Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-18
Laatst bijgewerkt 2026-08-20
State In force
Source BWB
artikelen 1926
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Code Beschrijving huisvestingssysteem Nummer systeembeschrijving Emissiefactor per dierplaats Emissiefactor per dierplaats Emissiefactor per dierplaats
Code Beschrijving huisvestingssysteem Nummer systeembeschrijving ammoniak (kg NH3/jaar) geur (ouE/sec) fijnstof (g PM10/jaar)
HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE
HA1 Diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen)
HA1.1 Grupstal met drijfmest OW 1993.09.V1 5,7 – 81
HA1.2 Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 1993.03.V1, OW 1993.04.V1, OW 1993.05.V1, OW 1993.06.V1, OW 1994.08.V1 10,2 – 148
HA1.3 Ligboxenstal met hellende vloer en spoelsysteem OW 1994.03.V1 9,2 – 148
HA1.4 Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot met spoelsysteem of roostervloer met spoelsysteem OW 2001.28.V1 10,2 – 148
HA1.5 Ligboxenstal met dichte geprofileerde hellende vloer waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2009.11.V1 11,0 – 148
HA1.6 Ligboxenstal met dichte hellende vloer met rubber toplaag waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2009.22.V1 11,0 – 148
HA1.7 Ligboxenstal met sleufvloer waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2010.14.V1, OW 2010.24.V1 11,8 – 148
HA1.8 Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor voor 12 april 2017 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.30.V1 6,0 – 148
HA1.9 Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2010.31.V1 7 – 148
HA1.10 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.32.V1 11,8 – 148
HA1.11 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.33.V1 12,2 – 148
HA1.12 Ligboxenstal met roostervloer met cassettes in de roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2010.34.V1 7 – 148
HA1.13 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2010.35.V1 7 – 148
HA1.14 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.36.V1 10,3 – 148
HA1.15 Ligboxenstal met V-vormige vloer met gietasfalt in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.01.V1 11,7 – 148
HA1.16 Mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.02.V1 5,1 – 148
HA1.17 Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2012.04.V1 8 – 148
HA1.18 Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2012.05.V1 11 – 148
HA1.19 Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met perforaties waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.08.V1 10,1 – 148
HA1.20 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtingen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid OW 2013.01.V1 7 – 148
HA1.21 Ligboxenstal met sleufvloer met in doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2013.03.V1 11 – 148
HA1.22 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven met urineafvoergat of met regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid OW 2013.04.V1 6 – 148
HA1.23 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, aaneengesloten of met regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid OW 2013.05.V1 7 – 148
HA1.24 Ligboxenstal met vloer met geprofileerde rubber matten met hellend profiel en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2013.06.V1 10,3 – 148
HA1.25 Ligboxenstal met hellende vloer met geprofileerde rubber matten en centrale giergoot waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid OW 2013.07.V1 8 – 148
HA1.26 Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten en vernevelsysteem OW 2014.02.V1 8 – 148
HA1.27 Ligboxenstal met roostervloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel en cassettes in roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid OW 2015.05.V1 6 – 148
HA1.28 Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan zijkant waarvoor voor 1 januari 2019 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2015.06.V1 9,9 – 148
HA1.29 Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid OW 2017.06.V1 8 – 148
HA1.30 Ligboxenstal met sleufvloer met geprofileerde rubber tegels waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.02.V1 8,1 – 148
HA1.31 Ligboxenstal met vlakke betonnen vloerplaten met sleuven, voorzien van profiel met 1% hellende groeven richting een centrale giergoot met giergaten en mestverwijdering waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.03.V1 9,1 – 148
HA1.32 Ligboxenstal met geprofileerde rubber oplegsleufvloer met hellende sleuven met gierafvoergaatjes waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.06.V1 7,1 – 148
HA1.33 Ligboxenstal met dichte geprofileerde vloer met rubbermatten en composietnokken met hellend profiel waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.07.V1 9,0 – 148
HA1.34 Ligboxenstal met vlakke vloer voorzien van rubberen sleufvloer, met vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), met groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif OW 2019.01.V2 8 – 148
HA1.35 Ligboxenstal met urineopvangstation OW 2021.05.V2 6 – 148
HA1.36 Ligboxenstal met een indrukbare drainerende loopvloer voorzien van een mestschuif, waarbij de urine en mest direct worden gescheiden en apart worden opgeslagen, waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 2 oktober 2024 of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 OW 2021.06.V1 6,4 – 148
HA1.37 Ligboxenstal voorzien van geprofileerde rubberen oplegmatten met ruitprofiel onder 2% afschot naar een centrale giergoot en frequente mestverwijdering met vaste mestschuif, waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 2 oktober 2024, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 OW 2021.07.V1 8,9 – 148
HA1.38 Natuurlijk geventileerde ligboxenstal met een roostervloer voorzien van inlays met urineafvoergaatjes in de roosterspleten, frequent bevochtigen en schoonzuigen van de vloer door een mestverzamelrobot en een mechanische kelderluchtafzuiging met een chemisch luchtwassysteem (95% emissiereductie) OW 2021.08.V2 3 - 148
HA1.39 Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in een helling van 3,5% in combinatie met een gierafvoerbuis, waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 9 maart 2026 of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 9 maart 2026 OW 2022.01.V1 6,2 - 148
HA1.100 Overige huisvestingssystemen 13 – 148
HA2 Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar
HA2.100 Overige huisvestingssystemen 4,4 – 38
HA3 Diercategorie vleeskalveren jonger dan 1 jaar
HA3.1 Stal met hellende roostervloer in combinatie met hellende schijnvloer onder roostervloer waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.09.V1 2,5 35,6 33
HA3.2 Stal met volledige roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtkleppen in de roosterspleten waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.04.V1 1,9 31,2 22
HA3.100 Overige huisvestingssystemen 3,5 35,6 33
HA4 Diercategorie zoogkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren)
HA4.100 Overige huisvestingssystemen 4,1 – 86
HA5 Diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar
HA5.100 Overige huisvestingssystemen 5,3 35,6 170
HA6 Diercategorie overig rundvee van 2 jaar en ouder
HA6.100 Overige huisvestingssystemen 6,2 – 170
HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN
HB1 Diercategorie schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren)
HB1.100 Overige huisvestingssystemen (beweiden) 0,7 7,8 –
HOOFDCATEGORIE C: GEITEN HOOFDCATEGORIE C: GEITEN
HC1 Diercategorie geiten van 1 jaar en ouder
HC1.100 Overige huisvestingssystemen 1,9 18,8 19
HC2 Diercategorie geiten vanaf 61 dagen tot 1 jaar
HC2.100 Overige huisvestingssystemen 0,8 11,3 10
HC3 Diercategorie geiten tot 61 dagen
HC3.100 Overige huisvestingssystemen 0,2 5,7 10
HOOFDCATEGORIE D: VARKENS HOOFDCATEGORIE D: VARKENS
HD1 Diercategorie gespeende biggen minder dan 25 kg
HD1.1 Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif OW 1993.01.V1 0,20 5,4 56
HD1.2 Gedeeltelijk rooster met spoelgotensysteem OW 1994.09.V1, OW 1997.01.V1 0,24 7,8 74
HD1.3 Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof
HD1.3.1 Volledig rooster OW 1996.05.V1 0,18 7,8 56
HD1.3.2 Gedeeltelijk rooster OW 1996.05.V1 0,25 7,8 74
HD1.4 Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster OW 1996.06.V1 0,23 5,4 74
HD1.5 Ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal
HD1.5.1 Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,13 m2 per dierplaats OW 1996.01.V1 0,26 5,4 74
HD1.5.2 Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,19 m2 per dierplaats OW 2001.14.V1 0,33 7,8 74
HD1.6 Schuine putwand
HD1.6.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,07 m2 per dierplaats, ongeacht groepsgrootte OW 2001.13.V1 0,17 5,4 74
HD1.6.2 Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen tot 30 dieren OW 2004.06.V1 0,21 5,4 74
HD1.6.3 Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren zonder spoelgoten OW 2010.04.V1 0,18 5,4 74
HD1.6.4 Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren met spoelgoten OW 1999.05.V1, OW 1999.06.V1 0,18 7,8 74
HD1.7 Gedeeltelijk rooster met verkleinde mestoppervlakte OW 2001.16.V1 0,39 7,8 74
HD1.8 Mestopvang in water met mestafvoersysteem OW 2006.07.V1 0,15 5,4 56
HD1.9 Volledig rooster met water- en mestkanaal OW 2010.05.V1 0,20 5,4 56
HD1.10 Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) OW 2010.12.V1 0,17 5,4 56
HD1.11 Hok met conditionering van de ligvloertemperatuur, mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, beide kanalen voorzien van een pan met watervulsysteem, dagelijkse mestafvoer uit het mestkanaal en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,062 m2per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2019.02.V1 0,21 5,4 56
HD1.100 Overige huisvestingssystemen 0,69 7,8 74
HD2 Diercategorie kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen)
HD2.1 Spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest OW 1993.12.V1, OW 1999.02.V1 3,3 27,9 160
HD2.2 Kunststof schijnvloer met schuif onder rooster OW 1994.02.V1 3,7 27,9 160
HD2.3 Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif OW 1994.06.V1 4,0 27,9 160
HD2.4 Hellende gecoate keldervloer met giergoot en mestschuif OW 1994.07.V1 3,1 27,9 160
HD2.5 Ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal OW 1995.08.V1 4,0 27,9 160
HD2.6 Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof OW 1996.04.V1 3,1 27,9 160
HD2.7 Mestkanaal en hellende (schijn)vloer onder roostervloer OW 2001.17.V1 5,0 27,9 160
HD2.8 Schuiven in mestgoot 0W 2001.18.V1 2,5 27,9 160
HD2.9 Waterkanaal met afgescheiden mestkanaal of mestbak OW 2004.07.V1 2,9 27,9 160
HD2.10 Mestpan OW 2006.08.V1 2,9 27,9 160
HD2.11 Mestgoot met mestafvoersysteem OW 2010.06.V1 3,2 27,9 160
HD2.12 Mestpan met water- en mestkanaal OW 2010.07.V1 2,9 27,9 160
HD2.13 Mestpan met water- en mestkanaal en koelsysteem OW 2018.01.V1 1,3 27,9 160
HD2.14 Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) OW 2010.15.V1 2,4 27,9 160
HD2.100 Overige huisvestingssystemen 8,3 27,9 160
HD3 Diercategorie guste en dragende zeugen
HD3.1 Smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantrooster en rioleringssysteem (individuele huisvesting) OW 1995.02.V1 2,4 18,7 175
HD3.2 Mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (individuele huisvesting) OW 1995.05.V1 1,8 18,7 175
HD3.3 Spoelgotensysteem met dunne mest
HD3.3.1 Individuele huisvesting OW 1995.07.V1 2,5 18,7 175
HD3.3.2 Groepshuisvesting OW 1998.01.V1, OW 1999.03.V1 2,5 18,7 175
HD3.4 Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof
HD3.4.1 Individuele huisvesting OW 1996.03.V1 1,8 18,7 175
HD3.4.2 Groepshuisvesting OW 1998.02.V1 1,8 18,7 175
HD3.5 Schuiven in mestgoot (individuele huisvesting) OW 2001.19.V1 2,2 18,7 175
HD3.6 Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster OW 2008.11.V1 2,2 18,7 175
HD3.7 Koeldeksysteem
HD3.7.1 115% koeloppervlakte (individuele huisvesting) OW 2010.16.V1 2,2 18,7 175
HD3.7.2 135% koeloppervlakte (groepshuisvesting) OW 2010.17.V1 2,2 18,7 175
HD3.8 Groepshuisvesting zonder strobed met voerligboxen of voerstations en schuine putwanden in mestkanaal
HD3.8.1 Met metalen driekantrooster OW 2010.08.V1 2,3 18,7 175
HD3.8.2 Met anders dan metalen driekantrooster OW 2006.09.V1 2,5 18,7 175
HD3.9 Rondloopstal met voerstation en strobed OW 2010.09.V1 2,6 18,7 175
HD3.10 Hok met kelders met water- en mestkanaal, vloervoedering, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, mest- en watergoot met schuine puntwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem in mestgoot, dagelijkse mestafvoer en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,3 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 OW 2019.03.V1 1,5 18,7 175
HD3.100 Overige huisvestingssystemen (groepshuisvesting) 4,2 18,7 175
HD3.101 Overige huisvestingssystemen (individuele huisvesting) 4,2 18,7 175
HD4 Diercategorie dekberen van 7 maanden en ouder
HD4.100 Overige huisvestingssystemen 5,5 18,7 180
HD5 Diercategorie vleesvarkens van 25 kg en meer, diercategorie opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden diercategorie opfokzeugen van 25 kg en meer
HD5.1 Scharrelvleesvarkens in beddenstal OW 2001.30.V1 1,9 23,0 153
HD5.2 Gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter OW 2001.23.V1 4,5 23,0 153
HD5.3 Mestopvang in en spoelen met ammoniakarme vloeistof (inclusief aanzuren) OW 1993.10.V1, OW 1993.11.V1, OW 1995.03.V1, OW 2001.24.V1 1,6 17,9 153
HD5.4 Metalen driekantrooster met mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof OW 1995.01.V1 1,0 17,9 153
HD5.5 Metalen driekantrooster met mestopvang in water OW 1995.06.V1 1,3 17,9 153
HD5.6 Spoelgotensysteem met metalen driekantrooster OW 1998.03.V1 1,2 23,0 153
HD5.7 Spoelgotensysteem met rooster OW 1998.04.V1, OW 1999.04.V1 1,7 23,0 153
HD5.8 Water- en mestkanaal OW 2001.03.v1 1,7 23,0 153
HD5.9 Mestkanaal met schuine putwand (en waterkanaal)
HD5.9.1 Met metalen driekantrooster op mestkanaal
HD5.9.1.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats met spoelgoten OW 1997.04.V1 1,0 23,0 153
HD5.9.1.2 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats zonder spoelgoten OW 2004.03.V1 1,0 17,9 153
HD5.9.1.3 Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats met spoelgoten OW 1997.04.V1 1,4 23.0 153
HD5.9.1.4 Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten OW 2004.04.V1 1,4 17,9 153
HD5.9.2 Met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal
HD5.9.2.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats OW 2004.05.V1 1,5 17,9 153
HD5.9.2.2 Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats OW 2010.10.V1 1,9 23,0 153
HD5.10 Koeldeksysteem (200% koeloppervlakte)
HD5.10.1 Met metalen driekantrooster
HD5.10.1.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats OW 2004.08.V1 1,2 17,9 153
HD5.10.1.2 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,8 m2 per dierplaats OW 2010.19.V1 1,5 17,9 153
HD5.10.2 Met anders dan metalen driekantrooster
HD5.10.2.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,6 m2 per dierplaats OW 2010.20.V1 1,6 17,9 153
HD5.10.2.2 Emitterende mestoppervlakte 0,6–0,8 m2 per dierplaats OW 2001.01.V1 2,4 23,0 153
HD5.11 Koeldeksysteem (170% koeloppervlakte) met metalen driekantrooster
HD5.11.1 Emitterende mestoppervlakte mestkanaal groter dan 0,5 m2, maar ten hoogste 0,67 m2 per dierplaats OW 2001.25.V1 1,7 23 153
HD5.11.2 Emitterende mestoppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats OW 2019.05.V1 1,4 17,9 153
HD5.12 Bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster
HD5.12.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,22 m2 per dierplaats OW 2001.27.V1 1,4 17,9 153
HD5.12.2 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,33 m2 per dierplaats OW 2001.27.V1 2,0 23,0 153
HD5.13 Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster OW 2008.11.V1 1,1 17,9 153
HD5.14 Hok met mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer, mestgoot met schuine putwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem, dagelijkse mestafvoer en een emitterende mestoppervlakte van ten hoogste 0,08 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 OW 2019.04.V1 0,77 17,9 153
HD5.100 Overige huisvestingssystemen 3,0 23,0 153
HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN
HE1 Diercategorie opfokhennen en -hanen van legkippen jonger dan 18 weken
HE1.1 Kooihuisvesting
HE1.1.1 Batterij met mestband OW 1993.07.V1 0,020 0,18 2
HE1.1.2 Batterij met mestbandbeluchting
HE1.1.2.1 Beluchting 0,2 m3/uur per dierplaats OW 1993.08.V1 0,020 0,18 2
HE1.1.2.2 Beluchting 0,4 m3/uur per dierplaats OW 1997.03.V1 0,006 0,18 2
HE1.1.3 Batterij met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel OW 1999.01.V1 0,010 0,18 2
HE1.1.4 Batterij met mestschuiven en centrale mestband OW 1995.04.V1 0,011 0,18 2
HE1.1.5 Batterij met open mestopslag OW 2001.04.V1 0,045 0,18 2
HE1.1.6 Batterij met mest- en luchtkanaal OW 2001.05.V1 0,208 0,18 2
HE1.1.7 Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats OW 2009.10.V1 0,016 0,18 8
HE1.2 Grondhuisvesting
HE1.2.1 Strooiselvloer (eventueel met roostervloer) OW 2001.06.V1 0,170 0,18 30
HE1.2.2 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,088 0,18 30
HE1.2.3 Verhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters OW 2015.03.V1 0,110 0,18 30
HE1.2.4 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,088 0,18 30
HE1.3 Volièrehuisvesting
HE1.3.1 Ten minste 50% rooster met mestband OW 2005.02.V1 0,050 0,18 23
HE1.3.2 65–70% rooster en mestbandbeluchting 0,3 m3/uur per dierplaats OW 2005.03.V1 0,030 0,18 23
HE1.3.3 45–55% rooster en mestbandbeluchting
HE1.3.3.1 Beluchting 0,1 m3/uur per dierplaats OW 2006.10.V1 0,030 0,18 23
HE1.3.3.2 Beluchting 0,3 m3/uur per dierplaats OW 2006.10.V1 0,023 0,18 23
HE1.3.4 30–35% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats OW 2006.11.V1 0,014 0,18 23
HE1.3.5 55-60% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats OW 2006.12.V1 0,020 0,18 23
HE1.100 Overige huisvestingssystemen (niet-batterijhuisvesting) 0,170 0,18 30
HE1.101 Overige huisvestingssystemen (batterijhuisvesting) 0,045 0,18 30
HE2 Diercategorie legkippen van 18 weken en ouder, diercategorie ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder
HE2.1 Kooihuisvesting
HE2.1.1 Verrijkte kooien met mestbandbeluchting OW 2005.11.V1 0,030 0,35 23
HE2.1.2 Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting OW 2009.10.V1 0,030 0,35 23
HE2.2 Grondhuisvesting
HE2.2.1 Circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer OW 2001.09.V1 0,402 0,34 84
HE2.2.2 Met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer OW 2010.21.V1 0,110 0,34 84
HE2.2.3 Met mestbeluchting via buizen onder beun OW 2001.10.V1 0,125 0,34 84
HE2.2.4 Met enkele buis onder beun aan beide zijden van legnest OW 2011.09.V1 0,150 0,34 84
HE2.2.5 Met mestbeluchting via verticale ventilatiekokers OW 2011.10.V1 0,150 0,34 84
HE2.2.6 Twee verdiepingen met mestbanden onder roosters OW 2004.11.V1 0,068 0,34 84
HE2.2.7 Met frequente mest- en strooiselverwijdering OW 2004.12.V1 0,106 0,34 84
HE2.3 Volièrehuisvesting
HE2.3.1 Ten minste 50% rooster met mestband OW 2004.09.V1 0,090 0,34 65
HE2.3.2 45–55% roosters en mestbandbeluchting
HE2.3.2.1 Beluchting ten minste 0,2 m3/uur per dierplaats OW 2004.10.V1 0,055 0,34 65
HE2.3.2.2 Beluchting ten minste 0,5 m3/uur per dierplaats OW 2004.10.V1 0,042 0,34 65
HE2.3.3 30–35% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats OW 2005.04.V1 0,025 0,34 65
HE2.3.4 55–60% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats OW 2005.05.V1 0,037 0,34 65
HE2.100 Overige huisvestingssystemen 0,315 0,34 84
HE3 Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens in opfok jonger dan 19 weken
HE3.1 Mixluchtventilatie OW 2005.10.V1 0,114 0,18 23
HE3.2 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,129 0,18 23
HE3.3 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,129 0,18 23
HE3.4 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,077 0,18 23
HE3.5 Buizenverwarming waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en die is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid OW 2017.01.V1 0,044 0,18 23
HE3.100 Overige huisvestingssystemen 0,250 0,18 23
HE4 Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens van 19 weken en ouder
HE4.1 Groepskooi met mestband en geforceerde mestdroging OW 1995.09.V1, OW 1996.07.V1, OW 2009.23.V1 0,080 0,93 8
HE4.2 Volièrehuisvesting
HE4.2.1 Met geforceerde mestdroging OW 2010.22.V1 0,170 0,93 43
HE4.2.2 Met geforceerde mest- en strooiseldroging OW 2010.23.V1 0,130 0,93 43
HE4.3 Perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer OW 1998.05.V1 0,230 0,93 43
HE4.4 Grondhuisvesting met mestbeluchting
HE4.4.1 Van bovenaf OW 2004.13.V1 0,250 0,93 43
HE4.4.2 Met verticale slangen in mest OW 2004.14.V1 0,435 0,93 43
HE4.4.3 Via buizen onder beun OW 2010.03.V1 0,435 0,93 43
HE4.4.4 Via verticale ventilatiekokers OW 2010.37.V1 0,435 0,93 43
HE4.5 Grondhuisvesting met mestbanden onder de roosters OW 2007.10.V1 0,245 0,93 43
HE4.100 Overige huisvestingssystemen 0,580 0,93 43
HE5 Diercategorie vleeskuikens
HE5.1 Zwevende vloer met strooiseldroging OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1, OW 1996.09.V1 0,004 0,33 22
HE5.2 Geperforeerde vloer met strooiseldroging OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 0,012 0,33 22
HE5.3 Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting OW 1997.02.V1 0,004 0,33 22
HE5.4 Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling OW 2001.11.V1 0,038 0,33 22
HE5.5 Mixluchtventilatie OW 2005.10.V1 0,031 0,33 22
HE5.6 Etagesysteem met mestband en strooiseldroging OW 2006.13.V1 0,017 0,33 22
HE5.7 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,035 0,33 22
HE5.8 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,021 0,33 22
HE5.9 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmteheaters OW 2011.13.V1 0,035 0,33 22
HE5.10 Buizenverwarming OW 2017.01.V1
HE5.10.1 Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid 0,012 0,33 22
HE5.10.2 Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HE5.10.1 0,021 0,33 22
HE5.100 Overige huisvestingssystemen 0,068 0,33 22
HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS
HF1 Diercategorie vleesparelhoenders
HF1.1 Zwevende vloer met strooiseldroging OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1 OW 1996.09.V1 0,004 0,33 22
HF1.2 Geperforeerde vloer met strooiseldroging OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 0,012 0,33 22
HF1.3 Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting OW 1997.02.V1 0,004 0,33 22
HF1.4 Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling OW 2001.11.V1 0,038 0,33 22
HF1.5 Mixluchtventilatie OW 2005.10.V1 0,031 0,33 22
HF1.6 Etagesysteem met mestband en strooiseldroging OW 2006.13.V1 0,017 0,33 22
HF1.7 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,035 0,33 22
HF1.8 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met een warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,021 0,33 22
HF1.9 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,035 0,33 22
HF1.10 Buizenverwarming OW 2017.01.V1
HF1.10.1 Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid 0,012 0,33 22
HF1.10.2 Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HF1.10.1 0,021 0,33 22
HF1.100 Overige huisvestingssystemen 0,068 0,33 22
HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN
HG1 Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen jonger dan 6 weken
HG1.1 Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,08 0,29 23
HG1.2 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,08 0,29 23
HG1.3 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,05 0,29 23
HG1.4 Buizenverwarming OW 2017.01.V1
HG1.4.1 Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid 0,03 0,29 23
HG1.4.2 Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HG1.4.1 0,05 0,29 23
HG1.100 Overige huisvestingssystemen 0,15 0,29 23
HG2 Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 6 weken en ouder en jonger dan 30 weken
HG2.1 Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,24 1,55 163
HG2.2 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,24 1,55 163
HG2.3 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,15 1,55 163
HG2.100 Overige huisvestingssystemen 0,47 1,55 163
HG3 Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder
HG3.100 Overige huisvestingssystemen 0,59 1,55 207
HG4 Diercategorie vleeskalkoenen
HG4.1 Gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer OW 2001.12.V1 0,36 1,55 86
HG4.2 Mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering OW 2005.07.V1 0,26 1,55 86
HG4.3 Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,35 1,55 86
HG4.4 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,35 1,55 86
HG4.5 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,21 1,55 86
HG4.100 Overige huisvestingssystemen 0,68 1,55 86
HOOFDCATEGORIE H: EENDEN HOOFDCATEGORIE H: EENDEN
HH1 Diercategorie ouderdieren van vleeseenden
HH1.100 Overige huisvestingssystemen 0,320 0,49 182
HH2 Diercategorie vleeseenden
HH2.1 Binnen mesten
HH2.1.100 Overige huisvestingssystemen 0,210 0,49 84
HH2.2 Buiten mesten (per afgeleverd dier) 0,019 0,49 –
HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS
HI1 Diercategorie struisvogels jonger dan 4 maanden
HI1.100 Overige huisvestingssystemen 0,3 – –
HI2 Diercategorie struisvogels van 4 maanden en ouder en jonger dan 12 maanden
HI2.100 Overige huisvestingssystemen 1,8 – –
HI3 Diercategorie struisvogels van 12 maanden en ouder
HI3.100 Overige huisvestingssystemen 2,5 – –
HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN
HK1 Diercategorie voedster
HK1.1 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine OW 2005.08.V1 0,77 – –
HK1.2 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem OW 2024.01.V1 0,5 – –
HK1.100 Overige huisvestingssystemen 1,20 – -
HK2 Diercategorie vlees- en opfokkonijnen tot dekleeftijd
HK2.1 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine OW 2005.09.V1 0,12 – –
HK2.2 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem OW 2024.01.V1 0,12 – –
HK2.100 Overige huisvestingssystemen 0,20 – –
HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN
HL1 Diercategorie paarden van 3 jaar en ouder
HL1.100 Overige huisvestingssystemen 5,0 – –
HL2 Diercategorie paarden jonger dan 3 jaar
HL2.100 Overige huisvestingssystemen 2,1 – –
HL3 Diercategorie pony's van 3 jaar en ouder
HL3.100 Overige huisvestingssystemen 3,1 – –
HL4 Diercategorie pony's jonger dan 3 jaar
HL4.100 Overige huisvestingssystemen 1,3 – –

ECoolingSystem = EC / QC;nd

Waarin:

Voor bepaling van de koudebehoefte wordt verwezen naar paragraaf 7.2.2 van de NTA8800.

9. Kanaalwerk ventilatie (ventilatiesysteem)

1. Verwarmingssysteem

Bijlage XII. bij de artikelen 5.21, eerste lid, en 5.22, eerste lid, van deze regeling (exameneisen inspectie airconditioningsystemen)

Voor bepaling van de koudebehoefte wordt verwezen naar paragraaf 7.2.2 van de NTA8800.

2.1. Hoeveelheid primaire energie (EC)

3.3. Netto warmtebehoefte voor warmtapwater (QW:nd)

Bijlage XIV. bij artikel 5.29 van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen)

Inhoudsopgave

Onderdeel Code Categorie Code Categorie Omschrijving (onderwerp)
G A Energiebeheersysteem
G B Isolatie van de schil
G C Ruimteverwarming
G D Ruimteventilatie
G E Warm tapwater
G F Binnenverlichting
G G Buitenverlichting
G H Zonnepanelen

Onderdeel 3 Gebouwen:

Categorie: Energiebeheersysteem

Onderwerp Energiebeheersysteem
Nummer maatregel GA1
Toe te passen maatregel Pas een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie toe, waarbij gas- en warmte- (per uur) en elektragebruik (per kwartier) van het gebouw wordt geregistreerd. Voor het beheren van het gas-, elektriciteits- en warmtegebruik is een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie (voor inzicht in het energiegebruik per uur, dag, maand en jaar) een belangrijk middel. Door de geregistreerde data minimaal halfjaarlijks te controleren en instellingen zo nodig aan te passen, kan hiermee een optimale energiezuinige in- en afstelling van klimaatinstallaties worden geborgd.
Huidige situatie Er is geen energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie aanwezig, waarmee het gebruik van gas, warmte en elektriciteit wordt gemonitord.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Analyseer de gemonitorde data eenmaal aan het begin van het stookseizoen en eenmaal direct na het stookseizoen en stel de energiegebruikers zo optimaal mogelijk in. Wijs iemand aan die verantwoordelijk is voor het optimaliseren van de instellingen van de energiegebruikers.

Categorie: Isolatie van de schil

Onderwerp Isolatie van de schil
Nummer maatregel GB1
Toe te passen maatregel Isoleer spouwmuren van gebouwen.Door het aanbrengen van isolatie in spouwmuren wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Voor het aanbrengen van spouwisolatie kunnen beperkingen van toepassing zijn door de aanwezigheid van bijvoorbeeld dampdichte lagen aan de buitenzijde, een waterdoorlatende buitenmuur of de aanwezigheid van niet verwijderbare vervuiling in de spouw. Win voor het aanbrengen van spouwisolatie eerst deskundig advies in over de mogelijkheden in uw situatie.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde spouwmuren aanwezig met een spouwbreedte van ten minste 5 cm en het gebouw wordt verwarmd (tot ten minste 18 °C ).
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden Er is geen steiger nodig voor het aanbrengen van de isolatie. Er is in het kader van de Wet natuurbescherming geen nieuw onderzoek naar nestelplaatsen van beschermde diersoorten (zoals vleermuizen) nodig. De maatregel is niet van toepassing in winkels en in andere gebouwen die slechts beperkt bijverwarmd hoeven te worden (bijvoorbeeld omdat er veel warmte vrijkomt van aanwezige processen en/of apparatuur) Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB2
Toe te passen maatregel Isoleer platte daken (bovenop de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 2,1 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Dit kan worden aangebracht bovenop de dakbedekking (omgekeerd dak).
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden Het dak heeft voldoende draagkracht voor het isolatiemateriaal en de benodigde ballast. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB3
Toe te passen maatregel Pas een automatisch sluitmechanisme toe bij overheaddeuren. Door het toepassen van een automatisch sluitmechanisme bij een overheaddeur sluit deze zodra iemand de deur is gepasseerd . Dit voorkomt warmteverlies, doordat de deur een kortere tijd openstaat.
Huidige situatie Er is een overheaddeur aanwezig zonder automatisch sluitmechanisme die gemiddeld ten minste 1 uur per dag open staat. De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. Stel de sensor goed in en zorg er daarbij voor dat de deur niet te snel (automatisch) open gaat.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB4
Toe te passen maatregel Isoleer platte daken (onder de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 3,7 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Breng de isolatie aan onder de dakbedekking en boven de dakconstructie (warm dak) op het moment dat de dakbedekking aan vervanging toe is. Doe dit zo nodig in combinatie met een dampremmende laag.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Niet van toepassing
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB5
Toe te passen maatregel Vervang in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt.
Huidige situatie Er zijn kozijnen of ramen met enkelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB6
Toe te passen maatregel Vervang in bestaande kozijnen en ramen dubbelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het dubbel glas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt.
Huidige situatie Er zijn kozijnen of ramen met dubbelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 18 °C).
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB7
Toe te passen maatregel Gebruik opblaasbare luchtkussens bij een vrachtwagendocking. Door een afsluitvoorziening met opblaasbare luchtkussens te plaatsen bij een docking voor vrachtwagens wordt het warmteverlies beperkt.
Huidige situatie Er zijn dockings voor vrachtwagens aanwezig met of zonder flappen en zonder opblaasbare luchtkussens.
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: de docking wordt gemiddeld genomen ten minste 10 u/wk gebruikt voor het laden en of lossen.
Technische randvoorwaarden De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB8
Toe te passen maatregel Plaats een loopdeur in overheaddeuren. Door het plaatsen van overheaddeuren met een loopdeur voor personen wordt warmteverlies voorkomen, omdat de gehele deur dan minder vaak open gaat.
Huidige situatie Er is een overheaddeur in een matig verwarmde ruimte (ten minste 15 °C) aanwezig zonder aparte loopdeur of naastgelegen deur en deze wordt gebruikt voor personentoegang.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden De ruimte wordt ten minste matig verwarmd (15°C of hoger).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.

Categorie: Ruimteverwarming

Onderwerp Ruimteverwarming
Nummer maatregel GC1
Toe te passen maatregel Pas een klokregeling toe en regel deze in. Pas voor het centrale verwarmingssysteem een klokregeling of klokthermostaat toe en regel deze zo in dat de werkelijke gebruikstijden zo nauw mogelijk worden gevolgd. Dit voorkomt energiegebruik buiten bedrijfstijd.
Huidige situatie Er is een verwarmingssysteem aanwezig waarbij automatische regeling voor verlaging van de temperatuur in de nacht, het weekend en/of de vakanties ontbreekt.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het verwarmingssysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw. Regel naast de gebruikelijke openingstijden van het pand ook de vakanties in. Voor deze controle kan gebruik worden gemaakt van de data uit het energiebeheersysteem.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC2
Toe te passen maatregel Pas naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische warmtepomp toe. Door naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische lucht/water warmtepomp toe te passen kan een groot gedeelte van het jaar de warmte uit de buitenlucht en/of ventilatielucht worden onttrokken voor de warmteopwekking. De warmteopwekking is met gebruik van deze zogenoemde hybride warmtepomp efficiënter dan met een verwarmingsketel.
Huidige situatie Er is een verwarmingsketel aanwezig met een vermogen van ten minste 70 kW en een afgiftesysteem via radiatoren, convectoren en/of vloerverwarming. Het gebouw wordt verwarmd tot ten minste 18 °C. Het gebouw voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit van 1 oktober 1992. Vanaf dit moment hebben gebouwen dubbelglas en geldt voor de isolatie van vloer, gevel en dak een Rc-waarde van ten minste 2,5 m2K/W.
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van de warmtepomp. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn en het functioneren van de regeling. Controleer minimaal jaarlijks de effectieve en efficiënte werking van de warmtepomp.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC3
Toe te passen maatregel Pas een weersafhankelijke regeling toe. Gebruik voor de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater een automatische regeling op basis van de buitentemperatuur. Hierdoor kan de warmte uit het rookgas teruggewonnen worden en krijgt de verwarmingsketel een hogere efficiëntie. Ook zijn de verliezen in het distributiesysteem kleiner.
Huidige situatie Er is een verwarmingsketel aanwezig in een verwamd gebouw (ten minste 18 °C) en de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater wordt niet geregeld op basis van de buitentemperatuur.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Bij een gecombineerd opweksysteem voor verwarming en warm tapwater is het technisch mogelijk om het tapwater in een aparte groep tot ten minste 65 °C te verwarmen.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC4
Toe te passen maatregel Isoleer de verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes. Door het toepassen van buisisolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W om de verwarmingsleidingen en appendages wordt het warmteverlies in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes, beperkt.
Huidige situatie Er ontbreekt isolatie om verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes. Zorg dat het isolatiemateriaal goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC5
Toe te passen maatregel Isoleer ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes. Door het toepassen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 0,7 m2K/W om de ventilatiekanalen wordt het warmteverlies in onverwarmde ruimtes beperkt.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes (ten hoogste 14 °C in het stookseizoen) aanwezig. De ventilatiekanalen zijn aangesloten op een luchtbehandelingskast.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond de ventilatiekanalen, zorg dat het goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC6
Toe te passen maatregel Pas een individuele regeling van de temperatuur per ruimte toe. Door per ruimte een individuele (na)regeling van de temperatuur met een thermostatische radiatorkraan of andere temperatuurregeling toe te passen, hoeft deze niet onnodig te worden verwarmd.
Huidige situatie Er zijn radiatoren of convectoren aanwezig in een verwarmde ruimte, maar de temperatuur van de ruimte is niet apart (na) te regelen met een lokale regeling of thermostatische radiatorkranen.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de instellingen van de individuele regeling en/of de stand van de themostatisch radiatorkranen.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC7
Toe te passen maatregel Pas frequentiegeregelde circulatiepompen toe. Door toepassing van frequentiegeregelde circulatiepompen in het verwarmingssysteem kan het debiet worden aangepast aan de warmtevraag, waardoor de pomp efficienter werkt. Pas de frequentiegeregelde pompen toe op zowel bij de hoofdcirculatiepomp als bij de groepenpompen.
Huidige situatie Er is een centraal verwarmingssysteem aanwezig waarbij de circulatiepompen niet zijn voorzien van een frequentieregeling.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Het verwarmingssysteem laat een variabel debiet toe.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer de instellingen van pompen en controleer of het afgiftesysteem nog goed werkt.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC8
Toe te passen maatregel Vervang directgestookte gasheaters in bedrijfshallen door directgestookte HR-gasheaters. Door in bedrijfshallen een directgestookte conventionele gasheater te vervangen door een directgestookt hoog rendement (HR) toestel wordt energie bespaard.
Huidige situatie De bedrijfshal wordt met een of meer directgestookte gasheaters matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 1.000.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden In de ruimte is een rioolaansluiting aanwezig voor het aansluiten van de condensafvoer(en).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de temperatuurinstellingen van de regeling en onderhoud de gasheater volgens leveranciersvoorschriften.

Categorie: Ruimteventilatie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)