Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-18
Laatst bijgewerkt 2026-08-20
State In force
Source BWB
artikelen 1926
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

3.5.3. De meteocorrectieterm CM

3.6. De schermwerking ∆LSW met de termen Sw en Sb uit de bodemdempingsformules 3.7a tot en met 3.7h

3.7. Bepaling spoorspecifieke absorptie

3.7. Bepaling spoorspecifieke absorptie

3.8. Bepaling spoorspecifieke geluidisolatie

4. Meetmethoden

3.10. Het octaafbandspectrum van het equivalente geluidniveau

4.1. Standaardmeetmethode

4.1.1. Voorwaarden eenvoudige meetmethode

5. Reken- en meetvoorschrift diffractor

4.3.3. Bepaling bovenbouwcorrectie, procedure C

5.2. Rekenregel CS,diff

Bijlage IVg. bij de artikelen 3.14, eerste lid, onder b en d, en 3.21, eerste lid, onder b van deze regeling (rekenmethode geluid op een geluidreferentiepunt)

1. Algemeen

2.2. Verkeersgegevens

Bijlage IVh. bij de artikelen 3.21, eerste lid, onder a, en 3.23, eerste lid, onder a en e, 6.6, eerste en tweede lid en 8.22, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid industrie)

3.7. Tunnels

2. Metingen en vaststellinggeluidvermogen

2.1.2. Weeromstandigheden en meteoraam

2. Metingen en vaststellinggeluidvermogen

2.1. Aspecten bij uitvoering van metingen

2.2. Directe immisiemetingen

2.2.5.4. Bepaling gestandaardiseerd immissieniveau Li

2.2. Directe immisiemetingen

2.2.5. Methode I

2.2.5.3. Uitvoering van de geluidmetingen

2.2.6. Methode II.1

2.3.2. Methode I

2.2.6.6. Bepaling gestandaardiseerd immissieniveau Li

2.2.6.5. Bijzondere bewerkingen

2.3.2. Methode I

2.3.3. Methode II

2.3.3.1. Geconcentreerde bronmethode (methode II.2)

2.3.3.2. Aangepaste meetvlakmethode (methode II.3)

2.3.3.3. Rondommethode (methode II.4)

2.3.3.4. Intensiteitsmetingen (methode II.5)

3.1.2. Versterking door reflectie(s)

3.2. Methode II: overdrachtsmodel (II.8)

3.2.2.1. Samenvoegen van bronnen

3.2.2.2. Splitsen van bronnen

3.2. Methode II: overdrachtsmodel (II.8)

3.2.2.2. Splitsen van bronnen

3.2.2.2. Splitsen van bronnen

3.2.3.6. Dterrein

3.3. Methode II: Substitutiemethode (II.9)

3.2.3.8. Dhuis

4.4.2. Bepaling beoordelingsniveau LAr,LT

6. Toelichting

4.4.2. Bepaling beoordelingsniveau LAr,LT

5.3. Bijzondere geluiden (tonaal karakter/impulsgeluid/muziekgeluid)

Bijlage IVi. bij de artikelen 3.28, onder a, 6.8, eerste lid, en 8.25, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid windturbines)

1. Standaardmeetmethode

1.4.3. Bepalen windsnelheidsafhankelijk geluidvermogen

1.3.1. Geluidmetingen

1.6. Handhaving

2.4.3. Bepalen windsnelheidsverdeling

1.5. Geluidvermogen bij windsnelheden hoger dan Vrated

2.1. Principe van de berekening

2.6. De luchtdemping Dlucht

1.6. Handhaving

2.3. De basisformules

2.8. De schermwerking Dscherm

Uit de plaats van de punten K, Q en T enerzijds en de punten B en I anderzijds kunnen de lengten van de rechte verbindingslijnen k1 = BK, k2 = KI, q1 = BQ, q2 = QI, t1 = BT en t2 = TI worden berekend (zie figuur 2.5). Hieruit is de verticale omweg εv te bepalen volgens de formules:

Opmerking: als het scherm veel breder is dan hoog gaat de formule 2.15 over in de formule van het oneindig lange scherm (∆D = 0 verondersteld).

Hier kunnen twee situaties worden onderscheiden, namelijk:

Als de onderlinge afstand r12 (zie figuur 2.7) tussen de schermen voldoet aan:

kan de volgende rekenprocedure worden gebruikt, die in figuur 2.8 schematisch wordt aangegeven:

Een bijzondere rekenprocedure kan worden gevolgd als een scherm zich relatief dicht bij de bron bevindt (scherm 1) en een ander dicht bij het immissiepunt (scherm 2). Voorwaarde is dat (zie figuur 2.9)

Bijlage IVj. bij artikel 3.29 van deze regeling (maatregelpunten en geluidbeperkende maatregelen rijksinfrastructuur)

In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidgevoelig gebouw naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.

Omschrijving bronmaatregel Randvoorwaarden Maatregelpunten
Weg Weg Weg
2-laags zeer open asfaltbeton – Voldoende verkeersintensiteit. – Geen wringend of remmend verkeer – Snelheid meer dan 70 km/u. 22 per 10 m2
Dunne deklaag – Niet op kruisingen met afslaand verkeer, rotondes of verkeerspleinen 9 per 10 m2
Spoorweg Spoorweg Spoorweg
Raildemper – Niet tegen wissels of voegen – Bij houten dwarsliggers als instemming is verkregen van de beheerder – De afstand waarover raildempers worden aangelegd is ten minste 50 m per spoor – Onverminderd het derde gedachtestreepje is de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd ten minste twee maal D, berekend vanuit het in het geluidgevoelige cluster, bedoeld in artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor de raildempers worden overwogen, gelegen geluidgevoelige gebouw dat het dichtst bij een spoorstaaf ligt. Van deze eis kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken 29 per m enkel spoor
Omschrijving overdrachtsmaatregel Randvoorwaarden Maatregelpunten
--- --- ---
Weg Weg Weg
Geluidscherm Per strekkende meter bij een hoogte van:
Geluidscherm 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m
Geluidwal – Ruimtebeslag – Grondgesteldheid Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm
Middenbermscherm Per strekkende meter bij een hoogte van:
Middenbermscherm 1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m
Schermtop (T-top) – Op bestaand scherm passend – Passend in het profiel Per strekkende meter:
Spoorweg Spoorweg Spoorweg
Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) Per strekkende meter bij een hoogte van:
Geluidscherm met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m
Geluidwal – Ruimtebeslag. – Grondgesteldheid Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm
Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) – Niet bij wissels Per strekkende meter bij een hoogte van:
Scherm tussen sporen met uitzondering van een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 m uit het hart van het spoor (minischerm) – Niet bij wissels 1 m 1,5 m 2 m 3 m 4 m 5 m
Aanpassen en vervangen van een spoorbrug

Op industrieterreinen kan, door geluidverstrooiing als gevolg van de aanwezigheid van installaties en objecten op het terrein, een extra verzwakking optreden. Deze wordt samengevat onder de term Dterrein. Als Dterrein in rekening wordt gebracht mag geen schermwerking van schermen op het bedrijfsterrein worden toegepast. Dterrein is zeer specifiek voor het type terrein, de dichtheid van obstakels en de hoogte daarvan. Het verdient daarom aanbeveling Dterrein door metingen vast te stellen, waarbij de meethoogte overeen moet komen met de geluidstraal die naar de (verder gelegen) relevante immissiepunten gaat. Voor bedrijven met open procesinstallaties kan voor planningsdoeleinden met drie typen diffuse afschermende objecten worden gerekend. Hiervoor wordt het volgende indicatieve model gehanteerd.

In de praktijk zal in uitzonderingsgevallen aan de eisen van ondoorzichtbaarheid worden voldaan. Als verschillende afzonderlijke vegetaties, die voldoen aan deze specificaties, de gekromde straal doorsnijden (regelbeplanting) mag de reductie voor iedere groep afzonderlijk worden toegepast. De reductie geldt zowel voor de zomer als de winter, mits aan de eisen van ondoorzichtbaarheid wordt voldaan. Voor veel beplantingen zal dit in de winter niet het geval zijn. De volgens tabel 2.4 te berekenen reductie mag dan voor de helft in rekening worden gebracht. Verder mag in geen geval met meer dan vier beplantingsstroken worden gerekend.

Op industrieterreinen kan, door geluidverstrooiing als gevolg van de aanwezigheid van installaties en objecten op het terrein, een extra verzwakking optreden. Deze wordt samengevat onder de term Dterrein. Als Dterrein in rekening wordt gebracht mag geen schermwerking van schermen op het bedrijfsterrein worden toegepast. Dterrein is zeer specifiek voor het type terrein, de dichtheid van obstakels en de hoogte daarvan. Het verdient daarom aanbeveling Dterrein door metingen vast te stellen, waarbij de meethoogte overeen moet komen met de geluidstraal die naar de (verder gelegen) relevante immissiepunten gaat. Voor bedrijven met open procesinstallaties kan voor planningsdoeleinden met drie typen diffuse afschermende objecten worden gerekend. Hiervoor wordt het volgende indicatieve model gehanteerd.

Bijlage IVl. bij artikel 3.56 van de Omgevingsregeling (aanvraagformulier toelating instrument)

Het aanvraagformulier bevat ten minste onderstaande onderdelen:

Registratienummer
Instrumentnaam
Uw referentiecode
Ingediend op
Ingediende bijlagen
    1. Bedrijf
KvK-nummer
Vestigingsnummer
Statutaire naam
Handelsnaam
    1. Contactpersoon
Geslacht □ Man □ Vrouw
Voorletters
Voorvoegsels
Achternaam
Functie
    1. Vestigingsadres bedrijf
Postcode
Huisnummer
Huisnummertoevoeging
Huisletter
Straatnaam
Woonplaats
Adres
    1. Correspondentieadres
Adres
    1. Contactgegevens
Telefoonnummer
E-mailadres
Adres berichtenbox
    1. Instrument
Naam instrument
Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument?
□ JA, registratienummer □ JA, registratienummer □ JA, registratienummer □ NEE □ NEE □ NEE
Gevolgklasse Gevolgklasse □ GK1 □ GK1 □ GK2 □ GK3
Type bouwwerken

Beschrijving van het instrument voor kwaliteitsborging waarin ten minste de onderdelen van afdeling 10.7B en 3.19 van het Besluit bouwwerken leefomgeving aan bod komen.

Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag naar waarheid heb ingevuld en dat ik weet dat er kosten verbonden kunnen zijn aan het indienen van een aanvraag.

Datum
Handtekening Handtekening

Bijlage V. bij de artikelen 4.5, 4.6, 4.7, eerste en tweede lid, 6.14, vierde en vijfde lid, 7.124, tweede lid, 8.31, vierde en vijfde lid, en 9.3, derde lid, van deze regeling (huisvestingssystemen en emissiefactoren)

Code Beschrijving huisvestingssysteem Nummer systeembeschrijving Emissiefactor per dierplaats Emissiefactor per dierplaats Emissiefactor per dierplaats
Code Beschrijving huisvestingssysteem Nummer systeembeschrijving ammoniak (kg NH3/jaar) geur (ouE/sec) fijnstof (g PM10/jaar)
HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE
HA1 Diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen)
HA1.1 Grupstal met drijfmest OW 1993.09.V1 5,7 – 81
HA1.2 Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot OW 1993.03.V1, OW 1993.04.V1, OW 1993.05.V1, OW 1993.06.V1, OW 1994.08.V1 10,2 – 148
HA1.3 Ligboxenstal met hellende vloer en spoelsysteem OW 1994.03.V1 9,2 – 148
HA1.4 Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot met spoelsysteem of roostervloer met spoelsysteem OW 2001.28.V1 10,2 – 148
HA1.5 Ligboxenstal met dichte geprofileerde hellende vloer OW 2009.11.V1 11,0 – 148
HA1.6 Ligboxenstal met dichte hellende vloer met rubber toplaag OW 2009.22.V1 11,0 – 148
HA1.7 Ligboxenstal met sleufvloer OW 2010.14.V1, OW 2010.24.V1 11,8 – 148
HA1.8 Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor voor 12 april 2017 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.30.V1 6,0 – 148
HA1.9 Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag OW 2010.31.V1 7 – 148
HA1.10 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.32.V1 11,8 – 148
HA1.11 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.33.V1 12,2 – 148
HA1.12 Ligboxenstal met roostervloer met cassettes in de roosterspleten OW 2010.34.V1 7 – 148
HA1.13 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen OW 2010.35.V1 7 – 148
HA1.14 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2010.36.V1 10,3 – 148
HA1.15 Ligboxenstal met V-vormige vloer met gietasfalt in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.01.V1 11,7 – 148
HA1.16 Mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.02.V1 5,1 – 148
HA1.17 Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis OW 2012.04.V1 8 – 148
HA1.18 Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten OW 2012.05.V1 11 – 148
HA1.19 Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met perforaties waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.08.V1 10,1 – 148
HA1.20 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtingen OW 2013.01.V1 7 – 148
HA1.21 Ligboxenstal met sleufvloer met in doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten OW 2013.03.V1 11 – 148
HA1.22 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven met urineafvoergat of met regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen OW 2013.04.V1 6 – 148
HA1.23 Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, aaneengesloten of met regelmatige mestafstorten met afdichtflappen OW 2013.05.V1 7 – 148
HA1.24 Ligboxenstal met vloer met geprofileerde rubber matten met hellend profiel en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2013.06.V1 10,3 – 148
HA1.25 Ligboxenstal met hellende vloer met geprofileerde rubber matten en centrale giergoot OW 2013.07.V1 8 – 148
HA1.26 Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten en vernevelsysteem OW 2014.02.V1 8 – 148
HA1.27 Ligboxenstal met roostervloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel en cassettes in roosterspleten OW 2015.05.V1 6 – 148
HA1.28 Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan zijkant waarvoor voor 1 januari 2019 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2015.06.V1 9,9 – 148
HA1.29 Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag OW 2017.06.V1 8 – 148
HA1.30 Ligboxenstal met sleufvloer met geprofileerde rubber tegels waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.02.V1 8,1 – 148
HA1.31 Ligboxenstal met vlakke betonnen vloerplaten met sleuven, voorzien van profiel met 1% hellende groeven richting een centrale giergoot met giergaten en mestverwijdering waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.03.V1 9,1 – 148
HA1.32 Ligboxenstal met geprofileerde rubber oplegsleufvloer met hellende sleuven met gierafvoergaatjes waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.06.V1 7,1 – 148
HA1.33 Ligboxenstal met dichte geprofileerde vloer met rubbermatten en composietnokken met hellend profiel waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.07.V1 9,0 – 148
HA1.34 Ligboxenstal met vlakke vloer met rubber sleufvloer, vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 26 april 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 26 april 2024 OW 2019.01.V1 8,3 – 148
HA1.35 Ligboxenstal met urineopvangstation OW 2021.05.V2 6 – 148
HA1.36 Ligboxenstal met een indrukbare drainerende loopvloer voorzien van een mestschuif, waarbij de urine en mest direct worden gescheiden en apart worden opgeslagen, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 OW 2021.06.V1 6,4 – 148
HA1.37 Ligboxenstal voorzien van geprofileerde rubberen oplegmatten met ruitprofiel onder 2% afschot naar een centrale giergoot en frequente mestverwijdering met vaste mestschuif, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 OW 2021.07.V1 8,9 – 148
HA1.38 Natuurlijk geventileerde ligboxenstal met een roostervloer voorzien van inlays met urineafvoergaatjes in de roosterspleten, frequent bevochtigen en schoonzuigen van de vloer door een mestverzamelrobot en een mechanische kelderluchtafzuiging met een chemisch luchtwassysteem (95% emissiereductie) OW 2021.08.V2 3 - 148
HA1.39 Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in een helling van 3,5% in combinatie met een gierafvoerbuis, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 9 maart 2026 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 9 maart 2026 OW 2022.01.V1 6,2 - 148
HA1.100 Overige huisvestingssystemen 13 – 148
HA2 Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar
HA2.100 Overige huisvestingssystemen 4,4 – 38
HA3 Diercategorie vleeskalveren jonger dan 1 jaar
HA3.1 Stal met hellende roostervloer in combinatie met hellende schijnvloer onder roostervloer waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2012.09.V1 2,5 35,6 33
HA3.2 Stal met volledige roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtkleppen in de roosterspleten waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2018.04.V1 1,9 31,2 22
HA3.100 Overige huisvestingssystemen 3,5 35,6 33
HA4 Diercategorie zoogkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren)
HA4.100 Overige huisvestingssystemen 4,1 – 86
HA5 Diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar
HA5.100 Overige huisvestingssystemen 5,3 35,6 170
HA6 Diercategorie overig rundvee van 2 jaar en ouder
HA6.100 Overige huisvestingssystemen 6,2 – 170
HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN
HB1 Diercategorie schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren)
HB1.100 Overige huisvestingssystemen (beweiden) 0,7 7,8 –
HOOFDCATEGORIE C: GEITEN HOOFDCATEGORIE C: GEITEN
HC1 Diercategorie geiten van 1 jaar en ouder
HC1.100 Overige huisvestingssystemen 1,9 18,8 19
HC2 Diercategorie geiten vanaf 61 dagen tot 1 jaar
HC2.100 Overige huisvestingssystemen 0,8 11,3 10
HC3 Diercategorie geiten tot 61 dagen
HC3.100 Overige huisvestingssystemen 0,2 5,7 10
HOOFDCATEGORIE D: VARKENS HOOFDCATEGORIE D: VARKENS
HD1 Diercategorie gespeende biggen minder dan 25 kg
HD1.1 Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif OW 1993.01.V1 0,20 5,4 56
HD1.2 Gedeeltelijk rooster met spoelgotensysteem OW 1994.09.V1, OW 1997.01.V1 0,24 7,8 74
HD1.3 Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof
HD1.3.1 Volledig rooster OW 1996.05.V1 0,18 7,8 56
HD1.3.2 Gedeeltelijk rooster OW 1996.05.V1 0,25 7,8 74
HD1.4 Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster OW 1996.06.V1 0,23 5,4 74
HD1.5 Ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal
HD1.5.1 Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,13 m2 per dierplaats OW 1996.01.V1 0,26 5,4 74
HD1.5.2 Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,19 m2 per dierplaats OW 2001.14.V1 0,33 7,8 74
HD1.6 Schuine putwand
HD1.6.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,07 m2 per dierplaats, ongeacht groepsgrootte OW 2001.13.V1 0,17 5,4 74
HD1.6.2 Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen tot 30 dieren OW 2004.06.V1 0,21 5,4 74
HD1.6.3 Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren zonder spoelgoten OW 2010.04.V1 0,18 5,4 74
HD1.6.4 Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren met spoelgoten OW 1999.05.V1, OW 1999.06.V1 0,18 7,8 74
HD1.7 Gedeeltelijk rooster met verkleinde mestoppervlakte OW 2001.16.V1 0,39 7,8 74
HD1.8 Mestopvang in water met mestafvoersysteem OW 2006.07.V1 0,15 5,4 56
HD1.9 Volledig rooster met water- en mestkanaal OW 2010.05.V1 0,20 5,4 56
HD1.10 Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) OW 2010.12.V1 0,17 5,4 56
HD1.11 Hok met conditionering van de ligvloertemperatuur, mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, beide kanalen voorzien van een pan met watervulsysteem, dagelijkse mestafvoer uit het mestkanaal en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,062 m2per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum OW 2019.02.V1 0,21 5,4 56
HD1.100 Overige huisvestingssystemen 0,69 7,8 74
HD2 Diercategorie kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen)
HD2.1 Spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest OW 1993.12.V1, OW 1999.02.V1 3,3 27,9 160
HD2.2 Kunststof schijnvloer met schuif onder rooster OW 1994.02.V1 3,7 27,9 160
HD2.3 Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif OW 1994.06.V1 4,0 27,9 160
HD2.4 Hellende gecoate keldervloer met giergoot en mestschuif OW 1994.07.V1 3,1 27,9 160
HD2.5 Ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal OW 1995.08.V1 4,0 27,9 160
HD2.6 Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof OW 1996.04.V1 3,1 27,9 160
HD2.7 Mestkanaal en hellende (schijn)vloer onder roostervloer OW 2001.17.V1 5,0 27,9 160
HD2.8 Schuiven in mestgoot 0W 2001.18.V1 2,5 27,9 160
HD2.9 Waterkanaal met afgescheiden mestkanaal of mestbak OW 2004.07.V1 2,9 27,9 160
HD2.10 Mestpan OW 2006.08.V1 2,9 27,9 160
HD2.11 Mestgoot met mestafvoersysteem OW 2010.06.V1 3,2 27,9 160
HD2.12 Mestpan met water- en mestkanaal OW 2010.07.V1 2,9 27,9 160
HD2.13 Mestpan met water- en mestkanaal en koelsysteem OW 2018.01.V1 1,3 27,9 160
HD2.14 Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) OW 2010.15.V1 2,4 27,9 160
HD2.100 Overige huisvestingssystemen 8,3 27,9 160
HD3 Diercategorie guste en dragende zeugen
HD3.1 Smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantrooster en rioleringssysteem (individuele huisvesting) OW 1995.02.V1 2,4 18,7 175
HD3.2 Mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (individuele huisvesting) OW 1995.05.V1 1,8 18,7 175
HD3.3 Spoelgotensysteem met dunne mest
HD3.3.1 Individuele huisvesting OW 1995.07.V1 2,5 18,7 175
HD3.3.2 Groepshuisvesting OW 1998.01.V1, OW 1999.03.V1 2,5 18,7 175
HD3.4 Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof
HD3.4.1 Individuele huisvesting OW 1996.03.V1 1,8 18,7 175
HD3.4.2 Groepshuisvesting OW 1998.02.V1 1,8 18,7 175
HD3.5 Schuiven in mestgoot (individuele huisvesting) OW 2001.19.V1 2,2 18,7 175
HD3.6 Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster OW 2008.11.V1 2,2 18,7 175
HD3.7 Koeldeksysteem
HD3.7.1 115% koeloppervlakte (individuele huisvesting) OW 2010.16.V1 2,2 18,7 175
HD3.7.2 135% koeloppervlakte (groepshuisvesting) OW 2010.17.V1 2,2 18,7 175
HD3.8 Groepshuisvesting zonder strobed met voerligboxen of voerstations en schuine putwanden in mestkanaal
HD3.8.1 Met metalen driekantrooster OW 2010.08.V1 2,3 18,7 175
HD3.8.2 Met anders dan metalen driekantrooster OW 2006.09.V1 2,5 18,7 175
HD3.9 Rondloopstal met voerstation en strobed OW 2010.09.V1 2,6 18,7 175
HD3.10 Hok met kelders met water- en mestkanaal, vloervoedering, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, mest- en watergoot met schuine puntwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem in mestgoot, dagelijkse mestafvoer en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,3 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 OW 2019.03.V1 1,5 18,7 175
HD3.100 Overige huisvestingssystemen (groepshuisvesting) 4,2 18,7 175
HD3.101 Overige huisvestingssystemen (individuele huisvesting) 4,2 18,7 175
HD4 Diercategorie dekberen van 7 maanden en ouder
HD4.100 Overige huisvestingssystemen 5,5 18,7 180
HD5 Diercategorie vleesvarkens van 25 kg en meer, diercategorie opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden diercategorie opfokzeugen van 25 kg en meer
HD5.1 Scharrelvleesvarkens in beddenstal OW 2001.30.V1 1,9 23,0 153
HD5.2 Gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter OW 2001.23.V1 4,5 23,0 153
HD5.3 Mestopvang in en spoelen met ammoniakarme vloeistof (inclusief aanzuren) OW 1993.10.V1, OW 1993.11.V1, OW 1995.03.V1, OW 2001.24.V1 1,6 17,9 153
HD5.4 Metalen driekantrooster met mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof OW 1995.01.V1 1,0 17,9 153
HD5.5 Metalen driekantrooster met mestopvang in water OW 1995.06.V1 1,3 17,9 153
HD5.6 Spoelgotensysteem met metalen driekantrooster OW 1998.03.V1 1,2 23,0 153
HD5.7 Spoelgotensysteem met rooster OW 1998.04.V1, OW 1999.04.V1 1,7 23,0 153
HD5.8 Water- en mestkanaal OW 2001.03.v1 1,7 23,0 153
HD5.9 Mestkanaal met schuine putwand (en waterkanaal)
HD5.9.1 Met metalen driekantrooster op mestkanaal
HD5.9.1.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats met spoelgoten OW 1997.04.V1 1,0 23,0 153
HD5.9.1.2 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats zonder spoelgoten OW 2004.03.V1 1,0 17,9 153
HD5.9.1.3 Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats met spoelgoten OW 1997.04.V1 1,4 23.0 153
HD5.9.1.4 Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten OW 2004.04.V1 1,4 17,9 153
HD5.9.2 Met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal
HD5.9.2.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats OW 2004.05.V1 1,5 17,9 153
HD5.9.2.2 Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats OW 2010.10.V1 1,9 23,0 153
HD5.10 Koeldeksysteem (200% koeloppervlakte)
HD5.10.1 Met metalen driekantrooster
HD5.10.1.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats OW 2004.08.V1 1,2 17,9 153
HD5.10.1.2 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,8 m2 per dierplaats OW 2010.19.V1 1,5 17,9 153
HD5.10.2 Met anders dan metalen driekantrooster
HD5.10.2.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,6 m2 per dierplaats OW 2010.20.V1 1,6 17,9 153
HD5.10.2.2 Emitterende mestoppervlakte 0,6–0,8 m2 per dierplaats OW 2001.01.V1 2,4 23,0 153
HD5.11 Koeldeksysteem (170% koeloppervlakte) met metalen driekantrooster
HD5.11.1 Emitterende mestoppervlakte mestkanaal groter dan 0,5 m2, maar ten hoogste 0,67 m2 per dierplaats OW 2001.25.V1 1,7 23 153
HD5.11.2 Emitterende mestoppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats OW 2019.05.V1 1,4 17,9 153
HD5.12 Bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster
HD5.12.1 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,22 m2 per dierplaats OW 2001.27.V1 1,4 17,9 153
HD5.12.2 Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,33 m2 per dierplaats OW 2001.27.V1 2,0 23,0 153
HD5.13 Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster OW 2008.11.V1 1,1 17,9 153
HD5.14 Hok met mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer, mestgoot met schuine putwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem, dagelijkse mestafvoer en een emitterende mestoppervlakte van ten hoogste 0,08 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 OW 2019.04.V1 0,77 17,9 153
HD5.100 Overige huisvestingssystemen 3,0 23,0 153
HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN
HE1 Diercategorie opfokhennen en -hanen van legkippen jonger dan 18 weken
HE1.1 Kooihuisvesting
HE1.1.1 Batterij met mestband OW 1993.07.V1 0,020 0,18 2
HE1.1.2 Batterij met mestbandbeluchting
HE1.1.2.1 Beluchting 0,2 m3/uur per dierplaats OW 1993.08.V1 0,020 0,18 2
HE1.1.2.2 Beluchting 0,4 m3/uur per dierplaats OW 1997.03.V1 0,006 0,18 2
HE1.1.3 Batterij met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel OW 1999.01.V1 0,010 0,18 2
HE1.1.4 Batterij met mestschuiven en centrale mestband OW 1995.04.V1 0,011 0,18 2
HE1.1.5 Batterij met open mestopslag OW 2001.04.V1 0,045 0,18 2
HE1.1.6 Batterij met mest- en luchtkanaal OW 2001.05.V1 0,208 0,18 2
HE1.1.7 Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats OW 2009.10.V1 0,016 0,18 8
HE1.2 Grondhuisvesting
HE1.2.1 Strooiselvloer (eventueel met roostervloer) OW 2001.06.V1 0,170 0,18 30
HE1.2.2 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,088 0,18 30
HE1.2.3 Verhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters OW 2015.03.V1 0,110 0,18 30
HE1.2.4 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,088 0,18 30
HE1.3 Volièrehuisvesting
HE1.3.1 Ten minste 50% rooster met mestband OW 2005.02.V1 0,050 0,18 23
HE1.3.2 65–70% rooster en mestbandbeluchting 0,3 m3/uur per dierplaats OW 2005.03.V1 0,030 0,18 23
HE1.3.3 45–55% rooster en mestbandbeluchting
HE1.3.3.1 Beluchting 0,1 m3/uur per dierplaats OW 2006.10.V1 0,030 0,18 23
HE1.3.3.2 Beluchting 0,3 m3/uur per dierplaats OW 2006.10.V1 0,023 0,18 23
HE1.3.4 30–35% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats OW 2006.11.V1 0,014 0,18 23
HE1.3.5 55-60% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats OW 2006.12.V1 0,020 0,18 23
HE1.100 Overige huisvestingssystemen (niet-batterijhuisvesting) 0,170 0,18 30
HE1.101 Overige huisvestingssystemen (batterijhuisvesting) 0,045 0,18 30
HE2 Diercategorie legkippen van 18 weken en ouder, diercategorie ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder
HE2.1 Kooihuisvesting
HE2.1.1 Verrijkte kooien met mestbandbeluchting OW 2005.11.V1 0,030 0,35 23
HE2.1.2 Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting OW 2009.10.V1 0,030 0,35 23
HE2.2 Grondhuisvesting
HE2.2.1 Circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer OW 2001.09.V1 0,402 0,34 84
HE2.2.2 Met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer OW 2010.21.V1 0,110 0,34 84
HE2.2.3 Met mestbeluchting via buizen onder beun OW 2001.10.V1 0,125 0,34 84
HE2.2.4 Met enkele buis onder beun aan beide zijden van legnest OW 2011.09.V1 0,150 0,34 84
HE2.2.5 Met mestbeluchting via verticale ventilatiekokers OW 2011.10.V1 0,150 0,34 84
HE2.2.6 Twee verdiepingen met mestbanden onder roosters OW 2004.11.V1 0,068 0,34 84
HE2.2.7 Met frequente mest- en strooiselverwijdering OW 2004.12.V1 0,106 0,34 84
HE2.3 Volièrehuisvesting
HE2.3.1 Ten minste 50% rooster met mestband OW 2004.09.V1 0,090 0,34 65
HE2.3.2 45–55% roosters en mestbandbeluchting
HE2.3.2.1 Beluchting ten minste 0,2 m3/uur per dierplaats OW 2004.10.V1 0,055 0,34 65
HE2.3.2.2 Beluchting ten minste 0,5 m3/uur per dierplaats OW 2004.10.V1 0,042 0,34 65
HE2.3.3 30–35% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats OW 2005.04.V1 0,025 0,34 65
HE2.3.4 55–60% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats OW 2005.05.V1 0,037 0,34 65
HE2.100 Overige huisvestingssystemen 0,315 0,34 84
HE3 Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens in opfok jonger dan 19 weken
HE3.1 Mixluchtventilatie OW 2005.10.V1 0,114 0,18 23
HE3.2 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,129 0,18 23
HE3.3 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,129 0,18 23
HE3.4 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,077 0,18 23
HE3.5 Buizenverwarming waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en die is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid OW 2017.01.V1 0,044 0,18 23
HE3.100 Overige huisvestingssystemen 0,250 0,18 23
HE4 Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens van 19 weken en ouder
HE4.1 Groepskooi met mestband en geforceerde mestdroging OW 1995.09.V1, OW 1996.07.V1, OW 2009.23.V1 0,080 0,93 8
HE4.2 Volièrehuisvesting
HE4.2.1 Met geforceerde mestdroging OW 2010.22.V1 0,170 0,93 43
HE4.2.2 Met geforceerde mest- en strooiseldroging OW 2010.23.V1 0,130 0,93 43
HE4.3 Perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer OW 1998.05.V1 0,230 0,93 43
HE4.4 Grondhuisvesting met mestbeluchting
HE4.4.1 Van bovenaf OW 2004.13.V1 0,250 0,93 43
HE4.4.2 Met verticale slangen in mest OW 2004.14.V1 0,435 0,93 43
HE4.4.3 Via buizen onder beun OW 2010.03.V1 0,435 0,93 43
HE4.4.4 Via verticale ventilatiekokers OW 2010.37.V1 0,435 0,93 43
HE4.5 Grondhuisvesting met mestbanden onder de roosters OW 2007.10.V1 0,245 0,93 43
HE4.100 Overige huisvestingssystemen 0,580 0,93 43
HE5 Diercategorie vleeskuikens
HE5.1 Zwevende vloer met strooiseldroging OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1, OW 1996.09.V1 0,004 0,33 22
HE5.2 Geperforeerde vloer met strooiseldroging OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 0,012 0,33 22
HE5.3 Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting OW 1997.02.V1 0,004 0,33 22
HE5.4 Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling OW 2001.11.V1 0,038 0,33 22
HE5.5 Mixluchtventilatie OW 2005.10.V1 0,031 0,33 22
HE5.6 Etagesysteem met mestband en strooiseldroging OW 2006.13.V1 0,017 0,33 22
HE5.7 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,035 0,33 22
HE5.8 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,021 0,33 22
HE5.9 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmteheaters OW 2011.13.V1 0,035 0,33 22
HE5.10 Buizenverwarming OW 2017.01.V1
HE5.10.1 Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid 0,012 0,33 22
HE5.10.2 Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HE5.10.1 0,021 0,33 22
HE5.100 Overige huisvestingssystemen 0,068 0,33 22
HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS
HF1 Diercategorie vleesparelhoenders
HF1.1 Zwevende vloer met strooiseldroging OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1 OW 1996.09.V1 0,004 0,33 22
HF1.2 Geperforeerde vloer met strooiseldroging OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 0,012 0,33 22
HF1.3 Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting OW 1997.02.V1 0,004 0,33 22
HF1.4 Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling OW 2001.11.V1 0,038 0,33 22
HF1.5 Mixluchtventilatie OW 2005.10.V1 0,031 0,33 22
HF1.6 Etagesysteem met mestband en strooiseldroging OW 2006.13.V1 0,017 0,33 22
HF1.7 Warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,035 0,33 22
HF1.8 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met een warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,021 0,33 22
HF1.9 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,035 0,33 22
HF1.10 Buizenverwarming OW 2017.01.V1
HF1.10.1 Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid 0,012 0,33 22
HF1.10.2 Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HF1.10.1 0,021 0,33 22
HF1.100 Overige huisvestingssystemen 0,068 0,33 22
HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN
HG1 Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen jonger dan 6 weken
HG1.1 Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,08 0,29 23
HG1.2 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,08 0,29 23
HG1.3 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,05 0,29 23
HG1.4 Buizenverwarming OW 2017.01.V1
HG1.4.1 Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid 0,03 0,29 23
HG1.4.2 Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HG1.4.1 0,05 0,29 23
HG1.100 Overige huisvestingssystemen 0,15 0,29 23
HG2 Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 6 weken en ouder en jonger dan 30 weken
HG2.1 Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,24 1,55 163
HG2.2 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,24 1,55 163
HG2.3 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,15 1,55 163
HG2.100 Overige huisvestingssystemen 0,47 1,55 163
HG3 Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder
HG3.100 Overige huisvestingssystemen 0,59 1,55 207
HG4 Diercategorie vleeskalkoenen
HG4.1 Gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer OW 2001.12.V1 0,36 1,55 86
HG4.2 Mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering OW 2005.07.V1 0,26 1,55 86
HG4.3 Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren OW 2009.14.V1 0,35 1,55 86
HG4.4 Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag OW 2011.13.V1 0,35 1,55 86
HG4.5 Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar OW 2010.13.V1 0,21 1,55 86
HG4.100 Overige huisvestingssystemen 0,68 1,55 86
HOOFDCATEGORIE H: EENDEN HOOFDCATEGORIE H: EENDEN
HH1 Diercategorie ouderdieren van vleeseenden
HH1.100 Overige huisvestingssystemen 0,320 0,49 182
HH2 Diercategorie vleeseenden
HH2.1 Binnen mesten
HH2.1.100 Overige huisvestingssystemen 0,210 0,49 84
HH2.2 Buiten mesten (per afgeleverd dier) 0,019 0,49 –
HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS
HI1 Diercategorie struisvogels jonger dan 4 maanden
HI1.100 Overige huisvestingssystemen 0,3 – –
HI2 Diercategorie struisvogels van 4 maanden en ouder en jonger dan 12 maanden
HI2.100 Overige huisvestingssystemen 1,8 – –
HI3 Diercategorie struisvogels van 12 maanden en ouder
HI3.100 Overige huisvestingssystemen 2,5 – –
HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN
HK1 Diercategorie voedster
HK1.1 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine OW 2005.08.V1 0,77 – –
HK1.2 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem OW 2024.01.V1 0,5 – –
HK1.100 Overige huisvestingssystemen 1,20 – -
HK2 Diercategorie vlees- en opfokkonijnen tot dekleeftijd
HK2.1 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine OW 2005.09.V1 0,12 – –
HK2.2 Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem OW 2024.01.V1 0,12 – –
HK2.100 Overige huisvestingssystemen 0,20 – –
HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN
HL1 Diercategorie paarden van 3 jaar en ouder
HL1.100 Overige huisvestingssystemen 5,0 – –
HL2 Diercategorie paarden jonger dan 3 jaar
HL2.100 Overige huisvestingssystemen 2,1 – –
HL3 Diercategorie pony's van 3 jaar en ouder
HL3.100 Overige huisvestingssystemen 3,1 – –
HL4 Diercategorie pony's jonger dan 3 jaar
HL4.100 Overige huisvestingssystemen 1,3 – –

2.11.2. Aard van de bodem

Inhoudsopgave

3.2. Begrippen

Bijlage VIIb. bij artikel 4.30 van deze regeling (vergunningvrije gevallen voor uitzetten van dieren of eieren van dieren)

2.12. Dempingsterm voor woongebieden Dhuis

Bijlage IVk. bij artikel 3.54 van de Omgevingsregeling (formulier verklaring kwaliteitsborger)

Bijlage VIIb. bij artikel 4.30 van deze regeling (vergunningvrije gevallen voor uitzetten van dieren of eieren van dieren)

Bijlage VIII. bij artikel 5.2 van deze regeling (energieprestatie technisch bouwsysteem)

De waarde van de energieprestatie wordt voor ieder ventilatiesysteem bepaald volgens de volgende formule:

Voor bepaling van de primaire energie wordt verwezen naar hoofdstuk 11 van de NTA8800.

Voor de bepaling van de hoeveelheid primaire energie wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de NTA8800, waarbij:

Als (γH <=0 en QH;gn >0) of γH > 2 dan QH;nd = 0

De waarde voor de energieprestatie wordt voor ieder verwarmingssysteem bepaald volgens de volgende formule:

waarin:

Bijlage IX. bij artikel 5.11, vierde lid van deze regeling (klassenindeling energielabel woningen)

Letter of lettercombinatie Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)
A++++ Kleiner of gelijk aan 0,00
A+++ 0,01 t/m 50,00
A++ 50,01 t/m 75,00
A+ 75,01 t/m 105,00
A 105,01 t/m 160,00
B 160,01 t/m 190,00
C 190,01 t/m 250,00
D 250,01 t/m 290,00
E 290,01 t/m 335,00
F 335,01 t/m 380,00
G Groter dan 380,00

Bijlage X. bij artikel 5.12, vierde lid, van deze regeling (klassenindeling energielabel utiliteitsgebouwen

1. kantoor 2. bijeenkomst zonder kinderdagverblijf 3. bijeenkomst met kinderdagverblijf 4. onderwijs 5. zorg zonder bed
Letter of lettercombinatie Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)
A+++++ Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00
A++++ 0,01 t/m 40,00 0,01 t/m 50,00 0,01 t/m 55,00 0,01 t/m 50,00 0,01 t/m 45,00
A+++ 40,01 t/m 80,00 50,01 t/m 100,00 55,01 t/m 110,00 50,01 t/m 100,00 45,01 t/m 90,00
A++ 80,01 t/m 120,00 100,01 t/m 150,00 110,01 t/m 165,00 100,01 t/m 150,00 90,01 t/m 135,00
A+ 120,01 t/m 160,00 150,01 t/m 200,00 165,01 t/m 220,00 150,01 t/m 200,00 135,01 t/m 180,00
A 160,01 t/m 180,00 200,01 t/m 230,00 220,01 t/m 265,00 200,01 t/m 235,00 180,01 t/m 210,00
B 180,01 t/m 200,00 230,01 t/m 255,00 265,01 t/m 290,00 235,01 t/m 260,00 210,01 t/m 230,00
C 200,01 t/m 225,00 255,01 t/m 285,00 290,01 t/m 330,00 260,01 t/m 295,00 230,01 t/m 260,00
D 225,01 t/m 250,00 285,01 t/m 320,00 330,01 t/m 365,00 295,01 t/m 330,00 260,01 t/m 295,00
E 250,01 t/m 275,00 320,01 t/m 355,00 365,01 t/m 405,00 330,01 t/m 360,00 295,01 t/m 325,00
F 275,01 t/m 300,00 355,01 t/m 385,00 405,01 t/m 445,00 360,01 t/m 395,00 325,01 t/m 355,00
G Groter dan 300,00 Groter dan 385,00 Groter dan 445,00 Groter dan 395,00 Groter dan 355,00
6. zorg met bed 7. winkel 8. sport 9. logies 10. cel
--- --- --- --- --- ---
Letter of lettercombinatie Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr) Primair fossiel energiegebruik (in kWh/m2.jr)
A+++++ Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00 Kleiner of gelijk aan 0,00
A++++ 0,01 t/m 90,00 0,01 t/m 60,00 0,01 t/m 35,00 0,01 t/m 50,00 0,01 t/m 60,00
A+++ 90,01 t/m 180,00 60,01 t/m 120,00 35,01 t/m 70,00 50,01 t/m 100,00 60,01 t/m 120,00
A++ 180,01 t/m 270,00 120,01 t/m 180,00 70,01 t/m 105,00 100,01 t/m 150,00 120,01 t/m 180,00
A+ 270,01 t/m 360,00 180,01 t/m 240,00 105,01 t/m 140,00 150,01 t/m 200,00 180,01 t/m 240,00
A 360,01 t/m 430,00 240,01 t/m 285,00 140,01 t/m 155,00 200,01 t/m 230,00 240,01 t/m 300,00
B 430,01 t/m 470,00 285,01 t/m 315,00 155,01 t/m 170,00 230,01 t/m 255,00 300,01 t/m 330,00
C 470,01 t/m 530,00 315,01 t/m 355,00 170,01 t/m 195,00 255,01 t/m 285,00 330,01 t/m 370,00
D 530,01 t/m 595,00 355,01 t/m 395,00 195,01 t/m 215,00 285,01 t/m 320,00 370,01 t/m 415,00
E 595,01 t/m 655,00 395,01 t/m 435,00 215,01 t/m 240,00 320,01 t/m 355,00 415,01 t/m 455,00
F 655,01 t/m 715,00 435,01 t/m 475,00 240,01 t/m 260,00 355,01 t/m 385,00 455,01 t/m 500,00
G Groter dan 715,00 Groter dan 475,00 Groter dan 260,00 Groter dan 385,00 Groter dan 500,00

Bijlage XI. bij artikel 5.18, tweede lid, van deze regeling (keuring airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen)

Waarin:

Voor de bepaling van de hoeveelheid primaire energie wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de NTA8800, waarbij:

De netto warmtebehoefte voor ruimteverwarming is te bepalen op basis QH-getallen.

Bijlage XIV. bij artikel 5.29 van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen)

Inhoudsopgave

Onderdeel Code Categorie Code Categorie Omschrijving (onderwerp)
G A Energiebeheersysteem
G B Isolatie van de schil
G C Ruimteverwarming
G D Ruimteventilatie
G E Warm tapwater
G F Binnenverlichting
G G Buitenverlichting
G H Zonnepanelen

Onderdeel 3 Gebouwen:

Categorie: Energiebeheersysteem

Onderwerp Energiebeheersysteem
Nummer maatregel GA1
Toe te passen maatregel Pas een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie toe, waarbij gas- en warmte- (per uur) en elektragebruik (per kwartier) van het gebouw wordt geregistreerd. Voor het beheren van het gas-, elektriciteits- en warmtegebruik is een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie (voor inzicht in het energiegebruik per uur, dag, maand en jaar) een belangrijk middel. Door de geregistreerde data minimaal halfjaarlijks te controleren en instellingen zo nodig aan te passen, kan hiermee een optimale energiezuinige in- en afstelling van klimaatinstallaties worden geborgd.
Huidige situatie Er is geen energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie aanwezig, waarmee het gebruik van gas, warmte en elektriciteit wordt gemonitord.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Analyseer de gemonitorde data eenmaal aan het begin van het stookseizoen en eenmaal direct na het stookseizoen en stel de energiegebruikers zo optimaal mogelijk in. Wijs iemand aan die verantwoordelijk is voor het optimaliseren van de instellingen van de energiegebruikers.

Categorie: Isolatie van de schil

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)