Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-09-01
State In force
Source BWB
artikelen 542
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • c. audiovisuele diensten;
  • d. nationale maritieme cabotage17)Behoudens de activiteiten die onder de betreffende nationale wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale cabotage in de zin van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, en een andere haven of locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie.;
  • e. interne en internationale luchtvervoerdiensten18)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer wordt geregeld door de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds en Oekraïne anderzijds betreffende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen;
  • iv. grondafhandelingsdiensten;
  • v. exploitatie van luchthavens.
Artikel 88. Nationale behandeling en behandeling als meest begunstigde natie
1.

Behoudens de in bijlage XVI-D bij deze overeenkomst vermelde voorbehouden zal Oekraïne bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst:

  • i. voor de vestiging van dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen uit de EU-partij geen behandeling toekennen die minder gunstig is dan die welke aan de interne rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren of aan die uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is;
  • ii. voor het exploiteren van eenmaal gevestigde dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen uit de EU-partij in Oekraïne geen behandeling toekennen die minder gunstig is dan die welke aan de interne rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren of aan die uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is19)Deze verplichting geldt niet voor niet onder dit hoofdstuk vallende bepalingen inzake de bescherming van investeringen, bepalingen inzake procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en de staat daaronder begrepen, uit andere overeenkomsten..
2.

Behoudens de in bijlage XVI-A bij deze overeenkomst vermelde voorbehouden zal de EU-partij bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst:

  • i. voor de vestiging van dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen uit Oekraïne geen behandeling toekennen die minder gunstig is dan die welke aan de interne rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren of aan die uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is;
  • ii. voor het exploiteren van eenmaal gevestigde dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen uit Oekraïne in de EU-partij geen behandeling toekennen die minder gunstig is dan die welke aan de interne rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren of aan die uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is20)Deze verplichting geldt niet voor niet voor niet onder dit hoofdstuk vallende bepalingen inzake de bescherming van investeringen, bepalingen inzake procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat daaronder begrepen, uit andere overeenkomsten..
3.

Behoudens de in de lijsten in de bijlagen XVI-A en XVI-D bij deze overeenkomst opgenomen voorbehouden stellen de partijen geen nieuwe regelgeving of maatregelen vast die met betrekking tot de vestiging van rechtspersonen uit de EU-partij of Oekraïne op hun grondgebied dan wel de handelingen van die rechtspersonen na vestiging, discrimineren ten opzichte van wat voor de eigen rechtspersonen geldt.

Artikel 89. Herziening
1.

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de voorwaarden voor vestiging evalueren de partijen regelmatig het juridische kader voor vestiging21)Dit omvat tevens dit hoofdstuk en de bijlagen XVI-A en XVI-D. en het vestigingsklimaat, in overeenstemming met hun uit internationale overeenkomsten voortvloeiende verbintenissen.

2.

In het kader van de in lid 1 van dit artikel bedoelde evaluatie onderzoeken de partijen welke belemmeringen voor vestiging zich hebben voorgedaan en treden zij in onderhandeling om dergelijke belemmeringen aan te pakken, met het oogmerk de bepalingen van dit hoofdstuk uit te diepen en nader te voorzien in bepalingen voor investeringsbescherming alsmede procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en de staat.

Artikel 90. Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt zodanig uitgelegd dat de rechten van investeerders uit de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en Oekraïne partij zijn, worden beperkt.

Artikel 91. Norm voor de behandeling van filialen en vertegenwoordigingskantoren
1.

Het bepaalde in artikel 88 van deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de toepassing door een partij van bijzondere regels met betrekking tot de vestiging en exploitatie op haar grondgebied van filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen uit de andere partij die op het grondgebied van eerstgenoemde partij niet als rechtspersoon zijn erkend, wanneer deze bijzondere regels op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en vertegenwoordigingskantoren en wel op het grondgebied van de eerste partij als rechtspersoon erkende filialen en vertegenwoordigingskantoren of, voor wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen gerechtvaardigd zijn.

2.

Het verschil in behandeling mag niet verder gaan dan hetgeen vanwege die juridische of technische verschillen of, voor wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen strikt noodzakelijk is.

AFDELING 3. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel 92. Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening, met uitzondering van:

  • a. audiovisuele diensten22)De uitsluiting van audiovisuele diensten uit het toepassingsgebied van dit hoofdstuk laat de samenwerking op het gebied van audiovisuele diensten in het kader van titel V inzake economische en sectorale samenwerking van deze overeenkomst onverlet.;
  • b. nationale cabotage in het zeevervoer23)Behoudens de activiteiten die onder de betreffende nationale wetgeving als cabotage kunnen worden beschouwd, heeft nationale cabotage in het zeevervoer in de zin van dit hoofdstuk betrekking op het vervoer van passagiers of goederen tussen een haven of een locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, en een andere haven of locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie, met inbegrip van het continentale plat ervan, zoals voorzien in het VN-Verdrag inzake het recht van de zee, en op verkeer dat begint en eindigt in dezelfde haven of op dezelfde locatie in Oekraïne of een lidstaat van de Europese Unie., en
  • c. interne en internationale luchtvervoerdiensten24)De voorwaarden voor wederzijdse toegang tot de markt op het gebied van luchtvervoer wordt geregeld door de overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten enerzijds en Oekraïne anderzijds betreffende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte., ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
  • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
  • iii. diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen;
  • iv. grondafhandelingsdiensten;
  • v. exploitatie van luchthavens.
Artikel 93. Markttoegang
1.

Ten aanzien van de markttoegang voor grensoverschrijdende dienstverlening behandelt elk van beide partijen diensten en dienstverleners uit de andere partij niet minder gunstig dan is voorzien in de specifieke verbintenissen die zijn neergelegd in de bijlagen XVI-B en XVI-E bij deze overeenkomst.

2.

Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in de bijlagen XVI-B en XVI-E bij deze overeenkomst, omschreven als:

  • a. beperkingen van het aantal dienstverleners door middel van numerieke quota, monopolies, exclusiviteitsbepalingen of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten door middel van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
  • c. beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de dienstenoutput, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of door middel van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.
Artikel 94. Nationale behandeling
1.

Elk van beide partijen behandelt in de sectoren waarvoor verbintenissen inzake de markttoegang in de bijlagen XVI-B en XVI-E bij deze overeenkomst zijn opgenomen, met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, diensten en dienstverleners uit de andere partij in het kader van alle maatregelen die op de grensoverschrijdende dienstverlening van invloed zijn, niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners.

2.

Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 van dit artikel voldoen door aan diensten en dienstverleners uit de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is aan of naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen diensten en dienstverleners toekent.

3.

Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners uit de betrokken partij, in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners uit de andere partij.

4.

De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.

Artikel 95. Lijsten van verbintenissen
1.

De door elk van beide partijen ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, ten aanzien van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners uit de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in de bijlagen XVI-B en XVI-E bij deze overeenkomst vermeld.

2.

Onverminderd de bestaande of toekomstige rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van het Verdrag van de Raad van Europa inzake grensoverschrijdende televisie van 1989 en het Europees Verdrag inzake cinematografische coproductie van 1992, omvatten de lijsten van verbintenissen in de bijlagen XVI-B en XVI-E bij deze overeenkomst geen verbintenissen inzake audiovisuele diensten.

Artikel 96. Herziening

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen zal het Handelscomité regelmatig de in artikel 95 van deze overeenkomst bedoelde lijsten van verbintenissen herzien. Bij deze herziening zal rekening worden gehouden met de mate van vooruitgang wat de omzetting, de implementatie en de handhaving van het in bijlage XVII bij deze overeenkomst bedoelde EU-acquis betreft en de impact daarvan op de afschaffing van resterende belemmeringen voor de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen.

AFDELING 4. TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKELIJKE DOELEINDEN

Artikel 97. Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op de maatregelen van de partijen betreffende de toelating en het tijdelijke verblijf25)Alle andere verplichtingen in de wet- en regelgeving van de partijen aangaande binnenkomst, verblijf, arbeid en sociale zekerheid blijven van toepassing, regelingen betreffende verblijfsperiode, minimumloon en collectieve loonovereenkomsten daaronder begrepen. Verbintenissen inzake personenverkeer zijn niet van toepassing in gevallen waarin het de bedoeling of het gevolg van dergelijk verkeer is in te grijpen in arbeids- of managementgeschillen of -onderhandelingen, dan wel het resultaat van dergelijke geschillen of onderhandelingen op andere wijze te beïnvloeden. op hun grondgebied van categorieën natuurlijke personen die diensten verlenen als omschreven in artikel 86, leden 17 tot en met 21, van deze overeenkomst.

Artikel 98. Stafpersoneel
1.

Een rechtspersoon uit de EU-partij of uit Oekraïne mag, in overeenstemming met de in het gastland van vestiging geldende wetgeving, werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Oekraïne, in dienst hebben respectievelijk in dienst laten zijn van een van haar dochterondernemingen, filialen of vertegenwoordigingskantoren op het grondgebied van Oekraïne respectievelijk de EU-partij, mits die werknemers stafpersoneel in de zin van artikel 86 van deze overeenkomst zijn en uitsluitend in dienst zijn van rechtspersonen, dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren. De verblijfs- en werkvergunningen van dergelijke werknemers bestrijken slechts het tijdvak van een dergelijke tewerkstelling. De binnenkomst en het tijdelijke verblijf van die werknemers worden toegestaan voor een periode van ten hoogste drie jaar.

2.

De binnenkomst en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen uit Oekraïne respectievelijk de EU-partij op het grondgebied van de EU-partij respectievelijk Oekraïne wordt toegestaan wanneer deze natuurlijke personen vertegenwoordiger van rechtspersonen en zakelijke bezoekers in de zin van artikel 86, lid 17, onder a), van deze overeenkomst zijn. Onverminderd lid 1 van dit artikel bestrijken de toelating en het tijdelijke verblijf van zakelijke bezoekers een periode van maximaal 90 dagen per 12 maanden.

Artikel 99. Afgestudeerde stagiairs

Een rechtspersoon uit de EU-partij of uit Oekraïne mag in overeenstemming met de in het gastland van vestiging geldende wetgeving afgestudeerde stagiairs die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Oekraïne, in dienst hebben respectievelijk in dienst laten zijn van een van haar dochterondernemingen, filialen of vertegenwoordigingskantoren op het grondgebied van Oekraïne respectievelijk de EU-partij, mits die stagiairs uitsluitend in dienst zijn van rechtspersonen, dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren. De tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf van afgestudeerde stagiairs bestrijken een periode van maximaal een jaar.

Artikel 100. Verkopers van zakelijke diensten

Elk van beide partijen maakt de tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten mogelijk voor een periode van maximaal 90 dagen per 12 maanden.

Artikel 101. Dienstverleners op contractbasis
1.

De partijen herbevestigen hun respectieve verplichtingen ingevolge de door hen in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten van 1994 (hierna de „GATS” genoemd) aangegane verbintenissen ten aanzien van de toelating en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis.

2.

Voor elke hieronder vermelde sector staat elk van beide partijen toe dat op hun respectieve grondgebied dienstverleners op contractbasis uit de andere partij diensten verlenen, met inachtneming van de voorwaarden van lid 3 van dit artikel en de bijlagen XVI-C en XVI-F bij deze overeenkomst inzake voorbehouden ten aanzien van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep:

  • a. rechtskundige diensten;
  • b. accountants, boekhouders;
  • c. diensten van belastingconsulenten;
  • d. diensten van architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten;
  • e. ingenieurs, geïntegreerde diensten van ingenieurs;
  • f. diensten in verband met computers;
  • g. speur- en ontwikkelingswerk;
  • h. reclame;
  • i. advies op het gebied van bedrijfsbeheer;
  • j. diensten in verband met advies op het gebied van bedrijfsbeheer;
  • k. technische testen en toetsen;
  • l. aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen;
  • m. onderhoud en reparatie van apparatuur in het kader van servicecontracten na verkoop of lease;
  • n. vertalers;
  • o. inspectie van bouwterreinen;
  • p. milieudiensten;
  • q. reisbureaus en reisorganisatoren;
  • r. amusement.
3.

Op de door de partijen aangegane verbintenissen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als werknemer van een rechtspersoon die een dienstencontract heeft gesloten voor een periode van maximaal 12 maanden;
  • b. de natuurlijke personen die de andere partij binnenkomen, moeten die diensten aanbieden in de hoedanigheid van werknemer van de rechtspersoon die de diensten ten minste gedurende het jaar dat onmiddellijk aan de datum van indiening van de aanvraag voor toelating tot de andere partij voorafging, heeft verleend . Voorts moeten de natuurlijke personen op de datum van indiening van een aanvraag voor toelating tot de andere partij beschikken over ten minste drie jaar beroepservaring26)Verkregen na het bereiken van de meerderjarigheid. in de activiteitensector waarop het contract betrekking heeft;
  • c. de natuurlijke personen die de andere partij binnenkomen moeten in het bezit zijn van:
  • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt27)Wanneer de graad of kwalificatie niet is verkregen in de partij waarin de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad., en
  • ii. beroepskwalificaties voor zover dit voor de uitoefening van een activiteit vereist is op grond van de wet- en regelgeving of andere wettelijke vereisten van de partij waar de dienst wordt verleend;
  • d. de natuurlijke persoon ontvangt op het grondgebied van de andere partij voor de dienstverlening geen andere beloning dan die welke wordt betaald door de rechtspersoon waarbij de natuurlijke persoon in dienst is;
  • e. de toelating en het tijdelijke verblijf in de betrokken partij vindt plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal 6 maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, 25 weken, gedurende een periode van 12 maanden dan wel voor de duur van het contract indien dit een kortere looptijd heeft;
  • f. toelating waarvoor ingevolge dit artikel toestemming wordt verleend, heeft enkel betrekking op de dienstenactiviteit waarop het contract betrekking heeft, en verleent niet het recht tot het voeren van de beroepstitel van de partij waarin de dienst wordt verleend;
  • g. het aantal personen dat onder het dienstencontract valt, mag niet hoger zijn dan voor de uitvoering van het contract noodzakelijk is, zoals vereist kan zijn op grond van de wet- en regelgeving of andere wettelijke vereisten van de partij waarin de dienst wordt verleend;
  • h. andere discriminerende beperkingen, waaronder die met betrekking tot het aantal natuurlijke personen in de vorm van een onderzoek naar de economische behoefte, als vermeld in de bijlagen XVI-C en XVI-F bij deze overeenkomst inzake voorbehouden ten aanzien van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep.
Artikel 102. Beoefenaars van een vrij beroep
1.

De partijen herbevestigen hun respectieve verplichtingen ingevolge de door hen in het kader van de GATS aangegane verbintenissen ten aanzien van de toelating en het tijdelijke verblijf van beoefenaars van een vrij beroep.

2.

Voor elke hieronder vermelde sector staan de partijen toe dat op hun respectieve grondgebied beoefenaars van een vrij beroep uit de andere partij diensten verlenen, met inachtneming van de voorwaarden van lid 3 van dit artikel en de bijlagen XVI-C en XVI-F bij deze overeenkomst inzake voorbehouden ten aanzien van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep:

  • a. rechtskundige diensten;
  • b. architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten;
  • c. ingenieurs en geïntegreerde diensten van ingenieurs;
  • d. diensten in verband met computers;
  • e. advies op het gebied van bedrijfsbeheer en diensten in verband met advies op het gebied van bedrijfsbeheer;
  • f. vertalers.
3.

Op de door de partijen aangegane verbintenissen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige en een dienstencontract hebben gesloten voor een periode van maximaal 12 maanden;
  • b. de natuurlijke personen die de andere partij binnenkomen, moeten op de datum van indiening van een aanvraag voor binnenkomst in de andere partij beschikken over ten minste zes jaar beroepservaring in de activiteitensector waarop het contract betrekking heeft;
  • c. de natuurlijke personen die de andere partij binnenkomen moeten in het bezit zijn van:
  • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis op een gelijkwaardig niveau blijkt28)Wanneer de graad of kwalificatie niet is verkregen in de partij waarin de dienst wordt verleend, kan die partij beoordelen of deze gelijkwaardig is aan een op haar grondgebied vereiste universitaire graad., en
  • ii. beroepskwalificaties die nodig zijn voor de uitoefening van een activiteit op grond van de wet- en regelgeving of andere wettelijke vereisten van de partij waar de dienst wordt verleend;
  • d. de toelating en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen in de betrokken partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal 6 maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, 25 weken, gedurende een periode van 12 maanden dan wel voor de duur van het contract indien dit een kortere looptijd heeft;
  • e. toelating in het kader van dit artikel heeft enkel betrekking op de activiteiten in verband met de diensten waarop het contract betrekking heeft; zij verleent niet een recht tot gebruik van de beroepskwalificatie van de partij waar de dienst wordt verleend;
  • f. andere discriminerende beperkingen, waaronder die met betrekking tot het aantal natuurlijke personen in de vorm van een onderzoek naar de economische behoefte, als vermeld in de bijlagen XVI-C en XVI-F bij deze overeenkomst inzake voorbehouden ten aanzien van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep.

AFDELING 5. REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING 1. INTERNE REGELGEVING

Artikel 103. Werkingssfeer en definities
1.

De volgende voorschriften gelden voor maatregelen van de partijen inzake vergunningverlening die van invloed zijn op:

  • a. de grensoverschrijdende dienstverlening;
  • b. de vestiging op hun grondgebied van natuurlijke of rechtspersonen als omschreven in artikel 86 van deze overeenkomst, of
2.

Wat grensoverschrijdende dienstverlening aangaat, zijn deze voorschriften enkel van toepassing op sectoren waarvoor de partij specifieke verbintenissen is aangegaan, en voor zover deze specifieke verbintenissen van toepassing zijn. Wat vestiging aangaat, zijn deze voorschriften niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen XVI-A en XVI-D bij deze overeenkomst. Wat het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen aangaat, zijn deze voorschriften niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen XVI-C en XVI-F bij deze overeenkomst.

3.

Deze voorschriften zijn niet van toepassing op maatregelen voor zover zij beperkingen vormen waarvoor lijsten worden opgesteld in het kader van de artikelen 88, 93 en 94 van deze overeenkomst.

4.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. „vergunningverlening”: het proces waarin een dienstverlener of een investeerder daadwerkelijk stappen moet ondernemen, vestiging daaronder begrepen, om van een bevoegde autoriteit een besluit te krijgen waarbij toestemming wordt gegeven voor het verlenen van een dienst, of voor een andere economische activiteit dan dienstverlening, met inbegrip van een besluit tot wijziging of verlenging van de desbetreffende toestemming;
  • b. „bevoegde autoriteit”: centrale, regionale of lokale overheid en autoriteit of niet-gouvernementele instantie die bevoegdheden uitoefent welke aan haar door een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit zijn gedelegeerd en die een besluit inzake vergunningverlening neemt;
  • c. „vergunningsprocedures”: de procedures die in het kader van vergunningverlening moeten worden gevolgd.
Artikel 104. Voorwaarden voor vergunningverlening
1.

Vergunningverlening geschiedt op grond van criteria die uitsluiten dat de bevoegde autoriteiten hun bevoegdheid ter zake op arbitraire wijze kunnen uitoefenen.

2.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde criteria zijn:

  • a. evenredig met een legitieme doel stelling van het overheidsbeleid;
  • b. duidelijk en ondubbelzinnig;
  • c. objectief;
  • d. vooraf opgesteld;
  • e. vooraf openbaar gemaakt;
  • f. transparant en toegankelijk.
3.

Een vergunning wordt verleend zodra bij een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning is voldaan.

4.

Artikel 286 van deze overeenkomst is op de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing.

5.

Indien het aantal voor een bepaalde activiteit beschikbare vergunningen beperkt is vanwege de schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de gebrekkige technische capaciteit, zorgen de partijen ten aanzien van potentiële kandidaten voor een onpartijdige en transparante selectieprocedure, met inbegrip van in het bijzonder een passende bekendmaking wat de aanvang, het verloop en de afronding van de procedure betreft.

6.

Onverminderd dit artikel kunnen de partijen bij het opstellen van de voorschriften voor de selectieprocedure rekening houden met legitieme doelstellingen van overheidsbeleid, met inbegrip van overwegingen inzake gezondheid, veiligheid, milieubescherming en de instandhouding van cultureel erfgoed.

Artikel 105. Vergunningsprocedures
1.

Vergunningsprocedures en -formaliteiten zijn duidelijk, worden vooraf bekendgemaakt en waarborgen voor aanvragers dat hun aanvraag op objectieve en onpartijdige wijze wordt behandeld.

2.

Vergunningsprocedures en -formaliteiten zijn zo eenvoudig mogelijk en compliceren of vertragen het verlenen van de dienst niet onnodig. Vergoedingen29)Vergoedingen voor het verlenen van vergunningen omvatten niet vergoedingen voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, betalingen in verband met veiling, aanbesteding of andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, noch verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst. in verband met vergunningen die de aanvragers eventueel in het kader van hun aanvraag moeten betalen, zijn redelijk en evenredig met de kosten van de desbetreffende vergunningsprocedures.

3.

Vergunningsprocedures en -formaliteiten waarborgen voor vergunningaanvragers dat hun aanvraag wordt behandeld binnen een redelijke termijn, die vooraf bekend wordt gemaakt. Deze termijn vangt pas aan wanneer de bevoegde autoriteiten alle documentatie hebben ontvangen. De termijn kan door de bevoegde autoriteiten met een redelijke periode worden verlengd, indien de ingewikkeldheid van de aangelegenheid zulks rechtvaardigt. De verlenging en de duur ervan worden naar behoren gemotiveerd en vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn aan de aanvrager meegedeeld.

4.

Wanneer de aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager er zo spoedig mogelijk van in kennis gesteld dat aanvullende documentatie moet worden ingediend. In dit geval wordt de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn door de bevoegde autoriteiten opgeschort totdat zij alle documentatie hebben ontvangen.

5.

Indien een vergunning wordt geweigerd, moet de aanvrager hiervan onverwijld in kennis worden gesteld. De aanvrager moet desgevraagd worden geïnformeerd over de redenen voor de afwijzing van de aanvraag en over de termijnen voor het aantekenen van bezwaar en het instellen van beroep tegen het besluit.

ONDERAFDELING 2. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 106. Wederzijdse erkenning
1.

Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.

2.

De partijen moedigen de desbetreffende beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan aanbevelingen over wederzijdse erkenning aan het Handelscomité voor te leggen, opdat investeerders en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elk van beide partijen toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan investeerders en dienstverleners en voor de werkzaamheden en de certificering van dezen, in het bijzonder beoefenaren van vrije beroepen.

3.

Wanneer het Handelscomité een aanbeveling als bedoeld in lid 2 van dit artikel ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is.

4.

Wanneer overeenkomstig de procedure van lid 3 van dit artikel wordt vastgesteld dat een aanbeveling als bedoeld in lid 2 van dit artikel in overeenstemming met deze overeenkomst is en er een voldoende mate van analogie tussen de desbetreffende regelingen van de partijen bestaat, onderhandelen zij via hun bevoegde autoriteiten over een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen, teneinde deze aanbeveling ten uitvoer te leggen.

5.

Dergelijke overeenkomsten dienen in overeenstemming te zijn met de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst en in het bijzonder met artikel VII van de GATS.

Artikel 107. Transparantie en bekendmaking van vertrouwelijke informatie
1.

Elk van beide partijen beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over algemeen toegepaste maatregelen of internationale overeenkomsten die op deze overeenkomst betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. De partijen richten ook een of meer informatiepunten in om op verzoek specifieke informatie aan investeerders en dienstverleners van de andere partij te verstrekken over alle aangelegenheden van dien aard. De partijen stellen elkaar binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van hun informatiepunten. Het is niet nodig dat de informatiepunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.

2.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen.

ONDERAFDELING 3. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel 108. Afspraak over computerdiensten
1.

Voor zover de handel in computerdiensten overeenkomstig de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk is geliberaliseerd, en rekening houdend met het feit dat deze diensten vaak andere diensten, elektronisch of anderszins, mogelijk maken, maken de partijen een onderscheid tussen ondersteunende diensten en inhouds- of hoofddiensten die elektronisch worden geleverd, waardoor de inhouds- of hoofddienst niet als „dienst in verband met computers” als omschreven in lid 2 van dit artikel wordt gekwalificeerd.

2.

Onder „diensten in verband met computers” wordt verstaan diensten die zijn omschreven in de VN-code CPC 84, met inbegrip van zowel basisdiensten als basisfuncties, of combinaties van basisdiensten, ongeacht of zij worden verleend via een netwerk, internet daaronder begrepen.

Onder basisdiensten vallen alle diensten waarbij sprake is van:

  • a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen; of
  • b. computerprogramma's omschreven als de serie instructies waardoor computers zelfstandig kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren, plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's; of
  • c. de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken; of
  • d. onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers; of
  • e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.

ONDERAFDELING 4. POST- EN KOERIERSDIENSTEN

Artikel 109. Werkingssfeer en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle post- en koeriersdiensten die in overeenstemming met de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „vergunning”: een vergunning die door een regelgevende autoriteit aan een individuele leverancier moet worden verleend alvorens deze een bepaalde dienst mag verlenen;
  • b. „universele dienst”: het op permanente basis verlenen van een postdienst met een specifieke hoedanigheid, in het hele grondgebied van een partij en tegen voor alle gebruikers redelijke prijzen.
Artikel 110. Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken in de post- en koeriersector

Er worden passende maatregelen gehandhaafd of genomen om te voorkomen dat leveranciers die, alleen of samen met anderen, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de relevante markt voor post- en koeriersdiensten door het gebruik van hun eigen marktpositie in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, overgaan tot concurrentiebeperkende praktijken of deze voortzetten.

Artikel 111. Universele dienst

Elk van beide partijen heeft het recht de aard van de universeledienstverplichtingen vast te stellen die zij in stand wenst te houden. Dergelijke verplichtingen worden op zich niet als concurrentieverstorend gezien, mits zij worden geregeld op een transparante, niet-discriminerende en vanuit concurrentieoogpunt neutrale wijze en zij niet meer lasten met zich brengen dan voor de door de partij vastgestelde universele dienst noodzakelijk is.

Artikel 112. Vergunningen
1.

Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst kan een vergunning enkel worden vereist voor diensten die binnen het bereik van de universele dienst vallen.

2.

Indien een vergunning vereist is, worden de volgende zaken algemeen bekendgemaakt:

  • a. alle vergunningscriteria en de periode die normaalgesproken nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, en
  • b. de voorwaarden voor de betrokken vergunningen.
3.

De redenen voor weigering van een vergunning worden de aanvrager desgevraagd meegedeeld en elk van beide partijen legt een procedure vast voor het instellen van beroep bij een onafhankelijke instantie. Een dergelijke procedure zal transparant en niet-discriminerend zijn, waarbij objectieve criteria worden gehanteerd.

Artikel 113. Onafhankelijkheid van de regelgevende instantie

De regelgevende instantie is juridisch onafhankelijk van en niet aansprakelijk jegens verleners van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instantie neemt en de procedures die zij volgt, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

Artikel 114. Aanpassing van regelgeving
1.

De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Oekraïne aan die van de Europese Unie. Oekraïne draagt er zorg voor dat zijn bestaande wetten en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming met het EU-acquis worden gebracht.

2.

Deze aanpassing vangt aan op de datum waarop deze overeenkomst wordt ondertekend, en wordt geleidelijk tot alle in bijlage XVII bij deze overeenkomst bedoelde onderdelen van het EU-acquis uitgebreid.

ONDERAFDELING 5. ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE

Artikel 115. Werkingssfeer en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle elektronische communicatiediensten die ingevolge de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd, met uitzondering van omroep.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk:

  • a. „elektronische-communicatiediensten”: alle diensten bestaande in de transmissie en in de ontvangst van elektronmagnetische signalen die gewoonlijk tegen vergoeding worden verleend, met uitzondering van omroep, maar niet de economische activiteit bestaande in de levering van inhoud die voor het transport afhankelijk is van telecommunicatie. Omroep is de ononderbroken transmissieketen die vereist is voor de distributie van televisie- en radioprogrammasignalen aan het algemene publiek, maar het begrip omvat niet de toeleveringskoppelingen tussen exploitanten;
  • b. „openbaar communicatienetwerk”: elektronisch communicatienetwerk dat volledig of voornamelijk voor het verlenen van openbare elektronische communicatiediensten wordt gebruikt;
  • c. „elektronisch communicatienetwerk”: de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, en elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt, netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, ongeacht de aard van de overgebrachte informatie;
  • d. „regelgevende autoriteit” in de elektronische communicatiesector: de instantie of instanties die belast is/zijn met de regelgeving inzake de in dit hoofdstuk bedoelde elektronische communicatie;
  • e. „aanzienlijke marktmacht”: een dienstverlener wordt geacht een aanzienlijke marktmacht te hebben wanneer hij, alleen of samen met anderen, een met een machtspositie overeenkomende positie heeft, dit wil zeggen een economische kracht bezit die hem in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van zijn concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;
  • f. „interconnectie”: de fysieke en/of logische koppeling van openbare communicatienetwerken die door dezelfde of een andere dienstverlener worden benut om gebruikers van een dienstverlener in staat te stellen te communiceren met gebruikers van dezelfde of van een andere dienstverlener, of toegang te hebben tot diensten van een andere dienstverlener. Diensten kunnen worden verleend door de betrokken partijen of door andere partijen die toegang tot het netwerk hebben. Interconnectie is een specifieke vorm van toegang die tussen exploitanten van openbare netwerken tot stand wordt gebracht;
  • g. „universele dienst”: het pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van een partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar is voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie; elk van beide partijen beslist over het toepassingsgebied en de uitvoering van de universele dienst;
  • h. „toegang”: het beschikbaar stellen van faciliteiten en/of diensten aan een andere dienstverlener, onder vastgestelde voorwaarden, al dan niet op exclusieve basis, met het doel elektronische communicatiediensten te verlenen. Dit omvat onder andere toegang tot netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten, wat met zich mee kan brengen dat apparatuur wordt gekoppeld door middel van vaste of mobiele middelen (dit omvat in het bijzonder de toegang tot het aansluitnet en tot alle faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om via het aansluitnet diensten te verlenen); toegang tot materiële infrastructuur waaronder gebouwen, kabelgoten en masten; toegang tot programmatuursystemen, waaronder operationele ondersteuningssystemen; toegang tot nummervertaling of systemen met vergelijkbare functionaliteit; toegang tot vaste en mobiele netwerken, met name voor roaming; toegang tot voorwaardelijke toegangssystemen voor digitale-televisiediensten en toegang tot virtuele netwerkdiensten;
  • i. „eindgebruiker”: een gebruiker die geen diensten in verband met openbare communicatienetwerken of met openbare elektronische communicatie verleent;
  • j. „aansluitnet”: fysiek circuit dat het netwerkaansluitpunt in het gebouw van de abonnee verbindt met de hoofdverdeler of een soortgelijke voorziening in het vaste openbare communicatienetwerk.
Artikel 116. Regelgevende autoriteit
1.

De partijen dragen er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten voor elektronische-communicatiediensten juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk zijn van verleners van elektronische-communicatiediensten. Indien een partij eigenaar is van of zeggenschap heeft over een dienstverlener die openbare communicatienetwerken exploiteert of openbare communicatiediensten verleent, zorgt deze partij voor een werkelijke structurele scheiding tussen de regelgevende taken en de met de eigendom of de zeggenschap verband houdende activiteiten.

2.

De partijen waarborgen dat de regelgevende autoriteit voldoende bevoegdheden heeft om de sector te reguleren. De taken van een regelgevende autoriteit worden op duidelijke wijze en gemakkelijk toegankelijk bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan een instantie met die taken belast is.

3.

De partijen zorgen ervoor dat de besluiten die de regelgevende autoriteiten nemen en de procedures die zij volgt, voor alle marktdeelnemers gelijk en transparant zijn.

4.

De regelgevende autoriteit is bevoegd de indicatieve lijst van de in de bijlagen30)Voor de EU-partij: de indicatieve lijst van relevante producten- en dienstenmarkten wordt bijgevoegd in een afzonderlijke bijlage XIX. De in bijlage XIX opgenomen lijst van relevante markten wordt door de EU regelmatig herzien. Wanneer in het kader van dit hoofdstuk verplichtingen worden aangegaan, moet met die wijzigingen rekening worden gehouden. Voor Oekraïne: de indicatieve lijst van producten- en dienstenmarkten wordt bijgevoegd in een afzonderlijke bijlage XX. De in bijlage XX opgenomen lijst van relevante markten wordt door Oekraïne regelmatig herzien ingevolge het in artikel 124 bedoelde aanpassingsproces met betrekking tot het acquis. Wanneer in het kader van dit hoofdstuk verplichtingen worden aangegaan, moet met die wijzigingen rekening worden gehouden. bij deze overeenkomst opgenomen relevante producten- en dienstenmarkten te analyseren. Voor zover de regelgevende autoriteit ingevolge artikel 118 van deze overeenkomst moet bepalen of verplichtingen moeten worden opgelegd, gehandhaafd, gewijzigd dan wel ingetrokken, bepaalt zij op basis van een marktanalyse of de relevante markt daadwerkelijk concurrerend is.

5.

Voor zover de regelgevende autoriteit bepaalt dat een relevante markt niet daadwerkelijk concurrerend is, stelt zij vast en wijst zij aan welke dienstverleners aanzienlijke marktmacht op die markt hebben en legt zij naar gelang van het geval specifieke wettelijke verplichtingen als bedoeld in artikel 118 van deze overeenkomst op, dan wel handhaaft of wijzigt zij deze. Voor zover de regelgevende autoriteit concludeert dat de markt daadwerkelijk concurrerend is, legt zij geen van de in artikel 118 van deze overeenkomst bedoelde wettelijke verplichtingen op en handhaaft zij deze evenmin.

6.

De partijen waarborgen dat een dienstverlener ten aanzien van wie het besluit van een regelgevende instantie van invloed is, het recht heeft om tegen dat besluit beroep in te stellen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk is van de bij dat besluit betrokken partijen. De partijen waarborgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met de omstandigheden van het geval. Zolang er geen uitspraak inzake het ingestelde beroep is gedaan, blijft het besluit van de regelgevende autoriteit van kracht, tenzij de beroepsinstantie anders besluit. Wanneer de beroepsinstantie geen rechterlijke instantie is, motiveert zij haar beslissing altijd schriftelijk en kunnen haar beslissingen tevens door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke autoriteit worden getoetst. Beslissingen van beroepsinstanties worden daadwerkelijk ten uitvoer gelegd.

7.

De partijen waarborgen dat indien de regelgevende autoriteiten voornemens zijn maatregelen te treffen die verband houden met een of meerdere bepalingen van deze onderafdeling en die een merkbare impact hebben op de relevante markt, zij de belanghebbenden gelegenheid geven binnen een redelijke termijn opmerkingen over de ontwerpmaatregel in te dienen. De regelgevende autoriteiten maken hun overlegprocedures bekend. De uitkomsten van de overlegprocedure worden openbaar gemaakt, tenzij het vertrouwelijke informatie betreft.

8.

De partijen zorgen ervoor dat dienstverleners die elektronische-communicatienetwerken aanbieden en elektronische-communicatiediensten verlenen, alle informatie, met inbegrip van financiële informatie, die de regelgevende autoriteiten nodig hebben om na te gaan of de bepalingen van deze onderafdeling of in overeenstemming met deze onderafdeling genomen besluiten worden nageleefd. Deze dienstverleners verstrekken deze informatie desgevraagd onverwijld, binnen de door de regelgevende autoriteit gestelde termijnen en zo uitgebreid als door haar is verzocht. De informatie waarom de regelgevende autoriteit verzoekt, zal evenredig zijn met de uitvoering van die taak. De regelgevende autoriteit geeft de redenen die haar verzoek om informatie rechtvaardigen.

Artikel 117. Toestemming voor het verlenen van elektronische-communicatiediensten
1.

De partijen waarborgen dat er voor het verlenen van diensten zoveel mogelijk toestemming wordt verleend na enkele kennisgeving en/of registratie.

2.

De partijen waarborgen dat een vergunning kan worden verlangd voor nummer- en frequentietoekenning. De desbetreffende vergunningsvoorwaarden worden algemeen bekendgemaakt.

3.

De partijen waarborgen dat indien een vergunning vereist is:

  • a. alle vergunningscriteria en de redelijke termijn die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, algemeen bekend worden gemaakt;
  • b. de redenen voor afwijzing van een vergunning de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekend worden gemaakt;
  • c. de aanvrager van een vergunning in geval van onterechte weigering van een vergunning bezwaar kan aantekenen of beroep kan instellen bij een instantie;
  • d. de door een partij verlangde vergoedingen voor het verlenen van een vergunning31)Vergoedingen voor het verlenen van vergunningen omvatten niet betalingen in verband met veiling, aanbesteding of andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, of verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst. niet hoger zijn dan de administratieve kosten die normaliter met het beheer van, het toezicht op en de handhaving van de desbetreffende vergunningen gemoeid zijn. De eisen van dit lid zijn niet van toepassing op vergoedingen voor het verlenen van een vergunning voor het gebruik van het radiospectrum en de nummervoorraad.
Artikel 118. Toegang en interconnectie
1.

De partijen waarborgen dat dienstverleners die elektronische-communicatiediensten aanbieden, gerechtigd en verplicht zijn tot het bedingen van interconnectie met andere aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken en -diensten In beginsel worden afspraken over interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken rechtspersonen.

2.

De partijen zien erop toe dat dienstverleners die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere dienstverlener ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

3.

De partijen waarborgen dat een regelgevende autoriteit die in overeenstemming met artikel 116 van deze overeenkomst heeft vastgesteld dat een relevante markt, met inbegrip van die in de aan deze overeenkomst gehechte bijlagen, niet daadwerkelijk concurrerend is, de bevoegdheid heeft aan de dienstverlener die wordt geacht een aanzienlijke marktmacht te hebben, een of meer van de volgende verplichtingen in verband met interconnectie en/of toegang op te leggen:

  • a. een verplichting inzake non-discriminatie, om te waarborgen dat de exploitant in vergelijkbare omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast ten aanzien van andere dienstverleners die gelijkwaardige diensten aanbieden, en aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde kwaliteit als voor de eigen diensten gelden, of voor die van haar dochterondernemingen of handelspartners;
  • b. een verplichting voor een verticaal geïntegreerde onderneming om opening van zaken te geven over haar groothandelsprijzen en verrekenprijzen, wanneer er sprake is van een non-discriminatievoorschrift of het er om gaat oneerlijke kruissubsidiëring te voorkomen. De regelgevende autoriteit kan nader bepalen welk model en welke boekhoudkundige methode moeten worden gehanteerd;
  • c. verplichtingen om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten, met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnet, onder andere wanneer de regelgevende autoriteit van mening is dat het weigeren van toegang of het opleggen van onredelijke voorwaarden met een vergelijkbaar effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte detailhandelsmarkt zou belemmeren, of niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn;
  • d. verplichting om op groothandelsbasis bepaalde diensten aan te bieden voor wederverkoop door derden; om open toegang te verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten; om co-locatie of andere vormen van gedeeld gebruik van faciliteiten aan te bieden, inclusief gedeeld gebruik van kabelgoten, gebouwen of masten; om bepaalde diensten aan te bieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind-tot-eind-diensten, inclusief faciliteiten voor intelligente-netwerkdiensten; toegang te verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om eerlijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen; te zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten. De regelgevende autoriteiten kunnen ten aanzien van de onder c) en d) bedoelde verplichtingen nadere voorwaarden stellen, waaronder eerlijkheid, redelijkheid en tijdigheid;
  • e. verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole, met inbegrip van verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke vormen van interconnectie en/of toegang, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers. De regelgevende autoriteiten houden rekening met de door de exploitant gedane investeringen en staan toe dat hij een redelijke opbrengst verkrijgt uit zijn kapitaalinbreng;
  • f. verplichting tot bekendmaking van de specifieke verplichtingen die door de regelgevende autoriteit aan een dienstverlener zijn opgelegd, waarbij de specifieke producten-/diensten- en de geografische markten worden vermeld. Actuele informatie, mits deze niet vertrouwelijk is en geen zakengeheimen omvat, moet openbaar worden gemaakt op een wijze die waarborgt dat alle belanghebbenden gemakkelijk toegang tot die informatie hebben;
  • g. verplichtingen inzake transparantie, waarbij van een exploitant wordt verlangd dat hij bepaalde informatie openbaar maakt; met name wanneer hij niet-discriminatieverplichtingen heeft, kan de regelgevende autoriteit verlangen dat de exploitant een referentieaanbieding bekendmaakt, die zodanig wordt ontbundeld dat dienstverleners niet hoeven te betalen voor faciliteiten die niet nodig zijn voor de gevraagde dienst, en daarbij de relevante aanbiedingen beschrijft, met een uitsplitsing in componenten naargelang de behoeften van de markt, samen met de bijbehorende voorwaarden en prijzen.
4.

De partijen waarborgen dat een dienstverlener die verzoekt om interconnectie met een dienstverlener waarvan is vastgesteld dat hij een aanzienlijke marktmacht heeft, hetzij te allen tijde hetzij na een redelijke termijn die openbaar is gemaakt, een beroep kan doen op een onafhankelijk binnenlands orgaan, dat een regelgevende autoriteit kan zijn als bedoeld in artikel 115, lid 2, onder d), van deze overeenkomst, voor de beslechting van geschillen over de voorwaarden voor interconnectie en/of toegang.

Artikel 119. Schaarse middelen
1.

De partijen waarborgen dat alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden toegepast op objectieve, evenredige, tijdige, transparante en niet-discriminerende wijze. De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

2.

De partijen zorgen voor het doeltreffende beheer van radiofrequenties voor telecommunicatiediensten op hun grondgebied, teneinde een doeltreffend en efficiënt gebruik van het spectrum te waarborgen. Indien de vraag naar bepaalde frequenties groter is dan de beschikbaarheid ervan, worden voor de toewijzing van deze frequenties passende en transparante procedures gevolgd ten einde het gebruik ervan te optimaliseren en de ontwikkeling van de mededinging te bevorderen.

3.

De partijen waarborgen dat de toewijzing van de nationale nummervoorraden en het beheer van nationale nummerplannen aan de regelgevende autoriteit worden toevertrouwd.

4.

Voor zover centrale of lokale autoriteiten de eigendom van of de zeggenschap over dienstverleners die openbare communicatienetwerken en/of -diensten exploiteren, behouden, moet worden gezorgd voor een daadwerkelijke structurele scheiding tussen de taak inzake toekenning van rechten en de taak die verband houdt met de eigendom of de zeggenschap.

Artikel 120. Universele dienst
1.

Elk van beide partijen heeft het recht vast te stellen welke universeledienstverplichtingen zij in stand wenst te houden.

2.

Deze verplichtingen worden op zich niet concurrentiebeperkend geacht, mits zij op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal vanuit concurrentieoogpunt en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de partij wordt vastgesteld.

3.

De partijen dragen er zorg voor dat alle dienstverleners in aanmerking komen voor het verlenen van universele diensten en dat geen enkele dienstverlener a priori wordt uitgesloten. De aanwijzing geschiedt door middel van een efficiënt, transparant, objectief en niet-discriminerend mechanisme. Indien nodig beoordelen de partijen of het verlenen van universele diensten een oneerlijke last vormt voor de organisatie(s) die is/zijn aangewezen om de universele diensten te verlenen. Wanneer dit op grond van een dergelijke berekening gerechtvaardigd is, bepalen de regelgevende autoriteiten, rekening houdend met het eventuele marktvoordeel voor een organisatie die de universele dienst verleent, of er een mechanisme nodig is om de betrokken dienstverlener(s) te compenseren of de nettokosten van de universeledienstverplichtingen te delen.

4.

De partijen waarborgen dat:

  • a. er voor de gebruikers gidsen van alle abonnees32)In overeenstemming met de toepasselijke regels inzake de verwerking van persoonsgegevens en de privacybescherming wat de elektronische-communicatiesector betreft. beschikbaar zijn, in gedrukte of in elektronische vorm dan wel beide, die regelmatig, doch ten minste eens per jaar, worden bijgewerkt;
  • b. organisaties die de hiervoor onder a) bedoelde diensten verlenen, het beginsel van niet-discriminatie toepassen bij de behandeling van informatie die door andere organisaties aan hen is verstrekt.
Artikel 121. Grensoverschrijdende verlening van elektronische-communicatiediensten

De partijen stellen geen maatregelen in, noch handhaven zij maatregelen, wanneer deze de grensoverschrijdende verlening van elektronische-communicatiediensten beperken.

Artikel 122. Vertrouwelijke informatie

Elk van beide partijen waarborgt het vertrouwelijke karakter van elektronische communicatie die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk en via openbare elektronische-communicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel 123. Geschillen tussen dienstverleners
1.

De partijen dragen er zorg voor dat wanneer er in verband met de in dit hoofdstuk bedoelde rechten en verplichtingen een geschil rijst tussen aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of verleners van elektronische-communicatiediensten, de regelgevende autoriteit op verzoek van een der partijen een bindende beslissing neemt om het geschil op zo kort mogelijke termijn, doch uiterlijk binnen vier maanden, tot een oplossing te brengen.

2.

De beslissing van de regelgevende autoriteit wordt openbaar gemaakt, met inachtneming van de vereisten inzake vertrouwelijke bedrijfsgegevens. De door de partijen te ontvangen beslissing wordt met redenen omkleed.

3.

Indien een geschil betrekking heeft op grensoverschrijdende dienstverlening, coördineren de regelgevende autoriteiten hun inspanningen om het geschil tot een oplossing te brengen.

Artikel 124. Aanpassing van regelgeving
1.

De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Oekraïne aan die van de Europese Unie. Oekraïne draagt er zorg voor dat zijn bestaande wetten en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming met het EU-acquis worden gebracht.

2.

Deze aanpassing vangt aan op de datum waarop deze overeenkomst wordt ondertekend, en wordt geleidelijk tot alle in bijlage XVII bij deze overeenkomst bedoelde onderdelen van het EU-acquis uitgebreid.

ONDERAFDELING 6. FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 125. Werkingssfeer en definities
1.

Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten die ingevolge de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd.

2.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „financiële dienst”: elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten uit een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:
  • i. verzekeringen en daarmee verband houdende diensten:
    1. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):
  • a. levensverzekering;
  • b. schadeverzekering;
    1. herverzekering en retrocessie;
    1. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap; en
    1. ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims;
  • ii. bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):
    1. aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;
    1. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;
    1. financiële leasing;
    1. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;
    1. garanties en verbintenissen;
    1. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:
  • a. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);
  • b. deviezen;
  • c. derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;
  • d. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;
  • e. verhandelbare effecten;
  • f. andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, met inbegrip van edelmetaal;
    1. deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;
    1. financiële bemiddeling;
    1. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;
    1. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van waardepapieren, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;
    1. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software;
    1. advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder 1) tot en met 11) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;
  • b. „verlener van financiële diensten”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon uit een partij die financiële diensten verleent of aanbiedt. Openbare instanties vallen niet onder dit begrip „verlener van financiële diensten”;
  • c. „openbare instantie”:
    1. een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of
    1. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;
  • d. „nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, zoals diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wel wordt verleend.
Artikel 126. Prudentiële uitzonderingsbepaling
1.

Elk van beide partijen kan maatregelen vaststellen of handhaven om prudentiële redenen, waaronder:

  • a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;
  • b. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem van een partij.
2.

Deze maatregelen reiken niet verder dan noodzakelijk is voor het bereiken van het nagestreefde doel en houden niet in dat verleners van financiële diensten uit de andere partij worden gediscrimineerd ten opzichte van de eigen soortgelijke verleners van financiële diensten.

3.

Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de rekeningen van individuele consumenten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.

4.

Onverminderd andere prudentiële regelgeving inzake grensoverschrijdende financiële dienstverlening, kan een partij registratie van verleners van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere partij en van financiële instrumenten verlangen.

Artikel 127. Doeltreffende en transparante regelgeving
1.

Elk van beide partijen stelt alles in het werk om alle belanghebbenden vooraf kennis te geven van een door haar beoogde maatregel van algemene strekking, zodat die belanghebbenden commentaar op die maatregel kunnen geven. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:

  • a. door officiële publicatie; of
  • b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.
2.

Elk van beide partijen stelt alle belanghebbenden in kennis van haar voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.

Op verzoek van een aanvrager stelt de desbetreffende partij deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de desbetreffende partij aanvullende informatie van de aanvrager verlangt, stelt zij deze daarvan onverwijld in kennis.

Elk van beide partijen stelt alles in het werk opdat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingfraude en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Dergelijke internationaal overeengekomen normen zijn onder meer de „Core Principle for Effective Banking Supervision” van het Bazels Comité voor het bankentoezicht, de „Insurance Core Principles” van de International Association of Insurance Supervisors, de „Objectives and Principles of Securities Regulation” van de International Organisation of Securities Commissions, de „Agreement on exchange of information on tax matters van de OESO, de „Statement on Transparency and exchange of information for tax purposes” van de G20, en de Veertig aanbevelingen inzake het witwassen van geld en de Negen bijzondere aanbevelingen inzake terrorismefinanciering van de Financial Action Task Force.

De partijen nemen bovendien nota van de „Ten Key Principles for Information Exchange” die door de Ministers van Financiën van de G7-landen zijn aangenomen en zullen alles doen wat nodig is opdat deze beginselen in bilaterale contacten kunnen worden toegepast.

Artikel 128. Nieuwe financiële diensten

Elk van beide partijen staat verleners van financiële diensten uit de andere partij die op haar grondgebied zijn gevestigd, toe om nieuwe financiële diensten te verlenen indien zij krachtens haar interne wetgeving aan haar eigen verleners van financiële diensten voor soortgelijke diensten onder vergelijkbare omstandigheden toestemming zou geven. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend worden geweigerd om de in artikel 126 van deze overeenkomst bedoelde redenen.

Artikel 129. Gegevensverwerking
1.

De partijen staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar hun grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.

2.

Elk van beide partijen neemt passende maatregelen ter bescherming van de privacy en de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens.

Artikel 130. Specifieke uitzonderingen
1.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden in het kader van een pensioenregeling van de overheid of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens de interne regelgeving van die partij in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

2.

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere openbare instantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

3.

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden voor rekening van of met garantiestelling door of gebruikmaking van de financiële middelen van de partij, of haar openbare instanties.

Artikel 131. Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelneming aan, dan wel toegang tot een zelfregulerend lichaam, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, verrekenkantoor of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 88 en 94 worden nageleefd.

Artikel 132. Clearing- en betalingssystemen

Onder voorwaarden van nationale behandeling verschaft elk van beide partijen aan op zijn grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt niet toegang te verschaffen tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van de partij.

Artikel 133. Aanpassing van regelgeving
1.

De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Oekraïne aan die van de Europese Unie. Oekraïne draagt er zorg voor dat zijn bestaande wetten en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming met het EU-acquis worden gebracht.

2.

Deze aanpassing vangt aan op de datum waarop deze overeenkomst wordt ondertekend, en wordt geleidelijk tot alle in bijlage XVII bij deze overeenkomst bedoelde onderdelen van het EU-acquis uitgebreid.

ONDERAFDELING 7. VERVOER

Artikel 134. Toepassingsgebied

Deze onderafdeling bevat de beginselen van de liberalisering van vervoersdiensten ingevolge de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk.

Artikel 135. Internationaal vervoer over zee
1.

Deze overeenkomst is van toepassing op internationaal zeevervoer tussen de havens van Oekraïne en die van de lidstaten van de Europese Unie en tussen de havens van de lidstaten van de Europese Unie. Deze overeenkomst is tevens van toepassing op het zeevervoer tussen de havens van Oekraïne en derde landen en tussen de havens van de lidstaten van de Europese Unie en derde landen.

2.

Deze overeenkomst is niet van toepassing op intern zeevervoer tussen de havens van Oekraïne of tussen havens van een van de lidstaten van de Europese Unie. Onverminderd de voorgaande zin wordt het vervoer van materieel, zoals lege containers, dat niet tegen betaling als vracht wordt vervoerd tussen de havens van Oekraïne of tussen de havens van een van de lidstaten van de Europese Unie, als onderdeel van internationaal zeevervoer beschouwd.

3.

Voor de toepassing van deze onderafdeling en van de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk:

  • a. omvat „internationaal zeevervoer” vervoer van deur tot deur en multimodaal vervoer, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan een wijze van vervoer, waaronder ook vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het rechtstreeks contracten sluiten et dienstverleners voor andere wijzen van vervoer;
  • b. wordt onder „behandeling van zeevracht” verstaan: activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de activiteiten van dokwerkers, wanneer dezen niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:
  • i. het laden en lossen van schepen;
  • ii. het sjorren en losmaken van vracht;
  • iii. het in ontvangst nemen/afleveren en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing;
  • c. wordt onder „in- en uitklaring” verstaan: de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit van de dienstverlener is of een gebruikelijke aanvulling op diens hoofdactiviteit;
  • d. wordt onder „diensten in verband met de opslag van containers” verstaan: de opslag van containers, op het haventerrein of verder landinwaarts, om ze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping;
  • e. wordt onder „diensten van scheepsagenten” verstaan: activiteiten waarbij de zakelijke belangen van een of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:
  • i. marketing en verkoop van zeevervoer en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het kopen en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie;
  • ii. het optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht;
  • f. wordt onder „expediteursdiensten” verstaan: de activiteit waarbij namens een verzender de verscheping wordt georganiseerd en gevolgd, door vervoersdiensten en aanverwante diensten te contracteren, documenten op te stellen en bedrijfsinformatie te verschaffen;
  • g. wordt onder „feederdiensten” verstaan: het vervoer voorafgaand aan en na het internationale vrachtvervoer over zee, met name in containers, tussen havens in een partij.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)