Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
Het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,
de Europese Unie, hierna „de Unie” of „de EU” genoemd,
en
de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „EURATOM” genoemd
enerzijds, en
Oekraïne
anderzijds,
hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,
Rekening houdend met de nauwe historische betrekkingen en de steeds nauwere banden tussen de partijen, en met hun wens om de betrekkingen nog uit te breiden en te versterken op ambitieuze en innoverende wijze;
Belang hechtend aan nauwe en duurzame betrekkingen op basis van gemeenschappelijke waarden als eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat, goed bestuur, mensenrechten en fundamentele vrijheden, ook de rechten van personen die behoren tot nationale minderheden, niet-discriminatie van personen die behoren tot minderheden, respect voor diversiteit en menselijke waardigheid en gehechtheid aan de beginselen van de een vrijemarkteconomie, waardoor Oekraïne gemakkelijker kan deelnemen aan Europees beleid;
Zich ervan bewust dat Oekraïne als Europees land een gezamenlijke geschiedenis en gemeenschappelijke waarden deelt met de lidstaten van de Europese Unie en bereid is deze waarden te bevorderen;
Opmerkend dat Oekraïne belang hecht aan zijn Europese identiteit;
Rekening houdend met de krachtige steun van het volk in Oekraïne voor de Europese koers van het land;
Bevestigend dat de Europese Unie de Europese ambities van Oekraïne erkent en de keuze voor Europa toejuicht, ook inzake de verbintenis om een duurzame democratie en een markteconomie uit te bouwen;
Erkennend dat de gemeenschappelijke waarden waarop de Europese Unie is gebouwd – democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat – ook essentiële elementen zijn van deze overeenkomst;
Erkennend dat de politieke associatie en de economische integratie van Oekraïne in de Europese Unie zullen afhangen van de vooruitgang bij de uitvoering van deze overeenkomst en de mate waarin Oekraïne kan zorgen dat de gemeenschappelijke waarden worden gerespecteerd, en van de vooruitgang bij de afstemming op de EU op politiek, economisch en juridisch vlak;
Zich ertoe verbindend uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), met name de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen van 1991 en 1992, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948 en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950;
Strevend naar meer internationale vrede en veiligheid, en zich inzettend voor efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten, met name door nauw samen te werken binnen het kader van de Verenigde Naties (VN), de OVSE en de Raad van Europa;
Zich inzettend voor onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en onschendbaarheid van de grenzen;
Strevend naar het nader tot elkaar brengen van standpunten inzake bilaterale, regionale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);
Herinnerend aan de internationale verplichtingen van de partijen, tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake ontwapening en wapenbeheersing;
Strevend naar vorderingen in de hervormingen en het toenaderingsproces van Oekraïne om zo bij te dragen tot de geleidelijke economische integratie en de verdieping van de politieke associatie;
Overtuigd van de noodzaak voor Oekraïne om de politieke, sociaal-economische, juridische en institutionele hervormingen door te voeren die nodig zijn om deze overeenkomst efficiënt uit te voeren en bereid deze hervormingen in Oekraïne resoluut te ondersteunen;
Strevend naar economische integratie, onder meer met een diepe en brede vrijhandelsruimte (Deep and Comprehensive Free Trade Area – DCFTA) die integraal deel uitmaakt van deze overeenkomst, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de partijen, en met een uitgebreide aanpassing van de regelgeving;
Erkennend dat een dergelijke diepe en brede vrijhandelsruimte in combinatie met het bredere proces van de aanpassing van de regelgeving, zal bijdragen tot verdere economische integratie in de interne markt van de Europese Unie, als beoogd in deze overeenkomst;
Zich inzettend voor de ontwikkeling van nieuw klimaat dat bevorderlijk is voor de economische relaties tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering;
Zich inzettend voor meer samenwerking op energiegebied, op basis van het engagement van de partijen om het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap uit te voeren;
Zich inzettend voor de continuïteit van de energievoorziening, de vergemakkelijking van de ontwikkeling van geschikte infrastructuur, betere marktintegratie en aanpassing van de regelgeving aan kernaspecten van de Europese regelgeving, de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, evenals het zorgen voor meer nucleaire veiligheid;
Zich inzettend voor meer dialoog – op basis van de fundamentele beginselen solidariteit, wederzijds vertrouwen, medeverantwoordelijkheid en partnerschap – en samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer, via een integrale aanpak met aandacht voor legale migratie en voor samenwerking bij het aanpakken van illegale migratie, mensenhandel en de doeltreffende uitvoering van de overnameovereenkomst;
Erkennend dat het van belang is op termijn een visumvrije regeling in te voeren voor de burgers van Oekraïne, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan;
Zich inzettend voor de bestrijding van georganiseerde misdaad en witwaspraktijken, tot het verminderen van de vraag naar en het aanbod van drugs en tot meer samenwerking bij terrorismebestrijding;
Zich inzettend voor meer samenwerking inzake milieubescherming en tot de beginselen van duurzame ontwikkeling en de groene economie;
Strevend naar meer contacten van mens tot mens;
Zich inzettend voor de bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking;
Strevend naar geleidelijke afstemming van de wetgeving van Oekraïne op die van de Unie volgens de bepalingen van deze Overeenkomst en naar concrete uitvoering;
In aanmerking nemend dat deze Overeenkomst geen afbreuk zal doen aan de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne en ruimte laat voor verdere ontwikkelingen;
Bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van deel III, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, binden het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Oekraïne ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden zijn als deel van de Europese Unie overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21 of artikel 10 van Protocol nr. 36 betreffende de overgangsbepalingen, die aan de Verdragen zijn gehecht, moet de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Oekraïne onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht,
zijn het volgende overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEU 2014 L 161, blz. 3-2137.]:
Artikel 1. Doelstellingen
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds.
Deze associatie heeft ten doel:
- a. geleidelijke toenadering tussen de partijen te bewerkstelligen op basis van gemeenschappelijke waarden en nauwe en geprivilegieerde banden, en de associatie van Oekraïne met het EU-beleid en de deelname aan programma's en agentschappen te vergroten;
- b. een passend kader voor een versterkte politieke dialoog tot stand te brengen over alle zaken van wederzijds belang;
- c. vrede en stabiliteit te bevorderen, bewaren en versterken, zowel op regionaal als op internationaal niveau, in overeenstemming met de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en van de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en met de doelstellingen van het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990;
- d. de voorwaarden te scheppen voor versterkte economische en handelsrelaties in het licht van de geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de EU, onder meer door het opzetten van een diepe en brede vrijhandelsruimte als bepaald in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze Overeenkomst, en de inspanningen van Oekraïne te ondersteunen om de overgang naar een goed functionerende markteconomie te voltooien, onder meer door de wetgeving geleidelijk af te stemmen op de EU-wetgeving;
- e. de samenwerking te versterken op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, om zo de rechtsstaat en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te versterken;
- f. de voorwaarden te scheppen voor steeds nauwere samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang.
TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 2
De eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, inzonderheid als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, alsmede de relevante mensenrechteninstrumenten, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en het respect voor de rechtsstaat, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst. De bevordering van respect voor de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en onafhankelijkheid, evenals de strijd tegen massavernietigingswapens, daarmee samenhangende materialen en de overbrengingsmiddelen daarvoor, vormen essentiële elementen van deze Overeenkomst.
Artikel 3
De partijen erkennen dat de beginselen van een vrijemarkteconomie aan hun betrekkingen ten grondslag liggen. De rechtsstaat, goed bestuur, corruptiebestrijding, de strijd tegen de verschillende vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme, de bevordering van duurzame ontwikkeling en efficiënt multilateralisme zijn van wezenlijk belang om de betrekkingen tussen de partijen uit te bouwen.
TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING, POLITIEKE INTEGRATIE, SAMENWERKING EN CONVERGENTIE OP HET VLAK VAN BUITENLANDS- EN VEILIGHEIDSBELEID
Artikel 4. Doelstellingen van de politieke dialoog
De politieke dialoog tussen de partijen over alle gebieden van wederzijds belang zal verder worden ontwikkeld en versterkt, als ondersteuning voor de geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands beleid en veiligheid, zodat Oekraïne nog meer wordt betrokken bij de Europese ruimte van veiligheid.
De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:
- a. een diepere politieke associatie en meer convergentie en doeltreffendheid op het vlak van politiek en veiligheidsbeleid;
- b. meer internationale stabiliteit en veiligheid, op basis van efficiënt multilateralisme;
- c. meer samenwerking en dialoog tussen de partijen over internationale veiligheid en crisisbeheer, met name om wereldwijde en regionale problemen en fundamentele bedreigingen aan te pakken;
- d. meer resultaatgerichte en praktische samenwerking tussen de partijen om te komen tot vrede, veiligheid en stabiliteit op het Europese continent;
- e. meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de mensenrechten en fundamentele vrijheden, ook de rechten van personen die behoren tot nationale minderheden, niet-discriminatie van personen die behoren tot minderheden en respect voor diversiteit, en consolidering van binnenlandse politieke hervormingen;
- f. verdere dialoog en meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie;
- g. bevordering van de beginselen van onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en de onschendbaarheid van de grenzen.
Artikel 5. Fora voor de politieke dialoog
De partijen voeren regelmatig een politieke dialoog op topbijeenkomsten.
Op het niveau van de ministers vindt een in overleg vast te stellen politieke dialoog plaats binnen de in artikel 460 van deze overeenkomst bedoelde Associatieraad en in het kader van regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de partijen op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken.
De politieke dialoog wordt ook gevoerd in de volgende vormen:
- a. regelmatige bijeenkomsten op het niveau van de directeuren politieke zaken, het politiek en veiligheidscomité en de deskundigen, ook over specifieke gebieden en kwesties, tussen vertegenwoordigers van de Europese Unie en van Oekraïne;
- b. optimaal en tijdig gebruik van alle diplomatieke en militaire kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten in derde landen en binnen de Verenigde Naties, de OVSE en andere internationale fora;
- c. regelmatige bijeenkomsten zowel op het niveau van hoge ambtenaren als op dat van deskundigen van de militaire instellingen van de partijen;
- d. andere vormen, onder meer bijeenkomsten van deskundigen, die kunnen bijdragen tot een betere en duurzame dialoog.
De partijen kunnen in onderlinge overeenstemming besluiten tot andere procedures en mechanismen voor politieke dialoog, waaronder buitengewone raadplegingen.
Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het in artikel 467 bedoelde Parlementair Associatiecomité.
Artikel 6. Dialoog en samenwerking inzake binnenlandse hervormingen
De partijen werken samen om te waarborgen dat hun binnenlands beleid gebaseerd wordt op de gemeenschappelijke beginselen van de partijen, met name stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat, en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, in het bijzonder als bepaald in artikel 14 van deze Overeenkomst.
Artikel 7. Buitenlands en veiligheidsbeleid
De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking en ondersteunen de geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), en besteden bijzondere aandacht aan conflictpreventie en crisisbeheer, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en wapenuitvoercontrole en aan een betere dialoog over ruimtevaart, die van wederzijds belang is. Samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke belangen, is gericht op meer convergentie en doeltreffendheid van het beleid, en stimuleert de gezamenlijke beleidsplanning. De partijen gebruiken hiervoor bilaterale, internationale en regionale fora.
Oekraïne, de EU en de lidstaten bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van respect voor onafhankelijkheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en onschendbaarheid van de grenzen als bepaald in het Handvest van de Verenigde Naties en in de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa, en dat zij deze beginselen ondersteunen in de bilaterale en multilaterale betrekkingen.
De partijen pakken de problemen die met betrekking tot deze beginselen rijzen, tijdig en op coherente wijze aan, op alle relevante niveaus van de politieke dialoog als bepaald in deze Overeenkomst, ook op ministerieel niveau.
Artikel 8. Internationaal Strafhof
De partijen werken samen aan de bevordering van vrede en internationale gerechtigheid door het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof van 1998 en de bijhorende instrumenten te ratificeren en ten uitvoer te leggen.
Artikel 9. Regionale stabiliteit
De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op voor meer stabiliteit, veiligheid en democratische ontwikkeling in hun gemeenschappelijk nabuurschapsgebied, en in het bijzonder om samen te werken aan een vreedzame oplossing voor de regionale conflicten.
Deze inspanningen verlopen volgen de gezamenlijke beginselen voor handhaving van internationale vrede en veiligheid als bepaald in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van 1975 van de Conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa en andere relevante multilaterale documenten.
Artikel 10. Conflictpreventie, crisisbeheer en militair-technische samenwerking
De partijen intensiveren de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheer, in het bijzonder met het oog op versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, ook die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB).
Samenwerking op dit gebied wordt gebaseerd op regelingen en afspraken tussen de EU en Oekraïne over raadpleging en samenwerking op het vlak van crisisbeheer.
De partijen onderzoeken mogelijke samenwerking op militair of technologisch vlak. Oekraïne en het Europees Defensieagentschap (EDA) onderhouden nauwe contacten over de verbetering van de militaire capaciteit, ook op technologisch vlak.
Artikel 11. Non-proliferatie van massavernietigingswapens
De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens, daarmee samenhangende materialen en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen derhalve overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens, daarmee samenhangende materialen en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van de internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens, daarmee samenhangende materialen en de overbrengingsmiddelen daarvoor:
- a. door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;
- b. door verdere verbeteringen aan het systeem van nationale exportcontroles, voor een efficiënte controle op de uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.
De partijen stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.
Artikel 12. Ontwapening, wapenbeheersing, wapenuitvoercontrole en de strijd tegen illegale wapenhandel
De partijen ontwikkelen hun samenwerking op het vlak van ontwapening, ook inzake de vermindering van hun voorraad overtollige handvuurwapens en lichte wapen en inzake de gevolgen voor de bevolking en voor het milieu van niet ontploft achtergelaten materieel als bedoeld in titel V, hoofdstuk 6 (Milieu) van deze overeenkomst. Samenwerking inzake ontwapening omvat ook wapenbeheersing, wapenuitvoercontrole en de strijd tegen illegale wapenhandel, met inbegrip van handvuurwapens en lichte wapens. De partijen bevorderen de universele onderschrijving en naleving van de relevante internationale instrumenten en streven naar efficiëntie, ook door de tenuitvoerlegging van de relevante resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
Artikel 13. Bestrijding van terrorisme
De partijen komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, in overeenstemming met het internationale recht, de internationale mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het humanitair recht.
TITEL III. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID
Artikel 14. De rechtsstaat, respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden
Bij de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij politie en justitie in het bijzonder. De samenwerking is er met name op gericht het justitiële apparaat te versterken, de doeltreffendheid ervan te verbeteren, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid te waarborgen en corruptie te bestrijden. Respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden is de leidraad voor alle samenwerking inzake justitie, vrijheid en veiligheid.
Artikel 15. Bescherming van persoonsgegevens
De partijen komen overeen samen te werken om de bescherming van persoonsgegevens op gepaste wijze te waarborgen, in overeenstemming met de hoogste Europese en internationale normen, met inbegrip van de relevante instrumenten van de Raad van Europa. De samenwerking inzake de bescherming van persoonsgegevens kan onder meer de uitwisseling van informatie en deskundigen inhouden.
Artikel 16. Migratie, asiel en grensbeheer
De partijen herbevestigen het belang van het gezamenlijk beheer van migratiestromen tussen hun grondgebieden en verdiepen de brede dialoog over alle kwesties in verband met migratie, waaronder illegale migratie, vluchtelingenstromen, mensensmokkel en mensenhandel; het thema migratie moet worden geïntegreerd in de nationale strategieën voor economische en sociale ontwikkeling van de gebieden van herkomst van de migranten. Deze dialoog is gebaseerd op de fundamentele beginselen van solidariteit, wederzijds vertrouwen, medeverantwoordelijkheid en partnerschap.
Overeenkomstig de desbetreffende EU- en nationale wetgeving is de samenwerking in het bijzonder gericht op:
- a. de grondoorzaken van migratie, waarbij actief wordt gezocht naar samenwerkingsmogelijkheden met derde landen en op internationale fora;
- b. de gezamenlijke opzet van een doelmatige en preventieve aanpak van illegale migratie, smokkel van migranten en mensenhandel, alsmede de vraag hoe netwerken en criminele organisaties van handelaars en smokkelaars kunnen worden bestreden en de slachtoffers van deze praktijken kunnen worden beschermd;
- c. de ontwikkeling van een uitgebreide dialoog over migratie en in het bijzonder over aspecten van de praktische tenuitvoerlegging van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het Protocol inzake de status van vluchtelingen van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, evenals het respect voor het beginsel van non-refoulement;
- d. de toelatingscriteria, de rechten en de status van toegelaten personen, en de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen;
- e. de verdere ontwikkeling van operationele maatregelen inzake grensbeheer;
- i. samenwerking inzake grensbeheer houdt onder meer in: opleiding, uitwisseling van goede praktijken, ook over technologische aspecten, uitwisseling van informatie in overeenstemming met de geldende regels en, waar nodig, uitwisseling van verbindingsofficieren;
- ii. inspanningen van de partijen op dit gebied zijn gericht op de efficiënte tenuitvoerlegging van het beginsel van geïntegreerd grensbeheer;
- f. betere beveiliging van documenten;
- g. de ontwikkeling van een efficiënt terugkeerbeleid, ook de regionale aspecten ervan; en
- h. de uitwisseling van standpunten over informele werkgelegenheid voor migranten.
Artikel 17. Behandeling van werknemers
Met inachtneming van de in de lidstaten en in de EU geldende wetten, voorwaarden en bepalingen, worden werknemers die onderdaan zijn van Oekraïne en legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzaam zijn, wat arbeidsvoorwaarden, salaris en ontslagregeling betreft, niet gediscrimineerd op grond van hun nationaliteit.
Onverminderd de in Oekraïne geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures, behandelt Oekraïne ook onderdanen van een lidstaat die legaal op het grondgebied van Oekraïne werkzaam zijn, op de wijze zoals bepaald in lid 1 van dit artikel.
Artikel 18. Mobiliteit van werknemers
Rekening houdend met de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten, hun wetgeving en de voorschriften die in de lidstaten en in de EU gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers:
- a. dienen de door de lidstaten in het kader van bilaterale overeenkomsten verleende werkgelegenheidsmogelijkheden voor Oekraïense werknemers behouden te blijven en zo mogelijk te worden verbeterd;
- b. dienen de overige lidstaten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.
De Associatieraad onderzoekt of op andere gebieden gunstiger regelingen tot stand kunnen worden gebracht, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de lidstaten en in de EU geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures en met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten en de EU.
Artikel 19. Verkeer van personen
De partijen zorgen voor de volledige tenuitvoerlegging van
- a. de Overnameovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne van 18 juni 2007 (via het Gemengd Comité overname dat wordt opgericht bij artikel 15 van de overeenkomst);
- b. de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa van 18 juni 2007 (via het Gemengd Comité voor het beheer van de overeenkomst dat wordt opgericht bij artikel 12 van de overeenkomst);
De partijen streven naar meer mobiliteit van burgers en vooruitgang met de visumdialoog.
De partijen blijven geleidelijk evolueren in de richting van een op termijn visumvrije regeling, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan, als bepaald in het uit twee fasen bestaande actieplan voor visumliberalisering dat tijdens de top tussen de EU en Oekraïne van 22 november 2010 werd gepresenteerd.
Artikel 20. Witwassen van geld en terrorismefinanciering
De partijen werken samen om witwassen van geld en terrorismefinanciering te voorkomen en te bestrijden. Hiertoe voeren de partijen hun bilaterale en internationale samenwerking op dit gebied nog op, ook op operationeel vlak. De partijen zorgen voor de tenuitvoerlegging van de relevante internationale normen, met name die van de Financial Action Task Force (FATF) en normen die gelijkwaardig zijn aan die van de Unie.
Artikel 21. Samenwerking bij de bestrijding van drugs, voorlopers ervan en psychotrope stoffen
De partijen werken samen op het gebied van illegale drugs, op basis van gezamenlijk afgesproken principes overeenkomstig de relevante internationale verdragen, alsmede de politieke verklaring en de speciale verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen, die zijn aangenomen door de twintigste speciale zitting inzake drugs van juni 1998 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Deze samenwerking is gericht op de bestrijding van illegale drugs, het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar illegale drugs, waarbij de gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt. Zij is tevens gericht op het doeltreffender voorkomen dat chemische stoffen onrechtmatig worden gebruikt voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen.
De partijen gebruiken de samenwerkingsmethodes die nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken met het oog op een integrale en evenwichtige aanpak.
Artikel 22. Bestrijding van misdaad en corruptie
De partijen werken samen bij de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten.
De samenwerking betreft onder meer:
- a. smokkel van en handel in mensen, wapens en drugs;
- b. illegale handel in goederen,
- c. economische criminaliteit, ook inzake belastingen;
- d. corruptie, zowel in de openbare als in de particuliere sector;
- e. vervalsing van documenten;
- f. computercriminaliteit.
De partijen verbeteren daarom de bilaterale, regionale en internationale samenwerking, ook met Europol. De partijen ontwikkelen ook hun samenwerking op vlakken als:
- a. de uitwisseling van goede werkmethoden, ook op het vlak van onderzoekstechnieken en misdaadonderzoek;
- b. de uitwisseling van informatie volgens de geldende regels;
- c. capaciteitsopbouw, met inbegrip van opleiding en indien nodig personeelsuitwisseling;
- d. slachtoffer- en getuigenbescherming.
De partijen verbinden zich tot de effectieve tenuitvoerlegging van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad van 2000 en de drie protocollen daarbij, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003 en andere relevante internationale instrumenten.
Artikel 23. Bestrijding van terrorisme
De partijen komen overeen samen te werken aan preventie en bestrijding van terroristische daden in overeenstemming met het internationaal recht, het internationaal recht inzake de mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het humanitair recht, en de respectievelijke wet- en regelgeving van de partijen. De partijen komen met name overeen samen te werken op basis van de volledige tenuitvoerlegging van resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 2001, de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties van 2006 en andere relevante resoluties van de Verenigde Naties, internationale afspraken en instrumenten.
Zij doen dit in het bijzonder door het uitwisselen van:
- a. informatie over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken;
- b. ervaringen en informatie over terroristische tendensen en over middelen en methodes om terrorisme te bestrijden, ook op het gebied van techniek en opleiding;
- c. ervaringen met betrekking tot de voorkoming van terrorisme.
Alle uitwisseling van informatie vindt plaats in overeenstemming met het internationale en het nationale recht.
Artikel 24. Juridische samenwerking
De partijen komen overeen de juridische samenwerking in burgerlijke en strafzaken verder te ontwikkelen, daarbij ten volle gebruik te maken van de geschikte internationale en bilaterale instrumenten en zich te baseren op de beginselen van rechtszekerheid en het recht op een eerlijk proces.
De partijen komen overeen juridische samenwerking tussen de EU en Oekraïne in burgerlijke zaken te vergemakkelijken op basis van de toepasselijke multilaterale rechtsinstrumenten, met name de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.
Wat de juridische samenwerking in strafzaken betreft, streven de partijen naar verbetering van de regeling inzake wederzijdse juridische bijstand en uitlevering. Waar nodig impliceert dit de toetreding tot en uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de Verenigde Naties en de Raad van Europa, en het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof van 1998 als vermeld in artikel 8 van deze overeenkomst, en nauwere samenwerking met Eurojust.
TITEL IV. HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN
HOOFDSTUK 1. NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN
AFDELING 1. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 25. Doel
Gedurende een overgangsperiode van maximaal 10 jaar die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst1)Tenzij in de bijlagen I en II bij deze overeenkomst anders is bepaald., stellen de partijen geleidelijk een vrijhandelszone in, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994, hierna de „GATT 1994” genoemd.
Artikel 26. Toepassingsgebied en betrokken producten
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen2)In deze overeenkomst wordt onder goederen verstaan producten als bedoeld in de GATT 1994, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald. van oorsprong uit de grondgebieden van de partijen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die voldoen aan de oorsprongsregels in protocol I bij deze overeenkomst (betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking).
AFDELING 2. AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN, VERGOEDINGEN EN ANDERE HEFFINGEN
Artikel 27. Definitie van douanerechten
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder „douanerechten” verstaan alle rechten en heffingen ter zake van of in verband met de invoer of uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende belastingen of heffingen ter zake van of in verband met dergelijke invoer of uitvoer. Onder „douanerechten” worden niet verstaan:
- a. heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die overeenkomstig artikel 32 van deze overeenkomst worden opgelegd;
- b. rechten die overeenkomstig hoofdstuk 2 (Handelsmaatregelen) van titel IV van deze overeenkomst worden opgelegd;
- c. vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 33 van deze overeenkomst worden opgelegd.
Artikel 28. Indeling van goederen
De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de respectieve tariefnomenclatuur van elk van beide partijen, in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem, hierna „GS” genoemd, dat is ingesteld bij het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van 1983, en latere wijzigingen daarvan.
Artikel 29. Afschaffing van invoerrechten
Elk van beide partijen komt tot verlaging of afschaffing van de douanerechten op goederen van oorsprong uit de andere partij in overeenstemming met de lijsten die zijn opgenomen in bijlage I-A bij deze overeenkomst, hierna „lijsten” genoemd.
Onverminderd de eerste alinea schaft Oekraïne voor oude kleren en dergelijke artikelen, bedoeld bij post 6309 00 00 van het douanewetboek van Oekraïne, de douanerechten bij invoer af in overeenstemming met de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage I-B bij deze overeenkomst.
Voor elk goed is het basisdouanerecht waarop ingevolge lid 1 van dit artikel de achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, het recht dat in bijlage I bij deze overeenkomst is vermeld.
Indien een partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst op enig tijdstip het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt, dan geldt dat recht als basisrecht indien en zolang het lager is dan het overeenkomstig haar lijst berekende douanerecht.
Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst overleggen de partijen, indien een van hen daarom verzoekt, om te bezien of douanerechten ter zake van handel tussen hen versneld en in ruimere mate kunnen worden afgeschaft. Wanneer het Associatiecomité in handelsbezetting zoals bedoeld in artikel 465 van deze overeenkomst, hierna „Handelscomité” genoemd, bijeenkomt en besluit de douanerechten op een goed versneld te verlagen of af te schaffen, komt dat besluit in de plaats van de douanerechten of afbouwcategorieën die voor dat goed overeenkomstig hun lijsten zijn vastgesteld.
Artikel 30. Status-quo
Geen van de partijen mag bestaande douanerechten verhogen of nieuwe douanerechten vaststellen op een goed van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij. Dit sluit niet uit dat elk van beide partijen:
- a. een douanerecht na een eenzijdige verlaging kan verhogen tot het in haar lijst vastgelegde niveau; of
- b. een douanerecht kan handhaven of verhogen als toegestaan door het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie, hierna „WTO” genoemd.
Artikel 31. Uitvoerrechten
De partijen stellen geen douanerechten, belastingen of andere maatregelen van gelijke werking in en handhaven deze evenmin, ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen naar elkaars grondgebied.
Door Oekraïne toegepaste bestaande douanerechten of maatregelen van gelijke werking, zoals vermeld in bijlage I-C bij deze overeenkomst, worden gedurende een overgangsperiode uitgefaseerd in overeenstemming met de lijst in bijlage I-C. Ingeval van een actualisering van het douanewetboek van Oekraïne blijven aangegane verplichtingen in het kader van de lijst in bijlage I-C van kracht, op basis van overeenstemming van de beschrijving van de goederen. Oekraïne kan vrijwaringsmaatregelen instellen wat uitvoerrechten betreft, zoals aangegeven in bijlage I-D. Dergelijke vrijwaringsmaatregelen vervallen aan het einde van de voor het desbetreffende goed in bijlage I-D aangegeven periode.
Artikel 32. Uitvoersubsidies en maatregelen van gelijke werking
Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zal geen der partijen uitvoersubsidies of andere maatregelen van gelijke werking ten aanzien van voor het grondgebied van de andere partij bestemde landbouwproducten handhaven, invoeren of opnieuw invoeren.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „uitvoersubsidies” hetzelfde verstaan als in artikel 1, onder e, van de Overeenkomst inzake de landbouw, die is opgenomen in bijlage IA bij de WTO-overeenkomst, hierna „Landbouwovereenkomst” genoemd, met inbegrip van alle wijzigingen van dat artikel van die overeenkomst.
Artikel 33. Vergoedingen en andere heffingen
Elk van beide partijen draagt er in overeenstemming met artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen erop zorg voor dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook - niet zijnde douanerechten of andere maatregelen als bedoeld in artikel 27 van deze overeenkomst - ter zake van of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, en geen indirecte bescherming van interne goederen of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.
AFDELING 3. NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN
Artikel 34. Nationale behandeling
Elk van beide partijen behandelt de goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.
Artikel 35. Invoer- en uitvoerbeperkingen
Geen van beide partijen mag verboden, beperkingen of maatregelen van gelijke werking invoeren of handhaven ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of van de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald of zulks in overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop is. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop in deze overeenkomst opgenomen en maken zij hier integraal deel van uit.
AFDELING 4. SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN
Artikel 36. Algemene uitzonderingen
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt uitgelegd als beletsel voor de goedkeuring of handhaving door een partij van maatregelen overeenkomstig de artikelen XX en XXI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop, die hierbij in deze overeenkomst worden opgenomen en daarvan integraal deel uitmaken.
AFDELING 5. ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN COÖRDINATIE MET ANDERE LANDEN
Artikel 37. Bijzondere bepalingen inzake administratieve samenwerking
De partijen zijn het erover eens dat administratieve samenwerking van essentieel belang is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferentiële tariefbehandeling die op grond van dit hoofdstuk wordt verleend, en zij benadrukken dat zij gebonden zijn om onregelmatigheden en fraude te bestrijden op het gebied van douaneaangelegenheden betreffende de invoer, uitvoer of doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen.
Wanneer een partij op basis van objectieve gedocumenteerde informatie tot de bevinding komt dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude binnen het kader van dit hoofdstuk vanuit de andere partij hebben voorgedaan, kan de betrokken partij de desbetreffende preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten in overeenstemming met dit artikel tijdelijk schorsen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het niet verlenen van administratieve medewerking bij het onderzoek naar onregelmatigheden of fraude in douaneaangelegenheden onder meer verstaan:
- a. het herhaaldelijk niet nakomen van de verplichting om de oorsprongsstatus van het betrokken product of de betrokken producten te controleren;
- b. het herhaaldelijk weigeren een controle achteraf van het bewijs van oorsprong uit te voeren en/of de resultaten daarvan mede te delen, of onredelijke vertraging daarbij;
- c. het herhaaldelijk weigeren van toestemming voor missies in het kader van de administratieve samenwerking ter controle van de echtheid van documenten of de juistheid van gegevens die van belang zijn voor het verlenen van de desbetreffende preferentiële behandeling, of onredelijke vertraging bij het verlenen van toestemming.
Voor de toepassing van dit artikel kunnen onregelmatigheden of fraude onder meer worden vastgesteld wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daarvoor een bevredigende verklaring is, die invoer de gebruikelijke productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging in verband kan worden gebracht met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.
Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a. de partij die op grond van objectieve informatie tot de bevinding is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude vanuit de andere partij hebben voorgedaan, stelt het Handelscomité onverwijld in kennis van zijn bevindingen en van de objectieve informatie, en treedt op basis van alle relevante informatie en objectief vastgestelde bevindingen binnen het Handelscomité in overleg om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Gedurende de hierboven bedoelde overlegperiode wordt aan het betrokken product of aan de betrokken producten de preferentiële behandeling toegekend;
- b. wanneer de partijen zoals hierboven beschreven binnen het onder a) bedoelde Handelscomité in overleg zijn getreden en niet binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst van het Handelscomité tot overeenstemming over een aanvaardbare oplossing zijn gekomen, kan de betrokken partij de preferentiële behandeling voor het betrokken product of de betrokken producten tijdelijk schorsen. Het Handelscomité wordt van deze tijdelijke schorsing onverwijld in kennis gesteld;
- c. tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel blijven beperkt tot wat nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen. Geen tijdelijke schorsing duurt langer dan zes maanden. Een tijdelijke schorsing kan echter worden hernieuwd. Tijdelijke schorsingen worden onmiddellijk na goedkeuring ervan ter kennis gebracht van het Handelscomité. Binnen het Handelscomité vindt hierover periodiek overleg plaats, met name met het oog op beëindiging van de schorsingen zodra de voorwaarden voor toepassing ervan niet meer aanwezig zijn.
Tegelijk met de kennisgeving aan het Handelscomité overeenkomstig lid 4, onder a), van dit artikel publiceert de betrokken partij in haar bronnen voor officiële bekendmakingen een bericht aan de importeurs. In dit bericht wordt aangegeven dat zij voor het betrokken product op grond van objectieve informatie tot de bevinding is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat er sprake is van onregelmatigheden of fraude.
Artikel 38. Handelwijze bij administratieve fouten
Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregelingen een fout hebben gemaakt, met name bij de toepassing van de bepalingen van het protocol bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking, en deze fout gevolgen heeft voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Handelscomité verzoeken na te gaan of passende maatregelen kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.
Artikel 39. Overeenkomsten met derde landen
Deze overeenkomst belet niet de handhaving of oprichting dan wel invoering van douane-unies, vrijhandelsgebieden of regelingen betreffende grensverkeer, tenzij hierdoor de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen worden ondermijnd.
De partijen voeren in het Handelscomité overleg over overeenkomsten waarbij douane-unies of vrijhandelsgebieden worden opgericht dan wel regelingen betreffende grensverkeer worden ingevoerd, alsmede desgevraagd over andere belangrijke aangelegenheden met betrekking tot hun respectieve handelsbeleid jegens derde landen. Dergelijk overleg zal in het bijzonder plaatsvinden ingeval een derde land tot de Europese Unie toetreedt, opdat wordt gewaarborgd dat rekening wordt gehouden met de wederzijdse belangen van de EU-partij en Oekraïne zoals weergegeven in deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 2. HANDELSMAATREGELEN
AFDELING 1. ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN
Artikel 40. Algemene bepalingen
De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst, hierna „Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen” genoemd. De EU-partij behoudt haar rechten en verplichtingen ingevolge artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst, hierna „Landbouwovereenkomst” genoemd, behalve voor de handel in landbouwproducten die ingevolge deze overeenkomst voorwerp van een preferentiële behandeling zijn.
De preferentiële oorsprongsregels van hoofdstuk 1 (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op deze afdeling.
Artikel 41. Transparantie
De partij die een vrijwaringsonderzoek opent, stelt de andere partij, indien deze laatste daarbij een aanmerkelijk economisch belang heeft, van die opening in kennis door haar een officiële kennisgeving te sturen.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een partij geacht aanmerkelijk economisch belang te hebben wanneer zij, uitgedrukt in absoluut volume of waarde, in de drie voorgaande jaren tot de vijf grootste leveranciers van het ingevoerde product behoorde.
Onverminderd artikel 40 van deze overeenkomst en onverminderd artikel 3.2 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, geeft de partij die een vrijwaringsonderzoek opent en voornemens is vrijwaringsmaatregelen te treffen, op verzoek van de andere partij onmiddellijk ad hoc schriftelijk kennis van alle relevante informatie die tot de opening van het vrijwaringsonderzoek en de instelling van vrijwaringsmaatregelen heeft geleid, alsmede, voor zover relevant, van de voorlopige en de definitieve bevindingen van dat onderzoek, en biedt zij de andere partij de mogelijkheid tot het voeren van overleg.
Artikel 42. Toepassing van maatregelen
Indien vrijwaringsmaatregelen worden ingesteld, streven de partijen ernaar deze op zodanige wijze in te stellen dat daardoor hun bilaterale handel zo min mogelijk wordt beïnvloed.
Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel en indien een partij van mening is dat aan de wettelijke vereisten voor de instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen is voldaan, geeft de partij die voornemens is dergelijke maatregelen in te stellen, daarvan kennis aan de andere partij en biedt zij deze de mogelijkheid tot het voeren van bilateraal overleg. Indien binnen dertig dagen na de kennisgeving geen aanvaardbare oplossing is gevonden, kan de partij van invoer passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen.
Artikel 43. Ontwikkelingsland
Voor zover Oekraïne voor de toepassing van artikel 9 van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen als ontwikkelingsland3)Voor de toepassing van dit artikel wordt bij de vaststelling of het om een ontwikkelingsland gaat, acht geslagen op de lijsten die worden opgesteld door internationale organisaties als de Wereldbank, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna „OESO” genoemd) of het Internationale Monetaire Fonds (hierna „IMF” genoemd), enz. kan worden aangemerkt, kan de EU-partij, voor zover aan de voorwaarden van artikel 9 van die Overeenkomst wordt voldaan, geen vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van Oekraïne toepassen.
AFDELING 2. VRIJWARINGSMAATREGELEN TEN AANZIEN VAN PERSONENAUTO'S
Artikel 44. Vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van personenauto's
Oekraïne kan in overeenstemming met de bepalingen van deze afdeling op personenauto's van oorsprong uit4)Volgens de definitie van oorsprong in protocol I bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking. de EU-partij van tariefpost 8703, hierna „het product” genoemd, zoals omschreven in artikel 45 van deze overeenkomst, een vrijwaringsmaatregel in de vorm van een hoger invoerrecht toepassen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. het product wordt door de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst in Oekraïne ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de interne productie, en onder zodanige omstandigheden, dat de interne bedrijfstak die een soortgelijk product vervaardigt, daardoor ernstige schade lijdt;
- b. het totale invoervolume (in eenheden)5)Zoals blijkt uit de statistieken van Oekraïne inzake personenvoertuigen van oorsprong uit de EU-partij (in eenheden) van tariefpost 8703. Oekraïne zal deze statistieken staven door beschikbaarstelling van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en van factuurverklaringen, afgegeven volgens de procedure van titel V van protocol I betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking. voor het product in een bepaald jaar overstijgt het drempelvolume als vastgelegd in de lijst van Oekraïne in bijlage II bij deze overeenkomst; en
- c. het totale invoervolume (in eenheden) voor het product in Oekraïne6)Zoals blijkt uit de statistieken van Oekraïne inzake personenvoertuigen van oorsprong uit de EU-partij (in eenheden) van tariefpost 8703. Oekraïne zal deze statistieken staven door beschikbaarstelling van certificaten EUR.1 en van factuurverklaringen, afgegeven volgens de procedure van titel V van protocol I betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking. gedurende de laatste 12 maanden, welke periode niet eerder eindigt dan de voorlaatste maand voordat Oekraïne de EU-partij uitnodigt voor overleg overeenkomstig lid 5 van dit artikel, overstijgt het drempelvolume als vastgelegd in de lijst van Oekraïne in bijlage II van alle nieuwe registraties7)Officiële statistieken betreffende de „eerste registratie” in Oekraïne van alle personenauto's door de staatsautomobielinspectie van Oekraïne. van personenauto's in Oekraïne in dezelfde periode.
Het in lid 1 van dit artikel bedoelde recht is niet hoger dan het laagste van de volgende tarieven: het gebruikelijke meestbegunstigingstarief, het meestbegunstigingstarief dat van kracht is op de datum die direct aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voorafgaat, of het tarief dat in de lijst van Oekraïne in bijlage II bij deze overeenkomst is vermeld. Het recht kan alleen worden toegepast voor het resterende deel van dat jaar, als omschreven in bijlage II.
Onverminderd lid 2 van dit artikel worden de rechten die Oekraïne ingevolge lid 1 toepast, vastgesteld overeenkomstig de lijst van Oekraïne in bijlage II bij deze overeenkomst.
Elke levering van het betrokken product die onderweg was naar aanleiding van een contract dat vóór oplegging van het aanvullende recht ingevolge de leden 1 tot en met 3 van dit artikel was gesloten, is van een dergelijk aanvullend recht vrijgesteld. Dergelijke leveringen zullen echter worden meegeteld voor het invoervolume van het betrokken product gedurende het volgende jaar, met het oog op het voldoen aan de voorwaarden van lid 1 voor dat jaar.
Oekraïne past vrijwaringsmaatregelen op een transparante wijze toe. Hiertoe geeft Oekraïne de EU-partij zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis van zijn voornemen een dergelijke maatregel toe te passen, met verstrekking van alle relevante inlichtingen, met inbegrip van het invoervolume (in eenheden) voor het product, het totale invoervolume (in eenheden) van personenauto's ongeacht de herkomst en de nieuwe registraties van personenauto's in Oekraïne voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde periode. Oekraïne nodigt de EU-partij zo vroeg mogelijk vóór het nemen van een dergelijke maatregel uit voor overleg over deze inlichtingen. Er wordt binnen 30 dagen na de uitnodiging tot overleg geen maatregel vastgesteld.
Oekraïne kan een vrijwaringsmaatregel enkel toepassen na een onderzoek door zijn bevoegde autoriteiten in overeenstemming met artikel 3 en artikel 4, lid 2, onder c), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, waartoe dat artikel 3 en dat artikel 4, lid 2, onder c), mutatis mutandis in deze overeenkomst worden opgenomen en daarvan deel uitmaken. Een dergelijk onderzoek moet aantonen dat het product door de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst in Oekraïne wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de interne productie, en onder zodanige omstandigheden, dat een interne bedrijfstak die een soortgelijk product vervaardigt, daardoor ernstige schade lijdt.
Oekraïne zal de EU-partij onverwijld schriftelijk kennis geven van de opening van een onderzoek als bedoeld in lid 6 van dit artikel.
Bij het onderzoek voldoet Oekraïne aan de vereisten van artikel 4, lid 2, onder a) en b), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, waartoe dat artikel 4, lid 2, onder a) en b), mutatis mutandis in de onderhavige overeenkomst wordt opgenomen en daarvan deel uitmaakt.
De relevante factoren voor de schadevaststelling van artikel 4, lid 2, onder a), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen worden beoordeeld gedurende ten minste drie achtereenvolgende perioden van 12 maanden, d.w.z. minimaal drie jaar in totaal.
Bij het onderzoek worden naast de toegenomen preferentiële invoer ingevolge deze overeenkomst ook andere factoren beoordeeld die tegelijkertijd schade aan de interne bedrijfstak kunnen berokkenen. Een toename van de invoer van een product van oorsprong uit de EU-partij wordt niet als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht aangemerkt indien tegelijkertijd de invoer van hetzelfde product uit andere bronnen in vergelijkbare mate is toegenomen.
Oekraïne stelt de EU-partij en alle andere belanghebbenden ruim voor het in lid 5 van dit artikel bedoelde overleg schriftelijk op de hoogte van de resultaten en gemotiveerde conclusies van het onderzoek, zodat de informatie die uit het onderzoek naar voren komt, kan worden beoordeeld en standpunten over de voorgestelde maatregelen tijdens het overleg kunnen worden uitgewisseld.
Oekraïne waarborgt dat de als bewijs ten aanzien van zulke maatregelen gebruikte statistieken inzake personenauto's betrouwbaar, adequaat en tijdig openbaar toegankelijk zijn. Het verstrekt onverwijld maandelijkse statistieken over het invoervolume (in eenheden) van het product, het totale volume (in eenheden) van de invoer van personenauto's ongeacht de herkomst en de nieuwe registraties voor personenauto's in Oekraïne.
Onverminderd lid 1 van dit artikel zijn lid 1, onder a), en de leden 6 tot en met 11 van dit artikel gedurende de overgangsperiode niet van toepassing.
Oekraïne past tijdens jaar één geen vrijwaringsmaatregel uit hoofde van deze afdeling toe. Na jaar vijftien past Oekraïne noch vrijwaringsmaatregelen uit hoofde van deze afdeling toe, noch handhaaft het dergelijke maatregelen of zet het onderzoeken in dit verband voort.
De tenuitvoerlegging en werking van dit artikel kan voorwerp voor bespreking en herziening in het Handelscomité zijn.
Artikel 45. Definities
Voor de toepassing van deze afdeling en bijlage II bij deze overeenkomst wordt verstaan onder:
-
- „het product”: alleen personenauto's van oorsprong uit de EU-partij van tariefpost 8703 overeenkomstig de oorsprongsregels van protocol I bij deze overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking;
-
- „ernstige schade”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 1, onder a), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Hiertoe wordt artikel 4, lid 1, onder a), mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maakt het daarvan deel uit;
-
- „soortgelijk product”: een product dat identiek is, d.w.z. in alle opzichten vergelijkbaar met het betrokken product of, als dat ontbreekt, een ander product dat hoewel het niet in alle opzichten vergelijkbaar is, kenmerken heeft die sterk op die van het betrokken product lijken;
-
- „overgangsperiode”: een periode van 10 jaar die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. De overgangsperiode wordt met drie jaar verlengd, indien Oekraïne vóór het eind van jaar tien bij het in artikel 465 van deze overeenkomst bedoelde Handelscomité een met redenen omkleed verzoek heeft ingediend en het Handelscomité dit heeft besproken;
-
- „jaar één”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar twee”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de eerste verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar drie”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de tweede verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar vier”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de derde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar vijf”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de vierde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar zes”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de vijfde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar zeven”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de zesde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar acht”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de zevende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar negen”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de achtste verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar tien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de negende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar elf”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de tiende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar twaalf”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de elfde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar dertien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de twaalfde verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar veertien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de dertiende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst;
-
- „jaar vijftien”: een periode van 12 maanden die aanvangt op de veertiende verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
AFDELING 3. NON-CUMULATIE
Artikel 45 bis. Non-cumulatie
Geen van beide partijen mag met betrekking tot hetzelfde product tegelijkertijd:
- a. een vrijwaringsmaatregel overeenkomstig afdeling 2 (Vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van personenauto's) van dit hoofdstuk en
- b. een maatregel als bedoeld in artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen.
AFDELING 4. ANTIDUMPINGRECHTEN EN COMPENSERENDE RECHTEN
Artikel 46. Algemene bepalingen
De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge artikel VI van de GATT 1994, de in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst opgenomen Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994, hierna „Antidumpingovereenkomst” genoemd, en de in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst opgenomen Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, hierna „SCM-overeenkomst” genoemd.
De preferentiële oorsprongsregels van hoofdstuk 1 (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV van deze overeenkomst zijn niet van toepassing op deze afdeling.
Artikel 47. Transparantie
De partijen komen overeen dat bij gebruikmaking van antidumping- en compenserende maatregelen de vereisten van de Antidumpingovereenkomst en de SCM-overeenkomst volledig moeten worden gerespecteerd, en dat die maatregelen op een eerlijk en transparant systeem moeten worden gebaseerd.
Nadat de bevoegde autoriteiten van een partij een naar behoren gestaafd antidumpingverzoek in verband met invoer uit de andere partij hebben ontvangen, stelt die partij uiterlijk 15 dagen vóór opening van een onderzoek de andere partij schriftelijk ervan in kennis dat zij het verzoek heeft ontvangen.
Onverminderd artikel 6, lid 6.5, van de Antidumpingovereenkomst en artikel 12, lid 12.4, van de SCM-overeenkomst, waarborgen de partijen dat onmiddellijk na de eventuele instelling van voorlopige maatregelen en vóór de definitieve vaststelling, de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, volledig en duidelijk worden meegedeeld. De feiten en overwegingen worden schriftelijk meegedeeld, en er wordt belanghebbenden voldoende tijd gelaten om hun opmerkingen in te dienen. Na de mededeling van de definitieve bevindingen kunnen belanghebbenden gedurende ten minste 10 dagen hun opmerkingen indienen.
Belanghebbenden krijgen, mits zulks het onderzoek niet onnodig vertraagt en in overeenstemming met de nationale wetgeving van een partij inzake onderzoeksprocedures, de gelegenheid te worden gehoord opdat zij gedurende antidumping- of antisubsidieonderzoeken hun standpunt kenbaar kunnen maken.
Artikel 48. Algemeen belang
Antidumping- of compenserende maatregelen kunnen niet door een partij worden toegepast indien, op basis van de tijdens het onderzoek kenbaar gemaakte informatie duidelijk kan worden geconcludeerd dat de toepassing van dergelijke maatregelen niet in het algemeen belang is. Bij de vaststelling met betrekking tot het algemeen belang wordt uitgegaan van een waardering van alle verschillende belangen, in hun geheel beschouwd, met inbegrip van de belangen van de interne bedrijfstak, gebruikers, consumenten en importeurs, voor zover zij relevante informatie aan de onderzoeksautoriteiten hebben verstrekt.
Artikel 49. Regel van het laagste recht
Indien een partij besluit om een voorlopig of definitief antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumping- of subsidiemarge, en is het lager dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne bedrijfstak kan worden opgeheven.
Artikel 50. Toepassing van maatregelen en nieuwe onderzoeken
Voorlopige antidumping- of compenserende maatregelen mogen door de partijen alleen worden ingesteld als daaraan voorafgaand is vastgesteld dat er sprake is van dumping of subsidies waardoor de binnenlandse bedrijfstak schade lijdt.
Alvorens een definitief antidumping- of compenserend recht in te stellen, onderzoeken de partijen of er constructieve oplossingen mogelijk zijn, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van elk geval. Onverminderd de relevante nationale wettelijke bepalingen van elk van beide partijen, geven de partijen de voorkeur aan prijsverbintenissen, voor zover zij van exporteurs een passend aanbod hebben ontvangen en een dergelijk aanbod niet onpraktisch wordt geacht.
Na ontvangst van een met bewijsmateriaal gestaafd verzoek van een exporteur voor een nieuw onderzoek ten aanzien van bestaande antidumping- of compenserende maatregelen, onderzoekt de partij die de maatregel heeft ingesteld, dat verzoek zo spoedig mogelijk op objectieve wijze en stelt zij de exporteur onverwijld op de hoogte van de resultaten van het onderzoek.
AFDELING 5. OVERLEG
Artikel 50 bis. Overleg
Een partij biedt de andere partij, op verzoek daarvan, de gelegenheid tot het voeren van overleg over specifieke aangelegenheden die zich met betrekking tot de toepassing van de handelsmaatregelen kunnen voordoen. Deze aangelegenheden kunnen met name, doch niet uitsluitend, betrekking hebben op de gevolgde methodologie om dumpingmarges te berekenen, met inbegrip van verschillende correcties, op het gebruik van statistieken, de ontwikkeling van de invoer, de vaststelling van schade en de toepassing van de regel van het laagste recht.
Overleg vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch normaal gesproken binnen 21 dagen na het verzoek.
Overleg in het kader van deze afdeling wordt gevoerd onverminderd en met volledige eerbiediging van de artikelen 41 en 47 van deze overeenkomst.
AFDELING 6. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 51. Dialoog betreffende handelsmaatregelen
De partijen komen overeen een dialoog betreffende handelsmaatregelen op deskundigenniveau op te zetten, als forum voor samenwerking in aangelegenheden betreffende handelsmaatregelen.
De dialoog betreffende handelsmaatregelen wordt gevoerd met het oogmerk:
- a. de kennis van een partij over en haar inzicht in de wet- en regelgeving inzake handelsmaatregelen, het handelsbeleid en de handelspraktijken van de andere partij te vergroten;
- b. na te gaan hoe het met de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk staat;
- c. de samenwerking tussen de voor aangelegenheden betreffende handelsmaatregelen verantwoordelijke autoriteiten van de partijen te verbeteren;
- d. internationale ontwikkelingen op het gebied van handelsbescherming te bespreken;
- e. bij andere aangelegenheden betreffende handelsmaatregelen samen te werken.
De bijeenkomsten van de dialoog betreffende handelsmaatregelen worden ad hoc gehouden, op verzoek van een van beide partijen. De agenda van elke bijeenkomst wordt vooraf gezamenlijk overeengekomen.
AFDELING 7. GESCHILLENBESLECHTING
Artikel 52. Geschillenbeslechting
Titel IV, hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van deze Overeenkomst is niet van toepassing op de afdelingen 1, 4, 5, 6 en 7 van dit hoofdstuk.
HOOFDSTUK 3. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN
Artikel 53. Werkingssfeer en definities
Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, het aannemen en de toepassing van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures zoals omschreven in de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, hierna „TBT-overeenkomst” genoemd, die in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst is opgenomen, welke de handel in goederen tussen de partijen kunnen beïnvloeden.
Onverminderd lid 1 van dit artikel is dit hoofdstuk noch op sanitaire en fytosanitaire maatregelen zoals omschreven in bijlage A bij de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „SPS-overeenkomst” genoemd, die in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst is opgenomen, noch op de aankoopspecificaties die door overheidsinstanties zijn opgesteld om in hun eigen productie- of verbruiksbehoeften te voorzien, van toepassing.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van bijlage I bij de TBT-overeenkomst.
Artikel 54. Bevestiging van de TBT-overeenkomst
De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de TBT-overeenkomst, die hierbij in deze overeenkomst is opgenomen en daarvan deel uitmaakt.
Artikel 55. Technische samenwerking
De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van technische voorschriften, normen, metrologie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectieve systemen te verbeteren en de toegang tot hun respectieve markten te vergemakkelijken. Hiertoe kunnen zij zowel op horizontaal als op sectorniveau dialogen over regelgeving tot stand brengen.
Bij hun samenwerking streven de partijen ernaar om handelsbevorderende initiatieven in kaart te brengen, te ontwikkelen en te bevorderen die met name, doch niet uitsluitend, het volgende kunnen inhouden:
- a. versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door de uitwisseling van informatie, ervaringen en gegevens; wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de kwaliteit van hun technische voorschriften, normen, beproeving, markttoezicht, certificering en accreditatie te verbeteren en beter gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;
- b. bevordering en aanmoediging van samenwerking tussen hun respectieve openbare of particuliere instellingen voor metrologie, normalisatie, beproeving, markttoezicht, certificering en accreditatie;
- c. bevordering van de ontwikkeling van de kwaliteitsinfrastructuur voor normalisatie, metrologie, accreditatie, conformiteitsbeoordeling en van het systeem voor markttoezicht in Oekraïne;
- d. bevordering van de deelname van Oekraïne aan het werk van verwante Europese organisaties;
- e. zoeken naar oplossingen voor handelsbelemmeringen die zich kunnen voordoen;
- f. afstemming van hun standpunten in internationale organisaties voor handel en regelgeving zoals de WTO en de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa, hierna „VN-ECE” genoemd.
Artikel 56. Aanpassing van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling
Oekraïne neemt de maatregelen die nodig zijn om geleidelijk te komen tot conformiteit met de technische voorschriften van de EU en de normalisatie, metrologie, accreditatie, conformiteitsbeoordelingsprocedures en het systeem voor markttoezicht van de EU, en verbindt zich tot naleving van de beginselen en de praktijken die in de desbetreffende EU-besluiten en EU-verordeningen zijn neergelegd8)Met name Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad, en Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93..
Met het oog op het bereiken van de in lid 1 bedoelde doelstellingen zal Oekraïne volgens het tijdschema in bijlage III bij deze overeenkomst:
- i. het relevante EU-acquis in zijn wetgeving opnemen;
- ii. de administratieve en institutionele hervormingen doorvoeren die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst en de in artikel 57 van deze overeenkomst genoemde Overeenkomst inzake de conformiteitsbeoordeling en de aanvaarding van industrieproducten, hierna „OCBA” genoemd; en
- iii. het doeltreffende en transparante administratieve stelsel verschaffen dat voor de uitvoering van dit hoofdstuk vereist is.
Het tijdschema in bijlage III bij deze overeenkomst wordt door de partijen overeengekomen en gehandhaafd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)