Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 527
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • b. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten die diensten aanbieden in de hoedanigheid van werknemer van de rechtspersoon die de diensten ten minste gedurende het jaar dat onmiddellijk aan de datum van indiening van de aanvraag voor toelating tot de andere partij voorafging, heeft verleend. Voorts moeten de natuurlijke personen op de datum van indiening van een aanvraag voor toelating tot de andere partij beschikken over ten minste drie jaar beroepservaring18)Verkregen na het bereiken van de meerderjarigheid. in de sector van activiteiten waarop het contract betrekking heeft;
  • c. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten in het bezit zijn van:
  • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt19)Wanneer de graad of kwalificatie niet is verkregen in de partij waar de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad., en
  • ii. beroepskwalificaties voor zover dit voor de uitoefening van een activiteit vereist is op grond van de wet- en regelgeving of andere wettelijke voorschriften van de partij waar de dienst wordt verleend;
  • d. de natuurlijke persoon ontvangt op het grondgebied van de andere partij voor de dienstverlening geen andere beloning dan die welke wordt betaald door de rechtspersoon waarbij de natuurlijke persoon in dienst is;
  • e. de toelating tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op het grondgebied van de betrokken partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal zes maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden dan wel voor de duur van het contract indien dit een kortere looptijd heeft;
  • f. de toelating waarvoor ingevolge dit artikel toestemming wordt verleend, heeft enkel betrekking op de dienstenactiviteit waarop het contract betrekking heeft, en verleent niet het recht tot het voeren van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend, en
  • g. het aantal personen dat onder het dienstencontract valt, mag niet hoger zijn dan voor de uitvoering van het contract noodzakelijk is, zoals vereist kan zijn op grond van de wet- en regelgeving of andere wettelijke voorschriften van de partij waarin de dienst wordt verleend.
Artikel 218. Beoefenaars van vrij beroep
1.

Overeenkomstig de bijlagen XXVII-D en XXVII-H bij deze overeenkomst staan de partijen toe dat beoefenaars van een vrij beroep uit de andere partij op hun respectieve grondgebied diensten verlenen, met inachtneming van de voorwaarden van lid 2 van dit artikel.

2.

Op de door de partijen aangegane verbintenissen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige, en een dienstencontract hebben gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden;
  • b. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied ten minste zes jaar beroepservaring hebben in de economische sector waarop het contract betrekking heeft;
  • c. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten in het bezit zijn van:
  • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt20)Wanneer de graad of kwalificatie niet is verkregen in de partij waar de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad., en
  • ii. beroepskwalificaties die nodig zijn voor de uitoefening van een activiteit op grond van de wet- en regelgeving of andere wettelijke voorschriften van de partij waar de dienst wordt verleend;
  • d. de toelating tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op het grondgebied van de betrokken partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal zes maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden dan wel voor de duur van het contract indien dit een kortere looptijd heeft, en
  • e. de toelating waarvoor ingevolge dit artikel toestemming wordt verleend, heeft enkel betrekking op de dienstenactiviteit waarop het contract betrekking heeft, en verleent niet het recht tot het voeren van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend.

AFDELING 5. REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING 1. INTERNE REGELGEVING

Artikel 219. Toepassingsgebied en definities
1.

De volgende voorschriften gelden voor maatregelen van de partijen die betrekking hebben op vergunningsvereisten en -procedures alsmede kwalificatievereisten en -procedures die van invloed zijn op:

  • a. de grensoverschrijdende dienstverlening;
  • b. de vestiging op hun grondgebied van natuurlijke of rechtspersonen als omschreven in artikel 203, punt 8), van deze overeenkomst;
2.

Wat grensoverschrijdende dienstverlening aangaat, zijn die voorschriften alleen van toepassing op sectoren waarvoor de partij specifieke verbintenissen is aangegaan, en voor zover die specifieke verbintenissen van toepassing zijn. Wat vestiging aangaat, zijn deze voorschriften niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen XXVII-A en XXVII-E bij deze overeenkomst. Wat het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen aangaat, zijn deze voorschriften niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen XXVII-C en XXVII-D alsmede de bijlagen XXVII-G en XXVII-H bij deze overeenkomst.

3.

Deze voorschriften zijn niet van toepassing op maatregelen voor zover zij beperkingen vormen waarvoor lijsten worden opgesteld.

4.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. „vergunningsvereisten”: andere materiële eisen dan kwalificatievereisten, waaraan een natuurlijke of rechtspersoon moet voldoen om een vergunning voor het verrichten van de in lid 1, onder a) tot en met c), omschreven activiteiten te verkrijgen, te wijzigen of te verlengen;
  • b. „vergunningsprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke of rechtspersoon, die verzoekt om een vergunning voor het verrichten van de in lid 1, onder a) tot en met c), omschreven activiteiten, met inbegrip van de wijziging of verlenging van een vergunning, moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de vergunningsvereisten;
  • c. „kwalificatievereisten”: materiële eisen met betrekking tot de bevoegdheid van een natuurlijke persoon om een dienst te verlenen, die moeten worden aangetoond om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen;
  • d. „kwalificatieprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de kwalificatievereisten om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen, en
  • e. „bevoegde autoriteit”: alle centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten of niet-gouvernementele organisaties die door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden uitoefenen, die een besluit nemen betreffende de afgifte van een vergunning voor het verlenen van een dienst, ook als dat vestiging inhoudt, of betreffende afgifte van een vergunning om zich te vestigen teneinde een andere economische activiteit dan dienstverlening uit te oefenen.
Artikel 220. Voorwaarden voor verlenen van vergunningen en kwalificaties
1.

Elke partij draagt er zorg voor dat maatregelen inzake vergunningsvereisten en -procedures en kwalificatievereisten en -procedures gebaseerd zijn op criteria die de bevoegde autoriteiten beletten hun beoordelingsbevoegdheid op een willekeurige wijze uit te oefenen.

2.

De in lid 1 bedoelde criteria zijn:

  • a. evenredig met een doelstelling van het overheidsbeleid;
  • b. duidelijk en ondubbelzinnig;
  • c. objectief;
  • d. vooraf vastgesteld;
  • e. vooraf openbaar gemaakt, en
  • f. transparant en toegankelijk.
3.

Een vergunning wordt verleend zodra bij een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning is voldaan.

4.

Elke partij houdt gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve instanties of procedures in stand, of stelt deze in, waar of waarmee op verzoek van een betrokken ondernemer of dienstverlener administratieve besluiten met betrekking tot vestiging, grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken onverwijld kunnen worden onderzocht en, indien gerechtvaardigd, door passende maatregelen kunnen worden herzien. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van het orgaan dat bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, ziet elke partij erop toe dat de procedures feitelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

5.

Indien het aantal voor een bepaalde activiteit beschikbare vergunningen beperkt is vanwege de schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de gebrekkige technische capaciteit, zorgt elke partij ten aanzien van potentiële kandidaten voor een selectieprocedure die alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie biedt, met inbegrip van in het bijzonder een passende bekendmaking wat de aanvang, het verloop en de afronding van de procedure betreft.

6.

Onverminderd dit artikel kan elke partij bij het opstellen van de voorschriften voor de selectieprocedure rekening houden met doelstellingen van overheidsbeleid, met inbegrip van overwegingen inzake gezondheid, veiligheid, milieubescherming en de instandhouding van cultureel erfgoed.

Artikel 221. Vergunnings- en kwalificatieprocedures
1.

Vergunnings- en kwalificatieprocedures en -formaliteiten zijn duidelijk, worden vooraf bekendgemaakt en waarborgen voor aanvragers dat hun aanvraag op objectieve en onpartijdige wijze wordt behandeld.

2.

Vergunnings- en kwalificatieprocedures en -formaliteiten zijn zo eenvoudig mogelijk en bemoeilijken of vertragen het verlenen van de dienst niet onnodig. Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen21)Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen omvatten geen veiling- of aanbestedingskosten of kosten van andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, noch verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst. die de aanvragers eventueel in het kader van hun aanvraag moeten betalen, moeten redelijk en evenredig met de kosten van de desbetreffende vergunningsprocedures zijn.

3.

Elke partij zorgt ervoor dat de door de bevoegde autoriteit bij het verlenen van vergunningen en het nemen van besluiten gevolgde procedures onpartijdig zijn ten aanzien van alle aanvragers. De bevoegde autoriteit moet bij haar besluitvorming onafhankelijk zijn en geen verantwoording verschuldigd zijn aan verleners van de diensten waarvoor de vergunning vereist is.

4.

Wanneer voor aanvragen specifieke termijnen bestaan, moet een aanvrager voor het indienen van een aanvraag over een redelijke termijn beschikken. De bevoegde autoriteit behandelt een aanvraag zonder onnodige vertraging. Waar mogelijk worden aanvragen in elektronische vorm geaccepteerd onder dezelfde voorwaarden inzake echtheid als papieren aanvragen.

5.

Elke partij ziet erop toe dat de behandeling van een aanvraag, met inbegrip van het definitieve besluit, wordt voltooid binnen een redelijke termijn na de indiening van een volledige aanvraag. Elke partij streeft ernaar voor het behandelen van een aanvraag het normale tijdsbestek vast te stellen.

6.

De bevoegde autoriteit stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een aanvraag die haars inziens onvolledig is, de aanvrager daarvan in kennis, vermeldt, voor zover dit haalbaar is, welke aanvullende informatie nodig is om de aanvraag te vervolledigen en biedt de mogelijkheid om tekortkomingen te corrigeren.

7.

Waar mogelijk moeten in de plaats van de originele documenten gewaarmerkte kopieën worden aanvaard.

8.

Indien de bevoegde autoriteit een aanvraag afwijst, wordt dat de aanvrager schriftelijk en zonder onnodige vertraging meegedeeld. In beginsel moet de aanvrager desgevraagd ook in kennis worden gesteld van de redenen voor de afwijzing van de aanvraag en van de termijn waarbinnen tegen het besluit beroep kan worden ingesteld.

9.

Elke partij zorgt ervoor dat zodra een vergunning is verleend, zij overeenkomstig de daarin gestelde voorwaarden zo spoedig mogelijk in werking treedt.

ONDERAFDELING 2. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 222. Wederzijdse erkenning
1.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.

2.

Elke partij moedigt de desbetreffende beroepsorganisaties aan aanbevelingen over wederzijdse erkenning aan het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 438, lid 4, van deze overeenkomst, voor te leggen, opdat ondernemers en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elke partij toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van ondernemers en dienstverleners, in het bijzonder beoefenaars van een vrij beroep.

3.

Wanneer het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken een aanbeveling als bedoeld in lid 2 ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is, en op basis van de in de aanbeveling vervatte informatie beoordeelt het in het bijzonder:

  • a. de mate waarin de normen en de criteria die elke partij hanteert voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van ondernemers en dienstverleners, met elkaar verenigbaar zijn, en
  • b. de potentiële economische waarde van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning.
4.

Indien aan deze vereisten is voldaan, neemt het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de nodige maatregelen om tot onderhandelingen te komen. Vervolgens onderhandelen de door hun bevoegde autoriteiten vertegenwoordigde partijen over een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning.

5.

Een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning als bedoeld in lid 4 van dit artikel dient in overeenstemming te zijn met de desbetreffende bepalingen van de WTO-Overeenkomst, in het bijzonder met artikel VII van de GATS.

Artikel 223. Transparantie en bekendmaking van vertrouwelijke informatie
1.

Elke partij beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke algemene informatie over algemene maatregelen of internationale overeenkomsten die op deze overeenkomst betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Elke partij richt ook één of meer informatiepunten op, die over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie verstrekken aan ondernemers en dienstverleners uit de andere partij. De partijen stellen elkaar binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van hun informatiepunten. Het is niet nodig dat de informatiepunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.

2.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen.

ONDERAFDELING 3. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel 224
    1. Voor zover de handel in diensten in verband met computers overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk is geliberaliseerd, voldoen de partijen aan de bepalingen van dit artikel.
    1. CPC22)Onder CPC wordt de „Central Products Classification” verstaan, zoals vastgesteld in „Statistical Office of the United Nations, Statistical Papers, Series M, N° 77, CPC prov, 1991”. 84, de VN-code die wordt gebruikt voor het beschrijven van diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten in verband met computers: De technologische ontwikkeling heeft geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket aanverwante diensten die alle of een deel van die basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van diensten in verband met computers.
  • a. computerprogramma's omschreven als serie instructies waardoor computers kunnen werken of met elkaar kunnen communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan);
  • b. gegevensverwerking en -opslag, en
  • c. aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van klanten.
    1. Ongeacht of zij via een netwerk, zoals internet, worden geleverd, omvatten de diensten in verband met computers alle diensten op het gebied van:
  • a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;
  • b. computerprogramma's omschreven als serie instructies waardoor computers zelfstandig kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren, alsmede advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's;
  • c. de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;
  • d. onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers, of
  • e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.
    1. Diensten in verband met computers maken andere diensten (zoals bankieren), elektronisch of anderszins, mogelijk. Er is echter een groot verschil tussen de ondersteunende dienst (bv. webhosting of applicatiehosting) en de inhouds- of hoofddienst die elektronisch wordt geleverd (bv. bankieren). In dergelijke gevallen valt de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84.

ONDERAFDELING 4. POST- EN KOERIERSDIENSTEN

Artikel 225. Toepassingsgebied en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle post- en koeriersdiensten die overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „vergunning”: een vergunning die door een regelgevende autoriteit aan een individuele dienstverlener moet worden verleend alvorens deze een bepaalde dienst mag verlenen;
  • b. „universele dienst”: het op permanente basis verlenen van een postdienst met een specifieke hoedanigheid, op het hele grondgebied van een partij en tegen voor alle gebruikers redelijke prijzen.
Artikel 226. Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken in post- en koeriersector

Er worden passende maatregelen gehandhaafd of genomen om te voorkomen dat dienstverleners die, alleen of samen met anderen, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) aan de relevante markt voor post- en koeriersdiensten door het gebruik van hun eigen marktpositie in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of deze voortzetten.

Artikel 227. Universele dienst

Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universeledienstverplichtingen zij in stand wenst te houden. Dergelijke verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een transparante, niet-discriminerende en uit mededingingsoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en voor de door de partij vastgestelde soort universele dienst geen grotere last vertegenwoordigen dan nodig is.

Artikel 228. Vergunningen
1.

Een vergunning kan alleen worden verlangd voor diensten die binnen het toepassingsgebied van de universele dienst vallen.

2.

Indien een vergunning vereist is, worden de volgende gegevens algemeen bekendgemaakt:

  • a. alle vergunningscriteria en de periode die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, en
  • b. de voorwaarden voor de betrokken vergunningen.
3.

De redenen voor weigering van een vergunning worden de aanvrager desgevraagd meegedeeld. Elke partij legt een procedure vast voor het instellen van beroep bij een onafhankelijke instantie. Een dergelijke procedure zal transparant en niet-discriminerend zijn, waarbij objectieve criteria worden gehanteerd.

Artikel 229. Onafhankelijkheid van regelgevende instantie

De regelgevende instantie is juridisch gescheiden van en niet aansprakelijk jegens verleners van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instantie neemt en de procedures die zij volgt, zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers onpartijdig.

Artikel 230. Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van een geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-C bij deze overeenkomst.

ONDERAFDELING 5. NETWERKEN EN DIENSTEN VOOR ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE

Artikel 231. Toepassingsgebied en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle elektronische-communicatiediensten die overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „elektronische-communicatiediensten”: alle diensten die volledig of voornamelijk bestaan uit de verzending van signalen via elektronische-communicatienetwerken, met inbegrip van telecommunicatiediensten en transmissiediensten met behulp van netwerken die voor omroep worden gebruikt. Deze diensten hebben geen betrekking op diensten die met behulp van elektronische-communicatienetwerken en elektronische-communicatiediensten doorgezonden inhoud aanbieden of hierover redactionele controle hebben;
  • b. „openbaar communicatienetwerk”: elektronische-communicatienetwerk dat volledig of voornamelijk voor het verlenen van openbare elektronische-communicatiediensten wordt gebruikt;
  • c. „elektronische-communicatienetwerk”: de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt, netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;
  • d. „regelgevende autoriteit” in de elektronische-communicatiesector: de instantie of instanties die belast is/zijn met de regelgeving inzake de in dit hoofdstuk bedoelde elektronische communicatie;
  • e. „aanzienlijke marktmacht”: een dienstverlener wordt geacht een aanzienlijke marktmacht te hebben wanneer hij, alleen of samen met anderen, een met een machtspositie overeenkomende positie heeft, dit wil zeggen een economische kracht bezit die hem in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van zijn concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;
  • f. „interconnectie”: de fysieke en logische koppeling van openbare communicatienetwerken die door dezelfde of een andere dienstverlener worden benut om gebruikers van een dienstverlener in staat te stellen te communiceren met gebruikers van dezelfde of van een andere dienstverlener, of toegang te hebben tot diensten van een andere dienstverlener. Diensten kunnen worden verleend door de betrokken partijen of door andere partijen die toegang tot het netwerk hebben. Interconnectie is een specifieke vorm van toegang die tussen exploitanten van openbare netwerken tot stand wordt gebracht;
  • g. „universele dienst”: het pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van een partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar is voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie. Elke partij beslist over het toepassingsgebied en de uitvoering van de universele dienst;
  • h. „toegang”: het beschikbaar stellen van faciliteiten en/of diensten aan een andere dienstverlener, onder vastgestelde voorwaarden, al dan niet op exclusieve basis, met het doel elektronische-communicatiediensten te verlenen. Dit omvat onder andere toegang tot netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten, wat mee kan brengen dat apparatuur wordt gekoppeld door middel van vaste of mobiele middelen (dit omvat in het bijzonder de toegang tot het aansluitnet en tot alle faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om via het aansluitnet diensten te verlenen); toegang tot materiële infrastructuur waaronder gebouwen, goten en masten; toegang tot relevante programmatuursystemen waaronder operationele ondersteuningssystemen; toegang tot nummervertaling of systemen met vergelijkbare functionaliteit; toegang tot vaste en mobiele netwerken, in het bijzonder voor roaming; toegang tot voorwaardelijke toegangssystemen voor digitale-televisiediensten; toegang tot virtuele netwerkdiensten;
  • i. „eindgebruiker”: een gebruiker die geen diensten in verband met openbare communicatienetwerken of met openbare elektronische communicatie verleent;
  • j. „aansluitnet”: fysiek circuit dat het netwerkaansluitpunt in het gebouw van de abonnee verbindt met de hoofdverdeler of een soortgelijke voorziening in het vaste openbare communicatienetwerk.
Artikel 232. Regelgevende autoriteit
1.

Elke partij draagt er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten voor elektronische-communicatiediensten juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk zijn van verleners van elektronische-communicatiediensten. Indien een partij eigenaar is van of zeggenschap heeft over een dienstverlener die elektronische-communicatienetwerken exploiteert of elektronische-communicatiediensten verleent, zorgt deze partij voor een werkelijke structurele scheiding tussen de regelgevende taken en de met de eigendom of de zeggenschap verband houdende activiteiten.

2.

Elke partij waarborgt dat de regelgevende autoriteit voldoende bevoegdheden heeft om de sector te reguleren. De taken van een regelgevende autoriteit worden op duidelijke wijze en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan een instantie met die taken belast is.

3.

Elke partij zorgt ervoor dat de besluiten die de regelgevende autoriteiten nemen en de procedures die zij volgen, ten aanzien van alle marktdeelnemers onpartijdig en transparant zijn.

4.

De regelgevende autoriteit is bevoegd de relevante producten- en dienstenmarkten die in aanmerking komen voor regulering ex ante, te analyseren. Voor zover de regelgevende autoriteit ingevolge artikel 234 van deze overeenkomst moet bepalen of verplichtingen moeten worden opgelegd, gehandhaafd, gewijzigd dan wel ingetrokken, bepaalt zij op basis van een marktanalyse of de relevante markt daadwerkelijk concurrerend is.

5.

Voor zover de regelgevende autoriteit bepaalt dat een relevante markt niet daadwerkelijk concurrerend is, stelt zij vast en wijst zij aan welke dienstverleners aanzienlijke marktmacht op die markt hebben en legt zij naar gelang van het geval specifieke wettelijke verplichtingen als bedoeld in artikel 234 van deze overeenkomst op, dan wel handhaaft of wijzigt zij deze. Voor zover de regelgevende autoriteit concludeert dat de markt daadwerkelijk concurrerend is, legt zij geen van de in artikel 234 van deze overeenkomst bedoelde wettelijke verplichtingen op en handhaaft zij deze evenmin.

6.

Elke partij waarborgt dat een door het besluit van een regelgevende autoriteit getroffen dienstverlener het recht heeft om tegen dat besluit beroep in te stellen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk is van de bij dat besluit betrokken partijen. Elke partij waarborgt dat naar behoren rekening wordt gehouden met de omstandigheden van het geval. Zolang er geen uitspraak inzake het ingestelde beroep is gedaan, blijft het besluit van de regelgevende autoriteit van kracht, tenzij de beroepsinstantie anders beslist. Wanneer de beroepsinstantie geen rechterlijke instantie is, motiveert zij haar beslissing altijd schriftelijk en kunnen haar beslissingen tevens door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke autoriteit worden getoetst. Beslissingen van beroepsinstanties worden daadwerkelijk ten uitvoer gelegd.

7.

Elke partij waarborgt dat indien de regelgevende autoriteiten voornemens zijn maatregelen te treffen die verband houden met een of meerdere bepalingen van deze onderafdeling en die een merkbare impact hebben op de relevante markt, zij de belanghebbenden gelegenheid geven binnen een redelijke termijn opmerkingen over de ontwerpmaatregel in te dienen. De regelgevende autoriteiten maken hun overlegprocedures bekend. De uitkomsten van de overlegprocedure worden openbaar gemaakt, tenzij het vertrouwelijke informatie betreft.

8.

Elke partij zorgt ervoor dat dienstverleners die elektronische-communicatienetwerken aanbieden en elektronische-communicatiediensten verlenen, alle informatie, met inbegrip van financiële informatie, verstrekken die de regelgevende autoriteiten nodig hebben om na te gaan of de bepalingen van deze onderafdeling of overeenkomstig deze onderafdeling genomen besluiten worden nageleefd. Deze dienstverleners verstrekken deze informatie desgevraagd onverwijld, binnen de door de regelgevende autoriteit gestelde termijnen en zo uitgebreid als door haar is verzocht. De informatie waarom de regelgevende autoriteit verzoekt, zal evenredig zijn met de uitvoering van die taak. De regelgevende autoriteit geeft de redenen die haar verzoek om informatie rechtvaardigen.

Artikel 233. Vergunning voor verlenen van elektronische-communicatiediensten
1.

Elke partij waarborgt dat een vergunning voor het verlenen van diensten zoveel mogelijk wordt verleend na enkele kennisgeving.

2.

Elke partij waarborgt dat een vergunning kan worden verlangd voor nummer- en frequentietoekenning. De desbetreffende vergunningsvoorwaarden worden algemeen bekendgemaakt.

3.

Elke partij waarborgt dat indien een vergunning vereist is:

  • a. alle vergunningscriteria en de redelijke termijn die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, algemeen bekend worden gemaakt;
  • b. de redenen voor afwijzing van een vergunning de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekend worden gemaakt;
  • c. de aanvrager van een vergunning ingeval een vergunning ten onrechte geweigerd is, zich tot een beroepsinstantie kan wenden, en
  • d. de door een partij verlangde vergoedingen23)Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen omvatten geen veiling- of aanbestedingskosten of kosten van andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, noch verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst. voor het verlenen van een vergunning niet hoger zijn dan de administratieve kosten die normaliter met het beheer van, het toezicht op en de handhaving van de desbetreffende vergunningen gemoeid zijn. Dit lid is niet van toepassing op vergoedingen voor het verlenen van een vergunning voor het gebruik van het radiospectrum en de nummervoorraad.
Artikel 234. Toegang en interconnectie
1.

Elke partij zorgt ervoor dat elke dienstverlener die een vergunning heeft voor het aanbieden van elektronische-communicatiediensten, gerechtigd en verplicht is tot het bedingen van toegang tot en interconnectie met aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken en -diensten. In beginsel worden afspraken over toegang en interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken dienstverleners.

2.

Elke partij ziet erop toe dat dienstverleners die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere dienstverlener ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

3.

Elke partij waarborgt dat een regelgevende autoriteit die overeenkomstig artikel 232 van deze overeenkomst heeft vastgesteld dat een relevante markt niet daadwerkelijk concurrerend is, de bevoegdheid heeft aan de dienstverlener die wordt geacht een aanzienlijke marktmacht te hebben, een of meer van de volgende verplichtingen in verband met interconnectie en/of toegang op te leggen:

  • a. een verplichting inzake non-discriminatie om ervoor te zorgen dat de exploitant ten aanzien van andere leveranciers die gelijkwaardige diensten aanbieden onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast, en aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke hij voor zijn eigen diensten of diensten van zijn dochterondernemingen of partners biedt;
  • b. een verplichting voor verticaal geïntegreerde ondernemingen om opening van zaken te geven over hun groothandelsprijzen en verrekenprijzen, wanneer er sprake is van een non-discriminatievoorschrift of het er om gaat oneerlijke kruissubsidiëring te voorkomen. De regelgevende autoriteit kan nader bepalen welk model en welke boekhoudkundige methode moeten worden gehanteerd;
  • c. verplichtingen om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten, met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnet, onder andere wanneer de regelgevende autoriteit van mening is dat het weigeren van toegang of het opleggen van onredelijke voorwaarden met een vergelijkbaar effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte detailhandelsmarkt zou belemmeren, of niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn. De regelgevende autoriteiten kunnen ten aanzien van de in dit punt bedoelde verplichtingen nadere voorwaarden stellen, verband houdende met billijkheid, redelijkheid en tijdigheid;
  • d. de verplichting om op groothandelsbasis bepaalde diensten aan te bieden voor wederverkoop door derden; om open toegang te verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten; om co-locatie of andere vormen van gedeeld gebruik van faciliteiten aan te bieden, met inbegrip van gedeeld gebruik van goten, gebouwen of masten; om bepaalde diensten aan te bieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind-tot-eind-diensten, met inbegrip van faciliteiten voor intelligente-netwerkdiensten; om toegang te verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om eerlijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen, en om te zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten. De regelgevende autoriteiten kunnen ten aanzien van de in dit punt bedoelde verplichtingen nadere voorwaarden stellen, verband houdende met billijkheid, redelijkheid en tijdigheid;
  • e. verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole, met inbegrip van verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke vormen van interconnectie en/of toegang, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers. De regelgevende autoriteiten houden rekening met de door de exploitant gedane investeringen en laten toe dat hij een redelijke opbrengst verkrijgt uit zijn kapitaalinbreng, de aangegane risico's in aanmerking genomen;
  • f. de verplichting tot bekendmaking van de specifieke verplichtingen die door de regelgevende autoriteit aan dienstverleners zijn opgelegd, waarbij de specifieke producten-/diensten- en de geografische markten worden vermeld. Actuele informatie, mits deze niet vertrouwelijk is en geen zakengeheimen omvat, wordt openbaar gemaakt op een wijze die waarborgt dat alle belanghebbenden gemakkelijk toegang tot die informatie hebben;
  • g. verplichtingen inzake transparantie, waarbij van een exploitant wordt verlangd dat hij bepaalde informatie openbaar maakt; in het bijzonder wanneer hij niet-discriminatieverplichtingen heeft, kan de regelgevende autoriteit verlangen dat de exploitant een referentieaanbieding bekendmaakt, die zodanig wordt ontbundeld dat dienstverleners niet hoeven te betalen voor faciliteiten die niet nodig zijn voor de gevraagde dienst, en daarbij de relevante aanbiedingen beschrijft, met een uitsplitsing in componenten naar gelang de behoeften van de markt, samen met de bijbehorende voorwaarden en prijzen.
4.

Elke partij waarborgt dat een dienstverlener die verzoekt om interconnectie met een dienstverlener waarvan is vastgesteld dat hij een aanzienlijke marktmacht heeft, hetzij te allen tijde hetzij na een redelijke termijn die openbaar is gemaakt, een beroep kan doen op een onafhankelijk intern orgaan, dat een regelgevende instantie kan zijn als bedoeld in artikel 231, lid 2, onder d), van deze overeenkomst, voor de beslechting van geschillen over de voorwaarden voor interconnectie en/of toegang.

Artikel 235. Schaarse middelen
1.

Elke partij waarborgt dat alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden toegepast op objectieve, evenredige, tijdige, transparante en niet-discriminerende wijze. De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

2.

Elke partij zorgt voor het doeltreffende beheer van radiofrequenties voor elektronische-communicatiediensten op haar grondgebied, teneinde een doeltreffend en efficiënt gebruik van het spectrum te waarborgen. Indien de vraag naar bepaalde frequenties groter is dan de beschikbaarheid ervan, worden voor de toewijzing van deze frequenties passende en transparante procedures gevolgd teneinde het gebruik ervan te optimaliseren en de ontwikkeling van de mededinging te bevorderen.

3.

Elke partij waarborgt dat de toewijzing van de nationale nummervoorraden en het beheer van de nationale nummerplannen aan de regelgevende autoriteit worden toevertrouwd.

4.

Voor zover lokale of andere overheden de eigendom van of de zeggenschap over dienstverleners die openbare communicatienetwerken en/of -diensten exploiteren, behouden, moet worden gezorgd voor een daadwerkelijke structurele scheiding tussen de taak inzake toekenning van rechten en de taak die verband houdt met de eigendom of de zeggenschap.

Artikel 236. Universele dienst
1.

Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universeledienstverplichtingen zij in stand wenst te houden.

2.

Deze verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de partij wordt vastgesteld.

3.

Elke partij draagt er zorg voor dat alle dienstverleners in aanmerking komen voor het verlenen van universele diensten en dat geen enkele dienstverlener a priori wordt uitgesloten. De aanwijzing geschiedt door middel van een efficiënt, transparant, objectief en niet-discriminerend mechanisme. Indien nodig beoordeelt elke partij of het verlenen van universele diensten een onbillijke last vormt voor de organisatie(s) die is/zijn aangewezen om de universele diensten te verlenen. Wanneer dit op grond van een dergelijke berekening gerechtvaardigd is, bepalen de regelgevende autoriteiten, rekening houdend met het eventuele marktvoordeel voor een organisatie die de universele dienst verleent, of er een mechanisme nodig is om de betrokken dienstverlener(s) te compenseren of de nettokosten van de universeledienstverplichtingen te delen.

4.

Elke partij ziet erop toe dat:

  • a. er voor de gebruikers gidsen van alle abonnees beschikbaar zijn, in gedrukte en/of in elektronische vorm, die regelmatig, doch ten minste eens per jaar, worden bijgewerkt, en
  • b. organisaties die de onder a) bedoelde diensten verlenen, het non-discriminatiebeginsel in acht nemen bij de behandeling van informatie die zij van andere organisaties hebben gekregen.
Artikel 237. Grensoverschrijdende verlening van elektronische-communicatiediensten

Geen van de partijen mag ten aanzien van grensoverschrijdende dienstverlening aan een dienstverlener uit de andere partij de voorwaarde stellen dat hij op haar grondgebied gevestigd, in enigerlei vorm aanwezig of daar ingezetene is.

Artikel 238. Vertrouwelijke informatie

Elke partij waarborgt het vertrouwelijke karakter van elektronische communicatie die via een openbaar communicatienetwerk en via openbare elektronische-communicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel 239. Geschillen tussen dienstverleners
1.

Elke partij draagt er zorg voor dat wanneer er in verband met de in dit hoofdstuk bedoelde rechten en verplichtingen een geschil rijst tussen aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of verleners van elektronische-communicatiediensten, de regelgevende autoriteit op verzoek van een der partijen een bindende beslissing neemt om het geschil op zo kort mogelijke termijn, doch uiterlijk binnen vier maanden, tot een oplossing te brengen.

2.

De beslissing van de regelgevende autoriteit wordt openbaar gemaakt, met inachtneming van de vereisten inzake vertrouwelijke bedrijfsgegevens. De door de betrokken dienstverleners te ontvangen beslissing wordt met redenen omkleed.

3.

Indien een dergelijk geschil betrekking heeft op grensoverschrijdende dienstverlening, coördineren de regelgevende autoriteiten hun inspanningen om het geschil tot een oplossing te brengen.

Artikel 240. Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van de geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-B bij deze overeenkomst.

ONDERAFDELING 6. FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 241. Toepassingsgebied en definities
1.

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten die overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „financiële dienst”: elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten uit een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:
  • i. verzekeringen en daarmee verband houdende diensten:
    1. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):
  • a. levensverzekering;
  • b. schadeverzekering;
    1. herverzekering en retrocessie;
    1. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap, en
    1. ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims;
  • ii. bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):
    1. aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
    1. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;
    1. financiële leasing;
    1. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;
    1. garanties en verbintenissen;
    1. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:
  • a. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
  • b. deviezen;
  • c. derivaten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, termijninstrumenten en opties;
  • d. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;
  • e. verhandelbare effecten;
  • f. andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, met inbegrip van edelmetaal;
    1. deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;
    1. financiële bemiddeling;
    1. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;
    1. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van waardepapieren, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
    1. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software;
    1. advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder de punten 1) tot en met 11) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;
  • b. „verlener van financiële diensten”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon uit een partij die financiële diensten verleent of wenst te verlenen. Openbare instanties vallen niet onder dit begrip „verlener van financiële diensten”;
  • c. „openbare instantie”:
  • i. een overheid, centrale bank of monetaire en financiële autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis, of
  • ii. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire en financiële autoriteit worden vervuld;
  • d. „nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, zoals diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wel wordt verleend.
Artikel 242. Prudentiële uitzonderingsbepaling
1.

Elke partij kan maatregelen vaststellen of handhaven om prudentiële redenen, waaronder:

  • a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is, en
  • b. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem van een partij.
2.

Deze maatregelen zijn niet belastender dan nodig is voor het bereiken van het doel ervan en houden niet in dat verleners van financiële diensten uit de andere partij worden gediscrimineerd in vergelijking met de eigen soortgelijke verleners van financiële diensten.

3.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst kan zodanig worden uitgelegd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de rekeningen van individuele consumenten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.

Artikel 243. Doeltreffende en transparante regelgeving
1.

Elke partij stelt alles in het werk om alle belanghebbenden vooraf kennis te geven van elke door haar beoogde algemene maatregel, zodat die belanghebbenden opmerkingen over die maatregel kunnen maken. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:

  • a. door officiële publicatie, of
  • b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
2.

Elke partij stelt belanghebbenden in kennis van haar voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.

Op verzoek van een aanvrager stelt de desbetreffende partij deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de desbetreffende partij aanvullende informatie van de aanvrager verlangt, stelt zij deze daarvan onverwijld in kennis.

3.

Elke partij stelt alles in het werk opdat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingfraude en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Dergelijke internationaal overeengekomen normen zijn onder meer de „Core Principles for Effective Banking Supervision” van het Bazels Comité voor het bankentoezicht, de „Insurance Core Principles” van de International Association of Insurance Supervisors, de „Objectives and Principles of Securities Regulation” van de International Organisation of Securities Commissions, de „Agreement on Exchange of Information on Tax Matters” van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de „Statement on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes” van de G20, en de Veertig aanbevelingen inzake het witwassen van geld en de Negen bijzondere aanbevelingen inzake terrorismefinanciering van de Financial Action Task Force.

De partijen nemen bovendien nota van de „Ten Key Principles for Information Exchange” die door de ministers van Financiën van de G7-landen zijn aangenomen en zullen alles doen wat nodig is opdat deze beginselen in hun bilaterale contacten kunnen worden toegepast.

Artikel 244. Nieuwe financiële diensten

Elke partij staat verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die soortgelijk zijn aan diensten voor het verlenen waarvan zij krachtens haar interne wetgeving onder vergelijkbare omstandigheden aan haar eigen verleners van financiële diensten toestemming zou verlenen. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en de vergunning kan uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen.

Artikel 245. Gegevensverwerking
1.

Elke partij staat verleners van financiële diensten uit de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar haar grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.

2.

Elke partij neemt passende maatregelen ter bescherming van de privacy en de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens.

Artikel 246. Specifieke uitzonderingen
1.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden in het kader van een pensioenregeling van de overheid of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens de interne regelgeving van die partij in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

2.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere openbare instantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

3.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden voor rekening van of met garantiestelling door of gebruikmaking van de financiële middelen van de partij of haar openbare instanties.

Artikel 247. Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelneming aan, dan wel toegang tot een zelfregulerend lichaam, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, verrekenkantoor of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van artikel 205, lid 1, en artikel 211 van deze overeenkomst worden nageleefd.

Artikel 248. Clearing- en betalingssystemen

Onder de voorwaarden voor toekenning van nationale behandeling verschaft elke partij aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel verleent geen toegang tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van de partij.

Artikel 249. Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van de geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de in artikel 243, lid 3, van deze overeenkomst vermelde internationale normen voor beste praktijken, alsmede aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-A bij deze overeenkomst.

ONDERAFDELING 7. VERVOER

Artikel 250. Toepassingsgebied

Deze afdeling bevat de beginselen met betrekking tot de liberalisering van diensten die verband houden met internationaal vervoer overeenkomstig afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk.

Artikel 251. Internationaal zeevervoer
1.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van afdeling 2 (Vestiging), afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) en afdeling 4 (Tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken) van dit hoofdstuk:

  • a. omvat „internationaal zeevervoer” ook vervoer van deur tot deur en multimodaal vervoer, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan een wijze van vervoer, waaronder ook vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht rechtstreeks met dienstverleners voor andere wijzen van vervoer contracten te sluiten;
  • b. wordt onder „behandeling van zeevracht” verstaan: activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de rechtstreekse activiteiten van dokwerkers, wanneer deze niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:
  • i. het laden en lossen van schepen;
  • ii. het sjorren en losmaken van vracht, en
  • iii. het in ontvangst nemen/afleveren en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing;
  • c. wordt onder „in- en uitklaring” verstaan: de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit van die dienstverlener is of een gebruikelijke aanvulling op diens hoofdactiviteit;
  • d. wordt onder „diensten in verband met de opslag van containers” verstaan: de opslag van containers, op het haventerrein of verder landinwaarts, om ze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping;
  • e. wordt onder „diensten van scheepsagenten” verstaan: activiteiten waarbij de zakelijke belangen van een of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:
  • i. marketing en verkoop van diensten van zeevervoer en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het kopen en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie;
  • ii. het optreden namens maatschappijen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht;
  • f. wordt onder „expediteursdiensten” verstaan: de activiteit waarbij namens een verzender de verscheping wordt georganiseerd en gevolgd, door vervoersdiensten en aanverwante diensten te contracteren, documenten op te stellen en bedrijfsinformatie te verschaffen;
  • g. wordt onder „feederdiensten” verstaan: het vervoer voorafgaand aan en na het internationale vrachtvervoer over zee, met name in containers, tussen havens in een partij.
2.

Aangaande het internationale zeevervoer stemt elke partij ermee in dat zij zal zorgen voor de effectieve toepassing van het beginsel van onbeperkte toegang tot lading op commerciële basis, van het vrij verrichten van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer, en van nationale behandeling bij de levering van deze diensten.

Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:

  • a. past elke partij het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminerende grondslag daadwerkelijk toe;
  • b. kent elke partij aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of worden geëxploiteerd door dienstverleners uit de andere partij, een niet minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan haar eigen vaartuigen of aan die van een derde land toekent, indien deze behandeling gunstiger is, voor, onder meer, de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en havendiensten, het gebruik van hulpdiensten voor zeevervoer, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losinstallaties.
3.

Bij de toepassing van die beginselen:

  • a. neemt elke partij in toekomstige overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen op met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, en beëindigt zij binnen een redelijke termijn dergelijke vrachtverdelingsregelingen wanneer deze in eerdere overeenkomsten voorkomen, en
  • b. heft elke partij bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op die een verkapte beperking kunnen zijn van of een discriminatoir effect kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer, en ziet zij af van de invoering ervan.
4.

Elke partij staat toe dat verleners van diensten voor internationaal zeevervoer uit de andere partij een vestiging op haar grondgebied hebben, onder voorwaarden van vestiging en exploitatie die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners van derde landen toekent, indien deze laatste betere voorwaarden genieten.

5.

Elke partij staat verleners van diensten voor internationaal zeevervoer uit de andere partij op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toe gebruik te maken van de volgende havendiensten: loodsen, hulp van duw- en sleepboten, bevoorrading, brandstof- en waterlevering, ophalen en verwerking van afval, kapiteinsdiensten, navigatiehulp, diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water- en elektriciteitsvoorzieningen, faciliteiten voor noodreparaties, verankering en aan- en afmeren.

6.

Elke partij staat het verplaatsen van materiaal zoals lege containers die niet worden vervoerd als vracht tegen betaling, toe tussen havens van een lidstaat of tussen havens van de Republiek Moldavië.

7.

Elke partij staat, mits de bevoegde autoriteit daarvoor toestemming heeft verleend, verleners van diensten voor internationaal zeevervoer uit de andere partij toe om „feederdiensten” tussen haar interne havens te verlenen.

Artikel 252. Luchtvervoer

Een geleidelijke liberalisering van het luchtvervoer tussen de partijen, aangepast aan hun wederzijdse commerciële behoeften, en de voorwaarden voor wederzijdse markttoegang worden geregeld door de Overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, betreffende de totstandbrenging van een Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte.

Artikel 253. Geleidelijke aanpassing

Elke partij erkent het belang van de geleidelijke aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Republiek Moldavië aan de lijst van het acquis van de Unie die is opgenomen in bijlage XXVIII-D bij deze overeenkomst.

AFDELING 6. ELEKTRONISCHE HANDEL

ONDERAFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 254. Doelstelling en beginselen
1.

De partijen erkennen dat de elektronische handel de handelsmogelijkheden in vele sectoren verruimt en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handelsverkeer te bevorderen, in het bijzonder door samenwerking op het gebied van de vraagstukken die elektronische handel in het kader van dit hoofdstuk meebrengt.

2.

De partijen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de elektronische handel volledig in overeenstemming moet zijn met de strengste internationale normen inzake gegevensbescherming, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers vertrouwen in de elektronische handel hebben.

3.

De partijen komen overeen dat elektronische transmissies worden beschouwd als dienstverlening in de zin van afdeling 3 (Grensoverschrijdende dienstverlening) van dit hoofdstuk, die niet aan douanerechten kan worden onderworpen.

Artikel 255. Samenwerking op gebied van elektronische handel
1.

De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met de elektronische handel, onder meer over:

  • a. de erkenning van aan het publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en de bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;
  • b. de aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten bij de doorgifte of opslag van informatie;
  • c. de behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;
  • d. consumentenbescherming op het gebied van de elektronische handel, en
  • e. andere kwesties die voor de ontwikkeling van de elektronische handel van belang zijn.
2.

Deze samenwerking kan geschieden in de vorm van een uitwisseling van informatie over de respectieve wetgeving van de partijen met betrekking tot deze kwesties en over de tenuitvoerlegging van die wetgeving.

ONDERAFDELING 2. AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel 256. Gebruik van diensten van intermediairs
1.

De partijen erkennen dat de diensten van intermediairs door derden kunnen worden gebruikt voor illegale activiteiten en zij voorzien in de in deze onderafdeling vastgestelde maatregelen voor aanbieders van intermediaire diensten.

2.

Voor de toepassing van artikel 257 van deze overeenkomst wordt onder „aanbieder van diensten” verstaan een aanbieder van de doorgifte of routering van of van verbindingen voor digitale onlinecommunicatie, tussen door de gebruiker gespecificeerde punten, van door de gebruiker gekozen materiaal, zonder wijziging van de inhoud daarvan. Voor de toepassing van de artikelen 258 en 259 van deze overeenkomst wordt onder „aanbieder van diensten” verstaan een aanbieder of exploitant van faciliteiten voor onlinediensten of netwerktoegang.

Artikel 257. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat deze aanbieder:

  • a. niet het initiatief tot doorgifte neemt;
  • b. de ontvanger van de doorgegeven informatie niet selecteert, en
  • c. de doorgegeven informatie niet selecteert of wijzigt.
2.

Het doorgeven van informatie en het verschaffen van toegang in de zin van lid 1 omvatten de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van de doorgegeven informatie, voor zover deze uitsluitend dient om de doorgifte in het communicatienetwerk te bewerkstelligen en niet langer duurt dan redelijkerwijs voor de doorgifte nodig is.

3.

Dit artikel belet niet dat een rechtbank of administratieve instantie overeenkomstig het rechtsstelsel van elke partij kan verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of verhindert.

Artikel 258. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van die informatie, wanneer deze opslag enkel geschiedt om latere doorgifte van die informatie aan andere afnemers van de dienst op hun verzoek doeltreffender te maken, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. de informatie niet wijzigt;
  • b. de toegangsvoorwaarden voor de informatie in acht neemt;
  • c. de alom erkende en in de bedrijfstak gangbare regels betreffende de bijwerking van de informatie naleeft;
  • d. niets wijzigt aan het alom erkende en in de bedrijfstak gangbare rechtmatige gebruik van technologie voor het verkrijgen van gegevens over het gebruik van de informatie, en
  • e. prompt handelt om de door hem opgeslagen informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken, zodra hij er daadwerkelijk kennis van heeft dat de informatie verwijderd werd van de plaats waar zij zich oorspronkelijk in het net bevond of de toegang ertoe onmogelijk werd gemaakt, of dat een rechtbank of administratieve instantie heeft gelast de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
2.

Dit artikel belet niet dat een rechtbank of administratieve instantie overeenkomstig het rechtsstelsel van elke partij kan verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of verhindert.

Artikel 259. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”
1.

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de op verzoek van een afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat de aanbieder van de dienst:

  • a. niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie en, wanneer het een schadevergoedingsvordering betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit het onwettige karakter van de activiteit of informatie duidelijk blijkt, of
  • b. zodra hij hiervan kennis heeft of besef krijgt, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken.
2.

Lid 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de aanbieder van de dienst handelt.

3.

Dit artikel belet niet dat een rechtbank of administratieve instantie overeenkomstig het rechtsstelsel van elke partij kan verlangen dat de aanbieder van de dienst een inbreuk beëindigt of voorkomt, en evenmin dat de partijen procedures kunnen vaststellen om informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken.

Artikel 260. Geen algemene toezichtverplichting
1.

De partijen leggen aanbieders van diensten geen algemene verplichting op om bij het aanbieden van de in de artikelen 257 tot en met 259 van deze overeenkomst bedoelde diensten toezicht te houden op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te gaan zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden.

2.

Een partij kan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij verplichten om de bevoegde overheidsautoriteiten onverwijld in kennis te stellen van vermeende onwettige activiteiten of informatie van de afnemers van hun dienst, of verplichten om de bevoegde autoriteiten op hun verzoek informatie te verstrekken die kan dienen tot het achterhalen van afnemers van hun dienst waarmee zij een opslagovereenkomst hebben.

AFDELING 7. UITZONDERINGEN

Artikel 261. Algemene uitzonderingen
1.

Onverminderd de algemene uitzonderingen van artikel 446 van deze overeenkomst zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van de bijlagen XXVII-A en XXVII-E, XXVII-B en XXVII-F, XXVII-C en XXVII-G alsmede XXVII-D en XXVIII-H bij deze overeenkomst onderworpen aan de uitzonderingen van dit artikel.

2.

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het recht van vestiging of van grensoverschrijdende dienstverlening vormen, kan geen enkele bepaling van dit hoofdstuk zodanig worden uitgelegd dat zij een beletsel vormt voor het vaststellen of toepassen door een partij van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of de handhaving van de openbare orde;
  • b. noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mens, dier of plant;
  • c. betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor interne ondernemers of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;
  • d. noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;
  • e. noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig is met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking heeft op:
  • i. het voorkómen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;
  • ii. de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;
  • iii. de veiligheid;
  • f. strijdig zijn met artikel 205, lid 1, en artikel 211 van deze overeenkomst, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op doeltreffende of billijke wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, ondernemers of dienstverleners uit de andere partij24)Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op billijke of doeltreffende wijze te kunnen opleggen en innen omvatten maatregelen die een partij op grond van haar belastingstelsel neemt en die:a.van toepassing zijn op ondernemers en dienstverleners die geen ingezetenen zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die hun oorsprong vinden of geschieden op het grondgebied van de partij;b.van toepassing zijn op niet-ingezetenen om ervoor te zorgen dat belastingen op het grondgebied van de partij kunnen worden opgelegd of geïnd;c.van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, handhavingsbepalingen daaronder begrepen;d.van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van de andere partij worden verleend, om ervoor te zorgen dat door die gebruikers verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van de partij hebben, kunnen worden opgelegd of geïnd;e.een onderscheid maken tussen enerzijds ondernemers en dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten, en anderzijds andere ondernemers en dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de heffingsgrondslag tussen hen, off.inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van de partij te behouden.De belastingvoorwaarden of -concepten als bedoeld onder f) van dit lid en in deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten, dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten van het interne recht van de partij die de maatregel neemt..
3.

De bepalingen van dit hoofdstuk en van de bijlagen XXVII-A en XXVII-E, XXVII-B en XXVII-F, XXVII-C en XXVII-G alsmede XXVII-D en XXVII-H bij deze overeenkomst zijn niet van toepassing op de respectieve socialezekerheidsstelsels van de partijen of op activiteiten op het grondgebied van elk van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.

Artikel 262. Belastingmaatregelen

De meestbegunstigingsbehandeling die ingevolge dit hoofdstuk wordt toegekend, is niet van toepassing op de belastingbehandeling die de partijen geven of in de toekomst zullen geven op basis van overeenkomsten tussen hen ter voorkoming van dubbele belasting.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)