Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds
- iv. in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen, of
- c. een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van de verplichtingen die zij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
HOOFDSTUK 7. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER
Artikel 264. Betalingsverkeer
De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds toe te staan dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen worden verricht in vrij converteerbare valuta.
Artikel 265. Kapitaalverkeer
Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen overeenkomstig de wetten van het gastland, met inbegrip van de verwerving van onroerend goed, en investeringen overeenkomstig hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.
Met betrekking tot andere verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans dan de in lid 1 vermelde, waarborgt elke partij vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst en onverminderd de overige bepalingen van deze overeenkomst:
- a. het vrije verkeer van kapitaal inzake kredieten in verband met commerciële transacties of met het verlenen van diensten waaraan een ingezetene van een van de partijen deelneemt, en
- b. het vrije verkeer van kapitaal in verband met beleggingen, leningen en kredieten van de investeerders uit de andere partij.
Artikel 266. Vrijwaringsmaatregelen
Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden betalingen of kapitaalbewegingen ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetair beleid, met inbegrip van ernstige betalingsbalansmoeilijkheden, in een of meer lidstaten of in de Republiek Moldavië, kunnen de betrokken partijen voor een periode van ten hoogste zes maanden vrijwaringsmaatregelen treffen indien die maatregelen strikt noodzakelijk zijn. De partij die de vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de intrekking van deze maatregelen voor.
Artikel 267. Bepalingen inzake bevordering en verdere ontwikkeling van kapitaalverkeer
De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.
Gedurende de eerste vier jaar volgend op de inwerkingtreding van deze overeenkomst nemen de partijen maatregelen met het oog op de totstandbrenging van de voorwaarden die nodig zijn voor de verdere geleidelijke toepassing van de voorschriften van de Unie inzake het vrije verkeer van kapitaal.
Uiterlijk aan het eind van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst beoordeelt het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, de genomen maatregelen opnieuw en stelt het de modaliteiten voor verdere liberalisering vast.
HOOFDSTUK 8. OVERHEIDSOPDRACHTEN
Artikel 268. Doelstellingen
De partijen erkennen de bijdrage van transparante, niet-discriminerende, op concurrentie gebaseerde en openbare aanbestedingen aan een duurzame economische ontwikkeling en stellen zich een effectieve, wederzijdse en geleidelijke openstelling van hun respectieve markten voor overheidsopdrachten ten doel.
Dit hoofdstuk voorziet in wederzijdse toegang tot markten voor overheidsopdrachten op basis van het beginsel van nationale behandeling op nationaal, regionaal en lokaal niveau voor overheidsopdrachten en concessies in zowel de publieke als de nutssector. Het voorziet in de geleidelijke aanpassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten in de Republiek Moldavië aan het acquis van de Unie inzake overheidsopdrachten, en in een institutionele hervorming alsmede de inrichting van een doeltreffend systeem voor overheidsopdrachten op basis van de voor overheidsopdrachten in de Unie geldende beginselen, en de voorwaarden en definities van Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, en van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten.
Artikel 269. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten alsmede op opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de nutssector en op concessies voor werken en diensten.
Dit hoofdstuk is van toepassing op aanbestedende diensten en aanbestedende entiteiten die voldoen aan de definities van het acquis van de Unie op het gebied van overheidsopdrachten, hierna „de aanbestedende diensten” genoemd. Het heeft tevens betrekking op publiekrechtelijke instellingen en openbare nutsbedrijven, zoals overheidsondernemingen die de desbetreffende activiteiten verrichten en particuliere ondernemingen die op basis van bijzondere en exclusieve rechten actief zijn in de nutssector.
Dit hoofdstuk is van toepassing op contracten boven de drempelwaarden die zijn vastgesteld in bijlage XXIX-A bij deze overeenkomst.
De berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht wordt gebaseerd op het in totaal te betalen bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde. Bij het hanteren van deze drempelwaarden berekent de Republiek Moldavië de contractwaarde en rekent zij deze om naar haar nationale munteenheid, waarbij zij gebruik maakt van de wisselkoers van haar nationale bank.
De drempelwaarden worden om de twee jaar herzien, te beginnen in het jaar van inwerkingtreding van deze overeenkomst, op basis van de gemiddelde dagwaarde van de euro, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, over de periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van augustus voorafgaand aan de herziening, die per 1 januari in werking treedt. De aldus herziene drempelwaarden worden, indien nodig, naar beneden afgerond op het naaste veelvoud van 1000 EUR. De herziening van de drempels wordt goedgekeurd door het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst.
Artikel 270. Institutionele achtergrond
Elke partij zorgt voor de invoering of het behoud van een passend institutioneel kader en van de mechanismen die nodig zijn voor de juiste werking van het systeem voor overheidsopdrachten en de tenuitvoerlegigng van dit hoofdstuk.
In het kader van de institutionele hervorming wijst de Republiek Moldavië in het bijzonder de volgende organen aan:
- a. een uitvoerend orgaan dat verantwoordelijk is voor het economisch beleid op het niveau van de centrale overheid en belast is met het waarborgen van een coherent beleid op alle gebieden die met overheidsopdrachten verband houden. Een dergelijk orgaan bevordert en coördineert de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk en geeft richting aan het proces van geleidelijke aanpassing aan het acquis van de Unie; en
- b. een onpartijdig en onafhankelijk orgaan dat belast is met de beoordeling van besluiten van de aanbestedende diensten bij de plaatsing van opdrachten. In deze context wordt onder „onafhankelijk” verstaan dat dit orgaan een overheidsinstantie moet zijn die los staat van alle aanbestedende diensten en marktdeelnemers. Tegen de besluiten van dit orgaan moet beroep in rechte kunnen worden ingesteld.
Elke partij waarborgt dat de besluiten van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van klachten van marktdeelnemers over schendingen van het interne recht, daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd.
Artikel 271. Basisnormen voor gunning van opdrachten
Uiterlijk negen maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst voldoen de partijen aan een serie basisnormen voor de gunning van alle opdrachten, zoals voorgeschreven door de leden 2 tot en met 15. Deze basisnormen vloeien rechtstreeks voort uit de voorschriften en beginselen voor overheidsopdrachten als vervat in het acquis van de Unie voor overheidsopdrachten, met inbegrip van de beginselen van non-discriminatie, gelijke behandeling, transparantie en evenredigheid.
Elke partij waarborgt dat alle voorgenomen overheidsopdrachten op toereikende wijze in een daartoe geëigend medium worden bekendgemaakt:
- a. opdat de markt wordt geopend voor mededinging; en
- b. opdat belanghebbende marktdeelnemers passende toegang hebben tot informatie over de voorgenomen overheidsopdracht, voorafgaand aan de gunning ervan, en opdat zij hun belangstelling voor de opdracht kenbaar kunnen maken.
De bekendmaking is passend ten opzichte van het economisch belang van de opdracht voor marktdeelnemers.
De bekendmaking omvat ten minste de wezenlijke details van de te plaatsen opdracht, de criteria voor selectie op kwaliteit, de gunningsmethode, de criteria voor gunning en elke andere aanvullende informatie die een marktdeelnemer redelijkerwijs nodig heeft om te besluiten of hij zijn belangstelling voor de opdracht kenbaar maakt.
Alle opdrachten worden gegund aan de hand van transparante en onpartijdige gunningsprocedures die corruptiepraktijken voorkomen. De onpartijdigheid wordt in het bijzonder gewaarborgd door de niet-discriminerende omschrijving van de inhoud van de opdracht, gelijke toegang voor alle marktdeelnemers, passende termijnen en een transparante en objectieve benadering.
Bij de omschrijving van de kenmerken van de gevraagde werken, leveringen of diensten gebruiken de aanbestedende diensten algemene omschrijvingen wat de prestaties en functies aangaat, alsmede internationale, Europese en nationale normen.
De omschrijving van de kenmerken die zijn vereist voor een werk, levering of dienst verwijzen niet naar een bepaald fabricaat of een bepaalde herkomst, of een bepaald procedé, of naar een handelsmerk, octrooi, een type of bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, tenzij een dergelijke verwijzing wordt gerechtvaardigd door de inhoud van de opdracht en vergezeld gaat van de woorden „of daaraan gelijkwaardig”. Bij voorkeur worden algemene omschrijvingen van de prestaties of functies gebruikt.
Aanbestedende diensten leggen geen voorwaarden op die leiden tot directe of indirecte discriminatie van marktdeelnemers uit de andere partij, zoals het vereiste dat marktdeelnemers die belangstelling hebben voor de opdracht, in hetzelfde land, dezelfde regio of op hetzelfde grondgebied als de aanbestedende dienst gevestigd zijn.
Niettegenstaande de eerste alinea kan van de aanvrager aan wie een opdracht wordt gegund, in gevallen waarin de specifieke omstandigheden van het geval dit rechtvaardigen worden verlangd dat hij een bepaalde zakelijke infrastructuur vestigt op de plaats waar de prestaties plaatsvinden.
De termijnen voor de indiening van blijken van belangstelling en van een inschrijving zijn lang genoeg om marktdeelnemers uit de andere partij in staat te stellen een zinvolle beoordeling te maken en hun inschrijving voor te bereiden.
Alle deelnemers moeten vooraf de toepasselijke voorschriften, selectiecriteria en gunningscriteria kennen. Deze voorschriften moeten voor alle deelnemers op dezelfde wijze worden toegepast.
Aanbestedende diensten mogen een beperkt aantal inschrijvers verzoeken een inschrijving in te dienen, mits:
- a. dit geschiedt op transparante en niet-discriminerende wijze; en
- b. de selectie enkel op basis van objectieve criteria plaatsvindt, zoals ervaring van de inschrijvers in de desbetreffende sector, omvang en infrastructuur van hun onderneming en technische en professionele vaardigheden.
Wanneer een beperkt aantal inschrijvers wordt verzocht een inschrijving in te dienen, wordt rekening gehouden met de noodzaak voldoende mededinging te waarborgen.
Aanbestedende diensten kunnen de procedure van gunning via onderhandelingen alleen in bepaalde uitzonderlijke gevallen toepassen, wanneer de toepassing van die procedure de mededinging daadwerkelijk niet vervalst.
Aanbestedende diensten mogen alleen gebruikmaken van kwalificatiesystemen wanneer de lijst van gekwalificeerde ondernemingen wordt opgesteld aan de hand van een transparante en open procedure die in voldoende mate is bekendgemaakt. Opdrachten die binnen het toepassingsgebied van een dergelijk systeem vallen, worden eveneens op niet-discriminerende grondslag gegund.
Elke partij waarborgt dat opdrachten op transparante wijze worden gegund aan de inschrijver die de economisch meest voordelige inschrijving of de inschrijving met de laagste prijs heeft ingediend, op basis van de vooraf vastgestelde en meegedeelde aanbestedingscriteria en procedurele voorschriften. De eindbeslissingen worden onverwijld aan alle inschrijvers meegedeeld. Indien een inschrijver aan wie de opdracht niet is gegund daarom verzoekt, moeten de redenen voldoende gedetailleerd worden verstrekt om tegen een dergelijk besluit te kunnen opkomen.
Elke partij draagt er zorg voor dat eenieder die belang heeft of heeft gehad bij de gunning van een bepaalde opdracht en die door een beweerde schending schade heeft geleden of dreigt te lijden, recht heeft op daadwerkelijke onpartijdige rechtsbescherming tegen besluiten van de aanbestedende dienst in verband met de gunning van die opdracht. De besluiten tijdens en aan het einde van zo’n beroeps- of bezwaarprocedure worden openbaar gemaakt op een wijze die toereikend is om alle belanghebbende marktdeelnemers te informeren.
Artikel 272. Planning van geleidelijke aanpassing
Vóór de aanvang van de geleidelijke aanpassing dient de Republiek Moldavië bij het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, een uitgebreid stappenplan voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk in, met tijdschema’s en termijnen voor alle hervormingen in termen van aanpassing aan het acquis van de Unie en institutionele capaciteitsopbouw. Dit stappenplan moet in overeenstemming zijn met de in bijlage XXIX-B bij deze overeenkomst vermelde fasen en tijdschema’s.
Het stappenplan omvat alle aspecten van de hervorming en het algemene rechtskader voor de tenuitvoerlegging van activiteiten op het gebied van overheidsopdrachten, in het bijzonder aanpassing op het gebied van overheidsopdrachten, opdrachten in de nutssector, concessies voor werken en beoordelingsprocedures, en versterking van de administratieve capaciteit op alle niveaus, met inbegrip van beroepsinstanties en handhavingsmechanismen.
Na een positief advies van het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken wordt het stappenplan als referentiedocument voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk beschouwd. De Unie doet al het mogelijke om de Republiek Moldavië bij de tenuitvoerlegging van het stappenplan bij te staan.
Artikel 273. Geleidelijke aanpassing
De Republiek Moldavië draagt er zorg voor dat haar bestaande en toekomstige wetgeving inzake overheidsopdrachten geleidelijk overeenkomstig het acquis van de Unie op het gebied van overheidsopdrachten wordt gebracht.
Aanpassing aan het acquis van de Unie geschiedt in opeenvolgende fasen als vermeld in bijlage XXIX-B bij deze overeenkomst en nader omschreven in de bijlagen XXIX-C tot en met XXIX-F, XXIX-H, XXIX-I en XXIX-K bij deze overeenkomst. In de bijlagen XXIX-G en XXIX-J bij deze overeenkomst worden niet-bindende elementen vermeld die niet hoeven te worden aangepast; de bijlagen XXIX-L tot en met XXIX-O bij deze overeenkomst bevatten elementen van het acquis van de Unie die buiten het bereik van de aanpassing vallen. Bij dit proces wordt naar behoren rekening gehouden met de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en met de door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringsmaatregelen, alsmede met, indien nodig, wijzigingen van het acquis van de Unie die zich tussentijds voordoen. De tenuitvoerlegging van elke fase wordt geëvalueerd door het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, en wordt na een positieve evaluatie door dit comité gekoppeld aan wederzijdse verlening van markttoegang als uiteengezet in bijlage XXIX-B bij deze overeenkomst. De Europese Commissie stelt de Republiek Moldavië onverwijld in kennis van wijzigingen van het acquis van de Unie. Zij verstrekt passend advies en passende technische bijstand met het oog op de implementatie van die wijzigingen.
Het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken gaat alleen tot de evaluatie van een volgende fase over als de maatregelen ter implementatie van de voorgaande fase overeenkomstig de bepalingen van lid 2 zijn uitgevoerd en goedgekeurd.
Elke partij waarborgt dat de aspecten en gebieden van overheidsopdrachten die niet onder dit artikel vallen, in overeenstemming zijn met de beginselen van transparantie, niet-discriminatie en gelijke behandeling, als uiteengezet in artikel 271 van deze overeenkomst.
Artikel 274. Markttoegang
De partijen komen overeen dat zij hun respectieve markten geleidelijk en gelijktijdig daadwerkelijk en wederzijds zullen openstellen. Tijdens het aanpassingsproces wordt de omvang van de wederzijds verleende markttoegang gekoppeld aan de in dit proces geboekte voortgang, zoals voorgeschreven in bijlage XXIX-B bij deze overeenkomst.
Het besluit om over te gaan tot een volgende fase van marktopenstelling wordt genomen op basis van een beoordeling van de kwaliteit van de aangenomen wetgeving alsmede van de praktische tenuitvoerlegging ervan. Dergelijke beoordelingen worden op regelmatige wijze gedaan door het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst.
Voor zover een partij ingevolge bijlage XXIX-B bij deze overeenkomst haar markt voor overheidsopdrachten voor de andere partij heeft opengesteld:
- a. verleent de Unie aan ondernemingen uit de Republiek Moldavië, ongeacht of deze in de Unie zijn gevestigd, toegang tot procedures voor de gunning van overheidsopdrachten overeenkomstig de voorschriften van de Unie voor overheidsopdrachten, en behandelt zij die ondernemingen niet minder gunstig dan ondernemingen uit de Unie;
- b. verleent de Republiek Moldavië aan ondernemingen uit de Unie, ongeacht of deze in de Republiek Moldavië zijn gevestigd, toegang tot procedures voor de gunning van overheidsopdrachten overeenkomstig de nationale voorschriften voor overheidsopdrachten, en behandelt het die ondernemingen niet minder gunstig dan ondernemingen uit de Republiek Moldavië.
Na de tenuitvoerlegging van de laatste fase van het aanpassingsproces onderzoeken de partijen of ook beneden de in bijlage XXIX-A bij deze overeenkomst bedoelde drempelwaarden, wederzijdse toegang tot de markt voor overheidsopdrachten kan worden verleend.
Finland maakt een voorbehoud ten aanzien van Åland.
Artikel 275. Informatie
Elke partij waarborgt dat de aanbestedende diensten en de marktdeelnemers passend zijn geïnformeerd over procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten, onder meer door bekendmaking van alle wetgeving en administratieve uitspraken ter zake.
Elke partij waarborgt dat de informatie over mogelijkheden wat overheidsopdrachten betreft, daadwerkelijk wordt verspreid.
Artikel 276. Samenwerking
De partijen versterken hun samenwerking door de uitwisseling van ervaring en informatie over hun beste praktijken en regelgevingskaders.
De Unie bevordert de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk, onder meer door technische bijstand in voorkomend geval. Overeenkomstig de bepalingen in titel VI (Financiële bijstand, fraudebestrijding en controle) van deze overeenkomst, worden specifieke besluiten inzake financiële bijstand genomen door middel van de desbetreffende financieringsmechanismen en -instrumenten van de Unie.
Een indicatieve lijst van aangelegenheden ten aanzien waarvan kan worden samengewerkt, is opgenomen in bijlage XXIX-P bij deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 9. INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
AFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN EN BEGINSELEN
Artikel 277. Doelstellingen
De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:
- a. het bevorderen van de productie en het in de handel brengen van innovatieve en creatieve producten tussen de partijen; en
- b. het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.
Artikel 278. Aard en toepassingsgebied van verplichtingen
De partijen waarborgen een adequate en doeltreffende tenuitvoerlegging van de internationale overeenkomsten inzake intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn, met inbegrip van de WTO-Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, hierna „de TRIPs-Overeenkomst” genoemd. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen een aanvulling op en specificatie van de tussen de partijen geldende rechten en verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-Overeenkomst en andere internationale overeenkomsten op het gebied van intellectuele eigendom.
Voor de toepassing van deze overeenkomst heeft de uitdrukking „intellectuele eigendom” op zijn minst betrekking op alle categorieën intellectuele eigendom die vallen onder de artikelen 280 tot en met 317 van deze overeenkomst.
De bescherming van intellectuele eigendom omvat ook de bescherming tegen oneerlijke mededinging zoals bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 1967, hierna „het Verdrag van Parijs” genoemd.
Artikel 279. Uitputting
Elke partij voorziet in een regeling voor de interne of regionale uitputting van intellectuele-eigendomsrechten.
AFDELING 2. NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
ONDERAFDELING 1. AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN
Artikel 280. Geboden bescherming
De partijen nemen de rechten en verplichtingen in acht die zijn neergelegd in de volgende internationale overeenkomsten:
- a. de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, hierna „de Berner Conventie” genoemd;
- b. het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties van 1961;
- c. de TRIPs-Overeenkomst;
- d. het WIPO-Verdrag inzake auteursrecht; en
Artikel 281. Auteurs
Elke partij voorziet voor auteurs in het uitsluitende recht het volgende toe te staan of te verbieden:
- a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, van hun werken;
- b. elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins; en
- c. de mededeling van hun werken aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn.
Artikel 282. Uitvoerende kunstenaars
Elke partij voorziet voor uitvoerende kunstenaars in het uitsluitende recht:
- a. de vastlegging25)Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „vastlegging” verstaan de opname van geluiden of beelden, of van de weergave daarvan, door middel waarvan deze kunnen worden waargenomen, gereproduceerd of meegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden;
- b. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, van vastleggingen van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden;
- c. vastleggingen van hun uitvoeringen ter beschikking te stellen van het publiek, door verkoop of anderszins;
- d. de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe hebben, toe te staan of te verbieden;
- e. draadloze uitzending en mededeling aan het publiek van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of gemaakt is op basis van een vastlegging.
Artikel 283. Producenten van fonogrammen
Elke partij voorziet voor producenten van fonogrammen in het uitsluitende recht:
- a. de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook, van hun fonogrammen toe te staan of te verbieden;
- b. hun fonogrammen, met inbegrip van kopieën daarvan, ter beschikking te stellen van het publiek, door verkoop of anderszins; en
- c. de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe hebben, toe te staan of te verbieden.
Artikel 284. Omroeporganisaties
Elke partij voorziet voor omroeporganisaties in het uitsluitende recht het volgende toe te staan of te verbieden:
- a. de vastlegging van hun uitzendingen;
- b. de reproductie van vastleggingen van hun uitzendingen;
- c. de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitzendingen aan het publiek, per draad of draadloos; en
- d. de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsmede de mededeling aan het publiek van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 285. Uitzending en mededeling aan het publiek
Elke partij voorziet in een recht op grond waarvan een enkele billijke vergoeding wordt uitgekeerd door de gebruiker, wanneer een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram of reproductie daarvan wordt gebruikt voor draadloze uitzending of voor enigerlei mededeling aan het publiek, en dat deze vergoeding wordt verdeeld tussen de desbetreffende uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen.
Elke partij kan bij gebreke van overeenstemming tussen uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen bepalen volgens welke voorwaarden deze vergoeding tussen hen wordt verdeeld.
Artikel 286. Duur van bescherming
Het auteursrecht op werken van letterkunde en kunst in de zin van artikel 2 van de Berner Conventie geldt gedurende het leven van de auteur en tot 70 jaar na zijn/haar overlijden, ongeacht op welk tijdstip het werk op geoorloofde wijze ter beschikking van het publiek is gesteld.
De beschermingsduur voor een muziekwerk met tekst bedraagt 70 jaar na het overlijden van de langstlevende van de volgende personen, ongeacht of zij al dan niet als coauteur zijn aangewezen: de tekstschrijver en de componist van het muziekwerk, indien tekst en muziek specifiek voor het muziekwerk met tekst zijn geschreven.
De rechten van uitvoerende kunstenaars vervallen niet eerder dan 50 jaar na de datum van de uitvoering. Echter:
- a. indien binnen deze termijn een vastlegging van de uitvoering anders dan op een fonogram op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek meegedeeld is, vervallen de rechten 50 jaar na de datum van die eerste publicatie of, ingeval deze eerder valt, die eerste mededeling aan het publiek;
- b. indien binnen deze termijn een vastlegging van de uitvoering op een fonogram op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek meegedeeld is, vervallen de rechten 70 jaar na de datum van die eerste publicatie of, ingeval deze eerder valt, die eerste mededeling aan het publiek.
De rechten van producenten van fonogrammen vervallen niet eerder dan 50 jaar na de vastlegging. Echter:
- a. indien het fonogram binnen deze termijn op geoorloofde wijze gepubliceerd is, vervallen de rechten niet eerder dan 70 jaar na de datum van die eerste geoorloofde publicatie. Indien binnen de in de eerste volzin bedoelde termijn geen geoorloofde publicatie heeft plaatsgevonden en het fonogram binnen deze termijn op geoorloofde wijze aan het publiek is meegedeeld, vervallen de rechten niet eerder dan 70 jaar na de datum van de eerste geoorloofde mededeling aan het publiek;
- b. indien 50 jaar nadat een fonogram op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek meegedeeld is, de producent van het fonogram verzuimt voldoende kopieën van het fonogram voor verkoop aan te bieden of het beschikbaar te stellen voor het publiek, kan de uitvoerende kunstenaar het contract houdende overdracht of toekenning van zijn/haar rechten op de vastlegging van zijn/haar uitvoering aan een producent van fonogrammen beëindigen.
De rechten van omroeporganisaties vervallen niet eerder dan 50 jaar na de eerste uitzending van een programma, ongeacht of deze uitzending al dan niet draadloos plaatsvindt, uitzendingen per kabel of satelliet daaronder begrepen.
De in dit artikel gestelde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de termijn doet ingaan.
Artikel 287. Bescherming van technische voorzieningen
Elke partij voorziet in een passende rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen door een persoon die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij aldus handelt.
Elke partij voorziet in een passende rechtsbescherming tegen de vervaardiging, invoer, distributie, verkoop, verhuur, reclame voor verkoop of verhuur, of het bezit voor commerciële doeleinden van inrichtingen, producten of onderdelen, of het verrichten van diensten die:
- a. gestimuleerd, aangeprezen of in de handel gebracht worden om doeltreffende technische voorzieningen te omzeilen;
- b. buiten de omzeiling van doeltreffende technische voorzieningen een commercieel doel van slechts beperkt belang dienen; of
- c. hoofdzakelijk ontworpen, geproduceerd of aangepast zijn dan wel verricht worden met het doel de omzeiling van doeltreffende technische voorzieningen mogelijk of gemakkelijker te maken.
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „technische voorzieningen” verstaan technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of ander beschermd materiaal, die niet zijn toegestaan door de houders van een auteursrecht of naburig recht overeenkomstig de interne wetgeving. Technische voorzieningen worden geacht „doeltreffend” te zijn indien het gebruik van een werk of ander beschermd materiaal wordt gecontroleerd door de houders van het recht door de toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocedé zoals encryptie, versluiering of een andere transformatie van het werk of ander materiaal of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming biedt.
Artikel 288. Bescherming van informatie over beheer van rechten
Elke partij voorziet in een passende rechtsbescherming tegen eenieder die op ongeoorloofde wijze een van de volgende handelingen verricht:
- a. de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten,
- b. de verspreiding, de invoer ter verspreiding, de uitzending, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling aan het publiek van werken of ander materiaal beschermd krachtens deze overeenkomst, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of gewijzigd,
en die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij/zij zodoende aanzet tot een inbreuk op een auteursrecht of naburig recht overeenkomstig de interne wetgeving, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „informatie over het beheer van rechten” verstaan alle door een houder van een recht verstrekte informatie die dient ter identificatie van het werk of ander materiaal dat uit hoofde van dit hoofdstuk wordt beschermd, dan wel van de auteur of een andere houder van een recht, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of ander materiaal, alsook de cijfers of codes waarin die informatie vervat ligt. Lid 1 is van toepassing wanneer bestanddelen van deze informatie zijn verbonden met een kopie, of kenbaar worden bij de mededeling aan het publiek, van een werk of ander materiaal dat uit hoofde van dit hoofdstuk wordt beschermd.
Artikel 289. Uitzonderingen en beperkingen
Overeenkomstig de internationale verdragen en overeenkomsten waarbij zij partij zijn, kan elke partij alleen in beperkingen of uitzonderingen op de in de artikelen 281 tot en met 286 van deze overeenkomst bedoelde rechten voorzien in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het beschermde materiaal en de legitieme belangen van de houders van rechten niet op onredelijke wijze schaden.
Elke partij voorziet erin dat tijdelijke reproductiehandelingen als bedoeld in de artikelen 282 tot en met 285 van deze overeenkomst, die van voorbijgaande of incidentele aard zijn, die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procedé en die worden toegepast met als enig doel:
- a. een doorgifte in een netwerk tussen derden door een tussenpersoon; of
- b. een geoorloofd gebruik
van een werk of ander beschermd materiaal mogelijk te maken, en die geen zelfstandige economische waarde bezitten, van het in de artikelen 282 tot en met 285 van deze overeenkomst bedoelde reproductierecht zijn vrijgesteld.
Artikel 290. Volgrecht van kunstenaars
Elke partij stelt ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk een volgrecht in, dat wordt omschreven als een onvervreemdbaar recht waarvan geen afstand kan worden gedaan, zelfs niet op voorhand, om telkens wanneer het kunstwerk na de eerste overdracht door de auteur wordt doorverkocht, een op de verkoopprijs berekend recht te ontvangen.
Het in lid 1 bedoelde recht is van toepassing op elke doorverkoop waarbij actoren uit de professionele kunsthandel, zoals veilinghuizen, kunstgalerijen of andere kunsthandelaren, betrokken zijn als verkoper, koper, of tussenpersoon.
Elke partij kan bepalen dat het in lid 1 bedoelde recht niet van toepassing is op een doorverkoop waarbij de verkoper het recht minder dan drie jaar vóór de doorverkoop heeft verkregen van de kunstenaar zelf en de doorverkoopprijs niet meer dan een bepaald minimumbedrag bedraagt.
Het recht komt ten laste van de verkoper. Elke partij kan bepalen dat een van de in lid 2 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, maar niet de verkoper, alleen dan wel samen met de verkoper aansprakelijk is voor de betaling van het recht.
De verleende bescherming mag worden geëist voor zover dit is toegestaan door de partij waar deze bescherming wordt geëist. De procedure voor inning en de bedragen worden in de interne wetgeving vastgelegd.
Artikel 291. Samenwerking bij collectieve beheer van rechten
De partijen streven ernaar de dialoog en de samenwerking tussen hun maatschappijen voor collectief beheer te bevorderen teneinde de beschikbaarheid van werken en ander beschermd materiaal en de overdracht van royalty's voor het gebruik van dergelijke werken of ander beschermd materiaal te bevorderen.
ONDERAFDELING 2. HANDELSMERKEN
Artikel 292. Internationale overeenkomsten
De partijen:
- a. nemen het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, het WIPO-Verdrag inzake het merkenrecht en de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken in acht; en
- b. stellen alles in het werk wat redelijkwijs in hun vermogen ligt om toe te treden tot het Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht.
Artikel 293. Registratieprocedure
Elke partij zorgt voor een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij de definitieve negatieve beslissingen van de desbetreffende handelsmerkinstantie schriftelijk aan de aanvrager moeten worden meegedeeld en naar behoren gemotiveerd moeten zijn.
Elke partij voorziet in de mogelijkheid om zich tegen de registratie van een handelsmerk te verzetten. Een dergelijke verzetprocedure is contradictoir.
De partijen voorzien in een openbaar toegankelijke elektronische databank voor aanvragen voor en de registratie van handelsmerken.
Artikel 294. Bekende handelsmerken
Om uitvoering te geven aan artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en aan artikel 16, leden 2 en 3, van de TRIPs-Overeenkomst inzake de bescherming van bekende handelsmerken, passen de partijen de gezamenlijke aanbeveling betreffende bepalingen inzake de bescherming van bekende handelsmerken van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO) tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten (september 1999) toe.
Artikel 295. Uitzonderingen op rechten verbonden aan handelsmerk
Elke partij voorziet in beperkte uitzonderingen op de aan een handelsmerk verbonden rechten, zoals het eerlijk gebruik van beschrijvende termen, de bescherming van geografische aanduidingen als bedoeld in artikel 303 van deze overeenkomst, of andere beperkte uitzonderingen waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.
ONDERAFDELING 3. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN
Artikel 296. Toepassingsgebied
Deze onderafdeling is van toepassing op de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen die van oorsprong zijn uit de grondgebieden van de partijen.
Een geografische aanduiding van een partij wordt pas beschermd door de andere partij indien zij betrekking heeft op producten die vallen onder de wetgeving van die partij als bedoeld in artikel 297 van deze overeenkomst.
Onder „geografische aanduiding” wordt verstaan een aanduiding zoals bedoeld in artikel 22, lid 1, van de TRIPs-Overeenkomst, met inbegrip van „oorsprongsbenamingen”.
Artikel 297. Gevestigde geografische aanduidingen
Na een onderzoek van de wetgeving van de Republiek Moldavië inzake de bescherming van de in deel A van bijlage XXX-A bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen, concludeert de Unie dat deze wetgeving in overeenstemming is met de in deel C van bijlage XXX-A bij deze overeenkomst neergelegde elementen.
Na een onderzoek van de wetgeving van de Unie inzake de bescherming van de in deel B van bijlage XXX-A bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen, concludeert de Republiek Moldavië dat deze wetgeving in overeenstemming is met de in deel C van bijlage XXX-A bij deze overeenkomst neergelegde elementen.
Na afronding van een bezwaarprocedure overeenkomstig de in bijlage XXX-B bij deze overeenkomst opgenomen criteria en na onderzoek van de in bijlage XXX-C bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen uit de Unie en van de in bijlage XXX-D bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen voor wijnen, gearomatiseerde wijnen en gedistilleerde dranken uit de Unie, die door de Unie zijn geregistreerd in het kader van de in lid 2 van dit artikel bedoelde wetgeving, beschermt de regering van de Republiek Moldavië deze geografische aanduidingen overeenkomstig het in deze onderafdeling neergelegde beschermingsniveau.
Na afronding van een bezwaarprocedure overeenkomstig de in bijlage XXX-B bij deze overeenkomst opgenomen criteria en na onderzoek van de in bijlage XXX-C bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen uit de Republiek Moldavië en van de in bijlage XXX-D bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen voor wijnen, gearomatiseerde wijnen en gedistilleerde dranken uit de Republiek Moldavië, die door de Republiek Moldavië zijn geregistreerd in het kader van de in lid 1 van dit artikel bedoelde wetgeving, beschermt de Unie deze geografische aanduidingen overeenkomstig het in deze onderafdeling neergelegde beschermingsniveau.
De besluiten van het gemengd comité dat is opgericht bij artikel 11 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië inzake de bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen betreffende de wijziging van de bijlagen III en IV bij die overeenkomst, genomen vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst, worden geacht besluiten van het subcomité geografische aanduidingen te zijn en de aan de bijlagen III en IV bij die overeenkomst toegevoegde geografische aanduidingen worden geacht deel uit te maken van de bijlagen XXX-C en XXX-D bij deze overeenkomst. Bijgevolg beschermen de partijen deze geografische aanduidingen als gevestigde geografische aanduidingen in het kader van deze overeenkomst.
Artikel 298. Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen
De partijen komen overeen dat in de bijlagen XXX-C en XXX-D bij deze overeenkomst overeenkomstig de procedure van artikel 306, lid 3, van deze overeenkomst, na afronding van de bezwaarprocedure en na onderzoek van de in artikel 297, leden 3 en 4, van deze overeenkomst bedoelde geografische aanduidingen ten genoegen van beide partijen, nieuwe te beschermen geografische aanduidingen kunnen worden opgenomen.
Van een partij wordt niet verlangd dat zij een benaming als geografische aanduiding beschermt, indien deze strijdig is met de naam van een plantenras, met inbegrip van een wijndruivenras, of een dierenras en de consument daardoor kan worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.
Artikel 299. Toepassingsgebied van bescherming van geografische aanduidingen
De in de bijlagen XXX-C en XXX-D bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen, alsmede die welke worden toegevoegd ingevolge artikel 298 van deze overeenkomst, worden beschermd tegen:
- a. direct of indirect commercieel gebruik van een beschermde benaming:
- i. voor vergelijkbare producten die niet voldoen aan de productspecificatie van de beschermde benaming; of
- ii. wanneer hierbij van de reputatie van een geografische aanduiding wordt geprofiteerd;
- b. elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling26)Als „voorstelling” wordt in het bijzonder beschouwd elk gebruik voor producten die vallen onder code 20.09 van het geharmoniseerd systeem, weliswaar uitsluitend wanneer die producten worden aangeduid als wijnen van code 22.04, gearomatiseerde wijnen van code 22.05 en gedistilleerde dranken van code 22.08 van dat systeem., zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven of indien de beschermde benaming in vertaling, in een andere spelling of in een ander schrift wordt gebruikt of vergezeld gaat van een uitdrukking als „soort”, „type”, „methode” „zoals geproduceerd in”, „imitatie”, „smaak”, „-achtig” en dergelijke;
- c. elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking, reclamemateriaal of documenten voor het betrokken product, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product; en
- d. elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
Indien geografische aanduidingen geheel of gedeeltelijk gelijkluidend zijn, wordt elke aanduiding beschermd mits deze te goeder trouw wordt gebruikt, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met lokale en traditionele gebruiken en het daadwerkelijke gevaar voor verwarring. Onverminderd artikel 23 van de TRIPs-Overeenkomst bepalen de partijen onderling de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consument niet mag worden misleid. Een gelijkluidende benaming die bij de consument ten onrechte de indruk wekt dat de producten van oorsprong zijn uit een ander grondgebied, wordt niet geregistreerd, ook al is de benaming juist wat het grondgebied, de regio of de plaats betreft waaruit het betrokken product feitelijk van oorsprong is.
Wanneer een partij in het kader van onderhandelingen met een derde land voorstelt om een geografische aanduiding van dat derde land te beschermen, en die benaming gelijkluidend is met een geografische aanduiding van de andere partij, raadpleegt zij deze partij over dit voornemen en biedt zij haar de gelegenheid opmerkingen te maken voordat de bescherming van de benaming van kracht wordt.
Geen enkele bepaling in deze onderafdeling verplicht een partij ertoe een geografische aanduiding van de andere partij te beschermen, indien deze aanduiding in het land van oorsprong niet of niet langer is beschermd. De partijen stellen elkaar ervan in kennis wanneer een geografische aanduiding in het land van oorsprong niet langer wordt beschermd.
De bepalingen van deze onderafdeling doen op generlei wijze afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve wanneer deze naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat de consument daardoor wordt misleid.
Artikel 300. Gebruiksrecht van geografische aanduidingen
Een in het kader van deze onderafdeling beschermde benaming mag worden gebruikt door iedere marktdeelnemer die landbouwproducten, levensmiddelen, wijnen, gearomatiseerde wijnen of gedistilleerde dranken die aan de desbetreffende productspecificatie voldoen in de handel brengt, produceert, verwerkt of bereidt.
Zodra een geografische aanduiding in het kader van deze onderafdeling is beschermd, mag het gebruik van de beschermde benaming niet afhankelijk worden gesteld van registratie van de gebruikers of andere verplichtingen.
Artikel 301. Handhaving van bescherming
Om ongeoorloofd gebruik van de beschermde geografische aanduidingen te voorkomen en te beëindigen, handhaven de partijen de in de artikelen 297 tot en met 300 van deze overeenkomst bedoelde bescherming door, naar gelang van het geval, passende bestuursrechtelijke maatregelen te nemen of gerechtelijke procedures in te leiden, onder meer aan de douanegrens (bij invoer en uitvoer). Ook handhaven zij die bescherming op verzoek van een belanghebbende.
Artikel 302. Tenuitvoerlegging van aanvullende maatregelen
Onverminderd de verbintenissen ter bescherming van geografische aanduidingen uit de Unie die de Republiek Moldavië eerder is aangegaan ten gevolge van internationale overeenkomsten inzake de bescherming van geografische aanduidingen en de handhaving daarvan, met inbegrip van de verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Lissabon betreffende de bescherming en internationale registratie van oorsprongsbenamingen, en overeenkomstig artikel 301 van deze overeenkomst, krijgt de Republiek Moldavië vanaf 1 april 2013 een overgangsperiode van vijf jaar om, in het bijzonder aan de douanegrens, alle aanvullende maatregelen te nemen die nodig zijn om ongeoorloofd gebruik van de beschermde geografische aanduidingen te beëindigen.
Artikel 303. Verband met handelsmerken
Wanneer de registratie van een handelsmerk leidt tot één van de in artikel 299, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde situaties met betrekking tot een beschermde geografische aanduiding voor soortgelijke producten, wordt deze registratie door de partijen geweigerd of nietig verklaard, ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende overeenkomstig de wetgeving van elke partij, mits de registratie van het handelsmerk is aangevraagd na de datum waarop de bescherming van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied is aangevraagd.
Voor de in artikel 297 van deze overeenkomst bedoelde geografische aanduidingen geldt als datum van indiening van een aanvraag voor bescherming 1 april 2013.
Voor de in artikel 298 van deze overeenkomst bedoelde geografische aanduidingen geldt als datum van indiening van een aanvraag voor bescherming de datum waarop een verzoek om bescherming van een geografische aanduiding aan de andere partij wordt doorgegeven.
Voor de in artikel 298 van deze overeenkomst bedoelde geografische aanduidingen zijn de partijen niet verplicht een geografische aanduiding te beschermen wanneer de bescherming de consument gezien de reputatie of bekendheid van een handelsmerk kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.
Onverminderd lid 4 van dit artikel beschermen de partijen geografische aanduidingen ook wanneer er een ouder handelsmerk bestaat. Een ouder handelsmerk is een handelsmerk dat in een van de situaties als bedoeld in artikel 299, lid 1, van deze overeenkomst is gebruikt, en dat vóór de datum waarop de aanvraag voor bescherming van de geografische aanduiding door de andere partij in het kader van deze onderafdeling wordt ingediend, is aangevraagd of geregistreerd of waarvoor, mits de betrokken wetgeving in deze mogelijkheid voorziet, rechten zijn verworven door gebruik op het grondgebied van een van de partijen. Een dergelijk handelsmerk mag verder worden gebruikt en vernieuwd, niettegenstaande de bescherming van de geografische aanduiding, mits er geen redenen zijn voor nietig- of vervallenverklaring op grond van de wetgeving van de partijen inzake handelsmerken.
Artikel 304. Algemene bepalingen
Deze onderafdeling is van toepassing onverminderd de rechten en verplichtingen van de partijen op grond van de WTO-Overeenkomst.
Onverminderd artikel 302 van deze overeenkomst geschieden de invoer, de uitvoer en het in de handel brengen van de in de artikelen 297 en 298 van deze overeenkomst bedoelde producten overeenkomstig de wet- en regelgeving die van toepassing zijn op het grondgebied van de partij van invoer.
Aangelegenheden die zich naar aanleiding van technische specificaties van geregistreerde benamingen voordoen, worden door het krachtens artikel 306 van deze overeenkomst opgerichte subcomité geografische aanduidingen behandeld.
In het kader van deze onderafdeling beschermde geografische aanduidingen kunnen alleen worden ingetrokken door de partij waaruit het product van oorsprong is.
Voor zover in deze onderafdeling wordt verwezen naar een productspecificatie, wordt hieronder verstaan een specificatie die door de autoriteiten van de partij waaruit het product van oorsprong is, is goedgekeurd, met inbegrip van eveneens goedgekeurde wijzigingen.
Artikel 305. Samenwerking en transparantie
De partijen onderhouden hetzij rechtstreeks, hetzij via het krachtens artikel 306 van deze overeenkomst ingestelde subcomité geografische aanduidingen, contact over alle zaken betreffende de uitvoering en het functioneren van deze onderafdeling. In het bijzonder kan een partij de andere partij verzoeken om informatie betreffende productspecificaties en de wijziging daarvan, alsook betreffende contactpunten voor controlebepalingen.
Elke partij kan de productspecificaties of een samenvatting daarvan alsmede de contactpunten voor controlebepalingen die betrekking hebben op krachtens dit artikel beschermde geografische aanduidingen uit de andere partij, openbaar maken.
Artikel 306. Subcomité geografische aanduidingen
Hierbij wordt het subcomité geografische aanduidingen opgericht.
Het subcomité geografische aanduidingen bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen, en heeft tot taak toezicht te houden op de ontwikkeling van deze onderafdeling en de samenwerking tussen de partijen en de dialoog over geografische aanduidingen te intensiveren. Het brengt verslag uit aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst.
Het subcomité geografische aanduidingen besluit bij consensus. Het stelt zijn reglement van orde vast. Het komt ten minste eenmaal per jaar bijeen op verzoek van een van de partijen, afwisselend in de EU en in de Republiek Moldavië, op een tijdstip, plaats en wijze, waaronder eventueel per videovergadering, die onderling door de partijen worden bepaald, doch uiterlijk binnen 90 dagen nadat het verzoek is gedaan.
Het subcomité geografische aanduidingen ziet er ook op toe dat deze onderafdeling goed functioneert, en kan aandacht besteden aan elke aangelegenheid met betrekking tot de uitvoering en het functioneren ervan. In het bijzonder is het verantwoordelijk voor:
- a. wijziging van deel A en deel B van bijlage XXX-A bij deze overeenkomst, wat de verwijzingen naar de in de partijen toepasselijke wetgeving betreft;
- b. wijziging van de bijlagen XXX-C en XXX-D bij deze overeenkomst, wat geografische aanduidingen betreft;
- c. de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen op wetgevings- en beleidsgebied inzake geografische aanduidingen alsmede over alle andere aangelegenheden van wederzijds belang op het gebied van geografische aanduidingen;
- d. de uitwisseling van informatie over geografische aanduidingen met het oog op de bescherming ervan overeenkomstig deze onderafdeling; en
- e. toezicht op de laatste ontwikkelingen op het gebied van handhaving van de bescherming van de in de bijlagen XXX-C en XXX-D bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen.
ONDERAFDELING 4. MODELLEN
Artikel 307. Internationale overeenkomsten
De partijen nemen de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale inschrijving van tekeningen of modellen van nijverheid van 1999 in acht.
Artikel 308. Bescherming van geregistreerde modellen
Elke partij voorziet in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde modellen die nieuw en oorspronkelijk27)Voor de toepassing van dit artikel kan een partij een model dat een eigen karakter heeft, als een oorspronkelijk model beschouwen. zijn. Deze bescherming wordt verleend door registratie, die de houders van een geregistreerd model een uitsluitend recht verleent overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
Een model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, wordt slechts geacht nieuw en oorspronkelijk te zijn:
- a. voor zover het onderdeel, wanneer het in het samengestelde voortbrengsel is verwerkt, bij normaal gebruik van het product zichtbaar blijft; en
- b. voor zover deze zichtbare kenmerken van het onderdeel als zodanig aan de voorwaarden inzake nieuwheid en oorspronkelijkheid voldoen.
Onder „normaal gebruik” in de zin van lid 2, onder a), wordt verstaan het gebruik door de eindgebruiker, met uitzondering van handelingen in verband met onderhoud, service of reparatie.
De eigenaar van een geregistreerd model heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben te beletten om ten minste producten te vervaardigen, te koop aan te bieden, te verkopen, in te voeren, uit te voeren, op te slaan of te gebruiken die het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt, daarbij zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het model of dit niet in overeenstemming is met eerlijke handelspraktijken.
De beschermingsduur bedraagt 25 jaar vanaf de datum van indiening van de aanvraag voor registratie.
Artikel 309. Bescherming van niet-geregistreerde modellen
Elke partij voorziet in de wettelijke middelen om het gebruik van niet-geregistreerde modellen te voorkomen, maar alleen indien het aangevochten gebruik voortvloeit uit het kopiëren van de niet-geregistreerde verschijningsvorm van het product. Voor de toepassing van dit artikel omvat het begrip „gebruik” ook het te koop aanbieden, in de handel brengen, invoeren of uitvoeren van het product.
De beschermingsduur voor niet-geregistreerde modellen bedraagt ten minste drie jaar vanaf de datum waarop het model in een van de partijen ter beschikking van het publiek werd gesteld.
Artikel 310. Uitzonderingen en uitsluitingen
Elke partij kan beperkte uitzonderingen op de bescherming van modellen vaststellen, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.
De bescherming van modellen strekt zich niet uit tot modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn. In het bijzonder geldt een modelrecht niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die in precies dezelfde vorm en afmetingen gereproduceerd moeten worden om het voortbrengsel waarin het model verwerkt is of waarop het toegepast is, mechanisch met een ander voortbrengsel te kunnen verbinden of om het in, rond of tegen een ander voortbrengsel te kunnen plaatsen, zodat elk van beide voortbrengselen zijn functie kan vervullen.
Artikel 311. Verband met auteursrecht
Een model kan vanaf de datum waarop het is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht van een partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, wordt door elke partij vastgesteld.
ONDERAFDELING 5. OCTROOIEN
Artikel 312. Internationale overeenkomsten
De partijen nemen het WIPO-Verdrag inzake samenwerking bij octrooien in acht en stellen alles in het werk wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om het WIPO-Verdrag inzake octrooirecht na te leven.
Artikel 313. Octrooien en volksgezondheid
De partijen erkennen het belang van de Verklaring van de ministeriële conferentie van de WTO inzake de TRIPs-Overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 werd aangenomen. Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk waarborgen de partijen de consistentie met deze verklaring.
De partijen nemen het Besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verklaring in acht en dragen bij tot de uitvoering ervan.
Artikel 314. Aanvullend beschermingscertificaat
De partijen erkennen dat geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen die door een octrooi worden beschermd, aan een administratieve vergunningsprocedure kunnen worden onderworpen voordat zij er in de handel mogen worden gebracht. Zij erkennen dat de termijn tussen de indiening van de octrooiaanvraag en de eerste vergunning om het product op hun respectieve grondgebied in de handel te brengen, zoals voor dat doel door de interne wetgeving omschreven, de termijn van daadwerkelijke bescherming uit hoofde van het octrooi kan bekorten.
Elke partij zorgt voor een verdere periode van bescherming voor geneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen die door een octrooi worden beschermd en die aan een administratieve vergunningsprocedure waren onderworpen, waarbij die periode gelijk moet zijn aan de in lid 1, tweede volzin, bedoelde periode, verminderd met vijf jaar.
Onverminderd lid 2 mag de duur van de verdere periode van bescherming niet meer dan vijf jaar bedragen.
Met betrekking tot geneesmiddelen waarvoor kindergeneeskundige studies zijn verricht, en mits de resultaten van deze studies in de productinformatie worden weerspiegeld, voorzien de partijen in een verdere verlenging met zes maanden van de in lid 2 bedoelde beschermingsperiode.
Artikel 315. Bescherming van gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van vergunning voor in de handel brengen van geneesmiddel
Elke partij voert een alomvattend systeem in om te garanderen dat gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel, geheim worden gehouden, niet openbaar worden gemaakt en dat de exclusiviteit ervan wordt gewaarborgd.28)Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder „geneesmiddelen”:i.elke enkelvoudige of samengestelde substantie aangediend als hebbende therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij de mens; ofii.elke enkelvoudige of samengestelde substantie die aan de mens toegediend kan worden teneinde een medische diagnose te stellen of om fysiologische functies bij de mens te herstellen, te verbeteren of te wijzigen.Geneesmiddelen omvatten bijvoorbeeld chemische geneesmiddelen, biologische geneesmiddelen (bijvoorbeeld vaccins, (anti)toxinen) met inbegrip van uit menselijk bloed of menselijk plasma bereide geneesmiddelen, geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (bijvoorbeeld geneesmiddelen voor gentherapie en geneesmiddelen voor celtherapie), kruidengeneesmiddelen, en radiofarmaceutica.
Elke partij zorgt ervoor dat verlangde informatie die is ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel niet aan derden wordt meegedeeld en bescherming geniet tegen oneerlijk commercieel gebruik.
Hiertoe
- a. wordt gedurende een periode van ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de vergunning voor het in de handel brengen in de betrokken partij is verleend, geen andere (publieke of particuliere) persoon of entiteit dan de persoon of entiteit die deze vertrouwelijke informatie heeft ingediend, toegestaan zich, ter onderbouwing van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel, rechtstreeks of indirect op deze gegevens te beroepen zonder dat de persoon of entiteit die de gegevens heeft ingediend, hiermee uitdrukkelijk heeft ingestemd;
- b. wordt gedurende een periode van ten minste zeven jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de vergunning voor het in de handel brengen in de betrokken partij is verleend, geen vergunning voor het in de handel brengen verleend voor latere aanvragen, tenzij de later aanvrager zijn/haar eigen gegevens indient dan wel gegevens die worden gebruikt met instemming van de houder van de eerste vergunning, die voldoen aan dezelfde vereisten als bij de eerste vergunning. Producten die zijn geregistreerd zonder dat deze gegevens zijn ingediend, worden uit de handel genomen totdat aan de vereisten is voldaan.
De in lid 2, onder b), bedoelde periode van zeven jaar wordt verlengd tot maximaal acht jaar indien de houder van de aanvankelijke vergunning gedurende de eerste vijf jaar na het verkrijgen van deze vergunning een vergunning verkrijgt voor een of meer nieuwe therapeutische indicaties die worden beschouwd als een belangrijk klinisch voordeel ten opzichte van de bestaande behandelingen.
Dit artikel heeft geen terugwerkende kracht. Het heeft geen invloed op de verhandeling van geneesmiddelen waarvoor vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst een vergunning is verleend.
De Republiek Moldavië streeft naar aanpassing van haar wetgeving betreffende de gegevensbescherming met betrekking tot geneesmiddelen aan die van de Unie op een datum die wordt bepaald door het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst.
Artikel 316. Gegevensbescherming met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen
Elke partij stelt veiligheids- en werkzaamheidsvereisten vast voordat zij een vergunning verleent voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen.
Elke partij kent een tijdelijk gegevensbeschermingsrecht toe aan de eigenaar van een test- of studieverslag dat voor het eerst is ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel.
Gedurende de periode waarin het gegevensbeschermingsrecht geldig is, wordt het test- of studieverslag niet gebruikt ten behoeve van een andere persoon die een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel tracht te verkrijgen, tenzij de eigenaar hiermee uitdrukkelijk instemt.
Het test-of studieverslag moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a. het is noodzakelijk voor de vergunning, of voor een wijziging van een vergunning om het gebruik in andere gewassen toe te staan; en
- b. het is in overeenstemming verklaard met de beginselen van goede laboratoriumpraktijken of goede experimentele praktijken.
De gegevensbescherming geldt voor een termijn van ten minste tien jaar vanaf de eerste vergunning in de desbetreffende partij. Voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico mag de termijn worden verlengd tot 13 jaar.
De in lid 4 bedoelde termijnen worden met drie maanden verlengd bij elke verlenging van de vergunning voor beperkte toepassingen29)Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „beperkte toepassing” verstaan de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel in een partij voor planten of plantaardige producten die niet op ruime schaal worden geteeld in die partij of op ruime schaal worden geteeld om aan een uitzonderlijke behoefte op het gebied van gewasbescherming te voldoen. indien deze vergunningen door de houder van de vergunning worden aangevraagd uiterlijk vijf jaar na de datum van de eerste vergunning. De totale termijn voor gegevensbescherming mag in geen geval meer dan 13 jaar bedragen. Voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico mag de totale termijn voor gegevensbescherming in geen geval meer dan 15 jaar bedragen.
Een test- of studieverslag wordt eveneens beschermd wanneer het voor de verlenging of de herziening van een vergunning noodzakelijk was. In die gevallen bedraagt de periode voor gegevensbescherming 30 maanden.
Artikel 317. Kwekersrechten
De partijen beschermen kwekersrechten overeenkomstig het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten, met inbegrip van de facultatieve uitzondering op het kwekersrecht als bedoeld in artikel 15, lid 2, van dat verdrag, en werken samen om deze rechten te bevorderen en te handhaven.
AFDELING 3. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
Artikel 318. Algemene verplichtingen
De partijen herbevestigen dat zij vastbesloten zijn de TRIPs-Overeenkomst, in het bijzonder deel III daarvan, in acht te nemen en voorzien in de in deze afdeling uiteengezette aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, die nodig zijn om te zorgen voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.30)Voor de toepassing van deze onderafdeling worden onder het begrip „intellectuele-eigendomsrechten” ten minste de volgende rechten verstaan: auteursrecht; naburige rechten; sui generis rechten van de samensteller van een databank; rechten van de ontwerper van topografieën van halfgeleiderproducten; rechten op handelsmerken; rechten inzake modellen; octrooirechten, met inbegrip van rechten die van aanvullende beschermingscertificaten zijn afgeleid; geografische aanduidingen; rechten op gebruiksmodellen; kwekersrechten; en handelsnamen voor zover deze beschermd worden als exclusieve rechten in de interne wetgeving.
Deze aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen dienen eerlijk en billijk te zijn, mogen niet onnodig ingewikkeld of duur zijn en mogen geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen inhouden.
Deze aanvullende maatregelen en rechtsmiddelen moeten ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en worden zodanig toegepast dat het scheppen van belemmeringen voor de legitieme handel wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik ervan.
Artikel 319. Rechthebbenden
Elke partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-Overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:
- a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht;
- b. alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht;
- c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht; en
- d. organisaties voor de verdediging van beroepsbelangen die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke recht.
ONDERAFDELING 1. CIVIELRECHTELIJKE HANDHAVING
Artikel 320. Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal
Elke partij zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, al voordat een bodemprocedure is begonnen, op verzoek van een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van de stelling dat er inbreuk op zijn/haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.
Tot deze maatregelen kunnen behoren de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de litigieuze goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie en/of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten. Die maatregelen worden in het bijzonder genomen, zo nodig zonder dat de wederpartij wordt gehoord, wanneer het aannemelijk is dat uitstel de houder van het recht onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.
Artikel 321. Recht op informatie
Elke partij draagt er zorg voor dat de bevoegde rechterlijke instanties in het kader van procedures inzake inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht naar aanleiding van een met redenen omkleed en evenredig verzoek van de eiser kunnen gelasten dat informatie over de oorsprong en het distributienetwerk van de goederen of diensten die inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht maken, wordt verstrekt door de inbreukmaker en/of iedere andere persoon die:
- a. de inbreuk makende goederen op commerciële schaal in zijn bezit bleek te hebben;
- b. de inbreuk makende diensten op commerciële schaal bleek te gebruiken;
- c. op commerciële schaal diensten bleek te verlenen die bij inbreuk makende activiteiten worden gebruikt;
- d. door een onder a), b) of c), bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten.
De in lid 1 bedoelde informatie omvat, naar gelang van het geval:
- a. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren;
- b. informatie over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, alsmede over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.
De leden 1 en 2 gelden onverminderd andere wettelijke bepalingen waarbij:
- a. de houder van het recht ruimere rechten op informatie worden toegekend;
- b. het gebruik van de krachtens dit artikel meegedeelde informatie in civiele of strafzaken wordt geregeld;
- c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;
- d. de mogelijkheid wordt geboden te weigeren informatie te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zou dwingen deelname door hemzelf/haarzelf of door zijn/haar naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven; of
- e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.
Artikel 322. Voorlopige en conservatoire maatregelen
Elke partij ziet erop toe dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen tegen de vermeende inbreukmaker dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien de interne wetgeving hierin voorziet op straffe van een dwangsom, tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat recht te verbieden, dan wel om aan deze voortzetting de voorwaarde te verbinden dat voor schadeloosstelling van de houder van het recht zekerheid wordt gesteld. Onder dezelfde voorwaarden kan een voorlopig bevel worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)