Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
„de in het verzoek om instelling van het arbitragepanel beschreven aangelegenheid onderzoeken, zich uitspreken over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen en een uitspraak doen overeenkomstig artikel 310 van deze overeenkomst.”
Artikel 307. Samenstelling van het arbitragepanel
Een arbitragepanel bestaat uit drie scheidsrechters.
De partijen voeren binnen 10 dagen na de datum van indiening bij het Handelscomité van het verzoek tot instelling van een arbitragepanel overleg over de samenstelling van dat panel.
Wanneer de partijen binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn geen overeenstemming over de samenstelling van het arbitragepanel bereiken, kan een van de partijen de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger verzoeken alle drie de panelleden door loting aan te wijzen uit de in het kader van artikel 323 van deze overeenkomst bedoelde lijst, te weten één lid uit de personen die door de klagende partij zijn aangewezen, één lid uit de personen die zijn aangewezen door de partij waartegen de klacht gericht is en één lid uit de personen die door de partijen zijn aangewezen om als voorzitter te fungeren.
Wanneer de partijen het over een of meer leden van het arbitragepanel eens zijn, wordt het resterende lid of worden de overige leden ook volgens deze procedure geselecteerd:
- a. wanneer de partijen overeenstemming hebben bereikt over twee leden van het arbitragepanel, wordt het resterende lid gekozen uit de natuurlijke personen die door de partijen zijn uitgekozen om als voorzitter te fungeren;
- b. wanneer de partijen overeenstemming hebben bereikt over één lid van het arbitragepanel, wordt één van de overige leden gekozen uit de natuurlijke personen die door de klagende partij zijn voorgesteld, en één uit de personen die door de partij waartegen de klacht gericht is, zijn voorgesteld.
De voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger wijst binnen vijf dagen na het in lid 3 bedoelde verzoek de scheidsrechters aan. Een vertegenwoordiger van elk van beide partijen is gerechtigd bij de selectie aanwezig te zijn.
De datum van instelling van het arbitragepanel is die waarop de selectieprocedure is voltooid.
Indien een of meer van de in artikel 323 van deze overeenkomst bedoelde lijsten niet beschikbaar zijn wanneer een verzoek als bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt ingediend, worden de drie scheidsrechters door loting aangewezen uit de personen die door een van de partijen of door beide partijen formeel zijn voorgesteld
Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel IV van deze overeenkomst dat door een van de partijen urgent wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking van vervoer van aardgas, olie of elektriciteit of een dreiging van een dergelijke onderbreking, tussen Oekraïne en de EU-partij, is lid 3 van dit artikel van toepassing zonder dat een beroep op lid 2 van dit artikel kan worden gedaan, en bedraagt de in lid 5 van dit artikel bedoelde periode twee dagen.
Artikel 308. Tussentijds panelverslag
Het arbitragepanel legt binnen 90 dagen na zijn instelling een tussentijds verslag aan de partijen voor, dat de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen, alsmede de beweeggronden die aan de conclusies en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen, vermeldt. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Handelscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen overleggen. In geen geval mag het tussentijds verslag later dan 120 dagen na de instelling van het arbitragepanel worden uitgebracht.
De partijen kunnen binnen 14 dagen nadat het tussentijds verslag is uitgebracht het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van dat verslag te heroverwegen.
In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om zijn tussentijds verslag te overleggen en kunnen de partijen het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten van het tussentijds verslag te heroverwegen binnen de helft van de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde termijnen.
Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel IV van deze overeenkomst dat door een van de partijen urgent wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit of een dreiging van een dergelijke onderbreking, tussen Oekraïne en de EU-partij, wordt het tussentijdse verslag na 20 dagen uitgebracht en worden verzoeken ingevolge lid 2 gedaan binnen vijf dagen na uitbrenging van het verslag. Het arbitragepanel kan ook besluiten het tussentijdse rapport niet uit te brengen.
Het arbitragepanel kan het tussentijds verslag naar aanleiding van schriftelijk commentaar van de partijen wijzigen, en wanneer het dat zinvol acht, de zaak nader onderzoeken. In de definitieve uitspraak van het arbitragepanel wordt ingegaan op de in de tussentijdse fase naar voren gebrachte argumenten.
Artikel 309. Verzoening in geval van urgente energiegeschillen
Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel IV van deze overeenkomst dat door een van de partijen urgent wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking van vervoer van aardgas, olie of elektriciteit of een dreiging van een dergelijke onderbreking, tussen Oekraïne en de EU-partij, kan elke partij de voorzitter van het panel verzoeken als verzoener op te treden met betrekking tot aangelegenheden in verband met het geschil, door een verzoek tot het panel te richten.
De verzoener tracht overeenstemming te bereiken over een oplossing van het geschil of over een procedure om een dergelijke oplossing tot stand te brengen. Indien de verzoener niet binnen 15 dagen na zijn benoeming een dergelijke overeenstemming bereikt, beveelt hij een oplossing van het geschil of een procedure om tot een dergelijke oplossing te komen, aan en bepaalt hij welke voorwaarden in acht moeten worden genomen vanaf een bepaalde datum totdat het geschil tot een oplossing is gebracht.
De partijen en de onder hun zeggenschap of jurisdictie vallende entiteiten eerbiedigen de ingevolge lid 2 van dit artikel gedane aanbevelingen inzake de voorwaarden gedurende drie maanden na het besluit van de verzoener of totdat het geschil tot een oplossing is gekomen indien dit op een eerdere datum is geschied.
De verzoener eerbiedigt de gedragscode voor scheidsrechters.
Artikel 310. Uitspraak van het arbitragepanel
Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handelscomité binnen 120 dagen na zijn instelling in kennis van zijn uitspraak. Wanneer het van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Handelscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn werk denkt te kunnen voltooien. In geen geval mag later dan 150 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel van de uitspraak worden kennisgegeven.
In dringende gevallen, zoals wanneer de zaak betrekking heeft op bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om binnen 60 dagen na zijn instelling uitspraak te doen. De uitspraak mag in geen geval later dan 75 dagen na de instelling worden gedaan. Het arbitragepanel kan binnen 10 dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.
Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel IV van deze overeenkomst dat door een van de partijen urgent wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit of een dreiging van een dergelijke onderbreking, tussen Oekraïne en de EU-partij, geeft het arbitragepanel binnen 40 dagen na zijn oprichting kennis van zijn uitspraak.
AFDELING 2. NALEVING
Artikel 311. Naleving van de uitspraak van het arbitragepanel
Elk van beide partijen neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel te goeder trouw na te leven; zij streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.
Artikel 312. Redelijke termijn voor naleving
Uiterlijk 30 dagen na de kennisgeving van de uitspraak van het arbitragepanel aan de partijen stelt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij en het Handelscomité in kennis van de tijd die zij nodig denkt te hebben om de uitspraak na te leven, hierna „redelijke termijn” genoemd.
Indien de partijen het niet eens worden over de redelijke termijn voor naleving van de uitspraak van het arbitragepanel, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel binnen 20 dagen na de kennisgeving krachtens lid 1 van dit artikel schriftelijk verzoeken om de lengte van de redelijke termijn vast te stellen. Dit verzoek wordt tegelijkertijd medegedeeld aan de andere partij en aan het Handelscomité. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handelscomité binnen 20 dagen na de indiening van het verzoek in kennis van zijn besluit ter zake.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 307 van deze overeenkomst van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt 35 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 van dit artikel bedoelde verzoek.
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij ten minste een maand voor afloop van de redelijke termijn schriftelijk in kennis van de vorderingen die zij maakt bij de naleving van de uitspraak van het arbitragepanel.
De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.
Artikel 313. Onderzoek van de maatregelen die zijn getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handelscomité voor afloop van de redelijke termijn in kennis van de maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven.
Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over de vraag of een maatregel waarvan overeenkomstig lid 1 van dit artikel is kennisgegeven daadwerkelijk bestaat dan wel of een dergelijke maatregel in overeenstemming is met de overeenkomst, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat en met welke bepalingen van de overeenkomst de maatregel niet in overeenstemming zou zijn, en dit op zodanige wijze dat de rechtsgronden voor de klacht voldoende duidelijk worden aangegeven. Het arbitragepanel deelt zijn uitspraak binnen 45 dagen na de datum van indiening van het verzoek mede.
Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 307 van deze overeenkomst van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt 60 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 van dit artikel bedoelde verzoek.
Artikel 314. Corrigerende maatregelen in geval van urgente energiegeschillen
Met betrekking tot een geschil in het kader van hoofdstuk 11 (Handelsgerelateerde energie) van titel IV van deze overeenkomst dat door een van de partijen urgent wordt geacht wegens een volledige of gedeeltelijke onderbreking van het vervoer van aardgas, olie of elektriciteit of een dreiging van een dergelijke onderbreking, tussen Oekraïne en de EU-partij, zijn de volgende bepalingen op corrigerende maatregelen van toepassing.
In afwijking van de artikelen 311, 312 en 313 van deze overeenkomst kan de klagende partij haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen opschorten in een mate die overeenkomt met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. De opschorting kan direct ingaan. Deze opschorting mag maximaal drie maanden duren, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is, niet aan het verslag van het panel heeft voldaan.
Indien de partij waartegen de klacht gericht is, betwist dat zij niet aan haar verplichtingen heeft voldaan dan wel bezwaar maakt tegen de mate van opschorting, kan zij een procedure uit hoofde van artikel 315 of artikel 316 van deze overeenkomst aanhangig maken, waarbij behandeling van de aangelegenheid plaatsvindt op zo kort mogelijke termijn. De klagende partij wordt verzocht de opschorting enkel in te trekken of aan te passen nadat het panel uitspraak over de aangelegenheid heeft gedaan, en kan de opschorting hangende de procedure handhaven.
Artikel 315. Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving
Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet voor afloop van de redelijke termijn kennisgeeft van maatregelen die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat maatregelen waarvan overeenkomstig artikel 313, lid 1, van deze overeenkomst is kennisgegeven, niet in overeenstemming zijn met de verplichtingen van de partij uit hoofde van de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, biedt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, op haar verzoek, een tijdelijke compensatie aan.
Indien de partijen geen overeenstemming over compensatie bereiken binnen 30 dagen na afloop van de redelijke termijn of na de in artikel 313 van deze overeenkomst bedoelde uitspraak van het arbitragepanel dat een maatregel die is getroffen om de uitspraak na te leven niet in overeenstemming is met de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, is de klagende partij gerechtigd om, na de partij waartegen de klacht gericht is en het Handelscomité hiervan in kennis te hebben gesteld, de verplichtingen die voortvloeien uit het hoofdstuk inzake de vrijhandelszone op te schorten in een mate die overeenkomst met de mate waarin de schending de voordelen voor de klagende partij tenietdoet of beperkt. De klagende partij kan de opschorting 10 dagen na de datum van kennisgeving op elk gewenst tijdstip laten ingaan, tenzij de partij waartegen de klacht gericht is, overeenkomstig lid 4 van dit artikel om arbitrage heeft verzocht.
Wanneer de klagende partij haar verplichtingen opschort, kan zij ervoor kiezen haar tarieven tot het voor andere WTO-leden geldende niveau te verhogen voor een hoeveelheid verhandelde goederen die op zodanige wijze wordt vastgesteld dat deze hoeveelheid vermenigvuldigd met de toename van de tarieven gelijk is aan de waarde waarvoor de schending haar voordelen tenietdoet of beperkt.
Indien de partij waartegen de klacht gericht is van oordeel is dat de mate van opschorting niet overeenkomt met de mate waarin de schending de voordelen voor de andere partij tenietdoet of beperkt, kan zij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. Dit verzoek wordt voor het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel bedoelde periode van 10 dagen medegedeeld aan de klagende partij en aan het Handelscomité. Het arbitragepanel maakt zijn uitspraak over de mate van opschorting van verplichtingen binnen 30 dagen na indiening van het verzoek aan de partijen en het Handelscomité bekend. De verplichtingen worden niet opgeschort voordat het arbitragepanel zijn uitspraak heeft medegedeeld en de opschorting moet in overeenstemming zijn met de uitspraak van het arbitragepanel.
Wanneer het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 307 van toepassing. In die gevallen bedraagt de termijn voor de kennisgeving van de uitspraak 45 dagen na de datum van indiening van het in lid 4 van dit artikel bedoelde verzoek.
De opschorting van verplichtingen is van tijdelijke aard en wordt slechts toegepast totdat de maatregel waarvan is vastgesteld dat hij niet in overeenstemming is met de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen, is ingetrokken of zodanig is gewijzigd dat hij overeenkomstig artikel 316 met de in artikel 304 bedoelde bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen zijn overeengekomen hun geschil bij te leggen.
Artikel 316. Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de opschorting van verplichtingen
De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handelscomité in kennis van elke maatregel die zij heeft getroffen om de uitspraak van het arbitragepanel na te leven, alsmede van haar verzoek om beëindiging van de opschorting van verplichtingen door de klagende partij.
Indien de partijen binnen 30 dagen na de datum van kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de vraag of de maatregel waarvan is kennisgegeven, ertoe leidt dat de partij waartegen de klacht gericht is, in overeenstemming met de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen handelt, kan de klagende partij het arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. De partij waartegen de klacht gericht is en het Handelscomité worden tegelijkertijd van dit verzoek in kennis gesteld. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handelscomité binnen 45 dagen na de indiening van het verzoek in kennis van zijn uitspraak. Indien het arbitragepanel oordeelt dat de partij waartegen de klacht gericht is, zich aan de overeenkomst heeft geconformeerd, of indien de klagende partij niet binnen 45 dagen na de indiening van de in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving het arbitragepanel verzoekt om uitspraak in de zaak te doen, wordt de opschorting van verplichtingen binnen 15 dagen na hetzij de uitspraak van het arbitragepanel hetzij het einde van de periode van 45 dagen beëindigd.
Wanneer het oorspronkelijke arbitragepanel, of een of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 307 van deze overeenkomst van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt in dat geval 60 dagen na de datum van indiening van het in lid 2 van dit artikel bedoelde verzoek.
AFDELING 3. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 317. Onderling overeengekomen oplossing
De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handelscomité en de voorzitter van het arbitragepanel in voorkomend geval gezamenlijk in kennis van een dergelijke oplossing. Indien de oplossing ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van beide partijen goedkeuring vergt, verwijst de kennisgeving naar dit vereiste en wordt de arbitrageprocedure opgeschort. Indien een dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de afronding van die interne procedures, wordt de arbitrageprocedure beëindigd.
Artikel 318. Reglement van orde
Op de geschillenbeslechtingsprocedures in het kader van dit hoofdstuk is het in bijlage XXIV bij deze overeenkomst opgenomen reglement van orde van toepassing.
Overeenkomstig het in bijlage XXIV bij deze overeenkomst opgenomen reglement van orde zijn de zittingen van het arbitragepanel openbaar.
Artikel 319. Inlichtingen en technisch advies
Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, de inlichtingen inwinnen die het nuttig acht voor de arbitrageprocedure. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Alle op deze manier verkregen informatie moet voor commentaar aan beide partijen worden voorgelegd. Op het grondgebied van de partijen gevestigde belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen kunnen overeenkomstig het in bijlage XXIV bij deze overeenkomst opgenomen reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen.
Artikel 320. Interpretatieregels
Arbitragepanels leggen de in artikel 304 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de uitlegging van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969. Wanneer een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst identiek is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-overeenkomst, legt het arbitragepanel zich vast op een interpretatie die in overeenstemming is met een eventuele relevante interpretatie die is vastgesteld in uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO, hierna „het DSB” (Dispute Settlement Body) genoemd. Uitspraken van een arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.
Artikel 321. Besluiten en uitspraken van het arbitragepanel
Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen. In geen geval worden echter afwijkende meningen van scheidsrechters gepubliceerd.
De uitspraken van het arbitragepanel zijn bindend voor de partijen en scheppen geen rechten of verplichtingen voor natuurlijke of rechtspersonen. De uitspraak vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen van de overeenkomst, alsmede de beweeggronden die aan de conclusies en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen. Het Handelscomité maakt de volledige uitspraak van het arbitragepanel openbaar, maar kan besluiten dat niet te doen.
Artikel 322. Beslechting van geschillen over de aanpassing van regelgeving
De in dit artikel uiteengezette procedures zijn van toepassing op geschillen over de interpretatie en de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst inzake de aanpassing van regelgeving van hoofdstuk 3 (Technische handelsbelemmeringen), hoofdstuk 4 (Sanitaire en fytosanitaire maatregelen), hoofdstuk 5 (Douane en handelsbevordering), hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel), hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) en hoofdstuk 10 (Mededinging) van deze overeenkomst.
Voor zover een geschil vragen opwerpt over de interpretatie van bepalingen van de in lid van dit artikel bedoelde EU-wetgeving, zal het arbitragepanel zich onthouden van een uitspraak over deze vraag, en het Hof van Justitie van de Europese Unie verzoeken over die vraag uitspraak te doen. In die gevallen worden de termijnen voor het doen van een uitspraak door het arbitragepanel opgeschort totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak heeft gedaan. De uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie is bindend voor het arbitragepanel.
AFDELING 4. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 323. Scheidsrechters
Het Handelscomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van 15 personen die bereid en in staat zijn om als scheidsrechter op te treden. Elk van de partijen draagt vijf personen voor die als scheidsrechter kunnen optreden. De twee partijen kiezen in onderling overleg bovendien vijf personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel kunnen fungeren. Het Handelscomité ziet erop toe dat de lijst te allen tijde uit dit aantal personen blijft bestaan.
De ingevolge lid 1 van dit artikel opgestelde lijst dient voor de samenstelling van de arbitragepanels in overeenstemming met artikel 307 van deze overeenkomst. Deze lijst omvat scheidsrechters met gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel.
De scheidsrechters die zijn benoemd om in een arbitragepanel zitting te nemen, zijn onafhankelijk, treden op persoonlijke titel op, nemen geen instructies aan van enige organisatie of regering, zijn niet verbonden aan de regering van een van de partijen en houden zich aan de in bijlage XXV bij deze overeenkomst vermelde gedragscode.
Artikel 324. Relatie tot WTO-verplichtingen
Een beroep op de bepalingen in dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige rechtsvordering in het kader van de WTO, met inbegrip van die tot beslechting van een geschil.
Wanneer echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor geschillenbeslechting heeft ingeleid, hetzij krachtens artikel 306, lid 1, van deze overeenkomst, hetzij krachtens de WTO-overeenkomst, kan deze partij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien kan een partij in verband met een identieke verplichting uit hoofde van deze overeenkomst en de WTO-overeenkomst niet in beide fora een procedure inleiden. In dat geval kan de partij, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, geen procedure ten aanzien van de identieke verplichting uit hoofde van de andere overeenkomst meer inleiden in het andere forum, tenzij het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak doet.
Voor de toepassing van lid 2 worden:
- a. procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen, opgenomen in bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst, hierna „het DSU” (Disputes Settlement Understanding) genoemd, een verzoek om instelling van een panel indient, en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het DSB overeenkomstig artikel 16 en artikel 17, lid 14, van het DSU het verslag van het panel, respectievelijk, in voorkomend geval, het verslag van de Beroepsinstantie, goedkeurt, en
- b. procedures voor geschillenbeslechting krachtens dit hoofdstuk geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 306, lid 1, van deze overeenkomst een verzoek om instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel zijn uitspraak bekendmaakt aan de partijen en het Handelscomité.
Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk belet een partij de opschorting van verplichtingen die is toegestaan door het DSB, ten uitvoer te leggen. Er kan geen beroep op de WTO-overeenkomst worden gedaan om een partij te beletten verplichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk op te schorten.
Artikel 325. Termijnen
Alle in dit hoofdstuk vastgestelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen arbitragepanels hun uitspraken moeten bekendmaken, worden gerekend in kalenderdagen waarbij de eerste dag de dag is volgende op die waarop de desbetreffende handeling of het desbetreffende feit plaatsvond.
Alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen kunnen in onderling overleg tussen de partijen worden verlengd.
Artikel 326. Wijziging van het hoofdstuk
Het Handelscomité kan besluiten over te gaan tot wijziging van dit hoofdstuk, van het in bijlage XXIV bij deze overeenkomst bedoelde reglement van orde voor arbitrage en van de in bijlage XXV bij deze overeenkomst bedoelde gedragscode voor leden van arbitragepanels en bemiddelaars.
HOOFDSTUK 15. BEMIDDELINGSMECHANISME
Artikel 327. Doelstelling en toepassingsgebied
Het doel van dit hoofdstuk is door een alomvattende en snelle procedure met behulp van een bemiddelaar het bereiken van een wederzijds aanvaardbare oplossing te vergemakkelijken.
Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen die binnen het toepassingsgebied van hoofdstuk I (Nationale behandeling en markttoegang voor goederen) van titel IV van deze overeenkomst vallen en die de handel tussen de partijen ongunstig beïnvloeden.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op maatregelen die vallen onder hoofdstuk 6 (Vestiging, handel in diensten en elektronische handel), hoofdstuk 7 (Betalings- en kapitaalverkeer), hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten), hoofdstuk 9 (Intellectuele eigendom) en hoofdstuk 13 (Handel en duurzame ontwikkeling) van deze overeenkomst. Het Handelscomité kan na ampele overweging besluiten dat dit mechanisme op een of meer van deze sectoren van toepassing is.
AFDELING 1. PROCEDURE OP GROND VAN HET BEMIDDELINGSMECHANISME
Artikel 328. Verzoek om informatie
Vóór de aanvang van de bemiddelingsprocedure kan een partij te allen tijde om informatie verzoeken over een maatregel die de handel of investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt. De partij waaraan een dergelijk verzoek wordt gedaan, verstrekt binnen 20 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek een antwoord dat haar opmerkingen over de informatie in het verzoek bevat. Voor zover mogelijk wordt het verzoek schriftelijk gedaan en het antwoord schriftelijk gegeven.
Wanneer de antwoordende partij van mening is dat een antwoord binnen 20 dagen niet haalbaar is, stelt zij de verzoekende partij op de hoogte van de redenen voor de vertraging, en geeft zij haar een schatting van de kortst mogelijke termijn waarbinnen zij zal kunnen antwoorden.
Artikel 329. Inleiding van de procedure
Een partij kan te allen tijde verzoeken dat de andere partij deelneemt aan een bemiddelingsprocedure. Een dergelijk verzoek wordt aan de andere partij schriftelijk gedaan. Het bevat voldoende details om de zorgen van de verzoekende partij daarin duidelijk tot uitdrukking te laten komen en:
- a. geeft aan om welke specifieke maatregel het gaat;
- b. geeft aan wat volgens de verzoekende partij de negatieve gevolgen van de maatregel op de handel of de investeringen tussen de partijen zijn of zullen zijn, en
- c. legt uit wat volgens de verzoekende partij het verband tussen die gevolgen en de maatregel is.
De partij waaraan een dergelijk verzoek wordt gericht, neemt dit verzoek in welwillende overweging, en binnen 10 dagen na ontvangst ervan willigt zij het schriftelijk in of wijst zij het schriftelijk af.
Artikel 330. Selectie van de bemiddelaar
Na instelling van de bemiddelingsprocedure streven de partijen ernaar uiterlijk 15 dagen na de ontvangst van het antwoord op het verzoek overeenstemming over een bemiddelaar te bereiken.
Indien de partijen binnen het aangegeven tijdpad geen overeenstemming ter zake kunnen bereiken, kan een van hen de voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger verzoeken een bemiddelaar uit de in overeenstemming met artikel 323 van deze overeenkomst opgestelde lijst door loting aan te wijzen. Vertegenwoordigers van beide partijen bij het geschil worden tijdig uitgenodigd om bij de loting aanwezig te zijn. In elk geval vindt de loting plaats in tegenwoordigheid van de partij/de partijen die daarbij aanwezig zijn.
De voorzitter van het Handelscomité of diens vertegenwoordiger wijst binnen vijf dagen na het in lid 2 bedoelde verzoek van een van de partijen de bemiddelaar aan.
Indien de in artikel 323 van deze overeenkomst bedoelde lijst niet beschikbaar is wanneer een verzoek als bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt ingediend, wordt de bemiddelaar door loting aangewezen uit de personen die door een van de partijen of door beide partijen formeel zijn voorgesteld
De partijen kunnen overeenkomen dat de bemiddelaar een onderdaan van een van de partijen moet zijn.
De bemiddelaar is de partijen op onpartijdige en transparante wijze behulpzaam bij het scheppen van duidelijkheid over de maatregel en de mogelijke gevolgen ervan voor de handel, en bij het bereiken van een onderling overeengekomen oplossing. De gedragscode van bijlage XXV is van toepassing op de bemiddelaars, zoals in die code is bepaald. De voorschriften 3 tot en met 7 (kennisgevingen) en 41 tot en met 46 (vertaling en berekening van termijnen) van het in bijlage XXIV bij deze overeenkomst bedoelde reglement van orde zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 331. Regels van de bemiddelingsprocedure
Binnen 10 dagen na de aanstelling van de bemiddelaar legt de partij die de bemiddelingsprocedure heeft ingeleid, schriftelijk een gedetailleerde beschrijving van het probleem voor aan de bemiddelaar en de andere partij, in het bijzonder van de werking van de maatregel in kwestie en de effecten daarvan op de handel. Binnen 20 dagen na de datum van indiening van deze uiteenzetting kan de andere partij schriftelijk opmerkingen over de beschrijving van het probleem indienen. Elke partij kan in haar beschrijving of commentaar alle informatie opnemen die zij van belang acht.
De bemiddelaar kan besluiten wat de meest geëigende wijze is om duidelijkheid te scheppen over de maatregel en de mogelijke gevolgen ervan voor de handel. De bemiddelaar kan met name vergaderingen tussen de partijen organiseren, met hen gezamenlijk of afzonderlijk overleggen, verzoeken om bijstand van of overleg met relevante deskundigen en belanghebbenden alsmede aanvullende ondersteuning bieden waarom de partijen hebben verzocht. Alvorens om bijstand van of overleg met relevante deskundigen of belanghebbenden te verzoeken, overlegt de bemiddelaar met de partijen.
De bemiddelaar kan advies aanbieden en een oplossing voorleggen aan de partijen, die de voorgestelde oplossing kunnen aanvaarden of afwijzen dan wel het over een andere oplossing eens kunnen worden. De bemiddelaar geeft echter geen advies en maakt evenmin opmerkingen over de consistentie van de maatregel in kwestie met deze overeenkomst.
De procedure vindt plaats op het grondgebied van de partij waaraan het verzoek is gericht, of in onderling overleg op een andere locatie of met andere middelen.
De partijen trachten binnen 60 dagen na de aanwijzing van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing te vinden. Hangende een definitief akkoord kunnen de partijen eventuele tussentijdse oplossingen overwegen, met name wanneer de maatregel betrekking heeft op aan bederf onderhevige goederen.
De oplossing kan worden vastgelegd door middel van een besluit van het Handelscomité. Elk van beide partijen kan een dergelijke oplossing afhankelijk maken van de voltooiing van de nodige interne procedures. Onderling overeengekomen oplossingen worden openbaar gemaakt. De openbaar gemaakte versie mag geen informatie bevatten die door een partij als vertrouwelijk is aangemerkt.
De procedure wordt beëindigd:
- a. door goedkeuring van een onderling overeengekomen oplossing, op de datum van goedkeuring;
- b. door een schriftelijke verklaring van de bemiddelaar, na overleg met de partijen, dat verdere bemiddelingsinspanningen geen nut hebben;
- c. door een schriftelijke verklaring van een partij nadat mogelijke onderling overeengekomen oplossingen in de bemiddelingsprocedure zijn onderzocht en adviezen en voorgestelde oplossingen van de bemiddelaar in overweging zijn genomen, of
- d. in elk stadium van de procedure, wanneer de partijen in onderlinge overeenstemming daartoe besluiten.
AFDELING 2. TENUITVOERLEGGING
Artikel 332. Tenuitvoerlegging van een onderling overeengekomen oplossing
Wanneer de partijen overeenstemming over een oplossing hebben bereikt, neemt elk van beide partijen de maatregelen die nodig zijn om de onderling overeengekomen oplossing binnen de overeengekomen termijnen ten uitvoer te leggen.
De tenuitvoerleggende partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van ter uitvoering van de onderling overeengekomen oplossing gedane stappen of genomen maatregelen.
Op verzoek van de partijen verstrekt de bemiddelaar de partijen een schriftelijk ontwerp van een feitenverslag, dat een korte samenvatting bevat van
- a. de maatregel in kwestie waarop de procedure betrekking heeft;
- b. de gevolgde procedure, en
- c. in voorkomend geval, de onderling overeengekomen oplossing waartoe die procedure uiteindelijk heeft geleid, met inbegrip van eventuele tijdelijke oplossingen.
De bemiddelaar biedt de partijen 15 dagen gelegenheid om hun opmerkingen over het ontwerpverslag in te dienen. Na bestudering van de binnen die termijn ingediende opmerkingen dient de bemiddelaar binnen 15 dagen schriftelijk een definitief feitenverslag in bij de partijen. Het feitenverslag omvat geen interpretatie van deze overeenkomst.
AFDELING 3. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 333. Verhouding tot beslechting van geschillen
De procedure in het kader van dit bemiddelingsmechanisme is niet bedoeld om als basis voor geschillenbeslechtingsprocedures in het kader van deze of een andere overeenkomst te dienen. Wat bewijsmateriaal in geschillenbeslechtingsprocedures betreft, beroept een partij zich niet op de volgende zaken, noch voert zij deze als bewijsmateriaal aan, en zal een panel evenmin rekening houden met:
- a. door de andere partij in de bemiddelingsprocedure ingenomen standpunten;
- b. het feit dat de andere partij zich bereid heeft verklaard een oplossing voor de maatregel bij wege van bemiddeling te aanvaarden, of
- c. door de bemiddelaar gedane voorstellen of gegeven adviezen.
Het bemiddelingsmechanisme laat de rechten en verplichtingen van de partijen op grond van de bepalingen inzake de beslechting van geschillen onverlet.
Tenzij de partijen ander overeenkomen en onverminderd artikel 331, lid 6, van deze overeenkomst zijn alle stappen van de procedure, adviezen of voorgestelde oplossingen daaronder begrepen, vertrouwelijk. Elk van beide partijen mag echter openbaar maken dat bemiddeling plaatsvindt.
Artikel 334. Termijnen
De bij deze procedures betrokken partijen kunnen in onderling overleg alle in dit hoofdstuk vermelde termijnen wijzigen.
Artikel 335. Kosten
Elke partij draagt haar eigen kosten die voortvloeien uit deelname aan de bemiddelingsprocedure.
De partijen dragen de kosten voor organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de beloning en de kosten van de bemiddelaar, eventuele assistenten van de bemiddelaar en voor zover de partijen het niet eens worden over een gemeenschappelijke taal, de vertaalkosten, gezamenlijk en elk voor een gelijk deel. De beloning van de bemiddelaar zal in overeenstemming zijn met de beloning die is voorzien voor de voorzitter van een arbitragepanel als bedoeld in punt 8 van bijlage XXIV bij deze overeenkomst.
Artikel 336. Herziening
Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treden de partijen met elkaar in overleg over de eventuele noodzaak tot wijziging van het bemiddelingsmechanisme tegen de achtergrond van de opgedane ervaringen en de ontwikkeling van een dienovereenkomstig mechanisme in de WTO.
TITEL V. ECONOMISCHE EN SECTORALE SAMENWERKING
HOOFDSTUK 1. SAMENWERKING INZAKE ENERGIE, MET INBEGRIP VAN KERNENERGIE
Artikel 337
De partijen komen overeen hun huidige samenwerking inzake energie voort te zetten en te intensiveren met het oog op vergroting van de energiezekerheid, het concurrentievermogen en de duurzaamheid, wat een cruciale voorwaarde is voor het stimuleren van economische groei en het toewerken naar marktintegratie, onder meer door geleidelijke aanpassing van de wetgeving in de energiesector en participatie in regionale samenwerking op energiegebied. Bij de samenwerking op regelgevingsgebied wordt rekening gehouden met de desbetreffende verplichtingen tot openbare dienstverlening, onder meer door maatregelen om afnemers te informeren over en te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken, en met de noodzaak om de toegang tot betaalbare energie te waarborgen voor de consumenten, ook voor de kwetsbaarste burgers.
Deze samenwerking wordt gebaseerd op een breed partnerschap en wordt geleid door de beginselen van wederzijds belang, wederkerigheid, transparantie en voorspelbaarheid, in overeenstemming met de markteconomie, het verdrag inzake het Energiehandvest van 1994, het memorandum van overeenstemming inzake samenwerking op het gebied van energie en andere multilaterale en aanverwante bilaterale overeenkomsten.
Artikel 338. De onderlinge samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden:
a. tenuitvoerlegging van energiestrategieën en energiebeleid en ontwikkeling/uitwerking van prognoses en scenario’s; verbetering van het statistische registratiesysteem in de energiesector op basis van passende uitwisseling van informatie over energiebalansen en energiestromen, overeenkomstig de internationale praktijk, en ontwikkeling van infrastructuur;
b. instelling van effectieve mechanismen om potentiële crisissituaties op energiegebied op te vangen in een geest van solidariteit;
c. modernisering en verbetering van de bestaande energie-infrastructuur van gemeenschappelijk belang, met inbegrip van de capaciteit voor energieopwekking en de integriteit, veiligheid en zekerheid van de energienetwerken en de geleidelijke integratie van het Oekraïense elektriciteitsnet in het Europese elektriciteitsnetwerk, alsmede het volledige herstel van de infrastructuur voor energiedoorvoer, de installatie van grensoverschrijdende meetsystemen aan de buitengrenzen van Oekraïne en de aanleg van nieuwe energie-infrastructuur van gemeenschappelijk belang ter diversificatie van energiebronnen, energieleveranciers en energietransportroutes en -methoden op economisch verantwoorde milieuveilige wijze;
d. ontwikkeling, door middel van hervorming van de regelgeving, van competitieve, transparante en niet-discriminerende energiemarkten overeenkomstig de voorschriften en normen van de EU;
e. samenwerking in het kader van het verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap van 2005;
f. verbetering en versterking van de stabiliteit en zekerheid op de lange termijn van handel, doorvoer, exploratie, winning, raffinage, productie, opslag, transport, transmissie, distributie en marketing op energiegebied, of de verkoop van energiematerialen en -producten op wederzijds voordelige en niet-discriminerende basis, overeenkomstig de internationale voorschriften en met name het verdrag inzake het Energiehandvest van 1994, de WTO-overeenkomst en onderhavige overeenkomst;
g. vooruitgang naar een aantrekkelijk en stabiel investeringsklimaat door aanpak van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden en door aanmoediging van wederzijdse investeringen op niet-discriminerende basis in de energiesector;
h. efficiënte samenwerking met de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en andere internationale financiële organisaties en instrumenten, ter ondersteuning van de samenwerking tussen de partijen op energiegebied;
i. bevordering van energie-efficiëntie en energiebesparing, onder meer door invoering van beleid en wet- en regelgevingskaders inzake energie-efficiëntie, met als doel in overeenstemming met de EU-normen belangrijke verbeteringen tot stand te brengen ten aanzien van onder meer efficiënte opwekking, productie en distributie en efficiënt vervoer en gebruik van energie, op een wijze die verenigbaar is met de werking van marktmechanismen, alsmede efficiënt energiegebruik voor apparatuur en verlichting en in gebouwen;
j. ontwikkeling en ondersteuning van hernieuwbare energie op economisch verantwoorde en milieuveilige wijze, en van alternatieve brandstoffen, waaronder duurzame biobrandstofproductie, alsmede samenwerking inzake regelgeving, certificatie en normalisatie en technologische en commerciële ontwikkeling;
k. stimulering van het mechanisme voor gezamenlijke uitvoering in het kader van het Kyoto-protocol van 1997 bij het Raamverdrag inzake klimaatverandering van de VN ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door energie-efficiëntie en projecten voor hernieuwbare energie;
l. samenwerking inzake wetenschap en technologie en uitwisseling van informatie ten behoeve van de ontwikkeling en verbetering van technologieën voor de productie, het vervoer, de levering en het eindgebruik van energie, met bijzondere aandacht voor energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën, waaronder CO2-afvang en -opslag en efficiënte, schone steenkooltechnologieën, zulks in overeenstemming met de gebruikelijke beginselen zoals die onder meer zijn vervat in de overeenkomst voor samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne;
m. samenwerking in het kader van de Europese en internationale normalisatie-instanties op het gebied van energie.
Artikel 339
De partijen wisselen informatie en ervaring uit en verlenen passende steun aan het proces van hervorming van de regelgeving, waaronder de herstructurering van de steenkoolsector (magerkool, cokeskool en bruinkool) om het concurrentievermogen ervan te versterken, de veiligheid van de mijnen en de gezondheid en veiligheid op het werk te vergroten en de milieu-impact ervan te verminderen, waarbij rekening wordt gehouden met de regionale en sociale gevolgen. Ter vergroting van de efficiëntie, het concurrentievermogen en de duurzaamheid dient het proces van herstructurering de gehele steenkoolwaardeketen te bestrijken, dat wil zeggen van de exploratie, via de productie en de verwerking, tot de conversie en de behandeling van residuen van steenkoolverwerking en -verbranding. Deze aanpak omvat tevens de terugwinning en het gebruik van de methaanuitstoot van steenkoolmijnen, alsook van die van de olie- en gaswinning, stortplaatsen en de landbouwsector, zoals onder andere aangegeven in het mondiale methaaninitiatief, waarbij de partijen partners zijn.
Artikel 340
De partijen stellen een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing in, zoals bedoeld in bijlage XXVI bij hoofdstuk 1 (Samenwerking inzake energie, met inbegrip van kernenergie) van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
Artikel 341
De geleidelijke aanpassing geschiedt overeenkomstig een tijdschema als bedoeld in bijlage XXVII bij deze overeenkomst.
Artikel 342
Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Europese Unie en haar lidstaten dan wel de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten vindt de samenwerking in de civiele kernenergiesector plaats via de tenuitvoerlegging van specifieke tussen de partijen gesloten of te sluiten overeenkomsten, overeenkomstig de wettelijke procedures van elke partij.
Deze samenwerking is gericht op een hoog niveau van nucleaire veiligheid en een schoon en vreedzaam gebruik van kernenergie, en bestrijkt alle civiele kernenergieactiviteiten en alle stadia van de splijtstofcyclus, waaronder de productie van en de handel in nucleaire materialen, de veiligheids- en beveiligingsaspecten van kernenergie en rampenparaatheid, alsmede vraagstukken met betrekking tot gezondheid en milieu, en non-proliferatie. De samenwerking in deze context omvat tevens de verdere ontwikkeling van beleid en van wet- en regelgevingskaders op basis van de wetgeving en de praktijk in de EU alsmede de normen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA). De partijen bevorderen het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van nucleaire veiligheid en beveiliging, onder meer door gezamenlijke activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, en de opleiding en mobiliteit van wetenschappers.
De samenwerking heeft betrekking op de problemen die zijn gerezen door de ramp bij Tsjernobyl, alsook de ontmanteling van de kerncentrale van Tsjernobyl, en met name:
- a. het Shelter Implementation Plan (SIP), dat inhoudt dat de vernietigde eenheid 4 (het inkapselingsobject) wordt omgevormd tot een systeem dat veilig is voor het milieu;
- b. het beheer van bestraalde splijtstof;
- c. de ontsmetting van besmette gebieden;
- d. het beheer van radioactief afval;
- e. de monitoring van het milieu;
- f. andere wederzijds overeen te komen gebieden, zoals de medische, wetenschappelijke, economische, sociale, administratieve en regelgevingsaspecten van de inspanningen om de gevolgen van de ramp te reduceren.
HOOFDSTUK 2. MACRO-ECONOMISCHE SAMENWERKING
Artikel 343
De Europese Unie en Oekraïne vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren. Oekraïne streeft ernaar een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het beleid van de Europese Unie, overeenkomstig de leidende beginselen van macro-economische stabiliteit, gezonde overheidsfinanciën en een houdbare betalingsbalans.
Artikel 344
Om de in artikel 343 van deze overeenkomst vermelde doelstellingen te bereiken werken de partijen werken samen op de volgende terreinen:
- a. uitwisseling van informatie over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën;
- b. gezamenlijke analyse van economische kwesties van wederzijds belang, met inbegrip van economische beleidsmaatregelen en instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan, zoals methoden voor het opstellen van economische prognoses en strategische beleidsdocumenten, teneinde de beleidsvorming in Oekraïne te versterken overeenkomstig de beginselen en de praktijk van de Europese Unie;
- c. uitwisseling van macro-economische deskundigheid;
- d. uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU).
Artikel 345
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 2 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 3. BEHEER VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN: BEGROTINGSBELEID, INTERNE CONTROLE EN EXTERNE AUDIT
Artikel 346
De samenwerking inzake het beheer van de overheidsfinanciën is gericht op de ontwikkeling van begrotingsbeleid en solide systemen voor interne controle van de overheidsfinanciën en externe audit die op internationale normen zijn gebaseerd en verenigbaar zijn met de fundamentele beginselen van verantwoording, transparantie, spaarzaamheid, doelmatigheid en doeltreffendheid.
Artikel 347
De partijen wisselen informatie, ervaring en goede praktijken uit en nemen andere maatregelen voor met name het volgende:
-
- Op het gebied van het begrotingsbeleid:
- a. ontwikkeling van een systeem voor begrotingsprognose en -planning op de middellange termijn;
- b. verbetering van programmagerichte benaderingen in het kader van het begrotingsproces en analyse van doelmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van begrotingsprogramma’s;
- c. verbetering van de uitwisseling van informatie en ervaringen inzake de planning en uitvoering van de begroting en inzake de overheidsschuld.
-
- Op het gebied van externe audit:
- –. tenuitvoerlegging van de normen en methoden van de Internationale Organisatie van Hoge Controle-instanties (INTOSAI) en uitwisseling van de beste praktijken van de EU inzake externe controle en audit van de overheidsfinanciën, met bijzondere aandacht voor de onafhankelijkheid van de betrokken instanties van de partijen;
-
- Op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën: verdere ontwikkeling van het stelsel voor interne controle van de overheidsfinanciën door harmonisatie met de internationaal overeengekomen normen (Institute of Internal Auditors (IIA), Internationale Federatie van Accountants (IFAC), INTOSAI) en methoden, alsmede de beste praktijken van de EU voor interne controle en audit bij overheidsinstellingen;
-
- Op het gebied van fraudebestrijding: verbetering van de methoden voor de bestrijding en voorkoming van fraude en corruptie op de gebieden die vallen onder hoofdstuk 3 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst, met inbegrip van samenwerking tussen relevante bestuursinstanties.
Artikel 348
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 3 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 4. BELASTINGEN
Artikel 349
De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren.
Artikel 350
Ten aanzien van artikel 349 van deze overeenkomst erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op EU-niveau onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van legitieme belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten.
Artikel 351
De partijen intensiveren en versterken tevens hun samenwerking tot verbetering en ontwikkeling van het Oekraïense belastingstelsel en de Oekraïense belastingdienst, met inbegrip van verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, waarbij zij specifieke aandacht schenken aan de procedures voor de terugbetaling van belasting over de toegevoegde waarde (btw), teneinde de opeenhoping van achterstallen te vermijden, doeltreffende belastinginning te verzekeren en de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking te versterken. De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude, in het bijzonder carrouselfraude.
Artikel 352
De partijen ontwikkelen hun samenwerking en harmoniseren hun beleid om fraude met en smokkel van accijnsproducten te voorkomen en te bestrijden. Deze samenwerking omvat onder meer de geleidelijke onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor tabaksproducten, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de beperkingen die de regionale context met zich meebrengt, onder meer door middel van een dialoog op regionaal niveau en in overeenstemming met het kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging van 2003. De partijen zullen hiertoe streven naar versterking van hun samenwerking in regionaal verband.
Artikel 353
De geleidelijke aanpassing aan de belastingstructuur zoals deze is neergelegd in het acquis van de EU zal plaatsvinden zoals uiteengezet in bijlage XXVIII bij deze overeenkomst.
Artikel 354
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 4 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 5. STATISTIEK
Artikel 355
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistische aangelegenheden, en dragen zo bij tot hun langetermijndoelstelling om tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. Hun verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in Oekraïne en in de EU en hen in staat stelt gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het acquis van de EU op statistisch gebied, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde het nationale statistische stelsel met de Europese normen te harmoniseren. Het acquis op statistisch gebied is opgenomen in het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst (bijlage XXIX) wordt beschouwd.
Artikel 356
De samenwerking is gericht op:
- a. verdere versterking van de capaciteit van het nationale statistische stelsel, met nadruk op een solide rechtsgrondslag, een geschikt beleid voor de verspreiding van gegevens en metagegevens, en gebruikersvriendelijkheid;
- b. geleidelijke aanpassing van het Oekraïense statistische stelsel aan het Europees statistisch systeem;
- c. verfijning van de gegevensverstrekking aan de EU, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methodes, waaronder statistische indelingen;
- d. verbetering van de professionele capaciteit en de beheerscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de EU te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het Oekraïense statistische stelsel;
- e. uitwisseling tussen de partijen van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis;
- f. bevordering van integrale kwaliteitszorg voor alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.
Artikel 357
De partijen werken samen in het kader van het Europees statistisch systeem, waarbinnen Eurostat de EU-autoriteit voor de statistiek is. Deze samenwerking wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:
- a. bevolkingsstatistieken, met inbegrip van volkstellingen;
- b. landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen en milieustatistieken;
- c. bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;
- d. energie, met inbegrip van energiebalansen;
- e. nationale rekeningen;
- f. statistieken van de buitenlandse handel;
- g. regionale statistieken;
- h. integrale kwaliteitszorg voor alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.
Artikel 358
De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma’s reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de verdere geleidelijke aanpassing aan het acquis van de EU op statistisch gebied, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het Oekraïense statistische stelsel, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees statistisch systeem. In het kader van het productieproces voor statistische gegevens wordt nadruk gelegd op de verdere ontwikkeling van steekproefenquêtes, rekening houdende met de noodzaak om de belasting voor de respondenten te verminderen. De gegevens moeten relevant zijn voor de opzet en de monitoring van het beleid op alle sleutelgebieden van het sociale en economische leven.
Artikel 359
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 5 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst. De binnen het Europees statistisch systeem ondernomen activiteiten dienen zo veel mogelijk open te staan voor deelname van Oekraïne overeenkomstig de gebruikelijke voorschriften voor de deelname van derde landen.
HOOFDSTUK 6. MILIEU
Artikel 360
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieuaangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en de groene economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in Oekraïne en in de EU, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieuefficiëntie, integratie van het milieu in andere beleidsgebieden en hogere productie door toepassing van moderne technologieën. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied.
Artikel 361
De samenwerking is gericht op behoud, bescherming, verbetering en herstel van de kwaliteit van het milieu, bescherming van de menselijke gezondheid, verstandig en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen en bevordering van maatregelen op internationaal niveau voor het aanpakken van regionale of mondiale milieuproblemen, onder andere op het gebied van:
- a. klimaatverandering;
- b. milieugovernance en horizontale vraagstukken, waaronder onderwijs en opleiding en toegang tot milieu-informatie en besluitvormingsprocessen;
- c. luchtkwaliteit;
- d. beheer van de waterkwaliteit en de watervoorraden, met inbegrip van het mariene milieu;
- e. afvalbeheer en beheer van hulpbronnen;
- f. natuurbescherming, met inbegrip van behoud en bescherming van biodiversiteit en landschapsdiversiteit (econetwerken);
- g. industriële verontreiniging en industriële risico’s;
- h. chemische stoffen;
- i. genetisch gemodificeerde organismen, ook in de landbouw;
- j. geluidshinder;
- k. civiele bescherming, alsmede natuurlijke en door de mens veroorzaakte gevaren;
- l. de stedelijke omgeving;
- m. milieuheffingen.
Artikel 362
De partijen zorgen voor onder meer het volgende:
- a. uitwisseling van informatie en deskundigheid;
- b. uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie over schone technologieën;
- c. opstelling van noodplannen voor rampen en andere noodsituaties;
- d. uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieuovereenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd en, in voorkomend geval, gezamenlijke activiteiten in het kader van de betrokken instanties.
De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken.
Artikel 363
De geleidelijke aanpassing van de Oekraïense wetgeving aan de milieuwetgeving en het milieubeleid van de EU geschiedt overeenkomstig bijlage XXX bij deze overeenkomst.
Artikel 364
Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Europese Unie en haar lidstaten vindt de samenwerking op het gebied van civiele bescherming plaats via de tenuitvoerlegging van specifieke tussen de partijen gesloten overeenkomsten, overeenkomstig de wettelijke procedures van elke partij. De samenwerking is onder meer gericht op:
- a. de vergemakkelijking van wederzijdse bijstand in noodsituaties;
- b. de uitwisseling op 24 uursbasis van vroegtijdige waarschuwingen en geactualiseerde informatie over grensoverschrijdende noodsituaties, alsmede verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;
- c. de beoordeling van het milieueffect van rampen;
- d. de uitnodiging van deskundigen voor specifieke technische workshops en symposia over civielebeschermingsvraagstukken;
- e. de uitnodiging, per geval, van waarnemers voor specifieke oefeningen en opleidingsactiviteiten die door de EU en/of Oekraïne worden georganiseerd;
- f. de versterking van reeds bestaande samenwerking inzake de doeltreffendste wijze om de beschikbare civielebeschermingscapaciteit in te zetten.
Artikel 365
De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:
- a. ontwikkeling van een algemene milieustrategie met geplande institutionele hervormingen (voorzien van een tijdschema) om de tenuitvoerlegging en handhaving van de milieuwetgeving te waarborgen; verdeling van de bevoegdheden voor het milieubeheer over de nationale, regionale en gemeentelijke overheden; procedures voor de besluitvorming en voor de uitvoering van besluiten; procedures voor het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen; vaststelling van de nodige menselijke en financiële middelen en een evaluatiemechanisme;
- b. ontwikkeling van sectorale strategieën inzake luchtkwaliteit, beheer van de waterkwaliteit en de watervoorraden, met inbegrip van het mariene milieu, afvalbeheer en beheer van hulpbronnen, natuurbescherming, industriële verontreiniging en industriële risico’s; met vaststelling van duidelijke tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsstrategieën voor investeringen in infrastructuur en technologie;
- c. ontwikkeling en uitvoering van beleid inzake klimaatverandering, zoals met name omschreven in bijlage XXXI bij deze overeenkomst.
Artikel 366
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 6 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 7. VERVOER
Artikel 367
De partijen:
- a. vergroten en versterken hun samenwerking op vervoersgebied, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;
- b. bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen;
- c. streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.
Artikel 368
De samenwerking tussen de partijen beoogt de herstructurering en modernisering van de Oekraïense vervoerssector te vergemakkelijken en is gericht op geleidelijke invoering van beleid en bedrijfsnormen die vergelijkbaar zijn met die van de EU, in het bijzonder door uitvoering van de maatregelen van bijlage XXXI bij deze overeenkomst, onverminderd tussen de partijen gesloten of te sluiten specifieke vervoersovereenkomsten. De uitvoering van de genoemde maatregelen mag niet in strijd zijn met de rechten en verplichtingen die voor de partijen voortvloeien uit internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn, of hun deelname aan internationale organisaties belemmeren.
Met de samenwerking wordt tevens gestreefd naar verbetering van het verkeer van personen en goederen en de doorstroming van het vervoer tussen Oekraïne, de EU en derde landen in de regio door administratieve en technische al dan niet grensoverschrijdende belemmeringen weg te nemen, de vervoersnetwerken te verbeteren en de infrastructuur te moderniseren, met name van de belangrijkste verkeersassen tussen de partijen. De samenwerking omvat maatregelen ter vergemakkelijking van grensoverschrijdend verkeer.
De samenwerking omvat informatie-uitwisseling en gezamenlijke activiteiten:
op regionaal niveau, in het bijzonder met inachtneming en met integratie van de vooruitgang die bereikt is in het kader van diverse regionale regelingen voor vervoerssamenwerking, zoals het Vervoerspanel voor het oostelijk partnerschap, de Transportcorridor Europa-Kaukasus-Azië (Traceca), het proces van Bakoe en andere vervoersinitiatieven;
op internationaal niveau, onder meer ten aanzien van internationale vervoersorganisaties en internationale overeenkomsten en verdragen die door de partijen zijn geratificeerd in het kader van de verschillende vervoersinstanties van de EU.
Artikel 369
De samenwerking richt zich onder meer op de volgende gebieden:
- a. ontwikkeling van een duurzaam vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, met name om de efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van de vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van vervoersoverwegingen in andere beleidsgebieden te bevorderen;
- b. ontwikkeling van sectorale strategieën in verband met het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, door de lucht en over zee en het intermodale vervoer (onder meer de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen); dit omvat tevens tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;
- c. ontwikkeling van het multimodale vervoersnetwerk dat verbonden is met het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) en verbetering van het infrastructuurbeleid met het oog op een betere identificatie en evaluatie van infrastructuurprojecten voor de verschillende vervoerswijzen; uitwerking van financieringsstrategieën gericht op onderhoud, capaciteitsknelpunten en ontbrekende infrastructuurverbindingen, en aansporing en bevordering van de deelname van de particuliere sector aan vervoersprojecten, zoals bedoeld in bijlage XXXII bij deze overeenkomst;
- d. toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;
- e. wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van technologieën zoals intelligente vervoerssystemen;
- f. bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtesystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer.
Artikel 370
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 7 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 8. RUIMTEVAART
Artikel 371
De partijen bevorderen wederzijds voordelige samenwerking inzake civiel ruimteonderzoek en civiele ruimtetoepassingen, met name op de volgende gebieden:
- a. wereldwijde satellietnavigatiesystemen;
- b. aardobservatie en wereldwijde monitoring;
- c. ruimtewetenschap en verkenning van de ruimte;
- d. toegepaste ruimtetechnologieën, waaronder lanceer- en voortstuwingstechnologieën.
De partijen bevorderen de uitwisseling van ervaringen inzake beleid, bestuur en juridische aspecten op het gebied van de ruimte en industriële herstructurering en de commercialisering van ruimtetechnologieën.
Artikel 372
De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie over elkaars beleid en programma’s en de desbetreffende mogelijkheden voor samenwerking en gezamenlijke projecten, onder meer wat betreft de deelname van Oekraïense organisaties aan relevante ruimte- en vervoersonderwerpen van het Kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor onderzoek en technologische ontwikkeling.
De partijen moedigen de uitwisseling van wetenschappers en de totstandkoming van relevante netwerken aan en verlenen daarvoor steun.
De samenwerking kan ook de uitwisseling van ervaringen inzake het beheer van ruimteonderzoek en wetenschappelijke instellingen omvatten, alsmede de ontwikkeling van een omgeving die bevorderlijk is voor onderzoek en de toepassing van nieuwe technologieën en de passende bescherming van de desbetreffende intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.
Artikel 373
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 8 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst, waar passend met inbegrip van coördinatie en samenwerking met de Europese Ruimtevaartorganisatie over dit onderwerp en andere relevante onderwerpen.
HOOFDSTUK 9. WETENSCHAP EN TECHNOLOGIE
Artikel 374
De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van de wetenschap zelf en hun mogelijkheden te vergroten om op wetenschapsgebied bij te dragen tot de oplossing van nationale en mondiale problemen. De partijen streven ernaar bij te dragen tot de vooruitgang bij de verwerving van wetenschappelijke en technologische kennis die voor duurzame ontwikkeling relevant is, door hun onderzoekscapaciteit en hun menselijk potentieel te versterken. Door wetenschappelijke kennis te delen en te bundelen, wordt bijgedragen tot het concurrentievermogen van de partijen ten gevolge van de vergrote capaciteit van hun economieën om kennis te genereren en toe te passen voor de commercialisering van nieuwe producten en diensten. Voorts zullen de partijen hun potentieel op wetenschapsgebied ontwikkelen teneinde te voldoen aan hun mondiale verantwoordelijkheden en verbintenissen op gebieden als gezondheidsvraagstukken, milieubescherming en klimaatverandering en andere mondiale uitdagingen.
Artikel 375
Bij de samenwerking wordt rekening gehouden met het huidige formele samenwerkingskader dat is ingesteld bij de Overeenkomst voor samenwerking op wetenschappelijk en technologisch gebied tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne, en met het streven van Oekraïne naar geleidelijke aanpassing aan het beleid en de wetgeving van de EU op wetenschappelijk en technologisch gebied.
De samenwerking beoogt vergemakkelijking van de participatie van Oekraïne in de Europese Onderzoeksruimte.
De samenwerking helpt Oekraïne bij de hervorming en reorganisatie van zijn stelsel voor wetenschapsbeheer en zijn onderzoeksinstellingen (met inbegrip van de ontwikkeling van de capaciteit voor onderzoek en technologische ontwikkeling), als basis voor de ontwikkeling van een concurrerende economie en kennismaatschappij.
Artikel 376
De samenwerking geschiedt in het bijzonder door middel van:
- a. uitwisseling van informatie over elkaars beleid voor wetenschap en technologie;
- b. deelname aan het Kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek en technologische ontwikkeling;
- c. gezamenlijke uitvoering van wetenschappelijke programma’s en onderzoeksactiviteiten;
- d. gezamenlijke activiteiten voor onderzoek en ontwikkeling om de wetenschappelijke vooruitgang en de overdracht van technologie en knowhow te stimuleren;
- e. opleiding door mobiliteitsprogramma’s voor onderzoekers en specialisten;
- f. organisatie van gezamenlijke evenementen/maatregelen voor wetenschappelijke en technologische ontwikkeling;
- g. uitvoeringsmaatregelen gericht op de totstandbrenging van een omgeving die bevorderlijk is voor onderzoek, de toepassing van nieuwe technologieën en de passende bescherming van de intellectuele eigendom die uit het onderzoek resulteert;
- h. intensivering van de samenwerking op regionaal en internationaal niveau, met name in de context van de Zwarte Zee en binnen multilaterale organisaties zoals de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Unesco), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Groep van Acht (G8), alsook in de context van multilaterale overeenkomsten zoals het Raamverdrag inzake klimaatverandering van de VN van 1992;
- i. uitwisseling van expertise over het beheer van onderzoeks- en wetenschapsinstellingen om de mogelijkheden ervan voor het verrichten van en deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek te ontwikkelen en te verbeteren.
Artikel 377
Er vindt een regelmatige dialoog plaats over de vraagstukken die vallen onder hoofdstuk 9 van titel V (Economische en sectorale samenwerking) van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK 10. INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID
Artikel 378
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)