Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)
- b. de beheerder een wettelijk vertegenwoordiger zal hebben in Nederland;
- c. de Autoriteit Financiële Markten, de toezichthoudende instantie van de staat waar de beheerder zijn zetel heeft en, indien van toepassing, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten die ten minste een efficiënte informatie-uitwisseling waarborgt en die de Autoriteit Financiële Markten in staat stelt haar toezichthoudende taken op grond van deze wet uit te voeren; en
- d. de staat waar de beheerder zijn zetel heeft een overeenkomst met Nederland heeft gesloten die informatie-uitwisseling waarborgt overeenkomstig de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en de desbetreffende staat niet wordt genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot samenwerkingsovereenkomsten als bedoeld in het zesde lid.
Artikel 2:67a
Een beheerder van een beleggingsinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 verricht naast het beheer van beleggingsinstellingen geen andere activiteiten dan het beheer van icbe’s waarvoor aan hem een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b is verleend. Een beleggingsmaatschappij die geen aparte beheerder heeft verricht geen andere bedrijfsmatige activiteiten dan het beheer van de beleggingsinstelling.
In afwijking van het eerste lid kan de Autoriteit Financiële Markten een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, aanhef en onderdeel a, toestaan om de volgende activiteiten te verrichten of diensten te verlenen:
- a. het beheren van een individueel vermogen;
- b. het in de uitoefening van beroep of bedrijf adviseren over financiële instrumenten;
- c. bewaring en administratie van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen en icbe’s;
- d. het in de uitoefening van beroep of bedrijf ontvangen en doorgeven van orders van cliënten met betrekking tot financiële instrumenten;
- e. het beheer van benchmarks als bedoeld in de verordening financiële benchmarks; en
- f. het verrichten van een kredietservicingactiviteit.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die een beheerder van een beleggingsinstelling die activiteiten als bedoeld in het tweede lid verricht, aan de Autoriteit Financiële Markten verstrekt.
Het is een beheerder van een beleggingsinstelling niet toegestaan om:
- a. alleen de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen als bedoeld in het tweede lid;
- b. benchmarks te beheren die door de beheerder worden gebruikt ten behoeve van een door hem beheerde beleggingsinstelling.
In afwijking van het eerste lid kan de beheerder taken of activiteiten voor derden verrichten die de beheerder reeds verricht voor een door hem beheerde beleggingsinstelling of die samenhangen met de diensten die de beheerder overeenkomstig dit artikel verleent, mits potentiële belangenconflicten door het verrichten van die taken en activiteiten voor derden op adequate wijze worden beheerst.
Artikel 2:67b
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 aan een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is, die voornemens is rechten van deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden of een beleggingsinstelling met zetel in Nederland te beheren, indien:
- a. de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan artikel 2:67;
- b. de beheerder een wettelijk vertegenwoordiger zal hebben in Nederland:
- 1°. die met de beheerder zorg draagt voor de naleving van de bij of krachtens de wet aan de beheerder gestelde eisen; en
- 2°. via wie de uitwisseling van gegevens tussen de Autoriteit Financiële Markten of de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de beheerder en tussen de deelnemers in de door de beheerder beheerde beleggingsinstellingen en de beheerder verloopt.
- c. Nederland door de beheerder is aangewezen als referentielidstaat in de zin van artikel 2:69a, waarbij deze keuze voor Nederland als referentielidstaat door de beheerder wordt toegelicht door de bekendmaking van de strategie voor het aanbieden van rechten van deelneming;
- d. tussen de Autoriteit Financiële Markten, de toezichthoudende instantie van de staat waar de beheerder zijn zetel heeft en, indien van toepassing, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van herkomst van de beleggingsinstelling een samenwerkingsovereenkomst is gesloten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deze samenwerkingsovereenkomsten;
- e. de staat waar de beheerder zijn zetel heeft niet is geïdentificeerd als een staat met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn;
- f. de staat waar de beheerder zijn zetel heeft met Nederland een overeenkomst heeft gesloten die informatie-uitwisseling waarborgt overeenkomstig de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en de desbetreffende staat niet wordt genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied; en
- g. de wetgeving met betrekking tot beheerders of de bevoegdheden van de toezichthoudende instantie van de staat waar de beheerder zijn zetel heeft geen belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder door de Autoriteit Financiële Markten.
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. Bij of krachtens de in de vorige volzin genoemde algemene maatregel van bestuur wordt onderscheid gemaakt tussen gegevens die noodzakelijk zijn voor het doen van een volledige aanvraag en gegevens die op een later tijdstip kunnen worden verstrekt.
Een beheerder van een beleggingsinstelling die op grond van het tweede lid gegevens op een later tijdstip verstrekt mag niet eerder dan een maand nadat hij deze gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verstrekt aanvangen met het beheren van beleggingsinstellingen in Nederland.
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het ingevolge artikel 2:67 bepaalde, indien de beheerder schriftelijk aantoont dat:
- a. naleving daarvan niet mogelijk is gelet op de naleving van het recht van de zetel van de beheerder of de beleggingsinstelling;
- b. het recht, bedoeld in onderdeel a, voorziet in een gelijkwaardige regel, beoordeeld op basis van de door de Europese Autoriteit voor effecten en markten ontwikkelde technische normen, met eenzelfde doelstelling en eenzelfde beschermingsniveau voor de deelnemers in een beleggingsinstelling; en
- c. de beheerder of de beleggingsinstelling de in onderdeel b bedoelde regel naleeft of zal naleven.
De aanvraag van een ontheffing geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Indien de Autoriteit Financiële Markten voornemens is een ontheffing als bedoeld in vierde lid te verlenen, meldt zij dit voornemen onverwijld aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, met het verzoek om daarover te adviseren, onder gelijktijdige verstrekking van de informatie die zij bij de aanvraag van de ontheffing van de aanvrager heeft ontvangen.
Indien de Autoriteit Financiële Markten na een negatief advies van de Europese Autoriteit voor effecten en markten over de toepassing van het vierde lid voornemens is een ontheffing te verlenen, meldt zij dit gemotiveerd aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
Indien de beheerder voornemens is rechten van deelneming in door hem beheerde beleggingsinstellingen aan te bieden in andere lidstaten, meldt de Autoriteit Financiële Markten het voornemen als bedoeld in het zevende lid onder opgaaf van redenen tevens aan de toezichthoudende instanties van de lidstaten waar de beheerder voornemens is rechten van deelneming aan te bieden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de wijze waarop de beheerder de bij of krachtens de wet gestelde regels met betrekking tot de informatieverstrekking aan de Autoriteit Financiële Markten, beleggers en deelnemers naleeft;
- b. de voorwaarden waaraan het recht, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, moet voldoen om als gelijkwaardig te worden aangemerkt; en
- c. de procedure die wordt gevolgd bij de vergunningaanvraag indien een beheerder een beroep doet op het vierde lid.
Artikel 2:67c
Indien na het verlenen van de vergunning aan een buitenlandse beheerder de staat waar de beheerder van de beleggingsinstelling zijn zetel heeft, wordt aangemerkt als:
- a. een staat met een hoog risico als bedoeld in artikel 2:67b, eerste lid, onderdeel e; of
- b. de staat wordt genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet coöperatief zijn op belastinggebied als bedoeld in artikel 2:67b, eerste lid, onderdeel f,
neemt de beheerder, rekening houdend met de belangen van beleggers, binnen een gepaste termijn die niet langer is dan twee jaar de nodige maatregelen om de betreffende situatie ongedaan te maken.
Artikel 2:68
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, aanhef en onderdeel b, indien de aanvrager aantoont dat met betrekking tot de beleggingsmaatschappij zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
- a. artikel 4:9, eerste lid, met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- c. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
- d. artikel 4:14 met betrekking tot de beheerste en integere uitoefening van het bedrijf;
- e. artikel 4:25 met betrekking tot de wijze waarop de beheerder en bewaarder de werkzaamheden uitvoeren:
- f. artikel 4:37c, eerste lid, met betrekking tot de rechtsvorm van de beheerder;
- g. artikel 4:37c, derde lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt;
- h. artikel 4:37e met betrekking tot mogelijke belangenconflicten;
- i. artikel 4:62m, eerste lid, met betrekking tot de bewaarder;
- j. artikel 4:62m, tweede lid, met betrekking tot de bewaring van activa;
- k. artikel 4:62n, met betrekking tot het aanstellen van de bewaarder;
- l. artikel 3:17, derde lid, met betrekking tot soliditeit;
- m. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; en
- n. artikel 3:57, eerste en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit.
Ingeval een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden in een beleggingsmaatschappij verleent de Autoriteit Financiële Markten een vergunning, onverminderd het eerste lid, indien de houder van de gekwalificeerde deelneming in de beleggingsmaatschappij door de Autoriteit Financiële Markten betrouwbaar is bevonden.
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. Bij of krachtens de in de vorige volzin genoemde algemene maatregel van bestuur wordt onderscheid gemaakt tussen gegevens die noodzakelijk zijn voor het doen van een volledige aanvraag en gegevens die op een later tijdstip kunnen worden verstrekt.
Een beleggingsmaatschappij die op grond van het tweede lid gegevens op een later tijdstip verstrekt vangt niet eerder dan een maand nadat hij deze gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verstrekt aan met zijn werkzaamheden in Nederland.
De beleggingsmaatschappij met zetel in Nederland toont in aanvulling op het eerste lid aan dat zal worden voldaan aan artikel 4:37c, tweede lid, met betrekking tot het hoofdkantoor van de beheerder.
In aanvulling op het eerste lid verleent de Autoriteit Financiële Markten aan een beleggingsmaatschappij met zetel in een niet-aangewezen staat alleen een vergunning indien:
- a. de staat waar de beleggingsmaatschappij zijn zetel heeft niet is geïdentificeerd als een staat met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn;
- b. de staat waar de beleggingsmaatschappij zijn zetel heeft een overeenkomst met Nederland heeft gesloten overeenkomstig artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief multilaterale belastingovereenkomsten, en de desbetreffende staat niet wordt genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied;
- c. de beleggingsmaatschappij een wettelijk vertegenwoordiger zal hebben in Nederland; en
- d. de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de staat waar de beleggingsmaatschappij zijn zetel heeft een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten die ten minste een efficiënte informatie-uitwisseling waarborgt en die de Autoriteit Financiële Markten in staat stelt haar toezichthoudende taken op grond van deze wet uit te voeren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot samenwerkingsovereenkomsten als bedoeld in het zesde lid.
Artikel 2:69
Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 kan overgaan tot pre-marketing indien de te verstrekken informatie aan potentiële professionele beleggers niet:
- a. voldoende is om beleggers in staat te stellen zich ertoe te verbinden rechten van deelneming in een beleggingsinstelling te verwerven;
- b. neerkomt op inschrijfformulieren of soortgelijke documenten in ontwerp vorm of definitieve vorm;
- c. neerkomt op oprichtingsdocumenten, een prospectus of aanbiedingsdocumenten van een nog niet opgerichte beleggingsinstelling in definitieve vorm.
Indien een ontwerp-prospectus of ontwerp-aanbiedingsdocument wordt verstrekt, is de daarin opgenomen informatie voor beleggers niet voldoende om een beleggingsbeslissing te nemen, en wordt in het ontwerp-prospectus of ontwerp-aanbiedingsdocument duidelijk vermeld dat:
- a. het document geen aanbod of uitnodiging vormt om in te schrijven op rechten van deelneming in een beleggingsinstelling; en
- b. niet mag worden afgegaan op de daarin opgenomen informatie omdat deze onvolledig is en kan wijzigen.
De Nederlandse beheerder stelt de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken nadat de pre-marketing is begonnen op de hoogte van de pre-marketing onder vermelding van:
- a. de lidstaten waar de pre-marketing plaatsvindt of heeft plaatsgevonden;
- b. gedurende welke periode de pre-marketing plaatsvindt of heeft plaatsgevonden;
- c. een beschrijving van de pre-marketing inclusief informatie over de gepresenteerde beleggingsstrategieën en beleggingsideeën; en
- d. de beleggingsinstellingen die het voorwerp van de pre-marketing zijn of waren.
De Autoriteit Financiële Markten stelt, nadat zij door de Nederlandse beheerder op de hoogte is gesteld van de pre-marketing, de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de pre-marketing plaatsvindt of heeft plaatsgevonden daarvan onverwijld in kennis.
De Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling zorgt ervoor dat de professionele beleggers geen rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verwerven via pre-marketing en dat de professionele beleggers die in het kader van pre-marketing zijn benaderd, uitsluitend rechten van deelneming in die beleggingsinstelling kunnen verwerven indien de beheerder een vergunning heeft op grond van artikel 2:65 om rechten van deelneming in die betreffende beleggingsinstelling aan te bieden of het voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten heeft medegedeeld om rechten van deelneming in een Europese beleggingsinstelling aan te bieden aan professionele beleggers in een andere lidstaat als bedoeld in artikel 2:121c, eerste lid.
Elke inschrijving door een professionele belegger op rechten van deelneming in een beleggingsinstelling binnen achttien maanden nadat de Nederlandse beheerder tot pre-marketing is overgegaan en waarop de verstrekte informatie in het kader van de pre-marketing betrekking had, of inschrijving op rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die naar aanleiding van de pre-marketing is opgericht, wordt beschouwd alsof sprake is van het aanbieden van rechten van deelneming. De artikelen 2:65 en 2:121c zijn van toepassing.
De Nederlandse beheerder zorgt ervoor dat de pre-marketing is gedocumenteerd.
Een derde kan namens een Nederlandse beheerder tot pre-marketing overgaan indien die derde:
- a. een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank heeft op grond van de richtlijn kapitaalvereisten;
- b. een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van beleggingsonderneming heeft op grond van de richtlijn markten voor financiële instrumenten of een verbonden agent is op grond van de richtlijn markten voor financiële instrumenten; of
- c. een vergunning voor het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe heeft op grond van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen respectievelijk de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.
Op de derde, bedoeld in het achtste lid, is het eerste tot en met zevende lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2:69a
Vervallen
§ 2.2.7.1.a. Vergunningplicht en -eisen voor het aanbieden van rechten van deelneming in icbe’s
Artikel 2:69b
Het is verboden in Nederland een recht van deelneming in een icbe aan te bieden:
- a. zonder dat de beheerder van de icbe een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning voor het beheren van icbe’s heeft; of
- b. indien het een maatschappij voor collectieve belegging in effecten betreft die geen aparte beheerder van een icbe heeft, zonder dat de maatschappij een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning heeft.
Onverminderd het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is het verboden in Nederland een recht van deelneming in een maatschappij voor collectieve belegging in effecten aan te bieden zonder dat de beheerder ten behoeve van die maatschappij een door de Autoriteit Financiële Markten daartoe verleende vergunning heeft.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe met zetel in een andere lidstaat indien is voldaan aan artikel 93 van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten en de beheerder of icbe met zetel in een andere lidstaat een mededeling van de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat heeft ontvangen als bedoeld in artikel 93, derde lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een beheerder met zetel in een andere lidstaat die voornemens is een icbe met zetel in Nederland te beheren indien aan artikel 2:72 is voldaan en de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd.
Artikel 2:69c
Een beheerder van een icbe met een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b verricht naast het beheer van icbe’s geen andere activiteiten dan het beheer van beleggingsinstellingen waarvoor aan hem een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 is verleend. Een maatschappij voor collectieve belegging in effecten die geen aparte beheerder heeft, verricht geen andere bedrijfsmatige activiteiten dan het beheer van de icbe.
In afwijking van het eerste lid kan de Autoriteit Financiële Markten een beheerder van een icbe met een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, aanhef en onderdeel a, toestaan om de volgende activiteiten te verrichten of diensten te verlenen:
- a. het beheren van een individueel vermogen;
- b. het in de uitoefening van beroep of bedrijf adviseren over financiële instrumenten;
- c. bewaring en administratie van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen en icbe’s;
- d. het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot financiële instrumenten;
- e. het beheer van benchmarks als bedoeld in de verordening financiële benchmarks.
Het is een beheerder van een icbe niet toegestaan om:
- a. alleen de activiteiten te verrichten of diensten te verlenen, bedoeld in het tweede lid; of
- b. benchmarks te beheren die door de beheerder worden gebruikt ten behoeve van een door hem beheerde icbe.
In afwijking van het eerste lid kan de beheerder taken of activiteiten voor derden verrichten die de beheerder reeds verricht voor een door hem beheerde icbe of die samenhangen met de diensten die de beheerder overeenkomstig dit artikel verleent, mits potentiële belangenconflicten door het verrichten van die taken en activiteiten voor derden op adequate wijze worden beheerst.
Artikel 2:69d
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, indien de aanvrager aantoont dat met betrekking tot de beheerder van de icbe zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
- a. artikel 4:9, eerste lid, met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- c. artikel 4:11, eerste en derde lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
- d. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
- e. artikel 4:14, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
- f. artikel 4:39 met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en artikel 4:40 met betrekking tot de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten;
- g. artikel 4:42 met betrekking tot de rechtsvorm van de beheerder van de icbe;
- h. artikel 4:62m, tweede lid met betrekking tot de tussen de beheerder en de bewaarders te sluiten overeenkomsten;
- i. artikel 4:44, eerste lid, met betrekking tot het houden van de juridische eigendom van de activa van een fonds voor collectieve belegging in effecten door een entiteit die uitsluitend ten behoeve van het desbetreffende fonds houdt;
- j. artikel 4:48 met betrekking tot het in dat artikel bedoelde registratiedocument;
- k. 4:62m, eerste lid met betrekking tot het bewaren van de activa door bewaarders;
- l. artikel 4:62n, met betrekking tot het aanstellen van de bewaarder;
- m. 4:62o, vierde lid, met betrekking tot de zetel van de bewaarders;
- n. artikel 4:59, met betrekking tot de zetel van de beheerder;
- o. artikel 2:69c met betrekking tot de activiteiten van de beheerder;
- p. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen;
- q. artikel 3:57, eerste en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit; en
- r. artikel 3:63, eerste en tweede lid, met betrekking tot de liquiditeit.
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, aanhef en onderdeel b, indien de aanvrager aantoont dat met betrekking tot de maatschappij voor collectieve belegging in effecten zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
- a. artikel 4:9, eerste lid, met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- c. artikel 4:11, eerste en derde lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
- d. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
- e. artikel 4:14, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
- f. artikel 4:39 met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en artikel 4:40 met betrekking tot de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten;
- g. artikel 4:42 met betrekking tot de rechtsvorm van de beheerder van de icbe;
- h. artikel 4:62m, tweede lid met betrekking tot de tussen de maatschappij voor collectieve belegging in effecten en de bewaarder te sluiten overeenkomst;
- i. artikel 4:48 met betrekking tot het in dat artikel bedoelde registratiedocument;
- j. artikel 4:62m, eerste lid met betrekking tot het bewaren van de activa door een bewaarder;
- k. artikel 4:62n, met betrekking tot het aanstellen van de bewaarder;
- l. artikel 4:62o, vierde lid met betrekking tot de zetel van de bewaarder;
- m. artikel 4:60, eerste lid, met betrekking tot het statutaire doel van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten;
- n. artikel 4:60, tweede lid, met betrekking tot het zonder beperkingen in Nederland aanbieden van de rechten van deelneming en de inkoop of terugbetaling daarvan op verzoek van een deelnemer;
- o. artikel 4:60, derde lid, met betrekking tot de werkzaamheden van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten;
- p. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; en
- q. artikel 3:63, eerste en tweede lid, met betrekking tot de liquiditeit.
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, tweede lid, indien de aanvrager aantoont dat met betrekking tot de maatschappij voor collectieve belegging in effecten zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
- a. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
- b. artikel 4:40 met betrekking tot de plaats van waaruit de personen die het dagelijks beleid van de beleggingsmaatschappij bepalen hun werkzaamheden verrichten;
- c. artikel 4:42 met betrekking tot de rechtsvorm van de beheerder van de icbe;
- d. artikel 4:62m, eerste lid met betrekking tot het bewaren van de activa door de bewaarder;
- e. artikel 4:62n, met betrekking tot het aanstellen van de bewaarder;
- f. artikel 4:62o, vierde lid met betrekking tot de zetel van de bewaarder;
- g. artikel 4:60, eerste lid, met betrekking tot het statutaire doel van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten;
- h. artikel 4:60, tweede lid, met betrekking tot het zonder beperkingen in Nederland aanbieden van de rechten van deelneming en de inkoop of terugbetaling daarvan op verzoek van een deelnemer; en
- i. artikel 4:60, derde lid, met betrekking tot de werkzaamheden van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten.
De aanvraag van de vergunning, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Ingeval een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 wordt gehouden in de beheerder van een icbe verleent de Autoriteit Financiële Markten, onverminderd het eerste, tweede en derde lid, een vergunning indien de houder van de gekwalificeerde deelneming in de beheerder voldoet aan artikel 3:95, tweede lid, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat voldaan is aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:99 tot en met 3:101 met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.
§ 2.2.7.2. Bijkantoor en verrichten van diensten
Artikel 2:70
Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling kan overgaan tot het voor de eerste maal beheren van een Nederlandse beleggingsinstelling, door middel van het verrichten van diensten of door middel van een bijkantoor, of het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan professionele beleggers, in een door hem beheerde beleggingsinstelling met zetel in een andere lidstaat onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn herkomst dat zij de informatie, verstrekt op grond van de artikelen 32 en 33 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling kan overgaan tot:
- a. het beheren van een Nederlandse beleggingsinstelling waarvan rechten van deelneming zijn of worden aangeboden aan niet-professionele beleggers in Nederland; of
- b. het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers, in een door hem beheerde beleggingsinstelling met zetel in een lidstaat;
onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn herkomst dat zij de informatie, verstrekt op grond van de artikelen 32 en 33 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
De beheerder van een beleggingsinstelling meldt zijn voornemen om een activiteit als bedoeld in het tweede lid te verrichten aan de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel 2:70a
Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling welke beheerder een andere lidstaat als referentielidstaat heeft, kan overgaan tot het voor de eerste maal beheren van een Nederlandse beleggingsinstelling, door middel van het verrichten van diensten of door middel van een in de andere lidstaat gelegen bijkantoor, of het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan professionele beleggers, in een door hem beheerde beleggingsinstelling met zetel in een andere lidstaat onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn herkomst dat zij de informatie, verstrekt op grond van de artikelen 39 en 40 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
Een buitenlandse beheerder van een beleggingsinstelling welke beheerder zetel heeft in een andere lidstaat, kan overgaan tot het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan professionele beleggers, in een door hem beheerde beleggingsinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een door hem beheerde feeder-beleggingsinstelling met zetel in een lidstaat met een niet-Europese master-beleggingsinstelling of met een Europese master-beleggingsinstelling die niet wordt beheerd door een vergunninghoudende Europese beheerder onmiddellijk na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van zijn herkomst dat zij de informatie, verstrekt op grond van artikel 35 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, aan de Autoriteit Financiële Markten heeft verzonden.
Een beheerder als bedoeld in het eerste of tweede lid kan overgaan tot het in Nederland aanbieden van rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers indien hij voldoet aan de voorwaarden in het eerste en tweede lid en de beheerder een melding heeft gedaan aan de Autoriteit Financiële Markten dat hij voornemens is aan niet-professionele beleggers aan te bieden.
Artikel 2:71
Een beheerder van een icbe met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het voor de eerste maal vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor beheren van een icbe met zetel in Nederland of het aanbieden van rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe met zetel in een andere lidstaat:
- a. onmiddellijk na ontvangst van de mededeling daartoe van de Autoriteit Financiële Markten; of
- b. twee maanden na ontvangst van de mededeling van de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat van doorzending van de kennisgeving van het voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten.
Het eerste lid is niet van toepassing op beheerders van een icbe die hebben voldaan aan artikel 2:101, eerste lid.
Artikel 2:72
Een beheerder van een icbe met zetel in een andere lidstaat die voornemens is een icbe met zetel in Nederland te beheren gaat daartoe slechts over nadat de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd.
De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van:
- a. de overeenkomst met de bewaarder inzake beheer en bewaring, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten; en
- b. gemaakte afspraken met betrekking tot het uitbesteden van de werkzaamheden, bedoeld in bijlage II van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.
Indien de beheerder, bedoeld in het eerste lid, al een zelfde soort icbe met zetel in Nederland beheert, volstaat een verwijzing naar de reeds verstrekte gegevens.
De Autoriteit Financiële Markten stemt, na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, in met een voornemen als bedoeld in het eerste lid, tenzij:
- a. de beheerder geen vergunning heeft voor het beheer van het desbetreffende type icbe; of
- b. de beheerder of de icbe niet zal kunnen voldoen aan het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen bepaalde.
Artikel 2:73
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat als bedoeld in artikel 2:66, eerste lid, die voornemens is in Nederland rechten van deelneming aan te bieden geeft de Autoriteit Financiële Markten daarvan kennis en legt daarbij een verklaring van ondertoezichtstelling over, afgegeven door de toezichthoudende instantie van die aangewezen staat.
De beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsinstelling kan acht weken na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving aanvangen met het aanbieden van rechten van deelneming in Nederland, tenzij de Autoriteit Financiële Markten voor het verstrijken van die acht weken heeft bekendgemaakt dat het voornemen of de beoogde wijze van verhandeling niet in overeenstemming is met toepasselijke Nederlandse wettelijke bepalingen.
Artikel 2:69 is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat indien de beheerder nog niet het voornemen aan de Autoriteit Financiële Markten heeft medegedeeld om rechten van deelneming in de desbetreffende beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden.
§ 2.2.7.3. Vrijstelling
Artikel 2:74
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:65.
Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod, en in reclame-uitingen en documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.
Afdeling 2.2.8. Adviseren over andere financiële producten dan financiële instrumenten
§ 2.2.8.1. Vergunningplicht en -eisen
Artikel 2:75
Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning te adviseren over andere financiële producten dan financiële instrumenten.
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot het adviseren over andere financiële producten dan financiële instrumenten, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.
Artikel 2:76
Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die:
- a. voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren;
- b. voor het uitoefenen van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben, voorzover het aan hen ingevolge die verklaring is toegestaan te adviseren;
- c. voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben;
- d. voor het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren;
- e. voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren; of
- f. voor het uitoefenen van het bedrijf van betaalinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren.
Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning voor het verlenen van andere financiële diensten dan adviseren als bedoeld in dit deel hebben, voorzover het betreft het adviseren over een financieel product waartoe die vergunning strekt.
Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op gemeentelijke kredietbanken ten aanzien waarvan is voldaan aan artikel 4:37, eerste lid, voorzover het betreft het adviseren over door de gemeentelijke kredietbank zelf aangeboden kredieten.
Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars als bedoeld in artikel 2:81, tweede en derde lid, voor zover het betreft het adviseren over financiële producten waarvoor zij optreden als verbonden bemiddelaar.
Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars die een ontheffing als bedoeld in artikel 2:80, tweede lid, hebben voorzover het betreft het adviseren over een financieel product waartoe die ontheffing strekt.
Artikel 2:77
Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat die:
- a. als bank hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te adviseren;
- b. als financiële instelling hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te adviseren;
- c. als entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge de afdelingen 2.2.2A, 2.2.3, 2.2.4 of 2.2.4A is toegestaan te adviseren;
- d. als elektronischgeldinstelling hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te adviseren;
- e. als betaaldienstverlener hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2. is toegestaan te adviseren.
Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen of herverzekeringsbemiddelaars die in een andere lidstaat zijn geregistreerd in de zin van artikel 3 van de richtlijn verzekeringsdistributie, voor zover is voldaan aan artikel 2:84.
Artikel 2:78
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
- a. artikel 4:9, eerste, tweede en vierde lid, met betrekking tot de geschiktheid en vakbekwaamheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- c. artikel 4:11, tweede en derde lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
- d. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; en
- e. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering.
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot het tweede en vierde lid van artikel 4:9, c, met betrekking tot het derde lid van artikel 4:11, of e, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:15, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid bedoelde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
§ 2.2.8.2. Vrijstelling
Artikel 2:79
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:75, eerste lid.
Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:78, eerste lid.
Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat in reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.
Afdeling 2.2.9. Bemiddelen
§ 2.2.9.1. Vergunningplicht en -eisen
Artikel 2:80
Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning te bemiddelen.
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot bemiddelen, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid aan:
- a. een persoon die met een overleden bemiddelaar tot het tijdstip van diens overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad; of
- b. een niet tot de huishouding behorend kind van een overleden bemiddelaar,
indien het bedrijf van de overleden bemiddelaar wordt voortgezet en de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.
De in het derde lid bedoelde ontheffing kan met terugwerkende kracht worden verleend tot de datum van overlijden. De ontheffing wordt voor ten hoogste een jaar verleend en kan ten hoogste tweemaal met een jaar worden verlengd.
Het tweede lid is niet van toepassing op het bemiddelen in verzekeringen.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het bemiddelen in hypothecair krediet.
Artikel 2:81
Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die:
- a. voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te bemiddelen;
- b. voor het uitoefenen van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben, voorzover het aan hen ingevolge die verklaring is toegestaan te bemiddelen;
- c. voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben; of
- d. voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te bemiddelen.
Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op het bemiddelen door bemiddelaars die bemiddelen voor een aanbieder, of, indien het niet om onderling concurrerende financiële producten gaat, meerdere aanbieders en die, ingeval het bemiddelen in verzekeringen betreft, in naam en voor rekening van de aanbieder of aanbieders bemiddelen zonder daarbij premies of voor de cliënt bestemde bedragen te innen, indien de aanbieders voor wie de bemiddelaars bemiddelen:
- a. volledig verantwoordelijk zijn voor de bemiddelaars, in die zin dat zij er voor zorg dragen dat de bemiddelaars voldoen aan het bij of krachtens deze wet bepaalde; en
- b. de betrokken bemiddelaars als verbonden bemiddelaar hebben aangemeld bij de Autoriteit Financiële Markten.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars in verzekeringen die bemiddelen voor een bemiddelaar in verzekeringen met een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, of, indien het niet om onderling concurrerende verzekeringen gaat, meerdere bemiddelaars in verzekeringen met een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanmelding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, plaatsvindt, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de bescheiden die daarbij worden overgelegd.
Artikel 2:82
Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat die:
- a. als bank hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te bemiddelen;
- b. als financiële instelling hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te bemiddelen; of
- c. als entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge de afdelingen 2.2.2A, 2.2.3, 2.2.4 of 2.2.4A is toegestaan te bemiddelen.
Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen die in een andere lidstaat zijn geregistreerd in de zin van artikel 3 van de richtlijn verzekeringsdistributie, voorzover is voldaan aan artikel 2:84.
Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in hypothecair krediet die overeenkomstig artikel 29, eerste lid, van de richtlijn hypothecair krediet bevoegd zijn in hun lidstaat van herkomst hun bedrijf uit te oefenen.
Artikel 2:83
De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
- a. artikel 4:9, eerste, tweede en vierde lid, met betrekking tot de geschiktheid en vakbekwaamheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- c. artikel 4:11, tweede en derde lid, met betrekking tot het beleid inzake de integere bedrijfsuitoefening;
- d. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
- e. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
- f. indien het bemiddelen in hypothecair krediet betreft, artikel 4:74b, met betrekking tot een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening; en
- g. indien het bemiddelen in verzekeringen betreft, artikel 4:75, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot het tweede en vierde lid van artikel 4:9, c, met betrekking tot het derde lid van artikel 4:11, e, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:15 of g, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:75, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid bedoelde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.
Het derde lid is niet van toepassing op bemiddelen in hypothecair krediet.
§ 2.2.9.2. Bijkantoor en verrichten van diensten
Artikel 2:84
Een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het verlenen van diensten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor binnen een maand na de mededeling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, eerste alinea, van de richtlijn verzekeringsdistributie, door de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat of zodra de bemiddelaar in verzekeringen de informatie heeft ontvangen over de in Nederland geldende voorwaarden om redenen van algemeen belang, bedoeld in artikel 6, tweede lid, tweede alinea, van de richtlijn verzekeringsdistributie.
Een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het verlenen van diensten door middel van het verrichten van diensten naar Nederland onmiddellijk na de mededeling, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie, door de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.
Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het bemiddelen in hypothecair krediet vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, kan zij voordat de bemiddelaar in hypothecair krediet aanvangt met het verlenen van diensten in Nederland, maar in ieder geval binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling, de bemiddelaar in hypothecair krediet bekendmaken welke voorwaarden door hem om redenen van algemeen belang in acht moeten worden genomen bij het verlenen van zijn financiële diensten in Nederland.
§ 2.2.9.3. Vrijstelling
Artikel 2:85
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:80, eerste lid.
Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:83, eerste lid.
Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat in reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.
Afdeling 2.2.10. Herverzekeringsbemiddelen
§ 2.2.10.1. Vergunningplicht en -eisen
Artikel 2:86
Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning te herverzekeringsbemiddelen.
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.
Artikel 2:87
Artikel 2:86, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die:
- a. voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te herverzekeringsbemiddelen;
- b. voor het uitoefenen van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben, voorzover het aan hen ingevolge die verklaring is toegestaan te herverzekeringsbemiddelen; of
- c. voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben.
Artikel 2:88
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)