Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)

Type Wet
Publication 2026-08-15
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 1863
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

De bank verplicht de aanvrager bij het openen van een basisbetaalrekening niet tot het afnemen van andere diensten of producten, tenzij het gaat om de verplichting tot het deelnemen in het eigen vermogen van de betreffende bank en de bank alle consumenten hiertoe verplicht bij het openen van een betaalrekening.

6.

De bank biedt de diensten, bedoeld in het derde lid, kosteloos of tegen een redelijke vergoeding aan. De bank brengt niet meer dan een redelijke vergoeding in rekening bij de consument in geval van niet-nakoming van de verbintenissen uit hoofde van de raamovereenkomst voor betaaldiensten.

7.

Het is een bank als bedoeld in het eerste lid niet toegestaan om basisbetaalrekeningen uitsluitend via internet aan te bieden.

Artikel 4:71g
1.

Een bank weigert een basisbetaalrekening te openen, indien de bank bij het openen daarvan niet kan voldoen aan de bij of krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme gestelde eisen.

2.

Een bank mag voorts het openen van een basisbetaalrekening weigeren indien de aanvrager:

  • a. niet kan aantonen een werkelijk belang te hebben bij het openen van een basisbetaalrekening in Nederland;
  • b. bij een in Nederland gevestigde bank een aanvraag voor een basisbetaalrekening heeft lopen of reeds een betaalrekening aanhoudt bij een andere in Nederland gevestigde bank, waarmee hij gebruik kan maken van de diensten, genoemd in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen, tenzij de aanvrager verklaart ervan in kennis te zijn gesteld dat die betaalrekening zal worden opgeheven;
  • e. weigert om desgevraagd de in het derde lid bedoelde verklaring te ondertekenen.
3.

Het is de bank toegestaan om, alvorens een basisbetaalrekening te openen, bij andere in Nederland gevestigde banken na te gaan of de aanvrager aldaar reeds een betaalrekening aanhoudt of heeft aangevraagd. De bank mag de aanvrager verzoeken om een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij geen andere betaalrekening aanhoudt of heeft aangevraagd bij een in Nederland gevestigde bank.

Artikel 4:71h
1.

Binnen tien werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag informeert de bank de aanvrager over de weigering een basisbetaalrekening te openen.

2.

De weigering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt schriftelijk en kosteloos, en onder opgaaf van redenen, tenzij dit laatste in strijd zou zijn met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of met de nationale veiligheid of de openbare orde.

3.

Indien een bank weigert een basisbetaalrekening te openen, stelt de bank de aanvrager op de hoogte van:

  • b. het recht van de consument om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Financiële Markten en het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, met vermelding van de contactgegevens van de Autoriteit Financiële Markten en het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening.
Artikel 4:71i
1.

Een bank kan een overeenkomst met de houder van de basisbetaalrekening of een raamovereenkomst waarin toegang tot een basisbetaalrekening wordt geregeld eenzijdig beëindigen indien de houder van die rekening:

  • a. gedurende meer dan 24 opeenvolgende maanden op de basisbetaalrekening geen transacties heeft verricht;
  • b. een tweede betaalrekening, waarmee hij gebruik kan maken van de in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen genoemde diensten, bij een andere in Nederland gevestigde bank heeft;
  • c. niet langer rechtmatig in de Europese Unie verblijft;
  • e. onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt om toegang tot de basisbetaalrekening te verkrijgen en verstrekking van de juiste en volledige informatie ertoe zou hebben geleid dat de bank het openen van een basisbetaalrekening zou hebben geweigerd op grond van artikel 4:71g; of
  • f. de basisbetaalrekening opzettelijk heeft gebruikt voor het plegen van strafbare feiten.
2.

Indien de bank voornemens is de overeenkomst te beëindigen op grond van het eerste lid, onderdeel a, b of c, stelt zij de rekeninghouder twee maanden voor de beëindiging van de overeenkomst hiervan in kennis.

3.

Indien de bank de overeenkomst beëindigt op grond van het eerste lid, onderdeel d, e of f, beëindigt zij de overeenkomst onmiddellijk en stelt zij de rekeninghouder hiervan in kennis.

4.

Artikel 4:71h, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de kennisgeving, bedoeld in het tweede en derde lid.

Artikel 4:71j
1.

Onze Minister draagt zorg voor de kosteloze toegang van consumenten tot ten minste één vergelijkingswebsites als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen, die voldoet aan het bepaalde in artikel 7, derde lid, van die richtlijn.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vergelijkingswebsite.

3.

De Autoriteit Financiële Markten plaatst op haar website een verwijzing naar de in het eerste lid bedoelde vergelijkingswebsite.

Artikel 4:71k
1.

Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbiedt, stelt ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen en te gebruiken.

2.

Op basisbetaalrekeningen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 4:71f, eerste en derde tot en met zesde lid, 4:71g, 4:71h, met uitzondering van het derde lid, onderdeel b, en 4:71i van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor artikel 4:71i, eerste lid, onderdeel c, wordt gelezen: niet langer in het Nederlandse handelsregister is ingeschreven.

Afdeling 4.3.2. Adviseren

Artikel 4:72

Vervallen

Afdeling 4.3.3. Bemiddelen

§ 4.3.3.1. Algemeen

Artikel 4:73

Vervallen

§ 4.3.3.2. Krediet

Artikel 4:74
1.

Het is een bemiddelaar in krediet of een onderbemiddelaar in krediet verboden ter zake van het krediet een beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, te bedingen of te aanvaarden van dan wel in rekening te brengen aan een ander dan de aanbieder van het krediet onderscheidenlijk de bemiddelaar in krediet voor wie de onderbemiddelaar bemiddelt.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, teneinde een zorgvuldige bemiddeling in krediet te bevorderen, regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde beloning of vergoeding en de wijze van uitbetaling daarvan.

3.

Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan worden afgeweken van het eerste lid.

4.

Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn vernietigbaar.

Artikel 4:74a

Artikel 4:33, eerste tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op een bemiddelaar in krediet, tenzij de bemiddelaar slechts bij wijze van nevenactiviteit bemiddelt in krediet.

Artikel 4:74b
1.

Een bemiddelaar in hypothecair krediet beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.

3.

Bij ministeriële regeling wordt de hoogte vastgesteld van de dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.

4.

Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op:

  • a. bemiddelaars in hypothecair krediet die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor uitoefenen van het bedrijf van bank hebben;
  • b. bemiddelaars in hypothecair krediet die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben;
  • c. bemiddelaars in hypothecair krediet als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, voor zover de aanbieder van hypothecair krediet voor wie zij bemiddelen een vergunning heeft op grond waarvan het aanbieden van hypothecair krediet is toegestaan;
  • d. bemiddelaars in hypothecair krediet met zetel in een andere lidstaat.
Artikel 4:74c

Een bemiddelaar in hypothecair krediet met statutaire zetel in Nederland heeft zijn hoofdkantoor in Nederland.

§ 4.3.3.3. Verzekeringen

Artikel 4:75
1.

Een adviseur of bemiddelaar in verzekeringen beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:

  • a. bemiddelaars in verzekeringen die een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank hebben;
  • b. bemiddelaars in verzekeringen die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben;
  • d. bemiddelaars in verzekeringen als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, voorzover de verzekeraars voor wie zij bemiddelen een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben; en
  • e. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat.
4.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 4:75a
1.

Indien een verzekering een aanvulling is op de levering van een roerende zaak of de verlening van een dienst, als onderdeel van een pakket of van dezelfde overeenkomst, biedt de desbetreffende bemiddelaar in verzekeringen de cliënt de mogelijkheid de roerende zaak of de dienst afzonderlijk aan te schaffen.

2.

Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn vernietigbaar tenzij de rechtshandeling betrekking heeft op verzekeringen met een beleggingscomponent.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op verzekeringen in aanvulling op een betaalrekening niet zijnde een basisbetaalrekening.

Afdeling 4.3.4. Herverzekeringsbemiddelen

Artikel 4:76
1.

Een herverzekeringsbemiddelaar beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de daarmee vergelijkbare voorziening.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:

  • a. herverzekeringsbemiddelaars die een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank hebben;
  • b. herverzekeringsbemiddelaars die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar hebben; en
  • c. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.
4.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Afdeling 4.3.4a. Verlenen van afwikkeldiensten

Artikel 4:76a
1.

Een afwikkelonderneming biedt eerlijke en vrije toegang tot haar diensten en systemen op basis van objectieve, risicogebaseerde en openbaar gemaakte deelnemingscriteria.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Artikel 4:76b
1.

Een afwikkelonderneming draagt zorg voor het tijdig en efficiënt verlenen van haar diensten.

2.

De afwikkelonderneming beschikt over mechanismen waarmee periodiek het kostenniveau, prijsniveau en serviceniveau en de efficiëntie van de door haar verleende diensten worden beoordeeld.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Artikel 4:76c
1.

Een afwikkelonderneming maakt gebruik van internationaal aanvaarde communicatieprocedures en -standaarden ter ondersteuning van een efficiënte dienstverlening, of bevordert het gebruik daarvan.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Artikel 4:76d
1.

Een afwikkelonderneming biedt de betaaldienstverleners waarmee zij een overeenkomst heeft gesloten, inzicht in de financiële risico’s en de kosten die zijn verbonden aan de afwikkeldiensten, en verstrekt aan hen de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Afdeling 4.3.5. Optreden als clearinginstelling

Artikel 4:77
1.

De voorwaarden die een clearinginstelling hanteert voor toelating van cliënten zijn objectief en openbaar.

2.

Een clearinginstelling voert een adequaat beleid ter zake van het voorkomen van belangenconflicten tussen haar en haar cliënten en tussen haar cliënten onderling.

3.

Een clearinginstelling zorgt ervoor dat haar cliënten op billijke wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

5.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het eerste of tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 4:78
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een clearinginstelling aan de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot informatieverstrekking door een clearinginstelling aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit deel.

Afdeling 4.3.6. Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent

Artikel 4:79
1.

De aan een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent te verlenen volmacht of ondervolmacht wordt schriftelijk verleend en wordt opgemaakt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen model.

2.

Een volmacht kan door de volmachtverlenende verzekeraar worden beperkt.

3.

Een ondervolmacht kan zowel door de volmachtverlenende verzekeraar als door diens gevolmachtigde, zolang de volmacht van de gevolmachtigde van kracht is, worden beperkt. De ondergevolmachtigde geldt jegens de verzekeraar niet als derde.

4.

Beperkingen van de volmacht of de ondervolmacht kunnen niet aan derden worden tegengeworpen.

Artikel 4:80
1.

De beëindiging van een volmacht van een gevolmachtigde agent heeft geen werking tegen derden tot het tijdstip waarop de verzekeraar of de gevolmachtigde agent van die beëindiging mededeling heeft gedaan aan de Autoriteit Financiële Markten en de Autoriteit Financiële Markten het register, bedoeld in artikel 1:107, heeft aangepast.

2.

Ingeval een volmacht is beëindigd, kan de verzekeraar de gevolmachtigde agent wiens volmacht is vervallen, belasten met het beheer en de afwikkeling van de door hem gevormde verzekeringsportefeuille. De verzekeraar kan ook op andere wijze in het beheer en de afwikkeling van die portefeuille voorzien.

3.

De artikelen 1:104, derde lid, en 4:4, tweede lid, zijn niet van toepassing op de gevolmachtigde agent, indien de verzekeraar in geval van beëindiging van de volmacht gebruik maakt van het in het tweede lid bedoelde recht om op een andere wijze dan door belasting van de gevolmachtigde agent te voorzien in het beheer en de afwikkeling van de door de gevolmachtigde agent gevormde verzekeringsportefeuille.

Artikel 4:81
1.

Het bepaalde in artikel 4:80 met betrekking tot een gevolmachtigde agent is van overeenkomstige toepassing op een ondergevolmachtigde agent.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder de verzekeraar, bedoeld in artikel 4:80, mede verstaan de gevolmachtigde agent in zijn hoedanigheid van verlener van ondervolmachten.

Afdeling 4.3.6a. Servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst en optreden als kredietkoper

§ 4.3.6a.1. Servicen van een niet-renderende kredietovereenkomst

Artikel 4:81a

Een kredietservicer is een rechtspersoon.

Artikel 4:81b

De betrouwbaarheid van houders van een gekwalificeerde deelneming in een kredietservicer staat buiten twijfel. Artikel 4:10, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4:81c
1.

Een kredietservicer, of in voorkomend geval een kredietservicingaanbieder, behandelt kredietnemers te goeder trouw, eerlijk en professioneel en beschermt de privacy van kredietnemers.

2.

Een kredietservicer, of in voorkomend geval een kredietservicingaanbieder, verstrekt aan kredietnemers geen informatie die misleidend, onduidelijk of onjuist is en communiceert met kredietnemers op een wijze die niet als intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding kan worden aangemerkt.

Artikel 4:81d
1.

In afwijking van artikel 94, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek doet een kredietservicer of, in voorkomend geval, een kredietservicingaanbieder aan een kredietnemer een mededeling toekomen:

  • a. na iedere overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf;
  • b. voorafgaand aan de eerste inning van de schuld; en
  • c. na een daartoe strekkend verzoek van de kredietnemer.
2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bank of aanbieder van krediet die overeenkomstig artikel 4:81i is aangewezen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de mededeling, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4:81e

Een kredietservicer servicet een niet-renderende kredietovereenkomst op basis van een daartoe met de betrokken kredietkoper overeengekomen kredietservicingovereenkomst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers. De kredietservicingovereenkomst voldoet aan artikel 11, tweede en derde lid, van die richtlijn.

Artikel 4:81f
1.

Een kredietservicer houdt de gelden die hij van een kredietnemer heeft ontvangen om deze over te maken aan een kredietkoper aan op een rekening die uitsluitend daarvoor is bestemd.

2.

De rekening wordt aangehouden bij een bank met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de uitoefening van het bedrijf van bank, verleend door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank. Uit de tenaamstelling van deze rekening blijkt dat deze door kredietservicer wordt aangehouden in eigen naam ten behoeve van een of meer derden, met vermelding van de hoedanigheid van de kredietservicer.

3.

In afwijking van artikel 276 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek vormen de op een rekening als bedoeld in het eerste lid aangehouden geldmiddelen een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen van een kredietkoper voor wie geldmiddelen op de rekening zijn geadministreerd, voor zover die vorderingen verband houden met het toevertrouwen van de geldmiddelen aan de kredietservicer.

4.

De kredietservicer draagt zorg voor een adequate administratie van het afgescheiden vermogen.

5.

Het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op een kredietservicer die in het kader van zijn bedrijfsmodel niet voornemens is gelden van kredietnemers te ontvangen en op de rekening aan te houden.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, de administratie en het beheer van de rekening.

§ 4.3.6a.2. Optreden als kredietkoper

Artikel 4:81g
1.

Een kredietkoper behandelt kredietnemers te goeder trouw, eerlijk en professioneel en beschermt de privacy van kredietnemers.

2.

Artikel 4:81c, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de kredietkoper, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4:81h
1.

Een kredietkoper doet aan een kredietnemer een mededeling toekomen die in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdelen a tot en met i, van de richtlijn kredietservicers en kredietkoper, bevat:

  • a. na iedere overdracht aan de kredietkoper van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf;
  • b. voorafgaand aan de eerste inning van de schuld; en
  • c. op verzoek van de kredietnemer.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien de kredietkoper een bank, aanbieder van krediet of kredietservicer heeft aangewezen om de niet-renderende kredietovereenkomst te servicen.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de vorm en inhoud van de mededeling, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4:81i
1.

Een kredietkoper met zetel in Nederland wijst, indien een consument wederpartij is bij een niet-renderende kredietovereenkomst, een van de volgende financiële ondernemingen aan om die niet-renderende kredietovereenkomst te servicen:

  • a. een kredietservicer waaraan het ingevolge afdeling 2.2.6A is toegestaan in Nederland zijn bedrijf uit te oefenen;
  • b. een bank die beschikt over een door de Europese Centrale Bank verleende vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank;
  • c. een aanbieder van krediet die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:60.
2.

Een kredietkoper met zetel in een staat die geen lidstaat is wijst een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid aan om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen, indien een natuurlijke persoon of een kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, onder ii, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers wederpartij is bij de door de financiële onderneming te servicen niet-renderende kredietovereenkomst.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de kredietkoper of zijn op grond van artikel 4:81l, eerste lid, aangewezen vertegenwoordiger een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid is.

Artikel 4:81j
1.

Een kredietkoper die op grond van artikel 4:81i een financiële onderneming heeft aangewezen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van de identiteit en het adres van de financiële onderneming, voordat deze aanvangt met het servicen van de niet-renderende kredietovereenkomst.

2.

Indien de kredietkoper voornemens is een andere financiële onderneming dan de in het eerste lid bedoelde financiële onderneming aan te wijzen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen, stelt hij de Autoriteit Financiële Markten hiervan in kennis van het voornemen, onder vermelding van de identiteit en het adres van de aan te wijzen financiële onderneming.

Artikel 4:81k
1.

Een kredietkoper met zetel in Nederland die de rechten van een kredietgever op grond van een niet-renderende kredietovereenkomst of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf overdraagt aan een andere kredietkoper stelt de Autoriteit Financiële Markten hiervan halfjaarlijks in kennis van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan bepalen dat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, per kwartaal worden verstrekt.

Artikel 4:81l
1.

Bij de overdracht van rechten van een kredietgever met zetel in Nederland krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf aan een kredietkoper met zetel in een staat die geen lidstaat is, wijst de kredietkoper schriftelijk een vertegenwoordiger met zetel in Nederland aan en meldt hij naam en adres van de vertegenwoordiger aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

Indien de kredietkoper, bedoeld in het eerste lid, een vertegenwoordiger met zetel in Nederland heeft aangewezen, rust de verplichting tot naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 4:81g tot en met 4:81k, eerste lid, tevens op de vertegenwoordiger. De kredietkoper en diens vertegenwoordiger zijn van die verplichting ontslagen zodra een van beiden daaraan heeft voldaan.

Artikel 4:81m
1.

Een Nederlandse bank verstrekt met inachtneming van de krachtens artikel 16, zesde lid, van de richtlijn kredietservicers en kredietkopers door de Europese Commissie vastgestelde technische reguleringsnormen aan een potentiële kredietkoper gegevens die deze in staat stelt de waarde van de rechten van de kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomst, of van de niet-renderende kredietovereenkomst zelf en de kans op inning van die waarde te beoordelen.

2.

Een kredietkoper waarborgt de vertrouwelijkheid van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder kredietkoper tevens verstaan een Nederlandse bank of Europese bank.

Afdeling 4.3.7. Verlenen van beleggingsdiensten, verrichten van beleggingsactiviteiten en systematische interne afhandeling

§ 4.3.7.1. Algemeen

Artikel 4:82

De artikelen 4:83, 4:84, en 4:87, tweede lid, onderdeel b, zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. Artikel 4:85, eerste lid, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben.

Artikel 4:83
1.

Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een beleggingsonderneming.

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid aan een beleggingsonderneming die een natuurlijke persoon is en maatregelen heeft genomen die, gelet op de aard en de omvang van haar werkzaamheden, adequaat zijn om anderszins een beheerste en integere bedrijfsvoering te waarborgen en de belangen van haar cliënten te beschermen.

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van rechtspersonen en vennootschappen die door een natuurlijke persoon worden geleid.

Artikel 4:84
1.

De personen die het dagelijks beleid van een beleggingsonderneming met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.

2.

De personen die het dagelijks beleid bepalen van een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit dat bijkantoor.

Artikel 4:85
1.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten een jaarrekening, een bestuursverslag en overige gegevens als bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, 391, eerste lid, onderscheidenlijk 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2.

Voorzover de beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, niet aan Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is onderworpen, is die titel, met uitzondering van artikel 396, zevende lid, voor zover het de vrijstelling van de verplichting, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, betreft, van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verstrekking van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in het eerste lid.

4.

Een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening en een bestuursverslag aan de Autoriteit Financiële Markten. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

5.

De jaarrekening van de beleggingsonderneming, bedoeld in het vierde lid, is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met een verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsonderneming haar zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken.

6.

Onverminderd het bepaalde in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de Autoriteit Financiële Markten op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van dit artikel, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 4:86

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot informatieverstrekking door een beleggingsonderneming aan de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit deel.

Artikel 4:87
1.

Een beleggingsonderneming treft adequate maatregelen:

  • a. ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden en financiële instrumenten; en
  • b. ter voorkoming van het gebruik van die gelden of financiële instrumenten, behoudens uitdrukkelijke instemming van de cliënt indien het financiële instrumenten betreft, voor eigen rekening door de beleggingsonderneming.
2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:

  • a. de maatregelen ter bescherming van de rechten van de cliënt en ter voorkoming van het gebruik van financiële instrumenten of gelden van de cliënt; en
  • b. de wijze waarop instemming kan worden verkregen van de cliënt voor het gebruik van diens financiële instrumenten voor eigen rekening door de beleggingsonderneming.
3.

Het is een verbonden agent niet toegestaan financiële instrumenten dan wel gelden die toebehoren aan een cliënt onder zich te houden.

Artikel 4:87a
1.

Een beleggingsonderneming die optreedt als tussenpersoon in de zin van hoofdstuk 3b van de Wet giraal effectenverkeer draagt zorg voor een adequate administratie van het derivatenvermogen, zodanig dat aan artikel 49g, tweede lid van die wet wordt voldaan.

2.

Ter voldoening van het eerste lid wordt de administratie op zodanige wijze gevoerd en worden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze bewaard dat in elk geval te allen tijde op eenvoudige wijze de rechten en verplichtingen die deel uitmaken van het derivatenvermogen en van de daarmee samenhangende cliëntposities kunnen worden gekend.

Artikel 4:87aa
1.

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, kan de rechten van de cliënten met betrekking tot de door hen aan de beleggingsonderneming toevertrouwde gelden beschermen door die gelden aan te houden op een rekening die uitsluitend daarvoor bestemd is.

2.

De rekening wordt aangehouden bij een bank met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor de uitoefening van het bedrijf van bank, verleend door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank. Uit de tenaamstelling van deze rekening blijkt dat deze door de beleggingsonderneming wordt aangehouden in eigen naam ten behoeve van cliënten, met vermelding van de hoedanigheid van de beleggingsonderneming.

3.

In afwijking van artikel 276 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek vormen de op de rekening als bedoeld in het eerste lid aangehouden geldmiddelen een afgescheiden vermogen dat uitsluitend dient tot voldoening van vorderingen van:

  • a. de bank, bedoeld in het tweede lid, in verband met het beheer van de rekening en die volgens de overeenkomst tussen de bank en de beleggingsonderneming ten laste kunnen worden gebracht van het afgescheiden vermogen; en
  • b. de cliënten voor wie gelden op de rekening zijn geadministreerd, voor zover die vorderingen verband houden met het toevertrouwen van de gelden aan de beleggingsonderneming.
4.

De beleggingsonderneming draagt zorg voor een adequate administratie van het afgescheiden vermogen.

5.

Indien de gelden op de rekening bij vereffening ontoereikend zijn voor voldoening van de vorderingen, dienen deze gelden ter voldoening van de vorderingen in de volgorde van het derde lid.

6.

In afwijking van het derde lid zijn andere vorderingen verhaalbaar op de gelden op de rekening indien vaststaat dat de in het derde lid bedoelde vorderingen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst dergelijke vorderingen niet meer zullen ontstaan.

7.

De beleggingsonderneming vult een tekort in het afgescheiden vermogen terstond aan. Ingeval een tekort niet is aangevuld, keert de beleggingsonderneming in geval van een verzoek van een cliënt als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, om uitkering van zijn aandeel in het saldo van de rekening slechts zoveel uit aan deze cliënt als in verband met de rechten van andere in het derde lid bedoelde cliënten mogelijk is.

8.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, de administratie en het beheer van de rekening.

Artikel 4:87ab

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere categorieën financiële ondernemingen worden aangewezen als financiële ondernemingen waarop artikel 4:87aa van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 4:88
1.

Een beleggingsonderneming, met inbegrip van haar bestuurders, werknemers en verbonden agenten of een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks is verbonden door een zeggenschapsband, voert een adequaat beleid ter zake van het voorkomen en beheersen van belangenconflicten tussen haar en haar cliënten en tussen haar cliënten onderling.

2.

Een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat haar cliënten op billijke wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn. In dat geval stelt een beleggingsonderneming – alvorens over te gaan tot het doen van zaken – haar cliënten op de hoogte van het belangenconflict.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde beleid en het informeren van cliënten bij een belangenconflict als bedoeld in het tweede lid.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:12, eerste lid, onderdeel c, richt een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat de bedrijfsvoering van een in Nederland gelegen bijkantoor zodanig in dat deze niet in strijd is met het eerste en tweede lid.

5.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 4:89
1.

Een beleggingsonderneming legt met betrekking tot iedere cliënt een dossier aan met documenten waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen van de beleggingsonderneming en de cliënt zijn beschreven.

2.

De rechten en plichten, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden beschreven door middel van verwijzing naar andere documenten of wetteksten.

Artikel 4:89a
1.

Een beleggingsonderneming sluit geen financiëlezekerheidsovereenkomst met als doel om huidige of toekomstige verplichtingen, al dan niet voorwaardelijk, van een niet-professionele belegger te waarborgen of af te dekken.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder het sluiten van een financiëlezekerheidsovereenkomst met een in aanmerking komende tegenpartij of professionele belegger is toegestaan.

Artikel 4:89b
1.

Een verbonden agent informeert de cliënt bij het opnemen van contact over of voorafgaande aan het verlenen van een beleggingsdienst, als bedoeld in de onderdelen a, d en e van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, over de volgende onderwerpen:

  • a. in welke hoedanigheid hij optreedt;
  • b. dat hij een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een beleggingsonderneming op te treden, hij deelt de cliënt tevens de naam van de beleggingsonderneming mede;
  • c. op welke wijze hij wordt beloond; en
  • d. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

  • a. de vorm en wijze van verstrekking van de in het eerste lid bedoelde informatie; en
  • b. de beloning of de vergoeding voor het verrichten van de beleggingsdiensten, in welke vorm ook, en de wijze van uitbetaling daarvan.
3.

Artikel 4:19, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid verstrekte informatie.

4.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 4:90
1.

Een beleggingsonderneming zet zich bij het verlenen van beleggingsdiensten of nevendiensten op eerlijke, billijke en professionele wijze in voor de belangen van haar cliënten, handelt ook bij het verrichten van beleggingsactiviteiten eerlijk, billijk en professioneel en onthoudt zich van gedragingen die schadelijk zijn voor de integriteit van de markt.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verwerking van orders en het verschaffen of ontvangen van een provisie bij het verlenen van een beleggingsdiensten of nevendiensten.

Artikel 4:90a
1.

Bij het uitvoeren van orders met betrekking tot financiële instrumenten voor rekening van cliënten neemt een beleggingsonderneming toereikende maatregelen om het best mogelijke resultaat voor hen te behalen, rekening houdend met de prijs van de financiële instrumenten, de uitvoeringskosten, de snelheid, de waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, de omvang, de aard en alle andere voor de uitvoering van de order relevante aspecten. In geval van een specifieke instructie van de cliënt met betrekking tot een order of een specifiek aspect van een order voert een beleggingsonderneming die specifieke instructie uit.

2.

Bij het uitvoeren van een order voor een niet-professionele belegger gaat een beleggingsonderneming voor de bepaling van het best mogelijke resultaat uit van de totale tegenprestatie. Deze bestaat uit de prijs van het financiële instrument en de uitvoeringskosten.

3.

Wanneer in het orderuitvoeringsbeleid van de beleggingsonderneming meerdere plaatsen van uitvoering genoemd zijn waar een order kan worden uitgevoerd, vergelijkt de beleggingsonderneming de resultaten die voor de cliënt zouden worden behaald bij het uitvoeren van de order op elk van die plaatsen van uitvoering. Bij deze vergelijking houdt de beleggingsonderneming rekening met de eigen provisies en kosten voor de uitvoering van de order op elk van de in aanmerking komende plaatsen van uitvoering.

Artikel 4:90b
1.

Teneinde te voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 4:90a, eerste lid, stelt een beleggingsonderneming adequate regelingen vast en ziet zij toe op de naleving van deze regelingen. Een beleggingsonderneming stelt in ieder geval een beleid vast dat haar in staat stelt om bij de uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten van haar cliënten het best mogelijke resultaat te behalen als bedoeld in artikel 4:90a, eerste lid, en past dit beleid toe.

2.

Het orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in het eerste lid, omvat voor elke klasse financiële instrumenten informatie over de plaatsen van uitvoering en de factoren die de keuze van de plaats van uitvoering beïnvloeden. Het vermeldt in elk geval de plaatsen van uitvoering die de beleggingsonderneming in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat voor de uitvoering van orders van cliënten te behalen.

3.

Een beleggingsonderneming verstrekt haar cliënten deugdelijke informatie over haar orderuitvoeringsbeleid waarin op een duidelijke, voldoende nauwkeurige en voor cliënten gemakkelijk te begrijpen wijze wordt uitgelegd hoe de beleggingsonderneming orders voor cliënten zal uitvoeren. Wanneer het orderuitvoeringsbeleid voorziet in de mogelijkheid om orders anders dan op een handelsplatform uit te voeren, brengt de beleggingsonderneming haar cliënten van deze mogelijkheid op de hoogte. De beleggingsonderneming deelt een cliënt na uitvoering van een order voor diens rekening mee op welke plaats van uitvoering die order werd uitgevoerd.

4.

Met de uitvoering van een order met betrekking tot een financieel instrument wordt pas na instemming van de cliënt met het orderuitvoeringsbeleid een begin gemaakt.

5.

Met de uitvoering van een order met betrekking tot een financieel instrument anders dan op een handelsplatform wordt pas na toestemming van de cliënt een begin gemaakt.

6.

Indien een specifieke instructie strijdig is met het orderuitvoeringsbeleid wordt de order niet of in overeenstemming met die specifieke instructie uitgevoerd. Het orderuitvoeringsbeleid kan niet inhouden dat een order in strijd met specifieke instructies kan worden uitgevoerd.

7.

Een beleggingsonderneming stelt periodiek informatie over de kwaliteit van uitvoering van transacties op de relevante plaatsen van uitvoering en over haar belangrijkste plaatsen van uitvoering algemeen verkrijgbaar.

8.

Een beleggingsonderneming ziet toe op de doeltreffendheid van haar regelingen en beleid voor orderuitvoering om tekortkomingen te achterhalen en te corrigeren. Bij een dergelijke beoordeling houdt de beleggingsonderneming in ieder geval rekening met de informatie die op grond van het zevende lid en artikel 4:90e algemeen verkrijgbaar is gesteld.

9.

Een beleggingsonderneming geeft haar cliënten kennis van wezenlijke wijzigingen in haar orderuitvoeringsregelingen of haar orderuitvoeringsbeleid.

10.

Op verzoek van een cliënt toont een beleggingsonderneming aan deze cliënt aan dat zij voor hem een order heeft uitgevoerd in overeenstemming met het orderuitvoeringsbeleid, tenzij de order of een specifiek aspect van de order is uitgevoerd volgens een specifieke instructie van de cliënt.

11.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder plaats van uitvoering verstaan: handelsplatform, beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, marketmaker of andere liquiditeitsverschaffer of entiteit die in een staat die geen lidstaat is een soortgelijke taak verricht als die van een van de voornoemde partijen.

12.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:

  • a. de informatieverstrekking aan niet-professionele beleggers over het orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin; en
  • b. het periodiek algemeen verkrijgbaar stellen van informatie over de kwaliteit van uitvoering en de plaatsen van uitvoering, bedoeld in het zevende lid.
Artikel 4:90c

Vervallen

Artikel 4:90d
1.

Een beleggingsonderneming past procedures en regelingen toe die een onmiddellijke, billijke en vlotte uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten van cliënten garanderen ten opzichte van orders van andere cliënten of de handelsposities van de beleggingsonderneming zelf. Deze procedures of regelingen stellen de beleggingsonderneming in staat om vergelijkbare orders van cliënten op volgorde van het tijdstip van ontvangst uit te voeren.

2.

Indien een limietorder van een cliënt inzake tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten aandelen of op een handelsplatform verhandelde aandelen vanwege de marktomstandigheden niet onmiddellijk wordt uitgevoerd, maakt de beleggingsonderneming de bewuste limietorder van de cliënt onmiddellijk op zodanige wijze openbaar dat andere marktdeelnemers daar gemakkelijk kennis van kunnen krijgen, tenzij de cliënt uitdrukkelijk andere instructies geeft.

3.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het tweede lid indien de limietorder van aanzienlijke omvang is in verhouding tot de normale marktomvang.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de procedures en regelingen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4:90e
1.

Een plaats van uitvoering als bedoeld in artikel 4:90b, elfde lid, of, indien het een handelsplatform betreft, de exploitant daarvan, stelt met inachtneming van de ingevolge artikel 27, tiende lid, onderdeel a, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels ten minste jaarlijks kosteloos gegevens algemeen verkrijgbaar over de kwaliteit van de uitvoering van transacties op de betrokken plaats van uitvoering.

2.

Een marketmaker of andere liquiditeitsverschaffer of een entiteit die in een staat die geen lidstaat is daarmee vergelijkbare activiteiten verricht, stelt alleen gegevens algemeen verkrijgbaar ten aanzien van transacties in financiële instrumenten die niet onder de in artikel 23, eerste lid, of artikel 28, eerste lid, van de verordening markten voor financiële instrumenten opgenomen handelsverplichtingen vallen.

Artikel 4:91

Indien een beleggingsonderneming die lid is van of deelneemt aan een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, ingevolge de op grond van artikel 5:27, eerste lid, te hanteren regels verplicht is ter medewerking aan de controle op de naleving van die regels persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming te verstrekken, behoeft de beleggingsonderneming voor deze verstrekking niet de toestemming van degene op wie de persoonsgegevens betrekking hebben.

§ 4.3.7.2. Exploiteren van een georganiseerde handelsfaciliteit of een multilaterale handelsfaciliteit

Artikel 4:91.0a

Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op een marktexploitant die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert.

Artikel 4:91a
1.

Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, stelt transparante regels en procedures vast die een billijke en ordelijke handel garanderen en legt objectieve criteria vast voor de efficiënte uitvoering van orders.

2.

Onder de in het eerste lid bedoelde regels en procedures worden in ieder geval regels en procedures verstaan voor een gezond beheer van de technische werking van het systeem en doeltreffende voorzorgsmaatregelen om met systeemstoringen verband houdende risico’s te ondervangen.

3.

De beleggingsonderneming stelt transparante regels vast met betrekking tot de criteria aan de hand waarvan wordt vastgesteld welke financiële instrumenten via haar systeem kunnen worden verhandeld.

4.

De beleggingsonderneming zorgt voor toegang tot voldoende publieke informatie opdat de gebruikers van haar handelsfaciliteit zich een beleggingsoordeel kunnen vormen, rekening houdend met zowel de aard van de gebruikers als de categorieën verhandelde financiële instrumenten.

5.

De beleggingsonderneming stelt op objectieve criteria gebaseerde transparante en niet-discriminerende regels voor toegang tot de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit vast en handhaaft deze regels. De beleggingsonderneming maakt deze regels openbaar.

6.

De beleggingsonderneming licht de gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit terdege in over hun respectieve verantwoordelijkheden in het kader van de afwikkeling van de via deze faciliteit uitgevoerde transacties.

7.

De beleggingsonderneming treft de nodige voorzieningen om een efficiënte afwikkeling van de volgens de systemen van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit uitgevoerde transacties te bevorderen.

8.

Indien een effect dat tot de handel op een gereglementeerde markt is toegelaten zonder instemming van de uitgevende instelling op een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit wordt verhandeld, is deze uitgevende instelling niet onderworpen aan enigerlei verplichting op het gebied van te verstrekken informatie met betrekking tot deze georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit.

9.

De beleggingsonderneming geeft onmiddellijk gevolg aan een aanwijzing die de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 1:77d geeft om de handel in een financieel instrument op te schorten of te onderbreken alsmede aan een op grond van artikel 1:77e gedane uitspraak van de Rechtbank Rotterdam om een financieel instrument van de handel uit te sluiten.

10.

De beleggingsonderneming verstrekt met inachtneming van de ingevolge artikel 18, elfde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels de Autoriteit Financiële Markten en de Europese Autoriteit voor effecten en markten een beschrijving van de werking van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit alsmede een lijst van de deelnemers, leden of gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit.

11.

De artikelen 5:30a tot en met 5:30d zijn van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert.

Artikel 4:91aa

Een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit heeft ten minste drie daadwerkelijk actieve leden of gebruikers, die elk met betrekking tot de prijsvorming kunnen inwerken op de andere leden of gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit.

Artikel 4:91ab

Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert en haar deelnemers of leden synchroniseren de beursklokken die zij hanteren om de datum en tijd van aan te melden verrichtingen te registreren.

Artikel 4:91b
1.

Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, stelt effectieve regelingen en procedures vast met betrekking tot deze handelsfaciliteit en handhaaft deze regelingen en procedures om er regelmatig op toe te zien of haar deelnemers, leden en gebruikers haar regels naleven.

2.

De beleggingsonderneming ziet toe op de orders met inbegrip van verrichte transacties en annuleringen die de deelnemers, leden en gebruikers van de georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit via haar systemen verrichten opdat zij inbreuken op de regelingen en procedures, bedoeld in het eerste lid, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt verstoren, gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen of systeemstoringen in verband met een financieel instrument, kan vaststellen.

3.

De beleggingsonderneming meldt ernstige inbreuken als bedoeld in het tweede lid aan de Autoriteit Financiële Markten.

4.

De beleggingsonderneming verstrekt onmiddellijk de toepasselijke informatie aan de Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar Ministerie of opsporingsambtenaren die bevoegd zijn op grond van de Wet op de economische delicten en verleent haar volledige medewerking aan de Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar Ministerie of deze opsporingsambtenaren bij het onderzoeken of vervolgen van gedragingen die op marktmisbruik kunnen wijzen die zich in of via haar systemen hebben voorgedaan.

Artikel 4:91c
1.

Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit of multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, kan de handel in een financieel instrument niet opschorten, niet onderbreken of een financieel instrument niet van de handel uitsluiten, indien het financieel instrument niet aan de regels van de handelsfaciliteit voldoet, indien een dergelijke maatregel de belangen van de beleggers of de ordelijke werking van de markt aanzienlijk zou kunnen schaden.

2.

De beleggingsonderneming die de handel in een financieel instrument opschort, onderbreekt of een financieel instrument van de handel uitsluit, doet hetzelfde voor afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 die verband houden met dat financieel instrument, indien dit noodzakelijk is ter ondersteuning van de doelstellingen van de opschorting, onderbreking of uitsluiting van de handel van het financieel instrument.

3.

De beleggingsonderneming die de handel in een financieel instrument en eventueel hiermee verband houdende afgeleide financiële instrumenten opschort, onderbreekt of van de handel uitsluit, maakt deze beslissing openbaar en stelt de Autoriteit Financiële Markten daarvan in kennis.

4.

Bij de toepassing van het eerste en tweede lid neemt de beleggingsonderneming de ingevolge artikel 32, tweede lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels in acht en bij de toepassing van het derde lid neemt de beleggingsonderneming de ingevolge artikel 32, derde lid, van die richtlijn gestelde regels in acht.

Artikel 4:91d
1.

Een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, stelt niet-discretionaire regels vast voor de uitvoering van orders en implementeert deze regels.

2.

De beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, voert geen orders van cliënten uit voor eigen rekening.

Artikel 4:91da
1.

Een beleggingsonderneming die een georganiseerde handelsfaciliteit exploiteert treft regelingen om de uitvoering van orders van cliënten op de georganiseerde handelsfaciliteit voor eigen rekening, of met het kapitaal van een entiteit die tot dezelfde groep of rechtspersoon als de beleggingsonderneming behoort, te voorkomen.

2.

In afwijking van het eerste lid is het de beleggingsonderneming uitsluitend toegestaan voor eigen rekening te handelen, met uitzondering van matched principal trading, als het een order van een cliënt betreft in een staatsobligatie waarvoor geen liquide markt als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 25, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 bestaat.

3.

In afwijking van het eerste lid maakt de beleggingsonderneming uitsluitend gebruik van matched principal trading wanneer het gaat om obligaties, gestructureerde financieringsproducten, emissierechten en bepaalde afgeleide financiële instrumenten en uitsluitend wanneer de cliënt hier mee heeft ingestemd.

4.

De beleggingsonderneming past geen matched principal trading toe ten aanzien van orders van cliënten met betrekking tot afgeleide financiële instrumenten die op grond van artikel 5 van de EMIR-verordening aan de clearingverplichting onderworpen zijn.

5.

Het is niet toegestaan om de exploitatie van een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling en een georganiseerde handelsfaciliteit binnen dezelfde juridische entiteit te laten plaatsvinden.

6.

Een verbinding tussen een georganiseerde handelsfaciliteit en een andere georganiseerde handelsfaciliteit of beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling is zodanig dat interactie tussen een in een georganiseerde handelsfaciliteit ingevoerde order en een in een andere georganiseerde handelsfaciliteit of beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling ingevoerde order niet mogelijk is.

7.

Een beleggingsonderneming kan als marketmaker optreden op een door een andere beleggingsonderneming geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit, tenzij de beleggingsonderneming nauwe banden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 35, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 heeft met die andere beleggingsonderneming.

8.

De beleggingsonderneming voert de orders op de door haar geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit op discretionaire basis uit en beschikt over discretionaire ruimte bij de beslissing:

  • a. tot het plaatsen of intrekken van een order op de georganiseerde handelsfaciliteit;
  • b. om een order van een cliënt niet te matchen met andere orders die beschikbaar zijn in de systemen van de georganiseerde handelsfaciliteit, mits zij handelt in overeenstemming met de instructies van de cliënt en het bepaalde ingevolge de artikelen 4:90a en 4:90b.
9.

De beleggingsonderneming bepaalt de wijze waarop orders in het systeem van de door haar geëxploiteerde georganiseerde handelsfaciliteit worden gematcht.

10.

De beleggingsonderneming kan, overeenkomstig het eerste en derde tot en met zevende lid en onverminderd het tweede lid, voor een systeem dat transacties in andere financiële instrumenten dan aandelen regelt onderhandelingen tussen cliënten faciliteren teneinde twee of meer potentieel met elkaar verenigbare handelsintenties in een transactie bij elkaar te brengen.

11.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder matched principal trading verstaan: matched principal trading als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 38, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014.

Artikel 4:91e

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van deze paragraaf indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.

§ 4.3.7.2a. Mkb-groeimarkt

Artikel 4:91ea
1.

De Autoriteit Financiële Markten wijst op aanvraag van een beleggingsonderneming of een marktexploitant die een in Nederland gelegen of beheerde multilaterale handelsfaciliteit exploiteert deze handelsfaciliteit aan als mkb-groeimarkt en registreert die aanwijzing in het openbaar register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, indien de multilaterale handelsfaciliteit beschikt over regelingen, systemen en procedures die waarborgen dat:

  • a. ten minste vijftig procent van de uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten tot de handel op de multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten op het tijdstip van de registratie en in ieder daaropvolgend kalenderjaar kwalificeren als kleine of middelgrote ondernemingen;
  • b. passende criteria zijn vastgesteld voor de initiële en doorlopende toelating tot de handel op de mkb-groeimarkt van financiële instrumenten van uitgevende instellingen;
  • c. bij de initiële toelating van een financieel instrument tot de handel op een als mkb-groeimarkt geregistreerde multilaterale handelsfaciliteit voldoende informatie openbaar wordt gemaakt door de uitgevende instelling die potentiële beleggers in staat stelt om met kennis van zaken te kunnen beslissen om al dan niet in het financieel instrument te beleggen;
  • d. de door of namens een uitgevende instelling, waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op de multilaterale handelsfaciliteit, opgemaakte periodieke financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar wordt gesteld;
  • e. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 21, van de verordening marktmisbruik op de mkb-groeimarkt, personen met leidinggevende verantwoordelijkheid binnen de uitgevende instellingen en met deze personen nauw verbonden personen voldoen aan het bepaalde ingevolge de verordening marktmisbruik;
  • f. de wettelijk voorgeschreven informatie met betrekking tot de uitgevende instellingen op de mkb-groeimarkt wordt opgeslagen en openbaar gemaakt; en
  • g. marktmisbruik op de mkb-groeimarkt wordt voorkomen en opgespoord overeenkomstig het bepaalde ingevolge de verordening marktmisbruik.
2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder kleine of middelgrote onderneming verstaan: een onderneming die op de grondslag van de eindejaarskoersen van de voorgaande drie kalenderjaren een gemiddelde marktkapitalisatie van minder dan € 200.000.000 had.

3.

De Autoriteit Financiële Markten kan de registratie als mkb-groeimarkt doorhalen, indien:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)