Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsregeling)
2.6.4. Voor wegen en spoorwegen zonder geluidproductieplafonds
2.5.1. De kruispunttoeslag ΔLkruispunt
2.5.2. Obstakeltoeslag ΔLobstakel
2.5.1. De kruispunttoeslag ΔLkruispunt
2.4. Het geluidemissiegetal LE
2.8. De bodemdemping ΔLB
2.5.1. De kruispunttoeslag ΔLkruispunt
2.11. De niveaureductie ΔLR bij reflecties
3.1. Voorwaarden eenvoudige methode
3.2. Werkwijze eenvoudige methode
Schermtop in de vorm van een T-top
Andere profielen
4.1.2
2.12. Het octaafbandspectrum van het equivalente geluidniveau
4.2.1
4.1.3
4.3.1
4.3.2
4.3.2
4.4.3
7.1. Definitie
4.5.1
6.1. Definitie
7.4.1. Algemeen
7.4.3. Meetprocedure
7.2. Rekenregel Cdiff
7.3. Rekenregel CS,diff
7.3. Rekenregel CS,diff
8. Toelichting
7.4. Meettechnische bepaling producteigenschappen van een ingegraven diffractor
8.2.9. De niveaureductie bij reflecties
7.4.3. Meetprocedure
7.5. Meettechnische bepaling producteigenschappen van een diffractor op scherm
8. Toelichting
Bijlage IVf. bij de artikelen 3.8, eerste lid, onder b, 3.12, onder a en d, 3.14, eerste lid, onder c, en vijfde lid, en 3.19, onder a en d, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid spoorwegen)
8.2.3. Reflecties
8.2.6. De kruispunttoeslag ΔLkruispunt
1. Algemeen
8.3. Standaardmeetmethode
2.4. Berekeningswijze
1.2. Spoorvoertuigcategorieën en spoorwegconstructies
2. De geluidemissiegetallen per octaafband
2.2. Bovenbouw
2.7. Overstand
3. Standaardrekenmethode
3.1. Begrippen
3.3.6. Tunnelbakken
3.3.7. Geluidsschermen en afschermende objecten
3.3.2. Bodemgesteldheid
3.1. Begrippen
3.3.5. Overwegen
3.3. Modellering van de situatie
3.3.8. Perrons
3.8. Bepaling spoorspecifieke geluidisolatie
3.9. De niveaureductie ten gevolge van reflecties ∆LR
3.8. Bepaling spoorspecifieke geluidisolatie
4.1.1. Voorwaarden eenvoudige meetmethode
4.1.2. Werkwijze eenvoudige meetmethode
3.9. De niveaureductie ten gevolge van reflecties ∆LR
4.1.3. Uitgangspunten bepaling geluidbelasting
4.2.1. Inleiding
4.2.3. Splitsing in rolgeluidtoename en kunstwerkgeluid
4.1.1. Voorwaarden eenvoudige meetmethode
4.3.1. Indeling in een bestaande categorie, procedure A
4.3.4. Bepaling conditie tramspoor
4.2.1. Inleiding
4.3.4. Bepaling conditie tramspoor
5.3.1. Meetmethode
5. Reken- en meetvoorschrift diffractor
6. Toelichting
4.2.5. Modellering in de standaardrekenmethode
4.3.4. Bepaling conditie tramspoor
6.4. De geluidemissiegetallen (hoofdstuk 2)
Op plaatsen waar een gebied met spoorstaafonderbrekingen start of eindigt, zoals bij voegenspoorstaven, wissels en kruisingen, kan, bij korte opeenvolging van geluidemissietrajectovergangen, de afstand van 30 m zoveel kleiner worden genomen als nodig. Het geluidemissiegetal per octaafband wordt berekend voor meerdere bronhoogten.
Bijlage IVg. bij de artikelen 3.14, eerste lid, onder b en d, en 3.21, eerste lid, onder b van deze regeling (rekenmethode geluid op een geluidreferentiepunt)
2.3. Correcties op de geluidemissie
De constante van -58,6 hierin is het gevolg van het feit dat:
6.6.1. Standaardmeetmethode
6.6.1. Standaardmeetmethode
Bij het uitvoeren van metingen volgens de standaardmeetmethode moet er inzicht zijn in de rol en het doel van de metingen. Als het om toetsing aan normen gaat, binnen het kader van deze bijlage, dan kunnen metingen een rol hebben als rekenmodellen tekortschieten. Deze schieten tekort als ze worden gebruikt buiten het toepassingsgebied waar ze voor zijn bedoeld. In sommige gevallen is er een klein deel van de berekening dat buiten het toepassingsgebied valt. In dat geval kan voor die deelbijdrage worden gedacht aan metingen.
6.6.4. Toepassing van de methode voor meting en modellering van bruggen
6.6.5. Meetmethode emissies trams
6.6.5. Meetmethode emissies trams
6.7. Lijst van symbolen
6.6.5. Meetmethode emissies trams
Bijlage IVh. bij de artikelen 3.21, eerste lid, onder a, en 3.23, eerste lid, onder a en e, 6.6, eerste en tweede lid en 8.22, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid industrie)
3.1. Sectorhoek
3.5.1. Voor wegen
3.5.2. Voor spoorwegen
1.3.1. Vereiste meetnauwkeurigheid
1.4. Samenvatting methode I en II
2.2.5.4. Bepaling gestandaardiseerd immissieniveau Li
2.3. Bepaling geluidvermogen
2.3.1. Algemeen
2.3.2.1. Toepassingsgebied
2.3.2. Methode I
2.3. Bepaling geluidvermogen
2.3.2.4. Aangepaste meetvlakmethode (methode I.3)
2.3.2.3. Geconcentreerde bronmethode (methode I.2)
2.3.3.1. Geconcentreerde bronmethode (methode II.2)
2.3.3.2. Aangepaste meetvlakmethode (methode II.3)
2.3.3.2. Aangepaste meetvlakmethode (methode II.3)
2.3.3.4. Intensiteitsmetingen (methode II.5)
2.3.3.5. Snelheidsmetingen (trillingsmetingen, methode II.6)
2.3.3.6. Uitstraling gebouwen (methode II.7)
3. Bepaling overdracht
3.2.1. Algemeen
3.1.1. Basisformule
3.2.3. Basisformule
3.1. Methode I
3.1. Methode I
3.2.1. Algemeen
3.2.3.1. Dgeo
3.2.3.1. Dgeo
3.2.3.4. Dscherm
3.4. Methode II: Hybride methoden (II.10)
4.1. Toepassingsbereik
3.2.3.6. Dterrein
4.3.3. Muziekgeluid
4.4. Bepaling beoordelingsgrootheden
4.3.4. Laagfrequent geluid
4.2. Te beschouwen bedrijfssituatie
4.4. Bepaling beoordelingsgrootheden
5.3. Bijzondere geluiden (tonaal karakter/impulsgeluid/muziekgeluid)
4.4. Bepaling beoordelingsgrootheden
6.4. Nadere toelichting hoofdstuk 2
5.4. Bepaling beoordelingsgrootheid
Bijlage IVi. bij de artikelen 3.28, onder a, 6.8, eerste lid, en 8.25, eerste en tweede lid, van deze regeling (meet- en rekenmethode geluid windturbines)
1. Standaardmeetmethode
5.4.2. Bepaling jaargemiddeld beoordelingsniveau LAr,JM
1.2. Apparatuur
6.4. Nadere toelichting hoofdstuk 2
1.3.4. Windrichting, temperatuur en luchtdruk
1. Standaardmeetmethode
1. Standaardmeetmethode
1.6. Handhaving
1.6. Handhaving
2.8.2. Schematiseren van objecten tot scherm
2.5. De geometrische uitbreidingsterm Dgeo
2.11. De bodemdemping Dbodem
2.4.4. Bijzondere situaties
2.7. De term Drefl
Bij schermen van geringe hoogten wordt een correctiefactor Hf toegepast volgens formule 2.15.
2.11.3. Berekening van Dbodem
De horizontale omwegen worden berekend door de situatie op het horizontale referentievlak te projecteren. De projecties van B en I zijn B’ en I’ en de rechten LL” en RR” snijden het referentievlak in L’ en R’ (zie figuur 2.6).
Van elk van de omwegen wordt een Fresnelgetal N bepaald:
Voor de frequentie f wordt bij berekening in octaafbanden de middenfrequentie van de laagste tertsband in de octaafband ingevuld (deze is gelijk aan foct/21/2) en bij berekening in tertsbanden de middenfrequentie van de betreffende tertsband. Uit het Fresnelgetal wordt de afscherming per schermrand berekend, uitgaande van de veronderstelling dat elke rand oneindig lang is. De bijdragen van de verschillende overdrachtswegen worden gesommeerd. Dscherm wordt gecorrigeerd als de hoogte van het scherm boven het laagste van de twee aan het scherm grenzende maaivelden (hsr – hma) klein is. Voor obstakels die sterk afwijken van een ideaal dun scherm wordt een term ∆D in rekening gebracht in formule 2.15.
Als Nv ≤ -0,1
D scherm = 0 dB
Bijlage VI. bij de artikelen 4.5, 4.6, tweede lid, 4.7, tweede lid, 6.14, vijfde lid, 8.31, vijfde lid, en 9.3, vierde lid, van deze regeling (aanvullende technieken en reductiepercentages)
| Code | Omschrijving aanvullende techniek | Nummer systeembeschrijving Omgevingswet | Toepasbaar bij code | Reductiepercentage | Reductiepercentage | Reductiepercentage | Voldoen ook aan nummer systeembeschrijving Omgevingswet |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Code | Omschrijving aanvullende techniek | Nummer systeembeschrijving Omgevingswet | Toepasbaar bij code | Ammoniak | Geur | PM10 | Voldoen ook aan nummer systeembeschrijving Omgevingswet |
| LW | Luchtwassystemen | ||||||
| LW1 | Enkelvoudige biologische luchtwassystemen | ||||||
| LW1.1 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 45% | 75% | |
| LW1.1 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 | HC | 67% | 43% | 71% | OW 2017.07 |
| LW1.1 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2006.02.V1, OW 2007.03.V1, OW 2010.27.V1, OW 2011.11.V1, OW 2013.02.V1 | HK | 70% | - | - | |
| LW1.2 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2008.05.V1, OW 2011.12.V1 | HA3, HD | 70% | 45% | 75% | |
| LW1.2 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2008.05.V1, OW 2011.12.V1 | HC | 67% | 43% | 71% | OW 2017.07 |
| LW1.3 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2004.01.V1, OW 2008.01.V1, OW 2008.02.V1, OW 2008.03.V1, OW 2008.04.V1, OW 2008.12.V1, OW 2009.20.V1, OW 2009.21.V1 | HA3, HD | 70% | 45% | 60% | |
| LW1.3 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2004.01.V1, OW 2008.01.V1, OW 2008.02.V1, OW 2008.03.V1, OW 2008.04.V1, OW 2008.12.V1, OW 2009.20.V1, OW 2009.21.V1 | HC | 67% | 43% | 57% | OW 2017.07 |
| LW1.4 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 45% | 60% | |
| LW1.4 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 | HC | 67% | 43% | 57% | OW 2017.07 |
| LW1.4 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2009.13.V1, OW 2010.28.V1, OW 2015.04.V1 | HK | 70% | - | - | |
| LW1.5 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2012.07.V1 | HA3, HD | 85% | 45% | 60% | |
| LW1.5 | Biologisch luchtwassysteem | OW 2012.07.V1 | HC | 81% | 43% | 57% | OW 2017.07 |
| LW1.6 | Biofilter | OW 2011.03.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 45% | 80% | |
| LW1.7 | Biofilter waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 20 juli 2025 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 20 juli 2025. | OW 2020.06.V1 | HD | 70% | 45% | 80% | |
| LW2 | Enkelvoudige chemische luchtwassystemen | ||||||
| LW2.1 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2001.31.V1, OW 2007.06.V1 | HE1.1.2.1 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.2 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2001.32.V1, OW 2007.07.V1 | HE1.1.2.2 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.3 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2004.02.V1, OW 2006.04.V1, OW 2006.05.V1, OW 2008.07.V1, OW 2009.01.V1, OW 2010.25.V1, OW 2011.14.V1 | HA3, HD | 70% | 30% | 35% | |
| LW2.3 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2004.02.V1, OW 2006.04.V1, OW 2006.05.V1, OW 2008.07.V1, OW 2009.01.V1, OW 2010.25.V1, OW 2011.14.V1 | HC | 67% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.4 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 70% | 30% | 35% | |
| LW2.4 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 | HC | 67% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.4 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2005.01.V1, OW 2008.06.V1, OW 2014.01.V1 | HK | 70% | - | - | |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HA3, HD | 95% | 30% | 35% | |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HC | 90% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HE1, HF, HG, HH1, HH2.1 | 90% | 40% | 35% | |
| LW2.5 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2007.05.V1 | HK | 90% | - | - | |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HA3, HD | 95% | 30% | 35% | |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HC | 90% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HE1, HF, HG, HH1, HH2.1 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.6 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.08.V1 | HK | 90% | - | - | |
| LW2.7 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.09.V1, OW 2010.26.V1 | HA3, HD | 95% | 30% | 35% | |
| LW2.7 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2008.09.V1, OW 2010.26.V1 | HC | 90% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.8 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2013.08.V1 | HA3, HD, HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 90% | 30% | 35% | |
| LW2.8 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2013.08.V1 | HC | 86% | 29% | 33% | OW 2017.07 |
| LW2.8 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2013.08.V1 | HK | 90% | - | - | |
| LW2.9 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2021.03.V1 | HE1, HE2, HE3, HE4, HG1, HG2, HG3, HH1 | 70% | 30% | 70% | |
| LW2.10 | Chemisch luchtwassysteem | OW 2021.04.V1 | HE5, HF1, HG4, HH2.1 | 70% | 30% | 70% | |
| LW3 | Water luchtwassystemen | ||||||
| LW3.1 | Water luchtwassysteem | OW 2009.19.V1 | HE1, HE2, HE3, HE4, HE5, HF1, HG1, HG2, HG3, HG4, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 33% | |
| LW4 | Meervoudige luchtwassystemen | ||||||
| LW4.1 | Biologische luchtwassysteem met watergordijn | OW 2007.02.V1, OW 2009.12.V1, OW 2010.02.V1 | HA3, HD | 85% | 45% | 80% | |
| LW4.1 | Biologische luchtwassysteem met watergordijn | OW 2007.02.V1, OW 2009.12.V1, OW 2010.02.V1 | HC | 81% | 43% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.2 | Biologisch en water luchtwassysteem met geurverwijderingssectie | OW 2011.07.V1 | HA3, HD | 85% | 45% | 80% | |
| LW4.2 | Biologisch en water luchtwassysteem met geurverwijderingssectie | OW 2011.07.V1 | HC | 81% | 43% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.3 | Biologisch en chemisch luchtwassysteem met biofilter | OW 2011.08.V1 | HA3, HD | 90% | 45% | 80% | |
| LW4.3 | Biologisch en chemisch luchtwassysteem met biofilter | OW 2011.08.V1 | HC | 86% | 43% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.4 | Chemisch luchtwassysteem (lamellenfilter) en water luchtwassysteem | OW 2006.14.V1 | HA3, HD | 85% | 30% | 80% | |
| LW4.4 | Chemisch luchtwassysteem (lamellenfilter) en water luchtwassysteem | OW 2006.14.V1 | HC | 81% | 29% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.5 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2006.15.V1 | HA3, HD | 70% | 30% | 80% | |
| LW4.5 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2006.15.V1 | HC | 67% | 29% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| LW4.6 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2007.01.V1 | HA3, HD | 85% | 30% | 80% | |
| LW4.6 | Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter | OW 2007.01.V1 | HC | 81% | 29% | 76% | OW 2017.07.V1 |
| AR | Aanvullende technieken rundvee | ||||||
| AR1 | Beweiden | ||||||
| AR1.1 | Beweiden | HA1 | 0% | 0% | 20% | ||
| AV | Aanvullende technieken varkens | ||||||
| AV1 | Schuine wanden in mestkanaal | ||||||
| AV1.1 | Schuine wanden in mestkanaal | OW 2016.01.V1 | HD1.100 | 40% | 0% | 0% | |
| AV1.2 | Schuine wanden in mestkanaal | OW 2016.02.V1 | HD2.100, HD5.100 | 15% | 0% | 0% | |
| AV1.3 | Schuine wanden in mestkanaal | OW 2016.03.V1 | HD3.100, HD3.101 | 20% | 0% | 0% | |
| AV100 | Overige technieken varkens | ||||||
| AV100.1 | Drijvende ballen in mest | OW 2010.01.V1 | HD | 29% | 0% | 0% | |
| AP | Aanvullende technieken pluimvee | ||||||
| AP1 | Oliefilm | ||||||
| AP1.1 | Oliefilm met drukleidingen | OW 2009.17.V1 | HE3, HE5, HF1, HG4 | 0% | 0% | 54% | |
| AP1.2 | Oliefilm met sproeikoppen | OW 2015.01.V1 | HE1.3, HE2.3, HE4.2 | 0% | 0% | 15% | |
| AP1.3 | Oliefilm met robot | OW 2015.02.V1 | HE1.2.1, HE1.100, HE2.2, HE2.100, HE4.3, HE4.4, HE4.5, HE4.100 | 0% | 0% | 30% | |
| AP2 | Ionisatie | ||||||
| AP2.1 | Ionisatie met negatieve coronadraden | OW 2009.18.V1 | HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 | 0% | 0% | 49% | |
| AP2.2 | Ionisatiefilter | OW 2011.01.V1 | HE1, HE2, HE3, HE4, HE5, HF1, HG1, HG2, HG3, HG4, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 57% | |
| AP2.3 | Ionisatie met koolstofborsteltjes | OW 2020.03.V1 | HE, HF, HG | 0% | 0% | 31% | |
| AP2.4 | Ionisatie met negatieve coronadraden (prikkeldraad) | OW 2020.04.V1 | HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 | 0% | 0% | 52% | |
| AP2.5 | Ionisatie-units met ingebouwde coronadraden en ingebouwd collectoroppervlak | OW 2020.05.V1 | HE5.1, HE5.2, HE5.3, HE5.4, HE5.5, HE5.7, HE5.8, HE5.9, HE5.10, HE5.100 | 0% | 0% | 16% | |
| AP3 | Mestdrogen | ||||||
| AP3.1 | Droogtunnel met geperforeerde banden | OW 2005.06.V1 | HE1, HE2 | 0% | 0% | 30% | |
| AP3.2 | Droogtunnel met geperforeerde metalen platen | OW 2007.09.V1 | HE1, HE2 | 0% | 0% | 55% | |
| AP3.3 | Mestdroogsysteem met geperforeerde doek | OW 2001.36.V1 | HE1, HE2, HE4, HE5 | 0% | 0% | 55% | |
| AP4 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens | ||||||
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.02.V1 | HE5.4 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.03.V1 | HE5.5 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.04.V1 | HE5.6 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.15.V1 | HE5.7 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2017.08.V1 | HE5.8 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2017.09.V1 | HE5.10 | 0% | 10% | 10% | |
| AP4.1 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen | OW 2009.08.V1 | HE5.100 | 10% | 10% | 10% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.05.V1 | HE5.4 | 15% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.06.V1 | HE5.5 | 10% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.07.V1 | HE5.6 | 25% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.16.V1 | HE5.7 | 15% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2017.10.V1 | HE5.8 | 10% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2017.11.V1 | HE5.10 | 0% | 20% | 23% | |
| AP4.2 | Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen | OW 2009.09.V1 | HE5.100 | 25% | 20% | 23% | |
| AP100 | Overige technieken pluimvee | ||||||
| AP100.1 | Droogfilterwand | OW 2010.29.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 40% | |
| AP100.2 | Strooiselschuif | OW 2017.02.V1 | HE2.3 | 20% | 0% | 20% | |
| AP100.3 | Luchtconditioneringsunit | OW 2020.01.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 80% | |
| AP100.4 | Warmtewisselaar; 1–95% reductie PM10 | OW 2021.01.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 1–95% | |
| AP100.5 | Stoffilter met 99% verwijdering PM10 | OW 2021.02.V1 | HE, HF, HG, HH1, HH2.1 | 0% | 0% | 1–95% |
Bijlage IVl. bij artikel 3.56 van de Omgevingsregeling (aanvraagformulier toelating instrument)
Het aanvraagformulier bevat ten minste onderstaande onderdelen:
| Registratienummer | |
|---|---|
| Instrumentnaam | |
| Uw referentiecode | |
| Ingediend op | |
| Ingediende bijlagen |
-
- Bedrijf
| KvK-nummer | |
|---|---|
| Vestigingsnummer | |
| Statutaire naam | |
| Handelsnaam |
-
- Contactpersoon
| Geslacht | □ Man | □ Vrouw | |
|---|---|---|---|
| Voorletters | |||
| Voorvoegsels | |||
| Achternaam | |||
| Functie |
-
- Vestigingsadres bedrijf
| Postcode | |
|---|---|
| Huisnummer | |
| Huisnummertoevoeging | |
| Huisletter | |
| Straatnaam | |
| Woonplaats | |
| Adres |
-
- Correspondentieadres
| Adres | |
|---|---|
-
- Contactgegevens
| Telefoonnummer |
|---|
| E-mailadres |
| Adres berichtenbox |
-
- Instrument
| Naam instrument | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? | Instrument is gebaseerd op een reeds toegelaten instrument? |
| □ JA, registratienummer | □ JA, registratienummer | □ JA, registratienummer | □ NEE | □ NEE | □ NEE |
| Gevolgklasse | Gevolgklasse | □ GK1 | □ GK1 | □ GK2 | □ GK3 |
| Type bouwwerken |
Beschrijving van het instrument voor kwaliteitsborging waarin ten minste de onderdelen van afdeling 10.7B en 3.19 van het Besluit bouwwerken leefomgeving aan bod komen.
Hierbij verklaar ik dat ik de aanvraag naar waarheid heb ingevuld en dat ik weet dat er kosten verbonden kunnen zijn aan het indienen van een aanvraag.
| Datum | |
|---|---|
| Handtekening | Handtekening |
Bijlage V. bij de artikelen 4.5, 4.6, 4.7, eerste en tweede lid, 6.14, vierde en vijfde lid, 7.124, tweede lid, 8.31, vierde en vijfde lid, en 9.3, derde lid, van deze regeling (huisvestingssystemen en emissiefactoren)
| Code | Beschrijving huisvestingssysteem | Nummer systeembeschrijving | Emissiefactor per dierplaats | Emissiefactor per dierplaats | Emissiefactor per dierplaats |
|---|---|---|---|---|---|
| Code | Beschrijving huisvestingssysteem | Nummer systeembeschrijving | ammoniak (kg NH3/jaar) | geur (ouE/sec) | fijnstof (g PM10/jaar) |
| HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE | HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE |
| HA1 | Diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) | ||||
| HA1.1 | Grupstal met drijfmest | OW 1993.09.V1 | 5,7 | – | 81 |
| HA1.2 | Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot | OW 1993.03.V1, OW 1993.04.V1, OW 1993.05.V1, OW 1993.06.V1, OW 1994.08.V1 | 10,2 | – | 148 |
| HA1.3 | Ligboxenstal met hellende vloer en spoelsysteem | OW 1994.03.V1 | 9,2 | – | 148 |
| HA1.4 | Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot met spoelsysteem of roostervloer met spoelsysteem | OW 2001.28.V1 | 10,2 | – | 148 |
| HA1.5 | Ligboxenstal met dichte geprofileerde hellende vloer | OW 2009.11.V1 | 11,0 | – | 148 |
| HA1.6 | Ligboxenstal met dichte hellende vloer met rubber toplaag | OW 2009.22.V1 | 11,0 | – | 148 |
| HA1.7 | Ligboxenstal met sleufvloer | OW 2010.14.V1, OW 2010.24.V1 | 11,8 | – | 148 |
| HA1.8 | Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor voor 12 april 2017 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.30.V1 | 6,0 | – | 148 |
| HA1.9 | Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag | OW 2010.31.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.10 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.32.V1 | 11,8 | – | 148 |
| HA1.11 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.33.V1 | 12,2 | – | 148 |
| HA1.12 | Ligboxenstal met roostervloer met cassettes in de roosterspleten | OW 2010.34.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.13 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen | OW 2010.35.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.14 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2010.36.V1 | 10,3 | – | 148 |
| HA1.15 | Ligboxenstal met V-vormige vloer met gietasfalt in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.01.V1 | 11,7 | – | 148 |
| HA1.16 | Mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.02.V1 | 5,1 | – | 148 |
| HA1.17 | Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis | OW 2012.04.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.18 | Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten | OW 2012.05.V1 | 11 | – | 148 |
| HA1.19 | Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met perforaties waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.08.V1 | 10,1 | – | 148 |
| HA1.20 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtingen | OW 2013.01.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.21 | Ligboxenstal met sleufvloer met in doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten | OW 2013.03.V1 | 11 | – | 148 |
| HA1.22 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven met urineafvoergat of met regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen | OW 2013.04.V1 | 6 | – | 148 |
| HA1.23 | Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, aaneengesloten of met regelmatige mestafstorten met afdichtflappen | OW 2013.05.V1 | 7 | – | 148 |
| HA1.24 | Ligboxenstal met vloer met geprofileerde rubber matten met hellend profiel en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2013.06.V1 | 10,3 | – | 148 |
| HA1.25 | Ligboxenstal met hellende vloer met geprofileerde rubber matten en centrale giergoot | OW 2013.07.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.26 | Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten en vernevelsysteem | OW 2014.02.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.27 | Ligboxenstal met roostervloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel en cassettes in roosterspleten | OW 2015.05.V1 | 6 | – | 148 |
| HA1.28 | Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan zijkant waarvoor voor 1 januari 2019 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2015.06.V1 | 9,9 | – | 148 |
| HA1.29 | Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag | OW 2017.06.V1 | 8 | – | 148 |
| HA1.30 | Ligboxenstal met sleufvloer met geprofileerde rubber tegels waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.02.V1 | 8,1 | – | 148 |
| HA1.31 | Ligboxenstal met vlakke betonnen vloerplaten met sleuven, voorzien van profiel met 1% hellende groeven richting een centrale giergoot met giergaten en mestverwijdering waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.03.V1 | 9,1 | – | 148 |
| HA1.32 | Ligboxenstal met geprofileerde rubber oplegsleufvloer met hellende sleuven met gierafvoergaatjes waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.06.V1 | 7,1 | – | 148 |
| HA1.33 | Ligboxenstal met dichte geprofileerde vloer met rubbermatten en composietnokken met hellend profiel waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.07.V1 | 9,0 | – | 148 |
| HA1.34 | Ligboxenstal met vlakke vloer met rubber sleufvloer, vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 26 april 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 26 april 2024 | OW 2019.01.V1 | 8,3 | – | 148 |
| HA1.35 | Ligboxenstal met urineopvangstation waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 juni 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 juni 2024 | OW 2021.05.V1 | 8,4 | – | 148 |
| HA1.36 | Ligboxenstal met een indrukbare drainerende loopvloer voorzien van een mestschuif, waarbij de urine en mest direct worden gescheiden en apart worden opgeslagen, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 | OW 2021.06.V1 | 6,4 | – | 148 |
| HA1.37 | Ligboxenstal voorzien van geprofileerde rubberen oplegmatten met ruitprofiel onder 2% afschot naar een centrale giergoot en frequente mestverwijdering met vaste mestschuif, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024 | OW 2021.07.V1 | 8,9 | – | 148 |
| HA1.38 | Natuurlijk geventileerde ligboxenstal met een roostervloer voorzien van inlays met urineafvoergaatjes in de roosterspleten, frequent bevochtigen en schoonzuigen van de vloer door een mestverzamelrobot en een mechanische kelderluchtafzuiging met een chemisch luchtwassysteem (95% emissiereductie) | OW 2021.08.V1 | 3 | - | 148 |
| HA1.39 | Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in een helling van 3,5% in combinatie met een gierafvoerbuis, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 9 maart 2026 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, of, als een vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 9 maart 2026 | OW 2022.01.V1 | 6,2 | - | 148 |
| HA1.100 | Overige huisvestingssystemen | 13 | – | 148 | |
| HA2 | Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar | ||||
| HA2.100 | Overige huisvestingssystemen | 4,4 | – | 38 | |
| HA3 | Diercategorie vleeskalveren jonger dan 1 jaar | ||||
| HA3.1 | Stal met hellende roostervloer in combinatie met hellende schijnvloer onder roostervloer waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2012.09.V1 | 2,5 | 35,6 | 33 |
| HA3.2 | Stal met volledige roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtkleppen in de roosterspleten waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2018.04.V1 | 1,9 | 31,2 | 22 |
| HA3.100 | Overige huisvestingssystemen | 3,5 | 35,6 | 33 | |
| HA4 | Diercategorie zoogkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren) | ||||
| HA4.100 | Overige huisvestingssystemen | 4,1 | – | 86 | |
| HA5 | Diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar | ||||
| HA5.100 | Overige huisvestingssystemen | 5,3 | 35,6 | 170 | |
| HA6 | Diercategorie overig rundvee van 2 jaar en ouder | ||||
| HA6.100 | Overige huisvestingssystemen | 6,2 | – | 170 | |
| HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN | HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN | ||||
| HB1 | Diercategorie schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren) | ||||
| HB1.100 | Overige huisvestingssystemen (beweiden) | 0,7 | 7,8 | – | |
| HOOFDCATEGORIE C: GEITEN | HOOFDCATEGORIE C: GEITEN | ||||
| HC1 | Diercategorie geiten van 1 jaar en ouder | ||||
| HC1.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,9 | 18,8 | 19 | |
| HC2 | Diercategorie geiten vanaf 61 dagen tot 1 jaar | ||||
| HC2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,8 | 11,3 | 10 | |
| HC3 | Diercategorie geiten tot 61 dagen | ||||
| HC3.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,2 | 5,7 | 10 | |
| HOOFDCATEGORIE D: VARKENS | HOOFDCATEGORIE D: VARKENS | ||||
| HD1 | Diercategorie gespeende biggen minder dan 25 kg | ||||
| HD1.1 | Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif | OW 1993.01.V1 | 0,20 | 5,4 | 56 |
| HD1.2 | Gedeeltelijk rooster met spoelgotensysteem | OW 1994.09.V1, OW 1997.01.V1 | 0,24 | 7,8 | 74 |
| HD1.3 | Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof | ||||
| HD1.3.1 | Volledig rooster | OW 1996.05.V1 | 0,18 | 7,8 | 56 |
| HD1.3.2 | Gedeeltelijk rooster | OW 1996.05.V1 | 0,25 | 7,8 | 74 |
| HD1.4 | Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster | OW 1996.06.V1 | 0,23 | 5,4 | 74 |
| HD1.5 | Ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal | ||||
| HD1.5.1 | Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,13 m2 per dierplaats | OW 1996.01.V1 | 0,26 | 5,4 | 74 |
| HD1.5.2 | Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,19 m2 per dierplaats | OW 2001.14.V1 | 0,33 | 7,8 | 74 |
| HD1.6 | Schuine putwand | ||||
| HD1.6.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,07 m2 per dierplaats, ongeacht groepsgrootte | OW 2001.13.V1 | 0,17 | 5,4 | 74 |
| HD1.6.2 | Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen tot 30 dieren | OW 2004.06.V1 | 0,21 | 5,4 | 74 |
| HD1.6.3 | Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren zonder spoelgoten | OW 2010.04.V1 | 0,18 | 5,4 | 74 |
| HD1.6.4 | Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren met spoelgoten | OW 1999.05.V1, OW 1999.06.V1 | 0,18 | 7,8 | 74 |
| HD1.7 | Gedeeltelijk rooster met verkleinde mestoppervlakte | OW 2001.16.V1 | 0,39 | 7,8 | 74 |
| HD1.8 | Mestopvang in water met mestafvoersysteem | OW 2006.07.V1 | 0,15 | 5,4 | 56 |
| HD1.9 | Volledig rooster met water- en mestkanaal | OW 2010.05.V1 | 0,20 | 5,4 | 56 |
| HD1.10 | Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) | OW 2010.12.V1 | 0,17 | 5,4 | 56 |
| HD1.11 | Hok met conditionering van de ligvloertemperatuur, mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, beide kanalen voorzien van een pan met watervulsysteem, dagelijkse mestafvoer uit het mestkanaal en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,062 m2per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum | OW 2019.02.V1 | 0,21 | 5,4 | 56 |
| HD1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,69 | 7,8 | 74 | |
| HD2 | Diercategorie kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen) | ||||
| HD2.1 | Spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest | OW 1993.12.V1, OW 1999.02.V1 | 3,3 | 27,9 | 160 |
| HD2.2 | Kunststof schijnvloer met schuif onder rooster | OW 1994.02.V1 | 3,7 | 27,9 | 160 |
| HD2.3 | Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif | OW 1994.06.V1 | 4,0 | 27,9 | 160 |
| HD2.4 | Hellende gecoate keldervloer met giergoot en mestschuif | OW 1994.07.V1 | 3,1 | 27,9 | 160 |
| HD2.5 | Ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal | OW 1995.08.V1 | 4,0 | 27,9 | 160 |
| HD2.6 | Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof | OW 1996.04.V1 | 3,1 | 27,9 | 160 |
| HD2.7 | Mestkanaal en hellende (schijn)vloer onder roostervloer | OW 2001.17.V1 | 5,0 | 27,9 | 160 |
| HD2.8 | Schuiven in mestgoot | 0W 2001.18.V1 | 2,5 | 27,9 | 160 |
| HD2.9 | Waterkanaal met afgescheiden mestkanaal of mestbak | OW 2004.07.V1 | 2,9 | 27,9 | 160 |
| HD2.10 | Mestpan | OW 2006.08.V1 | 2,9 | 27,9 | 160 |
| HD2.11 | Mestgoot met mestafvoersysteem | OW 2010.06.V1 | 3,2 | 27,9 | 160 |
| HD2.12 | Mestpan met water- en mestkanaal | OW 2010.07.V1 | 2,9 | 27,9 | 160 |
| HD2.13 | Mestpan met water- en mestkanaal en koelsysteem | OW 2018.01.V1 | 1,3 | 27,9 | 160 |
| HD2.14 | Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte) | OW 2010.15.V1 | 2,4 | 27,9 | 160 |
| HD2.100 | Overige huisvestingssystemen | 8,3 | 27,9 | 160 | |
| HD3 | Diercategorie guste en dragende zeugen | ||||
| HD3.1 | Smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantrooster en rioleringssysteem (individuele huisvesting) | OW 1995.02.V1 | 2,4 | 18,7 | 175 |
| HD3.2 | Mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (individuele huisvesting) | OW 1995.05.V1 | 1,8 | 18,7 | 175 |
| HD3.3 | Spoelgotensysteem met dunne mest | ||||
| HD3.3.1 | Individuele huisvesting | OW 1995.07.V1 | 2,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.3.2 | Groepshuisvesting | OW 1998.01.V1, OW 1999.03.V1 | 2,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.4 | Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof | ||||
| HD3.4.1 | Individuele huisvesting | OW 1996.03.V1 | 1,8 | 18,7 | 175 |
| HD3.4.2 | Groepshuisvesting | OW 1998.02.V1 | 1,8 | 18,7 | 175 |
| HD3.5 | Schuiven in mestgoot (individuele huisvesting) | OW 2001.19.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.6 | Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster | OW 2008.11.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.7 | Koeldeksysteem | ||||
| HD3.7.1 | 115% koeloppervlakte (individuele huisvesting) | OW 2010.16.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.7.2 | 135% koeloppervlakte (groepshuisvesting) | OW 2010.17.V1 | 2,2 | 18,7 | 175 |
| HD3.8 | Groepshuisvesting zonder strobed met voerligboxen of voerstations en schuine putwanden in mestkanaal | ||||
| HD3.8.1 | Met metalen driekantrooster | OW 2010.08.V1 | 2,3 | 18,7 | 175 |
| HD3.8.2 | Met anders dan metalen driekantrooster | OW 2006.09.V1 | 2,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.9 | Rondloopstal met voerstation en strobed | OW 2010.09.V1 | 2,6 | 18,7 | 175 |
| HD3.10 | Hok met kelders met water- en mestkanaal, vloervoedering, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, mest- en watergoot met schuine puntwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem in mestgoot, dagelijkse mestafvoer en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,3 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 | OW 2019.03.V1 | 1,5 | 18,7 | 175 |
| HD3.100 | Overige huisvestingssystemen (groepshuisvesting) | 4,2 | 18,7 | 175 | |
| HD3.101 | Overige huisvestingssystemen (individuele huisvesting) | 4,2 | 18,7 | 175 | |
| HD4 | Diercategorie dekberen van 7 maanden en ouder | ||||
| HD4.100 | Overige huisvestingssystemen | 5,5 | 18,7 | 180 | |
| HD5 | Diercategorie vleesvarkens van 25 kg en meer, diercategorie opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden diercategorie opfokzeugen van 25 kg en meer | ||||
| HD5.1 | Scharrelvleesvarkens in beddenstal | OW 2001.30.V1 | 1,9 | 23,0 | 153 |
| HD5.2 | Gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter | OW 2001.23.V1 | 4,5 | 23,0 | 153 |
| HD5.3 | Mestopvang in en spoelen met ammoniakarme vloeistof (inclusief aanzuren) | OW 1993.10.V1, OW 1993.11.V1, OW 1995.03.V1, OW 2001.24.V1 | 1,6 | 17,9 | 153 |
| HD5.4 | Metalen driekantrooster met mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof | OW 1995.01.V1 | 1,0 | 17,9 | 153 |
| HD5.5 | Metalen driekantrooster met mestopvang in water | OW 1995.06.V1 | 1,3 | 17,9 | 153 |
| HD5.6 | Spoelgotensysteem met metalen driekantrooster | OW 1998.03.V1 | 1,2 | 23,0 | 153 |
| HD5.7 | Spoelgotensysteem met rooster | OW 1998.04.V1, OW 1999.04.V1 | 1,7 | 23,0 | 153 |
| HD5.8 | Water- en mestkanaal | OW 2001.03.v1 | 1,7 | 23,0 | 153 |
| HD5.9 | Mestkanaal met schuine putwand (en waterkanaal) | ||||
| HD5.9.1 | Met metalen driekantrooster op mestkanaal | ||||
| HD5.9.1.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats met spoelgoten | OW 1997.04.V1 | 1,0 | 23,0 | 153 |
| HD5.9.1.2 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats zonder spoelgoten | OW 2004.03.V1 | 1,0 | 17,9 | 153 |
| HD5.9.1.3 | Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats met spoelgoten | OW 1997.04.V1 | 1,4 | 23.0 | 153 |
| HD5.9.1.4 | Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten | OW 2004.04.V1 | 1,4 | 17,9 | 153 |
| HD5.9.2 | Met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal | ||||
| HD5.9.2.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats | OW 2004.05.V1 | 1,5 | 17,9 | 153 |
| HD5.9.2.2 | Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats | OW 2010.10.V1 | 1,9 | 23,0 | 153 |
| HD5.10 | Koeldeksysteem (200% koeloppervlakte) | ||||
| HD5.10.1 | Met metalen driekantrooster | ||||
| HD5.10.1.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats | OW 2004.08.V1 | 1,2 | 17,9 | 153 |
| HD5.10.1.2 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,8 m2 per dierplaats | OW 2010.19.V1 | 1,5 | 17,9 | 153 |
| HD5.10.2 | Met anders dan metalen driekantrooster | ||||
| HD5.10.2.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,6 m2 per dierplaats | OW 2010.20.V1 | 1,6 | 17,9 | 153 |
| HD5.10.2.2 | Emitterende mestoppervlakte 0,6–0,8 m2 per dierplaats | OW 2001.01.V1 | 2,4 | 23,0 | 153 |
| HD5.11 | Koeldeksysteem (170% koeloppervlakte) met metalen driekantrooster | ||||
| HD5.11.1 | Emitterende mestoppervlakte mestkanaal groter dan 0,5 m2, maar ten hoogste 0,67 m2 per dierplaats | OW 2001.25.V1 | 1,7 | 23 | 153 |
| HD5.11.2 | Emitterende mestoppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats | OW 2019.05.V1 | 1,4 | 17,9 | 153 |
| HD5.12 | Bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster | ||||
| HD5.12.1 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,22 m2 per dierplaats | OW 2001.27.V1 | 1,4 | 17,9 | 153 |
| HD5.12.2 | Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,33 m2 per dierplaats | OW 2001.27.V1 | 2,0 | 23,0 | 153 |
| HD5.13 | Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster | OW 2008.11.V1 | 1,1 | 17,9 | 153 |
| HD5.14 | Hok met mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer, mestgoot met schuine putwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem, dagelijkse mestafvoer en een emitterende mestoppervlakte van ten hoogste 0,08 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024 | OW 2019.04.V1 | 0,77 | 17,9 | 153 |
| HD5.100 | Overige huisvestingssystemen | 3,0 | 23,0 | 153 | |
| HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN | HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN | ||||
| HE1 | Diercategorie opfokhennen en -hanen van legkippen jonger dan 18 weken | ||||
| HE1.1 | Kooihuisvesting | ||||
| HE1.1.1 | Batterij met mestband | OW 1993.07.V1 | 0,020 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.2 | Batterij met mestbandbeluchting | ||||
| HE1.1.2.1 | Beluchting 0,2 m3/uur per dierplaats | OW 1993.08.V1 | 0,020 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.2.2 | Beluchting 0,4 m3/uur per dierplaats | OW 1997.03.V1 | 0,006 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.3 | Batterij met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel | OW 1999.01.V1 | 0,010 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.4 | Batterij met mestschuiven en centrale mestband | OW 1995.04.V1 | 0,011 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.5 | Batterij met open mestopslag | OW 2001.04.V1 | 0,045 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.6 | Batterij met mest- en luchtkanaal | OW 2001.05.V1 | 0,208 | 0,18 | 2 |
| HE1.1.7 | Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats | OW 2009.10.V1 | 0,016 | 0,18 | 8 |
| HE1.2 | Grondhuisvesting | ||||
| HE1.2.1 | Strooiselvloer (eventueel met roostervloer) | OW 2001.06.V1 | 0,170 | 0,18 | 30 |
| HE1.2.2 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,088 | 0,18 | 30 |
| HE1.2.3 | Verhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters | OW 2015.03.V1 | 0,110 | 0,18 | 30 |
| HE1.2.4 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,088 | 0,18 | 30 |
| HE1.3 | Volièrehuisvesting | ||||
| HE1.3.1 | Ten minste 50% rooster met mestband | OW 2005.02.V1 | 0,050 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.2 | 65–70% rooster en mestbandbeluchting 0,3 m3/uur per dierplaats | OW 2005.03.V1 | 0,030 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.3 | 45–55% rooster en mestbandbeluchting | ||||
| HE1.3.3.1 | Beluchting 0,1 m3/uur per dierplaats | OW 2006.10.V1 | 0,030 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.3.2 | Beluchting 0,3 m3/uur per dierplaats | OW 2006.10.V1 | 0,023 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.4 | 30–35% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats | OW 2006.11.V1 | 0,014 | 0,18 | 23 |
| HE1.3.5 | 55-60% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats | OW 2006.12.V1 | 0,020 | 0,18 | 23 |
| HE1.100 | Overige huisvestingssystemen (niet-batterijhuisvesting) | 0,170 | 0,18 | 30 | |
| HE1.101 | Overige huisvestingssystemen (batterijhuisvesting) | 0,045 | 0,18 | 30 | |
| HE2 | Diercategorie legkippen van 18 weken en ouder, diercategorie ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder | ||||
| HE2.1 | Kooihuisvesting | ||||
| HE2.1.1 | Verrijkte kooien met mestbandbeluchting | OW 2005.11.V1 | 0,030 | 0,35 | 23 |
| HE2.1.2 | Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting | OW 2009.10.V1 | 0,030 | 0,35 | 23 |
| HE2.2 | Grondhuisvesting | ||||
| HE2.2.1 | Circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer | OW 2001.09.V1 | 0,402 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.2 | Met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer | OW 2010.21.V1 | 0,110 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.3 | Met mestbeluchting via buizen onder beun | OW 2001.10.V1 | 0,125 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.4 | Met enkele buis onder beun aan beide zijden van legnest | OW 2011.09.V1 | 0,150 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.5 | Met mestbeluchting via verticale ventilatiekokers | OW 2011.10.V1 | 0,150 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.6 | Twee verdiepingen met mestbanden onder roosters | OW 2004.11.V1 | 0,068 | 0,34 | 84 |
| HE2.2.7 | Met frequente mest- en strooiselverwijdering | OW 2004.12.V1 | 0,106 | 0,34 | 84 |
| HE2.3 | Volièrehuisvesting | ||||
| HE2.3.1 | Ten minste 50% rooster met mestband | OW 2004.09.V1 | 0,090 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.2 | 45–55% roosters en mestbandbeluchting | ||||
| HE2.3.2.1 | Beluchting ten minste 0,2 m3/uur per dierplaats | OW 2004.10.V1 | 0,055 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.2.2 | Beluchting ten minste 0,5 m3/uur per dierplaats | OW 2004.10.V1 | 0,042 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.3 | 30–35% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats | OW 2005.04.V1 | 0,025 | 0,34 | 65 |
| HE2.3.4 | 55–60% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats | OW 2005.05.V1 | 0,037 | 0,34 | 65 |
| HE2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,315 | 0,34 | 84 | |
| HE3 | Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens in opfok jonger dan 19 weken | ||||
| HE3.1 | Mixluchtventilatie | OW 2005.10.V1 | 0,114 | 0,18 | 23 |
| HE3.2 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,129 | 0,18 | 23 |
| HE3.3 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,129 | 0,18 | 23 |
| HE3.4 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,077 | 0,18 | 23 |
| HE3.5 | Buizenverwarming waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en die is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | OW 2017.01.V1 | 0,044 | 0,18 | 23 |
| HE3.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,250 | 0,18 | 23 | |
| HE4 | Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens van 19 weken en ouder | ||||
| HE4.1 | Groepskooi met mestband en geforceerde mestdroging | OW 1995.09.V1, OW 1996.07.V1, OW 2009.23.V1 | 0,080 | 0,93 | 8 |
| HE4.2 | Volièrehuisvesting | ||||
| HE4.2.1 | Met geforceerde mestdroging | OW 2010.22.V1 | 0,170 | 0,93 | 43 |
| HE4.2.2 | Met geforceerde mest- en strooiseldroging | OW 2010.23.V1 | 0,130 | 0,93 | 43 |
| HE4.3 | Perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer | OW 1998.05.V1 | 0,230 | 0,93 | 43 |
| HE4.4 | Grondhuisvesting met mestbeluchting | ||||
| HE4.4.1 | Van bovenaf | OW 2004.13.V1 | 0,250 | 0,93 | 43 |
| HE4.4.2 | Met verticale slangen in mest | OW 2004.14.V1 | 0,435 | 0,93 | 43 |
| HE4.4.3 | Via buizen onder beun | OW 2010.03.V1 | 0,435 | 0,93 | 43 |
| HE4.4.4 | Via verticale ventilatiekokers | OW 2010.37.V1 | 0,435 | 0,93 | 43 |
| HE4.5 | Grondhuisvesting met mestbanden onder de roosters | OW 2007.10.V1 | 0,245 | 0,93 | 43 |
| HE4.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,580 | 0,93 | 43 | |
| HE5 | Diercategorie vleeskuikens | ||||
| HE5.1 | Zwevende vloer met strooiseldroging | OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1, OW 1996.09.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HE5.2 | Geperforeerde vloer met strooiseldroging | OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 | 0,012 | 0,33 | 22 |
| HE5.3 | Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting | OW 1997.02.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HE5.4 | Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling | OW 2001.11.V1 | 0,038 | 0,33 | 22 |
| HE5.5 | Mixluchtventilatie | OW 2005.10.V1 | 0,031 | 0,33 | 22 |
| HE5.6 | Etagesysteem met mestband en strooiseldroging | OW 2006.13.V1 | 0,017 | 0,33 | 22 |
| HE5.7 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HE5.8 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,021 | 0,33 | 22 |
| HE5.9 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmteheaters | OW 2011.13.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HE5.10 | Buizenverwarming | OW 2017.01.V1 | |||
| HE5.10.1 | Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | 0,012 | 0,33 | 22 | |
| HE5.10.2 | Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HE5.10.1 | 0,021 | 0,33 | 22 | |
| HE5.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,068 | 0,33 | 22 | |
| HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS | HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS | ||||
| HF1 | Diercategorie vleesparelhoenders | ||||
| HF1.1 | Zwevende vloer met strooiseldroging | OW 1993.02.V1, OW 1994.05.V1, OW 1996.02.V1 OW 1996.09.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HF1.2 | Geperforeerde vloer met strooiseldroging | OW 1994.04.V1, OW 1996.08.V1 | 0,012 | 0,33 | 22 |
| HF1.3 | Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting | OW 1997.02.V1 | 0,004 | 0,33 | 22 |
| HF1.4 | Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling | OW 2001.11.V1 | 0,038 | 0,33 | 22 |
| HF1.5 | Mixluchtventilatie | OW 2005.10.V1 | 0,031 | 0,33 | 22 |
| HF1.6 | Etagesysteem met mestband en strooiseldroging | OW 2006.13.V1 | 0,017 | 0,33 | 22 |
| HF1.7 | Warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HF1.8 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met een warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,021 | 0,33 | 22 |
| HF1.9 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,035 | 0,33 | 22 |
| HF1.10 | Buizenverwarming | OW 2017.01.V1 | |||
| HF1.10.1 | Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | 0,012 | 0,33 | 22 | |
| HF1.10.2 | Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HF1.10.1 | 0,021 | 0,33 | 22 | |
| HF1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,068 | 0,33 | 22 | |
| HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN | HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN | ||||
| HG1 | Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen jonger dan 6 weken | ||||
| HG1.1 | Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,08 | 0,29 | 23 |
| HG1.2 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,08 | 0,29 | 23 |
| HG1.3 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,05 | 0,29 | 23 |
| HG1.4 | Buizenverwarming | OW 2017.01.V1 | |||
| HG1.4.1 | Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid | 0,03 | 0,29 | 23 | |
| HG1.4.2 | Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HG1.4.1 | 0,05 | 0,29 | 23 | |
| HG1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,15 | 0,29 | 23 | |
| HG2 | Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 6 weken en ouder en jonger dan 30 weken | ||||
| HG2.1 | Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,24 | 1,55 | 163 |
| HG2.2 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,24 | 1,55 | 163 |
| HG2.3 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,15 | 1,55 | 163 |
| HG2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,47 | 1,55 | 163 | |
| HG3 | Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder | ||||
| HG3.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,59 | 1,55 | 207 | |
| HG4 | Diercategorie vleeskalkoenen | ||||
| HG4.1 | Gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer | OW 2001.12.V1 | 0,36 | 1,55 | 86 |
| HG4.2 | Mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering | OW 2005.07.V1 | 0,26 | 1,55 | 86 |
| HG4.3 | Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren | OW 2009.14.V1 | 0,35 | 1,55 | 86 |
| HG4.4 | Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag | OW 2011.13.V1 | 0,35 | 1,55 | 86 |
| HG4.5 | Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar | OW 2010.13.V1 | 0,21 | 1,55 | 86 |
| HG4.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,68 | 1,55 | 86 | |
| HOOFDCATEGORIE H: EENDEN | HOOFDCATEGORIE H: EENDEN | ||||
| HH1 | Diercategorie ouderdieren van vleeseenden | ||||
| HH1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,320 | 0,49 | 182 | |
| HH2 | Diercategorie vleeseenden | ||||
| HH2.1 | Binnen mesten | ||||
| HH2.1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,210 | 0,49 | 84 | |
| HH2.2 | Buiten mesten (per afgeleverd dier) | 0,019 | 0,49 | – | |
| HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS | HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS | ||||
| HI1 | Diercategorie struisvogels jonger dan 4 maanden | ||||
| HI1.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,3 | – | – | |
| HI2 | Diercategorie struisvogels van 4 maanden en ouder en jonger dan 12 maanden | ||||
| HI2.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,8 | – | – | |
| HI3 | Diercategorie struisvogels van 12 maanden en ouder | ||||
| HI3.100 | Overige huisvestingssystemen | 2,5 | – | – | |
| HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN | HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN | ||||
| HK1 | Diercategorie voedster | ||||
| HK1.1 | Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine | OW 2005.08.V1 | 0,77 | – | – |
| HK1.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,20 | – | - | |
| HK2 | Diercategorie vlees- en opfokkonijnen tot dekleeftijd | ||||
| HK2.1 | Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine | OW 2005.09.V1 | 0,12 | – | – |
| HK2.100 | Overige huisvestingssystemen | 0,20 | – | – | |
| HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN | HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN | ||||
| HL1 | Diercategorie paarden van 3 jaar en ouder | ||||
| HL1.100 | Overige huisvestingssystemen | 5,0 | – | – | |
| HL2 | Diercategorie paarden jonger dan 3 jaar | ||||
| HL2.100 | Overige huisvestingssystemen | 2,1 | – | – | |
| HL3 | Diercategorie pony's van 3 jaar en ouder | ||||
| HL3.100 | Overige huisvestingssystemen | 3,1 | – | – | |
| HL4 | Diercategorie pony's jonger dan 3 jaar | ||||
| HL4.100 | Overige huisvestingssystemen | 1,3 | – | – |
Bijlage VI. bij de artikelen 4.5, 4.6, tweede lid, 4.7, tweede lid, 6.14, vijfde lid, 8.31, vijfde lid, en 9.3, vierde lid, van deze regeling (aanvullende technieken en reductiepercentages)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)