecomité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.

3.

Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de Unie en een vertegenwoordiger van de Republiek Moldavië.

Artikel 438
1.

De Associatieraad stelt in zijn reglement van orde de taken en de werking van het Associatiecomité vast; in ieder geval behoort de voorbereiding van de vergaderingen van de Associatieraad tot de taken van het Associatiecomité. Het Associatiecomité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.

2.

De Associatieraad kan bevoegdheden overdragen aan het Associatiecomité, waaronder de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen.

3.

Het Associatiecomité is bevoegd om besluiten vast te stellen in de in deze overeenkomst genoemde gevallen en op de terreinen waarvoor de Associatieraad bevoegdheden heeft overgedragen aan het Associatiecomité. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Associatiecomité stelt besluiten vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

4.

Het Associatiecomité komt in een specifieke samenstelling bijeen voor de bespreking van alle onderwerpen met betrekking tot titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst. Het Associatiecomité komt in deze samenstelling ten minste eenmaal per jaar bijeen.

Artikel 439
1.

Het Associatiecomité wordt bijgestaan door de in het kader van deze overeenkomst opgerichte subcomités.

2.

De Associatieraad kan besluiten op specifieke terreinen andere speciale comités of organen in te stellen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst; de Associatieraad bepaalt de samenstelling, taken en werking van die speciale comités of organen. Daarnaast kunnen dergelijke bijzondere comités of organen alle aangelegenheden bespreken die zij relevant achten, zonder afbreuk te doen aan de specifieke bepalingen van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.

3.

Het Associatiecomité kan eveneens subcomités instellen, onder meer om de vooruitgang te inventariseren die is geboekt in de regelmatige dialoog waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen.

4.

De subcomités zijn bevoegd om besluiten vast te stellen in de in de overeenkomst genoemde gevallen. De subcomités brengen regelmatig verslag over hun activiteiten uit aan het Associatiecomité, overeenkomstig de vereisten.

5.

De op grond van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst ingestelde subcomités stellen het Associatiecomité in zijn specifieke samenstelling voor handel, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, tijdig in kennis van de datum en de agenda van hun vergaderingen. Zij brengen tijdens elke periodieke vergadering van het Associatiecomité in deze specifieke samenstelling verslag uit over hun activiteiten, zoals bepaald in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst.

6.

Het bestaan van subcomités belet partijen niet een aangelegenheid rechtstreeks aan het bij artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst opgerichte Associatiecomité voor te leggen, ook in zijn specifieke samenstelling voor handel.

Artikel 440
1.

Er wordt een Parlementair Associatiecomité ingesteld. Dit comité bestaat uit en dient als forum voor leden van het Europees Parlement enerzijds en leden van het parlement van de Republiek Moldavië anderzijds om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen. Het Comité komt met zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

2.

Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3.

Het voorzitterschap van het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van het parlement van de Republiek Moldavië, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.

Artikel 441
1.

Het Parlementair Associatiecomité kan bij de Associatieraad inlichtingen inwinnen over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst; de Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de verlangde informatie.

2.

Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.

3.

Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

4.

Het Parlementair Associatiecomité kan subcomités instellen.

Artikel 442
1.

De partijen moedigen regelmatige bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van hun maatschappelijk middenveld aan om hen te informeren over of hun input te verzamelen voor de uitvoering van deze overeenkomst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)