Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-09-01
State In force
Source BWB
artikelen 542
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

De partijen mogen in overeenstemming met hun wetgeving bepalen dat het in lid 1 bedoelde recht niet van toepassing is op een doorverkoop waarbij de verkoper het werk minder dan drie jaar vóór de doorverkoop heeft verkregen van de kunstenaar zelf en de doorverkoopprijs niet meer dan een bepaald minimumbedrag bedraagt.

4.

Het recht komt ten laste van de verkoper. De partijen kunnen bepalen dat een van de in lid 2 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, maar niet de verkoper, alleen dan wel samen met de verkoper aansprakelijk is voor de betaling van het recht.

Artikel 191. Satellietomroep

Elk van beide partijen voorziet in een uitsluitend recht voor de auteur om communicatie van auteursrechtelijk beschermde werken per satelliet toe te staan.

Artikel 192. Doorgifte via de kabel

Elk van beide partijen draagt er zorg voor dat de doorgifte via de kabel van programma's uit de andere partij op hun grondgebied met inachtneming van de toepasselijke auteursrechten en naburige rechten geschiedt en plaatsvindt op grond van individuele of collectieve contractuele regelingen tussen de auteursrechthebbenden, de houders van naburige rechten en de kabelmaatschappijen.

ONDERAFDELING 2. HANDELSMERKEN

Artikel 193. Registratieprocedure
1.

De EU-partij en Oekraïne zorgen voor een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij de weigering van de desbetreffende handelsmerkinstantie om een handelsmerk te registreren, met redenen wordt omkleed. De redenen voor weigering worden schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld; deze laatste heeft de mogelijkheid een dergelijke weigering aan te vechten en bij gerechtelijke autoriteiten beroep in te stellen tegen een definitieve weigering. De EU-partij en Oekraïne zien er ook op toe dat tegen de aanvraag van een handelsmerk verzet kan worden aangetekend. Een dergelijke verzetprocedure is contradictoir. De Europese Unie en Oekraïne voorzien in een openbaar toegankelijke elektronische databank voor aanvragen voor en de registratie van handelsmerken.

2.

De partijen voorzien in gronden van weigering of nietigheid van een registratie van een handelsmerk. Het volgende wordt niet geregistreerd of kan in geval van registratie nietig worden verklaard:

  • a. tekens die geen handelsmerk kunnen vormen;
  • b. handelsmerken die elk onderscheidend vermogen missen;
  • c. handelsmerken die uitsluitend bestaan uit tekens of aanduidingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of van verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten;
  • d. handelsmerken die uitsluitend bestaan uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik of in het bonafide handelsverkeer gebruikelijk zijn geworden;
  • e. tekens die uitsluitend bestaan uit:
  • i. de vorm die door de aard van de waar bepaald wordt, of
  • ii. de vorm van de waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen, of
  • iii. de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft;
  • f. handelsmerken die in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden;
  • g. handelsmerken die het publiek kunnen misleiden, bijvoorbeeld ten aanzien van soort, kwaliteit of plaats van herkomst van de waren of diensten;
  • h. handelsmerken die bij gebreke van goedkeuring door de bevoegde autoriteiten krachtens artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs geweigerd of nietig verklaard moeten worden.
3.

De partijen voorzien in gronden van weigering of nietigheid betreffende strijd met oudere rechten. Een handelsmerk wordt niet geregistreerd of kan in geval van registratie nietig worden verklaard:

  • a. wanneer het gelijk is aan een ouder handelsmerk en wanneer de waren of diensten waarvoor het handelsmerk is aangevraagd of geregistreerd, dezelfde zijn als de waren of diensten waarvoor het oudere handelsmerk is ingeschreven;
  • b. wanneer het gelijk is aan of overeenstemt met het oudere handelsmerk en betrekking heeft op dezelfde of soortgelijke waren of diensten, indien daardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan, met inbegrip van het gevaar van associatie met het oudere handelsmerk.
4.

De partijen kunnen tevens voorzien in andere gronden van weigering of nietigheid betreffende strijd met oudere rechten.

Artikel 194. Algemeen bekende handelsmerken

De partijen werken samen met het oog op een effectieve bescherming van bekende handelsmerken, zoals bedoeld in artikel 6 bis van het Verdrag van Parijs en artikel 16, leden 2 en 3, van de TRIPs-overeenkomst.

Artikel 195. De rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

Het geregistreerde handelsmerk geeft de houder een uitsluitend recht. Dit recht staat de houder toe iedere derde die niet zijn/haar toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economisch verkeer te verbieden:

  • a. wanneer dat teken gelijk is aan het handelsmerk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het handelsmerk is geregistreerd;
  • b. wanneer, doordat het teken dat gelijk is aan of vergelijkbaar is met het handelsmerk en betrekking heeft op dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor het handelsmerk is geregistreerd, verwarring bij het publiek kan ontstaan, met inbegrip van het gevaar van associatie met het oudere handelsmerk.
Artikel 196. Uitzonderingen op de rechten verbonden aan een handelsmerk
1.

Elk van beide partijen voorziet in een eerlijk gebruik van beschrijvende termen, met inbegrip van geografische aanduidingen, als beperkte uitzondering op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk, mits bij die beperkte uitzonderingen rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden. De partijen kunnen onder dezelfde voorwaarden in andere beperkte uitzonderingen voorzien.

2.

Het aan een handelsmerk verbonden recht staat de houder niet toe een derde te verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van:

  • a. diens naam of adres;
  • b. aanduidingen inzake soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van waren of van verrichting van een dienst of andere kenmerken van waren of diensten;
  • c. het handelsmerk wanneer dat nodig is om het beoogde doel van een product of dienst aan te geven, met name als toebehoren of reserveonderdeel, mits het handelsmerk wordt gebruikt overeenkomstig eerlijke industriële of handelspraktijken.
3.

Het aan het handelsmerk verbonden recht staat de houder niet toe, een derde te verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis binnen de grenzen van het grondgebied waarin het erkend wordt, wanneer dat recht erkend is door de wetgeving van de betrokken partijen.

Artikel 197. Gebruik van handelsmerken
1.

Een handelsmerk waarvan de houder vijf jaar na de afronding van de registratieprocedure geen normaal gebruik heeft gemaakt voor de waren of diensten waarvoor het met betrekking tot het desbetreffende grondgebied geregistreerd is, of waarvan gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaar geen normaal gebruik is gemaakt, is vatbaar voor de sancties van deze onderafdeling, tenzij er geldige redenen zijn voor het niet gebruiken.

2.

Als gebruik in de zin van lid 1 wordt eveneens beschouwd:

  • a. het gebruik van het handelsmerk in een op onderdelen afwijkende vorm zonder dat het onderscheidend vermogen van het handelsmerk in de vorm waarin het geregistreerd is, wordt gewijzigd;
  • b. het aanbrengen van het handelsmerk op waren of de verpakking ervan, uitsluitend met het oog op uitvoer.
3.

Gebruik van een handelsmerk met toestemming van de houder dan wel door een ieder die bevoegd is om een collectief merk, een garantiemerk of een kwaliteitsmerk te gebruiken, wordt als gebruik door de merkhouder beschouwd in de zin van lid 1.

Artikel 198. Gronden van verval
1.

De partijen zorgen ervoor dat een handelsmerk kan komen te vervallen wanneer het merk in een ononderbroken periode van vijf jaar niet normaal op het desbetreffende grondgebeid is gebruikt voor de waren of diensten waarvoor het ingeschreven is en er geen geldige reden is voor het niet gebruiken; vervallenverklaring van een handelsmerk kan echter niet worden gevorderd wanneer het merk in de periode tussen het verstrijken van de vijfjarige periode en de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, voor het eerst of opnieuw normaal is gebruikt; begin van gebruik of hernieuwd gebruik binnen drie maanden vóór de instelling van de vordering tot vervallenverklaring, met dien verstande dat de periode van drie maanden ten vroegste na het verstrijken van de ononderbroken periode van vijf jaar van het niet gebruiken is ingegaan, wordt echter niet in aanmerking genomen indien de voorbereiding voor het begin van gebruik of het hernieuwd gebruik pas getroffen wordt nadat de merkhouder er kennis van heeft gekregen dat de vordering tot vervallenverklaring kan worden ingesteld.

2.

Een handelsmerk kan eveneens vervallen worden verklaard wanneer het, na de datum waarop het is ingeschreven:

  • a. door toedoen of nalaten van de merkhouder tot de in de handel gebruikelijke benaming is geworden van een waar of dienst waarvoor het geregistreerd is;
  • b. als gevolg van het gebruik dat ervan wordt gemaakt door de merkhouder of met zijn/haar toestemming, voor de waren of diensten waarvoor het geregistreerd is, het publiek kan misleiden, met name over de soort, de kwaliteit of plaats van herkomst van deze waren of diensten.
Artikel 199. Gedeeltelijke weigering. vervallen- of nietigverklaring

Indien een grond voor weigering van registratie, vervallen- of nietigverklaring van een handelsmerk slechts bestaat voor een deel van de waren of diensten waarvoor dit handelsmerk gedeponeerd of geregistreerd is, betreffen de weigering van registratie, de vervallen- of de nietigverklaring alleen die waren of diensten.

Artikel 200. Duur van de bescherming

De duur van de bescherming die in de EU-partij en Oekraïne na de datum waarop een aanvraag is ingediend, wordt geboden, bedraagt ten minste tien jaar. De houder van een recht kan de beschermingsduur verlengen voor aansluitende perioden van 10 jaar.

ONDERAFDELING 3. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel 201. Toepassingsgebied van de onderafdeling
1.

Deze onderafdeling is van toepassing op de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen die hun oorsprong hebben in het grondgebied van de partijen.

2.

Geografische aanduidingen uit een partij die door de andere partij moeten worden beschermd, vallen enkel onder deze overeenkomst indien zij binnen het toepassingsgebied van de in artikel 202 van deze overeenkomst bedoelde wetgeving vallen.

Artikel 202. Vaststelling van geografische aanduidingen
1.

Na de in bijlage XXII-A, deel A, bij deze overeenkomst vermelde wetgeving van Oekraïne te hebben onderzocht, concludeert de EU-partij dat de desbetreffende wetten in overeenstemming zijn met de in bijlage XXII-A, deel B, bij deze overeenkomst neergelegde elementen.

2.

Na de in bijlage XXII-A, deel A, bij deze overeenkomst vermelde wetgeving van de EU-partij te hebben onderzocht, concludeert Oekraïne dat de desbetreffende wetten in overeenstemming zijn met de in bijlage XXII-A, deel B, bij deze overeenkomst neergelegde elementen.

3.

Na afronding van een bezwaarprocedure overeenkomstig de in bijlage XXII-B bij deze overeenkomst opgenomen criteria en na bestudering van de in bijlage XXII-C bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen uit de EU-partij en van de in bijlage XXII-D bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen voor wijnen, gearomatiseerde wijnen en gedistilleerde dranken uit de EU-partij, die door de EU-partij zijn geregistreerd in het kader van de in lid 2 bedoelde wetgeving, beschermt Oekraïne deze geografische aanduidingen overeenkomstig het in deze onderafdeling neergelegde beschermingsniveau.

4.

Na afronding van een bezwaarprocedure overeenkomstig de in bijlage XXII-B bij deze overeenkomst opgenomen criteria en na bestudering van de in bijlage XXII-D bij deze overeenkomst opgenomen geografische aanduidingen voor wijnen, gearomatiseerde wijnen en gedistilleerde dranken uit Oekraïne, die door Oekraïne zijn geregistreerd in het kader van de in lid 1 bedoelde wetgeving, beschermt de EU-partij deze geografische aanduidingen overeenkomstig het in deze onderafdeling neergelegde beschermingsniveau.

Artikel 203. Toevoeging van nieuwe geografische aanduidingen
1.

De partijen komen overeen dat nieuwe te beschermen geografische aanduidingen in de bijlagen XXII-C en XXII-D bij deze overeenkomst kunnen worden opgenomen, in overeenstemming met artikel 211, lid 3, van deze overeenkomst na afronding van de bezwaarprocedure en na bestudering van de in artikel 202, leden 3 en 4, van deze overeenkomst bedoelde geografische aanduidingen naar tevredenheid van beide partijen.

2.

Van een partij wordt niet verlangd dat zij een geografische aanduiding beschermt, indien deze strijdig is met de naam van een planten- of een dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.

Artikel 204. Toepassingsgebied van de bescherming van geografische aanduidingen
1.

De in de bijlagen XXII-C en XXII-D bij deze overeenkomst vermelde geografische aanduidingen, met inbegrip van die welke worden toegevoegd ingevolge artikel 203 van deze overeenkomst, worden beschermd tegen:

  • a. direct of indirect commercieel gebruik van een beschermde naam voor vergelijkbare producten die niet voldoen aan de productspecificatie van de beschermde geografische aanduiding; of wanneer hierbij van de reputatie van een geografische aanduiding wordt geprofiteerd;
  • b. wederrechtelijk, imiterend of suggestief gebruik, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van het product wordt vermeld of wanneer de beschermde benaming in vertaling, in een andere spelling of in een ander schrift wordt gebruikt of vergezeld gaat van een formulering waarin een woord als „soort”, „type”, „methode” „zoals geproduceerd in”, „imitatie”, „smaak”, „-achtig” en dergelijke voorkomt;
  • c. elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product op de binnen- of buitenverpakking of in reclamemateriaal of documenten voor het betrokken product, alsmede het verpakken in een recipiënt die aanleiding kan geven tot misverstanden over de oorsprong van het product;
  • d. elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
2.

Beschermde geografische aanduidingen worden geen soortnamen op de respectieve grondgebieden van de partijen.

3.

Indien de geografische aanduidingen van de partijen geheel of gedeeltelijk gelijkluidend zijn, wordt elke aanduiding beschermd mits deze te goeder trouw wordt gebruikt, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met lokale en traditionele gebruiken en het daadwerkelijke gevaar voor verwarring. Onverminderd artikel 23 van de TRIPs-overeenkomst bepalen de partijen met elkaar de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consumenten niet mogen worden misleid. Een gelijkluidende benaming die bij de consument ten onrechte de indruk wekt dat de producten van oorsprong zijn van een ander grondgebied, wordt niet geregistreerd, ook al is de benaming juist wat het grondgebied, de regio of de plaats van oorsprong van de betrokken producten betreft.

4.

Wanneer een partij in het kader van onderhandelingen met een derde land voorstelt om een geografische aanduiding van het derde land te beschermen, en die benaming gelijkluidend is met een geografische aanduiding van de andere partij, stelt zij deze partij van dit voornemen in kennis en biedt zij haar de gelegenheid opmerkingen te maken voordat de bescherming van de benaming van kracht wordt.

5.

Niets in deze overeenkomst verplicht een partij ertoe geografische aanduidingen van de andere partij te beschermen, indien deze aanduidingen in het land van oorsprong niet of niet langer zijn beschermd. De partijen stellen elkaar ervan in kennis wanneer een geografische aanduiding in het land van oorsprong niet langer wordt beschermd. Een dergelijke kennisgeving geschiedt in overeenstemming met artikel 211, lid 3, van deze overeenkomst.

6.

Deze overeenkomst doet op generlei wijze afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve wanneer deze naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat het publiek daardoor wordt misleid.

Artikel 205. Gebruiksrecht van geografische aanduidingen
1.

Het staat elke entiteit vrij een ingevolge deze overeenkomst beschermde benaming voor landbouwproducten, levensmiddelen, gearomatiseerde wijnen of gedistilleerde dranken overeenkomstig de desbetreffende specificatie commercieel te gebruiken.

2.

Zodra een geografische aanduiding ingevolge deze overeenkomst is beschermd, hoeft het gebruik van een dergelijke benaming niet te worden geregistreerd door gebruikers en is dit evenmin onderworpen aan nadere verplichtingen.

Artikel 206. Relatie met handelsmerken
1.

De partijen weigeren de registratie of zorgen voor nietigverklaring van een handelsmerk in een van de in artikel 204, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde situaties met betrekking tot een beschermde geografische aanduiding voor soortgelijke producten, mits een aanvraag om het handelsmerk te registreren wordt ingediend na de datum van het verzoek om registratie van de geografische aanduiding in het desbetreffende grondgebied.

2.

Voor de in artikel 202 van deze overeenkomst bedoelde geografische aanduidingen geldt als datum van indiening van een aanvraag voor registratie de datum waarop deze overeenkomst in werking treedt.

3.

Voor de in artikel 203 van deze overeenkomst bedoelde geografische aanduidingen geldt als datum van indiening van een aanvraag voor registratie de datum waarop een verzoek om bescherming van een geografische aanduiding aan de andere partij wordt doorgegeven.

4.

De partijen zijn niet verplicht een geografische aanduiding ingevolge artikel 203 van deze overeenkomst te beschermen wanneer de bescherming de consument vanwege de reputatie of bekendheid van een handelsmerk kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.

5.

Onverminderd lid 4 van dit artikel beschermen de partijen geografische aanduidingen ook wanneer een handelsmerk reeds in gebruik is. Een handelsmerk dat reeds in gebruik is, is een handelsmerk dat in één van de in artikel 204, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde situaties is gebruikt, en dat vóór de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding door de andere partij in het kader van deze overeenkomst wordt ingediend, is aangevraagd, ingediend of geregistreerd of waarvoor, mits de betrokken wetgeving in deze mogelijkheid voorziet, rechten zijn verworven door gebruik op het grondgebied van één van de partijen. Een dergelijk handelsmerk mag verder worden gebruikt en vernieuwd, niettegenstaande de bescherming van de geografische aanduiding, mits er geen redenen zijn voor nietig- of vervallenverklaring op grond van de wetgeving van de partijen inzake handelsmerken.

Artikel 207. Handhaving van bescherming

De partijen handhaven de in de artikelen 204 tot en met 206 van deze overeenkomst bedoelde bescherming door passend optreden van hun autoriteiten, onder meer aan de douanegrens. Ook handhaven zij die bescherming op verzoek van een belanghebbende.

Artikel 208. Tijdelijke maatregelen
1.

Producten die vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst in overeenstemming met het interne recht zijn vervaardigd en zijn voorzien van een etiket, maar die niet aan de vereisten van deze overeenkomst voldoen, mogen worden verkocht totdat de voorraden zijn uitgeput.

2.

Producten die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst maar vóór ommekomst van de in de leden 3 en 4 bedoelde termijnen, in overeenstemming met het interne recht zijn vervaardigd en van een etiket met de in de leden 3 en 4 vermelde geografische aanduidingen zijn voorzien, maar die niet voldoen aan de vereisten van deze overeenkomst, mogen op het grondgebied van de partij waaruit het product van oorsprong is, worden verkocht totdat de voorraden zijn uitgeput.

3.

Gedurende een overgangsperiode van 10 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst belet de bescherming ingevolge deze overeenkomst van de volgende geografische aanduidingen van de EU-partij niet, dat deze als aanduiding van bepaalde vergelijkbare producten van oorsprong uit Oekraïne worden gebruikt:

  • a. Champagne,
  • b. Cognac,
  • c. Madeira,
  • d. Porto,
  • e. Jerez/Xérès/Sherry,
  • f. Calvados,
  • g. Grappa,
  • h. Anis português,
  • i. Armagnac,
  • j. Marsala,
  • k. Málaga,
  • l. Tokaj.
4.

Gedurende een overgangsperiode van 7 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst belet de bescherming ingevolge deze overeenkomst van de volgende geografische aanduidingen van de EU-partij niet dat deze als aanduiding van bepaalde vergelijkbare producten van oorsprong uit Oekraïne worden gebruikt:

  • a. Parmigiano Reggiano,
  • b. Roquefort,
  • c. Feta.
Artikel 209. Algemene bepalingen
1.

De invoer, de uitvoer en het in de handel brengen van de in de artikelen 202 en 203 van deze overeenkomst bedoelde producten geschiedt in overeenstemming met de wet- en regelgeving die van toepassing zijn op het grondgebied van de partij waar de producten in de handel worden gebracht.

2.

Aangelegenheden die zich naar aanleiding van productspecificaties van geregistreerde geografische aanduidingen voordoen, worden door het krachtens artikel 211 van deze overeenkomst opgerichte subcomité geografische aanduidingen behandeld.

3.

De registratie van in het kader van deze overeenkomst beschermde geografische aanduidingen kan alleen worden ingetrokken door de partij waaruit het product van oorsprong is.

4.

Voor zover in deze onderafdeling wordt verwezen naar een productspecificatie, wordt hieronder verstaan een specificatie die door de autoriteiten van de partij op het grondgebied waaruit het product van oorsprong is, is goedgekeurd, met inbegrip van eveneens goedgekeurde wijzigingen.

Artikel 210. Samenwerking en transparantie
1.

De partijen onderhouden hetzij rechtstreeks, hetzij via het krachtens artikel 211 van deze overeenkomst ingestelde subcomité geografische aanduidingen, contact over alle zaken betreffende de uitvoering en het functioneren van deze overeenkomst. Met name kan een partij de andere partij verzoeken om informatie betreffende productspecificaties en de wijziging daarvan, alsook betreffende contactpunten voor controlebepalingen.

2.

Elke partij kan de productspecificaties of een samenvatting daarvan alsmede de contactpunten voor controlebepalingen die betrekking hebben op krachtens deze overeenkomst beschermde geografische aanduidingen uit de andere partij, openbaar maken.

Artikel 211. Subcomité geografische aanduidingen
1.

Er wordt een subcomité voor geografische aanduidingen opgericht. Het subcomité brengt verslag over zijn activiteiten uit aan het Associatiecomité, in de samenstelling volgens artikel 465, lid 4, van deze overeenkomst. Het subcomité bestaat uit vertegenwoordigers van de EU en van Oekraïne, en heeft tot taak toezicht te houden op de ontwikkeling van deze overeenkomst en de samenwerking tussen de partijen en de dialoog over geografische aanduidingen te intensiveren.

2.

Het subcomité geografische aanduidingen besluit bij consensus. Het stelt zijn reglement van orde vast. Het komt bijeen op verzoek van een van beide partijen, afwisselend in de Europese Unie en in Oekraïne, op een tijdstip, plaats en wijze, waaronder eventueel per videoconferentie, die onderling door de partijen worden bepaald, doch uiterlijk binnen 90 dagen nadat het verzoek is gedaan.

3.

Het subcomité geografische aanduidingen ziet er ook op toe dat deze onderafdeling goed functioneert, en kan aandacht besteden aan elke aangelegenheid met betrekking tot de uitvoering en het functioneren ervan. In het bijzonder is het verantwoordelijk voor:

  • a. wijziging van bijlage XXII-A, deel A, bij deze overeenkomst, wat de verwijzingen naar de in de partijen toepasselijke wetgeving betreft;
  • b. wijziging van bijlage XXII-A, deel B, bij deze overeenkomst, wat de elementen voor registratie en controle van geografische aanduidingen betreft;
  • c. wijziging van bijlage XXII-B bij deze overeenkomst, wat de in de bezwaarprocedure op te nemen criteria betreft;
  • d. wijziging van de bijlagen XXII-C en XXII-D bij deze overeenkomst, wat geografische aanduidingen betreft;
  • e. de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen op wetgevings- en beleidsgebied inzake geografische aanduidingen alsmede over alle andere aangelegenheden van wederzijds belang op het gebied van geografische aanduidingen;
  • f. de uitwisseling van informatie over geografische aanduidingen met het oog op de bescherming ervan in overeenstemming met deze overeenkomst.

ONDERAFDELING 4. TEKENINGEN EN MODELLEN

Artikel 212. Definitie

Voor de toepassing van deze overeenkomst

  • a. „tekening of model”: de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen van het voortbrengsel zelf en/of de versiering ervan;
  • b. „voortbrengsel”: elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp, met inbegrip van onder meer onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd, verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen, doch niet computerprogramma's;
  • c. „samengesteld voortbrengsel”: een voortbrengsel dat bestaat uit meerdere onderdelen die vervangen kunnen worden, zodat het voortbrengsel uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet kan worden.
Artikel 213. Vereisten voor bescherming
1.

De EU-partij en Oekraïne voorzien in de bescherming van onafhankelijk gecreëerde tekeningen en modellen die nieuw of oorspronkelijk zijn.

2.

Een tekening die of model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, wordt slechts geacht nieuw te zijn en een eigen karakter te hebben:

  • a. voor zover het onderdeel, wanneer het in het samengestelde voortbrengsel is verwerkt, bij normaal gebruik van dit laatste zichtbaar blijft, en
  • b. voor zover deze zichtbare kenmerken van het onderdeel als zodanig aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter voldoen.
3.

Een tekening of model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identieke tekening of geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld:

  • a. bij een niet-ingeschreven tekening of model, vóór de datum waarop de tekening of het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd voor het eerst voor het publiek beschikbaar is gesteld;
  • b. bij een ingeschreven tekening of model, vóór de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving van de tekening of het model waarvoor bescherming wordt gevraagd of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang.

Tekeningen en modellen worden geacht identiek te zijn, indien de kenmerken ervan slechts in onbelangrijke details verschillen.

4.

Een tekening of model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij een geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door tekeningen of modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld:

  • a. bij een niet-ingeschreven tekening of model, vóór de datum waarop de tekening of het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd voor het eerst voor het publiek beschikbaar is gesteld;
  • b. bij een ingeschreven tekening of model, vóór de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving van de tekening of het model waarvoor bescherming wordt gevraagd of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang.

Bij de beoordeling van het eigen karakter wordt rekening gehouden met de mate van vrijheid van de ontwerper bij de ontwikkeling van de tekening of het model.

5.

Deze bescherming wordt verleend door registratie en geeft de houder uitsluitende rechten overeenkomstig de bepalingen van dit artikel. Niet-geregistreerde tekeningen of modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld, geven dezelfde uitsluitende rechten, maar alleen indien het aangevochten gebruik voortvloeit uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model.

6.

Een tekening of model wordt geacht voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld, indien deze tekening of dit model gepubliceerd is na inschrijving of op andere wijze, of tentoongesteld, in de handel gebracht of anderszins openbaar gemaakt is, tenzij deze feiten bij een normale gang van zaken redelijkerwijs niet vóór de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang ter kennis konden zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector die werkzaam zijn op het grondgebied waarvoor bescherming is aangevraagd. In geval van bescherming van een niet-ingeschreven tekening of een niet-ingeschreven model, wordt deze/dit geacht voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld, indien deze/dit gepubliceerd is, tentoongesteld, in de handel gebracht of anderszins openbaar gemaakt is op zodanige wijze dat bij een normale gang van zaken deze feiten redelijkerwijs ter kennis konden zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector die werkzaam zijn op het grondgebied waarvoor bescherming is aangevraagd.

Een tekening of model wordt echter niet geacht voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld louter omdat het onder uitdrukkelijke of stilzwijgende voorwaarde van geheimhouding aan een derde bekendgemaakt is.

7.

Openbaarmaking wordt voor de toepassing van de leden 3 en 4 van dit artikel niet in aanmerking genomen, wanneer een tekening of een model waarvoor op grond van een inschrijving als tekening of model aanspraak op bescherming wordt gemaakt, voor het publiek beschikbaar is gesteld:

  • a. door de ontwerper, zijn/haar rechtverkrijgende of een derde op basis van door de ontwerper of diens rechtverkrijgende verstrekte informatie of genomen maatregelen; en
  • b. gedurende het tijdvak van twaalf maanden voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvraag of, indien aanspraak wordt gemaakt op voorrang, aan de datum van voorrang.
8.

Lid 7 van dit artikel is eveneens van toepassing wanneer een tekening of model ten gevolge van misbruik jegens de ontwerper of diens rechtverkrijgende voor het publiek beschikbaar is gesteld.

Artikel 214. Duur van de bescherming
1.

Na inschrijving bieden de EU-partij en Oekraïne bescherming voor de duur van ten minste vijf jaar. De houder van het recht kan de beschermingsduur telkens met een of meer tijdvakken van vijf jaar laten verlengen, tot een totale termijn van 25 jaar vanaf de datum van indiening van de aanvraag.

2.

De duur van de in de EU-partij en Oekraïne geboden bescherming voor niet-ingeschreven tekeningen of modellen bedraagt ten minste drie jaar vanaf de datum waarop de tekening of het model op het grondgebied van een van de partijen voor het publiek beschikbaar werd gesteld.

Artikel 215. Nietigheid of weigering van inschrijving
1.

De EU-partij en Oekraïne kunnen alleen in de volgende gevallen bepalen dat de registratie van een tekening of model op materiële gronden wordt geweigerd of dat deze of dit op materiële gronden nietig wordt verklaard:

  • a. indien de tekening of het model niet overeenkomt met de definitie in artikel 212, onder a), van deze overeenkomst;
  • c. indien de houder van het recht krachtens een rechterlijke uitspraak geen recht heeft op de tekening of het model;
  • d. indien de tekening of het model in strijd is met een eerdere tekening die of een eerder model dat beschikbaar is gesteld aan het publiek na de datum van indiening van de aanvraag of, indien aanspraak op voorrang wordt gemaakt, na de datum van voorrang, en beschermd is vanaf een datum voorafgaand aan genoemde datum door een ingeschreven tekening of model of een aanvraag voor een tekening of model;
  • e. indien in een latere tekening of een later model gebruik wordt gemaakt van een onderscheidend teken en de wetgeving van de betrokken partij die van toepassing is op die tekening of dat model, de houder van het recht op het teken het recht verleent om een dergelijk gebruik te verbieden;
  • f. indien de tekening of het model een ongeoorloofd gebruik vormt van een werk dat beschermd is op grond van de auteursrechtenwetgeving van de betrokken partij;
  • g. indien de tekening of het model een oneigenlijk gebruik vormt van een van de in artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs genoemde zaken of van badges, emblemen en wapenschilden die niet onder genoemd artikel 6 ter vallen en die in een partij van bijzonder openbaar belang zijn.

Dit lid laat het recht van de partijen tot het stellen van formele eisen voor aanvragen met betrekking tot tekeningen of modellen onverlet.

2.

Een partij kan als alternatief voor nietigheid bepalen dat een tekening die of model dat op de in lid 1 van dit artikel vermelde gronden nietig kan worden verklaard, beperkt wordt in het gebruik.

Artikel 216. Verleende rechten

De houder van een beschermde tekening of een beschermd model heeft ten minste het uitsluitende recht om deze/dit te gebruiken en om derden die daartoe niet zijn/haar toestemming hebben, te beletten deze/dit te gebruiken, met name om producten waarin de tekening of het model is verwerkt of wordt toegepast, te vervaardigen, aan te bieden, in de handel te brengen, in of uit te voeren, te gebruiken of voor die doeleinden op te slaan.

Artikel 217. Uitzonderingen
1.

De na inschrijving van door een tekening of model verleende rechten worden niet uitgeoefend met betrekking tot:

  • a. handelingen in de particuliere sfeer en zonder commerciële doeleinden;
  • b. handelingen voor experimentele doeleinden;
  • c. handelingen bestaande in reproductie ter illustratie of voor onderricht, mits deze handelingen verenigbaar zijn met de eerlijke handelsgebruiken, zij niet zonder noodzaak afbreuk doen aan de normale exploitatie van de tekening of het model, en de bron wordt vermeld.
2.

Voorts worden de na inschrijving van een tekening of model verleende rechten niet uitgeoefend met betrekking tot:

  • a. de uitrusting van in een ander land geregistreerde vaartuigen en luchtvaartuigen die zich tijdelijk op het grondgebied van de betrokken partij bevinden;
  • b. de invoer door de desbetreffende partij van reserveonderdelen en toebehoren voor het repareren van die vaartuigen;
  • c. de uitvoering van reparaties aan die vaartuigen.
3.

Een tekening- of modelrecht geldt niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie worden bepaald.

4.

Een tekening- of modelrecht geldt niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen gereproduceerd moeten worden om het voortbrengsel waarin de tekening of het model verwerkt is of waarop zij/het toegepast is, mechanisch met een ander voortbrengsel te kunnen verbinden of om het in, rond of tegen een ander voortbrengsel te kunnen plaatsen, zodat elk van beide voortbrengselen zijn functie kan vervullen.

5.

Een tekening of model die/dat met de openbare orde of de goede zeden strijdig is, is niet vatbaar voor bescherming door een tekening- of modelrecht.

Artikel 218. Verband met auteursrecht

Tekeningen of modellen die door een tekening- of modelrecht worden beschermd en overeenkomstig deze onderafdeling in een partij zijn ingeschreven, kunnen vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens de auteursrechtwetgeving van die partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, wordt door elk van beide partijen vastgesteld.

ONDERAFDELING 5. OCTROOIEN

Artikel 219. Octrooien en volksgezondheid
1.

De partijen erkennen het belang van de Verklaring inzake de TRIPs-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 werd goedgekeurd door de ministeriële conferentie van de WTO, hierna de „Verklaring van Doha” genoemd. Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk waarborgen de partijen de consistentie met de Verklaring van Doha.

2.

De partijen dragen bij aan de uitvoering van het Besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de Verklaring van de Doha en nemen dit in acht.

Artikel 220. Aanvullend beschermingscertificaat
1.

De partijen erkennen dat geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen die op hun respectieve grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een administratieve vergunningsprocedure kunnen worden onderworpen voordat zij er in de handel mogen worden gebracht. Zij erkennen dat de termijn tussen de indiening van de octrooiaanvraag en de eerste toestemming om het product op hun respectieve grondgebied in de handel te brengen, zoals voor dat doel door de desbetreffende wetgeving omschreven, de termijn van daadwerkelijke bescherming uit hoofde van het octrooi kan bekorten.

2.

De partijen zorgen voor een verdere periode van bescherming voor geneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen die door een octrooi worden beschermd en die aan een administratieve vergunningsprocedure waren onderworpen, waarbij die periode gelijk moet zijn aan de in lid 1 bedoelde periode, verminderd met vijf jaar.

3.

Met betrekking tot geneesmiddelen waarvoor kindergeneeskundige studies zijn verricht waarvan de resultaten in de productinformatie worden weerspiegeld, dragen de partijen zorg voor een verdere verlenging met zes maanden van de in lid 2 van dit artikel bedoelde periode.

Artikel 221. Bescherming van biotechnologische uitvindingen
1.

De partijen beschermen biotechnologische uitvindingen onder nationaal octrooirecht. Voor zover nodig passen zij hun octrooirecht aan teneinde rekening te houden met de bepalingen van deze overeenkomst. Dit artikel laat de verplichtingen van de partijen ingevolge internationale overeenkomsten, met name de TRIPs-overeenkomst en het Verdrag inzake biodiversiteit van 1992, onverlet.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

  • a. „biologisch materiaal”: materiaal dat genetische informatie bevat en zichzelf kan repliceren of in een biologisch systeem kan worden gerepliceerd;
  • b. „microbiologische werkwijze”: elke werkwijze waarbij microbiologisch materiaal wordt gebruikt, die op microbiologisch materiaal ingrijpt of die microbiologisch materiaal als resultaat heeft.
3.

Voor de toepassing van deze overeenkomst kunnen uitvindingen die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en industrieel toepasbaar zijn, ook octrooieerbaar zijn, wanneer zij betrekking hebben op een voortbrengsel dat uit biologisch materiaal bestaat of dit bevat, of op een werkwijze waarmee biologisch materiaal wordt verkregen, bewerkt of gebruikt.

Biologisch materiaal dat met behulp van een technische werkwijze uit zijn natuurlijke milieu wordt geïsoleerd of wordt verkregen, kan ook dan het voorwerp van een uitvinding zijn, wanneer het in de natuur reeds voorhanden is.

Een deel van het menselijk lichaam dat werd geïsoleerd of dat anderszins door een technische werkwijze werd verkregen, met inbegrip van een sequentie of een partiële sequentie van een gen, is vatbaar voor octrooiering, zelfs indien de structuur van dat deel identiek is aan die van een natuurlijk deel. De industriële toepassing van een sequentie of een partiële sequentie van een gen moet concreet worden vermeld in de octrooiaanvraag.

4.

Niet octrooieerbaar zijn:

  • a. planten- en dierenrassen;
  • b. werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren;
  • c. het menselijk lichaam in de verschillende stadia van zijn vorming en zijn ontwikkeling, alsmede de loutere ontdekking van een van de delen ervan, met inbegrip van een sequentie of partiële sequentie van een gen.

Een uitvinding die betrekking heeft op planten en dieren, is octrooieerbaar als de uitvoerbaarheid van die uitvinding zich technisch gezien niet beperkt tot een bepaald planten- of dierenras. Het vermelde onder b) van dit lid laat de octrooieerbaarheid van uitvindingen die betrekking hebben op een microbiologische of andere technische werkwijze of op een met behulp van deze werkwijzen verkregen voortbrengsel, onverlet.

5.

Uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met openbaar beleid of met de goede zeden, worden van octrooieerbaarheid uitgesloten; exploitatie mag echter niet als strijdig hiermee worden beschouwd louter omdat deze bij een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling wordt verboden. Met name worden niet-octrooieerbaar geacht:

  • a. werkwijzen voor het klonen van mensen;
  • b. werkwijzen tot wijziging van de germinale genetische identiteit van de mens;
  • c. het gebruik van menselijke embryo's voor industriële of commerciële doeleinden;
  • d. de werkwijzen tot wijziging van de genetische identiteit van dieren die geëigend zijn deze te doen lijden zonder aanzienlijk medisch nut voor mens of dier op te leveren, alsmede de dieren die uit dergelijke werkwijzen zijn verkregen.
6.

De bescherming die wordt geboden door een octrooi voor biologisch materiaal dat door een uitvinding bepaalde eigenschappen heeft verkregen, strekt zich uit tot ieder biologisch materiaal dat hieruit door middel van propagatie of vermeerdering in dezelfde of in gedifferentieerde vorm wordt gewonnen en diezelfde eigenschappen heeft.

7.

De bescherming die wordt geboden door een octrooi voor een werkwijze voor de voortbrenging van biologisch materiaal dat door een uitvinding bepaalde eigenschappen heeft verkregen, strekt zich uit tot het biologisch materiaal dat rechtstreeks door deze werkwijze wordt gewonnen en tot ieder ander biologisch materiaal dat door middel van propagatie of vermeerdering in dezelfde of in gedifferentieerde vorm uit het rechtstreeks gewonnen biologisch materiaal wordt gewonnen en diezelfde eigenschappen heeft.

8.

De bescherming die wordt geboden door een octrooi voor een voortbrengsel dat uit genetische informatie bestaat of dat zulke informatie bevat, strekt zich, behoudens lid 4, onder c), van dit artikel uit tot ieder materiaal waarin dit voortbrengsel wordt verwerkt en waarin de genetische informatie wordt opgenomen en haar functie uitoefent.

9.

De in de leden 7 en 8 van dit artikel bedoelde bescherming strekt zich niet uit tot biologisch materiaal dat wordt gewonnen door propagatie of door vermeerdering van biologisch materiaal dat op het grondgebied van de partijen door de octrooihouder of met diens toestemming in de handel wordt gebracht, indien de propagatie of de vermeerdering noodzakelijkerwijs voortvloeit uit het gebruik waarvoor het biologisch materiaal in de handel was gebracht, mits het afgeleide materiaal vervolgens niet voor andere propagaties of vermeerderingen wordt gebruikt.

10.

In afwijking van de leden 7 en 8 van dit artikel houdt de verkoop of een andere vorm van in de handel brengen, door de octrooihouder of met diens toestemming, van plantaardig propagatiemateriaal aan een landbouwer voor agrarische exploitatiedoeleinden voor laatstgenoemde het recht in om de voortbrengselen van zijn/haar oogst voor verdere propagatie of vermeerdering door hemzelf/haarzelf op zijn/haar eigen bedrijf te gebruiken. De reikwijdte en de nadere regeling van deze afwijking blijven beperkt tot die van de interne wetten, bestuursrechtelijke bepalingen en praktijken van de partijen met betrekking tot kwekersrechten.

In afwijking van de leden 7 en 8 van dit artikel houdt de verkoop of een andere vorm van in de handel brengen, door de octrooihouder of met diens toestemming, van fokvee of dierlijk propagatiemateriaal aan een landbouwer voor deze laatste het recht in om het vee dat onder octrooibescherming valt, voor agrarische doeleinden te gebruiken. Dit omvat het beschikbaar stellen van het dier of ander dierlijk propagatiemateriaal voor gebruik in de landbouw, maar niet de verkoop in het kader van of met het oog op de commerciële fokkerij. De reikwijdte en de hierboven bedoelde nadere regeling van de afwijking worden bepaald door de interne wetten, bestuursrechtelijke bepalingen en praktijken.

11.

De partijen voorzien in de volgende gevallen in dwanglicenties wegens afhankelijkheid:

  • a. wanneer een kweker een kwekersrecht niet kan verkrijgen of exploiteren zonder op een octrooi van eerdere datum inbreuk te maken, mag hij/zij een dwanglicentie voor niet-exclusieve exploitatie van de door dat octrooi beschermde uitvinding aanvragen, voor zover deze licentie voor de exploitatie van het te beschermen plantenras noodzakelijk is en mits hij een redelijke vergoeding betaalt. De partijen bepalen dat, wanneer een zodanige licentie wordt verleend, de octrooihouder onder redelijke voorwaarden recht heeft op een wederkerige licentie om het beschermde plantenras te gebruiken;
  • b. wanneer de houder van een octrooi voor een biotechnologische uitvinding deze niet kan exploiteren zonder op een kwekersrecht van eerdere datum inbreuk te maken, mag hij/zij een dwanglicentie voor niet-exclusieve exploitatie van het door dit kwekersrecht beschermde plantenras aanvragen, mits hij een redelijke vergoeding betaalt. De partijen bepalen dat, wanneer een zodanige licentie wordt verleend, de houder van het kwekersrecht onder redelijke voorwaarden recht heeft op een wederkerige licentie om de beschermde uitvinding te gebruiken.
12.

Een aanvrager van een in lid 11 van dit artikel bedoelde licentie moet aantonen dat:

  • a. hij zich vergeefs tot de octrooihouder, respectievelijk de houder van het kwekersrecht, heeft gewend om een contractuele licentie te verkrijgen;
  • b. het plantenras of de uitvinding een belangrijke technische vooruitgang van aanzienlijk economisch belang vertegenwoordigt ten opzichte van de uitvinding waarvoor een octrooi werd aangevraagd of van het beschermde plantenras.
Artikel 222. Bescherming van gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel
1.

De partijen voeren een alomvattend systeem in om te garanderen dat gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel, geheim worden gehouden, niet openbaar worden gemaakt en dat de exclusiviteit ervan wordt gewaarborgd.

2.

Hiertoe zal een partij die verzoekt om indiening van testgegevens of studies inzake de veiligheid en werkzaamheid van een geneesmiddel voordat zij toestemming voor het in de handel brengen van dat product verleent, gedurende ten minste vijf jaar na de datum van de eerste toestemming in die partij andere aanvragers niet toestaan hetzelfde of een soortgelijk product in de handel te brengen, op basis van de toestemming voor het in de handel brengen die aan de aanvrager die de testgegevens of studies had ingediend, is verleend, tenzij laatstgenoemde hiermee heeft ingestemd. Gedurende die periode worden de voor de eerste toestemming ingediende gegevens of studies niet gebruikt ten behoeve van enige latere aanvrager die probeert toestemming voor het in de handel brengen van een geneesmiddel te verkrijgen, tenzij de eerste aanvrager hiermee heeft ingestemd.

3.

Oekraïne streeft naar aanpassing van zijn wetgeving betreffende de gegevensbescherming met betrekking tot geneesmiddelen aan die van de EU binnen een termijn waarover het Handelscomité beslist.

Artikel 223. Gegevensbescherming met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen
1.

De partijen stellen veiligheids- en werkzaamheidsvereisten vast voordat zij vergunning verlenen voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen.

2.

De partijen kennen een tijdelijk recht toe aan de eigenaar van een test of studieverslag dat voor het eerst is ingediend ter verkrijging van een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel. Gedurende die periode wordt het test- of studieverslag niet gebruikt ten behoeve van een andere persoon die een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel tracht te verkrijgen, tenzij de eerste eigenaar hiermee uitdrukkelijk instemt. Dit recht wordt hierna „gegevensbescherming” genoemd.

3.

De partijen stellen de voorwaarden vast waaraan het test- of studieverslag moet voldoen.

4.

De gegevensbescherming geldt voor een periode van ten minste tien jaar vanaf de datum van de eerste vergunning in de desbetreffende partij. De partijen kunnen besluiten tot verlenging van de beschermingsperiode voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico. In zo'n situatie kan de periode worden verlengd tot 13 jaar.

5.

De partijen kunnen besluiten dat die perioden worden verlengd ten aanzien van elke uitbreiding voor beperkte toepassingen37)Beperkte toepassing: gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in een bepaalde partij voor planten of plantaardige producten die niet op grote schaal worden geteeld in die partij of op grote schaal worden geteeld om aan een buitengewone noodzaak tot bescherming van planten te voldoen.. In een dergelijke situatie bedraagt de totale termijn voor gegevensbescherming maximaal 13 jaar dan wel, voor gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico, 15 jaar.

6.

Een test of studie wordt eveneens beschermd wanneer deze voor de verlenging of de herziening van een vergunning noodzakelijk was. In die gevallen bedraagt de periode voor gegevensbescherming 30 maanden.

7.

De partijen stellen voorschriften vast om herhaling van proeven op gewervelde dieren te voorkomen. Aanvragers die testen en studies met gewervelde dieren willen uitvoeren, nemen de maatregelen die nodig zijn om na te gaan of die testen en studies niet reeds zijn uitgevoerd of hebben aangevangen.

8.

Een nieuwe aanvrager en de houder of houders van de desbetreffende vergunningen doen al het mogelijke om te waarborgen dat zij gegevens delen van testen en studies met gewervelde dieren. De kosten van het delen van de verslagen van de testen en studies worden op eerlijke, transparante en niet-discriminerende wijze bepaald. Van de nieuwe aanvrager wordt enkel verlangd te delen in de kosten van de informatie die hij/zij moet indienen om aan de vergunningsvereisten te voldoen.

9.

Wanneer de nieuwe aanvrager en de houder of houders van de desbetreffende vergunningen voor gewasbeschermingsmiddelen niet tot overeenstemming kunnen komen over het delen van de verslagen van testen en studies met gewervelde dieren, stelt hij de partij hiervan in kennis.

10.

Wordt geen overeenstemming bereikt, dan zal dit een partij niet beletten de verslagen van de testen en studies met gewervelde dieren in het kader van de aanvraag van de nieuwe aanvrager te gebruiken.

11.

De houder of houders van de desbetreffende vergunning heeft/hebben een vordering op de nieuwe aanvrager voor een billijke deelname in de aangegane kosten. De desbetreffende partij kan de betrokken partijen opdragen de zaak op te lossen door middel van formele en bindende arbitrage overeenkomstig het interne recht.

ONDERAFDELING 6. TOPOGRAFIEËN VAN HALFGELEIDERPRODUCTEN

Artikel 224. Definitie

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

  • a. „halfgeleiderproduct”: een product in zijn definitieve of intermediaire vorm: dat bestaat uit een plak materiaal die een laag halfgeleidermateriaal bevat, waarop volgens een vooraf bepaald driedimensionaal patroon een of meer lagen geleidend, isolatie- of halfgeleidermateriaal zijn aangebracht, en dat bestemd is om uitsluitend elektronische functies of elektronische en andere functies samen te vervullen;
  • b. „topografie” van een halfgeleiderproduct: een reeks samenhangende beelden, op enigerlei wijze vastgelegd; die het driedimensionale patroon van de lagen weergeven waaruit het halfgeleiderproduct is samengesteld, en waarin elk beeld het patroon of een gedeelte van het patroon van een oppervlak van het halfgeleiderproduct in enig stadium van zijn vervaardiging voorstelt;
  • c. „commerciële exploitatie”: de verkoop, verhuur, leasing of het op andere wijze commercieel in het verkeer brengen, dan wel het aanbieden voor deze doeleinden. De commerciële exploitatie in de zin van artikel 227 van deze overeenkomst omvat echter niet de exploitatie onder voorwaarde van vertrouwelijkheid voor zover daarbij geen verspreiding onder derden plaatsvindt.
Artikel 225. Vereisten voor bescherming
1.

De partijen beschermen topografieën van halfgeleiderproducten door middel van wettelijke bepalingen waarbij uitsluitende rechten worden verleend overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.

2.

De partijen dragen slechts zorg voor de bescherming van de topografie van een halfgeleiderproduct voor zover deze voldoet aan de voorwaarden dat zij het voortbrengsel is van de eigen intellectuele inspanning van de maker en in de halfgeleiderindustrie niet algemeen bekend is. Indien de topografie van een halfgeleiderproduct bestaat uit in de halfgeleiderindustrie algemeen bekende bestanddelen, wordt zij slechts beschermd voor zover de combinatie van dergelijke bestanddelen, als één geheel bezien, aan bovengenoemde voorwaarden voldoet.

Artikel 226. Uitsluitende rechten
1.

De in artikel 225, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde uitsluitende rechten omvatten het recht om de volgende handelingen toe te staan of te verbieden:

  • a. de reproductie van een topografie voor zover deze krachtens artikel 225, lid 2, van deze overeenkomst wordt beschermd;
  • b. de commerciële exploitatie dan wel de invoer voor zodanige exploitatie van een topografie of van een door gebruikmaking van die topografie voortgebracht halfgeleiderproduct.
2.

De in lid 1, onder a), van dit artikel bedoelde uitsluitende rechten gelden niet voor reproducties voor de analyse, de evaluatie of het onderwijzen van de concepten, processen, systemen of technieken die in de topografie belichaamd zijn of van de topografie zelf.

3.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde uitsluitende rechten gelden niet voor handelingen in verband met een topografie die aan de voorwaarden van artikel 225, lid 2, van deze overeenkomst voldoet en die ontworpen is op basis van een analyse en evaluatie van een andere topografie als bedoeld in lid 2 van dit artikel.

4.

Het uitsluitende recht om de in lid 1, onder b), van dit artikel genoemde handelingen toe te staan of te verbieden geldt niet wanneer deze handelingen worden verricht nadat de topografie of het halfgeleiderproduct rechtmatig in de handel is gebracht.

Artikel 227. Duur van de bescherming

De uitsluitende rechten gelden ten minste tot tien jaar nadat de topografie voor het eerst ergens ter wereld commercieel is geëxploiteerd of, indien registratie een voorwaarde is voor het ontstaan of het voortbestaan van de uitsluitende rechten, tien jaar na het eerste van onderstaande tijdstippen:

  • a. het verstrijken van het kalenderjaar waarin de topografie voor het eerst ergens ter wereld commercieel geëxploiteerd is;
  • b. het verstrijken van het kalenderjaar waarin de registratieaanvraag in de voorgeschreven vorm ingediend is.

ONDERAFDELING 7. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 228. Kwekersrechten

De partijen werken samen om de bescherming van kwekersrechten in overeenstemming met het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober 1978 en 19 maart 1991, met inbegrip van de facultatieve uitzondering op het kwekersrecht als bedoeld in artikel 15.2, lid 2, van dat verdrag, te bevorderen en te waarborgen.

Artikel 229. Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore
1.

Met inachtneming van hun interne wetgeving zorgen de partijen voor de eerbiediging, bescherming en instandhouding van de kennis, vernieuwingen en gebruiken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen waarop tradities zijn gebaseerd die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit en voor de bevordering van de toepassing daarvan op grotere schaal, met de deelname en instemming van de dragers van die kennis, vernieuwingen en gebruiken, alsmede voor de stimulering van een eerlijke verdeling van de voordelen die uit de toepassing van die kennis, vernieuwingen en gebruiken voortvloeien.

2.

De partijen erkennen het belang van passende maatregelen, onder voorbehoud van de nationale wetgeving, om de traditionele kennis te beschermen, en zij komen overeen te blijven werken aan de ontwikkeling van internationaal erkende sui generis modellen voor de wettelijke bescherming van traditionele kennis.

3.

De partijen zijn het erover eens dat de intellectuele-eigendomsbepalingen van deze onderafdeling en het Verdrag inzake biodiversiteit op een elkaar ondersteunende wijze ten uitvoer worden gelegd.

4.

De partijen komen overeen regelmatig van gedachten te wisselen en informatie uit te wisselen over multilaterale besprekingen ter zake.

AFDELING 3. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel 230. Algemene verplichtingen
1.

Beide partijen herbevestigen hun verbintenissen op grond van de TRIPs-overeenkomst en in het bijzonder deel III daarvan, en voorzien in de volgende aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, die nodig zijn om te zorgen voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten38)Voor de toepassing van deze afdeling worden onder het begrip „intellectuele-eigendomsrechten” ten minste de volgende rechten verstaan: auteursrechten, naburige rechten; de sui generisrechten van de samensteller van een databank; rechten van de ontwerper van topografieën van halfgeleiderproducten; rechten op handelsmerken; rechten inzake tekeningen en modellen; octrooirechten, met inbegrip van rechten die van aanvullende beschermingscertificaten zijn afgeleid; geografische aanduidingen; rechten op gebruiksmodellen; kwekersrechten; handelsnamen voor zover deze beschermd worden als exclusieve eigendomsrechten in de desbetreffende interne wetgeving.. Deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen dienen eerlijk en billijk te zijn, mogen niet onnodig ingewikkeld of duur zijn en mogen geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen inhouden.

2.

Deze maatregelen en rechtsmiddelen, die ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, worden zodanig toegepast dat het scheppen van belemmeringen voor rechtmatig handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik ervan.

Artikel 231. Rechthebbenden
1.

De partijen erkennen dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;
  • b. alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;
  • c. organisaties voor de verdediging van beroepsbelangen die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht.
2.

De partijen kunnen erkennen dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen: instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht.

ONDERAFDELING 1. CIVIELE MAATREGELEN, PROCEDURES EN RECHTSMIDDELEN

Artikel 232. Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

De partijen erkennen dat voor de toepassing van de in deze overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a. het voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, volstaat dat zijn/haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, totdat bewijs van het tegendeel is geleverd;
  • b. het bepaalde onder a) van dit lid van overeenkomstige toepassing is op de houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.
Artikel 233. Bewijsmateriaal
1.

Wanneer een partij redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van haar beweringen, en bij de onderbouwing van haar stellingen bewijsmateriaal heeft gespecificeerd dat zich in de macht van de tegenpartij bevindt, zijn de rechterlijke instanties van de partijen bevoegd te gelasten dat de tegenpartij dit bewijs overlegt, mits de bescherming van vertrouwelijke gegevens wordt gewaarborgd.

2.

Onder dezelfde voorwaarden treffen de partijen de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, in voorkomend geval desgevraagd overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel 234. Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal
1.

De partijen zorgen ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, al voordat een bodemprocedure is begonnen, op verzoek van een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van de stelling dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd. Tot deze maatregelen kunnen behoren de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de litigieuze goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie en/of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten. Die maatregelen worden met name genomen, zo nodig zonder dat de wederpartij wordt gehoord, wanneer het aannemelijk is dat uitstel de houder van het recht onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.

2.

De partijen dragen er zorg voor dat de maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal op verzoek van de verweerder worden herroepen of anderszins ophouden gevolg te hebben, onverminderd de schadevergoeding die kan worden geëist, indien de eiser niet binnen een redelijke termijn bij de bevoegde rechterlijke instantie een bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt.

Artikel 235. Recht op informatie
1.

De partijen dragen er zorg voor dat de bevoegde rechterlijke instanties in het kader van procedures inzake inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht naar aanleiding van een met redenen omkleed en evenredig verzoek van de eiser kunnen gelasten dat informatie over de oorsprong en het distributienetwerk van de goederen of diensten die inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht maken, wordt verstrekt door de inbreukmaker en/of iedere andere persoon die:

  • a. de inbreuk makende goederen op commerciële schaal in zijn bezit bleek te hebben;
  • b. de inbreuk makende diensten op commerciële schaal bleek te gebruiken;
  • c. op commerciële schaal diensten bleek te verlenen die bij inbreuk makende handelingen worden gebruikt; of
  • d. door een onder a), b) of c) van dit lid bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten.
2.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie omvat, naar gelang van het geval:

  • a. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren;
  • b. inlichtingen over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, alsmede over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.
3.

De leden 1 en 2 van dit artikel gelden onverminderd andere wettelijke bepalingen waarbij:

  • a. de houder van het recht ruimere rechten op informatie worden toegekend;
  • b. het gebruik van de krachtens dit artikel medegedeelde informatie in civiele procedures of strafzaken wordt geregeld;
  • c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;
  • d. de mogelijkheid wordt geboden te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 van dit artikel bedoelde persoon zouden dwingen deelname door hemzelf/haarzelf of door zijn/haar naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven;
  • e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.
Artikel 236. Voorlopige en conservatoire maatregelen
1.

De partijen zien erop toe dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien het interne recht hierin voorziet op straffe van een dwangsom, tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat intellectuele-eigendomsrecht te verbieden, dan wel om aan deze voortzetting de voorwaarde te verbinden dat voor schadeloosstelling van de rechthebbende zekerheid wordt gesteld. Onder dezelfde voorwaarden kan een voorlopig bevel worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht.

2.

Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagneming of afgifte te kunnen gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.

3.

De partijen zorgen ervoor dat, in geval van inbreuk op commerciële schaal en indien de indiener van het verzoek omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, de rechterlijke instanties conservatoir beslag kunnen laten leggen op de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn/haar bankrekeningen en andere tegoeden. Met het oog daarop kunnen de bevoegde instanties overlegging van bancaire, financiële of commerciële documenten of passende inzage van de desbetreffende informatie gelasten.

4.

De partijen waarborgen dat de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde voorlopige maatregelen in voorkomend geval kunnen worden getroffen zonder dat de verweerder is gehoord, met name wanneer vertraging tot onherstelbare schade voor de houder van het desbetreffende recht zou leiden. In dat geval worden de partijen hiervan onverwijld in kennis gesteld, uiterlijk na de tenuitvoerlegging van de maatregelen. Op verzoek van de verweerder vindt een toetsing plaats, waarbij de verweerder het recht heeft te worden gehoord, teneinde binnen een redelijke termijn na de kennisgeving van de maatregelen te beslissen of die maatregelen dienen te worden gewijzigd, herroepen of bevestigd.

5.

De partijen dragen er zorg voor dat de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde voorlopige maatregelen op verzoek van de verweerder worden herroepen of anderszins ophouden gevolg te hebben, indien de eiser niet binnen een redelijke termijn bij de bevoegde rechterlijke instantie een bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt.

6.

Indien de voorlopige maatregelen worden herroepen of wanneer zij vervallen wegens enig handelen of nalaten van de eiser, of indien later wordt vastgesteld dat er geen inbreuk of dreiging van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is, zijn de rechterlijke instanties bevoegd om, op verzoek van de verweerder, de eiser te gelasten de verweerder passende schadeloosstelling te bieden voor de door die maatregelen veroorzaakte schade.ò

Artikel 237. Corrigerende maatregelen
1.

De partijen zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de houder van het betrokken recht wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de terugroeping of de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer dan wel de vernietiging kunnen gelasten van de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht maken. In voorkomend geval kunnen de bevoegde rechterlijke instanties ook de vernietiging gelasten van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het ontwerpen of vervaardigen van die goederen.

2.

De rechterlijke instanties gelasten dat deze maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.

Artikel 238. Rechterlijke bevelen

De partijen zorgen ervoor dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer het interne recht daarin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in deze in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het bevel opgelegd. De partijen zien er eveneens op toe dat houders van een recht kunnen verzoeken om een rechterlijk bevel tegen tussenpersonen waarvan diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te maken.

Artikel 239. Alternatieve maatregelen

De partijen kunnen bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in de artikelen 237 en/of 238 van deze overeenkomst vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van de artikelen 237 en/of 238 van deze overeenkomst niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.

Artikel 240. Schadevergoeding
1.

De partijen zien erop toe dat wanneer de rechterlijke instanties een schadevergoeding vaststellen:

  • a. zij rekening houden met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in voorkomend geval, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden; of
  • b. zij deze als alternatief voor het bepaalde onder a) van dit lid in voorkomend geval kunnen vaststellen als een eenmalige vergoeding, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken.
2.

De partijen kunnen ten behoeve van de benadeelde partij bepalen dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een, eventueel vooraf vastgestelde, schadevergoeding kunnen gelasten, indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk maakte.

Artikel 241. Aan de procedure verbonden kosten

De partijen dragen er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de in het ongelijk gestelde partij zullen worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel 242. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

De partijen dragen er zorg voor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van het ophangen en volledig of gedeeltelijk publiceren van de uitspraak. De partijen kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking, zoals opvallende publiciteit, die passend zijn in de omstandigheden van het geval.

Artikel 243. Administratieve procedures

Voor zover een civiele corrigerende maatregel kan worden gelast als gevolg van een administratieve bodemprocedure, is deze procedure in overeenstemming met beginselen die in wezen gelijkwaardig zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in de relevante bepalingen van deze onderafdeling.

ONDERAFDELING 2. AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel 244. Gebruik van diensten van intermediairs

Beide partijen erkennen dat derden voor inbreuk makende activiteiten gebruik kunnen maken van de diensten van intermediairs. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en terzelfder tijd intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving te handhaven, voorziet elk van beide partijen in de in deze onderafdeling vervatte maatregelen met betrekking tot aanbieders van intermediaire diensten. Deze onderafdeling is alleen van toepassing op de aansprakelijkheid die kan voortvloeien uit inbreuken op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met name auteursrechten39)De in dit artikel vastgestelde vrijstellingen van aansprakelijkheid gelden uitsluitend voor gevallen waarin de activiteit van de aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij beperkt is tot het technische proces van werking en het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk waarop door derden verstrekte informatie wordt doorgegeven of tijdelijk wordt opgeslagen, met als enig doel de doorgifte efficiënter te maken; deze activiteit heeft een louter technisch, automatisch en passief karakter, hetgeen inhoudt dat de aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij noch kennis noch zeggenschap heeft over de informatie die wordt doorgegeven of opgeslagen.

Artikel 245. Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)
1.

De partijen zorgen ervoor dat, wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven in een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, de aanbieder van de dienst niet aansprakelijk is voor de doorgegeven informatie, op voorwaarde dat deze aanbieder:

  • a. niet het initiatief tot doorgifte neemt;
  • b. de ontvanger van de doorgegeven informatie niet selecteert, en
  • c. de doorgegeven informatie niet selecteert of wijzigt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)