Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
3.5.3. De meteocorrectieterm CM
3.6. De schermwerking ∆LSW met de termen Sw en Sb uit de bodemdempingsformules 3.7a tot en met 3.7h
3.7. Bepaling spoorspecifieke absorptie
3.7. Bepaling spoorspecifieke absorptie
3.8. Bepaling spoorspecifieke geluidisolatie
4. Meetmethoden
3.10. Het octaafbandspectrum van het equivalente geluidniveau
4.1. Standaardmeetmethode
4.1.1. Voorwaarden eenvoudige meetmethode
5. Reken- en meetvoorschrift diffractor
4.3.3. Bepaling bovenbouwcorrectie, procedure C
5.2. Rekenregel CS,diff
Bijlage IVg. bij de artikelen 3.14, eerste lid, onder b en d, en 3.21, eerste lid, onder b van deze regeling (rekenmethode geluid op een geluidreferentiepunt)
1. Algemeen
2.2. Verkeersgegevens
Bijlage IVh. bij de artikelen 3.21, eerste lid, onder a, en 3.23, eerste lid, onder a en e, 6.6, eerste en tweede lid en 8.22, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid industrie)
3.7. Tunnels
2. Metingen en vaststellinggeluidvermogen
2.1.2. Weeromstandigheden en meteoraam
2. Metingen en vaststellinggeluidvermogen
2.1. Aspecten bij uitvoering van metingen
2.2. Directe immisiemetingen
2.2.5.4. Bepaling gestandaardiseerd immissieniveau Li
2.2. Directe immisiemetingen
2.2.5. Methode I
2.2.5.3. Uitvoering van de geluidmetingen
2.2.6. Methode II.1
2.3.2. Methode I
2.2.6.6. Bepaling gestandaardiseerd immissieniveau Li
2.2.6.5. Bijzondere bewerkingen
2.3.2. Methode I
2.3.3. Methode II
2.3.3.1. Geconcentreerde bronmethode (methode II.2)
2.3.3.2. Aangepaste meetvlakmethode (methode II.3)
2.3.3.3. Rondommethode (methode II.4)
2.3.3.4. Intensiteitsmetingen (methode II.5)
3.1.2. Versterking door reflectie(s)
3.2. Methode II: overdrachtsmodel (II.8)
3.2.2.1. Samenvoegen van bronnen
3.2.2.2. Splitsen van bronnen
3.2. Methode II: overdrachtsmodel (II.8)
3.2.2.2. Splitsen van bronnen
3.2.2.2. Splitsen van bronnen
3.2.3.6. Dterrein
3.3. Methode II: Substitutiemethode (II.9)
3.2.3.8. Dhuis
4.4.2. Bepaling beoordelingsniveau LAr,LT
6. Toelichting
4.4.2. Bepaling beoordelingsniveau LAr,LT
5.3. Bijzondere geluiden (tonaal karakter/impulsgeluid/muziekgeluid)
Bijlage IVi. bij de artikelen 3.28, onder a, 6.8, eerste lid, en 8.25, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid windturbines)
1. Standaardmeetmethode
1.4.3. Bepalen windsnelheidsafhankelijk geluidvermogen
1.3.1. Geluidmetingen
1.6. Handhaving
2.4.3. Bepalen windsnelheidsverdeling
1.5. Geluidvermogen bij windsnelheden hoger dan Vrated
2.1. Principe van de berekening
2.6. De luchtdemping Dlucht
1.6. Handhaving
2.3. De basisformules
2.8. De schermwerking Dscherm
Uit de plaats van de punten K, Q en T enerzijds en de punten B en I anderzijds kunnen de lengten van de rechte verbindingslijnen k1 = BK, k2 = KI, q1 = BQ, q2 = QI, t1 = BT en t2 = TI worden berekend (zie figuur 2.5). Hieruit is de verticale omweg εv te bepalen volgens de formules:
Opmerking: als het scherm veel breder is dan hoog gaat de formule 2.15 over in de formule van het oneindig lange scherm (∆D = 0 verondersteld).
Hier kunnen twee situaties worden onderscheiden, namelijk:
Als de onderlinge afstand r12 (zie figuur 2.7) tussen de schermen voldoet aan:
kan de volgende rekenprocedure worden gebruikt, die in figuur 2.8 schematisch wordt aangegeven:
Een bijzondere rekenprocedure kan worden gevolgd als een scherm zich relatief dicht bij de bron bevindt (scherm 1) en een ander dicht bij het immissiepunt (scherm 2). Voorwaarde is dat (zie figuur 2.9)
Bijlage IVj. bij artikel 3.29 van deze regeling (maatregelpunten en geluidbeperkende maatregelen rijksinfrastructuur)
In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidgevoelig gebouw naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.
| Omschrijving bronmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten |
|---|---|---|
| Weg | Weg | Weg |
| 2-laags zeer open asfaltbeton | – Voldoende verkeersintensiteit. – Geen wringend of remmend verkeer – Snelheid meer dan 70 km/u. | 22 per 10 m2 |
| Dunne deklaag | – Niet op kruisingen met afslaand verkeer, rotondes of verkeerspleinen | 9 per 10 m2 |
| Spoorweg | Spoorweg | Spoorweg |
| Raildemper | – Niet tegen wissels of voegen – Bij houten dwarsliggers als instemming is verkregen van de beheerder – De afstand waarover raildempers worden aangelegd is ten minste 50 m per spoor – Onverminderd het derde gedachtestreepje is de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd ten minste twee maal D, berekend vanuit het in het geluidgevoelige cluster, bedoeld in artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor de raildempers worden overwogen, gelegen geluidgevoelige gebouw dat het dichtst bij een spoorstaaf ligt. Van deze eis kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken | 29 per m enkel spoor |
| Omschrijving overdrachtsmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten |
| --- | --- | --- |
| Weg | Weg | Weg |
| Geluidscherm | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
| Geluidscherm | 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m | |
| Geluidwal | – Ruimtebeslag – Grondgesteldheid | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm |
| Middenbermscherm | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
| Middenbermscherm | 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m | |
| Schermtop (T-top) | – Op bestaand scherm passend – Passend in het profiel | Per strekkende meter: |
| Spoorweg | Spoorweg | Spoorweg |
| Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | Per strekkende meter bij een hoogte van: | |
| Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m | |
| Geluidwal | – Ruimtebeslag. – Grondgesteldheid | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm |
| Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | – Niet bij wissels | Per strekkende meter bij een hoogte van: |
| Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) | – Niet bij wissels | 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m |
| Aanpassen en vervangen van een spoorbrug |
|---|
Op industrieterreinen kan, door geluidverstrooiing als gevolg van de aanwezigheid van installaties en objecten op het terrein, een extra verzwakking optreden. Deze wordt samengevat onder de term Dterrein. Als Dterrein in rekening wordt gebracht mag geen schermwerking van schermen op het bedrijfsterrein worden toegepast. Dterrein is zeer specifiek voor het type terrein, de dichtheid van obstakels en de hoogte daarvan. Het verdient daarom aanbeveling Dterrein door metingen vast te stellen, waarbij de meethoogte overeen moet komen met de geluidstraal die naar de (verder gelegen) relevante immissiepunten gaat. Voor bedrijven met open procesinstallaties kan voor planningsdoeleinden met drie typen diffuse afschermende objecten worden gerekend. Hiervoor wordt het volgende indicatieve model gehanteerd.
In de praktijk zal in uitzonderingsgevallen aan de eisen van ondoorzichtbaarheid worden voldaan. Als verschillende afzonderlijke vegetaties, die voldoen aan deze specificaties, de gekromde straal doorsnijden (regelbeplanting) mag de reductie voor iedere groep afzonderlijk worden toegepast. De reductie geldt zowel voor de zomer als de winter, mits aan de eisen van ondoorzichtbaarheid wordt voldaan. Voor veel beplantingen zal dit in de winter niet het geval zijn. De volgens tabel 2.4 te berekenen reductie mag dan voor de helft in rekening worden gebracht. Verder mag in geen geval met meer dan vier beplantingsstroken worden gerekend.
Op industrieterreinen kan, door geluidverstrooiing als gevolg van de aanwezigheid van installaties en objecten op het terrein, een extra verzwakking optreden. Deze wordt samengevat onder de term Dterrein. Als Dterrein in rekening wordt gebracht mag geen schermwerking van schermen op het bedrijfsterrein worden toegepast. Dterrein is zeer specifiek voor het type terrein, de dichtheid van obstakels en de hoogte daarvan. Het verdient daarom aanbeveling Dterrein door metingen vast te stellen, waarbij de meethoogte overeen moet komen met de geluidstraal die naar de (verder gelegen) relevante immissiepunten gaat. Voor bedrijven met open procesinstallaties kan voor planningsdoeleinden met drie typen diffuse afschermende objecten worden gerekend. Hiervoor wordt het volgende indicatieve model gehanteerd.
Bijlage IVl. bij artikel 3.56 van de Omgevingsregeling (aanvraagformulier toelating instrument)
Het aanvraagformulier bevat ten minste onderstaande onderdelen:
| Registratienummer | |
|---|---|
| Instrumentnaam | |
| Uw referentiecode | |
| Ingediend op | |
| Ingediende bijlagen |
-
- Bedrijf
| KvK-nummer | |
|---|---|
| Vestigingsnummer | |
| Statutaire naam | |
| Handelsnaam |
-
- Contactpersoon
| Geslacht | □ Man | □ Vrouw | |
|---|---|---|---|
| Voorletters | |||
| Voorvoegsels | |||
| Achternaam | |||
| Functie |
-
- Vestigingsadres bedrijf
| Postcode | |
|---|---|
| Huisnummer | |
| Huisnummertoevoeging | |
| Huisletter | |
| Straatnaam | |
| Woonplaats | |
| Adres |
-
- Correspondentieadres
| Adres | |
|---|---|
-
- Contactgegevens
| Telefoonnummer |
|---|
| E-mailadres |
| Adres berichtenbox |
-
- Instrument
| Naam instrument | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? |
| □ JA, registratienummer | □ JA, registratienummer | □ JA, registratienummer | □ NEE | □ NEE | □ NEE |
| Gevolgklasse | Gevolgklasse | □ GK1 | □ GK1 | □ GK2 | □ GK3 |
| Type bouwwerken |
Beschrijving van het instrument voor kwaliteitsborging waarin ten minste de onderdelen van afdeling 10.7B en 3.19 van het Besluit bouwwerken leefomgeving aan bod komen.
Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag naar waarheid heb ingevuld en dat ik weet dat er kosten verbonden kunnen zijn aan het indienen van een aanvraag.
| Datum | |
|---|---|
| Handtekening | Handtekening |
Bijlage V. bij de artikelen 4.5, 4.6, 4.7, eerste en tweede lid, 6.14, vierde en vijfde lid, 7.124, tweede lid, 8.31, vierde en vijfde lid, en 9.3, derde lid, van deze regeling (huisvestingssystemen en emissiefactoren)
| Code | Beschrijving huisvestingssysteem | Nummer systeembeschrijving | Emissiefactor per dierplaats | Emissiefactor per dierplaats | Emissiefactor per dierplaats |
|---|---|---|---|---|---|
| Code | Beschrijving huisvestingssysteem | Nummer systeembeschrijving | ammoniak (kg NH3/jaar) | geur (ouE/sec) | fijnstof (g PM10/jaar) |
| HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE |
| HA1 | Diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) | ||||
| HA1.1 | Grupstal met drijfmest | OW 1993.09.V1 | 5,7 | – | 81 |
| HA1.2 | Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot | OW 1993.03.V1, OW 1993.04.V1, OW 1993.05.V1, OW 1993.06.V1, OW 1994.08.V1 | 10,2 | – | 148 |
| HA1.3 | Ligboxenstal met hellende vloer en spoelsysteem | OW 1994.03.V1 | 9,2 | – | 148 |
| HA1.4 | Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot met spoelsysteem of roostervloer met spoelsysteem | OW 2001.28.V1 | 10,2 | – | 148 |
| HA1.5 | Ligboxenstal met dichte geprofileerde hellende vloer | OW 2009.11.V1 | 11,0 | – | 148 |
| HA1.6 | Ligboxenstal met dichte hellende vloer met rubber toplaag | OW 2009.22.V1 | 11,0 | – | 148 |
| HA1.7 | Ligboxenstal met sleufvloer | OW 2010.14.V1, OW 2010.24.V1 | 11,8 | – | 148 |
| HA1.8 | Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor voor 12 april 2017 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.30.V1 | 6,0 | – | 148 |
| HA1.9 | Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag | OW 2010.31.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.10 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.32.V1 | 11,8 | – | 148 |
| HA1.11 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.33.V1 | 12,2 | – | 148 |
| HA1.12 | Ligboxenstal met roostervloer met cassettes in de roosterspleten | OW 2010.34.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.13 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen | OW 2010.35.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.14 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.36.V1 | 10,3 | – | 148 |
| HA1.15 | Ligboxenstal met V-vormige vloer met gietasfalt in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.01.V1 | 11,7 | – | 148 |
| HA1.16 | Mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.02.V1 | 5,1 | – | 148 |
| HA1.17 | Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis | OW 2012.04.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.18 | Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten | OW 2012.05.V1 | 11 | – | 148 |
| HA1.19 | Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met perforaties waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.08.V1 | 10,1 | – | 148 |
| HA1.20 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtingen | OW 2013.01.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.21 | Ligboxenstal met sleufvloer met in doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten | OW 2013.03.V1 | 11 | – | 148 |
| HA1.22 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven met urineafvoergat of met regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen | OW 2013.04.V1 | 6 | – | 148 |
| HA1.23 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, aaneengesloten of met regelmatige mestafstorten met afdichtflappen | OW 2013.05.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.24 | Ligboxenstal met vloer met geprofileerde rubber matten met hellend profiel en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2013.06.V1 | 10,3 | – | 148 |
| HA1.25 | Ligboxenstal met hellende vloer met geprofileerde rubber matten en centrale giergoot | OW 2013.07.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.26 | Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten en vernevelsysteem | OW 2014.02.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.27 | Ligboxenstal met roostervloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel en cassettes in roosterspleten | OW 2015.05.V1 | 6 | – | 148 |
| HA1.28 | Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan zijkant waarvoor voor 1 januari 2019 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2015.06.V1 | 9,9 | – | 148 |
| HA1.29 | Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag | OW 2017.06.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.30 | Ligboxenstal met sleufvloer met geprofileerde rubber tegels waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.02.V1 | 8,1 | – | 148 |
| HA1.31 | Ligboxenstal met vlakke betonnen vloerplaten met sleuven, voorzien van profiel met 1% hellende groeven richting een centrale giergoot met giergaten en mestverwijdering waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.03.V1 | 9,1 | – | 148 |
| HA1.32 | Ligboxenstal met geprofileerde rubber oplegsleufvloer met hellende sleuven met gierafvoergaatjes waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.06.V1 | 7,1 | – | 148 |
| HA1.33 | Ligboxenstal met dichte geprofileerde vloer met rubbermatten en composietnokken met hellend profiel waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.07.V1 | 9,0 | – | 148 |
| HA1.34 | Ligboxenstal met vlakke vloer met rubber sleufvloer, vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 26 april 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 26 april 2024 | OW 2019.01.V1 | 8,3 | – | 148 |
| HA1.35 | Ligboxenstal met urineopvangstation | OW 2021.05.V2 | 6 | – | 148 |
| HA1.36 | Ligboxenstal met een indrukbare drainerende loopvloer voorzien van een mestschuif, waarbij de urine en mest direct worden gescheiden en apart worden opgeslagen, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 | OW 2021.06.V1 | 6,4 | – | 148 |
| HA1.37 | Ligboxenstal voorzien van geprofileerde rubberen oplegmatten met ruitprofiel onder 2% afschot naar een centrale giergoot en frequente mestverwijdering met vaste mestschuif, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 | OW 2021.07.V1 | 8,9 | – | 148 |
| HA1.38 | Natuurlijk geventileerde ligboxenstal met een roostervloer voorzien van inlays met urineafvoergaatjes in de roosterspleten, frequent bevochtigen en schoonzuigen van de vloer door een mestverzamelrobot en een mechanische kelderluchtafzuiging met een chemisch luchtwassysteem (95% emissiereductie) | OW 2021.08.V2 | 3 | - | 148 |
| HA1.39 | Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in een helling van 3,5% in combinatie met een gierafvoerbuis, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 9 maart 2026 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 9 maart 2026 | OW 2022.01.V1 | 6,2 | - | 148 |
| HA1.100 | Overige huisvestingssystemen | 13 | – | 148 | |
| HA2 | Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar | ||||
| HA2.100 | Overige huisvestingssystemen | 4,4 | – | 38 | |
| HA3 | Diercategorie vleeskalveren jonger dan 1 jaar | ||||
| HA3.1 | Stal met hellende roostervloer in combinatie met hellende schijnvloer onder roostervloer waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.09.V1 | 2,5 | 35,6 | 33 |
| HA3.2 | Stal met volledige roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtkleppen in de roosterspleten waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.04.V1 | 1,9 | 31,2 | 22 |
| HA3.100 | Overige huisvestingssystemen | 3,5 | 35,6 | 33 | |
| HA4 | Diercategorie zoogkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren) | ||||
| HA4.100 | Overige huisvestingssystemen | 4,1 | – | 86 | |
| HA5 | Diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar | ||||
| HA5.100 | Overige huisvestingssystemen | 5,3 | 35,6 | 170 | |
| HA6 | Diercategorie overig rundvee van 2 jaar en ouder | ||||
| HA6.100 | Overige huisvestingssystemen | 6,2 | – | 170 | |
| HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN | HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN | ||||
| HB1 | Diercategorie schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren) | ||||
| HB1.100 | Overige huisvestingssystemen (beweiden) | 0,7 | 7,8 | – | |
| HOOFDCATEGORIE C: GEITEN | HOOFDCATEGORIE C: GEITEN | ||||
| HC1 | Diercategorie geiten van 1 jaar en ouder | ||||
| HC1.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,9 | 18,8 | 19 | |
| HC2 | Diercategorie geiten vanaf 61 dagen tot 1 jaar | ||||
| HC2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,8 | 11,3 | 10 | |
| HC3 | Diercategorie geiten tot 61 dagen | ||||
| HC3.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,2 | 5,7 | 10 | |
| HOOFDCATEGORIE D: VARKENS | HOOFDCATEGORIE D: VARKENS | ||||
| HD1 | Diercategorie gespeende biggen minder dan 25 kg | ||||
| HD1.1 | Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif | OW 1993.01.V1 | 0,20 | 5,4 | 56 |
| HD1.2 | Gedeeltelijk rooster met spoelgotensysteem | OW 1994.09.V1, OW 1997.01.V1 | 0,24 | 7,8 | 74 |
| HD1.3 | Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof | ||||
| HD1.3.1 | Volledig rooster | OW 1996.05.V1 | 0,18 | 7,8 | 56 |
| HD1.3.2 | Gedeeltelijk rooster | OW 1996.05.V1 | 0,25 | 7,8 | 74 |
| HD1.4 | Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster | OW 1996.06.V1 | 0,23 | 5,4 | 74 |
| HD1.5 | Ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal | ||||
| HD1.5.1 | Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,13 m2 per dierplaats | OW 1996.01.V1 | 0,26 | 5,4 | 74 |
| HD1.5.2 | Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,19 m2 per dierplaats | OW 2001.14.V1 | 0,33 | 7,8 | 74 |
| HD1.6 | Schuine putwand | ||||
| HD1.6.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,07 m2 per dierplaats, ongeacht groepsgrootte | OW 2001.13.V1 | 0,17 | 5,4 | 74 |
| HD1.6.2 | Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen tot 30 dieren | OW 2004.06.V1 | 0,21 | 5,4 | 74 |
| HD1.6.3 | Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren zonder spoelgoten | OW 2010.04.V1 | 0,18 | 5,4 | 74 |
| HD1.6.4 | Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren met spoelgoten | OW 1999.05.V1, OW 1999.06.V1 | 0,18 | 7,8 | 74 |
| HD1.7 | Gedeeltelijk rooster met verkleinde mestoppervlakte | OW 2001.16.V1 | 0,39 | 7,8 | 74 |
| HD1.8 | Mestopvang in water met mestafvoersysteem | OW 2006.07.V1 | 0,15 | 5,4 | 56 |
| HD1.9 | Volledig rooster met water- en mestkanaal | OW 2010.05.V1 | 0,20 | 5,4 | 56 |
| HD1.10 | Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) | OW 2010.12.V1 | 0,17 | 5,4 | 56 |
| HD1.11 | Hok met conditionering van de ligvloertemperatuur, mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, beide kanalen voorzien van een pan met watervulsysteem, dagelijkse mestafvoer uit het mestkanaal en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,062 m2per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2019.02.V1 | 0,21 | 5,4 | 56 |
| HD1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,69 | 7,8 | 74 | |
| HD2 | Diercategorie kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen) | ||||
| HD2.1 | Spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest | OW 1993.12.V1, OW 1999.02.V1 | 3,3 | 27,9 | 160 |
| HD2.2 | Kunststof schijnvloer met schuif onder rooster | OW 1994.02.V1 | 3,7 | 27,9 | 160 |
| HD2.3 | Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif | OW 1994.06.V1 | 4,0 | 27,9 | 160 |
| HD2.4 | Hellende gecoate keldervloer met giergoot en mestschuif | OW 1994.07.V1 | 3,1 | 27,9 | 160 |
| HD2.5 | Ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal | OW 1995.08.V1 | 4,0 | 27,9 | 160 |
| HD2.6 | Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof | OW 1996.04.V1 | 3,1 | 27,9 | 160 |
| HD2.7 | Mestkanaal en hellende (schijn)vloer onder roostervloer | OW 2001.17.V1 | 5,0 | 27,9 | 160 |
| HD2.8 | Schuiven in mestgoot | 0W 2001.18.V1 | 2,5 | 27,9 | 160 |
| HD2.9 | Waterkanaal met afgescheiden mestkanaal of mestbak | OW 2004.07.V1 | 2,9 | 27,9 | 160 |
| HD2.10 | Mestpan | OW 2006.08.V1 | 2,9 | 27,9 | 160 |
| HD2.11 | Mestgoot met mestafvoersysteem | OW 2010.06.V1 | 3,2 | 27,9 | 160 |
| HD2.12 | Mestpan met water- en mestkanaal | OW 2010.07.V1 | 2,9 | 27,9 | 160 |
| HD2.13 | Mestpan met water- en mestkanaal en koelsysteem | OW 2018.01.V1 | 1,3 | 27,9 | 160 |
| HD2.14 | Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) | OW 2010.15.V1 | 2,4 | 27,9 | 160 |
| HD2.100 | Overige huisvestingssystemen | 8,3 | 27,9 | 160 | |
| HD3 | Diercategorie guste en dragende zeugen | ||||
| HD3.1 | Smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantrooster en rioleringssysteem (individuele huisvesting) | OW 1995.02.V1 | 2,4 | 18,7 | 175 |
| HD3.2 | Mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (individuele huisvesting) | OW 1995.05.V1 | 1,8 | 18,7 | 175 |
| HD3.3 | Spoelgotensysteem met dunne mest | ||||
| HD3.3.1 | Individuele huisvesting | OW 1995.07.V1 | 2,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.3.2 | Groepshuisvesting | OW 1998.01.V1, OW 1999.03.V1 | 2,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.4 | Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof | ||||
| HD3.4.1 | Individuele huisvesting | OW 1996.03.V1 | 1,8 | 18,7 | 175 |
| HD3.4.2 | Groepshuisvesting | OW 1998.02.V1 | 1,8 | 18,7 | 175 |
| HD3.5 | Schuiven in mestgoot (individuele huisvesting) | OW 2001.19.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.6 | Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster | OW 2008.11.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.7 | Koeldeksysteem | ||||
| HD3.7.1 | 115% koeloppervlakte (individuele huisvesting) | OW 2010.16.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.7.2 | 135% koeloppervlakte (groepshuisvesting) | OW 2010.17.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.8 | Groepshuisvesting zonder strobed met voerligboxen of voerstations en schuine putwanden in mestkanaal | ||||
| HD3.8.1 | Met metalen driekantrooster | OW 2010.08.V1 | 2,3 | 18,7 | 175 |
| HD3.8.2 | Met anders dan metalen driekantrooster | OW 2006.09.V1 | 2,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.9 | Rondloopstal met voerstation en strobed | OW 2010.09.V1 | 2,6 | 18,7 | 175 |
| HD3.10 | Hok met kelders met water- en mestkanaal, vloervoedering, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, mest- en watergoot met schuine puntwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem in mestgoot, dagelijkse mestafvoer en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,3 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 | OW 2019.03.V1 | 1,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.100 | Overige huisvestingssystemen (groepshuisvesting) | 4,2 | 18,7 | 175 | |
| HD3.101 | Overige huisvestingssystemen (individuele huisvesting) | 4,2 | 18,7 | 175 | |
| HD4 | Diercategorie dekberen van 7 maanden en ouder | ||||
| HD4.100 | Overige huisvestingssystemen | 5,5 | 18,7 | 180 | |
| HD5 | Diercategorie vleesvarkens van 25 kg en meer, diercategorie opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden diercategorie opfokzeugen van 25 kg en meer | ||||
| HD5.1 | Scharrelvleesvarkens in beddenstal | OW 2001.30.V1 | 1,9 | 23,0 | 153 |
| HD5.2 | Gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter | OW 2001.23.V1 | 4,5 | 23,0 | 153 |
| HD5.3 | Mestopvang in en spoelen met ammoniakarme vloeistof (inclusief aanzuren) | OW 1993.10.V1, OW 1993.11.V1, OW 1995.03.V1, OW 2001.24.V1 | 1,6 | 17,9 | 153 |
| HD5.4 | Metalen driekantrooster met mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof | OW 1995.01.V1 | 1,0 | 17,9 | 153 |
| HD5.5 | Metalen driekantrooster met mestopvang in water | OW 1995.06.V1 | 1,3 | 17,9 | 153 |
| HD5.6 | Spoelgotensysteem met metalen driekantrooster | OW 1998.03.V1 | 1,2 | 23,0 | 153 |
| HD5.7 | Spoelgotensysteem met rooster | OW 1998.04.V1, OW 1999.04.V1 | 1,7 | 23,0 | 153 |
| HD5.8 | Water- en mestkanaal | OW 2001.03.v1 | 1,7 | 23,0 | 153 |
| HD5.9 | Mestkanaal met schuine putwand (en waterkanaal) | ||||
| HD5.9.1 | Met metalen driekantrooster op mestkanaal | ||||
| HD5.9.1.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats met spoelgoten | OW 1997.04.V1 | 1,0 | 23,0 | 153 |
| HD5.9.1.2 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats zonder spoelgoten | OW 2004.03.V1 | 1,0 | 17,9 | 153 |
| HD5.9.1.3 | Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats met spoelgoten | OW 1997.04.V1 | 1,4 | 23.0 | 153 |
| HD5.9.1.4 | Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten | OW 2004.04.V1 | 1,4 | 17,9 | 153 |
| HD5.9.2 | Met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal | ||||
| HD5.9.2.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats | OW 2004.05.V1 | 1,5 | 17,9 | 153 |
| HD5.9.2.2 | Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats | OW 2010.10.V1 | 1,9 | 23,0 | 153 |
| HD5.10 | Koeldeksysteem (200% koeloppervlakte) | ||||
| HD5.10.1 | Met metalen driekantrooster | ||||
| HD5.10.1.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats | OW 2004.08.V1 | 1,2 | 17,9 | 153 |
| HD5.10.1.2 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,8 m2 per dierplaats | OW 2010.19.V1 | 1,5 | 17,9 | 153 |
| HD5.10.2 | Met anders dan metalen driekantrooster | ||||
| HD5.10.2.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,6 m2 per dierplaats | OW 2010.20.V1 | 1,6 | 17,9 | 153 |
| HD5.10.2.2 | Emitterende mestoppervlakte 0,6–0,8 m2 per dierplaats | OW 2001.01.V1 | 2,4 | 23,0 | 153 |
| HD5.11 | Koeldeksysteem (170% koeloppervlakte) met metalen driekantrooster | ||||
| HD5.11.1 | Emitterende mestoppervlakte mestkanaal groter dan 0,5 m2, maar ten hoogste 0,67 m2 per dierplaats | OW 2001.25.V1 | 1,7 | 23 | 153 |
| HD5.11.2 | Emitterende mestoppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats | OW 2019.05.V1 | 1,4 | 17,9 | 153 |
| HD5.12 | Bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster | ||||
| HD5.12.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,22 m2 per dierplaats | OW 2001.27.V1 | 1,4 | 17,9 | 153 |
| HD5.12.2 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,33 m2 per dierplaats | OW 2001.27.V1 | 2,0 | 23,0 | 153 |
| HD5.13 | Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster | OW 2008.11.V1 | 1,1 | 17,9 | 153 |
| HD5.14 | Hok met mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer, mestgoot met schuine putwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem, dagelijkse mestafvoer en een emitterende mestoppervlakte van ten hoogste 0,08 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 | OW 2019.04.V1 | 0,77 | 17,9 | 153 |
| HD5.100 | Overige huisvestingssystemen | 3,0 | 23,0 | 153 | |
| HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN | HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN | ||||
| HE1 | Diercategorie opfokhennen en -hanen van legkippen jonger dan 18 weken | ||||
| HE1.1 | Kooihuisvesting | ||||
| HE1.1.1 | Batterij met mestband | OW 1993.07.V1 | 0,020 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.2 | Batterij met mestbandbeluchting | ||||
| HE1.1.2.1 | Beluchting 0,2 m3/uur per dierplaats | OW 1993.08.V1 | 0,020 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.2.2 | Beluchting 0,4 m3/uur per dierplaats | OW 1997.03.V1 | 0,006 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.3 | Batterij met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel | OW 1999.01.V1 | 0,010 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.4 | Batterij met mestschuiven en centrale mestband | OW 1995.04.V1 | 0,011 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.5 | Batterij met open mestopslag | OW 2001.04.V1 | 0,045 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.6 | Batterij met mest- en luchtkanaal | OW 2001.05.V1 | 0,208 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.7 | Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats | OW 2009.10.V1 | 0,016 | 0,18 | 8 |
| HE1.2 | Grondhuisvesting | ||||
| HE1.2.1 | Strooiselvloer (eventueel met roostervloer) | OW 2001.06.V1 | 0,170 | 0,18 | 30 |
| HE1.2.2 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,088 | 0,18 | 30 |
| HE1.2.3 | Verhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters | OW 2015.03.V1 | 0,110 | 0,18 | 30 |
| HE1.2.4 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,088 | 0,18 | 30 |
| HE1.3 | Volièrehuisvesting | ||||
| HE1.3.1 | Ten minste 50% rooster met mestband | OW 2005.02.V1 | 0,050 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.2 | 65–70% rooster en mestbandbeluchting 0,3 m3/uur per dierplaats | OW 2005.03.V1 | 0,030 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.3 | 45–55% rooster en mestbandbeluchting | ||||
| HE1.3.3.1 | Beluchting 0,1 m3/uur per dierplaats | OW 2006.10.V1 | 0,030 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.3.2 | Beluchting 0,3 m3/uur per dierplaats | OW 2006.10.V1 | 0,023 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.4 | 30–35% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats | OW 2006.11.V1 | 0,014 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.5 | 55-60% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats | OW 2006.12.V1 | 0,020 | 0,18 | 23 |
| HE1.100 | Overige huisvestingssystemen (niet-batterijhuisvesting) | 0,170 | 0,18 | 30 | |
| HE1.101 | Overige huisvestingssystemen (batterijhuisvesting) | 0,045 | 0,18 | 30 | |
| HE2 | Diercategorie legkippen van 18 weken en ouder, diercategorie ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder | ||||
| HE2.1 | Kooihuisvesting | ||||
| HE2.1.1 | Verrijkte kooien met mestbandbeluchting | OW 2005.11.V1 | 0,030 | 0,35 | 23 |
| HE2.1.2 | Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting | OW 2009.10.V1 | 0,030 | 0,35 | 23 |
| HE2.2 | Grondhuisvesting | ||||
| HE2.2.1 | Circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer | OW 2001.09.V1 | 0,402 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.2 | Met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer | OW 2010.21.V1 | 0,110 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.3 | Met mestbeluchting via buizen onder beun | OW 2001.10.V1 | 0,125 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.4 | Met enkele buis onder beun aan beide zijden van legnest | OW 2011.09.V1 | 0,150 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.5 | Met mestbeluchting via verticale ventilatiekokers | OW 2011.10.V1 | 0,150 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.6 | Twee verdiepingen met mestbanden onder roosters | OW 2004.11.V1 | 0,068 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.7 | Met frequente mest- en strooiselverwijdering | OW 2004.12.V1 | 0,106 | 0,34 | 84 |
| HE2.3 | Volièrehuisvesting | ||||
| HE2.3.1 | Ten minste 50% rooster met mestband | OW 2004.09.V1 | 0,090 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.2 | 45–55% roosters en mestbandbeluchting | ||||
| HE2.3.2.1 | Beluchting ten minste 0,2 m3/uur per dierplaats | OW 2004.10.V1 | 0,055 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.2.2 | Beluchting ten minste 0,5 m3/uur per dierplaats | OW 2004.10.V1 | 0,042 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.3 | 30–35% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats | OW 2005.04.V1 | 0,025 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.4 | 55–60% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats | OW 2005.05.V1 | 0,037 | 0,34 | 65 |
| HE2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,315 | 0,34 | 84 | |
| HE3 | Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens in opfok jonger dan 19 weken | ||||
| HE3.1 | Mixluchtventilatie | OW 2005.10.V1 | 0,114 | 0,18 | 23 |
| HE3.2 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,129 | 0,18 | 23 |
| HE3.3 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,129 | 0,18 | 23 |
| HE3.4 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,077 | 0,18 | 23 |
| HE3.5 | Buizenverwarming waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en die is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | OW 2017.01.V1 | 0,044 | 0,18 | 23 |
| HE3.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,250 | 0,18 | 23 | |
| HE4 | Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens van 19 weken en ouder | ||||
| HE4.1 | Groepskooi met mestband en geforceerde mestdroging | OW 1995.09.V1, OW 1996.07.V1, OW 2009.23.V1 | 0,080 | 0,93 | 8 |
| HE4.2 | Volièrehuisvesting | ||||
| HE4.2.1 | Met geforceerde mestdroging | OW 2010.22.V1 | 0,170 | 0,93 | 43 |
| HE4.2.2 | Met geforceerde mest- en strooiseldroging | OW 2010.23.V1 | 0,130 | 0,93 | 43 |
| HE4.3 | Perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer | OW 1998.05.V1 | 0,230 | 0,93 | 43 |
| HE4.4 | Grondhuisvesting met mestbeluchting | ||||
| HE4.4.1 | Van bovenaf | OW 2004.13.V1 | 0,250 | 0,93 | 43 |
| HE4.4.2 | Met verticale slangen in mest | OW 2004.14.V1 | 0,435 | 0,93 | 43 |
| HE4.4.3 | Via buizen onder beun | OW 2010.03.V1 | 0,435 | 0,93 | 43 |
| HE4.4.4 | Via verticale ventilatiekokers | OW 2010.37.V1 | 0,435 | 0,93 | 43 |
| HE4.5 | Grondhuisvesting met mestbanden onder de roosters | OW 2007.10.V1 | 0,245 | 0,93 | 43 |
| HE4.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,580 | 0,93 | 43 | |
| HE5 | Diercategorie vleeskuikens | ||||
| HE5.1 | Zwevende vloer met strooiseldroging | OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1, OW 1996.09.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HE5.2 | Geperforeerde vloer met strooiseldroging | OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 | 0,012 | 0,33 | 22 |
| HE5.3 | Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting | OW 1997.02.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HE5.4 | Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling | OW 2001.11.V1 | 0,038 | 0,33 | 22 |
| HE5.5 | Mixluchtventilatie | OW 2005.10.V1 | 0,031 | 0,33 | 22 |
| HE5.6 | Etagesysteem met mestband en strooiseldroging | OW 2006.13.V1 | 0,017 | 0,33 | 22 |
| HE5.7 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HE5.8 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,021 | 0,33 | 22 |
| HE5.9 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmteheaters | OW 2011.13.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HE5.10 | Buizenverwarming | OW 2017.01.V1 | |||
| HE5.10.1 | Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | 0,012 | 0,33 | 22 | |
| HE5.10.2 | Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HE5.10.1 | 0,021 | 0,33 | 22 | |
| HE5.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,068 | 0,33 | 22 | |
| HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS | HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS | ||||
| HF1 | Diercategorie vleesparelhoenders | ||||
| HF1.1 | Zwevende vloer met strooiseldroging | OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1 OW 1996.09.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HF1.2 | Geperforeerde vloer met strooiseldroging | OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 | 0,012 | 0,33 | 22 |
| HF1.3 | Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting | OW 1997.02.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HF1.4 | Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling | OW 2001.11.V1 | 0,038 | 0,33 | 22 |
| HF1.5 | Mixluchtventilatie | OW 2005.10.V1 | 0,031 | 0,33 | 22 |
| HF1.6 | Etagesysteem met mestband en strooiseldroging | OW 2006.13.V1 | 0,017 | 0,33 | 22 |
| HF1.7 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HF1.8 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met een warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,021 | 0,33 | 22 |
| HF1.9 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HF1.10 | Buizenverwarming | OW 2017.01.V1 | |||
| HF1.10.1 | Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | 0,012 | 0,33 | 22 | |
| HF1.10.2 | Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HF1.10.1 | 0,021 | 0,33 | 22 | |
| HF1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,068 | 0,33 | 22 | |
| HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN | HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN | ||||
| HG1 | Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen jonger dan 6 weken | ||||
| HG1.1 | Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,08 | 0,29 | 23 |
| HG1.2 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,08 | 0,29 | 23 |
| HG1.3 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,05 | 0,29 | 23 |
| HG1.4 | Buizenverwarming | OW 2017.01.V1 | |||
| HG1.4.1 | Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | 0,03 | 0,29 | 23 | |
| HG1.4.2 | Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HG1.4.1 | 0,05 | 0,29 | 23 | |
| HG1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,15 | 0,29 | 23 | |
| HG2 | Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 6 weken en ouder en jonger dan 30 weken | ||||
| HG2.1 | Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,24 | 1,55 | 163 |
| HG2.2 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,24 | 1,55 | 163 |
| HG2.3 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,15 | 1,55 | 163 |
| HG2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,47 | 1,55 | 163 | |
| HG3 | Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder | ||||
| HG3.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,59 | 1,55 | 207 | |
| HG4 | Diercategorie vleeskalkoenen | ||||
| HG4.1 | Gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer | OW 2001.12.V1 | 0,36 | 1,55 | 86 |
| HG4.2 | Mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering | OW 2005.07.V1 | 0,26 | 1,55 | 86 |
| HG4.3 | Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,35 | 1,55 | 86 |
| HG4.4 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,35 | 1,55 | 86 |
| HG4.5 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,21 | 1,55 | 86 |
| HG4.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,68 | 1,55 | 86 | |
| HOOFDCATEGORIE H: EENDEN | HOOFDCATEGORIE H: EENDEN | ||||
| HH1 | Diercategorie ouderdieren van vleeseenden | ||||
| HH1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,320 | 0,49 | 182 | |
| HH2 | Diercategorie vleeseenden | ||||
| HH2.1 | Binnen mesten | ||||
| HH2.1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,210 | 0,49 | 84 | |
| HH2.2 | Buiten mesten (per afgeleverd dier) | 0,019 | 0,49 | – | |
| HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS | HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS | ||||
| HI1 | Diercategorie struisvogels jonger dan 4 maanden | ||||
| HI1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,3 | – | – | |
| HI2 | Diercategorie struisvogels van 4 maanden en ouder en jonger dan 12 maanden | ||||
| HI2.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,8 | – | – | |
| HI3 | Diercategorie struisvogels van 12 maanden en ouder | ||||
| HI3.100 | Overige huisvestingssystemen | 2,5 | – | – | |
| HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN | HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN | ||||
| HK1 | Diercategorie voedster | ||||
| HK1.1 | Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine | OW 2005.08.V1 | 0,77 | – | – |
| HK1.2 | Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem | OW 2024.01.V1 | 0,5 | – | – |
| HK1.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,20 | – | - | |
| HK2 | Diercategorie vlees- en opfokkonijnen tot dekleeftijd | ||||
| HK2.1 | Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine | OW 2005.09.V1 | 0,12 | – | – |
| HK2.2 | Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem | OW 2024.01.V1 | 0,12 | – | – |
| HK2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,20 | – | – | |
| HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN | HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN | ||||
| HL1 | Diercategorie paarden van 3 jaar en ouder | ||||
| HL1.100 | Overige huisvestingssystemen | 5,0 | – | – | |
| HL2 | Diercategorie paarden jonger dan 3 jaar | ||||
| HL2.100 | Overige huisvestingssystemen | 2,1 | – | – | |
| HL3 | Diercategorie pony's van 3 jaar en ouder | ||||
| HL3.100 | Overige huisvestingssystemen | 3,1 | – | – | |
| HL4 | Diercategorie pony's jonger dan 3 jaar | ||||
| HL4.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,3 | – | – |
2.11.2. Aard van de bodem
Inhoudsopgave
3.2. Begrippen
Bijlage VIIb. bij artikel 4.30 van deze regeling (vergunningvrije gevallen voor uitzetten van dieren of eieren van dieren)
2.12. Dempingsterm voor woongebieden Dhuis
Bijlage IVk. bij artikel 3.54 van de Omgevingsregeling (formulier verklaring kwaliteitsborger)
Bijlage VIIb. bij artikel 4.30 van deze regeling (vergunningvrije gevallen voor uitzetten van dieren of eieren van dieren)
Bijlage VIII. bij artikel 5.2 van deze regeling (energieprestatie technisch bouwsysteem)
De waarde van de energieprestatie wordt voor ieder ventilatiesysteem bepaald volgens de volgende formule:
Voor bepaling van de primaire energie wordt verwezen naar hoofdstuk 11 van de NTA8800.
Voor de bepaling van de hoeveelheid primaire energie wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de NTA8800, waarbij:
Als (γH <=0 en QH;gn >0) of γH > 2 dan QH;nd = 0
De waarde voor de energieprestatie wordt voor ieder verwarmingssysteem bepaald volgens de volgende formule:
waarin:
Bijlage IX. bij artikel 5.11, vierde lid van deze regeling (klassenindeling energielabel woningen)
| Letter of lettercombinatie | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) |
|---|---|
| A++++ | Kleiner of gelijk aan 0,00 |
| A+++ | 0,01 t/m 50,00 |
| A++ | 50,01 t/m 75,00 |
| A+ | 75,01 t/m 105,00 |
| A | 105,01 t/m 160,00 |
| B | 160,01 t/m 190,00 |
| C | 190,01 t/m 250,00 |
| D | 250,01 t/m 290,00 |
| E | 290,01 t/m 335,00 |
| F | 335,01 t/m 380,00 |
| G | Groter dan 380,00 |
Bijlage X. bij artikel 5.12, vierde lid, van deze regeling (klassenindeling energielabel utiliteitsgebouwen
| 1. kantoor | 2. bijeenkomst zonder kinderdagverblijf | 3. bijeenkomst met kinderdagverblijf | 4. onderwijs | 5. zorg zonder bed | |
|---|---|---|---|---|---|
| Letter of lettercombinatie | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) |
| A+++++ | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 |
| A++++ | 0,01 t/m 40,00 | 0,01 t/m 50,00 | 0,01 t/m 55,00 | 0,01 t/m 50,00 | 0,01 t/m 45,00 |
| A+++ | 40,01 t/m 80,00 | 50,01 t/m 100,00 | 55,01 t/m 110,00 | 50,01 t/m 100,00 | 45,01 t/m 90,00 |
| A++ | 80,01 t/m 120,00 | 100,01 t/m 150,00 | 110,01 t/m 165,00 | 100,01 t/m 150,00 | 90,01 t/m 135,00 |
| A+ | 120,01 t/m 160,00 | 150,01 t/m 200,00 | 165,01 t/m 220,00 | 150,01 t/m 200,00 | 135,01 t/m 180,00 |
| A | 160,01 t/m 180,00 | 200,01 t/m 230,00 | 220,01 t/m 265,00 | 200,01 t/m 235,00 | 180,01 t/m 210,00 |
| B | 180,01 t/m 200,00 | 230,01 t/m 255,00 | 265,01 t/m 290,00 | 235,01 t/m 260,00 | 210,01 t/m 230,00 |
| C | 200,01 t/m 225,00 | 255,01 t/m 285,00 | 290,01 t/m 330,00 | 260,01 t/m 295,00 | 230,01 t/m 260,00 |
| D | 225,01 t/m 250,00 | 285,01 t/m 320,00 | 330,01 t/m 365,00 | 295,01 t/m 330,00 | 260,01 t/m 295,00 |
| E | 250,01 t/m 275,00 | 320,01 t/m 355,00 | 365,01 t/m 405,00 | 330,01 t/m 360,00 | 295,01 t/m 325,00 |
| F | 275,01 t/m 300,00 | 355,01 t/m 385,00 | 405,01 t/m 445,00 | 360,01 t/m 395,00 | 325,01 t/m 355,00 |
| G | Groter dan 300,00 | Groter dan 385,00 | Groter dan 445,00 | Groter dan 395,00 | Groter dan 355,00 |
| 6. zorg met bed | 7. winkel | 8. sport | 9. logies | 10. cel | |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Letter of lettercombinatie | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) | Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) |
| A+++++ | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 | Kleiner of gelijk aan 0,00 |
| A++++ | 0,01 t/m 90,00 | 0,01 t/m 60,00 | 0,01 t/m 35,00 | 0,01 t/m 50,00 | 0,01 t/m 60,00 |
| A+++ | 90,01 t/m 180,00 | 60,01 t/m 120,00 | 35,01 t/m 70,00 | 50,01 t/m 100,00 | 60,01 t/m 120,00 |
| A++ | 180,01 t/m 270,00 | 120,01 t/m 180,00 | 70,01 t/m 105,00 | 100,01 t/m 150,00 | 120,01 t/m 180,00 |
| A+ | 270,01 t/m 360,00 | 180,01 t/m 240,00 | 105,01 t/m 140,00 | 150,01 t/m 200,00 | 180,01 t/m 240,00 |
| A | 360,01 t/m 430,00 | 240,01 t/m 285,00 | 140,01 t/m 155,00 | 200,01 t/m 230,00 | 240,01 t/m 300,00 |
| B | 430,01 t/m 470,00 | 285,01 t/m 315,00 | 155,01 t/m 170,00 | 230,01 t/m 255,00 | 300,01 t/m 330,00 |
| C | 470,01 t/m 530,00 | 315,01 t/m 355,00 | 170,01 t/m 195,00 | 255,01 t/m 285,00 | 330,01 t/m 370,00 |
| D | 530,01 t/m 595,00 | 355,01 t/m 395,00 | 195,01 t/m 215,00 | 285,01 t/m 320,00 | 370,01 t/m 415,00 |
| E | 595,01 t/m 655,00 | 395,01 t/m 435,00 | 215,01 t/m 240,00 | 320,01 t/m 355,00 | 415,01 t/m 455,00 |
| F | 655,01 t/m 715,00 | 435,01 t/m 475,00 | 240,01 t/m 260,00 | 355,01 t/m 385,00 | 455,01 t/m 500,00 |
| G | Groter dan 715,00 | Groter dan 475,00 | Groter dan 260,00 | Groter dan 385,00 | Groter dan 500,00 |
Bijlage XI. bij artikel 5.18, tweede lid, van deze regeling (keuring airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen)
Waarin:
Voor de bepaling van de hoeveelheid primaire energie wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de NTA8800, waarbij:
De netto warmtebehoefte voor ruimteverwarming is te bepalen op basis QH-getallen.
Bijlage XIV. bij artikel 5.29 van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen)
Inhoudsopgave
| Onderdeel Code | Categorie Code | Categorie Omschrijving (onderwerp) |
|---|---|---|
| G | A | Energiebeheersysteem |
| G | B | Isolatie van de schil |
| G | C | Ruimteverwarming |
| G | D | Ruimteventilatie |
| G | E | Warm tapwater |
| G | F | Binnenverlichting |
| G | G | Buitenverlichting |
| G | H | Zonnepanelen |
Onderdeel 3 Gebouwen:
Categorie: Energiebeheersysteem
| Onderwerp | Energiebeheersysteem |
|---|---|
| Nummer maatregel | GA1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie toe, waarbij gas- en warmte- (per uur) en elektragebruik (per kwartier) van het gebouw wordt geregistreerd. Voor het beheren van het gas-, elektriciteits- en warmtegebruik is een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie (voor inzicht in het energiegebruik per uur, dag, maand en jaar) een belangrijk middel. Door de geregistreerde data minimaal halfjaarlijks te controleren en instellingen zo nodig aan te passen, kan hiermee een optimale energiezuinige in- en afstelling van klimaatinstallaties worden geborgd. |
| Huidige situatie | Er is geen energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie aanwezig, waarmee het gebruik van gas, warmte en elektriciteit wordt gemonitord. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Analyseer de gemonitorde data eenmaal aan het begin van het stookseizoen en eenmaal direct na het stookseizoen en stel de energiegebruikers zo optimaal mogelijk in. Wijs iemand aan die verantwoordelijk is voor het optimaliseren van de instellingen van de energiegebruikers. |
Categorie: Isolatie van de schil
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)