Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-18
Laatst bijgewerkt 2026-08-20
State In force
Source BWB
artikelen 1926
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Onderwerp Isolatie van de schil
Nummer maatregel GB1
Toe te passen maatregel Isoleer spouwmuren van gebouwen door het aanbrengen van isolatie in spouwmuren wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Voor het aanbrengen van spouwisolatie kunnen beperkingen van toepassing zijn door de aanwezigheid van bijvoorbeeld dampdichte lagen aan de buitenzijde, een waterdoorlatende buitenmuur of de aanwezigheid van niet verwijderbare vervuiling in de spouw. Win voor het aanbrengen van spouwisolatie eerst deskundig advies in over de mogelijkheden in uw situatie.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde spouwmuren aanwezig met een spouwbreedte van ten minste 5 cm en het gebouw wordt verwarmd (tot ten minste 18 °C ).
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden Er is geen steiger nodig voor het aanbrengen van de isolatie. Er is in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving geen nieuw onderzoek naar nestelplaatsen van beschermde diersoorten (zoals vleermuizen) nodig. De maatregel is niet van toepassing in winkels en in andere gebouwen die slechts beperkt bijverwarmd hoeven te worden (bijvoorbeeld omdat er veel warmte vrijkomt van aanwezige processen en/of apparatuur) Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB2
Toe te passen maatregel Isoleer platte daken (bovenop de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 2,1 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Dit kan worden aangebracht bovenop de dakbedekking (omgekeerd dak).
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden Het dak heeft voldoende draagkracht voor het isolatiemateriaal en de benodigde ballast. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de staat van de isolatie en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB3
Toe te passen maatregel Pas een automatisch sluitmechanisme toe bij overheaddeuren. Door het toepassen van een automatisch sluitmechanisme bij een overheaddeur sluit deze zodra iemand de deur is gepasseerd . Dit voorkomt warmteverlies, doordat de deur een kortere tijd openstaat.
Huidige situatie Er is een overheaddeur aanwezig zonder automatisch sluitmechanisme die gemiddeld ten minste 1 uur per dag open staat. De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels. Stel de sensor goed in en zorg er daarbij voor dat de deur niet te snel (automatisch) open gaat.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB4
Toe te passen maatregel Isoleer platte daken (onder de dakbedekking). Door het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 3,7 m2K/W op ongeïsoleerde daken wordt het warmteverlies in het stookseizoen beperkt. Breng de isolatie aan onder de dakbedekking en boven de dakconstructie (warm dak) op het moment dat de dakbedekking aan vervanging toe is. Doe dit zo nodig in combinatie met een dampremmende laag.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Niet van toepassing
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB5
Toe te passen maatregel Vervang in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt.
Huidige situatie Er zijn kozijnen of ramen met enkelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB6
Toe te passen maatregel Vervang in bestaande kozijnen en ramen dubbelglas door HR++ glas. Door in bestaande kozijnen en ramen het dubbel glas door HR++ glas te vervangen wordt warmteverlies in het stookseizoen beperkt.
Huidige situatie Er zijn kozijnen of ramen met dubbelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 18 °C).
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden HR++ glas kan in het bestaande kozijn of raam worden geplaatst. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB7
Toe te passen maatregel Gebruik opblaasbare luchtkussens bij een vrachtwagendocking. Door een afsluitvoorziening met opblaasbare luchtkussens te plaatsen bij een docking voor vrachtwagens wordt het warmteverlies beperkt.
Huidige situatie Er zijn dockings voor vrachtwagens aanwezig met of zonder flappen en zonder opblaasbare luchtkussens.
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: de docking wordt gemiddeld genomen ten minste 10 u/wk gebruikt voor het laden en of lossen.
Technische randvoorwaarden De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.
Onderwerp Isolatie van de schil
--- ---
Nummer maatregel GB8
Toe te passen maatregel Plaats een loopdeur in overheaddeuren. Door het plaatsen van overheaddeuren met een loopdeur voor personen wordt warmteverlies voorkomen, omdat de gehele deur dan minder vaak open gaat.
Huidige situatie Er is een overheaddeur in een matig verwarmde ruimte (ten minste 15 °C) aanwezig zonder aparte loopdeur of naastgelegen deur en deze wordt gebruikt voor personentoegang.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden De ruimte wordt ten minste matig verwarmd (15°C of hoger).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Verminder het warmteverlies via naden, kieren en andere openingen in muren en gevels.

Categorie: Ruimteverwarming

Onderwerp Ruimteverwarming
Nummer maatregel GC1
Toe te passen maatregel Pas een klokregeling toe en regel deze in. Pas voor het centrale verwarmingssysteem een klokregeling of klokthermostaat toe en regel deze zo in dat de werkelijke gebruikstijden zo nauw mogelijk worden gevolgd. Dit voorkomt energiegebruik buiten bedrijfstijd.
Huidige situatie Er is een verwarmingssysteem aanwezig waarbij automatische regeling voor verlaging van de temperatuur in de nacht, het weekend en/of de vakanties ontbreekt.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het verwarmingssysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw. Regel naast de gebruikelijke openingstijden van het pand ook de vakanties in. Voor deze controle kan gebruik worden gemaakt van de data uit het energiebeheersysteem.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC2
Toe te passen maatregel Pas naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische warmtepomp toe. Door naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische lucht/water warmtepomp toe te passen kan een groot gedeelte van het jaar de warmte uit de buitenlucht en/of ventilatielucht worden onttrokken voor de warmteopwekking. De warmteopwekking is met gebruik van deze zogenoemde hybride warmtepomp efficiënter dan met een verwarmingsketel.
Huidige situatie Er is een verwarmingsketel aanwezig met een vermogen van ten minste 70 kW en een afgiftesysteem via radiatoren, convectoren en/of vloerverwarming. Het gebouw wordt verwarmd tot ten minste 18 °C. Het gebouw voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit van 1 oktober 1992. Vanaf dit moment hebben gebouwen dubbelglas en geldt voor de isolatie van vloer, gevel en dak een Rc-waarde van ten minste 2,5 m2K/W.
Economische randvoorwaarden Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor het plaatsen van de warmtepomp. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn en het functioneren van de regeling. Controleer minimaal jaarlijks de effectieve en efficiënte werking van de warmtepomp.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC3
Toe te passen maatregel Pas een weersafhankelijke regeling toe. Gebruik voor de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater een automatische regeling op basis van de buitentemperatuur. Hierdoor kan de warmte uit het rookgas teruggewonnen worden en krijgt de verwarmingsketel een hogere efficiëntie. Ook zijn de verliezen in het distributiesysteem kleiner.
Huidige situatie Er is een verwarmingsketel aanwezig in een verwamd gebouw (ten minste 18 °C) en de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater wordt niet geregeld op basis van de buitentemperatuur.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Bij een gecombineerd opweksysteem voor verwarming en warm tapwater is het technisch mogelijk om het tapwater in een aparte groep tot ten minste 65 °C te verwarmen.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks de instelling van de stooklijn.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC4
Toe te passen maatregel Isoleer de verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes. Door het toepassen van buisisolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W om de verwarmingsleidingen en appendages wordt het warmteverlies in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes, beperkt.
Huidige situatie Er ontbreekt isolatie om verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes. Zorg dat het isolatiemateriaal goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC5
Toe te passen maatregel Isoleer ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes. Door het toepassen van isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 0,7 m2K/W om de ventilatiekanalen wordt het warmteverlies in onverwarmde ruimtes beperkt.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes (ten hoogste 14 °C in het stookseizoen) aanwezig. De ventilatiekanalen zijn aangesloten op een luchtbehandelingskast.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond de ventilatiekanalen, zorg dat het goed bevestigd is en herstel het materiaal bij eventuele schade.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC6
Toe te passen maatregel Pas een individuele regeling van de temperatuur per ruimte toe. Door per ruimte een individuele (na)regeling van de temperatuur met een thermostatische radiatorkraan of andere temperatuurregeling toe te passen, hoeft deze niet onnodig te worden verwarmd.
Huidige situatie Er zijn radiatoren of convectoren aanwezig in een verwarmde ruimte, maar de temperatuur van de ruimte is niet apart (na) te regelen met een lokale regeling of thermostatische radiatorkranen.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de instellingen van de individuele regeling en/of de stand van de themostatische radiatorkranen.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC7
Toe te passen maatregel Pas frequentiegeregelde circulatiepompen toe. Door toepassing van frequentiegeregelde circulatiepompen in het verwarmingssysteem kan het debiet worden aangepast aan de warmtevraag, waardoor de pomp efficiënter werkt. Pas de frequentiegeregelde pompen toe op zowel bij de hoofdcirculatiepomp als bij de groepenpompen.
Huidige situatie Er is een centraal verwarmingssysteem aanwezig waarbij de circulatiepompen niet zijn voorzien van een frequentieregeling.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Het verwarmingssysteem laat een variabel debiet toe.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer de instellingen van pompen en controleer of het afgiftesysteem nog goed werkt.
Onderwerp Ruimteverwarming
--- ---
Nummer maatregel GC8
Toe te passen maatregel Vervang direct gestookte gasheaters in bedrijfshallen door directgestookte HR-gasheaters. Door in bedrijfshallen een directgestookte conventionele gasheater te vervangen door een directgestookt hoog rendement (HR) toestel wordt energie bespaard.
Huidige situatie De bedrijfshal wordt met een of meer directgestookte gasheaters matig verwarmd (ten minste 15 °C).
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: het aardgasgebruik is ten hoogste 1.000.000 m3 per jaar.
Technische randvoorwaarden In de ruimte is een rioolaansluiting aanwezig voor het aansluiten van de condensafvoer(en).
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de temperatuurinstellingen van de regeling en onderhoud de gasheater volgens leveranciersvoorschriften.

Categorie: Ruimteventilatie

Onderwerp Ruimteventilatie
Nummer maatregel GD1
Toe te passen maatregel Pas een klokregeling toe op het ventilatiesysteem. Door het ventilatiesysteem van een gebouw te voorzien van een klokregeling kan deze buiten bedrijfstijden uit of naar een veel lager debiet worden gezet. Er geldt hier een dubbel besparingseffect. De ventilatoren maken minder draaiuren en doordat er minder luchtverversing is, verdwijnt er ook minder verwarmde, gekoelde en/of bevochtigde lucht uit het gebouw. In de zomerperiode kan de klokregeling worden benut om juist in de nachturen met koele buitenlucht te ventileren, waardoor overdag minder koeling nodig is.
Huidige situatie Er is een ventilatiesysteem aanwezig waarbij geen sturing op basis van ingestelde tijden wordt toegepast.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon. Controleer jaarlijks de klokinstellingen van het ventilatiesysteem en zorg dat deze nauw aansluiten bij de werkelijke gebruikstijden van het gebouw.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD2
Toe te passen maatregel Pas warmteterugwinning toe op een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer. Door in een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer warmteterugwinning met een twincoilsysteem toe te passen worden warmteverliezen door ventilatie beperkt. Er zijn verschillende systemen op de markt zoals een kruisstroomwisselaar, een warmtewiel of een twincoilsysteem. Welk systeem het beste kan worden toegepast is afhankelijk het aanwezige ventilatiesysteem en de beschikbare ruimte.
Huidige situatie Er is een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer aanwezig zonder warmteterugwinning.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Het twincoilsysteem is inpasbaar in de luchtbehandelingskast of de luchtkanalen. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak filters, ventilatoren en luchtkanalen van het ventilatiesysteem regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD3
Toe te passen maatregel Vervang ventilatoren van klasse IE1 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE1-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er is een ventilator met efficiëntieklasse IE1 of lager aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er geen IE-klasse of dat er klasse IE1 op het typeplaatje van de motor staat.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.700 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD4
Toe te passen maatregel Vervang indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) neemt de efficiëntie van de ventilatoren toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE1-motor aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 2.900 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD5
Toe te passen maatregel Vervang indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficiëntie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE2-motor aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD6
Toe te passen maatregel Vervang indirect gedreven IE3 slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren. Door in de luchtbehandelingskast (LBK) de ventilatorsectie met indirect gedreven IE3-slakkenhuisventilatoren te vervangen door een ventilatorsectie met direct gedreven ventilatoren (plugfans) wordt de efficiëntie van de ventilatoren verbeterd. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE3-motor aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Het vermogen van de ventilator is ten minste 5,5 kW.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.
Onderwerp Ruimteventilatie
--- ---
Nummer maatregel GD7
Toe te passen maatregel Vervang ventilatoren van klasse IE2 of IE3 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Door IE2 of IE3-ventilatoren door ventilatoren van klasse IE4 of hoger te vervangen, neemt de efficiëntie van de ventilatie toe. IE staat voor International Efficiency en is een aanduiding van de energiezuinigheid van een elektromotor. Hoe hoger het getal, hoe zuiniger de motor. Het toepassen van energiezuinigere motoren van ventilatoren bespaart op het elektriciteitsgebruik.
Huidige situatie Er is een ventilator met efficiëntieklasse IE2 of IE3 aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er klasse IE2 of IE3 op het typeplaatje van de motor staat.
Economische randvoorwaarden Natuurlijk moment: bij meer dan 1.000 draaiuren van de ventilator per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak ventilatoren regelmatig schoon.

Categorie: Warm tapwater

Onderwerp Warm tapwater
Nummer maatregel GE1
Toe te passen maatregel Isoleer warmwaterleidingen en appendages. Met het aanbrengen van isolatie met een Rd-waarde van ten minste 0,5 m2K/W rondom de circulatieleidingen en appendages van het warme tapwater wordt warmteverlies tegengegaan. Isoleer alleen de circulatieleidingen. De uittapleidingen van het tapwater mogen vanwege de kans op legionella niet worden geïsoleerd.
Huidige situatie Er zijn ongeïsoleerde circulatieleidingen en appendages voor transport van warm tapwater aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden De leidingen zijn goed bereikbaar.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer jaarlijks het isolatiemateriaal rond leidingen en appendages en herstel deze bij eventuele schade.
Onderwerp Warm tapwater
--- ---
Nummer maatregel GE2
Toe te passen maatregel Gebruik waterbesparende douchekoppen. Door in douches waterbesparende douchekoppen toe te passen wordt er minder warm tapwater gebruikt.
Huidige situatie De douches hebben geen waterbesparende douchekop.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij een gemiddeld gebruik van meer dan 6 douchebeurten per week.
Technische randvoorwaarden Door toepassing van de waterbesparende douchekop komt het tapdebiet bij systemen zonder voorraadvat niet onder de tapdrempel van het tapwatertoestel.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties.
Onderwerp Warm tapwater
--- ---
Nummer maatregel GE3
Toe te passen maatregel Vervang bij een indirect verwarmd voorraadvat de bestaande ketel door een HR-ketel. Door in een warm tapwatersysteem met een indirect verwarmd voorraadvat een hoogrendementsketel (HR) toe te passen in plaats van een verbeterd rendementsketel of conventionele ketel wordt het warm tapwater energiezuiniger opgewekt.
Huidige situatie Er is een hoge tapwatervraag voor onder meer douchen en dit warm tapwater wordt opgewekt met een verbeterd rendement (VR) of conventionele ketel en opgeslagen in een buffervat.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer regelmatig de instellingen van het warmtapwatersysteem en voer regelmatig onderhoud uit aan kranen, kleppen en warmtapwaterinstallaties.

Categorie: Binnenverlichting

Onderwerp Binnenverlichting
Nummer maatregel GF1
Toe te passen maatregel Pas een regeling toe op de verlichting, zodat deze buiten gebruikstijden niet onnodig brandt. Door gebruik van een regeling wordt het onnodig branden van verlichting buiten gebruikstijden voorkomen. Er zijn diverse regelingen die hiervoor kunnen worden toegepast, zoals aanwezigheidsdetectie per ruimte, een tijdgestuurde veegschakeling, een centrale regeling met overwerktimers of een regelbord bij de ingang van het gebouw.
Huidige situatie De verlichting brandt onnodig buiten gebruikstijden.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Controleer dagelijks bij het verlaten van het pand of alle verlichting die uit kan ook is uitgezet.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF2
Toe te passen maatregel Vervang TL8-buizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL-buizen (TL8) in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende. Soms moet ook de starter worden vervangen.
Huidige situatie Armaturen met TL8-buizen, met of zonder starter zijn aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 1.600 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor toepassing van LED-buizen.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF3
Toe te passen maatregel Vervang TL5-fluorescentiebuizen door LED-buizen. Door het vervangen van TL5-buizen in de armaturen door LED-buizen wordt het energiegebruik beperkt. Het wisselen van de buizen door LED-buizen met een vergelijkbare lichtopbrengst en lichtkleur is voldoende.
Huidige situatie Er zijn armaturen met TL5-buizen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 6.100 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor de toepassing van LED-buizen.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF4
Toe te passen maatregel Vervang gloei-, halogeen- en spaarlampen door LED-lampen. Door gloei-, halogeen- en spaarlampen in de bestaande armaturen te vervangen door LED-lampen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Armaturen met gloei-, halogeen- of spaarlampen zijn aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 600 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF5
Toe te passen maatregel Vervang gasontladingslampen door LED-lampen. Vervang gasontladingslampen in de armaturen door LED-lampen. Dit beperkt het energiegebruik.
Huidige situatie Er zijn armaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 1.000 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande armaturen zijn geschikt voor LED-lampen, waardoor de lampen één-op-één vervangbaar zijn.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF6
Toe te passen maatregel Vervang montagebalken en lichtlijnen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door bij montagebalken en lichtlijnen de armaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn montagebalken of lichtlijnen met TL8-armaturen aanwezig. Dit kunnen zowel opbouwarmaturen als zwevende armaturen zijn.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.100 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF7
Toe te passen maatregel Vervang plafondspots met spaarlampen door LED-spots. Door plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.300 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF8
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met spaarlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.600 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF9
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-wandarmaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-wandarmaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 1.100 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF10
Toe te passen maatregel Vervang spots met halogeenlampen door LED-spots. Door spots met halogeenlampen te vervangen door spots met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn spots met halogeenlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 2.400 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF11
Toe te passen maatregel Vervang railspots met halogeenlampen door LED-railspots. Door railspotarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard.
Huidige situatie Er zijn railspotarmaturen met halogeenlampen op een spannings/contactrail aanwezig.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 3.200 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF12
Toe te passen maatregel Vervang railspots met gasontladingslampen door LED-railspots. Door railspots met gasontladingslampen te vervangen door LED-railspots wordt het energiegebruik beperkt. De bestaande spanningsrail/contactrail blijft bewaard.
Huidige situatie Er zijn railspots met een van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.
Economische randvoorwaarden Zelfstandig moment: bij meer dan 5.200 branduren per jaar. Natuurlijk moment: bij meer dan 2.000 branduren per jaar.
Technische randvoorwaarden De bestaande spanningsrail/contactrail is geschikt voor toepassing van de LED-railspots.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF13
Toe te passen maatregel Vervang pendelarmaturen en opbouwarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door pendelarmaturen en opbouwarmaturen ("high bay") met gasontladingslampen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn pendelarmaturen en opbouwarmaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF14
Toe te passen maatregel Vervang ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door de ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen, met of zonder starter aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Binnenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GF15
Toe te passen maatregel Vervang vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen door LED-armaturen. Door vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen te vervangen door vluchtwegsignaleringsarmaturen met LED-verlichting wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Niet van toepassing

Categorie: Buitenverlichting

Onderwerp Buitenverlichting
Nummer maatregel GG1
Toe te passen maatregel Vervang armaturen met TL8-buizen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen met TL8-buizen (die niet op een mast zitten) te vervangen door LED-armaturen wordt het energiegebruik verlaagd.
Huidige situatie Er zijn armaturen met TL8-buizen voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Buitenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GG2
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met halogeenlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Buitenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GG3
Toe te passen maatregel Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-armaturen. Door wandarmaturen met spaarlampen te vervangen door LED-armaturen, wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn wandarmaturen met spaarlampen voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.
Onderwerp Buitenverlichting
--- ---
Nummer maatregel GG4
Toe te passen maatregel Vervang armaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen. Door ingebouwde en opgebouwde armaturen (die niet op een mast zitten) met gasontladingslampen (Kwiklampenkwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) door LED-armaturen te vervangen, wordt het energiegebruik beperkt.
Huidige situatie Er zijn armaturen met gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) voor buitenverlichting aanwezig.
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Niet van toepassing
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Nee
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Reinig regelmatig de lampen, armaturen, reflectoren en sensoren van de regelingen die erbij horen.

Categorie: Zonnepanelen

Onderwerp Zonnepanelen
Nummer maatregel GH1
Toe te passen maatregel Plaats zonnepanelen op het dak. Door de plaatsing van zonnepanelen wordt duurzame elektriciteit opgewekt. Daarmee wordt bespaard op de inkoop van elektriciteit via het elektriciteitsnet.
Huidige situatie Er is ten minste 2.000 m2 aan geschikt dakoppervlak beschikbaar voor het plaatsen van minimaal 300 kWp aan zonnepanelen. Er is sprake van een grootverbruikaansluiting voor elektriciteit (meer dan 3x80 A).
Economische randvoorwaarden Niet van toepassing
Technische randvoorwaarden Het dak heeft voldoende vrije draagkracht voor de plaatsing van zonnepanelen en bijbehorende ballast. De bestaande elektriciteitsaansluiting heeft voldoende capaciteit en er is voldoende transportcapaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet. Het dak hoeft de komende 10 jaar niet te worden gerenoveerd. De verzekeraar gaat akkoord met plaatsen van de zonnepanelen zonder dat dit tot een significante prijsstijging van de verzekeringspremie leidt. Bij een installatie van 300 kWp kan alle opgewekte energie direct in het gebouw worden gebruikt. Indien het gebouw een monument is, wordt de monumentale status niet door de maatregel aangetast.
Direct uitvoerbaar (zelfstandig moment) Ja
Aspecten van doelmatig beheer en onderhoud Maak de zonnepanelen jaarlijks schoon. Controleer regelmatig of de verwachte productie gehaald wordt of laat dit monitoren.

Bijlage XIVa. bij artikel 5.29, tweede lid, van deze regeling (maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met betrekking tot gebouwen specifiek voor de glastuinbouwsector)

Categorie : Ruimteventilatie

Categorie : Warm tapwater

Categorie : Buitenverlichting

2.1. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in standaardsituaties

Bijlage XV. bij de artikelen 4.14a, eerste lid, en 5.30, eerste lid van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)

3. Distributiesysteem

6. Lucht toe en afvoer

9. Kanaalwerk ventilatie

7. Luchtfiltering (ventilatiesysteem)

0. Algemene gegevens

Bijlage XVa. behorende bij de artikelen 4.14a, tweede lid, en 5.30, tweede lid, van deze regeling (methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik voor de glastuinbouwsector)

2. Methode voor het bepalen van het CO2-reducerend effect

1. Algemeen

2.1. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in standaardsituaties

2.2. Het bepalen van het CO2-reducerend effect in niet-standaardsituaties

3. Formule terugverdientijd

Bijlage XVb. behorende bij artikel 4.14aa van deze regeling (onderzoek naar maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik)

5.3. Opgave van onbenutte warmtestromen

5.4. Analyse en conclusie energie- en warmtegebruik

Bijlage XVc. bij de artikelen 4.14b en 9.7 van deze regeling (kosteneffectiviteit)

A. Berekening kosteneffectiviteit

Bijlage XVc. bij de artikelen 4.14b en 9.7 van deze regeling (kosteneffectiviteit)

Bijlage XVI. bij artikel 5.31c van deze regeling (beperking oververhitting)

Woonfunctie met rekenzones die gekoeld en rekenzones die niet gekoeld worden

Bijlage XVII. bij artikel 5.59 van deze regeling (bepaling geluid installaties warmte- en koudeopwekking)

Bijlage XVIII. bij artikel 5.53, eerste lid, van deze regeling (beeldmerk certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties)

Bijlage XVIIIa. bij artikel 5.54 van deze regeling (risicomatrix)

Bijlage XVII. bij artikel 5.59 van deze regeling (bepaling geluid installaties warmte- en koudeopwekking)

1. Inleiding

Bijlage XVIIIc. bij de artikelen 6.9, eerste lid, en 8.26, eerste lid, van deze regeling (rekenmethode geluid civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)

2.1. Schietgeluid

Bepaling van beoordelingsgrootheden

Meten van de geluidimmissie

1. Inleiding

2.7. Buitenschietbanen

2. Definities en begrippen

2.10. Symbolen

3. Beoordelingsgrootheid

3.1. Inleiding

2.8. Militaire oefenterreinen

3.5. Salvo’s

4.1. Inleiding

4.2. Toepassingsbereik

4.1. Inleiding

3. Beoordelingsgrootheid

4.3. Principe van de rekenmethode

4.1. Inleiding

3.3. Bepaling gemiddelde toeslag voor laagfrequente componenten

4.4.2. Gegevensbestand voor bepaling bodemdemping

4.4. Toe te passen gegevensbestanden

4.4.2. Gegevensbestand voor bepaling bodemdemping

4.5.4. Reflecterende objecten

4.5.5. Keuze van rekenpunten

4.5.5. Keuze van rekenpunten

4.6.2. Geometrische demping

4.6.3. Luchtdemping

4.6.4. Bodemdemping

4.6.5. Afscherming

5.1. Schietbaan

Bijlage XVIIIe. bij de artikelen 6.13, derde lid, en 8.30, tweede en derde lid, van deze regeling (geuremissiefactoren zuiveringtechnische werken)

Onderdeel Percentage aanvoer via vrij verval riool Percentage aanvoer via vrij verval riool Percentage aanvoer via vrij verval riool Percentage aanvoer via vrij verval riool Eenheid
Onderdeel 0–25% 26–50% 51–75% 76–100% 76–100%
Ontvangwerk (put, vijzels etc.) 65 46,5 28 9,5 ou/s per m2
Roostergoedverwijdering 65 46,5 28 9,5 ou/s per m2
Roostergoedcontainers 65 46,5 28 9,5 ou/s per m2
Zandvanger:
– oppervlakte 7,5 7 6 5,5 ou/s per m2
– overstort 135 48 17 6 ou/s per m2
Zandwasser 135 48 17 6 ou/s per m2
Verdeelwerk 135 48 17 6 ou/s per m2
Voorbezinktank:
– oppervlakte 8,5 7,5 7 6 ou/s per m2
– overstort 18,5 16,5 15 13,5 ou/s per m2
Anaërobe tank 5,5 5 4,6 4,2 ou/s per m2
Selector:
– belucht 6 5,5 5 4,5 ou/s per m2
– onbelucht 5,5 5 4,6 4,2 ou/s per m2
Voordenitrificatietank 2,2 1,9 1,7 1,6 ou/s per m2
Onderdeel Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.) Slibbelasting (kg BZV/kg d.s.d.)
--- --- --- --- --- ---
Onderdeel <0,05 0,05–0,10 0,11–0,20 0,21–0,30 >0,30
Beluchtingstank
– aërobe zone:
* bellenbeluchting 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
* puntbeluchting
met omkapping 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
* borstelbeluchting
met omkapping 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
* puntbeluchting
zonder omkapping 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
– anoxische zone:
* bellenbeluchting 0,18 0,32 0,6 0,95 1,5
* borstelbeluchting 0,18 0,32 0,6 0,95 1,5
* puntbeluchting 0,18 0,32 0,6 0,95 1,5
Retourslibgemaal 0,6 1,1 2,0 3,2 5
Nabezinktank
– invoerzone 0,2 0,35 0,65 1,05 1,65
– oppervlakte 0,16 0,28 0,5 0,85 1,3
Na-nitrificatie 0,16 0,16 0,16 0,16 0,16
Na-denitrificatie 0,16 0,16 0,16 0,16 0,16

1 Voor de overstort van de nabezinktank wordt de emissie van geur niet apart berekend.

Onderdeel Slibkwaliteit Slibkwaliteit Slibkwaliteit Slibkwaliteit Eenheid
Onderdeel vers aëroob anaëroob gemengd
Voorindikker 8 3,95 8 ou/s per m2
Naindikker 3,05 ou/s per m2
Uitgegist slibbuffer 3,05 ou/s per m2
Slibindiklagune 4,05 1,75 4,35 ou/s per m2
Filterpers – – –
Zeefbandpers 4,05 1,75 4,35 ou/s per m2
Centrifuge – – –
Afvoer en opslag 4,05 1,75 4,35 ou/s per m2
Fosfaatbezinktank 3,95 ou/s per m2
Strippertank 3,95 ou/s per m2
Slibindikker 3,95 ou/s per m2
Flocculatietank 3,95 ou/s per m2

Bijlage XVIIIf. bij de artikelen 7.77 en 9.27 van deze regeling (bepalingen over het verbinden van voorschriften aan omgevingsvergunningen over het voorkomen van overschrijding standaardwaarden)

1.1. Organische parameters

Bijlage XVIIIg. bij artikel 7.77 van deze regeling (maximaal toelaatbare flux)

Stof Maximaal toelaatbare flux (in g/ha/j)
I Metalen I Metalen
Antimoon 0,39
Arseen 4,35
Barium 63
Cadmium 0,12
Chroom 15
Kobalt 3
Koper 5,4
Kwik 0,045
Lood 12,75
Molybdeen 1,5
Nikkel 5,25
Zink 21
II Anorganische verbindingen II Anorganische verbindingen
Cyaniden-vrij 0,15
Cyaniden-complex (pH<5)1 0,75
Cyaniden-complex (pH >5)2 0,75
Bromide 3
Chloride 300
Fluoride 140
III Aromatische verbindingen III Aromatische verbindingen
Benzeen 0,4
Ethylbenzeen 8
Tolueen 14
Xylenen 0,4
Styreen (vinylbenzeen) 12
Fenol 0,4
Cresolen (som) 0,4
Catechol(o-dihydroxybenzeen) 0,4
Resorcinol(m-dihydroxybenzeen) 0,4
Hydrochinon(p-dihydroxybenzeen) 0,4
IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) IV Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)
Naftaleen 0,02
Antraceen 0,0014
Fenantreen 0,006
Fluorantheen 0,006
Benzo(a)antraceen 0,0002
Chryseen 0,006
Benzo(a)pyreen 0,001
Benzo(ghi)peryleen 0,0006
Benzo(k)fluorantheen 0,0008
Indeno(1,2,3-cd)pyreen 0,0008
V Gechloreerde koolwaterstoffen V Gechloreerde koolwaterstoffen
Vinylchloride 0,02
Dichloormethaan 0,02
1,1-dichloorethaan 14
1,2-dichloorethaan 14
1,1-dichlooretheen 0,02
1,2-dichlooretheen (cis en trans) 0,02
dichloorpropanen 1,6
trichloormethaan (chloroform) 12
1,1,1-trichloorethaan 0,02
1,1,2-trichloorethaan 0,02
trichlooretheen (Tri) 48
tetrachloormethaan (Tetra) 0,02
tetrachlooretheen (Per) 0,02
monochloorbenzeen 14
dichloorbenzenen 6
trichloorbenzenen 0,02
tetrachloorbenzenen 0,02
pentachloorbenzeen 0,006
hexachloorbenzeen 0,00018
monochloorfenolen (som) 0,6
dichloorfenolen 0,4
trichloorfenolen 0,06
tetrachloorfenolen 0,02
pentachloorfenol 0,08
polychloorbifenylen (som)3 0,02
VI Bestrijdingsmiddelen VI Bestrijdingsmiddelen
DDT/DDE/DDD4 0,000008
Aldrin 0,000018
Dieldrin 0,0002
Endrin 0,00008
HCH-verbindingen5 0,1
α-HCH 0,066
ß-HCH 0,016
γ-HCH 0,018
atrazine 0,038
carbaryl 0,004
carbofuran 0,018
chloordaan 0,00004
endosulfan 0,0004
heptachloor 0,00001
heptachloor-epoxide 0,00001
Maneb 0,0001
MCPA 0,02
organotinverbindingen 0,0001 – 0,038
VII Overige verontreinigingen VII Overige verontreinigingen
cyclohexanon 1
Ftalaten (som)6 1
minerale olie7 100
pyridine 1
tetrahydrofuran 1
tetrahydrothiofeen 1

1 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.

2 Zuurgraad: pH (0,01 M CaCl2). Voor de bepaling van pH groter dan of gelijk aan 5 en pH kleiner dan 5 geldt het 90-percentiel van de gemeten waarden.

3 Onder polychloorbifenylen (som) wordt verstaan: de som van PCB 28, 52, 101, 138, 153, 180. Onder de som valt PCB 118 niet.

4 Onder DDT/DDD/DDE wordt verstaan: de som van DDT, DDD en DDE.

5 Onder HCH-verbindingen wordt verstaan: som van α-HCH, ß-HCH, γ-HCH en δ-HCH

6 Onder de ftalaten wordt de som van alle ftalaten verstaan.

7 De definitie van minerale olie wordt beschreven in de Staatscourant 39, 2000. Als er sprake is van verontreiniging van mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan wordt naast het alkaangehalte ook het gehalte van aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald.

A. Emissiefactoren voor niet-snelwegen

Bijlage XXVII

[Vervallen]

Bijlage XXVIII

[Vervallen]

Bijlage XXXI. bij artikel 9.36 van deze regeling (bemonsteren en analyseren bij het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib)

2. Analyse van de bodemmonsters

Bijlage XXI. bij de artikelen 8.12, eerste lid, onder b, en 12.52, eerste lid, onder b, van deze regeling (emissiefactoren voertuigen luchtkwaliteit)

Bijlage XXXIIa. bij de artikelen 12.2b en 12.2e van deze regeling (Procedure beoordeling primaire waterkeringen)

1. Inleiding

2.2.1. Voorbereiding

2.2.1. Voorbereiding

4.2. De analyse van de relevante faalmechanismen

5. Rapportage

3.2. Het opstellen van het verhaal van de kering

5.2.2. De duiding van het resultaat

7.5. Waterkeringen in het buitenland

Bijlage XXXIIb. bij artikel 12.2c van deze regeling (randvoorwaarden beoordeling primaire waterkeringen)

2.1. Algemene bepalingen

Bijlage XXXIII. bij artikel 12.71b, onder a en b, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluidbelasting)

4.9. Belastingmodellen

4.8. Lengte-effect

2.2.1. Bronbeschrijving

2.1.1. Indicatoren, frequentiebereik en banddefinities

2.2.6. Effect van het type wegdek

2.2.7. Emissiekentallen wegverkeer

2.2.3. Rolgeluid

2.3.1. Bronbeschijving

2.3.2. Geluidsvermogensemissie

2.3.3. Aanvullende effecten

2.5.2. Gebruikte definities

2.5.5. Berekeningsproces

2.5.5. Berekeningsproces

2.5.6. Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor-, industriebronnen

Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld

Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld

Als LWS het vermogensniveau van de bron Sis, en αrde absorptiecoëfficiënt van het oppervlak van het obstakel is zoals gedefinieerd door EN1793-1:2013, dan is het vermogensniveau van de spiegelbron S' gelijk aan:

Bepaling van het aantal inwoners van een gebouw

Om voor de geluidsbronnen wegen, spoorwegen en industrie het aantal woningen en bewoners te berekenen, worden waarneempunten op ongeveer 0,1 m voor de gevels van woongebouwen geplaatst. Reflecties van de desbetreffende gevel worden bij de berekening buiten beschouwing gelaten. Voor het plaatsen van de waarneempunten wordt een van onderstaande twee procedures gebruikt.

Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld

Geval 2: gevels op vaste afstand verdeeld van het begin van de veelhoek

Voor elk waarneempunt in de bovenste helft van de gegevensreeks wordt het aantal woningen en de bewoners gelijkelijk verdeeld, zodat de som van alle waarneempunten in de bovenste helft van de gegevensreeks het totale aantal woningen en bewoners vertegenwoordigt. Er worden geen woningen of bewoners toegewezen aan de waarneempunten in de onderste helft van de gegevensreeks6De onderste helft van de gegevensreeks kan worden gelijkgesteld met de aanwezigheid van relatief rustige gevels. Als vooraf bekend is, bijvoorbeeld op basis van de locatie van gebouwen ten opzichte van de dominante geluidsbronnen, welke meetpuntlocaties plaats zullen maken voor de hoogste/laagste geluidsniveaus, is het niet nodig om het geluid voor de onderste helft te berekenen..

Wanneer informatie over de locatie van woningen binnen de voetafdruk van het gebouw beschikbaar is, worden die woningen en bewoners toegewezen aan het waarneempunt op de meest blootgestelde gevel van die woning. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om vrijstaande woningen, twee-onder-een-kap- en terraswoningen, of flatgebouwen, waarbij de interne indeling van het gebouw bekend is, of voor gebouwen met een vloeroppervlakte die een enkele woning per verdieping aangeeft, of voor gebouwen met een vloeroppervlakte en -hoogte die een enkele woning per gebouw aangeeft.

Wanneer er geen informatie beschikbaar is over de locatie van woningen binnen de voetafdruk van het gebouw, zoals hierboven uitgelegd, wordt een van de twee volgende methoden gebruikt om per gebouw de blootstelling aan lawaai van de woningen en de bewoners in de gebouwen te schatten.

Toewijzing van woningen en bewoners aan waarneempunten

In dit geval wordt voor elk gebouw de reeks van bijbehorende waarneemlocaties verdeeld in een onderste en bovenste helft op basis van de mediaanwaarde5De mediaanwaarde is de waarde die de bovenste helft (50%) van een gegevensreeks scheidt van de onderste helft (50%). van de berekende beoordelingsniveaus voor elk gebouw. In het geval van een oneven aantal waarneempunten wordt de procedure toegepast met uitzondering van de waarneemlocatie met het laagste geluidsniveau.

Voor elk waarneempunt in de bovenste helft van de gegevensreeks wordt het aantal woningen en de bewoners gelijkelijk verdeeld, zodat de som van alle waarneempunten in de bovenste helft van de gegevensreeks het totale aantal woningen en bewoners vertegenwoordigt. Er worden geen woningen of bewoners toegewezen aan de waarneempunten in de onderste helft van de gegevensreeks6De onderste helft van de gegevensreeks kan worden gelijkgesteld met de aanwezigheid van relatief rustige gevels. Als vooraf bekend is, bijvoorbeeld op basis van de locatie van gebouwen ten opzichte van de dominante geluidsbronnen, welke meetpuntlocaties plaats zullen maken voor de hoogste/laagste geluidsniveaus, is het niet nodig om het geluid voor de onderste helft te berekenen..

Deze demping wordt toegepast op de rechtstreekse straal telkens wanneer die ‘door’ een muur of gebouw gaat (reflecteert). Het vermogensniveau van de spiegelbron S' wordt dus:

Eventuele metingen, om welke reden dan ook, worden verricht in overeenstemming met de beginselen voor gemiddelde lange termijn metingen zoals vermeld in ISO 1996-1: 2003 en ISO 1996-2: 2007.

In het geval van meerdere reflecties worden de reflecties door elke individuele reflectie toegevoegd.

3. Meetmethoden

Om rekening te houden met meerdere reflecties tussen een spoorwegvoertuig en een nabijgelegen obstakel, wordt het geluidsvermogen van een enkele equivalente bron berekend. In deze berekening worden grondeffecten genegeerd.

Bijlage XXXVI. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard toepasbare regels)

Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via:

https://iplo.nl/digitaal-stelsel/aansluiten/standaarden/sttr-imtr/

Bijlage XXXVII. bij artikel 16.5 van deze regeling (standaard aanvragen en meldingen)

Deze bijlage wordt beschikbaar gesteld via:

https://iplo.nl/digitaal-stelsel/aansluiten/standaarden/sttr-imtr/

Bijlage XXXVIII

[Vervallen]

Bijlage XXXIX. bij artikel 17.6 van deze regeling (gewijzigde actuele ligging of configuratie van een spoorweg)

Rekening houden met de actuele ligging of configuratie van een spoorweg bij wijziging van geluidproductieplafonds op grond van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (eerste geluidproductieplafonds voor hoofdspoorwegen met het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen)

    1. Als de ligging of configuratie van een spoorweg, zoals deze blijkt uit de geluidbrongegevens die zijn opgenomen in het geluidregister, afwijkt van de daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van die spoorweg, kan bij berekening van geluidproductieplafonds met toepassing van artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gebruik worden gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg.
    1. Als gebruik wordt gemaakt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, worden op nieuwe of veranderde geluidbronregisterlijnen de overige relevante geluidbrongegevens op de hieronder beschreven wijze aangepast of toegevoegd.
    1. Er zijn drie situaties waarin deze werkwijze van toepassing kan zijn:
  • a. verwijdering van geluidbronregisterlijnen;
  • b. toevoeging van geluidbronregisterlijnen; en
  • c. gewijzigde ligging van geluidbronregisterlijnen.
    1. In de hierboven genoemde situaties worden de volgende te wijzigen geluidbrongegevens in het akoestisch onderzoek meegenomen: Hierbij geldt dat de intensiteitsgegevens bij de bestaande geluidproductieplafonds worden herverdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen.
    1. Als de gebruikmaking van gewijzigde geluidbrongegevens, die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de spoorweg, leidt tot een toename van de geluidproductie op een of meer referentiepunten ten opzichte van het geldende geluidproductieplafond, wordt deze toename gecompenseerd door de plafondcorrectiewaarde zodanig naar beneden bij te stellen dat niet langer sprake is van een dergelijke toename op de betreffende referentiepunten.
    1. Nadat de plafondcorrectiewaarde is bepaald, worden de intensiteitsgegevens die horen bij het toegestane geluid door spoorvoertuigen op het emplacement, verdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde geluidbronregisterlijnen, en worden de geluidproductieplafonds berekend.
    1. Het rapport van het akoestisch onderzoek voor het besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden bevat tenminste de geluidbrongegevens uit stap 4, 5 en 6 die op grond van deze bijlage zijn toegepast bij het berekenen van de geluidproductieplafonds.

Bijlage XXXIV. bij de artikelen 13.2, 13.3, 13.5, tweede en derde lid, 13.8, tweede lid, en 13.9, eerste lid, van deze regeling (kostenverhaal met tijdvak)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)