Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
- c. die voor ten minste 50 % toebehoren aan onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne, of aan een vennootschap die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten;
- d. waarvan de kapitein en de officieren onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne; en
- e. waarvan de bemanning voor ten minste 75 % bestaat uit onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne.
Artikel 6. Toereikende be- of verwerking
Voor de toepassing van artikel 2 van dit protocol worden niet volledig verkregen producten geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan wanneer aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II bij dit protocol is voldaan.
Die voorwaarden geven voor alle onder de overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen bij de vervaardiging gebruikte, niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan, en zijn slechts op die materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de in de lijst genoemde voorwaarden heeft voldaan, als materiaal bij de vervaardiging van een ander product wordt gebruikt, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het is verwerkt daarvoor niet gelden; er wordt dan geen rekening gehouden met de niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan kunnen zijn gebruikt.
In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt:
- a. de totale waarde ervan bedraagt niet meer dan 10 % van de prijs af fabriek van het product;
- b. de in de lijst vermelde maximumwaarden voor niet van oorsprong zijnde materialen worden door de toepassing van dit lid niet overschreden.
Dit lid is niet van toepassing op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.
De leden 1 tot en met 2 zijn van toepassing behoudens het bepaalde in artikel 7 van dit protocol.
Artikel 7. Ontoereikende be- of verwerking
Onverminderd lid 2 van dit artikel worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 van dit protocol is voldaan:
- a. behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;
- b. het splitsen en samenvoegen van colli;
- c. het wassen of schoonmaken; het stofvrij maken of het verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;
- d. het strijken of persen van textiel;
- e. het eenvoudig schilderen of polijsten;
- f. het ontvliezen of doppen, het geheel of gedeeltelijk bleken, het polijsten en het glaceren van granen of rijst;
- g. het kleuren van suiker of het vormen van suikerklonten; het geheel of gedeeltelijk vermalen van kristalsuiker;
- h. het pellen, ontpitten of schillen van vruchten of groenten;
- i. het aanscherpen of het eenvoudig vermalen of versnijden;
- j. het zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van stellen of assortimenten van artikelen);
- k. het eenvoudig verpakken in flessen, flacons, blikken, zakken, kratten of dozen, het bevestigen op kaarten of platen en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de verpakking;
- l. het aanbrengen of opdrukken van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op de verpakking;
- m. het eenvoudig mengen van producten, ook indien van verschillende soorten, met inbegrip van het mengen van suiker met andere stoffen;
- n. het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel en het uit elkaar nemen van producten;
- o. twee of meer van de onder a) tot en met n) vermelde behandelingen tezamen;
- p. het slachten van dieren.
Alle be- en verwerkingen die een product in de Europese Unie of in Oekraïne heeft ondergaan, worden tezamen genomen om te bepalen of deze als ontoereikend in de zin van lid 1 moeten worden beschouwd.
Artikel 8. In aanmerking te nemen eenheid
De voor de toepassing van dit protocol in aanmerking te nemen eenheid is het product dat bij het vaststellen van de indeling in de nomenclatuur van het geharmoniseerd systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.
Hieruit volgt dat:
- a. wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder een enkele post van het geharmoniseerd systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
- b. wanneer een zending uit een aantal identieke producten bestaat die onder dezelfde post van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld, elk product voor de toepassing van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.
Artikel 9. Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden verzonden en die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het materieel of de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
Artikel 10. Stellen en assortimenten
Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem worden als van oorsprong beschouwd wanneer alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong beschouwd wanneer de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.
Artikel 11. Neutrale elementen
Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte:
- a. energie en brandstof;
- b. fabrieksuitrusting;
- c. machines en werktuigen;
- d. goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.
TITEL III. TERRITORIALE VOORWAARDEN
Artikel 12. Territorialiteitsbeginsel
Behoudens het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van dit protocol en in lid 3 van dit artikel moet zonder onderbreking zijn voldaan aan de in titel II genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van de oorsprongsstatus in de Europese Unie of in Oekraïne.
Behoudens het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van dit protocol worden goederen van oorsprong die uit de Europese Unie of uit Oekraïne naar een ander land zijn uitgevoerd en dan terugkeren, geacht geen goederen van oorsprong meer te zijn, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:
- a. de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen, en
- b. de goederen, terwijl zij in het andere land waren of toen zij werden uitgevoerd, geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke nodig waren om ze in goede staat te bewaren.
De be- of verwerking buiten de Europese Unie of buiten Oekraïne van materialen die uit de Europese Unie of uit Oekraïne zijn uitgevoerd en er vervolgens weer zijn ingevoerd, is niet van invloed op het verkrijgen van de oorsprongsstatus in overeenstemming met de in titel II van dit protocol genoemde voorwaarden mits:
- a. die materialen volledig in de Europese Unie of in Oekraïne verkregen zijn of voor de uitvoer een be- of verwerking hebben ondergaan die ingrijpender was dan de in artikel 7 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen; en
- b. ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:
- i. de weer ingevoerde goederen verkregen zijn door be- of verwerking van de uitgevoerde materialen; en
- ii. de totale toegevoegde waarde die door toepassing van dit artikel buiten de Europese Unie of buiten Oekraïne is verkregen, niet meer bedraagt dan 10 % van de prijs af fabriek van het eindproduct waarvoor de oorsprongsstatus wordt aangevraagd.
Voor de toepassing van lid 3 van dit artikel zijn de in titel II van dit protocol genoemde voorwaarden voor het verkrijgen van de oorsprongsstatus niet van toepassing op be- en verwerkingen die buiten de Europese Unie of Oekraïne zijn verricht. Wanneer evenwel in de lijst in bijlage II bij dit protocol voor de vaststelling van de oorsprongsstatus van het eindproduct een regel wordt toegepast die een maximumwaarde voor alle in het product verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen vaststelt, mag de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die op het gebied van de betrokken partij in het product zijn verwerkt samen met de totale toegevoegde waarde die door toepassing van dit artikel buiten de Europese Unie of Oekraïne is verkregen, niet meer bedragen dan het vermelde percentage.
Voor de toepassing van de leden 3 en 4 van dit artikel betekent „totale toegevoegde waarde” alle kosten die buiten de Europese Unie of Oekraïne ontstaan, met inbegrip van de waarde van de aldaar in het product verwerkte materialen.
De leden 3 en 4 van dit artikel zijn niet van toepassing op producten die niet voldoen aan de voorwaarden in bijlage II bij dit protocol of die alleen als in toereikende mate be- of verwerkt kunnen worden beschouwd als de in artikel 6, lid 2, van dit protocol vastgestelde algemene tolerantie wordt toegepast.
De leden 3 en 4 van dit artikel zijn niet van toepassing op producten bedoeld in de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem.
Alle be- en verwerkingen waarop dit artikel van toepassing is en die buiten de Europese Unie of Oekraïne plaatsvinden, geschieden onder een regeling voor passieve veredeling of onder een soortgelijke regeling.
Artikel 13. Rechtstreeks vervoer
De preferentiële behandeling waarin de overeenkomst voorziet, is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Europese Unie en Oekraïne zijn vervoerd. Producten die een enkele zending vormen, kunnen evenwel via een ander gebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dat gebied, mits ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.
Het is evenwel toegestaan producten van oorsprong per pijpleiding door een ander gebied dan dat van de Europese Unie of Oekraïne te vervoeren.
Het bewijs dat aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer:
- a. een enkel vervoersdocument voor het vervoer van het land van uitvoer door het land van doorvoer; of
- b. een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat waarin:
- i. de producten nauwkeurig zijn omschreven;
- ii. de data zijn vermeld waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder vermelding van de scheepsnamen of van de andere gebruikte vervoermiddelen; en
- iii. wordt verklaard onder welke omstandigheden de producten in het land van doorvoer verbleven; of
- c. bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.
Artikel 14. Tentoonstellingen
Op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander land dan een lidstaat van de Europese Unie of Oekraïne zijn verzonden en die na de tentoonstelling voor invoer in de Europese Unie of in Oekraïne zijn verkocht, zijn bij die invoer de bepalingen van de overeenkomst van toepassing voor zover ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:
- a. een exporteur deze producten vanuit de Europese Unie of vanuit Oekraïne naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en deze daar heeft tentoongesteld;
- b. die exporteur de producten aan een persoon in de Europese Unie of in Oekraïne heeft verkocht of op andere wijze heeft afgestaan;
- c. de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat zijn verzonden als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan; en
- d. de producten vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
Overeenkomstig titel V van dit protocol wordt een bewijs van oorsprong afgegeven of opgesteld, dat op de gebruikelijke wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt ingediend. Op dit bewijs moeten de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld zijn. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden gevraagd ten aanzien van de omstandigheden waaronder de producten werden tentoongesteld.
Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
TITEL IV. TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN
Artikel 15. Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten
Niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Unie of Oekraïne gebruikt zijn en waarvoor overeenkomstig de bepalingen van titel V van dit protocol een bewijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Europese Unie of in Oekraïne niet in aanmerking voor de teruggave of kwijtschelding van invoerrechten, in welke vorm dan ook.
Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die in de Europese Unie of in Oekraïne van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend wanneer de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen, worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik bestemd zijn.
De exporteur van producten die door een bewijs van oorsprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffingen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.
De leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn ook van toepassing op de verpakking in de zin van artikel 8, lid 2, van dit protocol, op toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10 van dit protocol, wanneer dergelijke producten niet van oorsprong zijn.
De leden 1 tot en met 4 van dit artikel zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop de overeenkomst van toepassing is.
TITEL V. BEWIJS VAN OORSPRONG
Artikel 16. Algemene voorwaarden
Producten van oorsprong uit de Europese Unie komen bij invoer in Oekraïne en producten van oorsprong uit Oekraïne komen bij invoer in de Europese Unie voor de voordelen van de overeenkomst in aanmerking op vertoon van:
- a. een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage III bij dit protocol is opgenomen; of
- b. in de in artikel 22, lid 1, van dit protocol bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur op een factuur, pakbon of ander handelsdocument, waarin de producten voldoende duidelijk zijn omschreven om ze te kunnen identificeren, hierna „factuurverklaring” genoemd; de tekst van deze factuurverklaring is opgenomen in bijlage IV bij dit protocol.
In afwijking van lid 1 komen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 27 bedoelde gevallen voor de voordelen van de overeenkomst in aanmerking zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd.
Artikel 17. Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer afgegeven op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde.
Te dien einde vult de exporteur of diens gemachtigde zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 als het aanvraagformulier in; modellen van beide formulieren zijn in bijlage III opgenomen. Deze formulieren worden in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, ingevuld overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien zij met de hand worden ingevuld, moet dit met inkt en in blokletters gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak zonder dat regels worden opengelaten. Indien het vak niet volledig wordt ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en wordt het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist.
Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoeken, moeten op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar dit certificaat wordt afgegeven, steeds de nodige documenten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne afgegeven indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Europese Unie of uit Oekraïne, en aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
De met de afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 belaste douaneautoriteiten nemen de nodige maatregelen om te controleren of de producten van oorsprong zijn en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten. Zij zien er ook op toe dat de in lid 2 van dit artikel bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Zij gaan met name na of het voor de omschrijving van de producten bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.
De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat zij zullen worden uitgevoerd.
Artikel 18. Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
In afwijking van artikel 17, lid 7, van dit protocol kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij wijze van uitzondering worden afgegeven na de uitvoer van de producten waarop het betrekking heeft, indien:
- a. dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd; of
- b. ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat er wel een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 was afgegeven, maar dat dit bij de invoer om technische redenen niet is aanvaard.
Voor de toepassing van lid 1 moet de exporteur in zijn aanvraag plaats en datum van uitvoer vermelden voor de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 betrekking heeft, onder opgave van de redenen van zijn aanvraag.
De douaneautoriteiten kunnen pas tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 overgaan wanneer zij hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.
Op een achteraf afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt in de Engelse taal de volgende vermelding aangebracht:
„ISSUED RETROSPECTIVELY”.
De in lid 4 van dit artikel bedoelde vermelding wordt aangebracht in het vak „Opmerkingen” van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.
Artikel 19. Afgifte van een duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 kan de exporteur de douaneautoriteiten die het certificaat hebben afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.
Op het aldus afgegeven duplicaat wordt in de Engelse taal de volgende vermelding aangebracht:
„DUPLICATE”.
De in lid 2 van dit artikel bedoelde vermelding wordt aangebracht in het vak „Opmerkingen” van het duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.
Het duplicaat draagt dezelfde datum van afgifte als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en is vanaf die datum geldig.
Artikel 20. Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Voor producten van oorsprong die in de Europese Unie of in Oekraïne onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong bij verzending van deze producten of van een gedeelte daarvan naar een andere plaats binnen de Europese Unie of Oekraïne door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen. Dergelijke certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten.
Artikel 21. Gescheiden boekhouding
Wanneer het met aanzienlijke kosten of moeilijkheden gepaard gaat om afzonderlijke voorraden aan te houden van identieke en onderling verwisselbare materialen die van oorsprong en die niet van oorsprong zijn, kunnen de douaneautoriteiten, op schriftelijk verzoek van de betrokkenen, toestaan dat voor het beheer van deze voorraden de methode van de gescheiden boekhouding wordt gebruikt.
Met behulp van deze gescheiden boekhouding moet het mogelijk zijn dat in een bepaalde referentieperiode eenzelfde aantal als van oorsprong te beschouwen producten wordt verkregen als verkregen zou zijn indien de voorraden fysiek waren gescheiden.
De douaneautoriteiten kunnen vergunning verlenen voor het gebruik van deze methode op de door hen wenselijk geachte voorwaarden.
Deze methode wordt geregistreerd en toegepast op basis van de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen die van toepassing zijn in het land waar het product was vervaardigd.
Het bedrijf dat deze vergunning heeft verkregen kan bewijzen van de oorsprong afgeven of aanvragen, al naargelang van het geval, voor de hoeveelheid producten die als van oorsprong kunnen worden beschouwd. De vergunninghouder verstrekt op verzoek van de douaneautoriteiten een verklaring over de wijze waarop de hoeveelheden zijn beheerd.
De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning en kunnen deze steeds intrekken wanneer de vergunninghouder deze niet correct gebruikt of niet aan een van de andere in dit protocol omschreven voorwaarden voldoet.
Artikel 22. Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring
De in artikel 16, lid 1, onder b), van dit protocol genoemde factuurverklaring kan worden opgesteld:
- a. door een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23 van dit protocol; of
- b. voor zendingen bestaande uit een of meer colli met producten van oorsprong waarvan de totale waarde niet meer dan 6 000 euro bedraagt, door elke exporteur.
Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de betrokken producten als van oorsprong uit de Europese Unie of uit Oekraïne kunnen worden beschouwd en aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
De exporteur die een factuurverklaring opstelt, moet op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer steeds de nodige documenten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
De factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage IV bij dit protocol is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen taalversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de factuurverklaring met de hand wordt geschreven, moet dit met inkt en in blokletters geschieden.
Factuurverklaringen worden door de exporteur eigenhandig ondertekend. Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23 van dit protocol behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douaneautoriteiten van het land van uitvoer een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze met de hand had ondertekend.
Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opgesteld bij of na de uitvoer van de producten waarop zij betrekking heeft, maar moet uiterlijk twee jaar na de invoer van de producten waarop zij betrekking heeft in het land van invoer worden aangeboden.
Artikel 23. Toegelaten exporteur
De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen een exporteur die veelvuldig producten verzendt waarop deze overeenkomst van toepassing is, hierna „toegelaten exporteur” genoemd, vergunning verlenen factuurverklaringen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken producten. Een exporteur die een dergelijke vergunning aanvraagt, moet ten genoegen van de douaneautoriteiten alle waarborgen bieden die nodig zijn voor de controle op de oorsprongsstatus van de producten en de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol.
De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van alle voorwaarden die zij dienstig achten.
De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een vergunningnummer toe, dat op de factuurverklaringen moet worden vermeld.
De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.
De douaneautoriteiten kunnen de vergunning te allen tijde intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet langer de in lid 1 van dit artikel bedoelde garanties biedt, niet meer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet of de vergunning niet op de juiste wijze gebruikt.
Artikel 24. Geldigheid van het bewijs van oorsprong
Een bewijs van oorsprong is vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer vier maanden geldig en moet binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.
Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 van dit artikel genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van buitengewone omstandigheden.
In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden wanneer de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht.
Artikel 25. Overlegging van het bewijs van oorsprong
Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze douaneautoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald en dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.
Artikel 26. Invoer in deelzendingen
Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI of XVII of de posten 7308 of 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt bij de invoer van de eerste deelzending een enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend.
Artikel 27. Vrijstelling van het bewijs van oorsprong
Producten die in kleine colli door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een bewijs van oorsprong behoeft te worden overgelegd, voor zover deze producten niet als handelsgoederen worden ingevoerd en bij hun aangifte verklaard is dat zij aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat. Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld.
Invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de ontvanger of de reiziger of de leden van diens gezin, worden niet als invoer van handelsgoederen aangemerkt indien noch de aard, noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doeleinden wijst.
Voorts mag de totale waarde van deze producten niet meer bedragen dan 500 euro voor kleine colli of 1 200 euro voor producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers.
Artikel 28. Bewijsstukken
De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 3, van dit protocol bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring worden gedekt, als producten van oorsprong uit de Europese Unie of uit Oekraïne kunnen worden aangemerkt en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:
- a. een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de betrokken goederen te verkrijgen;
- b. in de Europese Unie of in Oekraïne afgegeven of opgestelde en volgens het interne recht van de Unie of Oekraïne gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;
- c. in de Europese Unie of in Oekraïne afgegeven of opgestelde en volgens het interne recht van de Europese Unie of Oekraïne gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van de materialen in de Unie of in Oekraïne blijkt;
- d. overeenkomstig dit protocol in de Europese Unie of in Oekraïne afgegeven of opgestelde certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt;
- e. passende bewijsstukken inzake be- of verwerking buiten de Europese Unie of Oekraïne overeenkomstig artikel 12 van dit protocol, waaruit blijkt dat aan de eisen van dat artikel is voldaan.
Artikel 29. Bewaring van het bewijs van oorsprong en de bewijsstukken
Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoeken, bewaren de in artikel 17, lid 3, van dit protocol bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar.
Exporteurs die een factuurverklaring opstellen, bewaren een kopie van deze factuurverklaring alsmede de in artikel 22, lid 3, van dit protocol bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar.
De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgeven, bewaren het in artikel 17, lid 2, van dit protocol bedoelde aanvraagformulier gedurende ten minste drie jaar.
De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en de factuurverklaringen die bij hen worden ingediend gedurende ten minste drie jaar.
Artikel 30. Verschillen en vormfouten
Geringe verschillen tussen de gegevens op het bewijs van oorsprong en die op de documenten die voor het vervullen van de invoerformaliteiten bij het douanekantoor worden ingediend, maken het bewijs van oorsprong niet automatisch ongeldig indien blijkt dat dit document wel degelijk met de aangebrachte producten overeenstemt.
Kennelijke vormfouten, zoals typefouten op een bewijs van oorsprong, mogen niet tot weigering van dit document leiden indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
Artikel 31. In euro uitgedrukte bedragen
Voor de toepassing van artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 27, lid 3, van dit protocol wordt, wanneer de producten gefactureerd zijn in een andere valuta dan de euro, de tegenwaarde van de in euro uitgedrukte bedragen in de nationale valuta van de lidstaten van de Europese Unie of van Oekraïne jaarlijks door elk van de betrokken landen vastgesteld.
Artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 27, lid 3, van dit protocol zijn van toepassing op zendingen op basis van de valuta waarin de factuur is opgesteld, overeenkomstig het bedrag dat door het betrokken land is vastgesteld.
De in een bepaalde nationale valuta te gebruiken bedragen zijn de tegenwaarde in die valuta van de in euro uitgedrukte bedragen op de eerste werkdag van oktober. De bedragen worden de Europese Commissie uiterlijk op 15 oktober medegedeeld en zijn van toepassing vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. De Europese Commissie stelt alle betrokken landen in kennis van de desbetreffende bedragen.
Een land mag het bedrag dat het resultaat is van de omrekening in zijn nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag naar boven of beneden afronden. Het afgeronde bedrag mag niet meer dan 5 procent afwijken van het door omrekening verkregen bedrag. Een land mag de tegenwaarde in zijn nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag ongewijzigd handhaven indien bij de omrekening van dat bedrag, ten tijde van de in lid 3 bedoelde jaarlijkse aanpassing, vóór afronding, een stijging van minder dan 15 procent van die tegenwaarde wordt verkregen. De tegenwaarde in nationale valuta kan ongewijzigd blijven indien de omrekening tot een daling van de tegenwaarde leidt.
De in euro uitgedrukte bedragen worden op verzoek van de Europese Unie of van Oekraïne door het subcomité Douane herzien. Bij deze herziening onderzoekt dit comité of het wenselijk is de effecten van de betreffende limieten in reële termen te handhaven. Het kan in dat verband besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.
TITEL VI. REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
Artikel 32. Wederzijdse bijstand
De douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie en van Oekraïne doen elkaar via de Europese Commissie de afdrukken van de stempels toekomen die in hun douanekantoren voor de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden gebruikt, alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de controle van die certificaten en van factuurverklaringen.
Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol verlenen de Europese Unie en Oekraïne elkaar via de bevoegde douaneautoriteiten bijstand bij de controle van de echtheid van de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of de factuurverklaringen en de juistheid van de in die documenten verstrekte inlichtingen.
Artikel 33. Controle van de bewijzen van oorsprong
De bewijzen van oorsprong worden achteraf door middel van steekproeven gecontroleerd of wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer gegronde redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol.
Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel zenden de douaneautoriteiten van het land van invoer het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, de factuur, indien deze werd voorgelegd, en de factuurverklaring of een kopie van deze documenten, terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer, eventueel onder vermelding van de redenen waarom een onderzoek wordt aangevraagd. Zij verstrekken bij deze controleaanvraag alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.
De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer. Met het oog hierop zijn deze gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten.
Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer besluiten voor de betrokken producten geen preferentiële behandeling toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, stellen zij de importeur voor de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
De resultaten van de controle worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd. Hierbij moet duidelijk worden aangegeven of de documenten echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de Europese Unie of Oekraïne kunnen worden beschouwd en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na de controleaanvraag geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord onvoldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd, de preferentiële behandeling niet toe, behoudens in buitengewone omstandigheden.
Artikel 34. Geschillenbeslechting
Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 van dit protocol bedoelde controleprocedures die de douaneautoriteiten die om de controle verzoeken en de douaneautoriteiten die de controle moeten uitvoeren niet onderling kunnen regelen, alsmede problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden voorgelegd aan het Handelscomité.
Op de regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer is in alle gevallen de wetgeving van dat land van toepassing.
Artikel 35. Sancties
Er worden sancties getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel een preferentiële behandeling voor producten te verkrijgen.
Artikel 36. Vrije zones
De Europese Unie en Oekraïne nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een bewijs van oorsprong worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bewaren.
In afwijking van lid 1 van dit artikel geven de bevoegde autoriteiten, wanneer producten van oorsprong uit de Europese Unie of uit Oekraïne onder geleide van een bewijs van oorsprong in een vrije zone worden ingevoerd en er een be- of verwerking ondergaan, op verzoek van de exporteur een nieuw certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 af, mits de be- of verwerking in overeenstemming is met de bepalingen van dit protocol.
TITEL VII. CEUTA EN MELILLA
Artikel 37. Toepassing van het protocol
De in artikel 2 van dit protocol gebruikte term „Europese Unie” omvat niet Ceuta en Melilla.
Producten van oorsprong uit Oekraïne die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd, vallen in elk opzicht onder dezelfde douaneregeling als die welke op grond van protocol nr. 2 van de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Gemeenschappen van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Europese Unie. Oekraïne past op onder de overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde douaneregeling toe als op producten van oorsprong uit de Europese Unie die uit de Europese Unie worden ingevoerd.
Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla is dit protocol van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de in artikel 38 van dit protocol opgenomen bijzondere voorwaarden.
Artikel 38. Bijzondere voorwaarden
Mits zij rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 van dit protocol, worden beschouwd als:
-
- producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla:
- a. volledig in Ceuta en Melilla verkregen producten;
- b. in Ceuta en Melilla verkregen producten, bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits:
- i. die producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6 van dit protocol; of
- ii. die producten van oorsprong zijn uit Oekraïne of de Europese Unie, mits zij be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan de in artikel 7 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen.
-
- producten van oorsprong uit Oekraïne:
- a. volledig in Oekraïne verkregen producten;
- b. in Oekraïne verkregen producten, bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits:
- i. die producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6 van dit protocol; of
- ii. die producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of uit de Europese Unie, mits zij be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan de in artikel 7 van dit protocol genoemde be- of verwerkingen.
Ceuta en Melilla worden als een enkel grondgebied beschouwd.
De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger vermeldt „Oekraïne” of „Ceuta en Melilla” in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring. Bovendien wordt dit, in geval van producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, aangegeven in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring.
De Spaanse douaneautoriteiten zijn verantwoordelijk voor de toepassing van dit protocol in Ceuta en Melilla.
TITEL VIII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 39. Wijzigingen van het protocol
Het subcomité Douane kan besluiten dit protocol te wijzigen.
Het subcomité Douane kan na toetreding van Oekraïne tot de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels ook besluiten de in dit protocol neergelegde oorsprongsregels te vervangen door die welke aan de conventie zijn gehecht.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;
- b. „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;
- c. „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die hiertoe door een partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;
- d. „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- e. „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.
Artikel 2. Toepassingsgebied
De partijen verlenen elkaar bijstand om op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden en op de wijze en voorwaarden die bij dit protocol zijn vastgesteld, de correcte toepassing van de douanewetgeving te waarborgen, in het bijzonder door met die wetgeving strijdige handelingen te voorkomen, op te sporen en te bestrijden.
De in dit protocol bedoelde bijstand in douaneaangelegenheden geldt voor alle overheidsinstanties van de partijen die voor de toepassing van dit protocol bevoegd zijn. Deze bijstand laat de regels inzake wederzijdse bijstand in strafzaken onverlet. Hij geldt evenmin voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van een rechterlijke instantie worden uitgeoefend, tenzij deze ermee instemt dat die informatie wordt verstrekt.
Bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boetes valt niet onder dit protocol.
Artikel 3. Bijstand op verzoek
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende vastgestelde of voorgenomen activiteiten die met deze wetgeving strijdige handelingen zijn of kunnen zijn.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede:
- a. of goederen die uit het grondgebied van de ene partij zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze op het grondgebied van de andere partij zijn ingevoerd, in voorkomend geval onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst;
- b. of goederen die op het grondgebied van de ene partij zijn ingevoerd, op regelmatige wijze uit het grondgebied van de andere partij zijn uitgevoerd, in voorkomend geval onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen waren geplaatst.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in het kader van haar wettelijke bepalingen, de nodige maatregelen om te zorgen voor bijzonder toezicht op:
- a. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bij met de douanewetgeving strijdige handelingen betrokken zijn of waren;
- b. plaatsen waar op zodanige wijze voorraden goederen zijn of kunnen worden aangelegd dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;
- c. goederen die op zodanige wijze worden of kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;
- d. vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of kunnen worden gebruikt dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.
Artikel 4. Ongevraagde bijstand
De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door informatie te verstrekken die zij hebben verkregen over:
- –. activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;
- –. nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;
- –. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;
- –. natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bij met de douanewetgeving strijdige handelingen betrokken zijn of waren;
- –. vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.
Artikel 5. Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met haar wettelijke bepalingen, alle maatregelen die nodig zijn voor
- –. de verstrekking van documenten; of
- –. de kennisgeving van besluiten
- –. van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van dit protocol aan adressaten die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.
Verzoeken om de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.
Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan. Zij gaan vergezeld van de documenten die voor de behandeling van het verzoek noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken ook mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.
De overeenkomstig lid 1 van dit artikel ingediende verzoeken bevatten de volgende gegevens:
- a. de verzoekende autoriteit;
- b. de maatregel waarom wordt gevraagd;
- c. het voorwerp en de reden van het verzoek;
- d. de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere juridische aspecten;
- e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie over de natuurlijke personen op wie of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
- f. een samenvatting van de feiten en van het reeds uitgevoerde onderzoek.
De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal. Deze eis geldt niet voor de in lid 1 bedoelde documenten bij het verzoek.
Indien een verzoek niet aan de hierboven vermelde vormvereisten voldoet, kan worden verzocht het te corrigeren of aan te vullen; in de tussentijd kan opdracht worden gegeven tot conservatoire maatregelen.
Artikel 7. Uitvoering van verzoeken
Binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar beschikbare middelen behandelt de aangezochte autoriteit een verzoek om bijstand van de verzoekende autoriteit door de informatie te verstrekken waarover zij al beschikt, of door het nodige onderzoek te verrichten of te laten verrichten naar handelingen die strijdig met de douanewetgeving zijn of dit in de ogen van de verzoekende autoriteit lijken te zijn.
Voor dit administratieve onderzoek gaat de aangezochte autoriteit, of de andere bevoegde autoriteit tot wie deze zich heeft gericht, te werk als handelde zij ten eigen behoeve of op verzoek van een andere autoriteit van dezelfde partij.
De aangezochte autoriteit deelt de resultaten van dit administratieve onderzoek mede aan de verzoekende autoriteit.
Indien de aangezochte autoriteit niet de juiste autoriteit is om aan het verzoek om bijstand te voldoen, geeft zij het verzoek door aan de bevoegde autoriteit, en vraagt zij deze autoriteit om medewerking. In een dergelijk geval zijn de bepalingen van deze overeenkomst van dienovereenkomstige toepassing op die autoriteit. De verzoekende autoriteit wordt hiervan in kennis gesteld.
Aan verzoeken om bijstand wordt voldaan overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van de aangezochte partij.
De verzoekende en de aangezochte autoriteit kunnen, op door laatstgenoemde gestelde voorwaarden, overeenkomen dat door de verzoekende autoriteit aangewezen ambtenaren aanwezig mogen zijn bij het in lid 1 bedoelde administratieve onderzoek en dat zij toegang krijgen tot dezelfde panden en dezelfde documenten als de aangezochte autoriteit, teneinde informatie te verzamelen over activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of kunnen zijn, die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van dit protocol nodig heeft.
Artikel 8. Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt
De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek schriftelijk aan de verzoekende autoriteit mede en voegt daarbij de relevante documenten, gewaarmerkte afschriften of andere stukken.
Deze informatie mag in de vorm van computerbestanden worden verstrekt, tenzij de verzoekende autoriteit om een andere wijze van mededeling verzoekt.
Originelen van documenten worden uitsluitend op verzoek verstrekt wanneer gewaarmerkte afschriften niet toereikend zijn. Deze originelen worden ten spoedigste geretourneerd.
Artikel 9. Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend
Bijstand kan worden geweigerd of van bepaalde voorwaarden of eisen afhankelijk worden gesteld wanneer een partij van oordeel is dat bijstand op grond van dit protocol:
- a. de soevereiniteit van Oekraïne of van een lidstaat van de Unie waaraan op grond van dit protocol om bijstand is gevraagd, zou kunnen aantasten; of
- b. de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen in gevaar zou kunnen brengen, in het bijzonder in de in artikel 10, lid 2, bedoelde gevallen; of
- c. een inbreuk zou betekenen op wettelijk beschermde industriële, handels- of beroepsgeheimen.
De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek of een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.
Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.
In de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde gevallen moeten het besluit van de aangezochte autoriteit en de redenen ervan onverwijld aan de verzoekende autoriteit worden medegedeeld.
Artikel 10. Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht
Alle informatie die, in welke vorm dan ook, op grond van dit protocol wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter of is alleen bestemd voor beperkte verspreiding, afhankelijk van de toepasselijke voorschriften van elk van de partijen. De verstrekte gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming die door de desbetreffende wetgeving van de ontvangende partij, dan wel door de desbetreffende bepalingen die op de autoriteiten van de EU-partij van toepassing zijn, aan dergelijke gegevens wordt geboden.
Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven wanneer de partij die de gegevens ontvangt, zich ertoe verbindt deze gegevens een passend beschermingsniveau toe te kennen, in overeenstemming met de normen en juridische instrumenten die zijn bedoeld in artikel 15 van titel III, Justitie, vrijheid en veiligheid, van deze overeenkomst.
Het gebruik van op grond van dit protocol verkregen informatie in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende met de douanewetgeving strijdige handelingen wordt beschouwd als gebruik voor de toepassing van dit protocol. De partijen kunnen derhalve bij de bewijsvoering, in verslagen en getuigenissen en bij procedures die bij rechtbanken aanhangig worden gemaakt, gebruikmaken van de informatie die zij op grond van dit protocol hebben verkregen en van de documenten waarin zij op grond van dit protocol inzage hebben gekregen. De bevoegde instantie die de informatie heeft verstrekt of die inzage heeft gegeven in de documenten, wordt van dergelijk gebruik in kennis gesteld.
De verkregen informatie wordt uitsluitend voor de toepassing van dit protocol gebruikt. Indien een van de partijen dergelijke informatie voor andere doeleinden wenst te gebruiken, moet zij de autoriteit die de informatie heeft verstrekt vooraf om schriftelijke toestemming vragen. Voor dit gebruik gelden dan de eventueel door deze instantie vastgestelde beperkingen.
Artikel 11. Deskundigen en getuigen
Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. In de dagvaarding dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of administratieve instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.
Artikel 12. Kosten van de bijstand
De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.
Artikel 13. Tenuitvoerlegging
Dit protocol wordt ten uitvoer gelegd door de centrale douaneautoriteit van Oekraïne, enerzijds, en de bevoegde diensten van de Europese Commissie en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, anderzijds. Zij stellen alle voor de toepassing van dit protocol noodzakelijke praktische maatregelen en regelingen vast, rekening houdend met de geldende voorschriften, met name op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen over wijzigingen die naar hun oordeel in dit protocol moeten worden aangebracht.
De partijen verstrekken elkaar de lijsten van de autoriteiten die door hen gemachtigd zijn dit protocol uit te voeren, en werken deze regelmatig bij.
De partijen plegen onderling overleg en lichten elkaar in over alle uitvoeringsbepalingen die zij op grond van dit protocol vaststellen.
Artikel 14. Andere overeenkomsten
Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Europese Unie en haar lidstaten, en onverminderd lid 2 van dit artikel:
- –. laat dit protocol de verplichtingen van de partijen krachtens andere internationale overeenkomsten of verdragen, waaronder bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten en Oekraïne zijn of kunnen worden gesloten, onverlet;
- –. wordt dit protocol geacht een aanvulling te vormen op overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten en Oekraïne zijn of kunnen worden gesloten;
- –. staat dit protocol niet in de weg aan uitgebreidere wederzijdse bijstand die uit hoofde van dergelijke overeenkomsten kan worden verleend; en
- –. doet dit protocol geen afbreuk aan de bepalingen van de Europese Unie betreffende de doorgifte, tussen de bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, van gegevens die op grond van dit protocol zijn verkregen en die van belang kunnen zijn voor de Europese Unie.
Dit protocol prevaleert boven bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie en Oekraïne zijn of kunnen worden gesloten, indien de bepalingen van die overeenkomsten strijdig zijn met die van dit protocol.
Artikel 15. Overleg
Ten aanzien van vraagstukken in verband met de toepassing van dit protocol plegen de partijen onderling overleg om deze op te lossen in het kader van het bij artikel 83 van hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering) van titel IV van deze overeenkomst ingestelde subcomité Douane.
GEDAAN te Brussel, op zevenentwintig juni tweeduizend veertien.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)