Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op het midden- en kleinbedrijf. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingsnetwerk voor Oekraïense en EU-bedrijven die in Oekraïne en in de EU actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het mkb-beleid van de EU, rekening houdende met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied.
Artikel 379
De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:
- a. uitvoering van strategieën voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf op basis van het Europees handvest voor kleine ondernemingen en toezicht op het uitvoeringsproces door jaarlijkse rapportage en dialoog. Microbedrijven en ambachtelijke bedrijven, die voor de economieën van de EU en Oekraïne uiterst belangrijk zijn, vormen een van de aandachtsgebieden van deze samenwerking;
- b. totstandbrenging van betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en goede praktijken. Deze samenwerking omvat het beheer van structuurwijzigingen (herstructureringen) en milieu- en energievraagstukken, zoals energie-efficiëntie en schonere productie;
- c. vereenvoudiging en rationalisering van de regelgeving en de praktijk op dat gebied, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van goede praktijken inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de EU betreft;
- d. aanmoediging van de ontwikkeling van een innovatiebeleid door middel van uitwisseling van informatie en goede praktijken over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven), ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;
- e. aanmoediging van contacten tussen bedrijven in de EU en bedrijven in Oekraïne en tussen bedrijven en autoriteiten in Oekraïne en in de EU;
- f. ondersteuning van activiteiten op het gebied van exportpromotie in Oekraïne;
- g. facilitering van de modernisering en herstructurering van bepaalde sectoren van het bedrijfsleven in Oekraïne en de EU.
Artikel 380
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 10 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst. Hierbij zullen vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de EU en in Oekraïne worden betrokken.
HOOFDSTUK 11. MIJNBOUW EN METAALINDUSTRIE
Artikel 381
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake de mijnbouw en de metaalindustrie om het wederzijds begrip te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en informatie-uitwisseling en samenwerking inzake vraagstukken op ander dan energiegebied te bevorderen, met name wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen. Deze samenwerking doet geen afbreuk aan de bepalingen inzake steenkool die in artikel 339 van deze overeenkomst zijn opgenomen.
Artikel 382
De partijen werken daartoe samen op de volgende terreinen:
- a. uitwisseling van informatie over de uitgangssituatie van hun mijnbouw en hun metaalindustrie;
- b. uitwisseling van informatie over de vooruitzichten voor de mijnbouw en de metaalindustrie in de EU en Oekraïne in termen van de verbruiks-, productie- en marktprognoses;
- c. uitwisseling van informatie over de maatregelen die de partijen hebben getroffen om het herstructureringsproces in deze sectoren te vergemakkelijken;
- d. uitwisseling van informatie en beste praktijken over de duurzame ontwikkeling van de mijnbouw en de metaalindustrie in Oekraïne en de EU.
HOOFDSTUK 12. FINANCIËLE DIENSTEN
Artikel 383
De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van hun onderlinge handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van financiële diensten noodzakelijk zijn, en komen daartoe overeen samen te werken op het gebied van financiële diensten teneinde:
- a. de aanpassing van de regelgeving voor financiële diensten aan de behoeften van een open markteconomie te steunen;
- b. toe te zien op passende en doeltreffende bescherming van investeerders en andere consumenten van financiële diensten;
- c. de integriteit en de stabiliteit van hun financiële stelsel te verzekeren;
- d. de samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties, te bevorderen;
- e. onafhankelijk en doeltreffend toezicht te waarborgen.
Artikel 384
De partijen moedigen de samenwerking tussen bevoegde regelgevende en toezichthoudende autoriteiten aan, inclusief de uitwisseling van informatie en expertise inzake de financiële markten en dergelijke maatregelen.
Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de ontwikkeling van de administratieve capaciteit van dergelijke autoriteiten, onder meer door middel van de uitwisseling van personeel en gezamenlijke opleiding.
Artikel 385
De partijen bevorderen de geleidelijke aanpassing aan erkende internationale normen inzake regelgeving en toezicht op het gebied van financiële diensten. De desbetreffende onderdelen van het acquis van de EU inzake financiële diensten worden behandeld in hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.
Artikel 386
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 12 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 13. VENNOOTSCHAPSRECHT, CORPORATE GOVERNANCE, BOEKHOUDING EN BOEKHOUDKUNDIGE CONTROLE
Artikel 387
De partijen erkennen dat voor het tot stand brengen van een volwaardig functionerende markteconomie en voor het stimuleren van het handelsverkeer doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van vennootschapsrecht en corporate governance noodzakelijk zijn, en komen daartoe overeen samen te werken:
- a. inzake de bescherming van aandeelhouders, crediteuren en andere belanghebbenden, overeenkomstig de EU-voorschriften op dit gebied, zoals vermeld in bijlage XXXIII bij deze overeenkomst;
- b. inzake de invoering van de desbetreffende internationale normen op nationaal niveau en de geleidelijke aanpassing aan de EU-wetgeving inzake boekhouding en boekhoudkundige controle, zoals vermeld in bijlage XXXIV bij deze overeenkomst;
- c. inzake de verdere ontwikkeling van het beleid voor corporate governance overeenkomstig de internationale normen, alsmede de geleidelijke aanpassing aan de EU-voorschriften en -aanbevelingen op dit gebied, zoals vermeld in bijlage XXXV bij deze overeenkomst;
De partijen streven ernaar informatie en expertise uit te wisselen over zowel de bestaande systemen als relevante nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Bovendien streven de partijen naar verbetering van de uitwisseling van informatie tussen het nationale register van Oekraïne en de handelsregisters van de lidstaten van de EU.
Artikel 388
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 13 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 14. INFORMATIEMAATSCHAPPIJ
Artikel 389
De partijen intensiveren hun samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij om burgers en bedrijven voordelen te brengen door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en hoogwaardiger diensten tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking faciliteert tevens de toegang tot de markten voor elektronische-communicatiediensten en stimuleert daarmee concurrentie en investeringen in de sector.
Artikel 390
De samenwerking beoogt de tenuitvoerlegging van nationale strategieën voor de informatiemaatschappij, de ontwikkeling van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie en de uitbreiding van de deelname van Oekraïne aan de onderzoeksactiviteiten van de EU op ICT-gebied.
Artikel 391
De samenwerking omvat de volgende onderwerpen:
- a. bevordering van breedbandtoegang, verbetering van de netwerkbeveiliging en breder gebruik van ICT door burgers, bedrijven en overheidsdiensten, door het ontwikkelen van plaatselijke inhoud voor internet en het invoeren van onlinediensten, in het bijzonder e-business, e-overheid, e-gezondheidszorg en e-leren;
- b. coördinatie van het beleid inzake elektronische communicatie met het oog op optimale benutting van het radiospectrum en op de interoperabiliteit van netwerken in Oekraïne en in de EU;
- c. versterking van de onafhankelijkheid en de administratieve capaciteit van de nationale regelgevende instantie op communicatiegebied, zodat deze instantie passende regelgevingsmaatregelen kan treffen en de eigen beslissingen en alle toepasselijke regelgeving kan handhaven, en eerlijke concurrentie op de markten gewaarborgd is. De nationale regelgevende instantie op communicatiegebied dient bij het toezicht op deze markten samen te werken met de mededingingsautoriteit;
- d. bevordering van gezamenlijke projecten voor onderzoek op het gebied van informatie- en communicatietechnologie binnen het Kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek en technologische ontwikkeling.
Artikel 392
De partijen wisselen informatie, beste praktijken en ervaringen uit, ondernemen gezamenlijk actie om een omvattend regelgevingskader op te zetten en zien toe op de efficiënte werking van de markten voor elektronische communicatie en de afwezigheid van concurrentievervalsing op die markten.
Artikel 393
De partijen stimuleren de samenwerking tussen de nationale regelgevende instantie van Oekraïne op communicatiegebied en de nationale regelgevende instanties van de EU.
Artikel 394
De partijen bevorderen de geleidelijke aanpassing aan het wet- en regelgevingskader van de EU op het gebied van de informatiemaatschappij en elektronische communicatie.
De desbetreffende bepalingen, alsmede het acquis van de EU inzake de informatiemaatschappij en elektronische communicatie, worden vermeld in aanhangsel XVII-3 (Regels ten aanzien van telecommunicatiediensten) bij hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.
Artikel 395
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 14 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 15. AUDIOVISUEEL BELEID
Artikel 396
De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele bedrijfstak in Europa en ter aanmoediging van coproducties voor film en televisie.
De samenwerking kan onder meer betrekking hebben op de opleiding van journalisten en anderen die werkzaam zijn bij zowel de gedrukte als de elektronische media, alsmede steun voor zowel de publieke als de particuliere media ter versterking van hun onafhankelijkheid, hun professionele vaardigheden en hun contacten met Europese media overeenkomstig de Europese normen, met inbegrip van de normen van de Raad van Europa.
Artikel 397
De geleidelijke aanpassing aan de wetgeving en het wet- en regelgevingskader van de EU inzake het audiovisueel beleid geschiedt met name zoals uiteengezet in bijlage XXXVI bij deze overeenkomst.
Artikel 398
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 15 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 16. TOERISME
Artikel 399
De partijen werken samen op het gebied van het toerisme, met het oog op de ontwikkeling van een beter concurrerende toerismebedrijfstak die economische groei en emancipatie bevordert en werkgelegenheid en buitenlandse deviezen genereert.
Artikel 400
De samenwerking op bilateraal, regionaal en Europees niveau wordt gebaseerd op de volgende beginselen:
- a. respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, met name in plattelandsgebieden;
- b. het belang van het cultureel erfgoed;
- c. een positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud.
De relevante bepalingen inzake touroperators zijn vervat in hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst. De relevante bepalingen inzake het personenverkeer zijn vervat in artikel 19 van deze overeenkomst.
Artikel 401
De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende aspecten:
- a. uitwisseling van informatie, goede praktijken en ervaringen en overdracht van knowhow, onder andere inzake innovatieve technologieën;
- b. totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen openbare, particuliere en gemeenschapsbelangen, teneinde de duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen;
- c. promotie en ontwikkeling van producten en markten, infrastructuur, menselijk potentieel en institutionele structuren op toeristisch gebied;
- d. ontwikkeling en tenuitvoerlegging van efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;
- e. opleiding en capaciteitsopbouw op toeristisch gebied met als doel het niveau van dienstverlening te verbeteren;
- f. ontwikkeling en promotie van in de gemeenschappen wortelend toerisme.
Artikel 402
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 16 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 17. LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING
Artikel 403
De partijen bevorderen de ontwikkeling van de landbouw en het platteland, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.
Artikel 404
De samenwerking op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere:
- a. vergroten van wederzijds begrip van beleid met betrekking tot landbouw en plattelandsontwikkeling;
- b. uitbreiden van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren en uitvoeren van beleid;
- c. bevorderen van moderne, duurzame landbouwmethoden waarbij milieu en dierenwelzijn worden gerespecteerd, waaronder meer gebruik van biologische productiemethoden en biotechnologie, onder andere door goede praktijken op dat gebied toe te passen;
- d. delen van kennis en goede praktijken op het gebied van plattelandsontwikkeling ter bevordering van het economische welzijn van plattelandsgemeenschappen;
- e. verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector, de efficiëntie en transparantie van markten en investeringsmogelijkheden;
- f. verspreiden van kennis via opleiding en voorlichting;
- g. bevorderen van innovatie door middel van onderzoek en voorlichting aan landbouwproducenten;
- h. bevorderen van harmonisering van vraagstukken die worden aangepakt in het kader van internationale organisaties;
- i. uitwisselen van beste praktijken inzake steunmechanismen voor landbouwbeleid en het platteland;
- j. bevorderen van beleid inzake de kwaliteit van landbouwproducten met betrekking tot productnormen, productie-eisen en kwaliteitsregelingen.
Artikel 405
Zonder afbreuk te doen aan titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst streven de partijen in het kader van deze samenwerking naar geleidelijke aanpassing aan de wet- en regelgeving van de EU, met name de wet- en regelgeving als vermeld in bijlage XXXVII bij deze overeenkomst.
Artikel 406
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 17 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 18. VISSERIJBELEID EN MARITIEM BELEID
AFDELING 1. VISSERIJBELEID
Artikel 407
De partijen werken samen op de terreinen van het visserijbeleid die van gemeenschappelijk belang zijn en waarop samenwerking voor elk van hen voordeel oplevert, zoals instandhouding en beheer van levende aquatische hulpbronnen, inspectie en controle, gegevensverzameling en de bestrijding van illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visvangst.
Bij deze samenwerking worden de internationale verplichtingen met betrekking tot de instandhouding en het beheer van levende aquatische hulpbronnen in acht genomen.
Artikel 408
De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:
- a. goed bestuur en goede praktijken met betrekking tot visserijbeheer, met het oog op de instandhouding en het beheer van de visbestanden, op duurzame wijze en op basis van de ecosysteemaanpak;
- b. verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer in overeenstemming met de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden;
- c. samenwerking via regionale organisaties voor visserijbeheer.
Artikel 409
In het kader van artikel 408 van deze overeenkomst en rekening houdend met het beste wetenschappelijke advies versterken de partijen de samenwerking en coördinatie met betrekking tot hun activiteiten inzake de instandhouding en het beheer van de levende aquatische hulpbronnen in de Zwarte Zee. De partijen bevorderen bredere internationale samenwerking in het Zwarte Zeegebied teneinde betrekkingen te ontwikkelen binnen een passende regionale organisatie voor visserijbeheer.
Artikel 410
De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid op basis van prioritaire gebieden van het acquis op dit gebied, zoals:
- a. beheer van levende aquatische hulpbronnen, visserijinspanning en technische maatregelen;
- b. inspectie en controle van visserijactiviteiten, met gebruikmaking van de noodzakelijke uitrusting voor toezicht, waaronder een satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen, en de ontwikkeling van de bijbehorende administratieve en gerechtelijke structuren die passende maatregelen kunnen toepassen;
- c. geharmoniseerde inzameling van gegevens over de vangst en de aanvoer en biologische en economische gegevens;
- d. beheer van de visserijcapaciteit, waaronder een goed functionerend vissersvlootregister;
- e. efficiëntere markten, met name door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid;
- f. ontwikkeling van een structureel beleid voor de visserijsector, waarbij met name aandacht wordt besteed aan de duurzame ontwikkeling van kustgemeenschappen.
AFDELING 2. MARITIEM BELEID
Artikel 411
Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, vervoer, milieu en andere beleidsterreinen die verband houden met de zee, ontwikkelen de partijen ook samenwerking inzake een geïntegreerd maritiem beleid, met name:
- a. bevorderen van een geïntegreerde aanpak van maritieme aangelegenheden, goed bestuur en uitwisseling van goede praktijken met betrekking tot het gebruik van de mariene ruimte;
- b. vaststellen van een kader voor het maken van keuzes tussen concurrerende menselijke activiteiten en het beheren van de effecten daarvan op het mariene milieu door maritieme ruimtelijke ordening te gebruiken als een instrument voor betere besluitvorming;
- c. bevorderen van duurzame ontwikkeling van kustregio's en maritieme industrieën om economische groei en werkgelegenheid te genereren, onder andere door goede praktijken uit te wisselen;
- d. bevorderen van strategische allianties tussen maritieme industrieën, diensten en wetenschappelijke instellingen die gespecialiseerd zijn in marien en maritiem onderzoek, waaronder de oprichting van sectoroverschrijdende maritieme clusters;
- e. streven naar verbetering van de maatregelen met betrekking tot maritieme veiligheid en beveiliging en naar meer grens- en sectoroverschrijdend maritiem toezicht om het hoofd te bieden aan de steeds grotere risico's als gevolg van intensief maritiem verkeer, afvallozingen door schepen en ongevallen en illegale activiteiten op zee, waarbij wordt voortgebouwd op de ervaring van het coördinatie- en informatiecentrum in Burgas;
- f. tot stand brengen van een regelmatige dialoog en bevorderen van verschillende netwerken tussen maritieme actoren.
Artikel 412
De samenwerking omvat onder andere:
- a. uitwisseling van informatie, goede praktijken en ervaringen en overdracht van maritieme knowhow, onder andere inzake het gebruik van innovatieve technologieën in de maritieme sector;
- b. uitwisseling van informatie en goede praktijken inzake financieringsopties voor projecten, waaronder publiek-private partnerschappen;
- c. bevordering van de samenwerking tussen de partijen in de relevante internationale maritieme fora.
AFDELING 3. REGELMATIGE DIALOOG OVER VISSERIJ EN MARITIEM BELEID
Artikel 413
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk 18 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 19. DE DONAU
Artikel 414
Gezien het grensoverschrijdende karakter van het stroomgebied van de Donau en het historische belang van deze rivier voor de bevolkingsgroepen die langs de rivier wonen, streven de partijen naar:
- a. betere uitvoering van de internationale verbintenissen die de lidstaten en Oekraïne zijn aangegaan op het gebied van de scheepvaart, visserij, bescherming van het milieu, met name van aquatische ecosystemen, waaronder de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen, om een goede ecologische toestand te bereiken, alsmede op andere relevante gebieden van de menselijke activiteit;
- b. waar nodig ondersteuning van initiatieven tot ontwikkeling van bilaterale en multilaterale verdragen en regelingen ter bevordering van duurzame ontwikkeling, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de eerbiediging van de traditionele levenswijzen van de bevolkingsgroepen die langs de rivier wonen en de bevordering van de economische activiteit door middel van geïntegreerd beheer van het stroomgebied van de Donau.
HOOFDSTUK 20. CONSUMENTENBESCHERMING
Artikel 415
De partijen streven samen naar een hoog niveau van consumentenbescherming en verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.
Artikel 416
Om deze doelstellingen te verwezenlijken omvat de samenwerking met name:
- a. bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenbescherming;
- b. levering van expertise over wetgevende en technische capaciteit voor de handhaving van de wetgeving en over systemen voor markttoezicht;
- c. verbetering van de informatie die aan consumenten wordt verstrekt;
- d. opleidingsactiviteiten voor ambtenaren en vertegenwoordigers van consumentenbelangen;
- e. bevordering van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten.
Artikel 417
Oekraïne brengt zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de Europese wet- en regelgeving, zoals beschreven in bijlage XXXVIII bij deze overeenkomst, waarbij handelsbelemmeringen moeten worden voorkomen.
Artikel 418
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 20 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 21. WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN
Artikel 419
Rekening houdend met hoofdstuk 13 (Handel en duurzame ontwikkeling) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) versterken de partijen hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de agenda voor fatsoenlijk werk, het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, sociale bescherming, sociale inclusie, gelijkheid van mannen en vrouwen en bestrijding van discriminatie.
Artikel 420
Met de samenwerking op de door artikel 419 van deze overeenkomst bestreken gebieden wordt gestreefd naar:
- a. verbetering van de levenskwaliteit;
- b. aanpak van gemeenschappelijke problemen, zoals mondialisering en demografische verandering;
- c. meer en betere banen in fatsoenlijke arbeidsomstandigheden;
- d. sociale rechtvaardigheid en eerlijkheid bij de hervorming van de arbeidsmarkt;
- e. een arbeidsmarktklimaat waarin flexibiliteit en zekerheid worden gecombineerd;
- f. actieve arbeidsmarktmaatregelen en efficiëntere diensten voor arbeidsbemiddeling om te voldoen aan de behoeften van de arbeidsmarkt;
- g. integratie van kansarmen in de arbeidsmarkt;
- h. beperking van de informele economie door zwartwerk om te zetten in regulier werk;
- i. betere bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk, onder andere door opleiding en voorlichting over vraagstukken in verband met gezondheid en veiligheid, bevordering van preventieve maatregelen, preventie met betrekking tot de belangrijkste risicofactoren voor ongevallen, het beheer van chemische stoffen en de uitwisseling van praktijken en onderzoek op dit vlak;
- j. betere sociale bescherming en modernisering van de socialezekerheidsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;
- k. armoedebestrijding en meer sociale cohesie;
- l. gelijkheid van en gelijke kansen voor mannen en vrouwen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en opleiding en in de economie, de samenleving en de besluitvorming;
- m. bestrijding van discriminatie op alle gronden;
- n. meer capaciteit voor de sociale partners en bevordering van de sociale dialoog.
Artikel 421
De partijen moedigen de participatie aan van alle belanghebbenden, met name de sociale partners en het maatschappelijk middenveld, in de beleidshervormingen van Oekraïne en in de samenwerking tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst.
Artikel 422
De partijen bevorderen de maatschappelijke verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht van bedrijven en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in het Global Compact van de Verenigde Naties van 2000, de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) van 1977, zoals gewijzigd in 2006, en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van 1976, zoals gewijzigd in 2000.
Artikel 423
De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties.
Artikel 424
Oekraïne brengt zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de EU-wetgeving, -normen en -praktijken op het gebied van werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen, zoals beschreven in bijlage XXXIX bij deze overeenkomst.
Artikel 425
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 21 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 22. VOLKSGEZONDHEID
Artikel 426
De partijen ontwikkelen samenwerking op het gebied van de volksgezondheid om het niveau van de bescherming van de volksgezondheid en de gezondheid van de mens te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.
Artikel 427
De samenwerking omvat met name:
- a. versterking van de gezondheidszorgsystemen en de capaciteit daarvan in Oekraïne, met name door hervormingen, verdere ontwikkeling van de primaire gezondheidszorg en de opleiding van personeel;
- b. preventie en controle van overdraagbare ziekten, zoals hiv/aids en tuberculose, vergroting van de paraatheid met betrekking tot de uitbraak van hoogpathogene ziekten en de uitvoering van internationale gezondheidswetgeving;
- c. preventie en controle van niet-overdraagbare ziekten door middel van het uitwisselen van informatie en goede praktijken, het bevorderen van een gezonde levensstijl, het aanpakken van belangrijke bepalende factoren en problemen met betrekking tot gezondheid, zoals gezondheid van moeders en kinderen, geestelijke gezondheid, verslaving aan alcohol, drugs of tabak, waaronder de uitvoering van het kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van 2003;
- d. kwaliteit en veiligheid van stoffen van menselijke oorsprong, zoals bloed, weefsel en cellen;
- e. informatie over en kennis van gezondheid, onder andere de integratie van gezondheid in alle beleidsterreinen.
Daartoe wisselen de partijen gegevens en goede praktijken uit en ondernemen zij gezamenlijke activiteiten, onder andere door gezondheid in alle beleidsterreinen te integreren en Oekraïne geleidelijk te integreren in de Europese netwerken op het gebied van de volksgezondheid.
Artikel 428
Oekraïne brengt zijn wetgeving en praktijken geleidelijk in overeenstemming met de Europese wet- en regelgeving, met name wat betreft overdraagbare ziekten, bloed, weefsel en cellen en tabak. Een overzicht van de belangrijkste Europese wet- en regelgeving op dit vlak is opgenomen in bijlage XL bij deze overeenkomst.
Artikel 429
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 22 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 23. ONDERWIJS, OPLEIDING EN JEUGD
Artikel 430
De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, waarbij zij de inhoud van elkaars curriculum, de organisatie van elkaars onderwijssysteem en hun culturele en linguïstische diversiteit volledig eerbiedigen, teneinde het wederzijdse begrip te vergroten, de interculturele dialoog te stimuleren en de kennis van elkaars cultuur te versterken.
Artikel 431
De partijen intensiveren hun samenwerking op het gebied van het hoger onderwijs, vooral met het oog op:
- a. hervorming en modernisering van de systemen voor hoger onderwijs;
- b. bevordering van de convergentie op het gebied van het hoger onderwijs volgens het Bolognaproces;
- c. verhoging van de kwaliteit en relevantie van het hoger onderwijs;
- d. meer samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs;
- e. meer capaciteit voor instellingen voor hoger onderwijs;
- f. meer mobiliteit van studenten en docenten; vergemakkelijking van de toegang tot het hoger onderwijs.
Artikel 432
De partijen streven naar meer uitwisseling van informatie en deskundigheid ter bevordering van nauwere samenwerking op het gebied van beroepsonderwijs en opleiding, vooral met het oog op:
- a. de ontwikkeling van systemen voor beroepsonderwijs en opleiding en na- en bijscholing tijdens de professionele loopbaan, waarbij wordt ingespeeld op de veranderingen op de arbeidsmarkt;
- b. de oprichting van een nationaal kader ter verbetering van de transparantie en de erkenning van kwalificaties en competenties, waarbij waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van de ervaring van de EU.
Artikel 433
De partijen onderzoeken of zij hun samenwerking op andere terreinen kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld met betrekking tot het middelbaar onderwijs, onderwijs op afstand en een leven lang leren.
Artikel 434
De partijen streven naar nauwere samenwerking en de uitwisseling van ervaringen op het gebied van het jeugdbeleid en informele opleiding door:
- a. jongeren beter te integreren in de samenleving door actief burgerschap en zin voor initiatief aan te moedigen;
- b. jongeren te helpen om kennis, vaardigheden en competenties te verwerven buiten het onderwijssysteem, onder andere door middel van vrijwilligerswerk, en dergelijke ervaring te erkennen;
- c. samenwerking met derde landen aan te moedigen;
- d. samenwerking tussen jongerenorganisaties in Oekraïne, de EU en haar lidstaten aan te moedigen;
- e. een gezonde levensstijl aan te moedigen, met name voor jongeren.
Artikel 435
De partijen houden bij hun samenwerking rekening met de aanbevelingen van bijlage XLI bij deze overeenkomst.
Artikel 436
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 23 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 24. CULTUUR
Artikel 437
De partijen bevorderen de culturele samenwerking teneinde het wederzijds begrip te vergroten, en bevorderen culturele uitwisselingen en de mobiliteit van kunst en kunstenaars uit de EU en Oekraïne.
Artikel 438
De partijen moedigen interculturele dialoog aan tussen personen en organisaties die het maatschappelijk middenveld en culturele instellingen uit de EU en Oekraïne vertegenwoordigen.
Artikel 439
De partijen werken nauw samen in relevante internationale fora, bijvoorbeeld de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (Unesco) en de Raad van Europa, onder andere om de culturele diversiteit te ontwikkelen en het cultureel en historisch erfgoed te behouden en op te waarderen.
Artikel 440
De partijen streven naar een regelmatige beleidsdialoog over cultuur ter bevordering van de ontwikkeling van de cultuurindustrie in de EU en Oekraïne. Daartoe zorgen de partijen voor passende uitvoering van het Unesco-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 2005.
HOOFDSTUK 25. SPORT EN BEWEGING
Artikel 441
De partijen werken samen op het gebied van sport en beweging om een gezonde levensstijl onder alle leeftijdsgroepen te ontwikkelen, de sociale en educatieve waarde van sport te bevorderen en bedreigingen voor de sport, zoals doping, wedstrijdvervalsing, racisme en geweld, te bestrijden.
De samenwerking omvat onder andere de uitwisseling van informatie en goede praktijken op de volgende gebieden:
- a. bevordering van sport en beweging via het onderwijs, in samenwerking met overheidsinstellingen en niet-gouvernementele organisaties;
- b. beweging en deelname aan sport als bijdrage aan een gezonde levensstijl en algemeen welzijn;
- c. ontwikkeling van nationale systemen voor competenties en kwalificaties in de sportsector;
- d. integratie van kansarme groeperingen door middel van sport;
- e. bestrijding van dopinggebruik;
- f. bestrijding van wedstrijdvervalsing;
- g. beveiliging tijdens grote internationale sportevenementen.
Artikel 442
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 25 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 26. MAATSCHAPPELIJKE SAMENWERKING
Artikel 443
De partijen bevorderen de samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, met het oog op:
- a. intensivering van de contacten en bevordering van de uitwisseling van ervaringen tussen alle sectoren van het maatschappelijk middenveld in de EU-lidstaten en Oekraïne;
- b. betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, inclusief het toezicht daarop, en de ontwikkeling van de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Oekraïne;
- c. meer kennis van en inzicht in Oekraïne in de EU-lidstaten, onder meer wat betreft de geschiedenis en cultuur van het land;
- d. meer kennis van en inzicht in de Europese Unie in Oekraïne, onder meer wat betreft de waarden waarop de EU is gegrondvest, de werking en het beleid.
Artikel 444
De partijen bevorderen dialoog en samenwerking tussen vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van beide partijen als integraal onderdeel van de betrekkingen tussen de EU en Oekraïne, door:
- a. de intensivering van contacten en van de uitwisseling van ervaringen tussen maatschappelijke organisaties in de EU-lidstaten en Oekraïne te bevorderen, met name door middel van seminars, opleiding, en dergelijke;
- b. de institutionele opbouw en consolidatie van het maatschappelijk middenveld te bevorderen, onder andere door lobbying, informele netwerken, bezoeken, workshops, enzovoorts;
- c. vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld uit Oekraïne vertrouwd te maken met het proces van overleg en dialoog tussen de sociale en maatschappelijke partners in de EU, met het oog op de integratie van het maatschappelijk middenveld in de beleidsdialoog in Oekraïne.
Artikel 445
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 26 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 27. GRENSOVERSCHRIJDENDE EN REGIONALE SAMENWERKING
Artikel 446
De partijen bevorderen wederzijds begrip en bilaterale samenwerking op het gebied van het regionaal beleid, de methoden voor formulering en uitvoering van regionaal beleid, waaronder bestuur en partnerschap op meerdere niveaus, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van kansarme gebieden en territoriale samenwerking, teneinde communicatiekanalen tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen tussen nationale, regionale en lokale overheden, sociaal-economische actoren en het maatschappelijk middenveld.
Artikel 447
De partijen ondersteunen en versterken de betrokkenheid van lokale en regionale overheden bij grensoverschrijdende en regionale samenwerking en de daarmee verband houdende beheersstructuren, bevorderen de samenwerking door een passend wetgevend kader tot stand te brengen, ondersteunen en ontwikkelen maatregelen voor capaciteitsopbouw en bevorderen de versterking van grensoverschrijdende en regionale economische en zakelijke netwerken.
Artikel 448
De partijen versterken en stimuleren de ontwikkeling van de grensoverschrijdende en regionale dimensie van onder andere vervoer, energie, communicatienetwerken, cultuur, onderwijs, toerisme, gezondheid en andere terreinen die onder deze overeenkomst vallen en die van invloed zijn op de grensoverschrijdende en regionale samenwerking. De partijen moedigen met name de ontwikkeling van grensoverschrijdende samenwerking aan met betrekking tot de modernisering, uitrusting en coördinatie van noodhulpdiensten.
Artikel 449
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 27 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 28. DEELNAME AAN EU-AGENTSCHAPPEN EN -PROGRAMMA'S
Artikel 450
Oekraïne mag deelnemen aan EU-agentschappen die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst en aan alle andere EU-agentschappen, indien dat mogelijk is op grond van de oprichtingsverordening en op de daarin vastgelegde voorwaarden. Oekraïne sluit voor elk agentschap een aparte overeenkomst met de EU inzake de deelname en de financiële bijdrage.
Artikel 451
Oekraïne mag deelnemen aan alle huidige en toekomstige programma’s van de Unie die overeenkomstig de bepalingen tot vaststelling van die programma’s voor het land openstaan. Deelname van Oekraïne aan de programma's van de Unie vindt plaats volgens de bepalingen van het in de bijlage opgenomen protocol III inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne inzake de algemene beginselen voor deelname van Oekraïne aan EU-programma's van 2010.
Artikel 452
De EU stelt Oekraïne in kennis van de oprichting van nieuwe EU-agentschappen en -programma's en van veranderingen in de voorwaarden voor deelname aan deze agentschappen en programma's zoals beschreven in de artikelen 450 en 451 van deze overeenkomst.
TITEL VI. FINANCIËLE SAMENWERKING EN FRAUDEBESTRIJDING
Artikel 453
Oekraïne komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
Artikel 454
De belangrijkste beginselen inzake de financiële bijstand worden vastgelegd in de relevante reglementen voor de financiële instrumenten van de EU.
Artikel 455
De prioritaire gebieden voor de financiële bijstand van de EU worden door de partijen bepaald en vastgelegd in indicatieve programma's die overeenstemmen met de overeengekomen beleidsprioriteiten. De indicatieve bedragen van deze bijstand worden vastgesteld op basis van de behoeften van Oekraïne, de sectorale capaciteit en de vorderingen met betrekking tot de hervormingen.
Artikel 456
Om de beschikbare middelen optimaal te benutten streven de partijen ernaar de bijstand uit te voeren in nauwe samenwerking en coördinatie met andere donorlanden, donororganisaties en internationale financiële instellingen en overeenkomstig de internationale beginselen inzake doeltreffendheid van hulp.
Artikel 457
De fundamentele juridische, administratieve en technische grondslag van de financiële bijstand wordt vastgelegd in specifieke overeenkomsten tussen de partijen.
Artikel 458
De Associatieraad wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en de uitvoering van de financiële bijstand en de impact op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Daartoe zorgen de relevante organen van de partijen op passende wijze en op wederzijdse en permanente basis voor toezicht en evaluatie van informatie.
Artikel 459
De partijen voeren de financiële steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en van Oekraïne te beschermen, zoals beschreven in bijlage XLII bij deze overeenkomst. De partijen nemen doeltreffende maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden, onder andere door middel van wederzijdse administratieve en juridische bijstand op de terreinen waarop de overeenkomst van toepassing is.
Daartoe brengt Oekraïne zijn wetgeving ook geleidelijk in overeenstemming met de bepalingen van bijlage XLIII bij deze overeenkomst.
Bijlage XLII bij deze overeenkomst is van toepassing op alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die worden gesloten tussen de partijen en op alle EU-financieringsinstrumenten waarmee Oekraïne zich eventueel associeert, zonder afbreuk te doen aan andere aanvullende bepalingen inzake audits, verificaties ter plaatse, inspecties, controles en fraudebestrijdingsmaatregelen, onder andere die van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer.
TITEL VII. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK 1. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 460
Het hoogste niveau van de politieke en beleidsdialoog tussen de partijen is de topbijeenkomst. Topbijeenkomsten vinden in beginsel eenmaal per jaar plaats. Tijdens topbijeenkomsten worden de algemene richtsnoeren voor de uitvoering van deze overeenkomst vastgesteld en worden bilaterale of internationale vraagstukken van wederzijds belang besproken.
Op het niveau van de ministers vindt een regelmatige politieke en beleidsdialoog plaats binnen de bij artikel 461 van deze overeenkomst opgerichte Associatieraad en in het kader van in overleg vast te stellen regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van beide partijen.
Artikel 461
Er wordt een Associatieraad opgericht. De Associatieraad houdt toezicht op en volgt de toepassing en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en toetst regelmatig de werking van de overeenkomst in het licht van de doelstellingen.
De Associatieraad komt regelmatig bijeen op ministerieel niveau, ten minste eenmaal per jaar en verder wanneer de omstandigheden zulks vereisen. De Associatieraad komt bijeen in de noodzakelijke samenstelling, die in onderling overleg wordt bepaald.
Naast het toezicht op de toepassing en tenuitvoerlegging van deze overeenkomst onderzoekt de Associatieraad alle belangrijke vraagstukken in het kader van de overeenkomst en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van wederzijds belang.
Artikel 462
De Associatieraad bestaat uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, enerzijds, en leden van de regering van Oekraïne, anderzijds.
De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
Het voorzitterschap van de Associatieraad wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de Unie en een vertegenwoordiger van Oekraïne.
Indien nodig en in overleg kunnen andere organen als waarnemer deelnemen aan de werkzaamheden van de Associatieraad.
Artikel 463
Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, heeft de Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan, waaronder indien noodzakelijk optreden door in het kader van deze overeenkomst ingestelde specifieke organen. De Associatieraad kan tevens aanbevelingen doen. De Associatieraad stelt zijn besluiten en aanbevelingen vast in overleg tussen de partijen, na voltooiing van hun interne procedures.
Overeenkomstig de in deze overeenkomst vastgelegde doelstelling van geleidelijke aanpassing van de wetgeving van Oekraïne aan die van de Unie vormt de Associatieraad een forum voor de uitwisseling van informatie over de wetgeving van de Europese Unie en Oekraïne, zowel wetgeving die wordt voorbereid als wetgeving die van kracht is, en over de maatregelen met betrekking tot tenuitvoerlegging, handhaving en naleving.
Daartoe kan de Associatieraad de bijlagen bij deze overeenkomst wijzigen, rekening houdend met de ontwikkeling van de EU-wetgeving en toepasselijke normen die worden vastgesteld in internationale instrumenten die de partijen relevant achten, zonder afbreuk te doen aan specifieke bepalingen van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.
Artikel 464
Er wordt een Associatiecomité opgericht. Het Associatiecomité staat de Associatieraad bij in de uitvoering van zijn taken. Dit doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheden van de verschillende fora voor de politieke dialoog als beschreven in artikel 5 van deze overeenkomst.
Het Associatiecomité bestaat uit vertegenwoordigers van beide partijen, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de Unie en een vertegenwoordiger van Oekraïne.
Artikel 465
De Associatieraad stelt in zijn reglement van orde de taken en de werking van het Associatiecomité vast; in ieder geval behoort de voorbereiding van de vergaderingen van de Associatieraad tot de taken van het Associatiecomité. Het Associatiecomité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.
De Associatieraad kan bevoegdheden overdragen aan het Associatiecomité, waaronder de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen.
Het Associatiecomité is bevoegd om besluiten vast te stellen in de in deze overeenkomst genoemde gevallen en op de terreinen waarvoor de Associatieraad bevoegdheden heeft overgedragen aan het Associatiecomité. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Het Associatiecomité stelt besluiten vast in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.
Het Associatiecomité komt in een specifieke samenstelling bijeen voor de bespreking van alle onderwerpen met betrekking tot titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst. Het Associatiecomité komt in deze samenstelling ten minste eenmaal per jaar bijeen.
Artikel 466
Het Associatiecomité wordt bijgestaan door de in het kader van deze overeenkomst opgerichte subcomités.
De Associatieraad kan besluiten op specifieke terreinen andere comités of organen in te stellen wanneer dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst; de Associatieraad bepaalt de samenstelling, taken en werking van die organen. Daarnaast kunnen dergelijke bijzondere comités en organen alle aangelegenheden bespreken die zij relevant achten, zonder afbreuk te doen aan de specifieke bepalingen van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.
Het Associatiecomité kan eveneens subcomités instellen om de vooruitgang te inventariseren die is geboekt in de regelmatige dialoog als bedoeld in titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
De subcomités zijn bevoegd om besluiten vast te stellen in de in de overeenkomst genoemde gevallen. De subcomités brengen regelmatig verslag over hun activiteiten uit aan het Associatiecomité, overeenkomstig de vereisten.
De op grond van titel IV van deze overeenkomst ingestelde subcomités stellen het Associatiecomité in zijn specifieke samenstelling voor handel, zoals bedoeld in artikel 465, lid 4, van deze overeenkomst, tijdig in kennis van de datum en de agenda van hun vergaderingen. Zij brengen tijdens elke periodieke vergadering van het Associatiecomité in deze specifieke samenstelling verslag uit over hun activiteiten.
Het bestaan van subcomités belet partijen niet een aangelegenheid rechtstreeks aan het bij artikel 464 van deze overeenkomst opgerichte Associatiecomité voor te leggen, ook in zijn specifieke samenstelling voor handel.
Artikel 467
Er wordt een Parlementair Associatiecomité ingesteld. Dit dient als forum voor leden van de Verchovna Rada van Oekraïne en het Europees Parlement om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen. Het Comité komt met zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds en leden van de Verchovna Rada van Oekraïne anderzijds.
Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn eigen reglement van orde vast.
Het voorzitterschap van het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van de Verchovna Rada van Oekraïne, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
Artikel 468
Het Parlementair Associatiecomité kan bij de Associatieraad inlichtingen inwinnen over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst; de Associatieraad verstrekt het Associatiecomité de verlangde informatie.
Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.
Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.
Het Parlementair Associatiecomité kan subcomités instellen.
Artikel 469
De partijen moedigen regelmatige bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van hun maatschappelijk middenveld aan om hen te informeren over of hun input te verzamelen voor de uitvoering van deze overeenkomst.
Er wordt een platform voor het maatschappelijk middenveld opgericht. Dit platform bestaat uit en dient als forum voor leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité enerzijds en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van Oekraïne anderzijds om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen. Het platform komt met zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
Het platform voor het maatschappelijk middenveld stelt zijn eigen reglement van orde vast.
Het voorzitterschap van het platform voor het maatschappelijk middenveld wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van het Europees Economisch en Sociaal Comité en een vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld van Oekraïne, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
Artikel 470
Het platform voor het maatschappelijk middenveld wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.
Het platform voor het maatschappelijk middenveld kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.
Het Associatiecomité en het Parlementair Associatiecomité organiseren regelmatige contacten met de vertegenwoordigers van het platform voor het maatschappelijk middenveld om hun standpunten inzake de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst te vernemen.
HOOFDSTUK 2. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 471
Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties
Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgt elke partij ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang hebben tot de bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties, ter verdediging van hun individuele rechten en eigendomsrechten.
Artikel 472
Maatregelen in verband met wezenlijke veiligheidsbelangen
Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:
- a. die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar wezenlijke veiligheidsbelangen indruist;
- b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
- c. die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.
Artikel 473. Non-discriminatie
Op de door de overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:
- a. de regelingen die Oekraïne ten opzichte van de Unie of de lidstaten toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun bedrijven;
- b. de regelingen die de Unie of de lidstaten ten opzichte van Oekraïne toepassen, geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen of bedrijven van Oekraïne.
Lid 1 van dit artikel doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.
Artikel 474. Geleidelijke aanpassing
Overeenkomstig de in artikel 1 van deze overeenkomst beschreven doelstellingen van deze overeenkomst brengt Oekraïne zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met de in de bijlagen I tot en met XLIII bij deze overeenkomst beschreven EU-wetgeving, op basis van de verbintenissen die zijn beschreven in de titels IV, V en VI van deze overeenkomst en de bepalingen van de genoemde bijlagen. Deze bepaling doet geen afbreuk aan eventuele specifieke beginselen en verplichtingen inzake aanpassing van de regelgeving uit hoofde van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.
Artikel 475. Toezicht
Toezicht houdt in dat de vorderingen met betrekking tot de uitvoering en handhaving van alle maatregelen in het kader van de overeenkomst voortdurend worden geëvalueerd.
Het toezicht omvat onder andere toetsing van de mate waarin de wetgeving van Oekraïne is aangepast aan die van de Europese Unie, zoals bepaald in deze overeenkomst, ook met betrekking tot de uitvoering en handhaving. Deze toetsing kan individueel of, in overleg, door de partijen gezamenlijk worden uitgevoerd. Om de toetsing te vergemakkelijken brengt Oekraïne aan de EU verslag uit over de aanpassing, waar nodig vóór het einde van de overgangsperioden die in de overeenkomst zijn vastgesteld. Bij de verslaglegging en toetsing, onder andere wat betreft de wijze van uitvoering en de frequentie van de toetsingen, wordt rekening gehouden met de bepalingen ter zake van deze overeenkomst en met besluiten van institutionele organen die op grond van deze overeenkomst worden opgericht.
Het toezicht kan missies ter plaatse omvatten, waaraan de instellingen, organen en agentschappen van de EU deelnemen, evenals indien nodig niet-gouvernementele organisaties, toezichthoudende autoriteiten, onafhankelijke deskundigen en anderen.
De resultaten van de toezichtactiviteiten, waaronder de toetsingen van de aanpassing als bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden besproken in alle relevante krachtens deze overeenkomst opgerichte organen. Deze organen kunnen met eenparigheid van stemmen gezamenlijke aanbevelingen goedkeuren die worden voorgelegd aan de Associatieraad.
Als de partijen menen dat de maatregelen die noodzakelijk zijn op grond van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) zijn uitgevoerd en worden nageleefd, kan de Associatieraad volgens de hem bij artikel 463 van deze overeenkomst verleende bevoegdheden besluiten tot verdere marktopenstelling zoals gedefinieerd in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.
Een gezamenlijke aanbeveling als bedoeld in lid 4 van dit artikel die is voorgelegd aan de Associatieraad, of het feit dat er geen overeenstemming is bereikt over een dergelijke aanbeveling, valt niet onder de geschillenbeslechtingsprocedures zoals vastgesteld in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst. Een besluit van het relevante institutionele orgaan of het feit dat een dergelijk besluit niet is genomen, valt niet onder de geschillenbeslechtingsprocedures zoals vastgesteld in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst.
Artikel 476. Voldoen aan verplichtingen
De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die nodig zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zorgen ervoor dat de in de overeenkomst vastgelegde doelstellingen worden bereikt.
De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouw van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.
Elke partij legt geschillen over de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouw van deze overeenkomst voor aan de Associatieraad, overeenkomstig artikel 477 van deze overeenkomst. De Associatieraad kan een bindend besluit vaststellen om het geschil te beslechten.
Artikel 477. Beslechting van geschillen
Wanneer tussen de partijen een meningsverschil ontstaat over de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouwe van de overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Associatieraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in. Op geschillen over de interpretatie, de tenuitvoerlegging of de toepassing te goeder trouw van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst is bij wijze van uitzondering alleen hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst van toepassing.
De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Associatieraad en de andere in de artikelen 461, 465 en 466 van deze overeenkomst bedoelde organen, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.
De partijen verstrekken de Associatieraad en de andere organen alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.
Zolang een geschil niet beslecht is, wordt het tijdens elke bijeenkomst van de Associatieraad besproken. Een geschil wordt geacht beslecht te zijn wanneer de Associatieraad een bindend besluit heeft genomen zoals bedoeld in artikel 476, lid 3, van deze overeenkomst of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil niet langer bestaat. In overleg tussen de partijen of op verzoek van een van de partijen kan een geschil ook worden besproken tijdens een vergadering van het Associatiecomité of een ander relevant orgaan als bedoeld in de artikelen 461, 465 en 466 van deze overeenkomst. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.
Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
Artikel 478. Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen
Een partij kan passende maatregelen treffen als een kwestie niet is opgelost binnen drie maanden na indiening van een formeel verzoek tot geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 477 van deze overeenkomst en als de klagende partij van mening is dat de andere partij een verplichting uit hoofde van de overeenkomst niet nakomt. De overlegperiode van drie maanden is niet verplicht in uitzonderlijke gevallen als beschreven in lid 3 van dit artikel.
Bij voorrang moeten passende maatregelen worden gekozen die de werking van de overeenkomst het minst verstoren. Behalve de in lid 3 van dit artikel beschreven gevallen mogen dergelijke maatregelen niet de opschorting behelzen van rechten of plichten in het kader van deze overeenkomst die worden genoemd in titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst. Dergelijke maatregelen moeten onverwijld aan de Associatieraad worden gemeld en vallen onder de overlegprocedure van artikel 476, lid 2 en de geschillenbeslechtingsprocedure van artikel 476, lid 3 en artikel 477 van deze overeenkomst.
De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde uitzonderingen betreffen:
- a. een verwerping van de overeenkomst die in strijd is met de algemene regels van het internationaal recht, of
- b. schending door de andere partij van de essentiële elementen van de overeenkomst als bedoeld in artikel 2 van deze overeenkomst.
Artikel 479. Verband met andere overeenkomsten
De partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, die op 14 juni 1994 werd ondertekend in Luxemburg en op 1 maart 1998 in werking trad, alsmede de daarbij behorende protocollen, worden ingetrokken.
Deze associatieovereenkomst komt in de plaats van bovengenoemde overeenkomst. Verwijzingen naar bovengenoemde overeenkomst in alle andere overeenkomsten tussen de partijen worden gelezen als verwijzingen naar deze overeenkomst.
Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds.
Bestaande overeenkomsten die betrekking hebben op specifieke samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen, worden geacht onderdeel te zijn van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst, en worden geacht deel uit te maken van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
De partijen kunnen deze overeenkomst aanvullen door sluiting van specifieke overeenkomsten op alle samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen. Dergelijke specifieke overeenkomsten vormen een integrerend onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst en maken deel uit van een gemeenschappelijk institutioneel kader.
Onverminderd de desbetreffende bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie doet deze overeenkomst of in het kader daarvan ondernomen actie op generlei wijze afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om bilaterale samenwerkingsactiviteiten met Oekraïne te ondernemen of desgewenst nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met Oekraïne te sluiten.
Artikel 480. Bijlagen en protocollen
De bijlagen en protocollen vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.
Artikel 481. Looptijd
Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding en op enig ander moment dat de partijen onderling overeenkomen, wordt de verwezenlijking van de doelstellingen in het kader van deze overeenkomst grondig geëvalueerd.
Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van ontvangst van die kennisgeving.
Artikel 482. Definitie van de partijen
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Unie, of haar lidstaten, of de Unie en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds. Waar van toepassing wordt Euratom bedoeld, overeenkomstig de bevoegdheden krachtens het Euratomverdrag.
Artikel 483. Territoriale toepassing
Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van Oekraïne.
Artikel 484. Depositaris van de overeenkomst
De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.
Artikel 485. Authentieke teksten
Deze overeenkomst wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïnse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 486. Inwerkingtreding
Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van ratificatie of van goedkeuring is neergelegd.
Onverminderd lid 2 passen de Unie en Oekraïne deze Overeenkomst op voorlopige basis ten dele toe, zoals door de Unie gespecificeerd, overeenkomstig het bepaalde in lid 4 van dit artikel en overeenkomstig hun interne procedures en wetgeving.
De voorlopige toepassing is van kracht vanaf de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de depositaris het volgende heeft ontvangen:
- –. de kennisgeving van de Unie dat de voor de voorlopige toepassing vereiste procedures zijn voltooid, waarin wordt vermeld welke delen van de overeenkomst op voorlopige basis worden toegepast; en
- –. de indiening door Oekraïne van zijn ratificatie-instrument, overeenkomstig de procedures en wetgeving van Oekraïne.
Voor de bepalingen van deze Overeenkomst, en voor de bijlagen en protocollen daarbij, worden verwijzingen naar „de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst” gelezen als „de datum met ingang waarvan de Overeenkomst voorlopig wordt toegepast”, overeenkomstig lid 3 van dit artikel.
Gedurende periode waarin de Overeenkomst voorlopig wordt toegepast, blijven de bepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, die op 14 juni 1994 in Luxemburg werd ondertekend en die op 1 maart 1998 in werking is getreden, van toepassing, voor zover zij niet vallen onder de voorlopige toepassing van deze associatieovereenkomst.
Elke partij kan door middel van een schriftelijke kennisgeving de depositaris in kennis stellen van het voornemen om de voorlopige toepassing van de overeenkomst te beëindigen. De beëindiging van de voorlopige toepassing wordt zes maanden na de datum van ontvangst van die kennisgeving door de depositaris van kracht.
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
- b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
- c. „product”: het product dat wordt vervaardigd, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
- d. „goederen”: zowel materialen als producten;
- e. „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994 (WTO-overeenkomst inzake de douanewaarde);
- f. „prijs af fabriek”: de prijs van het product af fabriek, betaald aan de fabrikant in de Europese Unie of in Oekraïne in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
- g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Europese Unie of in Oekraïne is betaald;
- h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen volgens de definitie onder g), die van overeenkomstige toepassing is;
- i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van elk van de verwerkte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 van dit protocol bedoelde landen, of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Europese Unie of in Oekraïne is betaald;
- j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;
- k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
- l. „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, van een enkele factuur;
- m. „gebieden”: met inbegrip van de territoriale wateren.
TITEL II. DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2. Algemene voorwaarden
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Europese Unie:
- a. volledig in de Europese Unie verkregen producten in de zin van artikel 5 van dit protocol;
- b. in de Europese Unie verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet volledig verkregen zijn, mits die materialen in de Europese Unie een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol.
Voor de toepassing van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Oekraïne:
- a. volledig in Oekraïne verkregen producten in de zin van artikel 5 van dit protocol;
- b. in Oekraïne verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet volledig verkregen zijn, mits die materialen in Oekraïne een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol.
Artikel 3. Cumulatie in de Europese Unie
Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 1, van dit protocol worden producten als van oorsprong uit de Europese Unie beschouwd als zij daar verkregen zijn, en in die producten materialen zijn verwerkt die, in overeenstemming met de bepalingen van het aan deze overeenkomst gehechte protocol inzake de oorsprongsregels, van oorsprong zijn uit Oekraïne, mits de be- of verwerking in de Europese Unie ingrijpender is dan de in artikel 7 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
Artikel 4. Cumulatie in Oekraïne
Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 2, van dit protocol worden producten als van oorsprong uit Oekraïne beschouwd als zij daar verkregen zijn, en in die producten materialen zijn verwerkt die, in overeenstemming met de bepalingen van het aan deze overeenkomst gehechte protocol inzake de oorsprongsregels, van oorsprong zijn uit de Europese Unie, mits de be- of verwerking in Oekraïne ingrijpender is dan de in artikel 7 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
Artikel 5. Volledig verkregen producten
Als volledig in de Europese Unie of in Oekraïne verkregen worden beschouwd:
- a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen minerale producten;
- b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
- c. aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
- d. producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
- e. producten van de aldaar bedreven jacht of visserij;
- f. producten van de zeevisserij en andere producten van de zee die door hun schepen buiten de territoriale wateren van de Europese Unie of Oekraïne uit zee werden gewonnen;
- g. producten die, uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten, aan boord van hun fabrieksschepen werden vervaardigd;
- h. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
- i. afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte industriële bewerkingen;
- j. producten, buiten hun territoriale wateren gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond, mits zij het alleenrecht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
- k. goederen die aldaar uitsluitend uit de in de punten a) tot en met j) van dit artikel bedoelde producten zijn vervaardigd.
De termen „hun schepen” en „hun fabrieksschepen” in lid 1, onder f) en g), van dit artikel zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen:
- a. die geregistreerd zijn in een lidstaat van de Europese Unie of in Oekraïne;
- b. die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne voeren;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)