Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst verstrekt Oekraïne de EU-partij jaarlijks verslagen over de maatregelen die het in overeenstemming met dit artikel heeft genomen. Indien in het tijdschema in bijlage III bij deze overeenkomst vermelde handelingen niet binnen het toepasselijke tijdschema zijn uitgevoerd, geeft Oekraïne een nieuw tijdschema voor de voltooiing van die handelingen aan.
Oekraïne onthoudt zich van wijziging van zijn in bijlage III bij deze overeenkomst vermelde horizontale en sectorspecifieke wetgeving, tenzij wijziging plaatsvindt om die wetgeving geleidelijk aan het dienovereenkomstige EU-acquis aan te passen en die aanpassing te handhaven.
Oekraïne stelt de EU-partij van elke wijziging van zijn nationale wetgeving in kennis.
Oekraïne waarborgt dat zijn desbetreffende nationale organen ten volle deelnemen aan de Europese en internationale organisaties voor normalisatie, wettelijke en fundamentele metrologie en conformiteitsbeoordeling met inbegrip van accreditatie, in overeenstemming met de werkzaamheden ervan en de mogelijke deelnamestatus.
Oekraïne neemt geleidelijk het geheel aan Europese normen (EN), met inbegrip van de geharmoniseerde Europese normen, waarvan het vrijwillige gebruik wordt geacht in overeenstemming met de in bijlage III bij deze overeenkomst vermelde wetgeving te zijn, over als nationale normen. Gelijktijdig met deze transponering trekt Oekraïne daarmee strijdige nationale normen in, met inbegrip van zijn toepassing van vóór 1992 ontwikkelde interstatelijke normen (GOST/ГОСТ). Daarnaast vervult Oekraïne geleidelijk de andere voorwaarden voor lidmaatschap, in overeenstemming met de vereisten die op volwaardige leden van de Europese normalisatieorganisaties van toepassing zijn.
Artikel 57. Overeenkomst inzake de conformiteitsbeoordeling en de aanvaarding van industrieproducten
De partijen komen overeen aan deze overeenkomst een OCBA te hechten in de vorm van een protocol, inzake een of meer van de in bijlage III bij deze overeenkomst vermelde sectoren, zodra zij zijn overeengekomen dat de desbetreffende sectorspecifieke en horizontale wetgeving, instellingen en normen van Oekraïne volledig aan die van de EU zijn aangepast.
De OCBA zal bepalen dat de handel tussen de partijen in goederen in de door haar bestreken sectoren plaatsvindt onder dezelfde voorwaarden als die welke op de handel in dergelijke goederen tussen de lidstaten van de Europese Unie van toepassing zijn.
Na een controle door de EU-partij en overeenstemming over de mate van aanpassing van de desbetreffende technische wetgeving, normen en infrastructuur van Oekraïne, wordt de OCBA als protocol aan deze overeenkomst gehecht in onderlinge overeenstemming tussen de partijen overeenkomstig de procedure voor wijziging van deze overeenkomst en met betrekking tot die sectoren van de lijst in bijlage III bij deze overeenkomst waarvan toereikende aanpassing wordt aangenomen. Het is de bedoeling dat de OCBA in overeenstemming met voornoemde procedure uiteindelijk tot alle in bijlage III vermelde sectoren wordt uitgebreid.
Zodra de sectoren van de lijst onder de werking van de OCBA zijn gebracht, overwegen de partijen, in onderlinge overeenstemming en overeenkomstig de procedure voor wijziging van deze overeenkomst, de reikwijdte ervan uit te breiden tot andere industriële sectoren.
Totdat een product onder de OCBA valt, is hierop de desbetreffende bestaande wetgeving van de partijen van toepassing, waarbij acht wordt geslagen op de TBT-overeenkomst.
Artikel 58. Merktekens en etikettering
Onverminderd de artikelen 56 en 57 van deze overeenkomst bevestigen de partijen met betrekking tot de technische voorschriften voor de etikettering of voorschriften ten aanzien van merktekens, opnieuw de beginselen van artikel 2, lid 2.2, van de TBT-overeenkomst dat die voorschriften niet moeten worden opgesteld, vastgesteld of toegepast met het oogmerk of gevolg dat er onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan. Hiertoe mogen dergelijke voorschriften voor de etikettering of de merktekens de handel niet meer beperken dan voor het bereiken van een legitieme doelstelling noodzakelijk is, waarbij acht moet worden geslagen op de risico's die zouden ontstaan wanneer niet aan die voorschriften wordt voldaan.
Met betrekking tot verplichte etikettering of merktekens komen de partijen met name overeen dat:
- a. zij ernaar streven hun voorschriften voor merktekens of etikettering tot een minimum te beperken, tenzij het om de overname van het EU-acquis op dit gebied, om merktekens en etikettering voor de bescherming van de gezondheid, de veiligheid of het milieu, of om andere redelijke doelstellingen van overheidsbeleid gaat;
- b. een partij de vorm van de etiketten of de merktekens mag specificeren, maar geen goedkeuring, registratie of certificering van etiketten mag verlangen; en
- c. dat partijen gerechtigd blijven te verlangen dat de informatie op etiketten of merktekens in een bepaalde taal wordt gesteld.
HOOFDSTUK 4. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN
Artikel 59. Doel
Het doel van dit hoofdstuk is het bevorderen van de handel in handelsartikelen waarop tussen de partijen sanitaire en fytosanitaire maatregelen van toepassing zijn, en tegelijkertijd het leven of de gezondheid van mens, dier of plant te beschermen door:
- a. volledige transparantie na te streven inzake de sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn;
- b. de wettelijke bepalingen van Oekraïne aan te passen aan dat van de EU;
- c. de dier- of plantgezondheidsstatus van de partijen te erkennen en het regionalisatiebeginsel toe te passen;
- d. een mechanisme voor de erkenning van de gelijkwaardigheid van door een partij toegepaste sanitaire of fytosanitaire maatregelen in te voeren;
- e. verdere uitvoering aan de beginselen van de SPS-overeenkomst te geven;
- f. mechanismen en procedures voor handelsbevordering in te voeren; en
- g. de communicatie en samenwerking tussen de partijen inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen te verbeteren.
Dit hoofdstuk heeft ook tot doel tussen de partijen een consensus over de normen voor dierenwelzijn te bereiken.
Artikel 60. Multilaterale verplichtingen
De partijen bevestigen opnieuw hun rechten en verplichtingen ingevolge de SPS-overeenkomst.
Artikel 61. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden, met inbegrip van de in bijlage IV bij deze overeenkomst vermelde maatregelen.
Artikel 62. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
-
- „sanitaire en fytosanitaire maatregelen”: maatregelen als omschreven in punt 1 van bijlage A bij de SPS-overeenkomst, die binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen;
-
- „dieren”: op het land en in het water levende dieren zoals omschreven in de Terrestrial Animal Health Code (Gezondheidscode voor landdieren) respectievelijk the Aquatic Animal Health Code (Gezondheidscode voor waterdieren) van de Wereldorganisatie voor diergezondheid , hierna „OIE” genoemd;
-
- „dierlijke producten”: producten van dierlijke oorsprong, met inbegrip van producten van waterdieren, zoals omschreven in de Gezondheidscode voor landdieren en de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE;
-
- „niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten”: dierlijke producten als vermeld in bijlage IV-A, deel 2 (II) bij deze overeenkomst;
-
- „planten”: levende planten en gespecificeerde levende delen daarvan, met inbegrip van zaden;
- a. fruit, in botanische zin, ander dan diepgevroren;
- b. groente, andere dan diepgevroren;
- c. bollen, knollen en wortelstokken;
- d. snijbloemen;
- e. takken met loof;
- f. gekapte bomen met loof;
- g. plantenweefselculturen;
- h. bladeren, loof;
- i. levende pollen, en
- j. enten, stekken, knoppen;
-
- „plantaardige producten”: producten van plantaardige oorsprong die niet zijn verwerkt of die een eenvoudige behandeling hebben ondergaan, voor zover het geen planten betreft die in bijlage IV-A, deel 3, bij deze overeenkomst zijn vermeld;
-
- „zaden”: zaden in botanische zin, bestemd voor opplant;
-
- „plagen (schadelijke organismen)”: alle soorten, stammen of biotypes van planten, dieren of ziekteverwekkers die schadelijk zijn voor planten of plantaardige producten;
-
- „beschermde gebieden” in het geval van de EU-partij: gebieden in de zin van artikel 2, lid 1, onder h), van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen, of regeling ter opvolging daarvan, hierna „Richtlijn 2000/29/EG” genoemd;
-
- „dierziekte”: een klinisch of pathologisch besmettingsverschijnsel bij dieren;
-
- „ziekte bij aquacultuur”: klinische of niet-klinische besmetting met een of meer ziekteverwekkers van de ziekten die waterdieren treffen en die in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE worden genoemd;
-
- „besmetting bij dieren”: de situatie waarbij dieren drager zijn van een besmettelijk agens, ongeacht of zij klinische of pathologische besmettingsverschijnselen vertonen;
-
- „normen op het gebied van dierenwelzijn”: normen voor de bescherming van dieren zoals deze door de partijen zijn opgesteld en worden toegepast en in voorkomend geval overeenstemmen met de normen van het OIE en die binnen de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen;
-
- „adequaat niveau van sanitaire en fytosanitaire bescherming”: het adequate niveau van sanitaire en fytosanitaire bescherming zoals omschreven in punt 5 van bijlage A bij de SPS-overeenkomst;
-
- „regio”: voor wat diergezondheid betreft, gebieden of regio's als omschreven in de Gezondheidscode voor landdieren van het OIE, en voor aquacultuur als omschreven in de Gezondheidscode voor waterdieren van het OIE, waarbij ervan wordt uitgegaan dat waar het het grondgebied van de EU-partij betreft, rekening wordt gehouden met de specificiteit ervan en de EU-partij als entiteit wordt erkend;
-
- „plagenvrij gebied”: gebied waarin een specifieke plaag blijkens wetenschappelijk bewijs niet voorkomt en waarin, voor zover passend, deze hoedanigheid officieel in stand wordt gehouden;
-
- „regionalisatie”: het begrip regionalisatie als omschreven in artikel 6 van de SPS-overeenkomst;
-
- „zending”: een hoeveelheid dierlijke producten van hetzelfde type, waarvoor één certificaat of document is afgegeven, die met hetzelfde transportmiddel wordt vervoerd, die is verzonden door één afzender en die van oorsprong is uit hetzelfde land van uitvoer of deel daarvan. Een zending kan uit een of meer partijen bestaan;
-
- „zending van planten of plantaardige producten”: een hoeveelheid planten, plantaardige producten en/of andere artikelen die van het ene land naar het andere worden verplaatst, en waarvoor, indien nodig, één fytosanitair certificaat is afgegeven (een zending kan uit een of meer handelsartikelen of partijen bestaan);
-
- „partij”: een aantal eenheden van een handelsartikel, dat herkenbaar is door de homogeniteit van de samenstelling en oorsprong ervan, en dat deel uitmaakt van een zending;
-
- „gelijkwaardigheid in het kader van het handelsverkeer”, hierna „gelijkwaardigheid” genoemd: de situatie waarin de partij van invoer de sanitaire en fytosanitaire maatregelen van de partij van uitvoer als gelijkwaardig aanvaardt, ongeacht of zij verschillen van de eigen maatregelen van de partij van invoer, indien de partij van uitvoer jegens de partij van invoer op objectieve wijze aantoont dat haar maatregelen het adequate sanitaire of fytosanitaire beschermingsniveau van de partij van invoer bereiken;
-
- „sector”: de productie- en handelsstructuur voor een product of productcategorie in een van de partijen;
-
- „subsector”: een welomschreven en gecontroleerd deel van een sector;
-
- „handelsartikelen”: dieren en planten, of categorieën daarvan, of specifieke producten en andere materialen die worden verplaatst voor handels- of andere doeleinden, met inbegrip van die bedoeld in de leden 2 tot en met 7 van dit artikel;
-
- „specifieke invoervergunning”: een door de bevoegde autoriteiten van de partij van invoer aan een individuele importeur van tevoren verstrekte officiële vergunning voor de invoer van één enkele zending of verschillende zendingen van een handelsartikel uit de partij van uitvoer, dat binnen de werkingssfeer van deze overeenkomst valt;
-
- „werkdagen”: weekdagen behalve zondag, zaterdag en feestdagen in een van de partijen;
-
- „inspectie”: het onderzoeken van elk aspect van diervoeders, levensmiddelen, diergezondheid en dierenwelzijn, teneinde na te gaan of deze aspecten voldoen aan de voorschriften van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn;
-
- „fytosanitaire controle”: officieel onderzoek met het blote oog van planten, plantaardige producten of andere materialen waarvoor voorschriften bestaan, om te bepalen of er sprake is van ziekten en/of te bepalen of er al dan niet aan de fytosanitaire voorschriften is voldaan;
-
- „verificatie”: toetsen, via onderzoek en inaanmerkingneming van objectief bewijsmateriaal, of aan specifieke vereisten is voldaan.
Artikel 63. Bevoegde autoriteiten
De partijen brengen elkaar op de hoogte van de structuur, organisatie en verdeling van bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten tijdens de eerste bijeenkomst van het in artikel 74 van deze overeenkomst bedoelde subcomité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „SPS-subcomité” genoemd. De partijen stellen elkaar op de hoogte van elke verandering aangaande die bevoegde autoriteiten, met inbegrip van contactpunten.
Artikel 64. Aanpassing van regelgeving
Oekraïne past zijn sanitaire en fytosanitaire wetgeving alsmede die op het gebied van dierenwelzijn aan aan die van de EU zoals vastgelegd in bijlage V bij deze overeenkomst.
De partijen werken samen inzake aanpassing van wetgeving en capaciteitsopbouw.
Het SPS-subcomité bewaakt op regelmatige basis de uitvoering van het aanpassingsproces zoals vastgelegd in bijlage V bij deze overeenkomst, om de nodige aanbevelingen inzake aanpassingsmaatregelen te kunnen geven.
Uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst legt Oekraïne aan het SPS-subcomité een omvangrijke strategie voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk voor, onderverdeeld naar prioriteitsgebieden voor maatregelen als omschreven in bijlage IV-A, bijlage IV-B en bijlage IV-C bij deze overeenkomst, waarbij de handel in een specifiek handelsartikel of een specifieke groep handelsartikelen wordt bevorderd. De strategie dient als referentiedocument voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk en zal worden toegevoegd aan bijlage V bij deze overeenkomst9)Wat genetisch gemodificeerde organismen (hierna „GMO's” genoemd) betreft, omvat de omvangrijke strategie ook tijdschema's voor aanpassing van de wetgeving van Oekraïne aan die van de EU, zoals vermeld in bijlage XXIX bij hoofdstuk 6 van Titel V (Economische en sectorale samenwerking)..
Artikel 65. Erkenning van de diergezondheidsstatus en de status inzake plagen alsmede van regionale omstandigheden in het kader van het handelsverkeer
Erkenning van de status inzake dierziekten, besmetting bij dieren of plagen
-
- Wat dierziekten en besmettingen bij dieren (met inbegrip van zoönose) betreft, gelden onderstaande bepalingen:
- a. de partij van invoer erkent, in het kader van het handelsverkeer, de diergezondheidsstatus van de partij van uitvoer of haar regio's, zoals deze door de partij van uitvoer overeenkomstig bijlage VII, deel A, bij deze overeenkomst zijn vastgesteld, voor de in bijlage VI-A bij deze overeenkomst vermelde dierziekten;
- b. wanneer een partij meent dat zij voor haar grondgebied of een regio een bijzondere status heeft voor een bepaalde dierziekte die niet in bijlage VI-A bij deze overeenkomst is opgenomen, kan zij om erkenning van deze status verzoeken overeenkomstig de in bijlage VII, deel C, bij deze overeenkomst vastgelegde criteria. De partij van invoer kan bij de invoer van levende dieren en dierlijke producten garanties eisen die in overeenstemming zijn met de overeengekomen status van de partijen;
- c. de status van de grondgebieden of de regio's, of de status in een sector of een subsector van de partijen met betrekking tot de prevalentie of incidentie van een niet in bijlage VI-A bij deze overeenkomst opgenomen dierziekte of, in voorkomend geval, van besmettingen bij dieren en/of het daaraan verbonden risico, zoals gedefinieerd door het OIE, wordt door de partijen erkend als de basis voor hun onderlinge handel. De partij van invoer kan bij de invoer van levende dieren en dierlijke producten garanties eisen die in overeenstemming zijn met de overeenkomstig de aanbevelingen van het OIE vastgestelde status, indien van toepassing;
- d. onverminderd de artikelen 67, 69 en 73 van deze overeenkomst, en tenzij de partij van invoer uitdrukkelijk bezwaar maakt en om ondersteunende of bijkomende gegevens of overleg en/of verificatie verzoekt, neemt elk van beide partijen onverwijld de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om handel mogelijk te maken op basis van de punten a), b) en c) van dit lid.
-
- Wat plagen betreft, gelden onderstaande bepalingen:
- a. de partijen erkennen in het kader van het handelsverkeer hun status inzake plagen met betrekking tot de in bijlage VI-B bij deze overeenkomst vermelde plagen.
- b. onverminderd de artikelen 67, 69 en 73 van deze overeenkomst, en tenzij de partij van invoer uitdrukkelijk bezwaar maakt en om ondersteunende of bijkomende gegevens of overleg en/of verificatie verzoekt, neemt elk van beide partijen onverwijld de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om de handel mogelijk te maken op basis van punt a) van dit lid.
Erkenning van regionalisatie/zonering, plagenvrije gebieden, hierna „PVG's” genoemd, en beschermde gebieden, hierna „BG's” genoemd
-
- De partijen erkennen de begrippen regionalisatie en PVG's zoals omschreven in het desbetreffende Verdrag van de Voedsel- en landbouworganisatie/Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten van 1997 en de internationale normen voor fytosanitaire maatregelen, hierna „ISPM's” genoemd, van de Voedsel- en landbouworganisatie, en het begrip beschermde gebieden overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG, en komen overeen dat deze begrippen op de handel tussen hen van toepassing zijn.
-
- De partijen komen overeen dat regionalisatiebesluiten voor de in bijlage VI-A bij deze overeenkomst vermelde dier- en visziekten en voor de in bijlage VI-B bij deze overeenkomst vermelde plagen moeten worden genomen in overeenstemming met de bepalingen van bijlage VII, delen A en B, bij deze overeenkomst.
- 5.
- a. Wat dierziekten betreft, deelt de partij van uitvoer die erkenning van haar regionalisatiebesluit door de partij van invoer wenst, in overeenstemming met artikel 67 van deze overeenkomst de door haar ingestelde maatregelen mee met een omstandige toelichting op en ondersteunende gegevens voor haar bepalingen en besluiten. Onverminderd artikel 68 en tenzij de partij van invoer uitdrukkelijk bezwaar maakt en om bijkomende gegevens of overleg en/of verificatie verzoekt binnen 15 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving, wordt het aldus meegedeelde regionalisatiebesluit geacht te zijn aanvaard;
- b. het onder a) van dit lid bedoelde overleg vindt plaats in overeenstemming met artikel 68, lid 3, van deze overeenkomst. De partij van invoer beoordeelt de bijkomende gegevens binnen 15 werkdagen na ontvangst ervan. De onder a) bedoelde verificatie geschiedt in overeenstemming met artikel 71 van deze overeenkomst, binnen 25 werkdagen na ontvangst van het verzoek daartoe.
- 6.
- a. Wat plagen betreft, draagt elk van beide partijen er zorg voor dat bij de handel in planten, plantaardige producten en andere materialen in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de door de andere partij erkende status inzake plagen in een gebied dat door de andere partij is erkend als beschermd gebied of PVG. Een partij die erkenning van haar PVG door de andere partij wenst, deelt de door haar ingestelde maatregelen mee, desgevraagd met een omstandige toelichting op en ondersteunende gegevens voor de vaststelling en handhaving, waarbij indien de partijen dat passend achten, de relevante ISPM's worden aangehouden. Onverminderd artikel 73 van deze overeenkomst en tenzij een partij uitdrukkelijk bezwaar maakt en om bijkomende gegevens of overleg en/of verificatie verzoekt binnen drie maanden na de kennisgeving, wordt het aldus meegedeelde regionalisatiebesluit ter zake van het PVG geacht te zijn aanvaard;
- b. het onder a) bedoelde overleg vindt plaats in overeenstemming met artikel 68, lid 3, van deze overeenkomst. De partij van invoer beoordeelt de bijkomende gegevens binnen drie maanden na ontvangst ervan. De onder a) bedoelde verificatie geschiedt in overeenstemming met artikel 71 van deze overeenkomst binnen 12 maanden na ontvangst van het verzoek daartoe, rekening houdende met de biologische kenmerken van de plaag en het gewas in kwestie.
-
- Na voltooiing van de procedures van de leden 4 tot en met 6 van dit artikel, en onverminderd artikel 73 van deze overeenkomst, neemt elke partij onverwijld de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om de handel mogelijk te maken op basis van de in die leden vervatte bepalingen.
Compartimentering
C. De partijen verbinden zich tot het voeren van verdere besprekingen met het oog op de implementatie van het in bijlage XIV bij deze overeenkomst bedoelde compartimenteringsbeginsel.
Artikel 66. Bepaling van de gelijkwaardigheid
Erkenning van gelijkwaardigheid kan geschieden ten aanzien van:
- a. afzonderlijke maatregelen; of
- b. een groep maatregelen; of
- c. een op een sector, subsector, handelsartikel of groep handelsartikelen toepasselijk systeem.
Bij de bepaling van de gelijkwaardigheid wordt door de partijen de procedure van lid 3 van dit artikel gevolgd. Deze procedure omvat dat door de partij van uitvoer objectief bewijs van gelijkwaardigheid wordt aangedragen en dat dit bewijs door de partij van invoer objectief wordt beoordeeld. Dit kan een inspectie of verificatie omvatten.
Indien de partij van uitvoer een verzoek indient met betrekking tot een erkenning van gelijkwaardigheid als bedoeld in lid 1 van dit artikel, leiden de partijen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van dit verzoek door de partij van invoer de overlegprocedure in die de in bijlage IX bij deze overeenkomst genoemde stappen omvat. Indien de partij van uitvoer evenwel meerdere verzoeken indient, komen de partijen, op verzoek van de partij van invoer, in het in artikel 74 bedoelde SPS-subcomité een tijdschema overeen waarbinnen zij de in dit lid bedoelde procedure inleiden en uitvoeren.
Wanneer aanpassing van de wetgeving heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de in artikel 64, lid 3, van deze overeenkomst bedoelde bewaking, wordt dit beschouwd als een verzoek van Oekraïne om de procedure voor de erkenning van de gelijkwaardigheid van de desbetreffende maatregelen overeenkomstig lid 3 van dit artikel in te leiden.
Tenzij anders overeengekomen, rondt de partij van invoer haar bepaling van de gelijkwaardigheid als bedoeld in lid 3 van dit artikel, af binnen 360 dagen na ontvangst van het verzoek -met inbegrip van een dossier met het bewijs van gelijkwaardigheid- van de partij van uitvoer, behalve voor seizoensgewassen waarvoor het gerechtvaardigd is de evaluatie uit te stellen teneinde de fytosanitaire maatregelen over een voldoende lange groeiperiode te kunnen verifiëren.
De partij van invoer stelt de gelijkwaardigheid wat betreft planten, plantaardige producten en andere materialen vast in overeenstemming met de ISPM's, indien van toepassing.
De partij van invoer kan de erkenning van de gelijkwaardigheid intrekken of opschorten bij elke wijziging van een maatregel door een der partijen die van invloed is op de gelijkwaardigheid, op voorwaarde dat de volgende procedures worden gevolgd:
- a. in overeenstemming met artikel 67, lid 2, van deze overeenkomst stelt de partij van uitvoer de partij van invoer in kennis van elk voorstel tot wijziging van door haar ingestelde maatregelen waarvan de gelijkwaardigheid werd erkend, en van de waarschijnlijke gevolgen van de voorgestelde maatregelen voor deze gelijkwaardigheid. Binnen 30 werkdagen na de ontvangst van deze gegevens stelt de partij van invoer de partij van uitvoer ervan in kennis of de erkenning van de gelijkwaardigheid op basis van de voorgestelde maatregelen al dan niet gehandhaafd blijft;
- b. in overeenstemming met artikel 67, lid 2, van deze overeenkomst stelt de partij van invoer de partij van uitvoer in kennis van elk voorstel tot wijziging van door haar ingestelde maatregelen op basis waarvan de gelijkwaardigheid werd erkend, en van de waarschijnlijke gevolgen van de voorgestelde maatregelen voor deze gelijkwaardigheid. Indien de partij van invoer de erkenning van de gelijkwaardigheid niet handhaaft, kunnen de partijen de voorwaarden overeenkomen waaronder de in lid 3 van dit artikel bedoelde procedure opnieuw kan worden ingeleid op basis van de voorgestelde maatregelen.
Het besluit over de erkenning van de gelijkwaardigheid dan wel de opschorting of intrekking ervan kan uitsluitend worden genomen door de partij van invoer, in overeenstemming met haar wettelijke en bestuursrechtelijke regelgeving. De partij van invoer verstrekt de partij van uitvoer schriftelijk een omstandige toelichting bij en de ondersteunende gegevens voor de bepalingen en besluiten op grond van dit artikel. Indien de erkenning van de gelijkwaardigheid wordt geweigerd, dan wel wordt opgeschort of ingetrokken, stelt de partij van invoer de partij van uitvoer in kennis van de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om de in lid 3 bedoelde procedure opnieuw te kunnen inleiden.
Onverminderd artikel 73 van deze overeenkomst kan de partij van invoer de erkenning van de gelijkwaardigheid niet intrekken of opschorten vóór de inwerkingtreding van de nieuwe maatregelen die door een der partijen zijn voorgesteld.
Indien de gelijkwaardigheid op basis van de in bijlage IX bij deze overeenkomst uiteengezette overlegprocedure formeel wordt erkend door de partij van invoer, zal het SPS-subcomité in overeenstemming met de procedure van artikel 74, lid 2, van deze overeenkomst een verklaring afgeven inzake de erkenning van de gelijkwaardigheid in de handel tussen de partijen. Het besluit voorziet tevens in de vermindering van fysieke controles aan de grenzen, vereenvoudigde certificaten en in voorkomend geval in procedures voor de voorlopige opneming van inrichtingen op die lijsten.
De status van gelijkwaardigheid wordt vermeld in bijlage IX bij deze overeenkomst.
Wanneer wetgevingen aan elkaar worden aangepast, geschiedt de vaststelling van gelijkwaardigheid op die basis.
Artikel 67. Transparantie en uitwisseling van informatie
Onverminderd artikel 68 van deze overeenkomst werken de partijen samen ter versterking van het wederzijdse begrip van hun officiële controlestructuur en -mechanismen voor de uitvoering van SPS-maatregelen en hun respectieve prestaties op dit vlak. Dit kan onder meer worden bereikt door verslagen van internationale audits wanneer deze openbaar worden gemaakt; de partijen kunnen in voorkomend geval informatie over de resultaten van deze audits of andere informatie uitwisselen.
In het kader van de in artikel 64 bedoelde aanpassing van wetgeving of de in artikel 66 van deze overeenkomst bedoelde bepaling van gelijkwaardigheid houden de partijen elkaar op de hoogte van wetswijzigingen en andere procedurele wijzigingen die voor de betrokken gebieden worden aangenomen of vastgesteld.
In dit verband informeert de EU-partij ruim tevoren over wijzigingen in de wetgeving van de EU-partij, opdat Oekraïne kan overwegen haar wetgeving dienovereenkomstig te wijzigen.
De noodzakelijke mate van samenwerking moet worden bereikt om de toezending van wetgevingsdocumenten op verzoek van een van de partijen te bevorderen.
Hiertoe stellen de partijen elkaar in kennis van hun contactpunten. De partijen stellen elkaar tevens in kennis van wijzigingen met betrekking tot deze gegevens.
Artikel 68. Kennisgeving, overleg en bevordering van communicatie
Elke partij stelt de andere partij binnen twee werkdagen schriftelijk in kennis van ieder ernstig of aanzienlijk gezondheidsrisico voor mens, dier of plant, met inbegrip van alle noodsituaties in verband met de voedselcontrole of situaties waarin een duidelijk ernstig gezondheidsrisico werd geconstateerd in verband met de consumptie van dierlijke of plantaardige producten, met name wat betreft:
- a. alle maatregelen die relevant zijn voor de in artikel 65 van deze overeenkomst bedoelde regionalisatiebesluiten;
- b. de aanwezigheid of ontwikkeling van een in bijlage VI-A vermelde dierziekte of van een op de lijst in bijlage VI-B bij deze overeenkomst beschreven gereglementeerde plaag;
- c. bevindingen van epidemiologisch belang of belangrijke daaraan verbonden risico's met betrekking tot niet in de bijlagen VI-A en VI-B bij deze overeenkomst vermelde dierziekten en plagen of nieuwe dierziekten en plagen; en
- d. eventuele aanvullende maatregelen die verder gaan dan de basisvereisten die gelden voor maatregelen van de respectieve partijen ter bestrijding of uitroeiing van dierziekten of plagen of ter bescherming van de gezondheid van mens of plant, en eventuele wijzigingen in het preventiebeleid, waaronder het vaccinatiebeleid.
- a. Kennisgevingen worden schriftelijk gedaan aan de in artikel 67, lid 3, van deze overeenkomst bedoelde contactpunten.
- b. Schriftelijke kennisgeving gebeurt per post, per fax of per e-mail. Kennisgevingen worden enkel gedaan tussen de in artikel 67, lid 3, van deze overeenkomst bedoelde contactpunten.
Wanneer een partij zich ernstig zorgen maakt over een risico voor de gezondheid van mens, dier of plant, vindt op verzoek van die partij zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen 15 werkdagen overleg over de situatie plaats. Daarbij tracht elke partij alle informatie te verstrekken die nodig is om verstoringen van het handelsverkeer te voorkomen en tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen die verenigbaar is met de bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.
Op verzoek van een partij vindt zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen 20 werkdagen na de kennisgeving overleg over dierenwelzijn plaats. Elke partij tracht daarbij alle vereiste informatie te verstrekken.
Op verzoek van een partij vindt het in de leden 3 en 4 van dit artikel genoemde overleg plaats in de vorm van een video- of audiovergadering. De partij die om het overleg verzoekt, stelt de notulen van de vergadering op, die officieel door de partijen worden goedgekeurd. Voor deze goedkeuring geldt artikel 67, lid 3, van deze overeenkomst.
Met een wederzijds toegepast systeem voor snelle waarschuwingen en een vroegtijdig waarschuwingsmechanisme voor een diergeneeskundig of fytosanitair noodgeval wordt in een later stadium aangevangen, wanneer Oekraïne de nodige wetgeving op dit gebied implementeert en de voorwaarden schept voor de juiste werking ter plaatse van dergelijke mechanismen.
Artikel 69. Handelsvoorwaarden
Algemene invoervoorwaarden
- a. Voor elk handelsartikel dat door bijlage IV-A en bijlage IV-C, onder 2, bij deze overeenkomst wordt bestreken, komen de partijen overeen algemene invoervoorwaarden toe te passen. Onverminderd de overeenkomstig artikel 65 van deze overeenkomst genomen besluiten gelden de door de partij van invoer gestelde invoervoorwaarden voor het gehele grondgebied van de partij van uitvoer. Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst en overeenkomstig artikel 67 van deze overeenkomst stelt de partij van invoer de partij van uitvoer in kennis van haar sanitaire en fytosanitaire invoervereisten voor de in bijlage IV-A en bijlage IV-C, onder 2, bij deze overeenkomst bedoelde handelsartikelen. Deze informatie omvat in voorkomend geval de modellen voor de officiële certificaten, verklaringen of handelsdocumenten als voorgeschreven door de partij van invoer.
- b.
- i. Wijzigingen of voorgestelde wijzigingen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde voorwaarden worden door de partijen gemeld overeenkomstig de bepalingen van de SPS-overeenkomst en latere besluiten inzake de kennisgeving van maatregelen. Onverminderd artikel 73 van deze overeenkomst houdt de partij van invoer rekening met de reistijd tussen de partijen bij de vaststelling van de datum waarop de in lid 1, onder a), bedoelde gewijzigde voorwaarden van kracht worden.
- ii. Indien de partij van invoer deze kennisgevingsvereisten niet in acht neemt, blijft zij een certificaat of attest waarmee de naleving van de voorheen geldende voorwaarden wordt gegarandeerd, accepteren tot 30 dagen nadat de gewijzigde invoervoorwaarden van kracht zijn geworden.
Invoervoorwaarden na erkenning van gelijkwaardigheid
- a. Binnen 90 dagen na de vaststelling van een besluit inzake de erkenning van gelijkwaardigheid nemen de partijen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen voor de tenuitvoerlegging van die erkenning, teneinde op basis daarvan de onderlinge handel in de in de bijlage IV-A en bijlage IV-C, onder 2, bij deze overeenkomst bedoelde handelsartikelen mogelijk te maken; dit in de sectoren en subsectoren waarvoor alle desbetreffende sanitaire en fytosanitaire maatregelen van de partij van uitvoer door de partij van invoer als gelijkwaardig zijn erkend. Voor deze handelsartikelen kan in die fase het model van het door de partij van invoer geëiste officiële certificaat of officiële document worden vervangen door een krachtens bijlage XII.B bij deze overeenkomst opgesteld certificaat.
- b. Voor handelsartikelen in sectoren of subsectoren waarvoor, indien van toepassing, sommige maar niet alle maatregelen als gelijkwaardig zijn erkend, blijft de handel verlopen op basis van de in lid 1, onder a), bedoelde voorwaarden. Indien de partij van uitvoer daarom verzoekt, is lid 5 van dit artikel van toepassing.
Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst is voor de in bijlage IV-A en bijlage IV-C, onder 2, bij deze overeenkomst bedoelde handelsartikelen geen invoervergunning vereist.
Indien deze overeenkomst eerder dan 31 december 2013 in werking treedt, mag dit geen invloed hebben op de bijstand voor de algemene institutionele opbouw.
Ten aanzien van de voorwaarden die relevant zijn voor de handel in de in lid 1, onder a), bedoelde handelsartikelen voeren de partijen, op verzoek van de partij van uitvoer, in het SPS-subcomité overleg overeenkomstig artikel 74 van deze overeenkomst, teneinde overeenstemming te bereiken over alternatieve of bijkomende invoervoorwaarden van de partij van invoer. Zulke alternatieve of bijkomende invoervoorwaarden mogen, in voorkomend geval, worden gebaseerd op maatregelen van de partij van uitvoer die door de partij van invoer als gelijkwaardig zijn erkend. Bij overeenstemming neemt de partij van invoer binnen 90 dagen na het besluit van het SPS-subcomité de nodige wettelijke en/of bestuursrechtelijke maatregelen om de invoer op basis daarvan mogelijk te maken.
Lijst van inrichtingen, voorwaardelijke goedkeuring
- a. Voor de invoer van de in bijlage IV-A, deel 2, van deze overeenkomst bedoelde dierlijke producten verleent de partij van invoer, op verzoek van de partij van uitvoer die daarbij de passende garanties geeft, een voorlopige goedkeuring voor de in bijlage VIII, onder 2.1, bij deze overeenkomst bedoelde verwerkingsinrichtingen die zich op het grondgebied van de partij van uitvoer bevinden, zonder voorafgaande inspectie van afzonderlijke inrichtingen. Deze goedkeuring moet in overeenstemming zijn met de in bijlage VIII bij deze overeenkomst vastgestelde voorwaarden en bepalingen. Tenzij om bijkomende gegevens wordt verzocht, neemt de partij van invoer binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verzoek en de desbetreffende garanties de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om de invoer op basis daarvan mogelijk te maken. De eerste lijst van inrichtingen wordt goedgekeurd in overeenstemming met de procedure van bijlage VIII bij deze overeenkomst.
- b. Voor de invoer van de in lid 2, onder a), bedoelde dierlijke producten doet de partij van uitvoer haar lijst van inrichtingen die aan de eisen van de partij van invoer voldoen, aan de partij van invoer toekomen.
Op verzoek van een partij verstrekt de andere partij de noodzakelijke toelichting bij en ondersteunende gegevens voor de bepalingen en besluiten die door dit artikel bestreken worden.
Artikel 70. Certificeringsprocedure
Voor certificeringsprocedures en de afgifte van certificaten en officiële documenten zijn de partijen het eens over de beginselen die in bijlage XII bij deze overeenkomst zijn uiteengezet.
Het in artikel 74 van deze overeenkomst bedoelde SPS-subcomité kan regels vaststellen die moeten worden gevolgd in het geval van elektronische certificering, en de intrekking of vervanging van certificaten langs elektronische weg.
In het kader van de in artikel 64 van deze overeenkomst bedoelde aanpassing van wetgeving zullen de partijen indien van toepassing gezamenlijke modellen van certificaten overeenkomen.
Artikel 71. Verificatie
Om het vertrouwen in de doeltreffende tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit hoofdstuk te bewaren, heeft elke partij het recht:
- a. overeenkomstig de richtsnoeren in bijlage X bij deze overeenkomst, het volledige controleprogramma van de autoriteiten van de andere partij of, indien van toepassing, andere maatregelen geheel of gedeeltelijk te verifiëren. De kosten hiervan worden gedragen door de verifiërende partij;
- b. te verlangen dat haar, vanaf een door de partijen vast te stellen datum, desgevraagd het volledige controleprogramma van de andere partij geheel of gedeeltelijk wordt voorgelegd, alsook verslagen van de resultaten van de in het kader van dat programma verrichte controles;
- c. in voorkomend geval, voor laboratoriumtests met betrekking tot in bijlage IV-A en bijlage IV-C, onder 2, bij deze overeenkomst bedoelde handelsartikelen, desgevraagd deel te nemen aan het periodieke vergelijkende testprogramma, voor specifieke tests die door het referentielaboratorium van de andere partij worden opgezet. De kosten van deze deelname worden door de deelnemende partij gedragen.
Elk van beide partijen mag de resultaten van de in lid 1, onder a), van dit artikel bedoelde verificatie delen met derden en de resultaten openbaar maken voor zover dit op grond van de ten aanzien van een partij toepasselijke bepalingen vereist is. Bepalingen over de vertrouwelijkheid die op een van de partijen van toepassing zijn, worden in voorkomend geval bij dit delen en/of deze bekendmaking van de resultaten geëerbiedigd.
Het in artikel 74 van deze overeenkomst bedoelde SPS-subcomité kan bijlage X bij deze overeenkomst bij besluit wijzigen, daarbij op passende wijze rekening houdende met door internationale organisaties verrichte relevante werkzaamheden.
De verificatieresultaten kunnen worden gebruikt ten behoeve van de in de artikelen 64, 66 en 72 van deze overeenkomst bedoelde maatregelen van de partijen of van een van de partijen.
Artikel 72. Controles bij invoer en inspectievergoedingen
De partijen komen overeen dat de partij van invoer bij haar invoercontroles op zendingen uit de partij van uitvoer de in bijlage XI, deel A, bij deze overeenkomst vastgelegde beginselen in acht dient te nemen. De resultaten van deze controles kunnen worden gebruikt ten behoeve van de in artikel 71 van deze overeenkomst bedoelde verificaties.
De frequentie waarmee elke partij materiële controles bij invoer verricht, zijn vastgesteld in bijlage XI, deel B, bij deze overeenkomst. Een partij kan deze frequentie binnen de grenzen van haar bevoegdheid en in overeenstemming met haar interne wetgeving wijzigen naar aanleiding van vooruitgang die werd geboekt in overeenstemming met de artikelen 64, 66 en 69 van deze overeenkomst, of naar aanleiding van de verificaties, het overleg of andere maatregelen waarin deze overeenkomst voorziet. Bijlage XI, deel B, bij deze overeenkomst wordt door het in artikel 74 van deze overeenkomst bedoelde SPS-subcomité bij besluit dienovereenkomstig gewijzigd.
De inspectievergoedingen mogen uitsluitend de kosten van de bevoegde autoriteit voor het verrichten van de controles bij invoer dekken. De vergoedingen worden op dezelfde basis als retributies voor de inspectie van soortgelijke interne producten berekend.
De partij van invoer stelt de partij van uitvoer op verzoek in kennis van elke wijziging in de maatregelen die relevant is voor de invoercontroles en inspectievergoedingen, inclusief de redenen daarvoor, en van elke belangrijke wijziging in de wijze waarop haar diensten deze controles verrichten.
Vanaf een door het in artikel 74 van deze overeenkomst bedoelde SPS-subcomité vast te stellen datum kunnen de partijen overeenkomen onder welke voorwaarden zij elkaars in artikel 71, lid 1, onder b), bedoelde controles goedkeuren, teneinde de frequentie van de materiële invoercontroles voor de in artikel 69, lid 2, van deze overeenkomst bedoelde handelsartikelen in voorkomend geval aan te passen en wederzijds te verlagen.
Vanaf die datum kunnen de partijen wederzijds goedkeuring verlenen voor elkaars controles voor bepaalde handelsartikelen en de invoercontroles voor deze handelsartikelen derhalve verminderen of vervangen.
De voorwaarden voor de goedkeuring van de aanpassing van de invoercontroles wordt opgenomen in bijlage XI bij deze overeenkomst, aan de hand van de in artikel 74, lid 6, van deze overeenkomst bedoelde procedure.
Artikel 73. Vrijwaringsmaatregelen
Indien de partij van invoer op haar eigen grondgebied maatregelen neemt tegen een mogelijk ernstig gevaar of risico voor de gezondheid van mens, dier en plant, dient de partij van uitvoer, onverminderd lid 2 van dit artikel, gelijkwaardige maatregelen te nemen om insleep van dit gevaar of risico op het grondgebied van de partij van invoer te voorkomen.
De partij van invoer kan, als daartoe ernstige redenen bestaan met betrekking tot de gezondheid van mens, dier of plant, voorlopige maatregelen vaststellen om de gezondheid van mens, dier of plant te beschermen. Voor zendingen die al onderweg zijn tussen de partijen, zoekt de partij van invoer de meest geschikte, aan het risico evenredige oplossing om onnodige verstoringen van het handelsverkeer te voorkomen.
De partij die maatregelen in het kader van lid 2 van dit artikel vaststelt, stelt de andere partij hiervan uiterlijk één werkdag na de datum waarop de maatregelen zijn vastgesteld, in kennis. Op verzoek van een van beide partijen en in overeenstemming met artikel 68, lid 3, van deze overeenkomst plegen de partijen binnen 15 werkdagen na de kennisgeving overleg over de situatie. De partijen houden op passende wijze rekening met de informatie die in het kader van dat overleg wordt verkregen, en streven ernaar onnodige verstoringen van het handelsverkeer te voorkomen, in voorkomend geval rekening houdende met het resultaat van het in artikel 68, lid 3, van deze overeenkomst bedoelde overleg.
Artikel 74. Subcomité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS-subcomité)
Er wordt een subcomité opgericht voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen (hierna „SPS-subcomité” genoemd). Het SPS-subcomité komt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen, en daarna op verzoek van een van beide partijen, althans ten minste eens per jaar. Indien de partijen aldus overeenkomen, kan een bijeenkomst van het SPS-subcomité worden gehouden in de vorm van een video- of audiovergadering. Tussen twee vergaderingen door kan het SPS-subcomité bepaalde aangelegenheden ook schriftelijk behandelen.
Het SPS-subcomité heeft de volgende taken:
- a. op de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk toezien, alle kwesties die op dit hoofdstuk betrekking hebben, in overweging nemen en alle vragen die naar aanleiding van de tenuitvoerlegging ervan rijzen, bestuderen;
- b. de bijlagen bij dit hoofdstuk herzien, met name in het licht van de geboekte vooruitgang in het kader van het overleg en de procedures waarin dit hoofdstuk voorziet;
- c. de bijlagen IV tot en met XIV bij deze overeenkomst bij besluit wijzigen, in het licht van de onder b) van dit lid bedoelde herziening of zoals anderszins bepaald in dit hoofdstuk; en
- d. aan andere organen als omschreven in de Institutionele, algemene en slotbepalingen van deze overeenkomst, standpunten aanreiken en aanbevelingen doen in het licht van de onder b) van dit lid bedoelde herziening.
De partijen stemmen in met de oprichting van technische werkgroepen, waar van toepassing, bestaande uit deskundigen die als vertegenwoordiger van de partijen optreden; deze werkgroepen worden belast met de identificatie en behandeling van technische en wetenschappelijke vragen naar aanleiding van de toepassing van dit hoofdstuk. Als aanvullende expertise vereist is, kunnen de partijen ook ad-hocgroepen, met inbegrip van wetenschappelijke groepen, oprichten. Van deze ad-hocgroepen kunnen ook andere personen dan vertegenwoordigers van de partijen deel uitmaken.
Het SPS-subcomité brengt het ingevolge artikel 465 van deze overeenkomst opgerichte handelscomité regelmatig op de hoogte van zijn activiteiten en de in het kader van zijn bevoegdheid genomen besluiten.
Het SPS-subcomité stelt op zijn eerste bijeenkomst zijn werkwijze vast.
Besluiten, aanbevelingen, verslagen of andere handelingen van het SPS-subcomité of enige andere door dit comité opgerichte groep, inzake invoervergunningen, uitwisseling van informatie, transparantie, erkenning van regionalisatie, gelijkwaardigheid en alternatieve maatregelen, en andere vraagstukken die vallen onder de leden 2 en 3, worden bij consensus goedgekeurd.
HOOFDSTUK 5. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING
Artikel 75. Doelstellingen
De partijen erkennen het belang van douaneaangelegenheden en handelsbevordering bij de ontwikkeling van het bilaterale handelsstelsel. Zij komen in beginsel overeen op dit gebied nauwer samen te werken om ervoor te zorgen dat de wetgeving en procedures ter zake, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, voldoen aan de doelstellingen van een effectieve controle en bevordering van de legitieme handel.
De partijen erkennen dat het grootst mogelijke belang moet worden gehecht aan de legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid, met inbegrip van die met betrekking tot de handelsbevordering, de veiligheid en de fraudebestrijding en aan een evenwichtige benadering hiervan.
Artikel 76. Wetgeving en procedures
De partijen komen overeen dat hun respectieve wet- en regelgeving op handels- en douanegebied in beginsel stabiel en allesomvattend moet zijn, en dat bepalingen en procedures evenredig, transparant, voorspelbaar, niet-discriminerend en onpartijdig zullen zijn alsook op eenvormige wijze doeltreffend moeten worden toegepast en dat zij onder meer:
- a. de rechtmatige handel beschermen en vergemakkelijken door een doeltreffende handhaving en naleving van wettelijke vereisten;
- b. onnodige en discriminerende lasten voor het bedrijfsleven tegengaan, fraude voorkomen en marktdeelnemers die de wetgeving goed naleven extra faciliteiten verlenen;
- c. één enkel administratief document voor douaneaangiften toepassen;
- d. streven naar meer efficiëntie, transparantie en vereenvoudiging van douaneprocedures en -praktijken aan de grens;
- e. moderne douanetechnieken toepassen, zoals risicobeoordeling, controles na de vrijgave van goederen en bedrijfsauditmethodes ter vereenvoudiging en bevordering van de binnenkomst en de vrijgave van goederen;
- f. tot doel hebben de kosten te verlagen en de voorspelbaarheid voor marktdeelnemers, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, te vergroten;
- g. onverminderd de toepassing van objectieve criteria voor risicobeoordeling de niet-discriminerende toepassing waarborgen van de vereisten en procedures die op de invoer, uitvoer en doorvoer van goederen van toepassing zijn;
- h. de internationale instrumenten toepassen die van toepassing zijn op douane- en handelsgebied, met inbegrip van die welke zijn ontwikkeld door de Werelddouaneorganisatie, hierna „WDO” genoemd, („Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van 2005, de Overeenkomst van Istanbul inzake tijdelijke invoer van 1990, het GS-verdrag van 1983), de WTO (bv. inzake waardering), de VN (TIR-overeenkomst van 1975, de Overeenkomst inzake de harmonisatie van de goederencontroles aan de grenzen van 1982), alsmede EU-richtsnoeren zoals de blauwdrukken voor de douane;
- i. de noodzakelijke maatregelen nemen om de bepalingen van de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures van 1973 weer te geven en te implementeren;
- j. voorzien in voorschriften en procedures die voorzien in bindende uitspraken vooraf over tariefindeling en oorsprongsregels. De partijen zullen ervoor zorgen dat een uitspraak alleen kan worden ingetrokken of nietig verklaard na kennisgeving aan de betrokken onderneming en zonder terugwerkende kracht, tenzij de uitspraak is gedaan op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;
- k. vereenvoudigde procedures invoeren en toepassen voor toegelaten handelaren, op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria;
- l. regels toepassen die waarborgen dat straffen voor inbreuken op douanevoorschriften of procedurele eisen evenredig en niet-discriminerend zijn en dat hun toepassing niet tot nodeloze en ongerechtvaardigde vertragingen leidt;
- m. transparante, niet-discriminerende en evenredige voorschriften met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan douane-expediteurs toepassen.
Om hun werkmethoden te verbeteren en ervoor te zorgen dat hun optreden niet-discriminerend, transparant, doeltreffend, integer en te verantwoorden is, nemen de partijen de volgende maatregelen:
- a. zij nemen nadere maatregelen om de door de douanediensten en andere instanties verlangde gegevens en documentatie te verminderen, te vereenvoudigen en te standaardiseren;
- b. zij vereenvoudigen waar mogelijk eisen en formaliteiten, zodat goederen snel worden vrijgegeven en ingeklaard;
- c. zij zorgen voor doeltreffende, snelle en niet-discriminerende procedures die het recht tot het instellen van beroep tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douane en van andere instanties betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen waarborgen. Deze beroepsprocedures zijn gemakkelijk toegankelijk, ook voor het midden- en kleinbedrijf, en de kosten ervan zijn redelijk en evenredig met de kosten van het beroep. De partijen nemen ook maatregelen om ervoor te zorgen dat wanneer tegen een litigieus besluit beroep wordt ingesteld, goederen normaal worden vrijgegeven en de betaling van rechten kan worden opgeschort, onder voorbehoud van de nodig geachte vrijwaringsmaatregelen. Voor zover nodig moet hierbij zekerheid worden gesteld, bijvoorbeeld in de vorm van een onderpand of depot;
- d. zij zien erop toe dat ter zake van integriteit uiterst strenge normen worden nageleefd, met name aan de grens, door de toepassing van maatregelen die in overeenstemming zijn met de beginselen die zijn vervat in de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten, met name de herziene verklaring van Arusha in WDO-verband (2003) en de door de EG opgestelde blauwdrukken voor douane-ethiek (2007).
De partijen komen afschaffing overeen van:
- a. elk vereiste met betrekking tot de verplichte inschakeling van douane-expediteurs;
- b. elk vereiste ten aanzien van verplichte inspecties vóór verzending of op de plaats van bestemming.
Bepalingen inzake doorvoer
- a. Voor de toepassing van deze overeenkomst gelden met betrekking tot doorvoer de voorschriften en definities van de WTO (artikel V van de GATT 1994, en verwante bepalingen, met inbegrip van de toelichtingen of verbeteringen naar aanleiding van de onderhandelingen inzake handelsbevordering in het kader van de DOHA-ronde). Deze bepalingen zijn ook dan van toepassing wanneer de doorvoer van goederen op het grondgebied van een partij begint of eindigt (intern douanevervoer).
- b. De partijen streven geleidelijke koppeling van hun respectieve douanestelsels voor doorvoer na, met het oog op de toekomstige deelname van Oekraïne aan de regeling voor gemeenschappelijk douanevervoer die vervat is in de Overeenkomst van 20 mei 1987 betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer.
- c. De partijen zien erop toe dat alle betrokken instanties op hun respectieve grondgebied gecoördineerd samenwerken om doorvoer te vergemakkelijken en de grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen. De partijen bevorderen tevens de samenwerking tussen de autoriteiten en de particuliere sector met betrekking tot doorvoer.
Artikel 77. Relaties met het bedrijfsleven
De partijen komen overeen:
- a. erop toe te zien dat hun respectieve wetgeving en procedures transparant zijn en samen met de motivering ervan, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg. Er moet een overlegmechanisme zijn en een redelijke tijdspanne liggen tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde bepalingen;
- b. dat tijdig en regelmatig met vertegenwoordigers van de handel wordt overlegd over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot douane- en handelsaangelegenheden. Hiertoe worden door elke partij mechanismen voor passend en regelmatig overleg tussen de diensten en het bedrijfsleven opgericht;
- c. algemene bekendheid te geven aan administratieve berichten ter zake, met name over de eisen voor douane-expediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten en adressen voor het inwinnen van informatie;
- d. de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de betrokken diensten te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, openbaar toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen, met name op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd;
- e. erop toe te zien dat hun respectieve eisen en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de legitieme behoeften van de handel, dat hierbij goede praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.
Artikel 78. Vergoedingen en heffingen
De partijen verbieden administratieve heffingen van gelijke werking als in- en uitvoerrechten en heffingen.
Met betrekking tot alle door de douaneautoriteiten van elke partij opgelegde vergoedingen en heffingen van welke aard ook, met inbegrip van vergoedingen en heffingen voor taken die namens die autoriteiten door een andere instantie zijn verricht, op of in verband met de invoer of uitvoer en onverminderd de desbetreffende artikelen van hoofdstuk 1 (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV van deze overeenkomst, komen de partijen overeen dat:
- a. vergoedingen en heffingen enkel kunnen worden opgelegd ter zake van buiten de aangewezen diensturen en op andere plaatsen dan de in de douaneregelingen bedoelde, op verzoek van de aangever in verband met de betrokken in- of uitvoer verleende diensten of een met die in- of uitvoer verband houdende formaliteit waaraan moet worden voldaan;
- b. het bedrag van vergoedingen en heffingen niet de kosten van de verleende dienst te boven gaat;
- c. vergoedingen en heffingen niet op een ad-valoremgrondslag worden berekend;
- d. informatie over vergoedingen en heffingen wordt bekendgemaakt. Deze informatie omvat de reden voor de vergoeding of de heffing ter zake van de verleende dienst, de verantwoordelijke autoriteit, de vergoedingen en heffingen die zullen worden toegepast, en het tijdstip en de wijze waarop de betaling moet worden verricht. De informatie over vergoedingen en heffingen wordt via een officieel aangewezen medium, en waar haalbaar en mogelijk via een officiële website, bekendgemaakt;
- e. nieuwe of gewijzigde vergoedingen en heffingen worden niet opgelegd totdat informatie daarover bekend is gemaakt en gemakkelijk beschikbaar is.
Artikel 79. Vaststelling van de douanewaarde
De Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, die in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst is opgenomen, met inbegrip van de daaropvolgende wijzigingen, is van toepassing op de vaststelling van de douanewaarde van de goederen in de handel tussen de partijen. De bepalingen van die overeenkomst worden hierbij in deze overeenkomst opgenomen en maken daarvan deel uit. Er worden geen minimumdouanewaarden gehanteerd.
De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van problemen met betrekking tot de vaststelling van de douanewaarde.
Artikel 80. Samenwerking op douanegebied
De partijen versterken de samenwerking om te zorgen voor implementatie van de doelstellingen van dit hoofdstuk, waarbij een redelijk evenwicht moet worden gezocht tussen vereenvoudiging en bevordering enerzijds, en doeltreffende controle en veiligheid anderzijds. Hiertoe gebruiken de partijen in voorkomend geval de blauwdrukken die de EG voor de douane heeft opgesteld, als benchmarking-instrument.
Om ervoor te zorgen dat de bepalingen van dit hoofdstuk worden nageleefd, zullen de partijen onder meer:
- a. informatie uitwisselen over douanewetgeving en -procedures;
- b. gezamenlijke initiatieven ontwikkelen op het gebied van de procedures bij invoer, uitvoer en doorvoer, alsmede initiatieven om de zakenwereld een efficiënte dienstverlening aan te bieden;
- c. samenwerken op het gebied van de automatisering van douane- en andere handelsprocedures;
- d. in voorkomend geval relevante informatie en gegevens uitwisselen, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van gevoelige gegevens en de bescherming van persoonsgegevens;
- e. informatie uitwisselen en/of in overleg treden om voor zover mogelijk, gemeenschappelijke standpunten vast te stellen in internationale organisaties op douanegebied als de WTO, de WDO, de VN, de Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (Unctad) en de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;
- f. samenwerken bij de planning en verlening van technische bijstand, met name ter vergemakkelijking van hervormingen op het gebied van douane en handelsbevordering overeenkomstig deze overeenkomst;
- g. beste praktijken op douanegebied uitwisselen, met name inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, in het bijzonder waar het gaat om nagemaakte goederen;
- h. de coördinatie tussen alle grensinstanties zowel nationaal als grensoverschrijdend bevorderen om het proces van grensoverschrijding te vergemakkelijken en de controles te versterken, waarbij gezamenlijke grenscontroles waar dit haalbaar en passend is, tot de mogelijkheden behoren;
- i. wederzijds toegelaten handelaren alsmede douanecontroles in voorkomend geval en voor zover passend, erkennen. Over de reikwijdte van deze samenwerking, de tenuitvoerlegging ervan en de praktische regelingen in dit verband wordt besloten door het in artikel 83 van deze overeenkomst bedoelde subcomité douane.
Artikel 81. Wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden
Onverminderd artikel 80 van deze overeenkomst verlenen de overheden van de partijen elkaar administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, in overeenstemming met de bepalingen die zijn neergelegd in protocol II bij deze overeenkomst inzake wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden.
Artikel 82. Technische bijstand en capaciteitsopbouw
De partijen werken samen met het oog op het verlenen van technische bijstand en op capaciteitsopbouw voor de implementatie van de handelsbevordering en de hervormingen op douanegebied.
Artikel 83. Subcomité douane
Er wordt een subcomité douane opgericht. Het subcomité brengt verslag over zijn activiteiten uit aan het Associatiecomité, in de samenstelling volgens artikel 465, lid 4, van deze overeenkomst. De taken van het subcomité douane omvatten regelmatig overleg en toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer in het kader van dit hoofdstuk, waaronder inzake aangelegenheden op het gebied van de douanesamenwerking, grensoverschrijdende douanesamenwerking en grensoverschrijdend beheer inzake douaneaangelegenheden, technische bijstand, oorsprongsregels, handelsbevordering alsmede wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden.
Het subcomité douane zal onder meer:
- a. toezien op de goede werking van dit hoofdstuk en de protocollen 1 en 2 bij deze overeenkomst;
- b. besluiten tot het treffen van maatregelen en praktische regelingen voor de implementatie van dit hoofdstuk en de protocollen 1 en 2 bij deze overeenkomst, met inbegrip van de uitwisseling van informatie en gegevens, wederzijdse erkenning van douanecontroles en partnerschapsprogramma's op handelsgebied, en wederzijds overeengekomen voordelen;
- c. van gedachten wisselen over punten van gezamenlijk belang, met inbegrip van toekomstige maatregelen en de middelen daarvoor;
- d. passende aanbevelingen doen; en
- e. zijn interne reglement van orde vaststellen.
Artikel 84. Aanpassing van douanewetgeving
De geleidelijke aanpassing aan de EU-douanewetgeving zoals deze is neergelegd in de EU-normen en de internationale normen zal plaatsvinden zoals uiteengezet in bijlage XV bij deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 6. VESTIGING, HANDEL IN DIENSTEN EN ELEKTRONISCHE HANDEL
AFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 85. Doelstelling en toepassingsgebied
De partijen herbevestigen hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de WTO-overeenkomst, en leggen hierbij de noodzakelijke regels vast voor geleidelijke wederzijdse liberalisering van het recht van vestiging, en de handel in diensten en voor samenwerking op het gebied van elektronische handel.
Overheidsopdrachten worden behandeld in hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel IV van deze overeenkomst en geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij een verplichting inhoudt met betrekking tot overheidsopdrachten.
Subsidies worden behandeld in hoofdstuk 10 (Mededinging) van titel IV van deze overeenkomst en dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies.
Elk van beide partijen behoudt het recht nieuwe regelingen op te stellen en in te voeren om legitieme beleidsdoelstellingen te bereiken, mits zij verenigbaar zijn met dit hoofdstuk.
Dit hoofdstuk is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.
Onverminderd de bepalingen inzake personenverkeer in titel III (Recht, vrijheid en veiligheid) van deze overeenkomst, belet geen enkele bepaling van dit hoofdstuk een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van natuurlijke personen , en voor het verzekeren van het ordelijke verkeer van die personen over haar grenzen, mits die maatregelen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die de andere partij op grond van dit hoofdstuk toekomen, daardoor worden teniet gedaan of uitgehold10)Het feit alleen dat voor natuurlijke personen afkomstig uit bepaalde landen wel en voor die uit andere landen niet een visum vereist is, wordt niet geacht voordelen op grond van de overeenkomst teniet te doen of uit te hollen..
Artikel 86. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk:
-
- „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
-
- „door een partij vastgestelde of toegepaste maatregelen”: maatregelen genomen door:
- a. een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit; en
- b. een niet-gouvernementele organisatie bij de uitoefening van door een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit gedelegeerde bevoegdheden;
-
- „natuurlijke persoon van een partij”: een onderdaan van een EU-lidstaat of van Oekraïne volgens hun respectieve wetgeving;
-
- „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
-
- „rechtspersoon van de EU-partij” of „rechtspersoon van Oekraïne”: een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Oekraïne is opgericht, en die op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is respectievelijk op dat van Oekraïne zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft. Wanneer deze rechtspersoon op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of op dat van Oekraïne alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft, wordt hij niet als rechtspersoon uit de EU-partij respectievelijk Oekraïne beschouwd, tenzij zijn handelingen een daadwerkelijke en duurzame band met de economie van de EU-partij respectievelijk Oekraïne hebben;
-
- onverminderd het voorgaande lid zijn de bepalingen van deze overeenkomst tevens van toepassing op buiten de EU-partij of Oekraïne gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Oekraïne zeggenschap hebben, indien hun schepen overeenkomstig hun respectieve wetgeving in die lidstaat of Oekraïne zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van Oekraïne voeren;
-
- „dochteronderneming” van een rechtspersoon uit een partij: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft11)Een rechtspersoon heeft zeggenschap over een andere rechtspersoon wanneer eerstgenoemde bevoegd is een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of de handelingen van die andere rechtspersoon anderszins te sturen.;
-
- „filiaal” van een rechtspersoon: een vestiging zonder rechtspersoonlijkheid die:
- a. kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij;
- b. een eigen managementstructuur heeft; en
- c. over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de vestiging die het agentschap vormt;
-
- „vestiging”:
- a. wat rechtspersonen in de EU-partij of in Oekraïne betreft, het recht op toegang tot en op uitoefening van economische activiteiten door oprichting, met inbegrip van verwerving, van een rechtspersoon en/of van een filiaal of een vertegenwoordigingskantoor in Oekraïne respectievelijk in de EU-partij;
- b. wat natuurlijke personen betreft, het recht van natuurlijke personen uit de EU-partij of uit Oekraïne op toegang tot en op uitoefening van economische activiteiten als zelfstandige, alsmede het recht op de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, waarover zij daadwerkelijk zeggenschap hebben;
-
- „investeerder”: een natuurlijke of rechtspersoon uit een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit uitoefent of tracht uit te oefenen;
-
- „economische activiteiten”: omvatten activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden, behoudens activiteiten die worden uitgevoerd bij de uitoefening van overheidsgezag;
-
- „handelingen”: het verrichten van economische activiteiten;
-
- „diensten”: alle diensten in elke sector behalve diensten die bij de uitoefening van overheidsgezag worden verleend;
-
- „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten en andere activiteiten”: elke dienst of activiteit die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend;
-
- „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:
- a. vanaf het grondgebied van een partij op het grondgebied van de andere partij;
- b. op het grondgebied van een partij ten behoeve van een gebruiker van de dienst uit de andere partij;
-
- „dienstverlener” van een partij: een natuurlijke of rechtspersoon uit een partij die een dienst verleent of aanbiedt, met inbegrip van personen die dit via een vestiging doen;
-
- „stafpersoneel”: natuurlijke personen die bij een rechtspersoon uit een partij, niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op en een goede administratie en exploitatie van een vestiging. Tot het stafpersoneel behoren tevens „zakelijke bezoekers” die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en „binnen de onderneming overgeplaatste personen”:
- a. „zakelijke bezoekers”: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron die in de gastpartij is gevestigd;
- b. „binnen de onderneming overgeplaatste personen”: natuurlijke personen die ten minste een jaar werknemer of partner (niet zijnde meerderheidsaandeelhouder) van een rechtspersoon uit een partij zijn en die tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren;
- i. managers: personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder natuurlijke personen die:
- –. leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;
- –. toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en deze werkzaamheden controleren;
- –. persoonlijk bevoegd zijn personeel in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van personeel of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
- ii. specialisten: binnen een rechtspersoon werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;
-
- „afgestudeerde stagiairs”: natuurlijke personen uit een partij die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit die partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst12)Van de ontvangende vestiging kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding. De bevoegde autoriteiten kunnen verlangen dat de opleiding wordt gekoppeld aan het universitaire diploma dat is behaald.;
-
- „verkopers van zakelijke diensten”: natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een dienstverlener uit een partij die toegang tot en tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere partij beoogt om over de verkoop van diensten te onderhandelen of voor die dienstverlener overeenkomsten voor de verkoop van diensten te sluiten. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een in de gastpartij gevestigde bron;
-
- „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon uit een partij die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract13)Het dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en de rechtsgeldige eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd. voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract;
-
- „beoefenaars van een vrij beroep”: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere partij hebben en een bonafide contract14)Het dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en de rechtsgeldige eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd. voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid op het grondgebied van die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract.
AFDELING 2. VESTIGING
Artikel 87. Toepassingsgebied
Deze afdeling is van toepassing op maatregelen die door de partijen zijn vastgesteld of worden gehandhaafd en die van invloed zijn op vestiging15)Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de bescherming van investeringen, anders dan de behandeling ingevolge artikel 88 (nationale behandeling), procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en de staat daaronder begrepen. met betrekking tot alle economische activiteiten, met uitzondering van:
- a. de winning, vervaardiging en verwerking16)Voor alle duidelijkheid: de verwerking van nucleair materiaal omvat alle activiteiten van code 2330 van de herziene versie 3.1 van de VN ISIC classificatie. van nucleair materiaal;
- b. de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)