Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
|---|---|
| Nummer maatregel | GD1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een klokregeling toe op het ventilatiesysteem. Door het ventilatiesysteem van een gebouw te voorzien van een klokregeling kan deze buiten bedrijfstijden uit of naar een veel lager debiet worden gezet. Er geldt hier een dubbel besparingseffect. De ventilatoren maken minder draaiuren en doordat er minder luchtverversing is, verdwijnt er ook minder verwarmde, gekoelde en/of bevochtigde lucht uit het gebouw. In de zomerperiode kan de klokregeling worden benut om juist in de nachturen met koele buitenlucht te ventileren, waardoor overdag minder koeling nodig is. |
| Huidige situatie | Er is een ventilatiesysteem aanwezig waarbij geen sturing op basis van ingestelde tijden wordt toegepast. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon. Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het ventilatiesysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD2 |
| Toe te passen maatregel | Pas warmteterugwinning toe op een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer. Door in een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer warmteterugwinning met een twincoilsysteem toe te passen worden warmteverliezen door ventilatie beperkt. Er zijn verschillende systemen op de markt zoals een kruisstroomwisselaar, een warmtewiel of een twincoilsysteem. Welk systeem het beste kan worden toegepast is afhankelijk het aanwezige ventilatiesysteem en de beschikbare ruimte. |
| Huidige situatie | Er is een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer aanwezig zonder warmteterugwinning. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het twincoilsysteem is inpasbaar in de luchtbehandelingskast of de luchtkanalen. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang ventilatoren van klasse IE1 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE1-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er is een ventilator met efficiëntieklasse IE1 of lager aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er geen IE-klasse of dat er klasse IE1 op het typeplaatje van de motor staat. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.700 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) neemt de efficiëntie van de ventilatoren toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE1-motor aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 2.900 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD5 |
| Toe te passen maatregel | Vervang indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficiëntie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE2-motor aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD6 |
| Toe te passen maatregel | Vervang indirect gedreven IE3 slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE3-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficiëntie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE3-motor aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
| Onderwerp | Ruimteventilatie |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GD7 |
| Toe te passen maatregel | Vervang ventilatoren van klasse IE2 of IE3 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE2 of IE3-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik. |
| Huidige situatie | Er is een ventilator met efficiëntieklasse IE2 of IE3 aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er klasse IE2 of IE3 op het typeplaatje van de motor staat. |
| Economische randvoorwaarden | Natuurlijk moment: bij meer dan 1.000 draaiuren van de ventilator per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak ventilatoren regelmatig schoon. |
Categorie: Warm tapwater
| Onderwerp | Warm tapwater |
|---|---|
| Nummer maatregel | GE1 |
| Toe te passen maatregel | Isoleer warmwaterleidingen en appendages. Met het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W rondom de circulatieleidingen en appendages van het warme tapwater wordt warmteverlies tegengegaan. Isoleer alleen de circulatieleidingen. De uittapleidingen van het tapwater mogen vanwege de kans op legionella niet worden geïsoleerd. |
| Huidige situatie | Er zijn ongeïsoleerde circulatieleidingen en appendages voor transport van warm tapwater aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | De leidingen zijn goed bereikbaar. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages en herstel deze bij eventuele schade. |
| Onderwerp | Warm tapwater |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GE2 |
| Toe te passen maatregel | Gebruik waterbesparende douchekoppen. Door in douches waterbesparende douchekoppen toe te passen wordt er minder warm tapwater gebruikt. |
| Huidige situatie | De douches hebben geen waterbesparende douchekop. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij een gemiddeld gebruik van meer dan 6 douchebeurten per week. |
| Technische randvoorwaarden | Door toepassing van de waterbesparende douchekop komt het tapdebiet bij systemen zonder voorraadvat niet onder de tapdrempel van het tapwatertoestel. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties. |
| Onderwerp | Warm tapwater |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GE3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang bij een indirect verwarmd voorraadvat de bestaande ketel door een HR-ketel. Door in een warm tapwatersysteem met een indirect verwarmd voorraadvat een hoogrendementsketel (HR) toe te passen in plaats van een verbeterd rendementsketel of conventionele ketel wordt het warm tapwater energiezuiniger opgewekt. |
| Huidige situatie | Er is een hoge tapwatervraag voor onder meer douchen en dit warm tapwater wordt opgewekt met een verbeterd rendement (VR) of conventionele ketel en opgeslagen in een buffervat. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties. |
Categorie: Binnenverlichting
| Onderwerp | Binnenverlichting |
|---|---|
| Nummer maatregel | GF1 |
| Toe te passen maatregel | Pas een regeling toe op de verlichting, zodat deze buiten gebruikstijden niet onnodig brandt. Door gebruik van een regeling wordt het onnodig branden van verlichting buiten gebruikstijden voorkomen. Er zijn diverse regelingen die hiervoor kunnen worden toegepast, zoals aanwezigheidsdetectie per ruimte, een tijdgestuurde veegschakeling, een centrale regeling met overwerktimers of een regelbord bij de ingang van het gebouw. |
| Huidige situatie | De verlichting brandt onnodig buiten gebruikstijden. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Controleer dagelijks bij het verlaten van het pand of alle verlichting die uit kan ook is uitgezet. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF2 |
| Toe te passen maatregel | Vervang TL8-buizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL-buizen (TL8) in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. Soms moet ook de starter worden vervangen. |
| Huidige situatie | Armaturen met TL8-buizen, met of zonder starter zijn aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor toepassing van LED-buizen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang TL5-fluorescentiebuizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL5-buizen in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met TL5-buizen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 6.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor de toepassing van LED-buizen. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang gloei-, halogeen- en spaarlampen door LED-lampen. Door gloei-, halogeen- en spaarlampen in de bestaande armaturen te vervangen door LED-lampen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Armaturen met gloei-, halogeen- of spaarlampen zijn aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF5 |
| Toe te passen maatregel | Vervang gasontladingslampen door LED-lampen. Vervang gasontladingslampen in de armaturen door LED-lampen. Dit beperkt het energiegebruik. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.000 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF6 |
| Toe te passen maatregel | Vervang montagebalken en lichtlijnen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door bij montagebalken en lichtlijnen de armaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn montagebalken of lichtlijnen met TL8-armaturen aanwezig. Dit kunnen zowel opbouwarmaturen als zwevende armaturen zijn. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF7 |
| Toe te passen maatregel | Vervang plafondspots met spaarlampen door LED-spots. Door plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF8 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met spaarlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF9 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 1.100 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF10 |
| Toe te passen maatregel | Vervang spots met halogeenlampen door LED-spots. Door spots met halogeenlampen te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn spots met halogeenlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 2.400 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF11 |
| Toe te passen maatregel | Vervang railspots met halogeenlampen door LED-railspots. Door railspotarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard. |
| Huidige situatie | Er zijn railspotarmaturen met halogeenlampen op een spannings/contactrail aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 3.200 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF12 |
| Toe te passen maatregel | Vervang railspots met gasontladingslampen door LED-railspots. Door railspots met gasontladingslampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard. |
| Huidige situatie | Er zijn railspots met een van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Zelfstandig moment: bij meer dan 5.200 branduren per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 2.000 branduren per jaar. |
| Technische randvoorwaarden | De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF13 |
| Toe te passen maatregel | Vervang pendelarmaturen en opbouwarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door pendelarmaturen en opbouwarmaturen ("high bay") met gasontladingslampen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn pendelarmaturen en opbouwarmaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF14 |
| Toe te passen maatregel | Vervang ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door de ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen, met of zonder starter aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Binnenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GF15 |
| Toe te passen maatregel | Vervang vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen door LED-armaturen. Door vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen te vervangen door vluchtwegsignaleringsarmaturen met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Niet van toepassing |
Categorie: Buitenverlichting
| Onderwerp | Buitenverlichting |
|---|---|
| Nummer maatregel | GG1 |
| Toe te passen maatregel | Vervang armaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen met TL8-buizen (die niet op een mast zitten) te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik verlaagd. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met TL8-buizen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG2 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG3 |
| Toe te passen maatregel | Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn wandarmaturen met spaarlampen voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
| Onderwerp | Buitenverlichting |
| --- | --- |
| Nummer maatregel | GG4 |
| Toe te passen maatregel | Vervang armaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen (die niet op een mast zitten) met gasontladingslampen (Kwiklampenkwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) door LED-armaturen te vervangen, wordt het energiegebruik beperkt. |
| Huidige situatie | Er zijn armaturen met gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) voor buitenverlichting aanwezig. |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Nee |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen. |
Categorie: Zonnepanelen
| Onderwerp | Zonnepanelen |
|---|---|
| Nummer maatregel | GH1 |
| Toe te passen maatregel | Plaats zonnepanelen op het dak. Door de plaatsing van zonnepanelen wordt duurzame elektriciteit opgewekt. Daarmee wordt bespaard op de inkoop van elektriciteit via het elektriciteitsnet. |
| Huidige situatie | Er is ten minste 2.000 m2 aan geschikt dakoppervlak beschikbaar voor het plaatsen van minimaal 300 kWp aan zonnepanelen. Er is sprake van een grootverbruikaansluiting voor elektriciteit (meer dan 3x80 A). |
| Economische randvoorwaarden | Niet van toepassing |
| Technische randvoorwaarden | Het dak heeft voldoende vrije draagkracht voor de plaatsing van zonnepanelen en bijbehorende ballast. De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Het dak hoeft de komende 10 jaar niet te worden gerenoveerd. De verzekeraar gaat akkoord met plaatsen van de zonnepanelen zonder dat dit tot een significante prijsstijging van de verzekeringspremie leidt. Bij een installatie van 300 kWp kan alle opgewekte energie direct in het gebouw worden gebruikt. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast. |
| Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) | Ja |
| Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud | Maak de zonnepanelen jaarlijks schoon. Controleer regelmatig of de verwachte productie gehaald wordt of laat dit monitoren. |
Bijlage XIVa. bij artikel 5.29, tweede lid, van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen specifiek voor de glastuinbouwsector)
Inhoudsopgave
Bijlage XV. bij de artikelen 4.14a, eerste lid, en 5.30, eerste lid van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)
Categorie : Isolatie van de schil
Bijlage XVa. behorende bij de artikelen 4.14a, tweede lid, en 5.30, tweede lid, van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik voor de glastuinbouwsector)
2. Methode voor het bepalen van het CO2-reducerend effect
2.1. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in standaardsituaties
2.2. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in niet-standaardsituaties
Bijlage XVb. behorende bij artikel 4.14aa van deze regeling (onderzoek naar maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)
3. Energiegebruik milieubelastende activiteit (artikel 5.15b, tweede lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving)
Bijlage XVd. bij artikel 4.14c, tweede lid, van deze regeling (openbaarmaking gegevens energie-efficiëntie datacentra)
Bijlage XVI. bij artikel 5.31c van deze regeling (beperking oververhitting)
4. Correctie tonaal geluid
Bepaling van beoordelingsgrootheden
Bijlage XVIII. bij artikel 5.53, eerste lid, van deze regeling (beeldmerk certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties)
Bijlage XVIIIa. bij artikel 5.54 van deze regeling (risicomatrix)
5. Plaats waar wordt gemeten op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie (artikel 4.107, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving)
Bijlage XVIIIb. bij de artikelen 6.6, derde lid, en 8.22, derde lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid binnenschietbanen)
Beoordelingsmaten voor schietgeluid van binnenschietbanen
Bijlage XVIIIc. bij de artikelen 6.9, eerste lid, en 8.26, eerste lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)
2.2. Akoestische grootheden
2.2. Akoestische grootheden
2.4. Beoordelingsgrootheden
4.4. Toe te passen gegevensbestanden
4.1. Inleiding
4.5. Invoergrootheden rekenmethode
4.5.1. Brongegevens
4.5.2. Bodemtype (hardheid/ruwheid)
4.5.3. Afschermende objecten
4.6.3. Luchtdemping
Bijlage XVIIId. bij de artikelen 6.9, tweede lid, en 8.26, tweede lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen)
Bijlage XIX. bij artikel 8.2 van deze regeling (dosis-effectrelaties voor actieplannen geluid)
Bijlage XVIIIf. bij de artikelen 7.77 en 9.27 van deze regeling (bepalingen over het verbinden van voorschriften aan omgevingsvergunningen over het voorkomen van overschrijding standaardwaarden)
Bijlage XXXIIa. bij de artikelen 12.2b en 12.2e van deze regeling (Procedure beoordeling primaire waterkeringen)
Toepassingsbereik SRM1, SRM2 en SRM3:
Bijlage XX. bij de artikelen 8.12, eerste lid, onder a, 8.18, eerste lid, onder a, 12.52, eerste lid, onder a, en 12.55, eerste lid, onder a, van deze regeling (grootschalige concentratiegegevens, meteorologische gegevens en ruwheidskaart)
Grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid zijn te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit/vraag-en-antwoord/hoe-kan-ik-luchtvervuiling-berekenen
Inleiding
A. Aftrek van aantal overschrijdingen per kalenderjaar van de 24-uurgemiddelde concentratie PM10
B. Aftrek van kalenderjaargemiddelde concentratie PM10
Bijlage XXVIII
[Vervallen]
Bijlage XXII
[Vervallen]
Bijlage XXIII. bij de artikelen 8.13, 12.27 en 12.56 van deze regeling (zeezoutcorrectie)
Bijlage XXXI. bij artikel 9.36 van deze regeling (bemonsteren en analyseren bij het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib)
Bijlage XXXII. bij de artikelen 9.37, tweede lid, en 9.38 van deze regeling (modellen omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit)
Bijlage XXXIIa. bij de artikelen 12.2b en 12.2e van deze regeling (Procedure beoordeling primaire waterkeringen)
4. Uitvoering
2.2.3. Rapportage
5.1. De beoordelingsrapportage
7. Overige bepalingen
Bijlage XXXIIb. bij artikel 12.2c van deze regeling (randvoorwaarden beoordeling primaire waterkeringen)
2.2. Bepaling overstromings- of faalkansen
1.2. De Omgevingsregeling
5. Onderbouwing overstromings- of faalkans
2.2. Wegverkeerslawaai
5.2. Resultaat analyse relevante faalmechanismen
Bijlage XXXIII. bij artikel 12.71b, onder a en b, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluidbelasting)
5.4. Assembleren
2.3.1. Bronbeschijving
2.2.4. Aandrijfgeluid
2.2.6. Effect van het type wegdek
2.3. Spoorweglawaai
2.3.1. Bronbeschijving
2.3.2. Geluidsvermogensemissie
2.5.1. Omvang en toepasselijkheid methode
2.5.1. Omvang en toepasselijkheid methode
2.5.3. Geometrische overwegingen
2.5.4. Model voor geluidsvoortplanting
2.5.5. Berekeningsproces
LW het geluidsvermogen van de echte bron
∆Lgeo,n een correctieterm voor geometrische uitbreiding
2.6. Blootstelling aan lawaai
Waarbij Dn de demping door diffractie is, berekend met formule (2.5.21) waarin C’ = 1 voor het pad dat de bron Sn verbindt met het waarneempunt R, rekening houdend met diffractie aan de bovenkant van het obstakel B:
Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan gebouwen die geen woningen bevatten
De correctie voor de reflectie van de carrosserie van het spoorvoertuig wordt verkregen door:
Bepaling van het aan lawaai blootgestelde gebied
Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners
Afhankelijk van de rasterresolutie wordt aan elk berekeningspunt in het raster het bijbehorende oppervlak toegewezen. Bijvoorbeeld, met een raster van 10 m x 10 m vertegenwoordigt elk beoordelingspunt een oppervlakte van 100 m2 die wordt blootgesteld aan het berekende geluidsniveau.
Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld
Wanneer er geen informatie beschikbaar is over de locatie van woningen binnen de voetafdruk van het gebouw, zoals hierboven uitgelegd, wordt een van de twee volgende methoden gebruikt om per gebouw de blootstelling aan lawaai van de woningen en de bewoners in de gebouwen te schatten.
In dit geval wordt voor elk gebouw de reeks van bijbehorende waarneemlocaties verdeeld in een onderste en bovenste helft op basis van de mediaanwaarde5De mediaanwaarde is de waarde die de bovenste helft (50%) van een gegevensreeks scheidt van de onderste helft (50%). van de berekende beoordelingsniveaus voor elk gebouw. In het geval van een oneven aantal waarneempunten wordt de procedure toegepast met uitzondering van de waarneemlocatie met het laagste geluidsniveau.
De beoordeling van de blootstelling aan geluidsbelasting van woningen en bewoners is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in paragraaf 2.5, gedefinieerde waarneempunten.
3. Meetmethoden
Geval 1: gevels die in regelmatige intervallen zijn verdeeld op elke gevel
Bijlage XXXVI. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard toepasbare regels)
Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via:
https://iplo.nl/digitaal-stelsel/aansluiten/standaarden/sttr-imtr/
Bijlage XXXVII. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard aanvragen en meldingen)
Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via:
https://iplo.nl/digitaal-stelsel/aansluiten/standaarden/sttr-imtr/
Bijlage XXXVIII
[Vervallen]
Bijlage XXXIX. bij artikel 17.6 van deze regeling (gewijzigde actuele ligging of configuratie van een spoorweg)
Rekening houden met de actuele ligging of configuratie van een spoorweg bij wijziging van geluidproductieplafonds op grond van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (eerste geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen met het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen)
-
- Als de ligging of configuratie van een spoorweg, zoals deze blijkt uit de geluidbrongegevens die zijn opgenomen in het geluidregister, afwijkt van de daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van die spoorweg, kan bij berekening van geluidproductieplafonds met toepassing van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gebruik worden gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg.
-
- Als gebruik wordt gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, worden op nieuwe of veranderde geluidbronregisterlijnen de overige relevante geluidbrongegevens op de hieronder beschreven wijze aangepast of toegevoegd.
-
- Er zijn drie situaties waarin deze werkwijze van toepassing kan zijn:
- a. verwijdering van geluidbronregisterlijnen;
- b. toevoeging van geluidbronregisterlijnen; en
- c. gewijzigde ligging van geluidbronregisterlijnen.
-
- In de hierboven genoemde situaties worden de volgende te wijzigen geluidbrongegevens in het akoestisch onderzoek meegenomen: Hierbij geldt dat de intensiteitsgegevens bij de bestaande geluidproductieplafonds worden herverdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen.
- a. de geluidbrongegevens, bedoeld in artikel 3.19, onder a, c, f en i;
- b. de geluidbrongegevens, bedoeld in artikel 3.19, onder a, b, c, d, e, f en i;
- c. de geluidbrongegevens, bedoeld in artikel 3.19, onder c en i.
-
- Als de gebruikmaking van gewijzigde geluidbrongegevens, die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, leidt tot een toename van de geluidproductie op een of meer referentiepunten ten opzichte van het geldende geluidproductieplafond, wordt deze toename gecompenseerd door de plafondcorrectiewaarde zodanig naar beneden bij te stellen dat niet langer sprake is van een dergelijke toename op de betreffende referentiepunten.
-
- Nadat de plafondcorrectiewaarde is bepaald, worden de intensiteitsgegevens die horen bij het toegestane geluid door spoorvoertuigen op het emplacement, verdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen, en worden de geluidproductieplafonds berekend.
-
- Het rapport van het akoestisch onderzoek voor het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bevat tenminste de geluidbrongegevens uit stap 4, 5 en 6 die op grond van deze bijlage zijn toegepast bij het berekenen van de geluidproductieplafonds.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5.13a. (verplichte elementen energielabel)
Het energielabel, bedoeld in artikel 5.11, derde lid, en artikel 5.12, derde lid, bevat:
- a. de energielabelklasse;
- b. het berekende jaarlijkse primair fossiel energiegebruik in kWh/(m2.jaar);
- c. het aandeel hernieuwbare energie;
- d. de operationele broeikasgasemissies in kgCO2/(m2.jaar), wanneer beschikbaar;
- e. de feitelijke en potentiële bijdrage aan de opwarming van de aarde gedurende de gehele levenscyclus van het gebouw, wanneer beschikbaar;
- f. het berekende jaarlijkse finale energiegebruik in kWh/(m2.jaar);
- g. het berekende jaarlijkse primaire en finale energiegebruik in kWh;
- h. de productie van hernieuwbare energie in kWh;
- i. de belangrijkste energiedrager en het belangrijkste type hernieuwbare energiebron;
- j. de berekende jaarlijkse energiebehoefte in kWh/(m2.jaar);
- k. de vermelding of het gebouw in staat is te reageren op externe signalen en het energiegebruik aan te passen;
- l. de vermelding of het verwarmingsdistributiesysteem in het gebouw ontworpen is om te functioneren bij lage temperaturen of efficiëntere temperatuurniveaus; en
- m. de contactgegevens van het Energiehuis voor advies over renovatie.
De elementen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, staan op de voorpagina van het energielabel.
Artikel 5.13b. (verplichte elementen energielabel)
De aanbevelingen, bedoeld in artikel 6.29, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, hebben betrekking op maatregelen die uitgevoerd kunnen worden:
- a. in samenhang met een ingrijpende renovatie van de bouwschil of een of meer technische bouwsystemen; en
- b. voor individuele onderdelen van dat gebouw of gedeelte daarvan zonder dat sprake is van een ingrijpende renovatie.
De aanbevelingen bevatten in ieder geval:
- a. een beoordeling of de systemen voor verwarming, ventilatie, airconditioning en warmwater voor huishoudelijke doeleinden zodanig kunnen worden aangepast dat zij werken bij efficiëntere temperatuurinstellingen; en
- b. een beoordeling van de resterende levensduur van de verwarmingssystemen of airconditioningsystemen en, in voorkomend geval, vermelding van mogelijke alternatieven voor vervanging.
De aanbevelingen houden rekening met locatiegebonden omstandigheden en bouwtechnische belemmeringen en bieden een raming voor de gebouwgebonden energiebesparingen en de vermindering van de operationele broeikasgasemissies.
§ 5.1.3.2. Keuring van airconditioningsystemen
§ 5.1.3.3. Eisen vakbekwaamheid keuring airconditioningsystemen
§ 5.1.3.4. Keuring verwarmingssysteem
§ 5.1.5. Bijna energieneutrale nieuwbouw
Artikel 5.32c. (toepassingsbereik)
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op:
- a. een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in paragraaf 3.7.12 en paragraaf 4.4.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; en
- b. een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in paragraaf 4.4.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.32d. (systeem voor gebouwautomatisering en -controle bestaande bouw anders dan een woonfunctie)
Een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in artikel 3.146 van het Besluit bouwwerken leefomgeving voldoet ten minste aan de volgende eisen:
- a. de functies, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoen aan klasse C, met uitzondering van functie 7.4 en de situaties, bedoeld in het tweede lid; en
- b. functie 7.4, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse B.
In afwijking van het eerste lid, onder a, geldt voor de volgende situaties dat:
- a. als bestaande zonwering niet automatisch bedienbaar is, functie 6 , bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse D; en
- b. als geen luchtkleppen per ruimte aanwezig zijn, voor functie 4.1, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, tijdsturing op de centrale ventilatie-unit toegepast mag worden.
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing als vanwege de veiligheid of gezondheid van personen een functie, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, continu beschikbaar moet zijn.
Artikel 5.32e. (systeem voor gebouwautomatisering en -controle nieuwbouw anders dan een woonfunctie)
Een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in de artikelen 4.160d en 5.21g van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voldoet ten minste aan de volgende eisen:
- a. de functies, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoen aan klasse B, met uitzondering van functie 7.4; en
- b. functie 7.4, bedoeld in tabel 6 van NEN-EN-ISO 52120-1, voldoet aan klasse A.
Artikel 5.32f. (systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen nieuwbouw woonfunctie)
Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in de artikelen 4.160g en 5.21h van het Besluit bouwwerken leefomgeving, heeft ten minste een energiemeter die gegevens registreert over:
- a. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit het distributiesysteem voor elektriciteit naar de woonfunctie; en
- b. voor zover van toepassing:
- 1°. de elektriciteit die geleverd wordt vanuit de woonfunctie naar het distributiesysteem voor elektriciteit;
- 2°. de elektriciteit die opgewekt wordt door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie of op het bouwwerkperceel;
- 3°. het gasverbruik door een technisch bouwsysteem binnen de woonfunctie; en
- 4°. het verbruik van aan de woonfunctie geleverde warmte.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, onder 1° tot en met 3°, worden op de energiemeter weergegeven als actuele waarden en als periodieke waarden op minimaal dag-, maand- en jaarbasis.
Als de energiemeter voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruik maakt van een extern aangesloten elektronisch beeldscherm of een dongel:
- a. is de energiemeter voorzien van een poortconnector die voldoet aan de eisen opgenomen in paragraaf 5.1 van de P1 Companion Standard; en
- b. heeft het elektronisch beeldscherm of de dongel ten minste twee poort connectoren.
Een systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen als bedoeld in artikel 4.160g van het Besluit bouwwerken leefomgeving heeft, in aanvulling op het eerste lid, leidingdoorvoeren tussen de meterkast van de woonfunctie en de opstelplaatsen van technische bouwsystemen.
Afdeling 5.2. Nadere regels over de toepassing van normen
Afdeling 5.7. Technische specificaties voor de fysieke gigabitinfrastructuur
Hoofdstuk 6. Meet- en rekenregels decentraal gereguleerde activiteiten
Afdeling 6.1. Algemeen
Afdeling 6.1. Algemeen
§ 6.2.2. Waterkwaliteit
§ 6.2.6. Geur
§ 6.2a.1. Meetmethoden afvalwater
§ 6.2a.3. Meetmethode stof
Hoofdstuk 7. Gegevens en bescheiden
Afdeling 7.1. Algemeen
Afdeling 7.1. Algemeen
§ 7.2.1. Algemene bepalingen
§ 7.2.1. Algemene bepalingen
§ 7.2.2.1. Algemeen
§ 7.2.2.2. Op een later tijdstip te verstrekken gegevens en bescheiden
§ 7.2.3. Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten
§ 7.2.3.1. Algemeen: modules
§ 7.2.3.2. Lozen op een zuiveringtechnisch werk
§ 7.2.3.3. Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen
§ 7.2.3.4. Complexe bedrijven
§ 7.2.3.5. Nutssector en industrie
§ 7.2.3.6. Afvalbeheer
§ 7.2.4. Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk
§ 7.2.4.4. Onttrekken van water
§ 7.2.8a.1. Natura 2000-activiteit
§ 7.2.8a.2. Algemeen flora- en fauna-activiteiten: modules
§ 7.2.8a.4. Flora- en fauna-activiteit: habitatrichtlijnsoorten
§ 7.2.9.2. Archeologische monumenten
§ 7.2.10.1. Wateronttrekkingsactiviteiten
§ 7.2.10.2. Ontgrondingsactiviteiten
§ 7.2.11. Lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig
§ 7.3.4. Gedoogplicht vanwege maken ontwerp
Afdeling 7.5. Andere gegevensverstrekkingen
§ 7.5.1. Wijziging normadressaat
§ 7.5.2. Maatwerkvoorschrift en gelijkwaardige maatregel
§ 7.5.3. Administratie en merktekens beschermde diersoorten
Hoofdstuk 8. Instructieregels over programma’s, omgevingsplannen, waterschapsverordeningen en omgevingsverordeningen
Afdeling 8.1. Programma’s
Afdeling 8.2. Omgevingsplannen
§ 8.2.1. Algemene bepalingen
§ 8.2.3. Beschermen van de gezondheid en van het milieu
§ 8.2.3.1. Kwaliteit van de buitenlucht
§ 8.2.3.1.2. Luchtkwaliteit: milieubelastende activiteiten
§ 8.2.3.2. Geluid
§ 8.2.3.3. Trillingen
§ 8.2.3.3a. Bodem
Afdeling 8.4. Omgevingsverordeningen
Hoofdstuk 9. Omgevingsvergunningen
Afdeling 9.2. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – minder strenge emissiegrenswaarden
Afdeling 9.5. Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – winningsafvalvoorzieningen
Afdeling 9.6. Specifieke voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib
Hoofdstuk 10. Projectbesluiten
Hoofdstuk 10. Projectbesluiten
Hoofdstuk 12. Monitoring en informatie
Afdeling 12.1. Waarborgen van de veiligheid
§ 12.1.3. Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk
Afdeling 12.2. Milieu en gezondheid
§ 12.2.1. Kwaliteit van de buitenlucht
§ 12.2.1.1. Monitoring luchtkwaliteit
§ 12.2.1.4. Monitoring decentrale afwijkende omgevingswaarden
§ 12.2.2. Zwemwaterkwaliteit
§ 12.2.2.1. Monitoring en beoordeling zwemwaterkwaliteit
§ 12.2.3.2. Geluidbelastingkaarten en actieplannen
§ 12.2.3.2.1. Algemene bepalingen
§ 12.2.3.2.1. Algemene bepalingen
§ 12.2.3.2.3. Geluidbelastingkaarten voor belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens
Afdeling 12.2a. Natuur
Afdeling 12.3. Evaluatie
Hoofdstuk 13. Kostenverhaal
Hoofdstuk 14. Financiële bepalingen
Afdeling 14.1. Rijksleges
§ 14.1.2. Bouwactiviteiten
§ 14.1.7. Activiteiten rond rijkswegen
§ 14.1.8. Activiteiten rond spoorwegen
§ 14.1.9. Activiteiten rond luchthavens
Hoofdstuk 15. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden
Afdeling 14.2. Gebruiksvergoeding door initiatiefnemer bij gedoogplicht
Afdeling 15.2
Afdeling 15.3. Alarmeringswaarden
§ 15.3.1. Algemene bepalingen
§ 15.3.2. Vaststelling alarmeringswaarden
§ 15.3.3. Informatie en waarschuwing bij overschrijding of dreigende overschrijding van alarmeringswaarden voor concentraties van verontreinigende stoffen in de buitenlucht
§ 15.3.4. Informatie en waarschuwing bij overschrijding en dreigende overschrijding van alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden
Hoofdstuk 16. Digitaal stelsel Omgevingswet
Afdeling 16.1. Inrichting en beheer landelijke voorziening
Afdeling 16.3. Standaarden voor informatie-uitwisseling
Afdeling 16.4. Verantwoordelijkheden bij verwerking persoonsgegevens in samenwerkfunctionaliteit
Hoofdstuk 17. Overgangsrecht
Hoofdstuk 17a. AERIUS Register
Hoofdstuk 18. Slotbepalingen
Bijlage III. bij hoofdstuk 2 van deze regeling (verwijzing naar GML-bestanden voor werkingsgebieden)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)